Procedure : 2021/0115(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0187/2021

Ingediende teksten :

A9-0187/2021

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2021 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0267

<Date>{02/06/2021}2.6.2021</Date>
<NoDocSe>A9-0187/2021</NoDocSe>
PDF 202kWORD 61k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Nederland – EGF/2020/004 NL/Nederland KLM</Titre>

<DocRef>(COM(2021)0226 – C9-0161/2021 – 2021/0115(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>Monika Vana</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Nederland – EGF/2020/004 NL/Nederland KLM

(COM(2021)0226 – C9-0161/2021 – 2021/0115(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0226 – C9-0161/2021),

 gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006[1] (“EFG-verordening”),

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[2], en met name artikel 8,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[3], (“IIA van 16 december 2020”), en met name punt 9,

 gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

 gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0187/2021),

A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren; overwegende dat deze bijstand wordt verleend in de vorm van financiële steun aan de werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;

B. overwegende dat Nederland aanvraag EGF/2020/004 NL/KLM heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 1 851 ontslagen[4] bij het bedrijf KLM Royal Dutch Airlines in de regio van NUTS 2-niveau Noord-Holland (NL32), in Nederland, met als referentieperiode voor de aanvraag de periode van 15 augustus 2020 tot en met 15 december 2020;

C. overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op het ontslag van 1 851 werknemers bij KLM Royal Dutch Airlines, waarvan er 650 tijdens de referentieperiode en 1 201 vóór of na de referentieperiode plaatsvonden, en overwegende dat er een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die aanleiding heeft gegeven tot de ontslagen tijdens de referentieperiode;

D. overwegende dat de aanvraag stoelt op het criterium zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, dat inhoudt dat er sprake moet zijn van ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat;

E. overwegende dat de Commissie heeft onderkend dat de COVID-19-gezondheidscrisis is uitgemond in een economische crisis en heeft aangedrongen op een herstelplan “NextGenerationEU” waarin de cruciale rol van het EFG bij de ondersteuning van ontslagen werknemers wordt benadrukt;

F. overwegende dat de COVID-19-pandemie een enorme klap heeft betekend voor de luchtvaartsector, dat de met de pandemie verband houdende reisbeperkingen een daling hebben veroorzaakt van het internationale luchtverkeer met 98,9 % in april 2020 ten opzichte van april 2019, en dat 64 % van alle vliegtuigen ter wereld tijdelijk uit gebruik werd genomen;

G. overwegende dat de internationale passagiersvraag in 2020 met 75,6 % is gedaald ten opzichte van 2019, en overwegende dat het volgens de mondiale prognose van het aantal passagiers van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) drie tot vier jaar zal duren tot de luchtvaartsector zich op het niveau van vóór de crisis herstelt;

H. overwegende dat het hier gaat om een van de eerste beschikbaarstellingen van middelen uit het EFG als gevolg van de COVID-19-crisis, nadat het Europees Parlement op 18 juni 2020 een resolutie heeft aangenomen over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF/2020/000 TA 2020 – Technische bijstand op initiatief van de Commissie), waarin het voorstel werd gedaan om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen om werknemers en zelfstandigen in het kader van de wereldwijde COVID-19-crisis te ondersteunen, zonder Verordening (EU) nr. 1309/2013 te hoeven wijzigen;

I. overwegende dat de financiële prestaties van KLM vóór het uitbreken van de pandemie tussen 2015 en 2019 gestaag toenamen, en dat de nettowinst van KLM steeg van 54 miljoen EUR in het begrotingsjaar 2015 tot 449 miljoen EUR in het begrotingsjaar 2019;

J. overwegende dat het aantal passagiers dat KLM in 2020 heeft vervoerd met 68 % is gedaald ten opzichte van 2019 en dat de inkomsten van KLM in 2020 met 53,8 % zijn gedaald ten opzichte van 2019, waardoor KLM in 2020 een exploitatieverlies van 1 154 miljoen EUR heeft opgebouwd, terwijl het bedrijf in 2019 nog een winst van 714 miljoen EUR optekende[5], en overwegende dat het management van KLM als gevolg hiervan heeft besloten tot een herstructureringsplan om het personeelsbestand met ongeveer 5 000 voltijdsequivalenten te verminderen[6];

K. overwegende dat de Commissie heeft verklaard dat de gezondheidscrisis is uitgemond in een economische crisis, een herstelplan voor de economie heeft opgesteld en de rol van het EFG als noodinstrument heeft onderstreept[7];

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening en dat Nederland recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 5 019 218 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 8 365 364 EUR, waarvan 8 030 750 EUR voor individuele diensten en 334 614 EUR voor voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage;

2. neemt ter kennis dat de Nederlandse autoriteiten de aanvraag op 22 december 2020 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Nederland aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 6 mei 2021 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;

3. betreurt dat het proces in deze moeilijke omstandigheden zo lang duurt en verzoekt de Commissie het beoordelingsproces te versnellen en ervoor te zorgen dat de ontslagen werknemers spoedig van de steun van de Unie kunnen profiteren;

4. merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op in totaal 1 851 werknemers die hun baan bij het Nederlandse bedrijf KLM Royal Dutch Airlines zijn kwijtgeraakt; merkt op dat Nederland verwacht dat slechts 1 201 van alle in aanmerking komende begunstigden zullen deelnemen aan de maatregelen (“beoogde begunstigden”);

5. merkt op dat Nederland heeft besloten de ontslagen werknemers geen inkomenssteun te verlenen via het EFG; neemt kennis van het feit dat de Nederlandse regering een algemene loonsubsidie heeft ingevoerd voor alle bedrijven waarvan de omzet als gevolg van de COVID-19-crisis met meer dan 20 % is gedaald, en dat de KLM-Groep een aanvraag heeft ingediend voor een NOW-subsidie (NOW: Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid); neemt kennis van het feit dat de KLM-Groep een aanvraag heeft ingediend voor de volledige periode die onder de NOW-regeling valt, reeds een voorschot van 683 miljoen EUR heeft ontvangen en normaal gezien nog eens 488 miljoen EUR zal ontvangen;

6. merkt op dat het aan de lidstaat is om te beslissen aan hoeveel van de in aanmerking komende werknemers de steun zal worden verleend, en verzoekt Nederland daarom erop toe te zien dat de kwetsbaarste werknemers tot deze groep behoren, aangezien zij het zonder enige vorm van discriminatie waarschijnlijk het moeilijkst zullen hebben op de arbeidsmarkt; benadrukt het voordeel van het feit dat alle ontslagen werknemers kunnen gebruikmaken van en worden ondersteund door de maatregelen die in dit EFG-project zijn opgenomen, en onderstreept dat dit voor hen de beste optie is;

7. onderstreept dat de sociale gevolgen van de ontslagen naar verwachting aanzienlijk zullen zijn, aangezien KLM in 2019 meer dan 33 000 werknemers telde en daarmee de op één na grootste privéwerkgever van Nederland is[8]; wijst erop dat de ontslagen hebben plaatsgevonden in een context van stijgende werkloosheid in Noord-Holland, die in het vierde kwartaal van 2020 4,8 % bedroeg en aldus 1,5 procentpunten hoger lag dan in het vierde kwartaal van 2019;

8. neemt er nota van dat Nederland op 1 februari 2021 is begonnen met het verlenen van individuele diensten aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG, zal lopen van 1 februari 2021 tot en met 1 februari 2023;

9. merkt op dat de individuele dienstverlening die aan de betrokken werknemers zal worden verstrekt, bestaat uit de volgende acties: beroepsoriëntatie, ondersteuning bij het vinden van werk in specifieke sectoren, opleiding, coaching en/of onderwijs en financieel advies; is ingenomen met de focus van de autoriteiten op het omscholen van werknemers om hun overstap naar sectoren met een tekort aan arbeidskrachten, zoals onderwijs, gezondheidszorg, logistiek, technologie en informatiebeheer, te vergemakkelijken;

10. neemt er nota van dat Nederland op 1 februari 2021 is begonnen met administratieve uitgaven voor de uitvoering van het EFG, en dat de periode om voor uitgaven voor voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG, zal lopen van 1 februari 2021 tot en met 1 augustus 2023;

11. is ingenomen met het feit dat Nederland het gecoördineerde pakket individuele dienstverlening heeft opgesteld in overleg met de belanghebbenden en sociale partners, waaronder acht vakbonden, en dat er in nauwe samenwerking met de relevante ondernemingsraden een steungroep is opgericht om deze dienstverlening te coördineren;

12. benadrukt dat de Nederlandse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele acties geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie zal worden ontvangen[9];

13. dringt aan op verdere vermindering van de administratieve lasten gedurende het hele proces;

14. pleit voor meer communicatie-inspanningen met betrekking tot de maatregelen die via het EFG door de begroting van de Unie worden ondersteund; onderstreept het belang van de verspreiding van informatie over de toegevoegde waarde van de Unie en de steun aan kwetsbare sectoren en werknemers, met name in de nasleep van de COVID-19-pandemie;

15. herhaalt dat de steun van het EFG geen vervanging mag zijn voor de maatregelen die bedrijven op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen;

16.  merkt op dat volgens de Commissie aan alle procedurele vereisten is voldaan;

17.  is er een groot voorstander van dat het EFG in 2021-2027 blijk zal blijven geven van solidariteit en dat de nadruk zal verschuiven van de oorzaak van de herstructurering naar de impact ervan; is ingenomen met het feit dat volgens de nieuwe regels het koolstofarm maken van de economie ook een reden zal zijn voor aanvragers om in aanmerking te komen voor steun.

18. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

19. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Nederland – EGF/2020/004 NL/KLM

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006[10], en met name artikel 15, lid 4,

 

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[11], en met name punt 9,

 

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

 

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (prijzen van 2018) niet overschrijden[12].

(3) Op 22 december 2020 heeft Nederland een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van ontslagen bij KLM Royal Dutch Airlines in Nederland. Nederland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG als vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4) Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 5 019 218 EUR te leveren in het kader van de door Nederland ingediende aanvraag.

(5) Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 wordt een bedrag van 5 019 218 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum waarop het wordt vastgesteld].

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

 

 

 

 

 

 

 


TOELICHTING

I. Chronologisch overzicht

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[13] en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013[14] mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 186 miljoen EUR bedragen (prijzen van 2018).

Overeenkomstig punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[15], verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek.

II. De aanvraag van Nederland en het voorstel van de Commissie

Op 22 december 2020 heeft Nederland aanvraag EGF/2020/004 NL/KLM ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 1 851 gedwongen ontslagen[16] in het bedrijf KLM Royal Dutch Airlines, in de regio van NUTS 2-niveau Noord-Holland (NL32).

Na de aanvraag te hebben beoordeeld, heeft de Commissie overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG is voldaan.

Op 6 mei 2021 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Nederland om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van 1201 beoogde begunstigden, d.w.z. werknemers die zijn ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 51 (luchtvervoer).

De Commissie heeft de aanvraag als ontvankelijk beschouwd op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten, en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd.

Dit is de vijfde aanvraag van 2020 en de vierde die wordt onderzocht in het kader van de begroting voor 2021, met inbegrip van het nieuwe MFK, op grond van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[17] en het IIA van 16 december 2020. In de begroting voor 2021 zijn begrotingsonderdelen gereserveerd voor EFG-betalingen (van vóór 2021) die zullen worden gebruikt voor betalingen die in het kader van de EFG-verordening 2014-2020 worden verricht. Tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 28 april 2021 is de hierop volgende EFG-verordening voor 2021-2027 (2018/0202(COD)) aangenomen. Dit heeft echter geen gevolgen voor deze procedure of voor toekomstige procedures voor de beschikbaarstelling van middelen in het kader van het oude programma voor 2014-2020.

Het aantal van 1 851 ontslagen werknemers is berekend door de 650 werknemers die tijdens de referentieperiode zijn ontslagen, op te tellen bij de 1 201 werknemers die vóór of na de referentieperiode van vier maanden zijn ontslagen. Al deze werknemers werden ontslagen na de algemene aankondiging van de geplande ontslagen op 21 mei 2020. Er kan een duidelijk oorzakelijk verband worden gelegd met de gebeurtenis die aanleiding heeft gegeven tot de ontslagen tijdens de referentieperiode.

De aanvraag betreft een doelgroep van 1 201 werknemers die zijn ontslagen, en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 5 019 218 EUR uit het EFG voor Nederland, zijnde 60 % van de totale kosten van de voorgestelde acties.

Teneinde het verband aan te tonen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in wereldwijde handelspatronen als gevolg van globalisering, heeft Nederland de aanvraag gebaseerd op de verklaring van de Commissie dat de wereldwijde gezondheidscrisis is uitgemond in een wereldwijde economische crisis, die wordt aangepakt door middel van het herstelplan van de Commissie, waarin het EFG expliciet wordt genoemd als een van de instrumenten[18].

De COVID-19-pandemie heeft KLM hard getroffen en de goede resultaten van het bedrijf van de afgelopen jaren tenietgedaan. Midden maart 2020 zijn de activiteiten van KLM grotendeels tot stilstand gekomen, terwijl de exploitatiekosten van het bedrijf op hetzelfde niveau zijn gebleven[19]. In 2020 daalden de inkomsten van KLM met 53,8 % in vergelijking met het jaar daarvoor, tot 5 120 miljoen EUR. Op 31 juli 2020 kondigde het bestuur van KLM een herstructureringsplan aan om de kosten te verlagen. Dit leidde tot een inkrimping van het personeelsbestand met ongeveer 5 000 voltijdequivalenten (van 33 000 naar 28 000 voltijdequivalenten)[20].

De vier soorten maatregelen die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

a. Beroepsoriëntatie: in deze fase ontvangen de deelnemers informatie over het verlenen van ondersteuning, oriëntatie en hulp bij het zoeken naar werk. Dit omvat ook individuele coaching om werknemers zelfvertrouwen bij te brengen en een nieuwe baan te helpen vinden.

b. Ondersteuning bij het vinden van werk in specifieke sectoren: met deze maatregel zal professionele hulp worden geboden bij de overstap naar sectoren met een tekort aan arbeidskrachten, zoals onderwijs, gezondheidszorg, logistiek, technologieën en informatiemanagement. Mensen met een technische achtergrond (d.w.z. KLM engineering en onderhoud) zouden bijvoorbeeld kunnen worden omgeschoold zodat zij een baan kunnen vinden in een technologiesector.

c. Opleiding, coaching en/of onderwijs: hierbij gaat het om maatregelen om de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn voor een baan in een nieuwe sector.

d. Financieel advies: deze maatregel biedt individuele beoordelingen en financieel advies om ervoor te zorgen dat een getroffen werknemer een duidelijk beeld krijgt van zijn of haar financiële situatie en vooruitzichten om de juiste beslissing te nemen. Bij deze beoordeling houdt de deskundige op het gebied van financieel advies rekening met de persoonlijke omstandigheden, de gevolgen van een verandering van werk voor het inkomen, de huisvestingssituatie (d.w.z. het vermogen om aan hypotheekverplichtingen te voldoen, de huurprijs, de gevolgen van een mogelijke verplaatsing) en de gevolgen van specifieke maatregelen in collectieve arbeidsovereenkomsten en van wijzigingen in de nationale fiscale regelgevingen.

 

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en betreft het geen passieve socialebeschermingsmaatregelen.

Nederland heeft de nodige informatie verstrekt over acties waartoe het betrokken bedrijf krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht is. Het heeft ook bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van deze acties.

Werkwijze

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 5 019 218 EUR uit de EFG-reserve (30 04 02) naar de EFG-begrotingslijn (van vóór 2021) (16 02 99 01). Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

 


 

BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

De heer Johan Van Overtveldt

Voorzitter

Begrotingscommissie

BRUSSEL

Betreft: <Titre>Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering – EGF/2020/004 NL/KLM - Nederland</Titre> <DocRef>(2021/0115(BUD))</DocRef>

Geachte heer Van Overtveldt,

In het kader van bovengenoemde procedure is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken gevraagd een advies uit te brengen aan uw commissie. Tijdens haar vergadering van 18 mei 2021 heeft zij besloten dat advies in briefvorm uit te brengen.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft de kwestie tijdens haar vergadering van 27 mei 2021 onderzocht. Tijdens die vergadering heeft zij besloten de bevoegde Begrotingscommissie te verzoeken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen.

Hoogachtend,

Lucia Ďuriš Nicholsonová

 


SUGGESTIES

Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

A. overwegende dat op 22 december 2020 Nederland aanvraag EGF/2020/004 NL/KLM heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 1 851 gedwongen ontslagen in het bedrijf KLM Royal Dutch Airlines, in de regio van NUTS 2-niveau Noord-Holland (NL32);

B. overwegende dat de Commissie de aanvraag als ontvankelijk heeft beschouwd op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers, respectievelijk downstreamproducenten, en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

C. overwegende dat de Commissie op 6 mei 2021 een voorstel heeft goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Nederland om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van 1 201 beoogde begunstigden, d.w.z. werknemers die zijn ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 – afdeling 51 (luchtvervoer);

D. overwegende dat de COVID-19-pandemie een enorme klap heeft betekend voor de luchtvaartsector, als gevolg van de reisbeperkingen die in 2020 een daling hebben veroorzaakt van de internationale passagiersvraag met 75,6 % ten opzichte van 2019; overwegende dat het volgens de mondiale prognose van het aantal passagiers van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) drie tot vier jaar zal duren tot de luchtvaartsector zich op het niveau van vóór de crisis herstelt;

E. overwegende dat dit enorme negatieve gevolgen had voor KLM, en de goede resultaten van de afgelopen jaren werden ondermijnd, en dat KLM management daarom op 31 juli 2020 een herstructureringsplan heeft aangekondigd om de kosten te verlagen; dit leidde tot een inkrimping van het personeelsbestand met ongeveer 5 000 voltijdequivalenten (van 33 000 naar 28 000 voltijdequivalenten);

F. overwegende dat de Commissie heeft verklaard dat de gezondheidscrisis is uitgemond in een economische crisis, een herstelplan voor de economie heeft opgesteld en de rol van het EFG als noodinstrument heeft onderstreept;

verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening en dat Nederland recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 5 019 218 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 8 365 364 EUR, waarvan 8 030 750 EUR voor individuele diensten en 334 614 EUR voor voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage;

2.  merkt op dat volgens de Commissie aan alle procedurele vereisten is voldaan;

3.  onderstreept dat de sociale gevolgen van de ontslagen naar verwachting aanzienlijk zullen zijn; herinnert eraan dat KLM met meer dan 33 000 werknemers in 2019 de op één na grootste particuliere werkgever was in Nederland; wijst erop dat de ontslagen hebben plaatsgevonden in een context van stijgende werkloosheid in Noord-Holland, die in het vierde kwartaal van 2020 4,8 % bedroeg en aldus 1,5 procentpunten hoger lag dan in het vierde kwartaal van 2019;

4.  merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op in totaal 1 851 werknemers die hun baan bij het Nederlandse bedrijf KLM Royal Dutch Airlines zijn kwijtgeraakt; merkt op dat Nederland verwacht dat slechts 1 201 van alle in aanmerking komende begunstigden zullen deelnemen aan de maatregelen (beoogde begunstigden);

5.  is ingenomen met de vier soorten acties die in het kader van het pakket van individuele dienstverlening aan ontslagen werknemers moeten worden aangeboden (beroepsoriëntatie; ondersteuning bij het vinden van werk in specifieke sectoren; opleiding, coaching en/of onderwijs; financieel advies), waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd;

6.  herhaalt dat de steun door het EFG en andere Uniefondsen geen vervanging mogen zijn voor de maatregelen die werkgevers op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen;

7.  is er een groot voorstander van dat het EFG in 2021-2027 blijk zal blijven geven van solidariteit en dat de nadruk zal verschuiven van de oorzaak van de herstructurering naar de impact ervan; is ingenomen met het feit dat volgens de nieuwe regels het koolstofarm maken van de economie ook een reden zal zijn voor aanvragers om in aanmerking te komen voor steun.


BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

Dhr. Johan VAN OVERTVELDT

Voorzitter van de Begrotingscommissie

WIE 05U012

 

 

Betreft: Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Nederland – EGF/2020/004 NL/KLM

 

Geachte heer Van Overtveldt,

 

De Europese Commissie heeft het Europees Parlement haar voorstel doen toekomen voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Nederland (COM(2021)0226), als gevolg van ontslagen bij KLM Royal Dutch Airlines.

Naar ik heb begrepen, is het de bedoeling dat over dit voorstel binnenkort een verslag wordt goedgekeurd in de Begrotingscommissie.

 

De aanvraag betreft 1 851 werknemers die bij KLM Royal Dutch Airlines zijn ontslagen. De EFG-maatregelen zullen naar verwachting 1 201 van deze werknemers betreffen. De gebeurtenissen die tot deze ontslagen hebben geleid, zijn het gevolg van de onverwachte wereldwijde economische crisis veroorzaakt door de COVID‑19-pandemie. De ontslagen bij KLM hebben ernstige gevolgen voor de nationale economie, aangezien KLM de op een na grootste privéwerkgever van Nederland is.

 

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, bestaat uit de volgende acties, zijnde actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties: beroepsoriëntatie, ondersteuning bij het vinden van werk in specifieke sectoren, opleiding, coaching en/of onderwijs en financieel advies.

 

De totale kosten worden op 8 365 364 EUR geraamd, met inbegrip van uitgaven ter hoogte van 8 030 750 EUR voor individuele dienstverlening en van 334 614 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage. Van het EFG wordt in totaal een financiële bijdrage van 5 019 218 EUR (60 % van de totale kosten) gevraagd.

 

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/20061 (“de EFG-verordening”).

 

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het EFG zoals door de Commissie voorgesteld.

 

Hoogachtend,

 

 

Younous OMARJEE


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.5.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Robert Biedroń, Anna Bonfrisco, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Vlad Gheorghe, Valentino Grant, Elisabetta Gualmini, Francisco Guerreiro, Valérie Hayer, Eero Heinäluoma, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Moritz Körner, Joachim Kuhs, Zbigniew Kuźmiuk, Ioannis Lagos, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Janusz Lewandowski, Silvia Modig, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Dimitrios Papadimoulis, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Johan Van Overtveldt, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Furore, Jens Geier, Henrike Hahn

 


 

 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

39

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bogdan Rzońca, Johan Van Overtveldt

ID

Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Hélène Laporte

NI

Mario Furore

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Renew

Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Valérie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Elisabetta Gualmini, Eero Heinäluoma, Pierre Larrouturou, Victor Negrescu, Nils Ušakovs

The Left

Silvia Modig, Dimitrios Papadimoulis

Verts/ALE

Rasmus Andresen, David Cormand, Francisco Guerreiro, Henrike Hahn

 

2

-

ID

Joachim Kuhs

NI

Ioannis Lagos

 

0

0

 

 

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[2] PB L 433 I, 22.12.2020, blz. 11.

[3] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28

[4] In de zin van artikel 3 van de EFG-verordening.

[9] Op 13 juli 2020 heeft de Europese Commissie op grond van de EU-staatssteunregels haar goedkeuring gehecht aan een Nederlandse staatssteunmaatregel van 3,4 miljard EUR, bestaande uit een staatsgarantie voor leningen en een achtergestelde lening van de Staat aan KLM om de maatschappij de liquiditeit te verschaffen die zij dringend nodig heeft tijdens de COVID-19-uitbraak. https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_20_1333

[10] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[11] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 29.

[12] Verordening (EU, Euratom) nr. 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).

  Datum door het Parlement in te voegen vóór bekendmaking in het PB.

[13] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 15.

[14] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[15] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.

[16] In de zin van artikel 3 van de EFG-verordening.

[17] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11.

[19] Brief van 24 april 2020 van minister van Financiën Wopke Hoekstra en de minister van Infrastructuur en Waterstaat Cora van Nieuwenhuizen aan de Tweede Kamer over mogelijke steunmaatregelen

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2021Juridische mededeling - Privacybeleid