VERSLAG over de Commissieverslagen van 2019-2020 over Bosnië en Herzegovina
1.6.2021 - (2019/2171(INI))
Commissie buitenlandse zaken
Rapporteur: Paulo Rangel
ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over de Commissieverslagen van 2019-2020 over Bosnië en Herzegovina
Het Europees Parlement,
– gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina (BiH), anderzijds, alsmede het Protocol tot aanpassing daarvan om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie,
– gezien de eerste bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU-BiH die op 5 en 6 november 2015 werd gehouden, de derde bijeenkomst van de Stabilisatie- en Associatieraad EU-BiH die op 13 juli 2018 plaatsvond en de vierde bijeenkomst van het Stabilisatie- en Associatiecomité EU-BiH die op 7 november 2019 werd gehouden,
– gezien het verzoek van BiH om toetreding tot de Europese Unie van 15 februari 2016,
– gezien de regionale samenwerkingsinitiatieven in Zuidoost-Europa en de pan-Europese initiatieven, zoals het samenwerkingsproces voor Zuidoost-Europa, het Brdo-Brijuni-proces, het Midden-Europees initiatief, het Adriatisch-Ionisch initiatief, het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, Erasmus+, de EU-strategieën voor de Donau-regio en voor de Adriatisch-Ionische regio, het regionaal initiatief voor migratie, asiel en vluchtelingen (Marri), de Regionale Commissie voor de vaststelling van feiten over alle slachtoffers van oorlogsmisdaden en andere schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië (Recom), het regionaal netwerk voor toetreding (RENA), de regionale hogeschool voor bestuurskunde (ReSPA), het regionaal bureau voor jongerensamenwerking (RYCO), het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap, het fonds voor de Westelijke Balkan en de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (Cefta),
– gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020 getiteld “Bevordering van het toetredingsproces – Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057),
– gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 getiteld “Mededeling over het EU-uitbreidingsbeleid 2019” (COM(2019)0260), vergezeld van de mededeling van de Commissie getiteld “Advies van de Commissie betreffende het verzoek van Bosnië en Herzegovina om toetreding tot de Europese Unie” (COM(2019)0261) en het analytische verslag (SWD(2019)0222),
– gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Mededeling over het EU-uitbreidingsbeleid 2020” (COM(2020)0660), vergezeld van het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Bosnia and Herzegovina 2020 Report” (SWD(2020)0350),
– gezien het Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, aangenomen door de Algemene Conferentie van de Unesco tijdens haar 33e zitting op 20 oktober 2005,
– gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over het burgerinitiatief “Minority SafePack – one million signatures for diversity in Europe”[1],
– gezien het op 25 februari 1991 aangenomen Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband,
– gezien de conclusies van de Raad van 25 januari 2021 over “Klimaat- en energiediplomatie – Verwezenlijking van de externe dimensie van de Europese Green Deal” en van 20 januari 2020 over klimaatdiplomatie, en gezien de conclusies van de Europese Raad van 10 en 11 december 2020 over het klimaat,
– gezien het werkdocument van de Europese Dienst voor extern optreden van 6 november 2020 getiteld “Climate Change and Defence Roadmap”,
– gezien de conclusies van de Raad van 5 juni 2020 over intensievere samenwerking met de partners van de Westelijke Balkan op het gebied van migratie en veiligheid,
– gezien de conclusies van de Raad van 14 oktober 2019 en 12 oktober 2020 over BiH en operatie EUFOR Althea,
– gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),
– gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart, en de top EU-Westelijke Balkan van 10 november 2020 in Sofia,
– gezien de gezamenlijke verklaring van de voorzitter van het Europees Parlement en de voorzitters van de parlementen van de landen van de Westelijke Balkan van 28 januari 2020,
– gezien de verklaring van Zagreb, die werd aangenomen tijdens de topbijeenkomst EU-Westelijke Balkan in Zagreb op 6 mei 2020,
– gezien zijn aanbeveling van 19 juni 2020 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de Westelijke Balkan, naar aanleiding van de top van 2020[2],
– gezien de tijdens de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 aangenomen verklaring van Sofia en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,
– gezien het deskundigenverslag over problemen met de rechtsstaat in BiH van 5 december 2019,
– gezien het advies over de constitutionele situatie in Bosnië en Herzegovina en de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger dat tijdens de 62e zitting (Venetië, 11‑12 maart 2005) werd aangenomen door de Commissie van Venetië, en de daaropvolgende aanbevelingen van de Commissie van Venetië over constitutionele aangelegenheden in BiH,
– gezien het Europees Handvest inzake lokale autonomie,
– gezien het eindverslag van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) van 25 januari 2019 over de parlementsverkiezingen van 7 oktober 2018 in BiH,
– gezien de verklaring van de partners van de Westelijke Balkan van 5 juli 2009 over de integratie van Roma in het EU-uitbreidingsproces, ook bekend als de verklaring van Poznan, en de mededeling van de Commissie getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma” (SWD(2020)0530),
– gezien de OVSE-publicatie van 26 oktober 2020 getiteld “Two Schools under One Roof: The Most Visible Example of Discrimination in Education in Bosnia and Herzegovina”,
– gezien de resolutie over de uitvoering van het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden door Bosnië en Herzegovina, die op 12 juni 2019 werd aangenomen door het Comité van Ministers van de Raad van Europa,
– gezien het document over gezamenlijke sociaal-economische hervormingen voor de periode 2019-2022, dat op 10 oktober 2019 is goedgekeurd door de regeringen van de entiteiten, en het document van de ministerraad van 30 januari 2020 over sociaal-economische hervormingen in BiH voor de periode 2020-2022,
– gezien het 58e rapport en eerdere rapporten aan de VN-Veiligheidsraad van de hoge vertegenwoordiger voor de uitvoering van het vredesakkoord betreffende Bosnië en Herzegovina,
– gezien resolutie 2549 (2020) van de VN-Veiligheidsraad van 5 november 2020 over de verlenging van het mandaat van operatie Althea,
– gezien zijn resoluties van 9 juli 2015 over de herdenking van Srebrenica[3], van 15 januari 2009 over Srebrenica[4] en van 7 juli 2005 over de toekomst van de Balkan tien jaar na Srebrenica[5],
– gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[6],
– gezien zijn resolutie van 19 september 2019 over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa[7],
– gezien de resolutie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 12 november 2020 tot vaststelling van een uitgebreide deelovereenkomst over het Waarnemingscentrum voor geschiedenisonderwijs in Europa,
– gezien de conclusies van de Raad over de prioriteiten van de EU voor samenwerking met de Raad van Europa in de periode 2020-2022,
– gezien zijn resolutie van 17 december 2015 over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten[8],
– gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over minimumnormen voor minderheden in de EU[9],
– gezien zijn resolutie van 11 september 2013 over Europese talen die met uitsterven worden bedreigd en taalkundige verscheidenheid in de Europese Unie[10],
– gezien de gezamenlijke verklaring van hoge vertegenwoordiger Josep Borrell en commissaris Oliver Várhelyi van 21 december 2020 over het houden van gemeenteraadsverkiezingen in Mostar,
– gezien het besluit van de VN-Veiligheidsraad tot instelling van het mechanisme voor de uitoefening van de residuele functies van de internationale straftribunalen (“ het mechanisme”), dat een aantal essentiële taken vervult die voorheen werden uitgevoerd door het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY), en zijn verslagen, resultaten en aanbevelingen,
– gezien het verslag van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië van 1 juli 2017,
– gezien het voortgangsverslag van de aanklager van het mechanisme voor de uitoefening van de residuele functies van de internationale straftribunalen van 19 mei 2020,
– gezien zijn eerdere resoluties over het land,
– gezien artikel 54 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0185/2021),
A. overwegende dat het stabilisatie- en associatieproces en het verzoek van BiH om toetreding tot de EU de strategische keuze van het land op weg naar Europese integratie vormen, en moeten worden omgezet in tastbare resultaten ter plekke en grotere inspanningen om over te gaan naar de tweede fase van de SAO;
B. overwegende dat het Parlement een groot voorstander is van de Europese integratie van BiH;
C. overwegende dat de vooruitgang van BiH op het gebied van Europese en Euro-Atlantische integratie bijdraagt tot de veiligheid, stabiliteit en economische welvaart van het land;
D. overwegende dat de doorvoering van betekenisvolle hervormingen waarmee het leven van de mensen in BiH wordt verbeterd en de toetreding tot de EU wordt vergemakkelijkt, de inzet van alle politieke leiders, autoriteiten, instellingen en ambtsdragers van BiH vergt;
E. overwegende dat een duidelijke binnenlandse verdeling van de bevoegdheden en nauwere en constructieve samenwerking in goed vertrouwen tussen de verschillende bestuursniveaus van essentieel belang is;
F. overwegende dat de voortgang van BiH op weg naar toetreding tot de EU afhangt van de uitvoering door BiH van de 14 essentiële prioriteiten in het advies van de Commissie over het verzoek van BiH om toetreding tot de EU;
G. overwegende dat het land nog steeds te kampen heeft met talrijke uitdagingen met betrekking tot de rechtsstaat, democratische instellingen, mensenrechten en fundamentele vrijheden, bestuur, verantwoordingsplicht, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, vrijheid van meningsuiting, mediavrijheid en een functionerende markteconomie, en dat de geloofwaardigheid van het uitbreidingsproces stoelt op eenduidige resultaten op deze belangrijke gebieden;
H. overwegende dat het eerste pride-event in het land op 9 september 2019 heeft plaatsgevonden in de hoofdstad Sarajevo;
I. overwegende dat cultuur en cultureel erfgoed helpen om de identiteit van mensen te versterken en om de sociale samenhang, de stabiliteit en het begrip in de samenleving te bevorderen; overwegende dat cultureel erfgoed een op zichzelf staande waarde is;
J. overwegende dat de hardnekkige problemen in het verzoeningsproces krachtiger moeten worden aangepakt;
K. overwegende dat BiH een transitroute voor migranten is en dat de opvangcapaciteit ontoereikend blijft om, in het licht van een moeilijke sociaal-economische situatie en ondanks aanzienlijke financiële steun van de EU, een ernstige humanitaire situatie adequaat aan te pakken met volledige eerbiediging van de mensenrechtennormen en de grondrechten van mensen die internationale bescherming nodig hebben, voor geïntegreerd grensbeheer te zorgen en irreguliere migratiestromen te beheersen;
L. overwegende dat de EU de grootste handelspartner en verreweg de belangrijkste verlener van financiële bijstand van BiH is, en dat die bijstand een enorm verschil maakt in het land;
M. overwegende dat de sociale en economische situatie van BiH door de COVID-19-pandemie verslechterd is; overwegende dat de EU 80,5 miljoen EUR heeft uitgetrokken om BiH te helpen COVID-19 en het herstel na de pandemie aan te pakken, alsook 250 miljoen EUR aan macrofinanciële bijstand; overwegende dat het economische en investeringsplan van de EU voor de Westelijke Balkan een belangrijke basis zal vormen om het land te helpen om op lange termijn te herstellen van de gevolgen van de pandemie;
1. herhaalt zijn krachtige steun voor de Europese integratie van BiH en verzoekt de Europese Raad het Europese perspectief van het land te blijven ondersteunen, onder meer door een positief politiek signaal af te geven door het land de status van kandidaat-lidstaat te verlenen;
2. is ingenomen met het streven van BiH om voort te gaan op de weg naar de EU, en vestigt de aandacht op de krachtige steun voor Europese integratie onder de bevolking;
3. herinnert eraan dat het Parlement een groot voorstander is van een op verdiensten gebaseerde benadering, waarbij de vervulling van de vastgestelde criteria wordt gekoppeld aan consistente en geloofwaardige voorwaarden;
4. is ingenomen met de stappen die BiH heeft gezet om een aantal belangrijke aspecten van het advies van de Commissie aan te pakken en met de verdere uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, waaronder de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot het gemengd parlementair comité en de goedkeuring van wetswijzigingen die de weg vrijmaakten voor het houden van de gemeenteraadsverkiezingen in Mostar in december 2020;
5. wijst erop dat het pad op weg naar de EU afhangt van duurzame vrede, langdurige stabiliteit, sociale cohesie en daadwerkelijke verzoening die garant staan voor de democratische en multiculturele aard van BiH; dringt er bij het land op aan om in het kader van de herziene nationale strategie voor de vervolging van oorlogsmisdaden snel werk te maken van de effectieve vervolging van oorlogsmisdaden, en vraagt om een onpartijdig en effectief onderzoek naar deze misdaden; veroordeelt elke vorm van historisch revisionisme, niet-uitvoering van de arresten van het ICTY en het Internationaal Gerechtshof (ICJ), anticonstitutionele, separatistische, nationalistische en opruiende retoriek en daarmee samenhangende daden, en de ontkenning of verheerlijking van oorlogsmisdaden die tijdens de oorlog van de jaren negentig zijn begaan, met inbegrip van de genocide in Srebrenica; dringt erop aan eindelijk actie te ondernemen met betrekking tot de kwestie van de tienduizenden vrouwen die tijdens de oorlogen van de jaren negentig zijn verkracht of anderszins seksueel zijn misbruikt;
6. bevestigt nogmaals zijn steun voor de soevereiniteit, territoriale integriteit en onafhankelijkheid van BiH; veroordeelt verklaringen en voorstellen die tot doel hebben het staatsbestel en de grondwettelijke waarden van BiH te ondermijnen, en herhaalt dat alle autoriteiten, instellingen, ambtsdragers en politieke leiders van BiH de grondwet in overeenstemming moeten brengen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens;
Verzoening
7. is verheugd over de inspanningen van lokale en internationale organisaties, waaronder de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP), om opheldering te brengen over de meer dan 30 000 personen die tijdens de conflicten van de jaren negentig op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië vermist zijn geraakt en over de meer dan 8 000 slachtoffers van de genocide in Srebrenica; herinnert eraan dat meer dan 7 200 mensen nog steeds vermist zijn, en dringt er bij de regionale en nationale autoriteiten en de internationale belanghebbenden op aan de samenwerking en de uitwisseling van gegevens over kwesties in verband met vermisten te intensiveren, burgerslachtoffers van oorlogshandelingen, met inbegrip van overlevenden van seksueel geweld, schadeloos te stellen en te zorgen voor de veilige en duurzame terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden door middel van toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming; erkent dat er enige vooruitgang, zij het onvoldoende, is geboekt bij de tenuitvoerlegging van bijlage 7 bij het vredesakkoord van Dayton over vluchtelingen en ontheemden; vraagt nogmaals dat er een eind wordt gemaakt aan alle vormen van discriminatie van terugkeerders; vraagt dat er een wet wordt aangenomen die de ontkenning van genocide, de Holocaust, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden verbiedt;
8. vraagt alle autoriteiten in de regio de Regionale Commissie voor de vaststelling van feiten over alle slachtoffers van oorlogsmisdaden en andere schendingen van de mensenrechten die tussen 1 januari 1991 en 31 december 2001 zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië (Recom) op te richten en daarmee voort te bouwen op het belangrijke werk dat door de Coalitie van Recom is verzet;
9. benadrukt hoe belangrijk het werk van het regionaal bureau voor jongerensamenwerking (RYCO) is, dat een sfeer van verzoening en samenwerking bevordert onder jongeren in de regio door middel van uitwisselingsprogramma’s voor jongeren, en is ingenomen met de actieve deelname van BiH;
10. herhaalt dat de werkzaamheden in het kader van het verzoeningsproces gericht moeten zijn op de jongeren van het land en op jonge leeftijd moeten beginnen, door verzoening in het onderwijsproces te integreren, en dringt er daarom bij de autoriteiten op alle niveaus op aan te zorgen voor inclusief en niet-discriminerend onderwijs voor alle kinderen, ongeacht hun etnische, culturele of persoonlijke achtergrond, overeenkomstig de resolutie van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 2019 over de tenuitvoerlegging van het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden door BiH; onderstreept dat gebruik kan worden gemaakt van best practices op het gebied van integratie en inclusie die in de multi-etnische en multiculturele lidstaten worden toegepast;
11. benadrukt dat dringend een einde moet worden gemaakt aan de segregatie in het onderwijs, die met name tot uiting komt in de aanhoudende discriminerende praktijk van “twee scholen onder één dak”, die etnische verdeeldheid institutionaliseert, stereotypen en vooroordelen bestendigt en wantrouwen in de hand werkt door contact tussen leerlingen met verschillende achtergronden te verhinderen; onderstreept dat deze praktijk niet alleen volledig in strijd is met het begrip verzoening zelf, maar op lange termijn ook een bedreiging vormt voor de stabiliteit en welvaart van het land;
12. onderstreept dat verschillen in geschiedenisonderwijs en leerboeken een aanzienlijke bedreiging vormen voor een gedeeld gevoel van burgerschap en sociale cohesie, en pleit voor een betekenisvolle harmonisatie van de drie bestaande leerplannen door het mainstreamen van vaardigheden op het gebied van kritisch denken en het elimineren van contrafeitelijke inhoud die verdeeldheid in de hand werkt;
13. verzoekt de Commissie een programma op te zetten om duurzame hervormingen in het onderwijsstelsel van BiH te ondersteunen; benadrukt dat kwaliteitsonderwijs jongeren een visie en een perspectief op een positieve toekomst biedt, en zo bijdraagt tot het tegengaan van braindrain en jeugdwerkloosheid; roept op tot meer betrokkenheid bij en bevordering van Europese onderwijs-, cultuur- en onderzoeksprogramma’s zoals Horizon Europa, Creatief Europa en Erasmus+;
14. verzoekt de besluitvormers de deelname van BiH aan het volgende PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) van de OESO mogelijk te maken en uitvoering te geven aan de voorstellen die voortvloeien uit de resultaten van het PISA-onderzoek van 2018;
15. vraagt BiH de ongelijke toegang tot afstandsonderwijs, die ertoe leidt dat vele kinderen gedurende de pandemie geen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs, te verhelpen;
Functioneren van de democratische instellingen
16. dringt er bij alle autoriteiten, instellingen, ambtsdragers en politieke leiders van BiH op aan de werkzaamheden en de samenwerking aanzienlijk te bespoedigen teneinde volledig te voldoen aan de 14 essentiële prioriteiten in het advies van de Commissie over het verzoek van BiH om toetreding tot de EU; verzoekt de autoriteiten politieke wil te mobiliseren om de nauwere samenwerking die nodig is om de COVID-19-crisis aan te pakken, te faciliteren en prioriteit te geven aan de werkzaamheden op het gebied van de democratische werking, de rechtsstaat, de grondrechten en de hervorming van het openbaar bestuur;
17. onderstreept dat de samenwerking en de uitwisseling van gegevens tussen de jurisdicties van de staat, de entiteiten en de kantons op alle beleidsgebieden aanzienlijk moeten worden verbeterd; merkt op dat de capaciteit en deskundigheid van het land op het gebied van het brede scala aan kwesties in verband met de nakoming van zijn verplichtingen die uit Europese integratie voortvloeien, dringend moet worden versterkt;
18. onderstreept dat de effectieve oprichting, onafhankelijke werking en verantwoordingsplicht van democratische instellingen essentiële kenmerken zijn van een levensvatbare democratie en een voorwaarde zijn voor vorderingen in het proces van integratie in de EU, met inbegrip van het verkrijgen van de status van kandidaat-lidstaat; waarschuwt dat verdeeldheid zaaiende en separatistische etnisch-nationalistische en anticonstitutionele retoriek en pogingen om het functioneren van de instellingen te dwarsbomen, ondermijnend zijn voor de nationale coördinatie en besluitvorming over belangrijke beleidsmaatregelen en hervormingen alsook voor de eenheid en de duurzame stabiliteit;
19. vestigt de aandacht op de aanneming van de wijzigingen van de kieswet van BiH waardoor de burgers van Mostar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2020 konden stemmen, voor het eerst sinds 2008, en is verheugd dat de nieuwe lokale besturen zijn samengesteld; roept de gemeenteraad en de burgemeester op om hun democratische mandaat te vervullen; onderstreept dat het politieke akkoord op generlei wijze afbreuk mag doen aan de jarenlange doelstelling van de Unie om een einde te maken aan segregatie en voor de hereniging van de stad te zorgen; benadrukt dat bemiddeling of medefacilitering van akkoorden door de EU moet plaatsvinden binnen het kader van democratisch verkozen instellingen in een inclusief proces, waarbij ook oppositiepartijen en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld worden betrokken, het land nauwer moet doen aansluiten bij de internationale normen en alle burgers ten goede moet komen zonder de etnische verdeeldheid te vergroten;
20. is ingenomen met de stemming in de Parlementaire Vergadering van 22 juli 2020 over het reglement voor de bijeenkomsten van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité, die de weg effent voor een onverwijlde officiële goedkeuring ervan door het tweede Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-BiH en voor een constructieve parlementaire samenwerking;
21. herinnert eraan dat BiH zich er bij de toetreding tot de Raad van Europa in 2002 toe heeft verplicht de lacunes in het grondwettelijk kader aan te pakken, onder meer door een harmonisatie van de wetgeving op kantonnaal en federaal niveau, en vooruitgang te boeken met de hervormingen die BiH moeten omvormen tot een volledig functionele en inclusieve staat die de rechten van alle burgers volledig waarborgt; benadrukt dat institutionele hervormingen afhangen van de wil en het engagement van de autoriteiten, de instellingen, de ambtsdragers en de politieke leiders in het land om echte en reeds lang noodzakelijke vorderingen te maken met de grondwetswijziging, die deel uitmaakt van de 14 essentiële prioriteiten, bij voorkeur vóór de algemene verkiezingen van 2022; dringt er bij de internationale gemeenschap op aan de voorwaarden te scheppen voor en actieve steun te verlenen aan een inclusieve dialoog over de grondwetswijziging, ook binnen de instellingen van BiH en tussen de verkozen vertegenwoordigers in BiH, onder auspiciën van de EU, in het bijzonder het Parlement, en met actieve deelname van het maatschappelijk middenveld en de burgers; benadrukt dat deze dialoog parallel moet lopen met de uitvoering van andere hervormingen;
22. dringt er bij de Commissie op aan om in haar volgende jaarverslag meer nadruk te leggen op de grondwetshervorming;
23. verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) hun faciliteringsactiviteiten in BiH op te voeren teneinde de politieke dialoog en de verzoening te versterken en een kader te bieden om de erfenis van het verleden te verwerken en de verdeeldheid in de samenleving te overwinnen; dringt aan op een gecoördineerde betrokkenheid van de EU-actoren en ‑instellingen in BiH en op een versterkte trans-Atlantische aanpak;
De rechtsstaat
24. betreurt het gebrek aan vooruitgang bij de justitiële hervormingen, waaronder de uitvoering van de aanbevelingen over de 14 prioriteiten van het advies van de Commissie en het verslag-Priebe; herhaalt dat het dringend noodzakelijk is het professionalisme en de verantwoordingsplicht van de rechterlijke macht te vergroten om haar onafhankelijkheid van ongepaste beïnvloeding te waarborgen en de almaar oplopende achterstand bij de behandeling van rechtszaken aan te pakken; benadrukt dat deze hervormingen essentieel zijn opdat het land de status van kandidaat-lidstaat kan krijgen en dat ze louter afhangen van de nodige politieke wil;
25. dringt erop aan dat de hervorming van de Hoge Raad voor Justitie en Rechtsvervolging (HJPC) en de rechtbanken van BiH snel wordt doorgevoerd in overeenstemming met de EU-normen en overeenkomstig de aanbevelingen van de Commissie en het advies van de Commissie van Venetië, en dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van BiH wordt versterkt door middel van benoemings-, beoordelings-, integriteits- en tuchtmaatregelen, onder meer door het controleren van vermogensverklaringen;
26. onderstreept dat in het hele land een uniforme uitlegging van de wet mogelijk moet worden gemaakt; dringt er bij BiH op aan een rechterlijke instantie op te richten die zorgt voor een consistente en geharmoniseerde uitlegging van de wet, en herinnert eraan dat voor onafhankelijke rechterlijke toetsing moet worden gezorgd door de oprichting van een hof van beroep in tweede aanleg;
27. is verheugd over het memorandum van overeenstemming over de oprichting van een gezamenlijk coördinatieorgaan van verenigingen van rechters en aanklagers om de onafhankelijkheid, de transparantie en de verantwoordingsplicht van de rechterlijke macht te versterken, en verzoekt alle betrokken verenigingen zich erbij aan te sluiten;
28. dringt er bij BiH op aan een nationaal gezamenlijk contactpunt voor samenwerking met Europol op te richten om de uitwisseling van criminele inlichtingen te verbeteren, en een samenwerkingsovereenkomst met Eurojust te sluiten die een efficiënte uitwisseling van justitiële informatie en het delen van bewijsmateriaal mogelijk maakt;
29. vraagt de besluitvormers van BiH dringend zorg te dragen voor de goede werking van de gerechtelijke instellingen, met inbegrip van de procedure voor de benoeming van rechters bij het Grondwettelijk Hof van de Federatie;
30. is ingenomen met de inspanningen van de autoriteiten van BiH om radicalisering, financiering van terrorisme en betrokkenheid van hun burgers in buitenlandse conflictzones te voorkomen;
31. dringt aan op onmiddellijke stappen ter bestrijding van de wijdverbreide corruptie en straffeloosheid in de publieke sfeer om het vertrouwen van de burgers in de instellingen te herstellen; wijst in dit verband op het belang van invoering van doeltreffende en consistente afschrikkings-, preventie-, opsporings-, proactieve onderzoeks- en sanctiemechanismen, in overeenstemming met de internationale normen en de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco);
32. verzoekt BiH om op staatsniveau een nieuwe strategie en een nieuw actieplan ter bestrijding van corruptie vast te stellen en daarvoor voldoende financiële middelen vrij te maken, en de doeltreffende werking en de onafhankelijkheid van en de coördinatie tussen corruptiepreventieorganen op alle overheidsniveaus te waarborgen, om ervoor te zorgen dat onderzoeken ongehinderd kunnen worden uitgevoerd en dat er verantwoording wordt afgelegd;
33. herhaalt dat alle banden van politiek en bestuur met de georganiseerde misdaad moeten worden verbroken door middel van duidelijke waarborgen inzake corruptiebestrijding en controlemechanismen en een grotere politieke en bestuurlijke transparantie, doeltreffende vervolging in corruptiezaken op hoog niveau, met bijzondere aandacht voor de aanpak van economische en financiële misdrijven, misdrijven in verband met overheidsopdrachten, COVID-gerelateerde corruptiezaken en corruptie in verband met de financiering van politieke partijen en campagnes; dringt er bij de bevoegde organen op aan een onderzoek in te stellen naar ongeoorloofde verrijking door overheidsfunctionarissen;
34. dringt er bij BiH op aan zijn rechtskader ter voorkoming van belangenconflicten en ter bescherming van klokkenluiders te voltooien;
35. benadrukt dat moet worden gezorgd voor consistente nationale normen voor een professioneel overheidsapparaat, en dringt erop aan dat er op korte termijn gewerkt wordt aan de invoering van op verdienste gebaseerde normen en het realiseren van transparantie bij openbare benoemingen en bevorderingen, en dat een cultuur van integriteit bevorderd wordt; is verheugd dat het strategisch kader voor de hervorming van het openbaar bestuur is goedgekeurd, waardoor de EU-middelen hiervoor konden worden vrijgemaakt; herinnert eraan dat het openbaar bestuur in het hele land moet worden gestroomlijnd en geharmoniseerd, en dat daarbij toepassing moet worden gegeven aan transparante, evenredige en op verdiensten gebaseerde benoemings- en selectieprocedures;
Grondrechten
36. is bezorgd over de situatie op het gebied van de grondrechten en dringt aan op efficiëntere en omvattender nationale strategieën inzake de mensenrechten en de bestrijding van discriminatie, alsmede op maatregelen ter voorkoming en bestrijding van intolerantie tussen religieuze en etnische groepen; benadrukt dat discriminatie naar behoren voorkomen moet worden en dat de verspreiding van haatuitingen (zowel online als offline), haatmisdrijven en geweld tegen etnische en religieuze minderheden, vrouwen, de LGBTIQ+-gemeenschap en migranten en asielzoekers vervolgd moet worden, en dat de maatschappelijke integratie, de onderwijsdeelname en de integratie op de arbeidsmarkt van minderheden en kwetsbare bevolkingsgroepen, waaronder personen met een handicap en Roma, bevorderd moeten worden, in overeenstemming met de verklaring van Poznan van 2019 over de integratie van de Roma in het kader van het EU-uitbreidingsproces;
37. is ingenomen met de inspanningen ter bevordering van de vrijheid van godsdienst, wederzijds respect en de interreligieuze dialoog, onder meer via de interreligieuze raad van BiH; dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan onverwijld onderzoek in te stellen naar en over te gaan tot vervolging van misdrijven met religieuze motieven;
38. wijst er met klem op dat daadwerkelijke verzoening onmogelijk is als er nog altijd sprake is van segregatie en discriminatie, onder meer wat betreft de toegang tot onderwijs (zowel online als offline), werkgelegenheid en sociale rechten, en dringt aan op maatregelen om een einde te maken aan de grootschalige discriminatie van specifieke groepen; dringt bij de bevoegde autoriteiten erop aan te zorgen voor inclusief en niet-discriminerend onderwijs voor alle kinderen;
39. wijst op de vooruitgang op het gebied van kinderbescherming, onder meer wat betreft de uitvoering van wetten inzake de bescherming en behandeling van kinderen en jongeren in het kader van strafrechtelijke procedures en de instelling van een systeem voor pleegzorg; herinnert eraan dat er een actieplan nodig is inzake kinderbescherming en dat er meer maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat de rechten van kinderen op gezondheid, onderwijs, bescherming, rechtsbescherming en gelijke kansen worden gewaarborgd door middel van inclusief onderwijs en voorkoming van geweld tegen kinderen;
40. wijst op de noodzaak om de maatregelen ter voorkoming van gendergerelateerd en huiselijk geweld - fenomenen die sinds de COVID-19-pandemie meer voorkomen - te versterken en daarnaast te zorgen voor nationale maatregelen gericht op slachtofferhulp, rechtsbijstand en veilige huisvesting; dringt er bij de autoriteiten op aan de wetgeving inzake gendergelijkheid te harmoniseren en ten uitvoer te leggen en te zorgen voor adequate ondersteuning van verdedigers van vrouwenrechten en maatschappelijke organisaties; wijst erop dat er in het kader van de externe financieringsinstrumenten van de EU geld moet worden uitgetrokken voor gendergelijkheid, en dat de toegang tot financiering voor lokale en kleine maatschappelijke organisaties moet worden verbeterd;
41. moedigt BiH aan meer werk te maken van de bescherming van personen met een handicap en een strategie voor de-institutionalisering op te stellen en aan te nemen, om te garanderen dat personen met een handicap een waardig leven kunnen leiden; spreekt zijn afkeuring uit over het feit dat het wettelijk is toegestaan dat personen met een handicap hun handelingsbekwaamheid wordt ontnomen, hetgeen een duidelijke schending is van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, waarbij BiH partij is; spreekt zijn afkeuring uit over discriminatie bij de ondersteuning van personen met een handicap, zoals de prioritering van personen met een oorlogsgerelateerde handicap;
42. benadrukt dat de participatie van de burgers in het democratisch bestel in het land gewaarborgd moet worden door maatschappelijke organisaties op passende en inclusieve wijze bij het EU-integratieproces te betrekken; dringt er bij de autoriteiten op aan te zorgen voor een gunstig klimaat voor maatschappelijke organisaties, door de Europese normen inzake de bescherming en bevordering van de vrijheid van vereniging en vergadering te handhaven, en betreurt alle selectieve beperkingen; onderstreept dat iedere burger het recht heeft zijn vrijheid van meningsuiting uit te oefenen in zijn moedertaal; verzoekt de autoriteiten een strategisch kader voor samenwerking met het maatschappelijk middenveld te ontwikkelen en in het kader van inclusieve beleidsdialogen te zorgen voor zinvol overleg met het maatschappelijk middenveld;
43. is ingenomen met het feit dat op 9 september 2019 de allereerste Sarajevo Pride werd gehouden, en verwacht dat de laatste beperkingen in verband met de pandemie een volgend pride-evenement op de korte termijn niet zullen belemmeren; herinnert eraan dat de situatie van LGBTIQ+-personen moet worden verbeterd, dat geweld en haatmisdrijven tegen deze personen moeten worden vervolgd, dat hun maatschappelijke inclusie moet worden bevorderd en dat er een actieplan ter zake moet worden aangenomen;
44. is ingenomen met de ondertekening door BiH van het vernieuwde Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (“Convention 108+”) van de Raad van Europa en dringt er bij de autoriteiten op aan juridische stappen te nemen om met de EU-wetgeving strokende normen inzake de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen;
45. is ingenomen met het besluit van het grondwettelijk hof van 4 oktober 2019 om artikel 11 van de grondwet van de Republiek Srpska nietig te verklaren, waardoor nu de doodstraf in heel BiH is afgeschaft; betreurt echter dat dit besluit, dat tegemoetkomt aan een deel van een van de belangrijkste prioriteiten, door de rechter moest worden genomen en niet de uitkomst was van een politiek proces;
46. betreurt dat BiH nog steeds in strijd met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens handelt door geen uitvoering te geven aan de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaken Sejdić-Finci, Zornić, Pilav en Šlaku die betrekking hadden op non-discriminatie en waarin het EHRM stelde dat de democratische gelijkheid van burgers in het verkiezingsproces van het land gewaarborgd moet worden, hetgeen een voorwaarde is voor het openen van toetredingsonderhandelingen; dringt er bij BiH op aan zonder verder uitstel uitvoering te geven aan de uitspraken van het EHRM en het constitutioneel hof; stelt vast dat het verkiezingsproces nog steeds tekortkomingen vertoont en wijst er nogmaals op dat de discriminerende beperkingen van het passief kiesrecht op basis van etniciteit en woonplaats dringend aangepakt moeten worden door middel van de nodige grondwetswijzigingen daartoe;
47. roept de autoriteiten, instellingen, ambtsdragers en politieke leiders op om de inclusieve onderhandelingen over hervorming van het kiesstelsel te hervatten, en betreurt hun terughoudendheid om uitvoering te geven aan deze uitspraken en alle vormen van ongelijkheid en discriminatie in het kader van het verkiezingsproces uit te bannen; benadrukt dat er met betrekking tot de verkiezingen in Mostar overeenstemming werd bereikt, waaruit de politieke wil blijkt om tot een compromis te komen, en benadrukt dat een akkoord over verkiezingskwesties niet misbruikt mag worden voor andere doeleinden dan die welke door het EHRM zijn bepaald; onderstreept dat deze wijzigingen bij voorkeur vóór de algemene verkiezingen van 2022 moeten worden doorgevoerd, dat moet worden gezorgd voor een voldoende diverse politieke vertegenwoordiging op alle bestuursniveaus en dat erop moet worden toegezien dat de verkiezingen in overeenstemming met de Europese normen verlopen en dat uitvoering gegeven wordt aan de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR en de aanbevelingen van de Commissie van Venetië ter zake;
48. dringt aan op grondig onderzoek naar de vermeende onregelmatigheden, waaronder fraude bij de registratie van kiezers, identiteitsdiefstal, belemmering van onafhankelijke verkiezingswaarneming en politieke druk op kiezers en de centrale kiesraad van BiH, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2020, waaronder die van Mostar; dringt erop aan dat er maatregelen genomen worden om de goede werking van de kiesraad te waarborgen;
49. betreurt de aanhoudende politieke en financiële druk en de instrumentalisering van de media - fenomenen die tijdens de COVID-19-pandemie zijn verergerd - waardoor de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit van de media worden ondermijnd; uit zijn bezorgdheid over het vijandige klimaat waarin de onafhankelijke media moeten opereren en dringt er bij de autoriteiten op aan de verbale en fysieke bedreigingen van en aanvallen op alle journalisten en andere personen die voor de media werken op doeltreffende wijze te onderzoeken en te vervolgen; dringt er bij BiH op aan om in het kader van het memorandum van overeenstemming dat is ondertekend met de OVSE een mechanisme in te stellen voor het verzamelen en uitwisselen van informatie over schendingen van de vrijheid van meningsuiting en mediavrijheid in het hele land;
50. herhaalt zijn verzoek om invoering van doeltreffende wetgevingsmaatregelen om de transparantie inzake het redactionele beleid, de eigendomsstructuur van media en de regels betreffende subsidies en advertenties te waarborgen; is van oordeel dat er doeltreffende maatregelen moeten worden genomen om haatzaaiende uitlatingen online en offline aan te pakken;
51. wijst nogmaals op de noodzaak om ervoor te zorgen dat de openbare staatsomroep (BHRT), de publieke omroepen op het niveau van de entiteiten en de regelgevende instantie voor communicatie kunnen beschikken over duurzame financiering en dat hun onafhankelijkheid, objectiviteit en financiële transparantie gewaarborgd worden;
52. herinnert eraan dat het voor echte mediapluriformiteit nodig is dat er meertalige inhoud van hoge kwaliteit wordt geproduceerd in alle officiële talen van BiH, en dat met dergelijke meertalige inhoud een bijdrage wordt geleverd aan de bescherming van de culturele diversiteit in het land; pleit voor oprichting van een multinationale en meertalige publieke zender die mensen kan samenbrengen en die kan bijdragen aan vrede en verzoening in de landen in Zuidoost-Europa, naar het voorbeeld van ARTE;
53. wijst erop dat het belangrijk is dat de mediavrijheid gewaarborgd wordt en dat kwaliteitsjournalistiek, feitenonderzoek en mediageletterdheid bevorderd worden om propaganda, desinformatie en nepnieuws aan te pakken, en pleit voor invoering van media-, informatie- en digitale geletterdheid in onderwijsprogramma’s; vindt het belangrijk dat de EU haar communicatiestrategie versterkt om desinformatiecampagnes en buitenlandse inmenging proactief en doeltreffend te bestrijden; merkt op dat bepaalde buitenlandse actoren door middel van het verdraaien van feiten en het uitbuiten van etnische en religieuze verschillen hervormingen trachten te ondermijnen, verdeeldheid aanwakkeren en daarmee de eenheid van het land in gevaar brengen, de geloofwaardigheid van de EU ondergraven en haar optreden in de regio ondermijnen, met name in verband met het uitbreidingsproces en de financiële bijstand tijdens de coronapandemie, waardoor de stabiliteit van BiH en de Europese integratie in gevaar worden gebracht; dringt er bij de EU op aan financiële en andere bijstand te blijven verlenen aan de bevoegde instanties in BiH, om het land beter in staat te stellen deze dreigingen aan te pakken;
54. dringt erop aan dat het EU-integratieproces duidelijk aan het grote publiek wordt uitgelegd, en dat duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een proces van verzoening en een proces dat gericht is op de ontwikkeling van een politieke cultuur die berust op compromissen en wederzijds begrip;
55. dringt er bij de EDEO en de Commissie op aan de coördinatie te verbeteren en in actie te komen tegen desinformatie en hybride dreigingen die erop gericht zijn het Europees perspectief van de regio te ondermijnen, door op strategische wijze de aandacht te vestigen op het belang van de EU voor de burgers in de regio;
56. is bezorgd over de toegenomen migratiedruk op het land en over de ontoereikende opvangvoorzieningen, waardoor de humanitaire situatie in het land slecht is; dringt er bij de autoriteiten van BiH op aan te werken aan zinvolle, duurzame, onmiddellijke en langetermijnoplossingen voor dit probleem, door te zorgen voor een gecoördineerde en strategische respons voor het gehele land, doeltreffende interinstitutionele coördinatie, een beter grensbeheer en een grotere opvangcapaciteit, om te waarborgen dat migranten toegang hebben tot humanitaire bijstand en fundamentele voorzieningen, dat er onder meer bijzondere waarborgen worden ingevoerd voor niet-begeleide minderjarigen en dat toegang geboden wordt tot adequate huisvesting en kinderbescherming; pleit ervoor dat de verantwoordelijkheden op rechtvaardige wijze over het hele grondgebied van BiH verdeeld worden, waarbij politisering vermeden wordt en lokale gemeenschappen die tijdelijke opvangcentra huisvesten voldoende ondersteuning krijgen; dringt er bij BiH op aan een overeenkomst te sluiten met het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) om de capaciteit voor de behandeling van asielaanvragen te vergroten en de samenwerking met de EU te verbeteren, onder meer inzake hervestiging als een veilig en legaal traject voor personen die om internationale bescherming verzoeken;
57. dringt er bij BiH en de EU op aan de samenwerking op het gebied van internationale bescherming van mensen in nood verder te versterken, te werken aan op solidariteit gebaseerde oplossingen, en verdere schendingen van het internationaal recht en de grondrechten, zoals het terugsturen van migranten aan de grenzen van BiH, te voorkomen; verzoekt de Commissie een onafhankelijk monitoring- en onderzoeksmechanisme in te stellen; verzoekt de Commissie, de EU-agentschappen en internationale organisaties actief met de Bosnische autoriteiten samen te werken om een goed werkend en duurzaam migratie- en asielstelsel op te zetten; verzoekt de Commissie, EU-agentschappen en internationale organisaties BiH meer operationele, technische, logistieke en financiële bijstand te verlenen om ervoor te zorgen dat het hele land beschikt over voldoende opvangcapaciteit en goede opvangvoorzieningen, bij voorkeur op de plaatsen waar migranten willen inreizen, te voorzien in een doeltreffende asielprocedure, de capaciteit voor het behandelen van asielaanvragen van inreizende migranten te vergroten en, in voorkomend geval, terugkeerprocedures uit te voeren overeenkomstig de internationale en Europese normen; dringt aan op een beoordeling van de financiering hiervoor, om ervoor te zorgen dat de EU-steun op het gebied van migratie transparant en geloofwaardig is en gekoppeld is aan voorwaarden, gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is en aankomt bij degenen voor wie het bestemd is;
58. dringt er bij BiH op aan zijn inspanningen ter bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, met name mensenhandel, handel in vuurwapens en drugshandel, op te voeren door de strategische samenwerking met buurlanden en de EU-agentschappen op dit gebied (Europol, Eurojust, Frontex) te intensiveren; verzoekt het land zorg te dragen voor een snelle ondertekening en ratificatie van de statusovereenkomst met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) van 5 februari 2019, die bedoeld is om de bescherming van de grenzen te verbeteren, met volledige eerbiediging van de grondrechten, en bij te dragen aan de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, waaronder mensensmokkel door criminele organisaties, en aan het voorkomen van irreguliere migratie;
59. pleit voor een gecoördineerde, strategische en transparante landelijke respons op de huidige noodsituatie op gezondheidsgebied en voor niet-discriminerende mitigatiemaatregelen en maatregelen voor het herstel na de pandemie, waarbij aandacht wordt besteed aan de specifieke behoeften van vrouwen, minderheden en kwetsbare groepen, waaronder migranten en vluchtelingen;
60. dringt erop aan dat er op proactievere wijze informatie wordt verstrekt en gegevens worden gedeeld over de pandemie en dringt er tevens op aan dat er onverwijld specifieke maatregelen worden genomen om verbetering te brengen in de slechte situatie waarin vrouwen verkeren en in dit kader onder meer huiselijk geweld, dat sinds de pandemie is toegenomen, aan te pakken;
61. herinnert aan de steun die de EU in het kader van de COVID-pandemie beschikbaar heeft gesteld, onder meer in de vorm van nieuwe leninggaranties ter hoogte van 12 miljoen EUR ter ondersteuning van kmo’s, om de kritieke situatie in het land aan te pakken; spoort BiH aan de mechanismen van de Unie optimaal te benutten, en onder meer gebruik te maken van de gezamenlijke aanbestedingsovereenkomst voor medisch materiaal; wijst op het belang van Europese solidariteit; verzoekt de Commissie en de lidstaten om een toereikende hoeveelheid COVID-19-vaccins beschikbaar te stellen voor de landen van de Westerse Balkan en deze landen bij de voorbereidingen voor het vaccinatieproces en de uitvoering ervan te ondersteunen; is in dit kader ingenomen met het feit dat geen uitvoervergunning nodig is voor export van vaccins naar BiH en met het pakket dat BiH en andere partners op de Westelijke Balkan in staat stelt om eindelijk te profiteren van de aankoopovereenkomsten van de EU;
62. wijst erop dat de Bosnische autoriteiten een goede balans moeten vinden tussen grondrechten en vrijheden, met name de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting, en de beperkingen die nodig zijn in verband met de pandemie; is van oordeel dat kortetermijnoplossingen die erop gericht zijn de vertraging van de handel, de dienstverlening, het vervoer, de productie en het toerisme in verband met de pandemie aan te pakken, niet ten koste mogen gaan van de uitvoering van langetermijnhervormingen;
63. herinnert eraan dat tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat, in combinatie met versnipperde en slecht werkende product- en arbeidsmarkten, negatieve gevolgen hebben voor de werking van de markteconomie, de economische groei en de instroom van directe buitenlandse investeringen (DBI);
Sociaaleconomische hervormingen
64. dringt er bij BiH op aan meer sociaaleconomische en actieve arbeidsmarktmaatregelen vast te stellen, onder meer op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, gericht op de bestrijding van langdurige werkloosheid, waaronder die van vrouwen en jongeren, met als doel de demografische achteruitgang en de meest acute braindrain in de regio, met name in de gezondheids- en IT-sector, aan te pakken door meer te investeren in de onderwijssector, onder meer in beroepsonderwijs en -opleiding, door de discrepantie tussen onderwijs en de behoeften van de arbeidsmarkt aan te pakken en discriminatie op de arbeidsmarkt te bestrijden; is in dit licht ingenomen met het vlaggenschipproject inzake de jongerengarantie, dat deel uitmaakt van het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan en dat ervoor moet zorgen dat jongeren een deugdelijk aanbod krijgen voor een baan, verdere scholing of een stageplaats;
65. verzoekt de autoriteiten om de maatregelen ter bevordering van sociale cohesie, ter bestrijding van armoede en ongelijkheid en ter bevordering van de toegang tot gezondheidszorg en sociale bescherming te versterken, de wetgeving van alle entiteiten en kantons inzake moederschaps- en vaderschapsverlof te harmoniseren, genderdiscriminatie en seksuele intimidatie op het werk te voorkomen en de sociaaleconomische dialoog tussen de sociale partners te bevorderen;
66. dringt er bij de autoriteiten op aan maatregelen te nemen om economische diversificatie en digitalisering te bevorderen en de informele economie controleerbaar te maken, en tevens doeltreffende en transparante mechanismen te ontwikkelen voor de energiemarkt, de vervoersinfrastructuur, duurzaam toerisme en ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf;
67. wijst op de noodzaak om ervoor te zorgen dat het hele land één economische ruimte vormt, onder andere door procedures voor bedrijfsregistratie, licentiëring, vergunningverlening en insolventie te vereenvoudigen, te centraliseren en te harmoniseren; wijst op de enorme mogelijkheden die digitalisering biedt voor de ontwikkeling van de economie van BiH;
68. wijst op de noodzaak om de maatregelen die voorzien zijn in het programma voor economische hervorming van BiH 2020-2022 en de beleidsrichtsnoeren op basis van de economische en financiële dialoog ten volle uit te voeren;
69. dringt nogmaals aan op de vaststelling van een nationale strategie inzake het beheer van de overheidsfinanciën en op betere begrotingstransparantie in BiH, om begrotingssteun door de EU mogelijk te maken; wijst erop dat er vooruitgang moet worden geboekt op het gebied van de houdbaarheid van de overheidsschuld en dat er gewerkt moet worden aan begrotingsconsolidatie; betreurt de geschillen tussen de entiteiten die de werking van het stelsel van indirecte belastingen belemmeren; herinnert aan de noodzaak van een coherente en transparante herstructurering en depolitisering van overheidsbedrijven in het hele land, omdat dit leidt tot een beter bestuur en meer transparantie; wijst erop dat het noodzakelijk is dat er een openbaar toegankelijk register van staatsbedrijven wordt opgezet;
70. roept ertoe op ervoor te zorgen dat de mededingingsraad en de raad voor staatssteun doeltreffend functioneren en dat hun besluiten worden gehandhaafd, dringt erop aan dat uitvoering wordt gegeven aan de strategie inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten; benadrukt dat de onafhankelijkheid van de centrale bank en haar reserves van essentieel belang is voor macro-economische stabiliteit; herinnert aan de noodzaak om te zorgen voor tijdige, omvattende en hoogwaardige statistieken met betrekking tot het hele land;
71. dringt er bij BiH op aan de regionale economische integratie in de landen van de Westelijke Balkan actief te bevorderen en steunt het voorstel om de roamingtarieven in de regio te verlagen; wijst erop dat de EU-handelspreferenties voor de Westelijke Balkan tot en met 31 december 2025 zijn verlengd, waarmee wordt bijgedragen aan de duurzame economische ontwikkeling van de landen van de Westelijke Balkan;
72. dringt er bij het land op aan de douanewetgeving ten volle ten uitvoer te leggen, uitvoering te geven aan de bepalingen inzake handelsaspecten van de regionale economische ruimte (REA) en de stappen te nemen die nodig zijn voor toetreding van het land tot de WTO;
Connectiviteit, energie en milieu
73. is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om op strategischer wijze in de Westelijke Balkan te investeren via een speciaal economisch en investeringsplan (EIP), en wijst op het belang hiervan voor de versterking van de regionale en grensoverschrijdende samenwerking; benadrukt dat investeringen in het kader van het EIP in overeenstemming moeten zijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de klimaatdoelstellingen van de EU, en dat in dit kader voorafgaande milieueffectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd; erkent het potentieel van het EIP om een bijdrage te leveren aan de bevordering van sociale ontwikkeling en langetermijnherstel na de pandemie, en benadrukt dat ervoor gezorgd moet worden dat EU-middelen stimulansen bieden, gekoppeld zijn aan voorwaarden en daadwerkelijk bijdragen tot de versterking van de democratie, behoorlijk bestuur, de rechtsstaat en de grondrechten, ten behoeve van alle burgers in BiH;
74. herinnert eraan dat doeltreffende coördinatiemethoden en uitvoering van de nationale strategieën en hervormingen voorwaarden zijn voor voorspelbare pretoetredingssteun; benadrukt dat de absorptiecapaciteit voor pretoetredingssteun moet worden verbeterd; benadrukt dat middelen op een transparante, doeltreffende, controleerbare, niet-politieke en niet-discriminerende wijze moeten worden toegewezen; dringt er bij de autoriteiten van BiH op alle niveaus en bij andere begunstigden van financiering van de Unie op aan om de transparantie en zichtbaarheid van het optreden van de Unie te vergroten en de toegevoegde waarde van de steun van de Unie op passende wijze onder de aandacht te brengen;
75. beveelt aan het accent te leggen op duurzame en inclusieve groeibevorderende overheidsinvesteringen en energie- en infrastructuurprojecten die de connectiviteit, de multimodaliteit van het vervoer en de verkeersveiligheid vergroten, met volledige inachtneming van de regels inzake staatssteun, overheidsopdrachten en sociaal-ecologische effecten, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van de richtlijnen inzake milieueffectbeoordeling (MEB) en strategische milieubeoordeling (SMEB);
76. verzoekt de autoriteiten van BiH te zorgen voor afstemming op de normen en beleidsdoelstellingen van de EU inzake klimaatbescherming en energie, en de groene en digitale transitie te bevorderen; dringt aan op de vaststelling, op de korte termijn, van maatregelen om achteruitgang van het milieu en milieugezondheidsrisico’s te voorkomen;
77. is ingenomen met het feit dat de groene agenda voor de Westelijke Balkan is aangenomen, die ten doel heeft de overgang naar een circulaire economie en de vaststelling van maatregelen die nodig zijn om ecologisch kwetsbare gebieden te behouden en te beschermen, te stimuleren;
78. dringt er bij de autoriteiten op aan een nationale energiestrategie te ontwikkelen die ten doel heeft volledige aansluiting op en uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen van de EU te waarborgen; wijst erop dat het noodzakelijk is dat er een mechanisme voor koolstofbeprijzing wordt ingevoerd als instrument voor doeltreffende decarbonisatie, dit in overeenstemming met de Europese Green Deal en de politieke verbintenissen zoals vastgelegd in de verklaring van Sofia van 2020;
79. verzoekt BiH zijn inspanningen op het gebied van natuurbehoud op te voeren, omdat BiH een van de landen in Europa is met de grootste biodiversiteit als het gaat om plant- en diersoorten; verzoekt de autoriteiten van BiH om bij sociaal-ecologisch gevoelige projecten lokale gemeenschappen, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke deskundigen te raadplegen;
80. dringt aan op intensievere, geharmoniseerde en consistente landelijke inspanningen om de luchtkwaliteit te verbeteren, in overeenstemming met het EU-acquis inzake de vermindering van luchtverontreiniging, en om schadelijke grensoverschrijdende emissies te verminderen; neemt kennis van het feit dat de emissies van stikstofoxiden in grote stookinstallaties in BiH nu in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving, en dringt aan op snelle maatregelen om een einde te maken aan de schendingen van de emissieplafonds voor stof en zwaveldioxide;
81. wijst op de noodzaak om de duurzaamheid van de sector energieopwekking te vergroten door energie-efficiëntie en diversificatie te bevorderen door middel van het duurzaam gebruik van hernieuwbare energiebronnen; wijst erop dat de te sterke afhankelijkheid van steenkool de overgang naar hernieuwbare energie, die al veel eerder plaats had moeten vinden, vertraagt; dringt er bij de autoriteiten op aan stappen te nemen om inefficiënte en vervuilende steenkoolcentrales uit te faseren; wijst erop dat er een mechanisme voor een “rechtvaardige transitie” moet worden ingevoerd;
82. is ingenomen met de omzetting van de regelgeving inzake elektriciteitsverbindingen en de omzetting en tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 1227/2011 (Remit) in het nationale wetgevingskader inzake elektriciteit, en verzoekt de autoriteiten hetzelfde integriteitskader toe te passen op de gassector;
83. dringt er bij het land op aan nationale wetgeving vast te stellen inzake de regelgevende instantie voor elektriciteit en aardgas, transmissie en de elektriciteitsmarkt, en nationale maatregelen inzake energie-efficiëntie en opwekking van hernieuwbare energie ten uitvoer te leggen en er daarbij voor te zorgen dat de verplichtingen van het derde energiepakket en het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap worden nageleefd; dringt er bij de autoriteiten van de landen van de Westelijke Balkan op aan bij te dragen aan de regionale connectiviteit door te werken aan de voltooiing van de regionale energiemarkt en benadrukt dat de niet-naleving door BiH van het acquis van de energiegemeenschap in de elektriciteits- en gassector de vooruitzichten op regionale integratie van de energiesector in gevaar brengt;
84. benadrukt dat de planning en bouw van ecogevoelige projecten, zoals de ontwikkeling van waterkracht, aan de internationale en EU-normen inzake effectbeoordelingen en milieubescherming moeten voldoen; benadrukt dat milieumisdrijven moeten worden voorkomen en op doeltreffende wijze moeten worden vervolgd, dat er meer inspecties moeten plaatsvinden en dat illegale bouw moet worden bestreden;
85. roept op tot stappen om duurzame afvalbeheersprocessen te realiseren in het kader van een informatiesysteem voor afvalbeheer, waarbij voorzien wordt in passende recyclingvoorzieningen en waarmee het illegaal storten van afval wordt tegengegaan;
86. wijst op de noodzaak om de gereedheid voor verschijnselen die het gevolg zijn van de klimaatverandering, met name overstromingen en droogte, te vergroten; herinnert eraan dat BiH nog geen geïntegreerd systeem heeft voor het waarschuwen van burgers in een noodsituatie;
Buitenlands beleid en veiligheid
87. verzoekt BiH stappen te blijven zetten om de afstemming van het eigen beleid op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (momenteel gemiddeld 70 %) verder te verbeteren, aangezien dit een essentieel onderdeel is van het EU-lidmaatschap; dringt er met klem bij BiH op aan alle besluiten van de Raad tot invoering van restrictieve EU-maatregelen te steunen;
88. dringt er bij BiH op aan te werken aan goede nabuurschapsbetrekkingen en meer inspanningen te leveren om alle openstaande bilaterale kwesties tot een oplossing te brengen, zoals de grensafbakening met Kroatië en Servië en de normalisering van de betrekkingen met Kosovo;
89. is ingenomen met de bijdrage van BiH aan opleidingsmissies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), met de deelname van BiH aan het Actieplan voor Aspirantleden van de NAVO (MAP) en met de bijdrage van het land aan de NAVO-operatie “Resolute Support” in Afghanistan; is voorts ingenomen met de ondertekening van een gezamenlijke routekaart van de EU en BiH voor maatregelen overeenkomstig het partnerschapsinitiatief van de G7 ter uitvoering van resolutie 1325 van de VN over vrouwen, vrede en veiligheid;
90. is ervan overtuigd dat duidelijke communicatie over het engagement van de EU ten aanzien van de regio van het grootste belang is om schadelijke buitenlandse invloeden aan te pakken;
91. benadrukt dat de EU en de Verenigde Staten hun krachten moeten bundelen en hun optreden ten aanzien van de Westelijke Balkan beter moeten coördineren, om ervoor te zorgen dat essentiële hervormingen doorgang vinden, de governance verbeterd wordt en stappen gezet worden richting verzoening;
92. is ingenomen met de voortzetting van operatie EUFOR Althea in het land en met de verlenging van het mandaat van EUFOR tot november 2021; spreekt zijn waardering uit voor het werk dat deze troepenmacht heeft verricht, waarmee de weg is vrijgemaakt voor vrede, stabilisatie en Europese integratie van BiH; herinnert eraan dat deze missie nog altijd zeer belangrijk is voor de veiligheid en stabiliteit in het land en de regio;
93. spreekt zijn waardering uit voor het feit dat EUFOR volledig operationeel is gebleven en het land is blijven steunen, ondanks de uitdagingen waarmee de COVID-19-pandemie gepaard is gegaan; betreurt dat het VK zich uit operatie Althea heeft teruggetrokken; kijkt uit naar de komende strategische evaluatie van de operatie en benadrukt dat EUFOR moet kunnen blijven beschikken over informatiemiddelen en onmiddellijk beschikbare reserves;
94. is ingenomen met de huidige permanente inspanningen om wapens, munitie, explosieven en mijnen op te ruimen en herinnert eraan dat hiervoor voldoende financiële middelen beschikbaar moeten worden gesteld; pleit ervoor dat de EU en internationale organisaties meer steun verlenen om ervoor te zorgen dat er nog harder gewerkt kan worden aan het ruimen van mijnen en BiH verlost kan worden van de erfenis van de oorlogsjaren;
95. wijst erop dat er meer inspanningen geleverd moeten worden om de handel in handvuurwapens en lichte wapens in BiH en in de regio te bestrijden; is daarom verheugd over de goedkeuring van de strategie van BiH inzake de controle op handvuurwapens en lichte wapens voor de periode 2021-2024 en het actieplan daarbij en het Frans-Duitse initiatief van 2018 ter bestrijding van wapenhandel, en spoort de autoriteiten van BiH aan om zich volledig en vastberaden in te zetten voor de uitvoering hiervan, met de steun van de EU;
96. dringt erop aan nieuwe mogelijkheden te creëren voor een politieke en beleidsdialoog op hoog niveau met de landen van de Westelijke Balkan via regelmatige topontmoetingen tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan, om het politieke karakter van het uitbreidingsproces te versterken en te zorgen voor sterkere sturing en inzet op hoog niveau, zoals ook de herziene uitbreidingsmethode voorschrijft;
97. bekrachtigt zijn standpunt dat vertegenwoordigers van BiH en andere landen van de Westelijke Balkan naar behoren opgenomen moeten worden in en actief betrokken moeten worden bij de conferentie over de toekomst van Europa, zowel op regeringsniveau als op het niveau van het maatschappelijk middenveld, en dat ook jongeren in dit kader een stem moeten krijgen;
°
° °
98. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina, de Parlementaire Vergadering van Bosnië en Herzegovina, de regeringen en parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de Republiek Srpska en het district Brčko, alsmede de regeringen van de tien kantons.
TOELICHTING
Het Europees Parlement steunt zonder twijfel de stappen die Bosnië en Herzegovina zet op het pad naar Europese toetreding. In historisch en geografisch opzicht neemt BiH in Europa een centrale plaats in. Etnische en religieuze diversiteit vormen de kern van het DNA van de Europese Unie en daarom is de toekomstige integratie van BiH alleen maar natuurlijk en wenselijk.
Tijdens de verslagperiode is nogmaals gebleken dat er nog ingrijpende hervormingen moeten worden doorgevoerd alvorens BiH de beoogde status van kandidaatlidstaat kan verwerven. Rekening houdend met de bijzonder ernstige situatie ten gevolge van de COVID-19-pandemie moet echter worden erkend dat vooruitgang is geboekt.
Uw rapporteur is niettemin van oordeel dat meer kan worden bereikt en snellere resultaten mogelijk zijn, aangezien het merendeel van de zo dringend noodzakelijke hervormingen alleen afhangt van de politieke wil en het engagement van de politieke leiders en instellingen in het land.
Institutionele hervormingen moeten niet onmogelijk worden geacht. Er zijn immers voorbeelden van optimale praktijken en internationale normen die kunnen worden gevolgd. Grondwettelijke en electorale hervormingen zijn afhankelijk van diezelfde politieke wil en kunnen ook worden gestimuleerd door de voorbeelden van andere landen, met name de lidstaten van de EU. Bosnië en Herzegovina is niet de enige multi-etnische staat in de wereld. Bij toekomstige hervormingen moet het pluralistische karakter van het land geëerbiedigd worden en moet tegelijkertijd een functionerende en levensvatbare democratie gewaarborgd worden waarin alle burgers gelijk zijn.
De EU moet beschikbaar zijn voor de bevordering van de interne dialoog die nodig is om BiH in staat te stellen de doelstellingen te bereiken op basis waarvan het land in aanmerking kan komen voor de status van kandidaatlidstaat en vorderingen kan boeken op het pad naar Europese toetreding. De institutionele en constitutionele kwesties zijn het dringendst. Daarbij moeten de autoriteiten in het oog houden dat de vereiste hervormingen met name ten doel moeten hebben de volledige uitoefening van de rechten en een beter leven voor alle Bosnische burgers te waarborgen. In dit verband is uw rapporteur verheugd over de door de EU aan het land verleende steun, met name de bijstand voor economisch herstel en de ondersteuning van de inspanningen die erop gericht zijn de omstandigheden voor jongeren te verbeteren, zodat zij in het land blijven.
Er is een specifiek gebied waarop Bosnië en Herzegovina zich volgens uw rapporteur moet inspannen teneinde als democratische en welvarende samenleving te kunnen slagen: onderwijs. Het onderwijsstelsel in BiH moet dringend hervormd worden, waarbij ervoor gezorgd moet worden dat alle Bosnische kinderen en jongeren gelijke kansen hebben in het onderwijs en aan alle etnische segregatie een einde wordt gemaakt. Het is onaanvaardbaar dat een samenleving wordt gebouwd op basis van etnische segregatie waarin een andere afkomst tot andere lesprogramma’s en ongelijke kansen leidt. Het onderwijsstelsel moet absoluut een prioriteit worden, wat door de Europese instellingen natuurlijk ten volle en permanent gesteund moet worden.
Uw rapporteur wil zijn waardering uitspreken voor alle vertegenwoordigers, ambtsdragers, plaatselijke en internationale belanghebbenden en maatschappelijke organisaties met wie hij heeft samengewerkt en wier inzichten een grote bijdrage aan zijn werk hebben geleverd.
INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
Datum goedkeuring |
27.5.2021 |
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
50 8 12 |
||
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, Maria Arena, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Anna Bonfrisco, Reinhard Bütikofer, Fabio Massimo Castaldo, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Katalin Cseh, Tanja Fajon, Anna Fotyga, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Márton Gyöngyösi, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Karol Karski, Dietmar Köster, Stelios Kouloglou, Maximilian Krah, Andrius Kubilius, Ilhan Kyuchyuk, David Lega, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Antonio López-Istúriz White, Claudiu Manda, Lukas Mandl, Thierry Mariani, Vangelis Meimarakis, Sven Mikser, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Gheorghe-Vlad Nistor, Urmas Paet, Demetris Papadakis, Kostas Papadakis, Tonino Picula, Manu Pineda, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Jérôme Rivière, María Soraya Rodríguez Ramos, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Jacek Saryusz-Wolski, Andreas Schieder, Radosław Sikorski, Jordi Solé, Sergei Stanishev, Tineke Strik, Hilde Vautmans, Harald Vilimsky, Idoia Villanueva Ruiz, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Isabel Wiseler-Lima, Salima Yenbou, Željana Zovko |
|||
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers |
Assita Kanko, Andrey Kovatchev, Paulo Rangel, Mick Wallace |
|||
HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
50 |
+ |
NI |
Fabio Massimo Castaldo, Márton Gyöngyösi |
PPE |
Alexander Alexandrov Yordanov, Traian Băsescu, Michael Gahler, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Andrey Kovatchev, Andrius Kubilius, David Lega, Miriam Lexmann, Antonio López-Istúriz White, Lukas Mandl, Vangelis Meimarakis, Francisco José Millán Mon, Gheorghe-Vlad Nistor, Paulo Rangel, Radosław Sikorski, Isabel Wiseler-Lima |
Renew |
Petras Auštrevičius, Katalin Cseh, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, María Soraya Rodríguez Ramos, Hilde Vautmans |
S&D |
Maria Arena, Włodzimierz Cimoszewicz, Tanja Fajon, Raphaël Glucksmann, Dietmar Köster, Claudiu Manda, Sven Mikser, Demetris Papadakis, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Andreas Schieder, Sergei Stanishev |
Verts/ALE |
Alviina Alametsä, Reinhard Bütikofer, Jordi Solé, Tineke Strik, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Salima Yenbou |
8 |
- |
ID |
Maximilian Krah, Thierry Mariani, Jérôme Rivière, Harald Vilimsky |
NI |
Kostas Papadakis |
PPE |
Sunčana Glavak, Željana Zovko |
S&D |
Tonino Picula |
12 |
0 |
ECR |
Anna Fotyga, Assita Kanko, Karol Karski, Jacek Saryusz-Wolski, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers |
ID |
Anna Bonfrisco, Susanna Ceccardi |
The Left |
Stelios Kouloglou, Manu Pineda, Idoia Villanueva Ruiz, Mick Wallace |
Verklaring van de gebruikte tekens:
+ : voor
- : tegen
0 : onthouding
- [1] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0370.
- [2] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0168.
- [3] PB C 265 van 11.8.2017, blz. 142.
- [4] PB C 46E van 24.2.2010, blz. 111.
- [5] PB C 157E van 6.7.2006, blz. 468.
- [6] PB C 137E van 27.5.2010, blz. 25.
- [7] PB C 171 van 6.5.2021, blz. 25.
- [8] PB C 399 van 24.11.2017, blz. 176.
- [9] PB C 363 van 28.10.2020, blz. 13.
- [10] PB C 93 van 9.3.2016, blz. 52.