VERSLAG over de ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

27.5.2021 - (2021/2053(INL)2019/0900(APP))

Commissie constitutionele zaken
Rapporteur: Paulo Rangel

Procedure : 2019/0900(APP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A9-0174/2021
Ingediende teksten :
A9-0174/2021
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom

(2021/2053(INL)2019/0900(APP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 228, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien artikel 106 bis, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

 gezien het advies van de Commissie (COM [(2021) XXX]),

 gezien de goedkeuring van de Raad ([XXXX/2021]),

 gezien artikel 46 en artikel 54 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A9-0174/2021),

1. hecht zijn goedkeuring aan de bijgevoegde verordening;

2. verzoekt zijn Voorzitter de verordening overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) te ondertekenen;

3. verzoekt zijn secretaris-generaal zorg te dragen voor publicatie van de verordening in het Publicatieblad van de Europese Unie;

4. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.

 


 

BIJLAGE BIJ DE ONTWERPRESOLUTIE

Ontwerpverordening van het Europees Parlement inzake het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van de Europese Ombudsman (statuut van de Europese Ombudsman) en tot intrekking van Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom (2021/2080(INL)2019/0900(APP))

HET EUROPEES PARLEMENT,

 

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 228, lid 4,

 

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, lid 1,

 

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

 

Gezien de goedkeuring van de Raad van de Europese Unie,

 

Gezien het advies van de Europese Commissie,

 

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure[1],

 

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1) Het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van de Ombudsman moeten worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 20, lid 2, punt d), en artikel 228, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”).

 

(2) Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement[2] is laatstelijk gewijzigd in 2008. Ingevolge de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 moet Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom, worden ingetrokken en vervangen door een verordening vastgesteld op basis van artikel 228, lid 4, VWEU.

 

(3) In artikel 41 van het Handvest wordt het recht op behoorlijk bestuur als een grondrecht van de burgers van de Unie erkend. In artikel 43 van het Handvest wordt het recht erkend om zich in verband met gevallen van wanbeheer in het optreden van de instellingen, organen en instanties of agentschappen van de Unie tot de Europese Ombudsman te wenden. Teneinde ervoor te zorgen dat deze rechten doeltreffend zijn en de Ombudsman beter in staat te stellen grondig en onpartijdig onderzoek te verrichten, waardoor zijn of haar onafhankelijkheid waarvan beide rechten afhangen, wordt ondersteund, moet hij of zij kunnen beschikken over alle instrumenten die nodig zijn om de in de Verdragen en onderhavige verordening bedoelde taken van de Ombudsman met succes te kunnen uitvoeren.

 

(4) Bij de vaststelling van de voorwaarden waaronder een klacht bij de Ombudsman kan worden ingediend, moet het beginsel van volledige, vrije en gemakkelijke toegang worden nageleefd, met inachtneming van de specifieke beperkingen die voortvloeien uit gerechtelijke of administratieve procedures.

 

(5) De Ombudsman moet optreden met inachtneming van de bevoegdheden van de instellingen, organen of instanties van de Unie waarop zijn of haar onderzoek betrekking heeft.

 

(6) Het is noodzakelijk de procedures vast te stellen die moeten worden gevolgd wanneer uit onderzoek van de Ombudsman blijkt dat er sprake is van wanbeheer. De Ombudsman moet aan het einde van iedere jaarlijkse zitting bij het Europees Parlement een omvattend verslag moet indienen. De Ombudsman moet ook het recht hebben om in dat jaarverslag een beoordeling op te nemen van de naleving van gedane aanbevelingen.

 

(7) Ter versterking van de rol van de Ombudsman en ter bevordering van de beste administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie is het wenselijk de Ombudsman, onverminderd zijn of haar primaire taak, die erin bestaat klachten te behandelen, toe te staan op eigen initiatief onderzoek te verrichten wanneer hij of zij daar reden toe ziet, en met name indien er sprake is van herhaaldelijke, stelselmatige of zeer ernstige gevallen van wanbeheer.

 

(8) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad[3], zoals aangevuld door Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad[4], moet van toepassing zijn op verzoeken om toegang door het publiek tot documenten van de Ombudsman, met uitzondering van documenten die verkregen zijn in de loop van een onderzoek; verzoeken betreffende die documenten moeten in dergelijk geval worden behandeld door de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie waarvan die documenten afkomstig zijn.

 

(9) De Ombudsman moet toegang hebben tot alle elementen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn of haar ambt. Daartoe dienen de instellingen, organen en instanties van de Unie de Ombudsman alle informatie te verstrekken waarom hij of zij verzoekt in verband met een onderzoek. Indien de uitoefening van het ambt van de Ombudsman met zich meebrengt dat hem of haar gerubriceerde informatie wordt verstrekt die in het bezit is van de instellingen, organen en instanties van de Unie of van de autoriteiten van de lidstaten, moet de Ombudsman toegang tot die informatie kunnen hebben, mits er voor gezorgd wordt dat de regels voor de bescherming van die informatie nageleefd worden.

 

(10) De Ombudsman en zijn of haar personeel moeten verplicht zijn de informatie waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis hebben genomen, vertrouwelijk te behandelen, onverminderd de verplichting van de Ombudsman om de autoriteiten van de lidstaten in kennis te stellen van feiten die mogelijk verband houden met strafbare feiten en waarvan hij of zij in het kader van een onderzoek kennis heeft genomen. De Ombudsman moet ook de betrokken instellingen, organen of instanties van de Unie op de hoogte kunnen brengen van de feiten die ongeoorloofd gedrag van een van hun personeelsleden aan het licht brengen. De verplichting van de Ombudsman om informatie die hij of zij bij de uitoefening van zijn of haar ambt heeft verkregen, vertrouwelijk te behandelen, mag geen afbreuk doen aan de verplichting van de Ombudsman op grond van artikel 15, lid 1, VWEU, zijn of haar werkzaamheden in een zo groot mogelijke openheid te verrichten. In het bijzonder moet de Ombudsman, om zijn of haar ambt naar behoren te kunnen uitoefenen en zijn of haar bevindingen te kunnen staven, in zijn of haar verslagen kunnen verwijzen naar alle voor het publiek toegankelijke informatie.

 

(11) Waar dat nodig is voor de doeltreffende uitoefening van zijn of haar ambt, moet de Ombudsman de mogelijkheid krijgen samen te werken en informatie uit te wisselen met de autoriteiten van de lidstaten, overeenkomstig het toepasselijke nationale en Unierecht, en met andere instellingen, organen en instanties van de Unie, overeenkomstig het toepasselijke Unierecht.

 

(12) De Ombudsman moet door het Europees Parlement aan het begin en voor de duur van elke zittingsperiode worden benoemd en gekozen uit een lijst van personen die burgers van de Unie zijn en alle vereiste waarborgen van onafhankelijkheid en bekwaamheid bieden. Ook moeten algemene voorwaarden worden vastgesteld, onder meer betreffende de beëindiging van de ambtsvervulling van de Ombudsman, zijn of haar vervanging, onverenigbaarheden, de bezoldiging van de Ombudsman en de voorrechten en immuniteiten van de Ombudsman.

 

(13) Bepaald moet worden dat de zetel van de Ombudsman dezelfde is als die van het Europees Parlement, zoals bepaald in punt a) van Protocol nr. 6 betreffende de plaats van de zetels van de instellingen, van bepaalde instanties, organen, organisaties en diensten van de Europese Unie, dat gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (“Protocol nr. 6”) .

 

(14) De Ombudsman dient binnen de samenstelling van zijn of haar secretariaat te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen, met inachtneming van artikel 1 quinquies, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, die zijn vastgelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad[5] (het “Statuut van de ambtenaren”).

 

(15) Het is aan de Ombudsman om, na raadpleging van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, de uitvoeringsbepalingen voor deze verordening vast te stellen. Indien deze instellingen niet binnen de van tevoren door de Ombudsman gestelde redelijke termijn een advies geven, kan hij of zij de betreffende uitvoeringsbepalingen vaststellen. Teneinde rechtszekerheid en de hoogste normen voor de uitoefening van het ambt van de Ombudsman te waarborgen, moet in deze verordening worden vastgesteld welke minimumvoorschriften in de uitvoeringsbepalingen moeten worden opgenomen,

 

 

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

 

 

Artikel 1

 

Doel en beginselen

 

1. Bij deze verordening worden het statuut van de Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van het ambt van de Ombudsman (“statuut van de Europese Ombudsman”) vastgesteld.

 

2. De Ombudsman handelt geheel onafhankelijk bij de uitoefening van zijn of haar ambt en treedt op zonder dat daarvoor voorafgaande toestemming nodig is.

 

3. De Ombudsman helpt bij het aan het licht brengen van wanbeheer bij de activiteiten van de instellingen, organen en instanties van de Unie, met uitzondering van het Hof van Justitie van de Europese Unie bij de uitoefening van zijn gerechtelijke taak, en houdt naar behoren rekening met artikel 20, lid 2, punt d), en artikel 228 VWEU, alsook met artikel 41 van het Handvest betreffende het recht op behoorlijk bestuur.

 

Over het optreden van enige andere autoriteit of persoon kan bij de Ombudsman geen klacht worden ingediend.

 

4. De Ombudsman doet waar passend aanbevelingen, voorstellen voor oplossingen en suggesties voor verbetering om de zaak aan te pakken.

 

5. Bij de uitoefening van zijn of haar ambt mag de Ombudsman de deugdelijkheid van een rechterlijke uitspraak of de bevoegdheid van een rechtbank om een uitspraak te doen, niet in twijfel trekken.

 

Artikel 2

 

Klachten

 

1. Elke burger van de Unie of elke natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat van de Unie, kan rechtstreeks of via een lid van het Europees Parlement een klacht bij de Ombudsman indienen over een geval van wanbeheer.

 

2. In een klacht wordt het onderwerp van de klacht en de identiteit van de klager duidelijk vermeld. De klager kan verzoeken om vertrouwelijke behandeling van de klacht of delen daarvan.

 

3. Een klacht wordt ingediend binnen twee jaar na de datum waarop de klager in kennis is gesteld van de feiten die aan de klacht ten grondslag liggen. Voorafgaand aan indiening van de klacht onderneemt de klager de passende administratieve stappen bij de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie.

 

4. De Ombudsman verklaart een klacht niet-ontvankelijk indien deze buiten het mandaat van de Ombudsman valt of indien niet is voldaan aan de in de leden 2 en 3 vastgelegde procedurele vereisten. Wanneer een klacht buiten zijn of haar mandaat valt, kan de Ombudsman de klager adviseren zich tot een andere instantie te wenden.

 

5. Indien de Ombudsman tot de bevinding komt dat de klacht duidelijk ongegrond is, sluit hij of zij het dossier en brengt hij of zij de klager daarvan op de hoogte. Indien de klager de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie over de klacht heeft geïnformeerd, stelt de Ombudsman de betrokken autoriteit hiervan eveneens in kennis.

 

6. Klachten die verband houden met de arbeidsverhoudingen tussen de instellingen, organen of instanties van de Unie en hun personeelsleden zijn alleen ontvankelijk indien de betrokkene alle interne administratieve procedures heeft uitgeput, met name de procedures bedoeld in artikel 90 van het Statuut van de ambtenaren, en de bevoegde autoriteit van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie een besluit heeft genomen of de termijnen voor beantwoording zijn verstreken. De Ombudsman heeft ook het recht de door de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie vastgestelde maatregelen te verifiëren om de bescherming van vermeende slachtoffers van intimidatie te waarborgen en te zorgen voor herstel van een gezonde en veilige werkomgeving waarin de waardigheid van de betrokken personen wordt geëerbiedigd terwijl een administratief onderzoek loopt, mits de betrokken personen de interne administratieve procedures met betrekking tot deze maatregelen hebben uitgeput.

 

7. De Ombudsman stelt de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie op de hoogte van een geregistreerde klacht, zodra die klacht ontvankelijk is verklaard en de beslissing is genomen een onderzoek in te stellen.

 

8. Bij de Ombudsman ingediende klachten schorsen de voor een beroep op de rechter of een administratief beroep vastgestelde termijnen niet.

 

9. Wanneer de Ombudsman vanwege een lopende of afgeronde gerechtelijke procedure over de feiten die naar voren zijn gebracht, een klacht niet-ontvankelijk verklaart of besluit te stoppen met de behandeling ervan, worden de resultaten van het onderzoek dat de Ombudsman eventueel reeds heeft verricht, in het dossier opgenomen en wordt het dossier afgesloten.

 

10. De Ombudsman stelt de klager zo spoedig mogelijk in kennis van het gevolg dat aan de klacht is gegeven en tracht zo veel mogelijk met de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie tot een oplossing te komen om een einde te maken aan het geval van wanbeheer. De Ombudsman stelt de klager in kennis van de voorgestelde oplossing en van de eventuele opmerkingen van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie. De klager mag opmerkingen indienen of op ieder moment aanvullende informatie verstrekken die nog niet bekend was op het moment waarop de klacht werd ingediend.

 

Indien er een oplossing is gevonden die door de klager en de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie is aanvaard, kan de Ombudsman het dossier sluiten zonder de in artikel 4 beschreven procedure te volgen.

 

 

Artikel 3

 

Onderzoeken

 

1. In overeenstemming met zijn of haar ambt verricht de Ombudsman de onderzoeken die hij of zij gerechtvaardigd acht, op eigen initiatief of ingevolge een klacht.

 

2. De Ombudsman stelt de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie zonder onnodige vertraging in kennis van dergelijke onderzoeken. Onverminderd artikel 5 kan de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie, op eigen initiatief of op verzoek van de Ombudsman, de Ombudsman nuttige opmerkingen of bewijsstukken voorleggen.

 

3. De Ombudsman kan op eigen initiatief onderzoeken instellen wanneer hij of zij dat gerechtvaardigd acht, met name indien er sprake is van herhaaldelijke, stelselmatige of zeer ernstige gevallen van wanbeheer, teneinde deze aan te pakken als een aangelegenheid van openbaar belang. In het kader van deze onderzoeken kan hij of zij ook voorstellen doen en initiatieven nemen om goede administratieve praktijken binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie te bevorderen.

 

 

Artikel 4

 

Interactie tussen de Ombudsman en de instellingen

 

1. Indien de Ombudsman na een onderzoek gevallen van wanbeheer constateert, stelt hij of zij de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie zonder onnodige vertraging in kennis van de bevindingen van het onderzoek en doet in voorkomend geval aanbevelingen.

 

2. De betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie doet de Ombudsman binnen een termijn van drie maanden een gedetailleerd standpunt toekomen. De Ombudsman kan deze termijn op een met redenen omkleed verzoek van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie met maximaal twee maanden verlengen. Wanneer de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie nalaat om de Ombudsman binnen de aanvankelijke termijn van drie maanden of binnen de verlengde termijn een standpunt te doen toekomen, kan de Ombudsman het onderzoek zonder dat standpunt afsluiten.

 

3. De Ombudsman zendt bij afsluiting van het dossier een verslag aan de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie en, met name wanneer de aard of de omvang van het wanbeheer dat is geconstateerd zulks vereist, aan het Europees Parlement. De Ombudsman kan in het verslag aanbevelingen doen. De klager wordt door de Ombudsman op de hoogte gebracht van het resultaat van het onderzoek, van het standpunt van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie en van de eventuele aanbevelingen die in het verslag zijn gedaan.

 

4. Indien passend kan de Ombudsman in verband met een onderzoek naar de activiteiten van een instelling, orgaan of instantie van de Unie op eigen initiatief of op verzoek van het Europees Parlement worden gehoord door het Europees Parlement, op het daartoe geëigende niveau.

 

5. Aan het einde van elke jaarlijkse zitting legt de Ombudsman het Europees Parlement een verslag voor met het resultaat van de door hem of haar verrichte onderzoeken. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de aanbevelingen, voorgestelde oplossingen en suggesties voor verbetering. Het verslag bevat ook, wanneer zulks relevant is, de resultaten van de onderzoeken van de Ombudsman naar intimidatie, klokkenluiders en belangenconflicten binnen de instellingen, organen of instanties van de Unie.

 

 

Artikel 5

 

Verstrekking van informatie aan de Ombudsman

 

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “verstrekking van informatie” verstaan alle fysieke en elektronische middelen waarmee de Ombudsman en zijn of haar secretariaat toegang wordt verleend tot informatie, met inbegrip van documenten, ongeacht de vorm ervan.

 

2. Onder “gerubriceerde EU-informatie” wordt informatie of materiaal met een bepaalde EU-rubricering verstaan, waarvan openbaarmaking zonder machtiging de belangen van de Unie of van een of meer van haar lidstaten in meerdere of mindere mate kan schaden.

 

3. Onder de in dit artikel voorziene voorwaarden verstrekken de instellingen, organen en instanties van de Unie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de Ombudsman, op zijn/haar verzoek of op eigen initiatief, zonder onnodige vertraging alle informatie waarom hij of zij heeft verzocht ten behoeve van een onderzoek.

 

4. Gerubriceerde EU-informatie wordt aan de Ombudsman verstrekt met inachtneming van de volgende beginselen en voorwaarden:

 

a) de instelling of instantie of het orgaan van de Unie die/dat de gerubriceerde EU-informatie verstrekt, moet de relevante interne procedures hebben afgerond en in het geval dat de oorspronkelijke bron een derde is, heeft deze hiervoor zijn voorafgaande schriftelijke toestemming verleend;

 

b) de noodzaak van kennisneming door de Ombudsman moet zijn vastgesteld;

 

c) het wordt gewaarborgd dat toegang tot informatie met rubricering CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL of hoger alleen wordt verleend aan personen die een veiligheidsmachtiging op het passende niveau hebben ontvangen in overeenstemming met het nationaal recht, na machtiging door de bevoegde veiligheidsautoriteit.

 

5. Bij het verstrekken van gerubriceerde EU-informatie beoordeelt de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie of de Ombudsman daadwerkelijk interne veiligheidsvoorschriften hanteert, alsook fysieke en procedurele maatregelen voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie. De Ombudsman en een instelling, orgaan of instantie van de Unie kunnen hiertoe ook een regeling overeenkomen waarin een algemeen kader voor de verstrekking van gerubriceerde EU-informatie wordt vastgesteld.

 

6. Overeenkomstig de leden 4 en 5 wordt de toegang tot gerubriceerde EU-informatie verleend in de lokalen van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie, tenzij anders overeengekomen met de Ombudsman.

 

7. Onverminderd lid 3 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten weigeren de Ombudsman informatie te verstrekken die onder nationale regels inzake de bescherming van gerubriceerde informatie valt of onder bepalingen die de mededeling daarvan verhinderen. De betrokken lidstaat kan dergelijke informatie niettemin aan de Ombudsman verstrekken onder door haar bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden.

 

8. De instellingen, organen of instanties van de Unie en de autoriteiten van de lidstaten die voornemens zijn gerubriceerde EU-informatie aan de Ombudsman te verstrekken of andere informatie die niet openbaar toegankelijk is, stellen de Ombudsman hiervan van tevoren in kennis.

 

De Ombudsman draagt zorg voor een adequate bescherming van dergelijke informatie en met name maakt deze niet aan de klager bekend of anderszins openbaar zonder de voorafgaande toestemming van de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie, dan wel de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat. Waar het gerubriceerde EU-informatie betreft, wordt de toestemming schriftelijk verleend.

 

9. De instellingen, organen of instanties van de Unie die weigeren toegang te verlenen tot gerubriceerde EU-informatie, verstrekken de Ombudsman een schriftelijke verantwoording waarin ten minste de redenen voor de weigering worden vermeld.

 

10. De Ombudsman blijft slechts in het bezit van de in lid 8 bedoelde informatie, totdat het onderzoek definitief is afgesloten.

 

De Ombudsman kan een instelling, orgaan of instantie, dan wel lidstaat verzoeken dergelijke informatie gedurende een periode van ten minste vijf jaar te bewaren.

 

11. Indien de gevraagde bijstand niet wordt verleend, kan de Ombudsman het Europees Parlement hiervan in kennis stellen, dat hierop gepaste maatregelen neemt.

 

 

Artikel 6

 

Toegang van het publiek tot documenten van de Ombudsman

 

De Ombudsman behandelt verzoeken om toegang van het publiek tot documenten – met uitzondering van documenten die in de loop van een onderzoek zijn verkregen en in het bezit van de Ombudsman zijn voor de duur van dat onderzoek of na afsluiting ervan – overeenkomstig de voorwaarden en beperkingen voorzien in Verordening (EG) nr. 1049/2001, zoals aangevuld door Verordening (EG) nr. 1367/2006.

 

 

Artikel 7

 

Horen van ambtenaren en andere personeelsleden

 

1. Ambtenaren en andere personeelsleden van de instellingen, organen en instanties van de Unie worden op verzoek van de Ombudsman gehoord over feiten die verband houden met een lopend onderzoek van de Ombudsman.

 

2. Die ambtenaren en andere personeelsleden spreken namens hun instelling, orgaan of instantie. Zij blijven gebonden aan de uit hun rechtspositie voortvloeiende verplichtingen.

 

 

Artikel 8

 

Onderzoeken in verband met klokkenluiders

 

1. De Ombudsman kan een onderzoek instellen om gevallen van wanbeheer aan het licht te brengen bij de behandeling van informatie als omschreven in artikel 22 bis van het Statuut van de ambtenaren, die hem of haar door een ambtenaar of ander personeelslid ter kennis is gebracht overeenkomstig de desbetreffende regels van het Statuut van de ambtenaren.

 

2. In dergelijke gevallen geniet de ambtenaar of het andere personeelslid de bescherming die wordt geboden door het Statuut van de ambtenaren tegen nadelige gevolgen van de kant van de instelling of instantie of het orgaan van de Unie vanwege het feit dat hij of zij de informatie heeft meegedeeld.

 

3. De Ombudsman kan ook onderzoeken of er sprake was van enig geval wanbeheer bij de behandeling van een dergelijke zaak door de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie, ook wat betreft de bescherming van de ambtenaar of het andere personeelslid in kwestie. 

 

 

Artikel 9

 

Beroepsgeheim

 

1. De Ombudsman en zijn of haar personeelsleden mogen de gegevens en documenten waarvan zij in het kader van hun onderzoek kennis hebben genomen, niet verspreiden. Onverminderd lid 2 mogen zij met name geen aan de Ombudsman verstrekte gerubriceerde EU-informatie of interne documenten van instellingen, organen of instanties van de Unie of documenten die vallen onder het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens verspreiden. Zij mogen ook geen gegevens bekendmaken die de klager of andere betrokken personen schade zouden kunnen berokkenen.

 

2. Onverminderd de algemene verplichting van alle instellingen, organen en instanties van de Unie tot het verstrekken van informatie aan het OLAF, overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[6], meldt de Ombudsman, indien feiten die tijdens een onderzoek van de Ombudsman aan het licht zijn gekomen, mogelijk een strafbaar feit opleveren of daarmee verband houden, dit aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en, voor zover het onderwerp binnen hun respectieve bevoegdheden valt, aan het Europees Openbaar Ministerie, overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939[7] en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

 

3. In voorkomend geval stelt de Ombudsman, met het akkoord van OLAF of het Europees Openbaar Ministerie, ook de instelling, het orgaan of de instantie van de Unie waartoe de betrokken ambtenaar of het betrokken personeelslid behoort, hiervan in kennis; de desbetreffende instelling of instantie of het desbetreffende orgaan kan vervolgens de gepaste procedures inleiden.

 

 

 

Artikel 10

 

Samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten en de instellingen, organen en instanties van de Unie

 

 

1. Waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn of haar ambt, kan de Ombudsman samenwerken met de autoriteiten van de lidstaten, in overeenstemming met het toepasselijke nationaal en Unierecht.

 

2. Binnen het kader van zijn of haar ambt kan de Ombudsman ook samenwerken met andere instellingen, organen en instanties van de Unie, in het bijzonder met die welke belast zijn met de bevordering en bescherming van grondrechten. De Ombudsman vermijdt overlappingen met of de dubbele uitvoering van de activiteiten van die instellingen, organen of instanties van de Unie.

 

3. Elke mededeling aan de autoriteiten van de lidstaten ten behoeve van de toepassing van deze verordening verloopt via hun permanente vertegenwoordigingen bij de Unie, tenzij de betreffende permanente vertegenwoordiging ermee akkoord gaat dat het secretariaat van de Ombudsman zich rechtstreeks in contact stelt met de autoriteiten van de betrokken lidstaat.

 

 

Artikel 11

 

Benoeming van de Ombudsman

 

1. De Ombudsman wordt gekozen, en is herbenoembaar, overeenkomstig artikel 228, lid 2, VWEU, uit kandidaten die op grond van een transparante procedure worden geselecteerd.

 

2. Na bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt de Ombudsman gekozen uit personen die:

 

 burgers van de Unie zijn,

 

 in het bezit zijn van alle politieke en burgerrechten,

 

 alle waarborgen van onafhankelijkheid bieden,

 

 in hun land voldoen aan alle voorwaarden voor de uitoefening van de hoogste rechterlijke functies, of de erkende competentie en kwalificaties bezitten om het ambt van de Ombudsman uit te oefenen, en

 

 gedurende de twee jaar voorafgaand aan de bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling geen lid zijn geweest van nationale regeringen, het Europees Parlement, de Europese Raad of de Europese Commissie.

 

 

Artikel 12

 

Beëindiging van de ambtsvervulling van de Ombudsman

 

1. De ambtsvervulling van de Ombudsman eindigt bij het verstrijken van zijn of haar ambtstermijn of bij vrijwillig ontslag of ontheffing uit het ambt.

 

2. Behalve bij ontheffing uit het ambt blijft de Ombudsman in functie tot er een nieuwe Ombudsman is gekozen.

 

3. Wanneer de ambtsvervulling voortijdig eindigt, wordt binnen drie maanden na het vacant komen van de post een nieuwe Ombudsman benoemd voor de resterende duur van de zittingsperiode van het Europees Parlement. Totdat een nieuwe Ombudsman is gekozen, is de in artikel 16, lid 2, bedoelde hoofdfunctionaris verantwoordelijk voor dringende aangelegenheden die onder de taken van de Ombudsman vallen.

 

 

Artikel 13

 

Ontheffing uit het ambt

 

Wanneer het Europees Parlement voornemens is om overeenkomstig artikel 228, lid 2, VWEU te verzoeken om ambtsontheffing van de Ombudsman, hoort het de Ombudsman alvorens een dergelijk verzoek te doen.

 

 

Artikel 14

 

Uitoefening van de taken van de Ombudsman

 

1. Bij de uitoefening van zijn of haar taken handelt de Ombudsman in overeenstemming met artikel 228, lid 3, VWEU. De Ombudsman onthoudt zich van elke handeling die onverenigbaar is met aard van deze taken.

 

2. Bij zijn of haar ambtsaanvaarding verbindt de Ombudsman zich er ten overstaan van het Hof van Justitie plechtig toe dat hij of zij de in de Verdragen en in deze verordening bedoelde taken geheel onafhankelijk en onpartijdig zal uitoefenen en tijdens zijn of haar hele ambtstermijn en na beëindiging ervan de ontstane verplichtingen ten volle zal naleven. Deze plechtige belofte omvat met name de verplichting om integer en discreet te handelen bij het aanvaarden van bepaalde benoemingen of voordelen na afloop van de ambtstermijn.

 

3. Gedurende zijn of haar ambtstermijn mag de Ombudsman geen andere politieke, administratieve of beroepswerkzaamheden, al dan niet tegen beloning, verrichten.

 

 

Artikel 15

 

Bezoldiging, voorrechten en immuniteiten

 

1. De Ombudsman wordt wat zijn bezoldiging, vergoedingen en pensioen betreft, gelijkgesteld aan een rechter bij het Hof van Justitie.

 

2. De artikelen 11 tot en met 14 en artikel 17 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, zijn van toepassing op de Ombudsman en de ambtenaren en andere personeelsleden van het secretariaat van de Ombudsman.

 

 

Artikel 16

 

Secretariaat van de Ombudsman

 

1. De Ombudsman krijgt de beschikking over een passende begroting die toereikend is om de onafhankelijkheid van de Ombudsman te waarborgen en zijn of haar ambt te kunnen uitvoeren.

 

2. De Ombudsman wordt terzijde gestaan door een secretariaat. Hij of zij benoemt de hoofdfunctionaris van het secretariaat.

 

3. De ambtenaren en andere personeelsleden van het secretariaat van de Ombudsman zijn onderworpen aan het Statuut van de ambtenaren. Het aantal personeelsleden van het secretariaat wordt jaarlijks vastgesteld als onderdeel van de begrotingsprocedure.

 

4. Wanneer er ambtenaren van de Unie bij het secretariaat van de Ombudsman worden gedetacheerd, wordt deze detachering aangemerkt als een detachering in het belang van de dienst overeenkomstig artikel 37, lid 1, punt a), en artikel 38 van het Statuut van de ambtenaren.

 

 

Artikel 17

 

Zetel van de Ombudsman

 

De zetel van de Ombudsman is dezelfde als die van het Europees Parlement, zoals bepaald in punt a) van Protocol nr. 6.

 

 

Artikel 18

 

Uitvoeringsbepalingen

 

De Ombudsman stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze verordening vast, na raadpleging van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie. Deze moeten in overeenstemming zijn met deze verordening en ten minste bepalingen bevatten inzake:

 

a) procedurele rechten van de klager en de betrokken instelling of instantie of het betrokken orgaan van de Unie;

 

b) de ontvangst, behandeling en afsluiting van klachten;

 

c) onderzoeken op eigen initiatief; en

 

d) vervolgonderzoeken.

 

 

Artikel 19

 

Slotbepalingen

 

1. Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom wordt ingetrokken.

 

2. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag van de maand na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

3. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

 


 

TOELICHTING

I. Ratio essendi

 

De eerste Europese Ombudsman trad in 1995 in functie, nadat dit orgaan in 1992 bij het Verdrag van Maastricht was opgericht. Na meer dan twintig jaar van activiteit heeft de Ombudsman een reputatie en werkmethoden opgebouwd die hebben bijgedragen aan het groeiende prestige en aan de morele en sociale erkenning van de rol van dit orgaan.

 

Het statuut is de afgelopen tien jaar niet geactualiseerd. In feite dateert het nu in te trekken besluit van vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Het is dus uiterst belangrijk om de bepalingen ervan aan te passen aan de toepasselijke Verdragen en tegelijk te waarborgen dat dit orgaan een specifieke en beslissende rol blijft spelen in het constitutionele kader van de Europese Unie.

 

II. Wijzigingen en aanpassingen waarin het nieuwe statuut voorziet

 

Voor de inhoudelijke wijzigingen die de rapporteur in gedachten had toen hij deze procedure inleidde, zie de toelichting in verslag T8-0080/2019.

 

III. Een unieke bijzondere wetgevingsprocedure

 

De wetgevingsprocedure voor de vaststelling van het statuut van de Europese Ombudsman is van bijzondere constitutionele en institutionele aard. Enerzijds beschikt het Parlement over een authentiek initiatiefrecht, het zogenaamde rechtstreekse initiatiefrecht. Anderzijds is goedkeuring door de Raad vereist en moet de Commissie advies uitbrengen.

 

Het feit dat de Verdragen in een dergelijke wetgevingsprocedure – een procedure van groot constitutioneel gewicht – voorzien, vloeit voort uit de eveneens bijzondere band tussen het Parlement en de Europese Ombudsman. Het Parlement kiest de Ombudsman, verleent bijstand en is de voornaamste ontvanger van zijn/haar verslagen, aangezien het Parlement de uiteindelijke vertegenwoordiger is van de burgers die de Ombudsman moet verdedigen tegen de grillen van het Europese openbaar bestuur.

 

De rapporteur, daarbij gesteund door de schaduwrapporteurs, was van mening dat de standpunten van de Raad over de wetgevingsopties van het Parlement in dit verband op zodanige wijze moeten worden gehoord dat een legitieme weigering van goedkeuring of een eenvoudige “pocket veto” wordt voorkomen. Meer nog, de Commissie zou ook eraan moeten deelnemen, zodat zij in een betere positie verkeert om haar advies uit te brengen en zij een rol van “eerlijke bemiddelaar” kan spelen, waarbij zij zelfs kan helpen compromissen te vinden.

 

Om deze reden werd besloten hierover informeel overleg te voeren met beide instellingen. Dit overleg is vruchtbaar gebleken, zonder dat dit afbreuk heeft gedaan aan het rechtstreekse initiatiefrecht en de wetgevingsbevoegdheid van het Europees Parlement. Het heeft de Raad de mogelijkheid geboden te anticiperen op de voornaamste wetgevingsopties van het Parlement en waar nodig invloed uit te oefenen op onze besluiten.

 

De instelling van deze procedure van informeel overleg is geen kwestie van pragmatisme. Integendeel, zij vloeit voort uit onze opvattingen van de aard en de constitutionele rol van de goedkeuringsbevoegdheid van de Raad. De goedkeuring van de Raad betekent immers meer dan een eenvoudige machtiging of ondertekening. Net zoals de oorspronkelijke koninklijke goedkeuring in het Verenigd Koninkrijk maakt ook de goedkeuring van de Raad deel uit van de wetgevende functie. Met andere woorden, de goedkeuring door de Raad betekent ook instemming met de inhoud van de verordening, een instemming met de inhoud van het wetgevingsbesluit van het Europees Parlement.

 

Vanuit dit perspectief is het voorafgaande informele overleg zeer wenselijk en zelfs noodzakelijk. Als de Raad door zijn goedkeuring in wezen instemt met de wetgevingsopties van het Parlement, dan is het niet meer dan logisch dat het Parlement de Raad hoort voordat het definitieve besluiten neemt.

 

Deze modus operandi vormt een praktisch precedent voor andere gebieden waar het Parlement rechtstreeks initiatiefrecht heeft en de instemming van de Raad vereist is. Hij vormt onzes inziens echter ook de meest passende interpretatie van de bedoeling van de Verdragen toen deze bijzondere wetgevingsprocedure werd opgezet.

 

IV.  Resultaat

 

Dit verslag beoogt de standpunten van het Parlement na informeel overleg met de Raad en de Commissie weer te geven.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.5.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gerolf Annemans, Gabriele Bischoff, Damian Boeselager, Fabio Massimo Castaldo, Włodzimierz Cimoszewicz, Gwendoline Delbos-Corfield, Pascal Durand, Daniel Freund, Charles Goerens, Sandro Gozi, Laura Huhtasaari, Giuliano Pisapia, Paulo Rangel, Antonio Maria Rinaldi, Domènec Ruiz Devesa, Jacek Saryusz-Wolski, Helmut Scholz, Pedro Silva Pereira, Sven Simon, Antonio Tajani, Mihai Tudose, Loránt Vincze, Rainer Wieland

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jorge Buxadé Villalba, Othmar Karas, Maite Pagazaurtundúa

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

24

+

ID

Gerolf Annemans, Laura Huhtasaari, Antonio Maria Rinaldi

NI

Fabio Massimo Castaldo

PPE

Othmar Karas, Paulo Rangel, Sven Simon, Antonio Tajani, Loránt Vincze, Rainer Wieland

Renew

Pascal Durand, Charles Goerens, Sandro Gozi, Maite Pagazaurtundúa

S&D

Gabriele Bischoff, Włodzimierz Cimoszewicz, Giuliano Pisapia, Domènec Ruiz Devesa, Pedro Silva Pereira, Mihai Tudose

The Left

Helmut Scholz

Verts/ALE

Damian Boeselager, Gwendoline Delbos Corfield, Daniel Freund

 

0

-

 

 

 

2

0

ECR

Jorge Buxadé Villalba, Jacek Saryusz-Wolski

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid