Procedure : 2018/0196(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0206/2021

Ingediende teksten :

A9-0206/2021

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0298

<Date>{18/06/2021}18.6.2021</Date>
<NoDocSe>A9-0206/2021</NoDocSe>
PDF 189kWORD 53k

<TitreType>AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING</TitreType>     <RefProcLect>***II</RefProcLect>

<Titre>betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van de verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa</Titre>

<DocRef>(06674/1/2021 – C9-0193/2021 – 2018/0196(COD))</DocRef>


<Commission>{REGI}Commissie regionale ontwikkeling</Commission>

Rapporteur: <Depute>Andrey Novakov, Constanze Krehl</Depute>

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de vaststelling van de verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visa

(06674/1/2021 – C9-0193/2021 – 2018/0196(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (06674/1/2021 – C9-0193/2021),

 gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 oktober 2018[1] en 18 september 2020[2],

 gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 5 december 2018[3],

 gezien het advies van de Rekenkamer van 25 oktober 2018[4],

 gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[5] inzake het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2018)0375),

 gezien de gewijzigde voorstellen van de Commissie (COM(2020)0023 en COM(2020)0450),

 gezien artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord,

 gezien artikel 67 van zijn Reglement,

 gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie regionale ontwikkeling (A9-0206/2021),

1. hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad in eerste lezing;

2. constateert dat de handeling is vastgesteld overeenkomstig het standpunt van de Raad;

3. verzoekt zijn Voorzitter de handeling samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 297, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te ondertekenen;

4. verzoekt zijn secretaris-generaal de handeling te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

 


 

BEKNOPTE MOTIVERING

Achtergrond

Op 29 mei 2018 is de Commissie met een reeks wetgevingsvoorstellen voor het cohesiebeleid van de EU na 2020 gekomen. Deze voorstellen omvatten een nieuwe overkoepelende verordening met gemeenschappelijke bepalingen met het oog op beleidsspecifieke regels voor het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV, en met financiële regels voor zeven fondsen onder gedeeld beheer.

De Commissie heeft het voorstel later tweemaal gewijzigd: eerst in januari 2020, om het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden tot het nieuwe Fonds voor een rechtvaardige transitie, en vervolgens in mei 2020, in het kader van maatregelen om de gevolgen van de COVID-pandemie aan te pakken, met inachtneming van de daaruit getrokken lessen.

 

Behandeling in de commissie

De corapporteurs Constanze Krehl en Andrey Novakov hebben het ontwerpverslag opgesteld en in oktober 2018 in de commissie gepresenteerd. Vervolgens werden in de commissie REGI 2 052 amendementen op het voorstel ingediend en hebben de commissies AGRI, BUDG, CONT, ECON, EMPL, ENVI, FEMM, LIBE en TRAN bijkomende amendementen voorgesteld in hun adviezen voor REGI.

Na intensieve onderhandelingen kon een breed akkoord tussen de fracties worden bereikt en op 22 januari 2019 heeft de commissie het verslag goedgekeurd met 25 stemmen voor en 1 tegen, bij 9 onthoudingen. In het verslag zijn amendementen opgenomen met betrekking tot een aantal punten die van cruciaal belang zijn voor het toekomstige cohesiebeleid:

- heropneming van het Elfpo (gedeeld beheer) in de verordening gemeenschappelijke bepalingen;

- verhoging van de totale middelen voor economische, sociale en territoriale samenhang tot een totaalbedrag van 378,1 miljard EUR (prijzen van 2018), om deze op hetzelfde niveau te brengen als in de periode 2014-2020;

- verhoging van de middelen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) tot 3 %;

- hogere medefinancieringspercentages voor de drie regiocategorieën (meer ontwikkelde regio’s, overgangsregio’s en minder ontwikkelde regio’s);

- geleidelijke verhoging van de voorfinancieringspercentages;

- verlaging van de overdracht naar de Connecting Europe Facility (4 miljard EUR) ten opzichte van het voorstel van de Commissie (10 miljard EUR), ingevolge de verlaging van de toewijzing uit het Cohesiefonds;

- mogelijkheid om uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het EFMZV een bedrag van maximaal 1 % vanaf 1 januari 2023 en 2,5 % na de tussentijdse evaluatie (2025) toe te wijzen om bij te dragen aan InvestEU;

- beperking van de toepassing van de maatregelen om de doeltreffendheid van de fondsen te koppelen aan goed economisch bestuur (macro-economische conditionaliteit) tot de opschorting van de vastleggingskredieten (niet de betalingskredieten).

 

Mandaat van de plenaire vergadering

In februari 2019 heeft het EP tijdens de plenaire vergadering over het verslag gestemd. Daarbij werden de aanbevelingen van de commissie over het algemeen gevolgd, maar werd ook een aantal bijkomende amendementen goedgekeurd:

- schrapping van artikel 15 van het voorstel (macro-economische conditionaliteit);

- verhoging van het plafond van het uit het betrokken fonds toegewezen bedrag om bij te dragen aan Invest-EU tot 2 % vanaf 1 januari 2023 en tot 3 % na de tussentijdse evaluatie;

- invoering van een zachte vorm van de “gouden regel” in artikel 106, waarbij de lidstaten de Commissie om flexibiliteit kunnen verzoeken in het kader van de vereisten van het stabiliteits- en groeipact, met betrekking tot de nationale medefinanciering van de investeringen in het kader van het cohesiebeleid.

De plenaire vergadering heeft met 460 stemmen voor en 170 tegen, bij 47 onthoudingen het verslag van REGI met bovenbedoelde amendementen goedgekeurd als mandaat voor interinstitutionele onderhandelingen over de verordening gemeenschappelijke bepalingen. Dezelfde tekst werd in maart 2019 goedgekeurd als het standpunt van het EP in eerste lezing.

 

Interinstitutionele onderhandelingen en akkoord

De interinstitutionele onderhandelingen zijn in maart 2019 van start gegaan en in februari 2021 afgerond. Coreper II heeft het voorlopig akkoord bevestigd op 3 maart 2021. Na de goedkeuring in REGI in een enkele stemming op 16 maart 2021 en na de verificatie door de juristen-vertalers heeft de Raad op 27 mei 2021 zijn standpunt in eerste lezing aangenomen.

Het bereikte akkoord heeft betrekking op de volgende hoofdelementen:

 

Financieel en begrotingskader

De som van 330,2 miljard EUR voor het EFRO, het Cohesiefonds en het ESF+ en 7,5 miljard EUR voor het JTF (prijzen van 2018) zal worden verdeeld over de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” met 329,7 miljard EUR en de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” met 8,05 miljard EUR. Er wordt voorzien in een tussentijdse evaluatie en een flexibiliteitsbedrag, waarbij de helft van de bijdragen voor de laatste twee jaar van de programmeringsperiode wordt ingehouden en pas definitief wordt toegewezen na de tussentijdse evaluatie.

De medefinancieringspercentages worden afgestemd op de uitdagingen waarmee de regio’s momenteel worden geconfronteerd, met percentages tot 85 % voor de minst ontwikkelde regio’s, het Cohesiefonds en het Fonds voor een rechtvaardige transitie en tot 80 % voor Interreg. De n+3-vrijmakingsregel blijft van toepassing tot en met 2026 en voor 2027 geldt n+2.

 

Partnerschapsovereenkomsten

De partnerschapsovereenkomst zal voor alle lidstaten worden gestroomlijnd.

 

Meerlagig bestuur en horizontale beginselen

Het Parlement heeft met succes onderhandeld over een versterking van het partnerschapsbeginsel en meerlagig bestuur. Het verkreeg ook de heropneming van de horizontale beginselen, met inbegrip van gendermainstreaming en discriminatiepreventie.

Overdrachten en bijdrage aan InvestEU

Overdrachten van maximaal 5 % van de initiële toewijzing naar de andere instrumenten in indirect en direct beheer zullen mogelijk zijn, evenals een bijdrage aan InvestEU van maximaal 2 % aan het begin van de programmeringsperiode (in het kader van de partnerschapsovereenkomst) en van maximaal 3 % na 2023. Tussen het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds kunnen overdrachten plaatsvinden van maximaal 20 % van de initiële toewijzing (maximaal 25 % in bepaalde, zeer specifieke omstandigheden). Het akkoord over overdrachten uit het Cohesiefonds naar de Connecting Europe Facility biedt specifieke lidstaten extra garanties voor de middelentoewijzingen per land.

 

Klimaatverandering

In een nieuw artikel zijn klimaatstreefcijfers vastgesteld. Dit bevat precieze klimaatstreefcijfers voor het EFRO en het Cohesiefonds (respectievelijk 30 % en 37 %), het waarborgt toezicht op de naleving van de streefcijfers voor klimaatbijdragen en het voorziet in een correctiemechanisme. Het Parlement verkreeg ook de opneming van het vereiste dat investeringen in infrastructuur klimaatbestendig moeten zijn.

 

Beheers- en controlesystemen en bescherming van de EU-begroting

Er zal een eenvoudiger en solider beheers- en controlesysteem worden opgezet, onder meer met betrekking tot de selectie van concrete acties, programmabeheer, één audit en samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

Artikel 63 bevat bepalingen om de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven te waarborgen; in een overweging wordt de Commissie verzocht een geïntegreerd en interoperabel informatie- en monitoringsysteem beschikbaar te stellen, met inbegrip van een datamining- en risicoscore-instrument, om toegang te krijgen tot de relevante gegevens en die gegevens te analyseren en het gebruik ervan aan te moedigen, met het oog op een veralgemeende toepassing door de lidstaten. In een bijlage bij de verordening zijn de gegevens gespecificeerd die voor elke concrete actie elektronisch moeten worden geregistreerd en opgeslagen.

 

Maatregelen om de doeltreffendheid van de fondsen te koppelen aan goed economisch bestuur

De macro-economische conditionaliteit als bedoeld in artikel 15 van het voorstel werd gehandhaafd. Zowel vastleggingen als betalingen kunnen worden opgeschort, maar er zijn verschillende aanpassingen doorgevoerd. Dit artikel is niet van toepassing op het ESF+ en Interreg.

 

Controle, evaluatie en zichtbaarheid

De vereisten met betrekking tot controle, evaluatie, communicatie en zichtbaarheid zullen worden aangescherpt. De medewetgevers hebben overeenstemming bereikt over verbeterde bepalingen inzake publiciteit over EU-investeringen, onder meer via technische bijstand op initiatief van de Commissie.

 

Maatregelen om te reageren op uitzonderlijke en ongewone omstandigheden

Een nieuw artikel over tijdelijke maatregelen voor het gebruik van de fondsen om te reageren op uitzonderlijke en ongewone omstandigheden verleent de Commissie de bevoegdheid om specifieke maatregelen vast te stellen in geval van ongewone gebeurtenissen die buiten de macht van een of meer lidstaten vallen.

 

Aanbeveling

De corapporteurs zijn van mening dat het door de medewetgevers bereikte akkoord evenwichtig is. Zij stellen vast dat het standpunt van de Raad in eerste lezing overeenkomt met het akkoord; zij bevelen dan ook aan het ongewijzigd goed te keuren.


PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Naam

Gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel en migratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor grensbeheer en visa

Document- en procedurenummers

06674/1/2021 – C9-0193/2021 – 2018/0196(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

27.3.2019 T8-0310/2019

Voorstel van de Commissie

COM(2018)0375 - C8-0230/2018

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

7.6.2021

Bevoegde commissie

 Datum bekendmaking

REGI

29.1.2020

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Andrey Novakov

3.9.2019

Constanze Krehl

3.9.2019

 

 

Behandeling in de commissie

7.9.2020

15.10.2020

3.12.2020

 

Datum goedkeuring

15.6.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mathilde Androuët, Pascal Arimont, Adrian-Dragoş Benea, Isabel Benjumea Benjumea, Tom Berendsen, Erik Bergkvist, Stéphane Bijoux, Franc Bogovič, Vlad-Marius Botoş, Rosanna Conte, Andrea Cozzolino, Corina Crețu, Rosa D’Amato, Christian Doleschal, Francesca Donato, Raffaele Fitto, Chiara Gemma, Mircea-Gheorghe Hava, Krzysztof Hetman, Peter Jahr, Manolis Kefalogiannis, Ondřej Knotek, Elżbieta Kruk, Cristina Maestre Martín De Almagro, Pedro Marques, Martina Michels, Dan-Ştefan Motreanu, Andżelika Anna Możdżanowska, Niklas Nienaß, Andrey Novakov, Younous Omarjee, Alessandro Panza, Tsvetelina Penkova, Caroline Roose, André Rougé, Susana Solís Pérez, Valdemar Tomaševski, Yana Toom, Monika Vana

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ciarán Cuffe, Isabel García Muñoz, Alin Mituța

Datum indiening

18.6.2021

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

41

+

ECR

Raffaele Fitto, Elżbieta Kruk, Andżelika Anna Możdżanowska, Valdemar Tomaševski

ID

Mathilde Androuët, Rosanna Conte, Francesca Donato, Alessandro Panza

NI

Chiara Gemma

PPE

Pascal Arimont, Isabel Benjumea Benjumea, Tom Berendsen, Franc Bogovič, Christian Doleschal, Mircea-Gheorghe Hava, Krzysztof Hetman, Peter Jahr, Manolis Kefalogiannis, Dan-Ştefan Motreanu, Andrey Novakov

Renew

Stéphane Bijoux, Vlad-Marius Botoş, Ondřej Knotek, Alin Mituța, Susana Solís Pérez, Yana Toom

S&D

Adrian-Dragoş Benea, Erik Bergkvist, Andrea Cozzolino, Corina Crețu, Isabel García Muñoz, Cristina Maestre Martín De Almagro, Pedro Marques, Tsvetelina Penkova

The Left

Martina Michels, Younous Omarjee

Verts/ALE

Ciarán Cuffe, Rosa D'Amato, Niklas Nienaß, Caroline Roose, Monika Vana

 

 

-

 

 

 

1

0

ID

André Rougé

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

 

[1] PB C 62 van 15.2.2019, blz. 83.

[2] PB C 429 van 11.12.2020, blz. 236.

[3] PB C 86 van 7.3.2019, blz. 41.

[4] PB C 17 van 14.1.2019, blz. 1.

[5] PB C 108 van 26.3.2021, blz. 638.

Laatst bijgewerkt op: 21 juni 2021Juridische mededeling - Privacybeleid