Procedure : 2020/2128(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0173/2021

Ingediende teksten :

A9-0173/2021

Debatten :

PV 08/06/2021 - 15
CRE 08/06/2021 - 15

Stemmingen :

PV 09/06/2021 - 3
PV 09/06/2021 - 16

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0278

<Date>{26/05/2021}26.5.2021</Date>
<NoDocSe>A9-0173/2021</NoDocSe>
PDF 214kWORD 70k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de 75e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties</Titre>

<DocRef>(2020/2128(INI))</DocRef>


<Commission>{AFET}{AFET}Commissie buitenlandse zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>María Soraya Rodríguez Ramos</Depute>

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

aan de Raad betreffende de 75e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

(2020/2128(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

 gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 21, 34 en 36,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, met name de preambule en artikel 18, en de mensenrechtenverdragen van de VN alsmede de facultatieve protocollen daarbij,

 gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 5 juli 2018 over de 73e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties[1],

 gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 3 mei 2011 over de deelname van de Europese Unie aan de werkzaamheden van de Verenigde Naties, waarin de EU het recht is verleend om te interveniëren in de Algemene Vergadering van de VN, mondeling voorstellen en amendementen in te dienen die op verzoek van een lidstaat in stemming kunnen worden gebracht, en het recht op weerwoord uit te oefenen,

 gezien de conclusies van de Raad van 17 juni 2019 over het EU-optreden ter versterking van een op regels gebaseerd multilateralisme,

 gezien de conclusies van de Raad van 13 juli 2020 over de prioriteiten van de EU bij de Verenigde Naties en de 75e Algemene Vergadering van de VN (september 2020-september 2021),

 gezien de toespraak van de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, op 25 september 2020 tijdens de Algemene Vergadering van de VN, over “Een sterkere en autonomere Europese Unie als motor voor een eerlijkere wereld”,

 gezien het op 22 september 2020 gepubliceerde opiniestuk van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) getiteld “De EU zij aan zij met de VN”,

 gezien de verklaring ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de Verenigde Naties, die op 16 september 2020 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen,

 gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie van juni 2016,

 gezien zijn resolutie van 15 januari 2020 over het jaarverslag over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid[2],

 gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) van de Verenigde Naties,

 gezien de vierde Wereldvrouwenconferentie, in september 1995 in Peking, de Verklaring en het Actieplatform van Peking voor de versterking van de positie van de vrouw en de daaropvolgende slotdocumenten betreffende verdere acties en initiatieven voor de tenuitvoerlegging van de Verklaring en het Actieplatform van Peking die tijdens de speciale VN-vergaderingen Peking+5, +10, +15 en +20, op 9 juni 2000, respectievelijk 11 maart 2005, 2 maart 2010 en 9 maart 2015, werden aangenomen,

 gezien de resolutie over het mondiaal pact inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie, die op 19 december 2018 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998,

 gezien de twintigste verjaardag van Resolutie 1325 (2000), aangenomen door de VN-Veiligheidsraad op 31 oktober 2000, over de belangrijke rol die vrouwen spelen bij conflictpreventie en -oplossing, vredesonderhandelingen, vredesopbouw, vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en de wederopbouw na conflicten,

 gezien het EU-actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid voor 2019-2024 en gezien het belang van de volledige uitvoering van de agenda inzake vrouwen, vrede en veiligheid als een horizontale kwestie in alle aangelegenheden die verband houden met vrede en veiligheid,

 gezien de verslagen van de onafhankelijke deskundige van de VN inzake bescherming tegen geweld en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit,

 gezien Resolutie 2532 (2020) van de VN-Veiligheidsraad over de staking van vijandelijkheden tijdens de COVID-19-pandemie en de steun voor de oproep van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, tot een wereldwijd staakt-het-vuren,

 gezien de mondiale strategie van de Verenigde Naties ter bestrijding van terrorisme, aangenomen door de Algemene Vergadering in september 2006, en waarvan de zevende herziening binnenkort moet plaatsvinden,

 gezien het Wapenhandelsverdrag (WHV),

 gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over autonome wapensystemen[3],

 gezien zijn resolutie van 7 juni 2016 over vredesondersteunende operaties – betrokkenheid van de EU bij de VN en de Afrikaanse Unie[4],

 gezien artikel 118 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0173/2021),

A. overwegende dat de Verenigde Naties dit jaar 75 jaar bestaan; overwegende dat de VN een essentieel forum zijn voor internationale consensusopbouw met betrekking tot vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht; overwegende dat zij ook een belangrijke bron van steun zijn voor fragiele staten en kwetsbare gemeenschappen bij staatsopbouw en conflictoplossing; overwegende dat toenemende politieke spanningen de VN-agenda verstoren; overwegende dat de verwezenlijkingen en de onmisbare rol van de VN vaak over het hoofd worden gezien doordat sommige landen trachten unilaterale besluiten door te duwen; overwegende dat het belangrijk is dat de EU en haar lidstaten ervoor zorgen dat de VN een efficiënt en doeltreffend forum ten behoeve van de internationale gemeenschap blijven en dat zij de huidige en toekomstige mondiale uitdagingen het hoofd kunnen blijven bieden, wat enkel mogelijk is met de tenuitvoerlegging van resoluties van de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN en met multilaterale oplossingen; overwegende dat de drie pijlers van de VN (i) vrede en veiligheid, (ii) ontwikkeling en mensenrechten, en (iii) de rechtsstaat zijn, en dat zij onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en elkaar versterken; overwegende dat de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in verschillende delen van de wereld steeds ernstiger worden bedreigd en het maatschappelijk middenveld in veel VN-lidstaten steeds minder ruimte heeft; overwegende dat mensenrechtenverdedigers op mondiaal niveau voor hun legitieme werk met steeds meer bedreigingen te maken hebben in een context waarin beperkingen en lockdowns vanwege COVID-19 de rapportage en monitoring van mensenrechtenschendingen hebben verminderd; overwegende dat de staten de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen te nemen om alle mensen, lokale gemeenschappen en bevolkingsgroepen te garanderen dat zij volledig kunnen genieten van hun mensenrechten, in overeenstemming met de fundamentele doelstellingen en leidende beginselen van de VN die zijn opgenomen in het oprichtingshandvest van 1945 en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN; overwegende dat het waarborgen en bevorderen van vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten kernbeginselen van de VN zijn; overwegende dat uit recente VN-verslagen naar voren is gekomen dat de mensenrechten systematisch worden geschonden en veracht door verschillende VN-lidstaten; overwegende dat het oorspronkelijke doel van de VN om vrede te handhaven in gevaar wordt gebracht door voortdurende complexe crises;

B. overwegende dat de COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat er dringend behoefte is aan veerkrachtige capaciteitsopbouw in de volledige internationale gemeenschap en aan een hechte multilaterale dialoog en samenwerking, met bijzondere aandacht voor de toegang tot collectieve goederen; overwegende dat de rol, expertise en integriteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nu zeker van cruciaal belang zijn voor de mondiale coördinatie van en inspanningen voor de bestrijding van de COVID-19-pandemie; overwegende dat de WHO haar capaciteit om de huidige pandemie en toekomstige pandemierisico’s te beheersen verder moet versterken; overwegende dat de Agenda 2030 en de SDG’s een centraal routeplan vormen voor herstel en actie, dat reeds door de internationale gemeenschap is goedgekeurd; overwegende dat COVID-19 naar verwachting de negatieve tendensen zal aanjagen, waaronder bedreigingen voor de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten, met name de rechten van vrouwen en kinderen en de gendergelijkheid, tenzij er op mondiaal niveau snelle, significante en substantiële beleidsmaatregelen worden genomen; overwegende dat parlementair toezicht op regeringsbesluiten ook belangrijk is om over de strikte eerbiediging van de grondrechten en fundamentele vrijheden van de burgers te kunnen waken; overwegende dat samenwerking tussen de EU en de VN cruciaal is om deze tendensen tegen te gaan; overwegende dat de pandemie heeft onderstreept dat het bevorderen van de mondiale gezondheid niet alleen een morele plicht is, maar ook een voorwaarde voor economisch en maatschappelijk welzijn en ontwikkeling, alsook voor het mondig maken van alle burgers, met name de meest kwetsbare; overwegende dat de pandemie ook heeft onderstreept dat het belangrijk is meer en beter te investeren in het aanpakken van kritieke gezondheidsbehoeften op mondiaal niveau;

C. overwegende dat de WHO, als uitvoerende instantie van de VN voor de coördinatie van gezondheidsmaatregelen binnen het VN-systeem, een leidende rol vervult bij mondiale gezondheidsaangelegenheden; overwegende dat de gezondheids- en ontwikkelingsagenda van de WHO voor de 21e eeuw onder de zes punten het benutten van onderzoek, informatie en bewijsmateriaal omvat, evenals het versterken van allianties middels de steun en samenwerking van talrijke partners, waaronder organen van de VN en andere internationale organisaties, donoren, actoren uit het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector;

D. overwegende dat de VN een belangrijk forum biedt voor inclusieve dialoog tussen soevereine debiteuren, crediteuren en andere belanghebbenden;

E. overwegende dat de secretaris-generaal van de VN blijk heeft gegeven van uitstekend leiderschap bij de voortgang van de hervorming van de VN; overwegende dat verdere moedige maatregelen en politieke vastberadenheid nodig zijn om belangrijke resterende vraagstukken aan te pakken, met name de hervorming van de structuur van de VN-Veiligheidsraad; overwegende dat de EU en haar lidstaten de grootste financiële bijdragen leveren aan de VN en samen middels hun politieke, symbolische en financiële steun aan de VN blijk hebben gegeven van een sterke gehechtheid aan effectief multilateralisme, met als voornaamste doelstellingen om armoede uit te bannen, duurzame vrede en stabiliteit te bevorderen, de mensenrechten te verdedigen, mensenhandel te bestrijden en humanitaire hulp te bieden aan bevolkingen, landen en regio’s die te kampen hebben met alle soorten natuurlijke of door de mens veroorzaakte crises; overwegende dat het probleem omtrent toereikende financiering van het VN-systeem nog steeds een uitdaging vormt; overwegende dat de EU er bij de VN op moet aandringen meer te doen in haar streven naar hervorming om meer vrouwen, jongeren en personen met een handicap onder haar personeel en in leidinggevende functies te hebben, en het bewustzijn over intersectionaliteit in VN-structuren moet vergroten;

1. beveelt de Raad aan:

(a) door te gaan met zijn aanzienlijke reeds geleverde steun voor effectief multilateralisme, voor efficiënte en transparante multilaterale organisaties, en voor de VN in het bijzonder, als een onontbeerlijk forum voor multilaterale oplossingen voor mondiale uitdagingen, een forum om beleid uit te dragen, erover in dialoog te gaan en tot een consensus te komen, in de internationale gemeenschap als geheel; het Parlement is ingenomen met de conclusies van de Raad van 13 juli 2020 over de prioriteiten van de EU bij de VN en de 75e Algemene Vergadering van de VN, die worden beschouwd als effectieve fora voor de bevordering van universele waarden, die ook de kernwaarden van de EU zijn; bevestigt opnieuw dat de EU en haar lidstaten de waarden en beginselen van het Handvest van de VN delen en een essentiële rol spelen bij de bevordering van deze beginselen en de doelstellingen van de VN in het kader van het extern optreden van de EU; is van mening dat de EU mondiale en regionale partners nodig heeft om haar doelstellingen op het gebied van buitenlands beleid met succes te kunnen nastreven, met name op het gebied van vrede en veiligheid, de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad, regionale conflicten en het tegengaan van falende staten, en de verspreiding van massavernietigingswapens; meent dat de EU haar outreachactiviteiten moet versterken om bredere partnerschappen te ontwikkelen ter ondersteuning van effectief multilateralisme en moet overwegen gerichte gesprekken over effectief multilateralisme op te nemen in alle gestructureerde dialogen met haar partners; merkt verder op dat de Unie is gegrondvest op de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbied voor de mensenrechten, zoals vastgesteld in artikel 2 VEU, en dat het extern bevorderen van deze waarden, het bevorderen van de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten de kern moeten vormen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, overeenkomstig artikel 21 VEU en de strategische belangen van de EU, en dat dit eveneens op doeltreffende en coherente wijze moet worden weerspiegeld in alle onderdelen van de betrekkingen van de Unie met derde landen en niet-EU-instellingen en in de doelstellingen die de EU nastreeft in het VN-systeem, met bijzondere aandacht voor de toepassing van het internationaal recht; is daarom van mening dat de Raad alle activiteiten moet ondersteunen om ervoor te zorgen dat mensenrechtenkwesties bovenaan de agenda van de VN blijven staan, gezien de inspanningen om de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere relevante VN-bepalingen te ondermijnen door het ondergeschikt maken van individuele mensenrechten aan het vermeende welzijn van hele samenlevingen; ondersteunt concrete maatregelen om de VN-architectuur in dit verband te versterken;

(b) in de huidige multipolaire context, waarin sommige landen selectief multilateralisme bevorderen in plaats van effectief, in universele waarden verankerd multilateralisme, het standpunt in te nemen dat de EU de onvoorwaardelijke inzet van de VN-leden voor universele waarden, een op regels gebaseerde orde en de voorrang van de mensenrechten op alle beleidsterreinen verder moet bevorderen; het Parlement dringt erop aan deze waarden en rechten in alle beleids- en programmeringsgebieden te mainstreamen, in nauwe samenwerking met gelijkgezinde landen, teneinde de beleidsdialoog, beleidsoplossingen, de uitvoering en de mainstreamingcapaciteit te bevorderen, en er daarbij rekening mee te houden dat de VN een intergouvernementele organisatie is, waarvan de lidstaten geconsulteerd dienen te worden en dienen te participeren; roept de Raad op de kans te grijpen die de huidige Amerikaanse regering biedt en de Verenigde Staten te blijven benaderen met betrekking tot politieke en beleidskwesties van gemeenschappelijk belang en een capaciteit voor dialoog en partnerschap te behouden om het potentieel van het trans-Atlantische partnerschap en de trans-Atlantische samenwerking in het VN-stelsel met het oog op de toekomst opnieuw op te bouwen en in stand te houden; prijst in dit verband de door de president van de Verenigde Staten, Joe Biden, voorgestelde “mondiale top voor democratie ter vernieuwing van de geest en het gemeenschappelijk doel van de landen van de vrije wereld” en verzoekt de Raad deel te nemen aan de organisatie van deze top, die is gericht op het bijeenbrengen van de democratieën van de wereld om de democratische instellingen te versterken en de rechtsstaat en de mensenrechten te bevorderen; roept de Raad op eveneens de goede staat van dienst op het gebied van nauwe dialoog en samenwerking met het Verenigd Koninkrijk als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad verder te zetten;

(c) zijn inspanningen voort te zetten opdat de EU en haar lidstaten steeds meer met één stem kunnen spreken in de VN en op andere multilaterale fora en het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU doeltreffender en proactiever te maken door de regel van stemming met gekwalificeerde meerderheid toe te passen in de Raad om de samenwerking te versterken bij aangelegenheden die van cruciaal strategisch belang zijn voor de EU of die haar fundamentele waarden weerspiegelen, aangezien dit de enige manier is waarop de Unie een leidersrol kan spelen op het internationale toneel en haar invloed kan gebruiken om positieve veranderingen en betere reacties op mondiale uitdagingen teweeg te brengen, met name in de VN-Veiligheidsraad, en ook wat betreft de goede samenwerking met de permanente en roulerende leden van de Veiligheidsraad die EU-lidstaten zijn, met de Algemene Vergadering van de VN en met de Mensenrechtenraad; het Parlement prijst de uitstekende rol die de EDEO en zijn delegaties vervullen, evenals de delegaties van de EU-lidstaten, bij het faciliteren van deze dialoog en samenwerking; is van mening dat de EU, om haar doelstellingen en belangen te verdedigen, moet streven naar gemeenschappelijke standpunten over vraagstukken in de Veiligheidsraad door middel van coördinatie binnen de Raad en tussen de EU-instellingen; in overeenstemming met artikel 34 VEU, zodat de samenhang en geloofwaardigheid van de EU op VN-niveau wordt verbeterd; wijst erop dat de EU binnen de VN door uiteenlopende actoren wordt vertegenwoordigd;

(d) de samenwerking tussen de EU en de VN bij het ontwerpen van instrumenten voor de aanpak van het terugkerende probleem van verkiezingsgerelateerd geweld verder te versterken, onder meer door voort te bouwen op de ervaring van de verkiezingswaarnemingsmissies van het Europees Parlement;

(e) te onthouden dat vertragingen bij de betaling van de vastgestelde bijdragen door verschillende lidstaten uiterst negatieve gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de VN en onaanvaardbaar zijn;

(f) steun te verlenen aan alle inspanningen om de agenda voor wapenbeheersing en ontwapening weer op de internationale agenda te plaatsen en aan te moedigen dat de overdracht van conventionele wapens tussen VN-lidstaten volledig voldoet aan de criteria van het Wapenhandelsverdrag (WHV); de Algemene Vergadering van de VN te overtuigen om een bindend rechtskader goed te keuren, zoals vermeld in de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer, om de uitvoer en verkoop te verbieden van wapens en technologieën voor cyberbewaking indien het de bedoeling is deze te gebruiken om oorlogsmisdaden te plegen en/of binnenlandse tegenstanders te onderdrukken; te herhalen dat effectief multilateralisme en een op regels gebaseerde internationale orde voorwaarden zijn voor vooruitgang op het gebied van ontwapening en voor het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens; opnieuw de volledige steun van de EU en haar lidstaten uit te spreken voor de bestaande internationale verdragen, zoals het Non-proliferatieverdrag (NPV), het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT), het Verdrag inzake chemische wapens (CWC), het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC), het WHV en de verdragen inzake clustermunitie en antipersoneelmijnen, en inspanningen te bevorderen om een politieke verklaring over explosieve wapens in bevolkte gebieden alsook een juridisch bindend kader voor autonome wapensystemen uit te werken; het Parlement moedigt de VV/HV, de lidstaten en de Raad aan te werken aan de start van internationale onderhandelingen over een juridisch bindend instrument dat dodelijke autonome wapensystemen zonder beduidende menselijke controle verbiedt; beveelt de Raad aan er bij de belangrijkste kernmachten op aan te dringen dat zij zich niet langer terugtrekken uit het systeem voor wapenbeheersing en dat zij vooruitgang boeken in de onderhandelingen over de beheersing van kernwapens; beveelt de Raad aan er bij de Verenigde Staten en Rusland op aan te dringen dat zij wederzijds vertrouwen beginnen op te bouwen om de hervatting van een dialoog over manieren om nieuwe betrekkingen op het gebied van wapenbeheersing op te bouwen, mogelijk te maken; is van mening dat de EU steun moet verlenen aan de werkzaamheden van de werkgroep inzake de ruimte van de Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties in verband met de praktische tenuitvoerlegging van vertrouwenscheppende maatregelen en maatregelen op het gebied van transparantie bij ruimteactiviteiten; is van mening dat de VN-Veiligheidsraad een waardevolle gelegenheid moet bieden om gemeenschappelijke normen en voorbehouden vast te stellen voor nieuwe militaire technologieën, zoals artificiële intelligentie, ruimtewapens, biotechnologie en hypersone technologie; is van mening dat de EU steun moet verlenen aan en actief bijdragen tot de oproep van de secretaris-generaal van de VN tot een wereldwijd staakt-het-vuren, onder meer met behulp van doeltreffende maatregelen tegen illegale wapenhandel en door de transparantie van en de verantwoordingsplicht met betrekking tot de wapenuitvoer van de lidstaten te vergroten;

(g) het potentieel van rechtstreekse regionale betrokkenheid in de VN te onderkennen, door de mogelijkheid te ondersteunen dat andere organisaties (zoals de Afrikaanse Unie) een verzoek indienen om de specifieke status van versterkte waarnemer te krijgen; het potentieel te erkennen en te benutten van de EU om, als de meest gesofisticeerde regionale organisatie, een stimulerende rol te spelen bij het vernieuwen en versterken van het VN-systeem door middel van multilateralisme op meerdere niveaus;

(h) waardevolle steun te blijven verlenen aan de secretaris-generaal van de VN bij zijn inspanningen om het hervormingsprogramma in de VN te doen vorderen en de VN nog meer in staat te stellen om duurzame ontwikkeling te stimuleren, vrede en veiligheid te bevorderen, het interne beheersysteem te stroomlijnen, met het oog op een doeltreffende, transparante, financieel duurzame en verantwoordingsplichtige VN die weer in contact kan komen met haar burgers, met inbegrip van plaatselijke gemeenschappen en andere actoren in het veld en het maatschappelijk middenveld, en beter afgestemd te zijn op de uitdagende mondiale agenda; de leiding te nemen op het gebied van het vraagstuk omtrent het willekeurig uitstellen van verzoeken van een aantal maatschappelijke organisaties om raadgevende status van de VN te krijgen; het Parlement benadrukt dat de grote vooruitgang in het VN-hervormingsproces zich op administratief en bureaucratisch gebied heeft voltrokken, terwijl grote politieke hervormingen op zich laten wachten en de heropleving van de Algemene Vergadering van de VN dienen te omvatten, alsook concrete stappen om de afstemming van het ontwikkelingssysteem op de Agenda 2030 te versnellen; is van mening dat de EU en haar lidstaten een brede consensus moeten bereiken over de hervorming van de VN-Veiligheidsraad, onder meer een permanente zetel voor de Europese Unie, naast de reeds bestaande zetels van de lidstaten, en een beperking van het gebruik van het vetorecht, met name in gevallen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, en een wijziging in de samenstelling van het lidmaatschap om de huidige wereld beter weer te geven; is van mening dat de EU de secretaris-generaal moet ondersteunen en hem vragen zijn inspanningen op te voeren voor de tenuitvoerlegging van de VN-strategie inzake genderpariteit om de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen op alle hiërarchische niveaus in het VN-systeem te waarborgen; is van mening dat de EU de VN eraan moet herinneren dat, sinds de oprichting van de VN in 1945, geen enkele vrouw is benoemd als secretaris-generaal;

(i) te blijven streven naar meer synergieën tussen de VN-Mensenrechtenraad, de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Veiligheidsraad; het Parlement prijst de inspanningen van de EU ter ondersteuning van de Mensenrechtenraad en de speciale VN-procedures ervan, met inbegrip van de speciale rapporteurs (in het bijzonder waar zij mensenrechtenschendingen identificeren en monitoren) en andere thematische en landspecifieke mensenrechtenmechanismen, in het kader van de behoefte aan mainstreaming van de mensenrechten als ondeelbare, onderling van elkaar afhankelijke en met elkaar verbonden rechten in de besluitvorming en alle beleidsgebieden van de VN; is van mening dat de EU alle VN-lidstaten moet blijven oproepen zich volledig in te zetten voor de bescherming en bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat, en ernaar moet streven de beschikbare VN-mechanismen in werking te stellen om personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen voor de rechter te brengen, met name wanneer de betrokken landen niet in staat zijn of weigeren een onderzoek in te stellen naar dergelijke misdaden en de bescherming van de grondrechten van alle burgers niet garanderen; wijst op het werk van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten en haar bureau om schendingen van de mensenrechten aan de kaak te stellen; dringt erop aan dat de onpartijdigheid van alle organen in verband met de verdediging en de waarborging van de mensenrechten wordt gewaarborgd en dat ze, in het bijzonder, wordt beschermd tegen mogelijke inmenging door staten die verdacht worden van schendingen of gebrekkige eerbiediging van de mensenrechten; betreurt het misbruik van de Mensenrechtenraad door autoritaire regimes die deze raad voor hun eigen doeleinden blijven misbruiken, met name om de werking ervan te ondermijnen en het stelsel van mensenrechtennormen uit te hollen; verzoekt de EU en haar lidstaten een uitgebreide hervorming van de Mensenrechtenraad te steunen; beklemtoont daarom dat het belangrijk is dat een hervorming van de VN-Mensenrechtenraad wordt bevorderd waarmee ervoor kan worden gezorgd dat alle lidstaten zich werkelijk inzetten voor de doeltreffende en onbevooroordeelde bevordering van de mensenrechten om niet het risico te lopen de geloofwaardigheid van de Mensenrechtenraad te ondermijnen; herhaalt dat de verkiezingsprocedure van de VN-Mensenrechtenraad moet worden herzien, bijvoorbeeld door een verbod op gesloten landen in te voeren en een openbaar mechanisme voor de controle van beloften (“pledge review”) vast te stellen om de verantwoordingsplicht van de leden van de raad te bevorderen en te waarborgen dat elk land dat zetelt in de raad zijn best doet om de mensenrechten te bevorderen en te beschermen, overeenkomstig de resolutie op basis waarvan de raad werd opgericht; verzoekt de EU-lidstaten een gecoördineerd standpunt in te nemen met betrekking tot het lidmaatschap van de Mensenrechtenraad en te stemmen tegen alle kandidaten van de Mensenrechtenraad die niet voldoen aan de criteria van resolutie 60/251 van 15 maart 2006; verzoekt de EU-lidstaten te pleiten voor een jaarlijks verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, gericht op de samenwerking tussen leden van de Mensenrechtenraad met VN-mechanismen, en erop aan te dringen dat voor de Mensenrechtenraad verkozen leden permanente uitnodigingen afgeven voor alle speciale procedures van de Mensenrechtenraad; betreurt het dat Venezuela als volwaardig lid voor de periode 2020-2022 deelneemt aan de Mensenrechtenraad, wanneer de VN zelf in haar verslag van dit jaar de aanklacht onderschrijft van misdaden tegen de menselijkheid die door de regering van dit land zijn gepleegd, een situatie die zorgt voor een duidelijke ongerijmdheid; beveelt de Raad aan de vooroordelen tegen Israël in de Mensenrechtenraad te verwerpen en aan te pakken;

(j) het Parlement is van mening dat de EU de oprichting van een onafhankelijke internationale onderzoekscommissie binnen de Mensenrechtenraad moet steunen om feiten en omstandigheden te onderzoeken die verband houden met beschuldigingen van stelselmatig racisme en schendingen en misbruiken van de mensenrechten; pleit voor de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie; erkent de cruciale rol van onderwijs en cultuur bij de bevordering van de mensenrechten en de intersectionele bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid;

(k) de rol van het Internationaal Strafhof (ICC) en het internationale strafrechtsstelsel te blijven versterken teneinde de verantwoordingsplicht te bevorderen en een einde te maken aan straffeloosheid om het ICC sterke diplomatieke, politieke en adequate financiële middelen te bieden zodat het zich kan kwijten van de taken die binnen zijn mandaat vallen; alle VN-lidstaten op te roepen zich bij het ICC aan te sluiten door het Statuut van Rome te ratificeren en ten uitvoer te leggen, en aan te sporen tot ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen; landen die zich uit het ICC terugtrekken te verzoeken hun besluit terug te draaien; het ICC te ondersteunen als een belangrijke instelling voor het berechten van daders en het helpen van slachtoffers om gerechtigheid te krijgen, en een krachtige dialoog en nauwe samenwerking tussen het ICC, de VN en zijn agentschappen en de VN-Veiligheidsraad aan te moedigen; het Parlement betreurt en veroordeelt de aanvallen op het ICC en blijft krachtig stelling nemen tegen aanstootgevende acties en ongefundeerde beweringen of verklaringen die het ICC en het systeem van het Statuut van Rome in het algemeen ondermijnen; is ingenomen met het feit dat er concrete maatregelen zijn genomen om de sancties tegen personeel van het ICC, onder wie de hoofdaanklager van het ICC, af te schaffen; is van mening dat de EU een versterkte dialoog moet voeren met de huidige regering van de VS over kwesties die verband houden met het ICC en dat de EU moet bijdragen tot de mondiale bestrijding van internationale misdrijven door initiatieven te ondersteunen die zijn gericht op de bevordering van het beginsel van universele jurisdictie en het opbouwen van de capaciteit van VN-lidstaten om dit in hun binnenlands rechtsstelsel toe te passen; onderstreept de leidende rol van de EU in de strijd tegen straffeloosheid, met inbegrip van haar steun aan het Internationaal Strafhof, dat een fundamenteel element is van de stem van de EU in de VN, en onderstreept voorts dat het ICC de enige internationale instelling is die in staat is enkele van ’s werelds gruwelijkste misdaden te vervolgen en slachtoffers te verdedigen voor wie geen ander rechtsmiddel beschikbaar is;

(l) nogmaals te wijzen op de behoefte aan en nogmaals zijn steun uit te spreken voor de universele naleving en tenuitvoerlegging van de rechtsstaat op zowel nationaal als internationaal niveau, en zijn toewijding aan een internationale orde die is gebaseerd op de rechtsstaat en het internationaal recht; aan te geven ingenomen te zijn met de door de coördinatie- en adviesgroep inzake de rechtsstaat (Rule of Law Coordination and Resource Group) en de eenheid rechtsstaat van het uitvoerend bureau van de secretaris-generaal opgestarte dialoog met de lidstaten over het bevorderen van de rechtsstaat op internationaal niveau, en te vragen dat deze dialoog wordt voortgezet om de rechtsstaat op internationaal niveau te bevorderen; het Parlement verzoekt de secretaris-generaal en het VN-systeem om, waar gepast, aspecten van de rechtsstaat stelselmatig aan te kaarten bij relevante activiteiten, met inbegrip van de deelname van vrouwen aan activiteiten die verband houden met de rechtsstaat;

(m) pogingen door sommige individuele landen of coalities van landen om de internationale consensus over reproductieve gezondheid en rechten te ondermijnen, actief tegen te gaan; met name zijn afkeuring uit te spreken over de recente “gezamenlijke verklaring van Genève” die werd geleid door de regering-Trump en werd ondertekend door 32 grotendeels niet-liberale of autoritaire regeringen; het Parlement geeft blijk van zijn diepe onbehagen over het feit dat twee EU-lidstaten, Hongarije en Polen, deze verklaring hebben ondertekend, die een stap achteruit betekent en de reproductieve vrijheden van vrouwen en de rechten van LHBT-personen tracht te ondermijnen;

(n) steun te verlenen aan de werkzaamheden van de onlangs opgerichte intergouvernementele werkgroep voor onbepaalde duur voor de ontwikkeling van een juridisch bindend verdrag inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen, met het oog op de vaststelling van een juridisch bindend instrument dat waarborgt dat bedrijven volledig verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en milieumisdrijven;

(o) te zorgen voor een verdere intensivering van de inzet van de EU voor de bestrijding van de straffeloosheid voor misdrijven tegen journalisten, medewerkers van de media en aanverwant personeel, ook op lokaal niveau, en concrete initiatieven te nemen met het oog hierop; de oproep van de speciale VN-rapporteurs voor vrijheid van meningsuiting en inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies om een permanent VN-onderzoeksmechanisme in te stellen voor misdaden tegen journalisten en de benoeming van een speciale VN-vertegenwoordiger voor de bescherming van journalisten in de hele wereld te steunen; een beleid vast te stellen om moord op mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van verdedigers van milieu- en landgerelateerde mensenrechten, stelselmatig en op ondubbelzinnige wijze te veroordelen, net als elke poging om hen te onderwerpen aan allerlei vormen van geweld, vervolging, bedreiging, intimidatie, verdwijning, gevangenneming of willekeurige arrestatie; de VN-lidstaten te verzoeken beleidsmaatregelen aan te nemen om bescherming en steun te bieden aan mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen; met alle diplomatieke middelen en in nauwe samenwerking met de VN te blijven pleiten voor de wereldwijde afschaffing van de doodstraf en op te roepen tot een moratorium op de toepassing van de doodstraf

(p) zijn instrumentarium voor diplomatie en om beleid uit te dragen, verder uit te breiden, met bijzondere aandacht voor vrede, internationale veiligheid en stabiliteit op de lange termijn, klimaatdiplomatie, culturele diplomatie, mensenrechten, gendergelijkheid, eerlijke globalisering en de capaciteit om beleidsdialoog en beleidsconsensus na te streven, niet alleen met VN-leden maar ook met andere relevante gesprekspartners zoals steden, regio’s, de academische wereld, religieuze instanties en gemeenschappen, het maatschappelijk middenveld, lokale en inheemse gemeenschappen en de particuliere sector; inspanningen om oplossingen te vinden voor mondiale problemen, zoals de klimaatverandering, te gebruiken als een toegangspoort naar diplomatieke betrekkingen met partners met wie weinig overeenstemming kan worden gevonden met betrekking tot andere agendapunten, en zo een kans te creëren om de stabiliteit en vrede te bevorderen; het Parlement is ingenomen met het feit dat de EU en haar lidstaten op verschillende manieren en in verschillende vormen actief bijdragen aan het werk van het VN-systeem;

(q) terrorisme nogmaals ondubbelzinnig te veroordelen en opnieuw zijn volledige steun uit te spreken voor maatregelen die gericht zijn op het verslaan en uitroeien van terroristische organisaties, met name Da’esh/ISIS, die een onmiskenbare bedreiging voor de regionale en internationale veiligheid vormen; met de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Veiligheidsraad samen te werken inzake de bestrijding van terrorismefinanciering, mechanismen voor het aanwijzen van terroristische personen en organisaties op te zetten en mechanismen voor de bevriezing van vermogensbestanddelen op wereldschaal te versterken; zich in te zetten om de gezamenlijke inspanningen van de EU en de VN in de strijd tegen de oorzaken van terrorisme, in het bijzonder de bestrijding van hybride dreigingen en de ontwikkeling van onderzoek en capaciteitsopbouw op het gebied van cyberdefensie, kracht bij te zetten; steun te verlenen aan de huidige initiatieven van de lokale partners om benaderingen voor de bestrijding van radicalisering en van de rekrutering van terroristische organisaties te ontwerpen, uit te voeren en te ontwikkelen; inspanningen te blijven leveren om rekrutering tegen te gaan en buitenlandse strijders, gewelddadig extremisme en terroristische propaganda te bestrijden; acties ter versterking van de weerbaarheid van gemeenschappen die kwetsbaar zijn voor radicalisering te ondersteunen, onder meer door te zorgen voor sociale inclusie en door initiatieven te verkennen waarbij wordt samengewerkt met gematigde religieuze leiders en priesters; inspanningen te leveren om de doeltreffendheid van internationaal politiewerk en de juridische en justitiële samenwerking op het gebied van de bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit te verbeteren ter ondersteuning van beleid voor de bestrijding van radicalisering en voor deradicalisering overeenkomstig het actieplan van de VN ter voorkoming van gewelddadig extremisme; de werkzaamheden in de VN ter bestrijding van terrorisme te bevorderen door de vier pijlers van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN, die in 2006 door de Algemene Vergadering is goedgekeurd, uit te voeren en bij te werken; het leiderschap op zich te nemen bij de komende herziening van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN door benaderingen op basis van mensenrechten en preventie te versterken;

(r) de trilaterale samenwerking tussen de EU, de Afrikaanse Unie (AU) en de VN verder uit te breiden; het Parlement benadrukt dat het belangrijk is dat de EU, de VN en de AU een gezamenlijke inspanning op het gebied van capaciteitsopbouw leveren om de samenwerking met de AU verder te zetten teneinde diens capaciteiten te ontwikkelen wat betreft crisispreventie, crisisbeheersing en conflictoplossing op het Afrikaanse continent, onder meer met behulp van een coherente voortzetting van de langetermijnsteun van de EU en de VN aan het volledig operationeel maken van de Afrikaanse vredes- en veiligheidsarchitectuur (APSA), evenals de capaciteiten op andere beleidsterreinen die relevant zijn voor de veiligheid en stabiliteit van Afrika (bijvoorbeeld op basis van een menselijke veiligheidsindex), onder meer op economisch en milieugebied en met betrekking tot de toegang tot collectieve goederen; benadrukt in dit verband dat speciale aandacht moet worden besteed aan de situatie in de Sahelregio, gezien de toenemende instabiliteit; is van oordeel dat de EU een wezenlijke aantrekkingskracht kan hebben dankzij haar vermogen om de verwachtingen van het Afrikaanse continent en zijn instellingen in verband met het partnerschap waar te maken door middel van partnerschappen op voet van gelijkheid in lijn met de nieuwe strategie EU-Afrika; onderstreept het belang van een nauwere politieke en beleidsdialoog met de partners van de EU in Afrika, ook met behulp van steun voor en dialoog met regionale organisaties en binnen de parlementaire dimensie; benadrukt dat het belangrijk is om in het kader van de VN de dialoog en de samenwerking met de Afrikaanse landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied van de EU te intensiveren om de gedeelde uitdagingen op het gebied van veiligheid en stabiliteit aan te pakken;

(s) de significante vooruitgang te erkennen die de EU en de VN hebben geboekt op het gebied van ondersteuning en capaciteitsopbouw in de Sahel, West-Afrika en de Hoorn van Afrika en op die vooruitgang voort te bouwen; het Parlement looft de rol van en samenwerking tussen de civiele en militaire missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU en de VN-missies, met inbegrip van de geïntegreerde strategie van de VN voor de Sahel en het bijhorende ondersteuningsplan, de Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatiemissie van de VN in Mali (MINUSMA) en het VN-Bureau voor West-Afrika; is ingenomen met de ondertekening van de technische regeling tussen de G5-Sahel, de EU en de VN voor operationele en logistieke ondersteuning van de gemeenschappelijke strijdkrachten in de vijf G5-Sahellanden, waaruit de uitstekende samenwerking tussen de drie organisaties blijkt; is van mening dat de EU zich moet scharen achter het verzoek aan de Veiligheidsraad van de VN om de gemeenschappelijke strijdkrachten van de G5-Sahel onder hoofdstuk VII van het Handvest van de VN te plaatsen, zodat die strijdkrachten duurzaam gefinancierd kunnen worden; wijst erop dat de ontwikkeling, de veiligheid en de stabiliteit van het Afrikaanse continent, met name de Maghreb en de Sahel, rechtstreekse gevolgen hebben voor de EU en haar buitengrenzen; vraagt dat de EU haar samenwerking met de VN en de AU ondersteunt en versterkt met het oog op de bevordering van ontwikkeling, de aanpak van armoede en de opbouw van capaciteit met de lokale partners om extremisme en mensenhandel te bestrijden;

(t) de samenwerking met de landen van Latijns-Amerika (een regio waarmee de EU vele banden heeft en waarmee zij vele waarden deelt), die zwaar getroffen zijn door de COVID-19-pandemie te intensiveren, om de gemeenschappelijke uitdagingen op gecoördineerde wijze in VN-verband het hoofd te bieden;

(u) verder in dialoog te gaan over het vermogen van het VN-systeem om de taken van de VN op het gebied van conflictpreventie en verantwoordelijkheid om te beschermen (R2P) uit te voeren en verder uit te breiden, en hierbij te bekrachtigen dat wij ons gezamenlijk inzetten voor een op regels gebaseerde internationale orde, het internationale recht, met inbegrip van territoriale integriteit, onafhankelijkheid en soevereiniteit, zoals onder meer neergelegd in de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), en te waarborgen dat de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle individuen in het kader van conflictpreventie en bemiddeling centraal staan; het Parlement wijst op het belang van dialoog en samenwerking met de VN inzake het opzetten van doeltreffende en geloofwaardige vredeshandhavingsmissies met duidelijke doelstellingen en met het vermogen om tastbare en geloofwaardige resultaten te behalen; dringt onder meer aan op: i) uitvoering van Resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad en alle daaropvolgende resoluties over vrouwen, vrede en veiligheid, in overeenstemming met de doelstelling van een volwaardige, gelijkwaardige en betekenisvolle participatie van vrouwen in vredes- en veiligheidskwesties en leiderschap van vrouwen in het kader van vredeshandhavingsmissies en binnen VN-structuren op dit gebied, ii) aandacht voor het perspectief van kinderen en jongeren, zoals neergelegd in de agenda voor jongeren, vrede en veiligheid en in het Verdrag inzake de rechten van het kind, onder meer door de internationale inspanningen van de VN om een einde te maken aan het gebruik van kinderen in gewapende conflicten te ondersteunen en versterken, iii) aandacht voor het perspectief van personen met een handicap, met name personen die het slachtoffer zijn van intersectionele discriminatie en personen die gevaar lopen het slachtoffer te worden van discriminatie, overeenkomstig het Verdrag van de VN inzake de rechten van personen met een handicap, en iv) eerbiediging van de mensenrechten en waarborging van de bescherming van burgers, die centraal staan in vredeshandhavingsmandaten; wijst nogmaals op de belangrijke rol die vrouwen spelen in het kader van conflictbemiddeling en vredeshandhavingsmissies; herinnert eraan dat vrouwen binnen VN- en EU-missies op alle niveaus ondervertegenwoordigd zijn en wijst erop dat het zeer belangrijk is dat vrouwen en meisjes in conflict- en postconflictsituaties beschermd worden; dringt er bij de EU-lidstaten op aan om meer Europese strijdkrachten beschikbaar te stellen voor VN-vredeshandhavingsmissies; wijst erop dat het belangrijk is dat de EU steun verleent aan landen die in een herstelfase verkeren na een gewelddadig conflict; dringt daarom aan op versterkte samenwerking bij de aanpak van fragiele overgangssituaties, onder meer in de vorm van een sterkere nationale inbreng en in de vorm van consolidatie van de resultaten die op het gebied van vredesopbouw zijn behaald en intensivering van de contacten met lokale gemeenschappen, waarbij de bescherming van en hulpverlening aan deze gemeenschappen moet worden gewaarborgd; dringt aan op hervorming van de structuren op dit gebied, in die zin dat een einde wordt gemaakt aan de straffeloosheid van VN-personeel dat deelneemt aan militaire operaties en civiele missies en dat functionerende en transparante toezichtsmechanismen en krachtige verantwoordingsmechanismen worden ingevoerd op basis waarvan opgetreden kan worden in gevallen waarin sprake is van misbruik in de vorm van seksueel geweld; spreekt zijn waardering uit voor de werkzaamheden van en de bijdrage aan de strijd tegen straffeloosheid die geleverd wordt door mevrouw Agnès Callamard, de speciale rapporteur van de VN inzake buitengerechtelijke, standrechtelijke en willekeurige executies, die onderzoek doet naar vermoedelijke gevallen van buitengerechtelijke executies terwijl zij zelf wordt geïntimideerd en bedreigd;

(v) een consistente dialoog te blijven nastreven binnen de diverse fora van de VN, met name de Algemene Vergadering van de VN, over de noodzaak om de mensenrechten van LHBTI-personen te beschermen, overeenkomstig de richtsnoeren van de EU voor de bevordering en de bescherming van het genot van alle mensenrechten door LHBTI-personen[5], de richtsnoeren van de EU inzake de doodstraf[6] en de internationaal erkende beginselen van Jogjakarta[7]; VN-organen en VN-lidstaten aan te moedigen om discriminatie op grond van “genderidentiteit en -expressie” en “geslachtskenmerken” aan te merken als schending van de mensenrechten, en aldus transgenders en interseksuelen, die vaak het slachtoffer van deze vormen van discriminatie zijn, hiertegen te beschermen; alle diplomatieke instrumenten waarover hij beschikt aan te wenden om op mondiaal niveau te pleiten voor het uit het strafrecht halen van vrijwillige seksuele betrekkingen tussen personen van hetzelfde geslacht, afschaffing van de doodstraf voor vrijwillige seksuele betrekkingen tussen personen van hetzelfde geslacht, vaststelling van wetgeving die wettelijke erkenning van gender mogelijk maakt en invoering van een mondiaal verbod op genitale verminking en “conversietherapie”;

(w) samenhang te bevorderen in de manier waarop de VN omgaat met situaties waarin grondgebied bezet of geannexeerd is; het Parlement herinnert eraan dat de internationale gemeenschap zich bij haar optreden in dergelijke situaties moet laten leiden door het internationaal humanitair recht, ook in gevallen van langdurige bezetting en ten aanzien van de talloze bevroren conflicten in de landen van het Oostelijk Partnerschap; waardeert dat de VN steeds meer aandacht besteedt aan activiteiten van het bedrijfsleven die verband houden met situaties die de internationale gemeenschap met zorg vervullen en verzoekt de Raad om in de EU gevestigde ondernemingen die in rapporten van de VN genoemd worden of die in databanken van de VN opgenomen zijn, nauwlettend in de gaten te houden;

(x) de capaciteiten van de EU op het gebied van bemiddeling en diplomatie ten behoeve van crisispreventie en -beheer en conflictoplossing, of in ieder geval conflictvermindering, onder meer ter zake van bevroren en nieuwe conflicten, verder te ontwikkelen, in synergie met de inspanningen van de VN, waarbij de Libië-conferentie in Berlijn een goed voorbeeld is van EU-steun voor en synergie met door de VN geleide bemiddelingsinspanningen, en daarbij de volledige en betekenisvolle participatie van vrouwen in het kader van bemiddelingsinspanningen te waarborgen en de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit binnen internationaal erkende grenzen van de door conflicten getroffen partners van de EU, zoals Georgië, Moldavië en Oekraïne, op krachtige wijze te blijven steunen; er bij de VN op aan te dringen de focus te leggen op preventie, bemiddeling, verzoening en het vinden van politieke oplossingen voor conflicten en tegelijkertijd de onderliggende oorzaken en aanjagers van crises aan te pakken; aan te dringen op krachtiger multilaterale inspanningen, gericht op het vinden van duurzame politieke oplossingen voor bestaande conflicten en steun te blijven verlenen aan de werkzaamheden, acties en initiatieven van de speciale gezanten van de VN die ten doel hebben deze conflicten op te lossen; het Parlement is ingenomen met de goede resultaten van de samenwerking tussen de EU en de VN als het gaat om de verwezenlijking van gemeenschappelijke ontwikkelingsdoelstellingen en de preventie van verdere escalatie van lopende conflicten; is in dit verband van mening dat de EU er bij de internationale gemeenschap op moet blijven aandringen onverkort vast te blijven houden aan het beleid om de illegale annexatie van de Krim niet te erkennen;

(y) alle VN-lidstaten dringend te verzoeken alle belangrijke mensenrechtenverdragen van de VN te ratificeren en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, waaronder het VN-verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol daarbij, de facultatieve protocollen bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, en de bij deze instrumenten vastgestelde verslagleggingsverplichtingen en de verplichting om in het kader van de VN-mensenrechtenmechanismen loyaal samen te werken, na te leven;

(z) zich als koploper te blijven inzetten voor mobilisatie van alle mogelijke middelen voor een doeltreffende uitvoering en follow-up van de doelstellingen van de Agenda 2030 in het kader van alle interne en externe beleidsmaatregelen van de EU en in de nationale strategieën en prioriteiten van de lidstaten; het Parlement wijst erop dat er dringend behoefte is aan toereikende steun voor en erkenning van de belangrijke en onontbeerlijke werkzaamheden van humanitaire organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma; is verheugd over het feit dat het Wereldvoedselprogramma in 2020 de Nobelprijs heeft gewonnen voor zijn inspanningen om honger te bestrijden, voor zijn bijdrage aan de totstandbrenging van betere voorwaarden voor vrede in door conflicten getroffen gebieden en voor zijn optreden als drijvende kracht achter inspanningen om het gebruik van honger als wapen in oorlog en conflicten te voorkomen;

(aa) opnieuw zijn bezorgdheid te uiten over de negatieve gevolgen van schepen voor het mariene milieu, in de vorm van onder meer vervuiling, met name ten gevolge van illegale lozingen van olie en andere schadelijke stoffen en het dumpen van gevaarlijk afval, waaronder radioactieve stoffen, kernafval en gevaarlijke chemische stoffen, evenals de gevolgen daarvan voor koraalriffen; het Parlement verzoekt de VN-lidstaten om in het kader van hun nationale strategieën en programma’s voor duurzame ontwikkeling prioriteit te blijven verlenen aan maatregelen ter bestrijding van mariene vervuiling vanaf het vasteland, en vooruitgang te boeken met de tenuitvoerlegging van het wereldwijde actieprogramma voor de bescherming van het mariene milieu tegen activiteiten vanaf het vasteland en de verklaring van Montreal inzake de bescherming van het mariene milieu tegen activiteiten vanaf het vasteland; verzoekt de VN-lidstaten te werken aan verbetering van de wetenschappelijk kennis over en beoordeling van mariene en kustecosystemen om op basis daarvan goede besluiten te kunnen nemen via de acties zoals neergelegd in het uitvoeringsplan van Johannesburg; verzoekt de VN-lidstaten om nationale, regionale en internationale programma’s uit te werken ter bescherming en instandhouding van het mariene milieu en om de achteruitgang van de mariene biodiversiteit, met name in fragiele ecosystemen, een halt toe te roepen;

(ab) zich aan te sluiten bij de oproep van de secretaris-generaal van de VN om te zorgen voor een betaalbaar en toegankelijk vaccin tegen COVID-19 dat als mondiaal publiek goed moet worden beschouwd; uitvoering te geven aan de bepalingen van de recente conclusies van de Raad over de rol van de EU bij het versterken van de Wereldgezondheidsorganisatie, met name de bepalingen inzake de capaciteit en paraatheid om gezondheidscrises aan te pakken; het Parlement is ingenomen met de werkzaamheden van de WHO op het gebied van de coördinatie van de inspanningen van de regeringen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie; dringt aan op een onpartijdig, transparant en onafhankelijk onderzoek naar de verspreiding van het virus en de aanpak van de COVID-19-pandemie, onder meer door de WHO; steunt een hervorming van de Wereldgezondheidsorganisatie om ervoor te zorgen dat deze organisatie in de toekomst efficiënter kan reageren op noodgevallen en een internationaal antivirusconsortium kan oprichten om gelijke toegang tot en een eerlijke verdeling van COVID-19-vaccins en toekomstige vaccins voor alle landen te waarborgen; geeft nogmaals aan voorstander te zijn van toelating van Taiwan tot de Algemene Vergadering van de WHO; veroordeelt het feit dat diverse autoritaire regimes de maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-crisis hebben misbruikt om hun bevoegdheden uit te breiden, de mensenrechten verder te ondermijnen, met harde hand op te treden tegen de oppositie en maatschappelijke organisaties, aan te zetten tot haatcampagnes tegen minderheden, aanvullende maatregelen in te voeren om de rechten en vrijheden van hun burgers in te perken en geopolitieke voordelen in het buitenland na te streven; benadrukt dat de eerbiediging van het internationale recht inzake de mensenrechten en de toezegging om uiterlijk in 2030 de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling te bereiken de hoekstenen van iedere respons op de pandemie moeten blijven vormen; dringt er bij de EU op aan om een bijdrage te leveren in het kader van de op VN-niveau gedane politieke toezegging om ervoor te zorgen dat de aidsepidemie uiterlijk in 2030 is beëindigd, omdat aids overal in de wereld nog steeds een bedreiging voor de volksgezondheid vormt; beveelt de Raad aan te blijven streven naar grotere synergieën onder VN-lidstaten, met als doel wetten, beleidsmaatregelen en praktijken af te schaffen die een belemmering vormen voor de toegang tot dienstverlening in verband met hiv en die het risico op een infectie met hiv vergroten, met speciale aandacht voor gemarginaliseerde of kwetsbare groepen; wijst erop dat het belangrijk is dat de EU pleit voor versterkte wetgevings- en regelgevingskaders, en beleidssamenhang bevordert met het oog op de verwezenlijking van universele gezondheidszorgdekking, onder meer door het vaststellen van wetgeving en het uitvoeren van beleid ter verbetering van de toegang van met name zeer kansarme mensen tot gezondheidszorg, gezondheidsproducten en vaccins;

(ac) kennis te nemen van het verslag van de secretaris-generaal van de VN, getiteld “Shared responsibility, global solidarity: responding to the socioeconomic impacts of COVID-19”, en er in dit kader op aan te dringen dat regeringen waarborgen dat hun respons op de COVID-19-pandemie doeltreffend en inclusief is en volledig in overeenstemming is met de verplichtingen en toezeggingen inzake de bescherming van de mensenrechten; de VN-lidstaten te verzoeken om specifieke maatregelen te nemen ter bescherming van kinderen, omdat de kwetsbaarheid van kinderen door de COVID-19-pandemie kan toenemen; ondersteuning te bieden aan het VN-noodhulpfonds, het Wereldvoedselprogramma, de vluchtelingenorganisatie van de VN en andere instellingen en programma’s van de VN die een sleutelrol spelen in het kader van de humanitaire respons op de COVID-19-crisis; zich te scharen achter de oproep om in 2021 een VN-top over internationale economische wederopbouw en systemische hervormingen na COVID-19 te organiseren als een belangrijk forum voor een inclusievere en op rechten gebaseerde bestuursomgeving;

(ad) te werken aan een grotere zichtbaarheid - op alle multilaterale fora en in de landen zelf - van EU-acties en -noodhulp, met name het programma “Team Europa” in het kader waarvan een bedrag van 36 miljard euro is bijeengebracht voor de aanpak van de verwoestende gevolgen van de COVID-19-pandemie in partnerlanden en partnerregio’s, met name in Afrika;

(ae) een actieve, sterke en ambitieuze leidersrol te vervullen in het kader van de voorbereidingen voor de 26e klimaatconferentie van de VN (COP26) en daarin een mensenrechtenperspectief op te nemen, met name door mondiale erkenning van het recht op een veilig, schoon, gezond en duurzaam milieu te bevorderen en door het mandaat van de speciale rapporteur van de VN voor mensenrechten en milieu te steunen; het Parlement merkt op dat klimaatverandering en biodiversiteitsverlies op dit moment grote uitdagingen vormen; steunt het VN-initiatief voor milieurechten, in het kader waarvan wordt erkend dat inbreuken op milieurechten ernstige gevolgen hebben voor een groot aantal mensenrechten; wijst erop dat biodiversiteit en mensenrechten onderling verbonden en van elkaar afhankelijk zijn; wijst op de verplichting van staten tot eerbiediging van de rechten van de mens, waaruit voortvloeit dat de biodiversiteit moet worden beschermd en dat burgers bij verlies of aantasting van de biodiversiteit toegang moeten hebben tot doeltreffende rechtsmiddelen; het Parlement spoort de EU en de lidstaten in dit kader aan om de erkenning van ecocide als internationaal misdrijf in de zin van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof te bevorderen; stelt zich op het standpunt dat de EU specifieke maatregelen ten uitvoer moet leggen om bij inspanningen die gericht zijn op herstel een centrale plaats toe te kennen aan het bevorderen van veerkracht, en er in samenwerking met de VN voor te zorgen dat rampenrisicovermindering in alle EU-beleidsdomeinen geïntegreerd wordt, overeenkomstig de in het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030 vastgestelde doelstellingen; stelt zich op het standpunt dat de EU een nieuwe impuls moet geven aan het partnerschap met de huidige regering van de VS, door steun te verlenen aan de vorming van een “mondiale coalitie voor een nettonuluitstoot” met de landen die reeds hebben toegezegd eraan te werken uiterlijk in 2050 een nettonuluitstoot van emissies te realiseren, door met andere landen samen te werken aan de ontwikkeling van plannen en technologieën voor koolstofverwijdering en door een nieuwe internationale strategie ter bescherming van de biodiversiteit te bevorderen;

(af) te bekrachtigen dat het recht van inheemse bevolkingsgroepen, met inbegrip van vrouwen en meisjes, op gelijke wettelijke bescherming en op gelijke behandeling in rechte moet worden geëerbiedigd, en dat hun positie moet worden versterkt en dat zij ten volle en doeltreffend moeten kunnen deelnemen aan besluitvormingsprocessen en volledig en op gelijkwaardige en doeltreffende wijze moeten kunnen deelnemen aan het politieke, economische, sociale en culturele leven; zich verheugd te tonen over het werk van de speciale rapporteur van de VN voor de rechten van inheemse volken, het deskundigenmechanisme inzake de rechten van inheemse volkeren en het Permanent Forum van de Verenigde Naties voor vraagstukken betreffende inheemse volkeren; de lidstaten en entiteiten van het VN-systeem aan te zetten tot intensievere internationale samenwerking om de problemen van inheemse volkeren aan te pakken en tot meer technische samenwerking en financiële bijstand in dit verband;

(ag) de samenwerking op het gebied van capaciteit binnen het VN-systeem voort te zetten en uit te breiden, met het oog op de bevordering van doeltreffende en ethische gemeenschappelijke normen voor nieuwe beleidsterreinen, zoals uitsplitsing van gegevens, gegevensbescherming, zorgvuldigheidsvereisten, de bestrijding van straffeloosheid, artificiële intelligentie en cyberspace, waarbij ook in toereikende steun moet worden voorzien voor de landen die hun regelgevingscapaciteit willen uitbreiden en een betere toepassing van de normen nastreven; op te roepen tot meer coördinatie op het gebied van cyberbeveiliging wat betreft regels, normen, gemeenschappelijke standpunten en handhavingsmaatregelen in cyberspace; erop te wijzen dat de hoekstenen van de Europese cyberbeveiliging, zoals de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de richtlijn cyberbeveiliging (NIS-richtlijn), voor landen die dat willen een uitstekende basis kunnen vormen voor het vormgeven van hun regelgevingskaders voor gegevensbescherming en cyberbeveiliging aan de hand van een aanpak op basis van “beveiliging door ontwerp”; erop te wijzen dat beste praktijken op EU-niveau en op EU-niveau geleerde lessen binnen het kader van de VN kunnen worden gedeeld met VN-agentschappen die zich met deze taken bezighouden, en ook gedeeld kunnen worden op verzoek van individuele landen;

(ah) de uitdagingen die gepaard gaan met de voorkoming en bestrijding van illegale geldstromen en met het versterken van de internationale samenwerking en goede praktijken op het gebied van teruggave en ontneming van vermogen aan te pakken, onder meer met behulp van doeltreffender maatregelen ter uitvoering van bestaande verplichtingen uit hoofde van het Verdrag van de VN tegen corruptie en het Verdrag van de VN tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de protocollen daarbij; doeltreffende, inclusieve en duurzame maatregelen te nemen ter preventie en bestrijding van corruptie in het kader van de Agenda 2030; initiatieven te nemen en te ondersteunen om belastingontduiking, het witwassen van geld en corruptie te bestrijden;

(ai) aanvullende schuldverlichtingsmaatregelen te overwegen voor ontwikkelingslanden met een grote schuldenlast om wanbetalingen te voorkomen en ruimte te creëren voor investeringen ter verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, en zo het pleidooi van de secretaris-generaal van de VN voor de totstandbrenging van een mechanisme voor staatsschuldherstructurering als onderdeel van de aanpak op langere termijn van de COVID-19-crisis en de economische gevolgen ervan te ondersteunen;

(aj) migratie en gedwongen ontheemding en de oorzaken daarvan aan te pakken, en samen te werken bij de uitvoering van zowel het mondiaal pact inzake migratie als het mondiaal pact inzake vluchtelingen; herinnert eraan dat mensenrechten binnen het mondiaal pact centraal moeten blijven staan en dat specifieke aandacht moet uitgaan naar migranten in een kwetsbare situatie, zoals kinderen, minderjarigen en vrouwen; te blijven bouwen aan onze gezamenlijke inzet om de humanitaire ruimte te beschermen en het systeem voor humanitaire respons te verbeteren en het belang van de eerbiediging van het recht op asiel, waar dan ook ter wereld, te benadrukken; de werkzaamheden van op dit gebied werkzame VN-organen, zoals het UNHCR en de UNRWA, te steunen en te versterken; opnieuw te bevestigen dat de UNRWA een sleutelrol speelt in het verlenen van humanitaire en ontwikkelingshulp aan Palestijnse vluchtelingen; er bij de VN-lidstaten op aan te dringen de bijdragen aan de UNRWA te handhaven en te verhogen, en steun te verlenen aan het voorstel van de commissaris-generaal van de UNRWA om een conferentie te organiseren die moet leiden tot een voorspelbaarder, duurzamer en controleerbaarder financierings- en uitgavensysteem voor de UNRWA en tot toezeggingen in dit kader door een groot aantal VN-lidstaten en internationale donoren;

(ak) te blijven ijveren voor de vrijheid van godsdienst en overtuiging; aan te dringen op meer inspanningen voor de bescherming van de rechten van religieuze en andere minderheden; aan te dringen op een betere bescherming van religieuze minderheden tegen vervolging en geweld; op te roepen tot de intrekking van wetgeving waarin godslastering en afvalligheid strafbaar worden gesteld en op basis waarvan religieuze minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; steun te verlenen aan de werkzaamheden van de speciale rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;

(al) de geïntegreerde steun voor gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen verder te versterken, in lijn met de verklaring en het actieprogramma van Peking; alle VN-lidstaten te verzoeken steun te blijven verlenen aan en uitvoering te blijven geven aan de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid, waarin aandacht wordt gevraagd voor de onevenredig ernstige gevolgen van conflicten voor vrouwen en meisjes en waarin richtsnoeren worden gegeven voor werkzaamheden en maatregelen ter bevordering van gendergelijkheid en ter versterking van de participatie, bescherming en rechten van vrouwen gedurende de hele conflictcyclus, van conflictpreventie tot de wederopbouw na een conflict; in dit kader bijzondere aandacht te besteden aan de uitbanning van geweld tegen en discriminatie van vrouwen en meisjes, waaronder seksueel en gendergerelateerd geweld, schadelijke praktijken en huiselijk geweld en gewelddaden binnen het gezin, en aan het stimuleren van actieve, betekenisvolle en gelijkwaardige participatie van vrouwen bij alle aspecten van het openbare leven en in het kader van de besluitvorming, en aan de bevordering van vrouwenrechten; via de VN internationale inspanningen te ondersteunen en te versterken die erop gericht zijn genderanalyses te garanderen en aan de genderproblematiek en de mensenrechten een plaats toe te kennen in alle activiteiten van de VN; het Parlement herinnert eraan dat seksueel geweld, zoals verkrachting, gebruikt wordt als oorlogstactiek en aangemerkt moet worden als oorlogsmisdaad, en pleit voor een betere bescherming van vrouwen en meisjes in conflictsituaties, met name een betere bescherming tegen seksueel geweld; stelt zich op het standpunt dat de EU zich moet inzetten voor meer steun, waaronder toereikende financiële steun, voor UN Women, omdat deze organisatie een belangrijke rol speelt binnen het VN-systeem ter bevordering van vrouwenrechten en alle relevante betrokken partijen bijeenbrengt met het oog op het bewerkstelligen van een beleidsverandering en het coördineren van acties;

(am) een ambitieuze en constructieve rol te spelen binnen het mechanisme voor de evaluatie van de tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het bijbehorende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, met het oog op de verdere versterking van de internationale inspanningen ter bestrijding van mensenhandel, met inachtneming van de perspectieven van vrouwen, kinderen en migranten, die een groter risico lopen op uitbuiting;

(an) nauw overleg te plegen met het Parlement over de uitvoering van de conclusies van de Raad, en het Parlement te betrekken bij alle beleidsgebieden waarop parlementaire diplomatie waardevolle synergieën kan opleveren, de capaciteit om helpend op te treden kan vergroten, en de positieve invloed en het leiderschap van de EU als geheel kan versterken;

(ao) aan te dringen op onmiddellijke maatregelen om iets te doen aan de toenemende mensenrechtencrisis in Xinjiang, opdat er ten minste een onderzoek wordt uitgevoerd naar de gemelde etnische en religieuze vervolging in de regio; het Parlement pleit in dit verband voor de totstandbrenging van een onafhankelijk VN-monitoringmechanisme voor de mensenrechten in China, in het kader waarvan een speciale rapporteur van de VN, een groep van deskundigen van de Mensenrechtenraad of een speciale gezant zou kunnen worden aangesteld; steunt de verzoeken om een bijzondere vergadering van de VN-Mensenrechtenraad te houden over de crisis;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, en, ter informatie, aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.5.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

50

4

12

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, Maria Arena, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Anna Bonfrisco, Reinhard Bütikofer, Fabio Massimo Castaldo, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Katalin Cseh, Tanja Fajon, Anna Fotyga, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Márton Gyöngyösi, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Karol Karski, Stelios Kouloglou, Andrius Kubilius, Ilhan Kyuchyuk, David Lega, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Antonio López-Istúriz White, Jaak Madison, Lukas Mandl, Thierry Mariani, David McAllister, Vangelis Meimarakis, Sven Mikser, Javier Nart, Gheorghe-Vlad Nistor, Urmas Paet, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Manu Pineda, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Jérôme Rivière, María Soraya Rodríguez Ramos, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Jacek Saryusz-Wolski, Andreas Schieder, Radosław Sikorski, Jordi Solé, Sergei Stanishev, Tineke Strik, Hermann Tertsch, Harald Vilimsky, Idoia Villanueva Ruiz, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Isabel Wiseler-Lima, Salima Yenbou, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Loucas Fourlas, Assita Kanko, Mick Wallace

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

50

+

NI

Fabio Massimo Castaldo, Márton Gyöngyösi

PPE

Alexander Alexandrov Yordanov, Traian Băsescu, Loucas Fourlas, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Andrius Kubilius, David Lega, Miriam Lexmann, Antonio López-Istúriz White, Lukas Mandl, David McAllister, Vangelis Meimarakis, Francisco José Millán Mon, Gheorghe-Vlad Nistor, Radosław Sikorski, Isabel Wiseler-Lima, Željana Zovko

Renew

Petras Auštrevičius, Katalin Cseh, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, María Soraya Rodríguez Ramos

S&D

Maria Arena, Włodzimierz Cimoszewicz, Tanja Fajon, Raphaël Glucksmann, Sven Mikser, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Isabel Santos, Andreas Schieder, Sergei Stanishev, Nacho Sánchez Amor

Verts/ALE

Alviina Alametsä, Reinhard Bütikofer, Jordi Solé, Tineke Strik, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Salima Yenbou

 

4

-

ECR

Hermann Tertsch

ID

Thierry Mariani, Jérôme Rivière, Harald Vilimsky

 

12

0

ECR

Anna Fotyga, Assita Kanko, Karol Karski, Jacek Saryusz-Wolski, Witold Jan Waszczykowski

ID

Anna Bonfrisco, Susanna Ceccardi, Jaak Madison

The Left

Stelios Kouloglou, Manu Pineda, Idoia Villanueva Ruiz, Mick Wallace

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB C 118 van 8.4.2020, blz. 165.

[2] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0008.

[3] PB C 433 van 23.12.2019, blz. 86.

[4] PB C 86 van 6.3.2018, blz. 33.

[5] https://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_Data/docs/pressdata/EN/foraff/137584.pdf

[6] https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-8416-2013-INIT/nl/pdf

[7] http://yogyakartaprinciples.org/wp-content/uploads/2016/08/principles_en.pdf http://yogyakartaprinciples.org/wp-content/uploads/2017/11/A5_yogyakartaWEB-2.pdf

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2021Juridische mededeling - Privacybeleid