Procedure : 2021/0107(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0189/2021

Ingediende teksten :

A9-0189/2021

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/06/2021 - 2

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0265

<Date>{02/06/2021}2.6.2021</Date>
<NoDocSe>A9-0189/2021</NoDocSe>
PDF 197kWORD 61k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland – EGF/2020/003 DE/Duitsland GMH Guss</Titre>

<DocRef>(COM(2021)0207 – C9-0156/2021 – 2021/0107(BUD))</DocRef>


<Commission>{BUDG}Begrotingscommissie</Commission>

Rapporteur: <Depute>Jens Geier</Depute>

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland – EGF/2020/003 DE/Duitsland GMH Guss

(COM(2021)0207 – C9-0156/2021 – 2021/0107(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0207 – C9-0156/2021),

 gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006[1] (“EFG-verordening”),

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[2], en met name artikel 8,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[3], (“IIA van 16 december 2020”), en met name punt 9,

 gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

 gezien het advies van de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0189/2021),

A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren; overwegende dat deze bijstand wordt verleend in de vorm van financiële steun aan de werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;

B. overwegende dat Duitsland aanvraag EGF/2020/003 DE/GMH Guss heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 585 ontslagen[4] bij vier dochterondernemingen van het bedrijf Guss GmbH, die zijn ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 24 (Vervaardiging van metalen in primaire vorm) in de regio’s van NUTS 2-niveau Düsseldorf (DEA1)[5] en Arnsberg (DEA5)[6] met als referentieperiode voor de aanvraag de periode van 31 juli 2020 tot en met 30 november 2020;

C. overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op 585 werknemers die door vier dochterondernemingen van GMH Guss GmbH in Duitsland zijn ontslagen;

D. overwegende dat de aanvraag stoelt op het criterium bedoeld in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, dat inhoudt dat er sprake moet zijn van ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat;

E. overwegende dat de gieterijsector in Duitsland voor acute uitdagingen staat, zoals veranderingen in de internationale handel in goederen en diensten en overproductie in China, met name in de automobielindustrie en de machinebouw, en verplaatsing van activiteiten naar derde landen, met inbegrip van kandidaat-lidstaten van de EU, waar lagere milieunormen gelden[7] en industrieën sterk worden gesubsidieerd;

F. overwegende dat de problemen van GMH Guss begonnen toen de belangrijkste klant van de dochteronderneming Walter Hundhausen GmbH – goed voor 60 % van de productie van de dochteronderneming – besloot om delen van de toeleveringsketen naar Turkije te verplaatsen;

G. overwegende dat de Taiwanese concurrent MEITA twee gieterijen heeft geopend in Obrenovac (Servië), die voornamelijk voor de Europese automobielindustrie produceren, en dat MEITA dankzij subsidies en lagere arbeidskosten veel lagere prijzen kon bieden dan haar Duitse concurrent GMH Guss;

H. overwegende dat de totale metaalgietproductie in Duitsland tussen 2018 en 2019[8] met 8,9 % is gedaald als gevolg van deze uitdagingen in verband met de globalisering, met name in Noordrijn-Westfalen, waar 25 % van de Duitse gietmetalen worden geproduceerd;

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening en dat Duitsland recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 081 706 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 1 802 845 EUR, waarvan 1 730 731 EUR voor individuele diensten en 72 114 EUR voor voorbereiding, beheer, voorlichting, publiciteit, controle en rapportage;

2. neemt er nota van dat de Duitse autoriteiten de aanvraag op 15 december 2020 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Duitsland aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 27 april 2021 heeft afgerond en het Parlement hiervan nog diezelfde dag in kennis heeft gesteld;

3. merkt op dat aan alle procedurele vereisten is voldaan;

4. merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op in totaal 585 werknemers die werkloos zijn geworden in de Duitse industriesector; betreurt dat Duitsland verwacht dat slechts 476 van alle in aanmerking komende begunstigden, namelijk 455 mannen en 21 vrouwen, van wie de meesten tussen 30 en 54 jaar oud zijn, aan de maatregelen zullen deelnemen (beoogde begunstigden);

5. onderstreept dat deze ontslagen naar verwachting een aanzienlijk effect zullen hebben op de lokale economie, aangezien zij plaatsvonden in een context van hoge werkloosheid (10,7 % in september 2020) in het Roergebied als gevolg van de structurele uitdagingen sinds de jaren zestig en de gevolgen van de COVID-19-pandemie;

6. wijst erop dat de meeste ontslagen werknemers zich in de tweede helft van hun loopbaan bevinden, een laag formeel kwalificatieniveau hebben en de Duitse taal vaak slecht beheersen; onderstreept voorts dat, zoals uitgelegd in de aanvraag, een groot aantal begunstigden mannen met een migratieachtergrond betreft en dat hun succesvolle re-integratie op de arbeidsmarkt vergemakkelijkt kan worden door andere leden van hun huishouden, die vaak een veel betere kennis van het Duits hebben dan de voormalige werknemers zelf;

7. wijst op en is ingenomen met de organisatie van peergroups, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van de desbetreffende voormalige werknemers; onderstreept dat ervoor moet worden gezorgd dat voormalige werknemers, zonder discriminatie en ongeacht hun nationaliteit, worden geïntegreerd in en gesteund door de maatregelen die in dit EFG-project zijn opgenomen;

8. beschouwt het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Unie om deze ontslagen werknemers van de nodige kwalificaties te voorzien met het oog op de ecologische en rechtvaardige transformatie van de industrie van de Unie in overeenstemming met de Europese Green Deal, aangezien zij werkten in een sector met een hoge koolstofintensiteit; is daarom ingenomen met de individuele dienstverlening die door dit EFG aan de werknemers wordt verstrekt, waaronder bijscholingsmaatregelen en Duitse taalcursussen, workshops, beroepsoriëntatie, arbeidsadvies, opleidingstoelagen en advies voor het opstarten van een onderneming om deze sector en de hele arbeidsmarkt in de toekomst duurzamer en veerkrachtiger te maken;

9. neemt er nota van dat Duitsland op 1 augustus 2020 is begonnen met het verlenen van individuele diensten aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG zal lopen van 1 augustus 2020 tot en met 15 december 2022;

10. neemt er nota van dat Duitsland op 1 november 2020 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat de periode om voor uitgaven in verband met activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting, publiciteit, controle en rapportage in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG, bijgevolg zal lopen van 1 november 2020 tot en met 15 juni 2023;

11. is ingenomen met het feit dat Duitsland in overleg met de sociale partners het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening heeft opgesteld en dat er een toezichtcomité is opgericht bestaande uit vertegenwoordigers van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken, de openbare diensten voor arbeidsvoorziening, het re-integratiebedrijf, vertegenwoordigers van de sociale partners, vertegenwoordigers van de vakbond IG Metall, de liquidateurs van de onderneming waar de gedwongen ontslagen zijn gevallen en van haar dochterondernemingen, alsmede vertegenwoordigers van de ondernemingsraden, om de door het EFG medegefinancierde interventie te sturen; benadrukt dat de sociale partners van de betrokken ondernemingen reeds in de maanden en jaren voorafgaand aan de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG hebben samengewerkt om de moeilijke economische omstandigheden en situatie te verbeteren, ook door aanzienlijke loonconcessies van de werknemers;

12. merkt op dat de Duitse autoriteiten hebben bevestigd dat de subsidiabele acties een aanvulling vormen op de maatregelen in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF) via het operationele programma van het ESF voor Noordrijn-Westfalen;

13. herhaalt dat de steun door het EFG geen vervanging mag zijn voor de maatregelen die bedrijven op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen;

14. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

15. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


 

BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland – EGF/2020/003 DE/Duitsland GMH Guss

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 

gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006[9], en met name artikel 15, lid 4,

 

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[10], en met name punt 9,

 

gezien het voorstel van de Europese Commissie,

 

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en aan zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, het aanhouden van de wereldwijde financiële en economische crisis of een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en om hen te helpen op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2) Krachtens artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad[11], mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden.

(3) Op 15 december 2020 heeft Duitsland een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen naar aanleiding van ontslagen bij GMH Guss GmbH in Duitsland. Duitsland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4) Er moeten daarom middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om te voorzien in een financiële bijdrage van 1 081 706 EUR in het kader van de door Duitsland ingediende aanvraag.

(5) Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 wordt een bedrag van  EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [datum van vaststelling van het besluit].

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[12] en van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1309/2013[13] mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 186 miljoen EUR bedragen (prijzen van 2018).

Overeenkomstig punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[14] verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek.

II. De aanvraag van Duitsland en het voorstel van de Commissie

Op 15 december 2020 heeft Duitsland aanvraag EGF/2020/003 DE/GMH Guss ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 585 gedwongen ontslagen[15] bij vier dochterondernemingen van het bedrijf Guss GmbH in de regio’s van NUTS 2-niveau Düsseldorf (DEA1)[16] en Arnsberg (DEA5)[17].

Na de aanvraag te hebben beoordeeld, heeft de Commissie overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG is voldaan.

Op 27 april 2021 heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG aan Duitsland om de terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen van 476 beoogde begunstigden, d.w.z. werknemers die zijn ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2, namelijk in afdeling 24 (Vervaardiging van metalen in primaire vorm).

De Commissie heeft de aanvraag van Duitsland ontvankelijk geacht op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn ontslagen bij leveranciers en downstreamproducenten en/of zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd.

Dit is de vierde aanvraag van 2020 en de derde die wordt onderzocht in het kader van de begroting voor 2021, met inbegrip van het nieuwe MFK, op grond van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[18] en het IIA van 16 december 2020. In de begroting voor 2021 zijn begrotingsonderdelen gereserveerd voor EFG-betalingen (van vóór 2021) die zullen worden gebruikt voor betalingen die in het kader van de EFG-verordening 2014-2020 worden verricht. Tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 28 april 2021 is de daaropvolgende EFG-verordening voor 2021-2027 (2018/0202(COD)) aangenomen. Dit heeft echter geen gevolgen voor deze procedure of voor toekomstige procedures voor de beschikbaarstelling van middelen in het kader van het oude programma voor 2014-2020.

Het totale aantal van 585 ontslagen is berekend vanaf de datum waarop de werkgever overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 98/59/EG van de Raad[19] de bevoegde overheidsinstantie schriftelijk in kennis heeft gesteld van het voorgenomen collectief ontslag. Duitsland heeft bevestigd dat deze 585 ontslagen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

De aanvraag betreft  476 beoogde werknemers die zijn ontslagen en heeft betrekking op de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van  EUR uit het EFG voor Duitsland, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van de voorgestelde acties.

Om het verband aan te tonen tussen de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen vanwege de globalisering onderbouwt Duitsland de aanvraag met het argument dat de gieterijsector in Duitsland voor grote uitdagingen staat, zoals veranderingen in de internationale handel in goederen en diensten en verplaatsingen van activiteiten naar landen buiten de EU.

In Duitsland zijn de belangrijkste klanten van metaalgieterijen de automobielindustrie (60 %) en de machinebouw (26 %)[20]. Aangezien gieterijen zeer gespecialiseerde ondernemingen zijn die op maat gemaakte producten aan hun klanten leveren, zijn de activiteiten van de gieterijen sterk afhankelijk van de vraag van hun belangrijkste klanten. Wat betreft de automobielindustrie heeft Azië, vanwege de stijgende vraag in de regio, een zeer dominante positie verworven in de mondiale productie van auto’s, met een mondiaal marktaandeel van 54 % in de wereldwijde productie van auto’s in 2019. In absolute cijfers is de autoproductie in Duitsland in 2019 gedaald tot het laagste niveau sinds 1996[21]. Met betrekking tot de producenten van zware vrachtwagens is in Duitsland de productie van zware vrachtwagens van meer dan 3,5 ton bijna gehalveerd: van 256 131 voertuigen in 2008 tot 133 997 in 2019. Op de Europese markt heeft zich bovendien in de hele automobielindustrie een trend voorgedaan waarbij de productie of delen van de toeleveringsketen naar dichtbijgelegen landen in Oost-Europa (ook naar derde landen in Oost-Europa) zijn overgebracht. Ook lagere milieunormen, met name in landen buiten de EU, leiden ertoe dat de productie van gietmetalen producten naar dichtbijgelegen landen wordt overgebracht[22]. De gemiddelde jaarlijkse scheepsbouw is in de periode 2011-2019 in Europa gehalveerd ten opzichte van de periode 2002-2010[23]. Deze uitdagingen als gevolg van de globalisering hebben de metaalgieterijen zwaar onder druk gezet, waardoor de totale productie van gietmetalen producten in Duitsland tussen 2018 en 2019 met 8,9 % is gedaald[24].

De acht soorten acties die aan de ontslagen werknemers zullen worden geboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

a) Bijscholingsmaatregelen: Er wordt bijscholing aangeboden na interviews in het kader van profilering en loopbaanbegeleiding. Cursussen kunnen individueel of in groepsverband worden aangeboden. Gezien het grote aantal deelnemers met een migratieachtergrond zullen er Duitse taalcursussen worden aangeboden aan deelnemers die de Duitse taal slecht beheersen.

b) Peergroups/workshops: Het gaat om groepsfora onder leiding van een facilitator, die de deelnemers helpt ideeën uit te wisselen en over hun ervaringen na te denken. Sommige peergroups richten zich op de gemeenschappelijke achtergrond van de deelnemers (bijvoorbeeld deelnemers met een migratieachtergrond of oudere deelnemers).

c) Advies voor het opstarten van een onderneming: Het gaat om een pakket adviesdiensten voor wie geïnteresseerd is in het opstarten van een eigen onderneming. Deze diensten omvatten onder meer gepersonaliseerde coaching en de deelname aan sessies groepscoaching.

d) Hulp bij het zoeken naar werk: Professionele jobscouts helpen bij het opsporen van potentiële nog niet gepubliceerde vacatures waarvoor werknemers in aanmerking zouden kunnen komen.

e) Loopbaanbegeleiding en beroepsoriëntatie: Op basis van de initiële profileringsinterviews zullen loopbaanbegeleiders niet alleen informatie verstrekken over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en mogelijke loopbaantrajecten, maar de deelnemers ook motiveren en inspireren. De werknemers zullen worden aangemoedigd hun vaardigheden aan te scherpen of nieuwe vaardigheden te verwerven en aan onderwijs- en opleidingsmaatregelen deel te nemen om – eventueel ook in een andere sector – werk te vinden.

f) Internationale arbeidsbemiddeling: Speciale arbeidsbemiddelaars zullen werkzoekenden die bereid zijn in een andere EU-lidstaat te werken, helpen bij het zoeken naar werk, informatie over de arbeidsomstandigheden in de betreffende lidstaat verstrekken en bijstand bij het vertalen en erkennen van kwalificaties verlenen.

g) Follow-upmentoring: Nadat ze een nieuwe baan hebben gevonden, kunnen de werknemers een beroep doen op adviesdiensten om de overgang naar hun nieuwe baan te vergemakkelijken en het risico op het verlies van hun baan tot een minimum te beperken.

h) Opleidingstoelage: De betaling wordt gestart vanaf de datum waarop de werknemer bij het re-integratiebedrijf in dienst treedt, en beëindigd wanneer hij/zij het re-integratiebedrijf verlaat. Deelname aan actieve arbeidsmarktmaatregelen is een voorwaarde voor het ontvangen van een toelage.

 

Aangezien een groot deel van de begunstigden lage beroepskwalificaties heeft en het Duits vaak slecht beheerst, wordt het financieren van Duitse lessen belangrijk geacht voor hun toekomstige dienstverband.

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties, en komen zij niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.

Duitsland heeft de nodige informatie verstrekt over acties waartoe de betrokken bedrijven krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht zijn. Daaruit blijkt dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats zal komen van deze acties.

Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 081 706 EUR uit de EFG-reserve (30 04 02) naar de EFG-begrotingslijn (van vóór 2021) (16 02 99 01). Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van de EFG-verordening de trialoogprocedure ingeleid.

Overeenkomstig een interne afspraak moet de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kan bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.


 

 

BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

De heer Johan Van Overtveldt

Voorzitter

Begrotingscommissie

BRUSSEL

Betreft: <Titre>Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering – EGF/2020/003 DE/GMH Guss – Duitsland</Titre> <DocRef>(2021/0107(BUD))</DocRef>

Geachte voorzitter,

In het kader van bovengenoemde procedure is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken gevraagd een advies uit te brengen aan uw commissie. Tijdens haar vergadering van 18 mei 2021 heeft zij besloten dat advies in briefvorm uit te brengen.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft de kwestie tijdens haar vergadering van 27 mei 2021 onderzocht. Tijdens die vergadering heeft zij besloten de bevoegde Begrotingscommissie te verzoeken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen.

Hoogachtend,

Lucia Ďuriš Nicholsonová

 


SUGGESTIES

Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

 

A. overwegende dat op 15 december 2020 Duitsland aanvraag EGF/2020/003 DE/GMH Guss heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van ontslagen bij GMH Guss GmbH in Duitsland; overwegende dat de aanvraag binnen twaalf weken is ingediend na de datum waarop aan de in artikel 4 van de EFG-verordening vermelde criteria voor steunverlening was voldaan;

B. overwegende dat Duitsland de aanvraag heeft ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden ten minste 500 werknemers van een onderneming in een lidstaat gedwongen zijn ontslagen;

C. overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op 585 werknemers die door vier dochterondernemingen van GMH Guss GmbH na een insolventieprocedure zijn ontslagen; overwegende dat deze onderneming actief is in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 24 (Vervaardiging van metalen in primaire vorm); overwegende dat deze vestigingen zich bevinden in het Roergebied, het traditionele industriegebied in Noordrijn-Westfalen;

D. overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op 476 beoogde ontslagen werknemers en een totaalbedrag omvat van 1 081 706 EUR uit het EFG voor Duitsland, hetgeen neerkomt op 60 % van de totale kosten van de voorgestelde maatregelen;

E. overwegende dat de gieterijsector in Duitsland voor acute uitdagingen staat, zoals veranderingen in de internationale handel in goederen en diensten, bijvoorbeeld in de voor de sector met name van belang zijnde automobielindustrie, en verplaatsing van activiteiten naar derde landen, met inbegrip van kandidaat-lidstaten van de EU, waar lagere milieunormen gelden en industrieën sterk worden gesubsidieerd; overwegende dat voor het eerst in de geschiedenis Duitse autofabrikanten meer auto’s in China produceerden dan in Duitsland;

F. overwegende dat de totale metaalgietproductie in Duitsland tussen 2018 en 2019 met 8,9 % is gedaald als gevolg van deze uitdagingen in verband met de globalisering, met name in Noordrijn-Westfalen, waar 25 % van de Duitse gietmetalen worden geproduceerd.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt daarom de bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

 

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, punt a), van de EFG-verordening en dat Duitsland recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 081 706 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 1 802 845 EUR;

2.  merkt op dat aan alle procedurele vereisten is voldaan;

3.  wijst erop dat veel ontslagen werknemers mannen zijn die zich in de tweede helft van hun loopbaan bevinden, een laag formeel kwalificatieniveau hebben en de Duitse taal vaak slecht beheersen, aangezien een groot aantal van de begunstigden een migratieachtergrond heeft; benadrukt dat het profiel van deze werknemers en hun specifieke behoeften aan bod moeten komen in het op maat gesneden dienstenpakket dat in het kader van het EFG wordt aangeboden en is in dit verband ingenomen met de integratie van bijscholingsmaatregelen, peergroups/workshops en follow-upmentoring;

4.  onderstreept dat deze ontslagen naar verwachting een aanzienlijk effect zullen hebben op het Roergebied, de traditionele industrieregio in Noordrijn-Westfalen, als gevolg van de structurele uitdagingen sinds de jaren zestig die nog groter geworden zijn door de huidige COVID-19-pandemie;

5.  herhaalt dat de steun vanuit het EFG en andere Uniefondsen geen vervanging mag zijn voor maatregelen die werkgevers op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen.

 


 

BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

Dhr. Johan VAN OVERTVELDT

Voorzitter van de Begrotingscommissie

WIE 05U012

 

 

Betreft: Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland – EGF/2020/003 DE/GMH Guss)

 

 

Geachte heer Van Overtveldt,

 

 

De Europese Commissie heeft het Europees Parlement haar voorstel doen toekomen voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Duitsland (COM(2021) 0207), als gevolg van ontslagen bij GMH Guss GmbH in Duitsland.

Naar ik heb begrepen is het de bedoeling dat over dit voorstel binnenkort een verslag wordt goedgekeurd in de Begrotingscommissie.

 

De aanvraag heeft betrekking op 585 (van in totaal 1 000 werknemers) die door vier dochterondernemingen van GMH Guss GmbH zijn ontslagen. Naar verwachting zullen 476 ontslagen werknemers aan de maatregelen deelnemen. De ontslagen zijn gevallen in de regio’s van NUTS-niveau 2 Düsseldorf (DEA1) en Arnsberg (DEA5).

 

De individuele dienstverlening die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, bestaat uit de volgende acties, zijnde actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele acties: bijscholingsmaatregelen, peergroups/workshops, adviesdiensten voor het opstarten van een onderneming, hulp bij het zoeken naar werk, loopbaanbegeleiding en beroepsoriëntatie, internationale arbeidsbemiddeling, follow-upmentoring en opleidingstoelage.

 

De totale kosten worden op 1 802 845 EUR geraamd, met inbegrip van uitgaven ter hoogte van 1 730 731 EUR voor individuele dienstverlening en van 72 114 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage. 35. Van het EFG wordt in totaal een financiële bijdrage van 1 081 706 EUR (60 % van de totale kosten) gevraagd.

 

Deze derde beschikbaarstelling van middelen uit de EFG-reserve vertegenwoordigt 0,5 % van de beschikbare kredieten voor 2021 (cumulatieve beschikbaarstelling van middelen 1-3 = 4,7 %), waardoor 188 miljoen EUR aan vastleggingskredieten beschikbaar blijft.

 

De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (“de EFG-verordening”).

 

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te schrijven dat de meerderheid in deze commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het voornoemde bedrag uit het EFG zoals door de Commissie voorgesteld.

 

 

Hoogachtend,

 

 

 

Younous OMARJEE


 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

31.5.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Robert Biedroń, Anna Bonfrisco, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Vlad Gheorghe, Valentino Grant, Elisabetta Gualmini, Francisco Guerreiro, Valérie Hayer, Eero Heinäluoma, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Moritz Körner, Joachim Kuhs, Zbigniew Kuźmiuk, Ioannis Lagos, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Janusz Lewandowski, Silvia Modig, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Dimitrios Papadimoulis, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Johan Van Overtveldt, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Mario Furore, Jens Geier, Henrike Hahn

 


 

 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

40

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bogdan Rzońca, Johan Van Overtveldt

ID

Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Joachim Kuhs, Hélène Laporte

NI

Mario Furore

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Renew

Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Valérie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Eider Gardiazabal Rubial, Jens Geier, Elisabetta Gualmini, Eero Heinäluoma, Pierre Larrouturou, Victor Negrescu, Nils Ušakovs

The Left

Silvia Modig, Dimitrios Papadimoulis

Verts/ALE

Rasmus Andresen, David Cormand, Francisco Guerreiro, Henrike Hahn

 

1

-

NI

Ioannis Lagos

 

0

0

 

 

 

 

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[2] PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11.

[3] PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28.

[4] In de zin van artikel 3 van de EFG-verordening.

[5] De dochterondernemingen Friedrich Wilhelms-Hütte Eisenguss GmbH en Friedrich Wilhems-Hütte GmbH, beide gevestigd in Mülheim an der Ruhr.

[6] Dochteronderneming Dieckerhoff Guss GmbH in Gevelsberg en dochteronderneming Walter Hundhausen GmbH (evenals de hoofdzetel van GMH Guss GmbH) in Schwerte.

[7] Deutsche Bank Research (2020): Automobilindustrie – Produktion in China überflügelt heimische Fertigung; Eurofound (2016): ERM-verslag 2016: Globalisation slowdown? Recent evidence of offshoring and reshoring in Europe; Eurofound (2020): ERM-verslag 2020: Restructuring across borders. Uitgedrukt in gecompenseerde brutotonnage (GBT).

[8] Stephen, Sophie (2020): Deutsche Gussproduktion 2019 und Ausblick 2020, in: GIESSEREI, 04/2020.

[9] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[10] PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 29.

[11] Verordening (EU, Euratom) nr. 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433I van 22.12.2020, blz. 15).

  Datum door het Parlement in te vullen vóór bekendmaking in het PB.

[12] PB L 433I van 22.12.2020, blz. 15.

[13] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[14] PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28.

[15] In de zin van artikel 3 van de EFG-verordening.

[16] De dochterondernemingen Friedrich Wilhelms-Hütte Eisenguss GmbH en Friedrich Wilhems-Hütte GmbH, beide gevestigd in Mülheim an der Ruhr.

[17] Dochteronderneming Dieckerhoff Guss GmbH in Gevelsberg en dochteronderneming Walter Hundhausen GmbH (evenals de hoofdzetel van GMH Guss GmbH) in Schwerte.

[18] PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11.

[19] Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).

[20] Bundesverband der Deutschen Gießerei-Industrie (BDGUss): Die Gießerei-Industrie. Eine starke Branche in Zahlen (2019).

[21] https://www.vda.de/de/services/zahlen-und-daten/jahreszahlen/automobilproduktion alsook https://www.quest-trendmagazin.de/automobilindustrie/internationalisierung/weltregion-automobilproduktion.html.

[22] Deutsche Bank Research (2020): Automobilindustrie – Produktion in China überflügelt heimische Fertigung; Eurofound (2016): ERM-verslag 2016: Globalisation slowdown? Recent evidence of offshoring and reshoring in Europe; Eurofound (2020): ERM-verslag 2020: Restructuring across borders.

[23] Uitgedrukt in gecompenseerde brutotonnage (GBT).

[24] Stephen, Sophie (2020): Deutsche Gussproduktion 2019 und Ausblick 2020, in: GIESSEREI, 04/2020.

Laatst bijgewerkt op: 4 juni 2021Juridische mededeling - Privacybeleid