Procedure : 2021/2038(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A9-0250/2021

Ingediende teksten :

A9-0250/2021

Debatten :

PV 05/10/2021 - 2
CRE 05/10/2021 - 2

Stemmingen :

PV 06/10/2021 - 2
PV 06/10/2021 - 12

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0410

<Date>{26/07/2021}26.7.2021</Date>
<NoDocSe>A9-0250/2021</NoDocSe>
PDF 449kWORD 98k

<TitreType>VERSLAG</TitreType>

<Titre>over de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de VS</Titre>

<DocRef>(2021/2038(INI))</DocRef>


<Commission>{AFET}Commissie buitenlandse zaken</Commission>

Rapporteur: <Depute>Tonino Picula</Depute>

Rapporteur voor advies (*):

Bernd Lange, Commissie internationale handel

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 57 van het Reglement

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 MINDERHEIDSSTANDPUNT
 ADVIES VAN DE COMMISSIE INTERNATIONALE HANDEL
 INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de VS

(2021/2038(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 2 december 2020 over een nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering (JOIN(2020)0022),

 gezien de gezamenlijke verklaring van de trans-Atlantische wetgeversdialoog van 24 augustus 2020 over de betrekkingen tussen de EU en de VS,

 gezien de conclusies van de Raad van 7 december 2020 over de betrekkingen tussen de EU en de VS,

 gezien de verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Blinken, van 19 januari 2021 ten overstaan van de Commissie buitenlandse betrekkingen van de Amerikaanse senaat,

 gezien de verklaring van de leden van de Europese Raad van 26 februari 2021 over veiligheid en defensie,

 gezien de gezamenlijke persverklaring van voorzitter Von der Leyen en Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Blinken van 24 maart 2021,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Europese Commissie van 24 maart 2021,

 gezien de persverklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken van 26 april 2021, “US Commitment to the Western Balkans”,

 gezien de conclusies van de Raad van 14 november 2016 over de algemene strategie voor de Europese Unie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, “Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: Een sterker Europa”,

 gezien de gezamenlijke verklaring over de samenwerking tussen de EU en de NAVO, die op 8 juli 2016 in Warschau werd ondertekend door de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de secretaris-generaal van de NAVO,

 gezien de gedachtewisseling met de secretaris-generaal van de NAVO tijdens de gezamenlijke vergadering van de Commissie buitenlandse zaken, de Subcommissie veiligheid en defensie, en de Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO op 15 maart 2021,

 gezien de deelname van de VV/HV aan de bijeenkomst van de ministers van Defensie van de NAVO op 17 en 18 februari 2021, en aan de bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO van 23 en 24 maart 2021,

 gezien het communiqué, afgegeven door de staatshoofden en regeringsleiders die deelnamen aan de vergadering van de Noord-Atlantische Raad van 14 juni 2021 in Brussel,

 gezien de verklaring van de EU-VS-top, “Towards a renewed Transatlantic partnership”, gedaan te 15 juni 2021,

 gezien zijn resolutie van 13 juni 2018 over de betrekkingen tussen de EU en de NAVO[1],

 gezien zijn eerdere resoluties over de trans-Atlantische betrekkingen, met name die van 26 maart 2009 over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen in de nasleep van de VS-verkiezingen[2], die van 13 juni 2013 over de rol van de EU bij de bevordering van een breder trans-Atlantisch partnerschap[3] en die van 12 september 2018 over de stand van de betrekkingen tussen de EU en de VS[4],

 gezien zijn resolutie van 20 januari 2021 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2020[5],

 gezien zijn resolutie van 20 januari 2021 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2020[6],

 gezien zijn resolutie van 20 mei 2021 over de uitspraak van het HvJ-EU van 16 juli 2020 - Data Protection Commissioner/Facebook Ireland Limited, Maximillian Schrems (“Schrems II”) – Zaak C-311/18[7],

 gezien artikel 54 van zijn Reglement,

 gezien het advies van de Commissie internationale handel,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0250/2021),

A. overwegende dat het trans-Atlantische partnerschap zich al 75 jaar richt op vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, handel en economische samenwerking en veiligheid; overwegende dat de VS nog altijd de dichtste en belangrijkste strategische partner van de EU is; overwegende dat dit partnerschap berust op sterke politieke, culturele, economische en historische betrekkingen, en op gedeelde waarden zoals vrijheid, democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, en dat dit partnerschap brede mogelijkheden biedt voor dialoog, samenwerking en resultaten met betrekking tot kwesties, doelstellingen en prioriteiten van gemeenschappelijk belang op alle beleidsterreinen;

B. overwegende dat de EU en de VS gemeenschappelijke waarden en een fundamenteel gemeenschappelijk belang hebben bij het vormgeven van een op regels gebaseerd internationaal klimaat waarin multilateralisme en democratische waarden worden versterkt, de mensenrechten worden verdedigd, het internationaal recht wordt geëerbiedigd, een op regels gebaseerde internationale orde wordt bevorderd, en vreedzame conflictoplossing en duurzame ontwikkeling overal ter wereld in gelijke mate worden bevorderd;

C. overwegende dat de verkiezing van Joe Biden tot president en Kamala Harris tot vicepresident van de Verenigde Staten nieuwe mogelijkheden met zich mee heeft gebracht om dit essentiële trans-Atlantische partnerschap voort te zetten en nieuw leven in te blazen, om het werk te hervatten en te innoveren op alle niveaus van deze reeds lang bestaande samenwerking, en om een betere samenwerking te realiseren inzake multilaterale aangelegenheden, zoals de klimaatverandering, de digitale en groene transitie, democratie en internationale veiligheid; overwegende dat zowel de EU als de VS deze nieuwe mogelijkheid moeten aangrijpen om een nauwe dialoog en samenwerking aan te gaan teneinde hun verplichtingen ten aanzien van de internationale organisaties waar zij beide deel van uitmaken, na te komen en te zorgen voor een betere coördinatie en lastenverdeling ten aanzien van een breed spectrum van geopolitieke kwesties; overwegende dat samenwerking met de Verenigde Staten een permanente doelstelling van de EU is, ongeacht de regering die aan het bewind is;

D. overwegende dat de regering-Biden heeft verklaard voornemens te zijn de banden met de EU en andere democratische bondgenoten nauwer aan te halen; overwegende dat het eerste overzeese bezoek van president Biden aan Europa was, waarbij hij op 14 en 15 juni deelnam aan de NAVO-top en de EU-VS-top in Brussel; overwegende dat dit blijk geeft van het grote engagement van de VS voor het versterken van hun betrekkingen met de Europese Unie en haar lidstaten en voor de toekomst van gemeenschappelijke veiligheid en defensie binnen de Noord-Atlantische Alliantie en met de Europese Unie; overwegende dat president Biden heeft voorgesteld een top voor democratie te organiseren waar samen met de EU en andere democratieën afspraken moeten worden gemaakt over enerzijds het versterken van onze democratieën en de bevordering van nauwere samenwerking tussen democratische staten, en anderzijds de bestrijding van autoritarisme en mensenrechtenschendingen overal ter wereld;

E. overwegende dat er een voortdurende en constructieve dialoog op basis van gemeenschappelijke doelstellingen nodig is om een sterke en ambitieuze trans-Atlantische agenda te realiseren, om door middel van een betere coördinatie kwesties aan te pakken op gebieden waarop sprake is van trans-Atlantische verschillen, zoals de betrekkingen met China en Rusland, defensieverplichtingen en -capaciteiten, conflicten in het Midden-Oosten en andere veiligheids- en stabiliteitskwesties, en om waar mogelijk een gemeenschappelijke aanpak overeen te komen; overwegende dat duidelijk is dat de trans-Atlantische alliantie niet als vanzelfsprekend mag worden beschouwd, maar een nieuwe impuls moet krijgen en voortdurend moet worden versterkt;

F. overwegende dat de EU bij haar inspanningen voor en verdieping van trans-Atlantische samenwerking moet streven naar een gedeeld leiderschap met de VS, gericht op het behartigen van gemeenschappelijke belangen; overwegende dat de EU tevens haar strategische autonomie op het gebied van defensie en economische betrekkingen moet bevorderen om de trans-Atlantische banden aan te halen en de gemeenschappelijke invloed van de EU en de VS op het wereldtoneel te vergroten, maar ook om haar vermogen te vergroten een grotere verantwoordelijkheid op te nemen in de aanpak van belangrijke mondiale en regionale uitdagingen en waar nodig op het gebied van buitenlandse zaken, veiligheid en defensie autonoom besluiten te nemen en op te treden;

G. overwegende dat de EU en de VS de voornaamste bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen en de meest geïntegreerde economische betrekkingen ter wereld hebben;

H. overwegende dat zowel de EU als de VS voor een aantal nieuwe, gemeenschappelijke uitdagingen staan, zoals de kwaadaardige invloed van autoritaire regimes, die de multilaterale instellingen ondermijnen, de sociaaleconomische gevolgen van de pandemie, de bevordering van de mondiale volksgezondheid, de klimaatverandering en noodzaak van vooruitgang op het vlak van mitigatiemaatregelen, het bieden van tegenwicht tegen een wereldwijde golf van autoritaire regimes, de bestrijding van internationale criminele netwerken en terrorisme, het verwezenlijken van gendergelijkheid en anti-discriminatie, het aanpakken van de steeds grotere kloof tussen stedelijke gebieden en het platteland, het realiseren van de digitale en groene transitie als een instrument voor duurzame modernisering, de opkomst van technologieën zoals kunstmatige intelligentie en cyberbeveiliging, belastingontwijking, en algemenere uitdagingen als gevolg van de digitalisering van de economie;

I. overwegende dat een nieuw elan in de trans-Atlantische betrekkingen een gunstige politieke context zou creëren om de gemeenschappelijke uitdagingen op constructieve wijze aan te gaan en de kwesties waarover onze standpunten verschillen aan te pakken;

J. overwegende dat de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) in december 2020 een nieuwe EU-strategie inzake cyberbeveiliging hebben gepresenteerd, met als doel “het EU-leiderschap op het vlak van internationale normen en standaarden in cyberspace te versterken en intensiever samen te werken met partners over de hele wereld aan een mondiale, open, stabiele en veilige cyberspace die gebaseerd is op de rechtsstaat, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische waarden.”[8];

K. overwegende dat de twee partijen in de Verenigde Staten hun krachtige steun hebben uitgesproken voor samenwerking met democratische bondgenoten om de weerbaarheid van de trans-Atlantische gemeenschap tegen hybride dreigingen van autoritaire regimes te verbeteren;

L. overwegende dat de op regels gebaseerde internationale orde en de democratische waarden onder druk staan door de opkomst van assertieve autoritaire regimes en de neergang van democratie in derde landen, alsook door de toename in de EU en de VS van antidemocratische populistische en extreemrechtse bewegingen;

M. overwegende dat de terugtrekking van het VK uit de EU kan resulteren in een verdere versnippering van het strategische landschap, niet alleen wat de betrekkingen tussen de EU en de VS betreft, maar ook in de VN-Veiligheidsraad, de G7, de G20 en andere internationale gremia;

N. overwegende dat Latijns-Amerika veel belangrijke waarden en belangen deelt met de EU en de VS, en dat er sprake is van historische banden en economische en menselijke relaties tussen deze drie regio’s;

1. is ingenomen met de goedkeuring van het nieuwe voorstel van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van december 2020 voor een nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering, die als blauwdruk moet dienen voor een hernieuwd en versterkt trans-Atlantisch partnerschap;

2. bevestigt eens te meer zijn steun voor nauwe trans-Atlantische samenwerking, partnerschap en vriendschap tussen de EU en de VS, concepten die de afgelopen 70 jaar bijgedragen hebben aan de ontwikkeling, welvaart en succesvolle integratie van Europa en sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog de basis vormen voor de Europese stabiliteit en veiligheid; onderstreept dat de betrekkingen van de EU met de VS op gemeenschappelijke waarden stoelen; herinnert eraan dat het politieke systeem van zowel de VS als de EU gegrondvest is op de democratische beginselen, de rechtsstaat en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden; is ervan overtuigd dat trans-Atlantische samenwerking de beste manier is om bij te dragen aan een vreedzame, duurzame en constructieve oplossing voor de bestaande mondiale en regionale uitdagingen, onder meer door de nadruk te leggen op een duurzaam en milieuvriendelijk economisch herstel, met inbegrip van koolstofneutraliteit tegen 2050, en op de bestrijding van ongelijkheid op regionaal, sociaal, raciaal en gendergebied; dringt erop aan dat het hernieuwde trans-Atlantische partnerschap moet stoelen op het concept van gelijkwaardige partners; beklemtoont tegelijkertijd dat strategische autonomie van de EU alleen kan worden verwezenlijkt indien de Unie de tenuitvoerlegging van de prioriteiten en beginselen van haar beleid inzake buitenlandse zaken en defensie kwalitatief verbetert, en indien zij ambitieuze inspanningen levert voor een partnerschap en samenwerking met haar trouwste bondgenoten, zoals de Verenigde Staten;

3. verzoekt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) nogmaals te wijzen op het blijvende belang van de strategische trans-Atlantische betrekkingen voor het herstel en de heropleving van de multilaterale, op regels gebaseerde internationale orde, waarin het VN-systeem en het internationaal recht centraal staan, net als de wereldwijde bevordering van de democratie, democratische waarden en mensenrechten, en op het belang ervan voor de aanpak van de kwaadwillige invloed en desinformatie van autoritaire regimes, voor het vaststellen van de regels voor de digitale en technologische toekomst in overeenstemming met gemeenschappelijke waarden, voor duurzame economische ontwikkeling en inclusieve economische groei en wereldwijde werkgelegenheid, alsook voor een gecoördineerd standpunt ten opzichte van Rusland en China en een gemeenschappelijk aanbod om te investeren in mondiale infrastructuurinitiatieven in overeenstemming met de connectiviteitsstrategie van de EU; onderstreept het belang van de connectiviteitsstrategie van de EU en dringt aan op nauwere samenwerking tussen de EU en de VS op het kerngebied van de connectiviteit; steunt de trans-Atlantische inspanningen om energieafhankelijkheid te voorkomen door het bevorderen van energiediversificatie en, in ruimere zin, door het tot stand brengen van meer verbindingen via alle mogelijke mechanismen, zoals ook blijkt uit het communiqué van de G7 “Our shared agenda for global action to build back better”;

4. neemt ook kennis van en steunt de nieuwe trans-Atlantische vastberadenheid om de democratie wereldwijd te ondersteunen door met name de verdediging van de mediavrijheid, steun aan het maatschappelijk middenveld en de bescherming van journalisten; is ingenomen met de onmiskenbare toewijding van de VS voor wat het versterken van en verder uitbreiden van het toepassingsgebied van de trans-Atlantische betrekkingen betreft, die blijkt uit het besluit van de Amerikaanse president om tijdens zijn eerste overzeese reis naar Europa te reizen en in juni aan de top tussen de EU en de VS deel te nemen; steunt de operationele conclusies van de top zoals uiteengezet in de verklaring van de EU-VS-top “Towards a Renewed Transatlantic Partnership” van 15 juni 2021, die getuigen van een sterk voornemen van beide partijen om synergieën te creëren en de trans-Atlantische dialoog en samenwerking te verdiepen; wijst met name op de trans-Atlantische vastberadenheid om te voorzien in humanitaire noden, op te komen voor het internationaal humanitair recht, en meer middelen vrij te maken voor humanitaire actie; neemt kennis van en steunt het voornemen om de trans-Atlantische samenwerking inzake de toepassing van sancties te versterken met het oog op gemeenschappelijke doelen op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid;

5. pleit voor een nieuwe trans-Atlantische agenda die gemeenschappelijke belangen dient en als hefboom fungeert voor collectieve kracht, en die multilaterale samenwerking stimuleert met het oog op een rechtvaardigere en gezondere wereld, de strijd tegen de klimaatverandering en de vreedzame en duurzame oplossing van conflicten, met inbegrip van regionale conflicten, op basis van de beginselen van het internationaal recht, wapenbeheersing, de non-proliferatie van kernwapens en ontwapening; beklemtoont dat in deze agenda in de eerste plaats onze gemeenschappelijke strategische doelstellingen aan bod moeten komen, zoals het verbeteren van onze toeleveringsketen voor geneesmiddelen en de hervorming van de Wereldgezondheidsorganisatie, het waarborgen van adequate toegang tot vaccins voor kwetsbare landen, het verminderen van onze afhankelijkheid van externe energiereserves, het aanmoedigen van investeringen in geavanceerde technologieën, de bestrijding van ongelijkheid, het stimuleren van de ecologische transformatie, en het onderling samenwerken en het samenwerken met betrokken derde landen, met een bijzondere nadruk op de veiligheid en stabiliteit van de oostelijke en zuidelijke nabuurschapslanden van de EU, de Westelijke Balkan en het Afrikaanse continent;

6. onderstreept dat er een nauwere samenwerking op wetgevingsgebied en sterkere structuren hiervoor nodig zijn, evenals een inclusieve trans-Atlantische dialoog die stoelt op de wetgevende takken van zowel de EU als de VS, zoals een trans-Atlantische vergadering van wetgevers; geeft aan dat een vergroting van het bewustzijn rond structuren zoals de trans-Atlantische wetgeversdialoog en regelmatiger ontmoetingen met en bezoeken van de Commissie buitenlandse zaken van het Parlement aan hun Amerikaanse tegenhangers, bijvoorbeeld in het kader van geregelde jaarlijkse bezoeken van de commissies in kwestie, ervoor kunnen zorgen dat het vertrouwen in en de duurzaamheid en doeltreffendheid van de trans-Atlantische samenwerking wordt hersteld; spoort het Amerikaanse Congres ertoe aan de trans-Atlantische wetgeversdialoog te versterken door deze te erkennen als een formeel orgaan met permanent lidmaatschap dat zich toespitst op de bevordering van de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie, en als de natuurlijke tegenhanger van de interparlementaire delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met het Amerikaanse Congres; verheugt zich over de herinvoering van het EU-gremium in het Amerikaanse Congres en onderstreept het belang van nauwe samenwerking en betrokkenheid bij de activiteiten van de trans-Atlantische wetgeversdialoog; herbevestigt het belang van de stuurgroep van de trans-Atlantische wetgeversdialoog voor het coördineren van alle activiteiten op het gebied van de trans-Atlantische samenwerking inzake wetgevingsinspanningen in het Europees Parlement, teneinde het parlementaire toezicht te versterken;

7. verwelkomt de rijke trans-Atlantische dialoog op het niveau van het maatschappelijk middenveld en verzoekt de EU en de VS deze dialoog verder te benutten en alle sociale en economische belanghebbenden te betrekken bij het debat over de toekomst van de trans-Atlantische betrekkingen; is van mening dat hiertoe een geregelde trans-Atlantische dialoog tussen maatschappelijke organisaties in het leven kan worden geroepen; benadrukt dat contacten tussen de burgers aan beide zijden van de Atlantische Oceaan bijdragen aan de ontwikkeling van gemeenschappelijke waarden, vertrouwen en wederzijds begrip tussen de trans-Atlantische partners; dringt daarom aan op bijkomende steun voor de bevordering en facilitering van mobiliteits- en uitwisselingsprogramma’s zoals Erasmus+, en op stagemogelijkheden over en weer tussen het Congres en het Europees Parlement; onderstreept het belang van het stimuleren van persoonlijke contacten op het gebied van wetenschap, onderzoek en onderwijs;

8. pleit voor intensievere interparlementaire samenwerking tussen de leden van het Europees Parlement, de leden van het Amerikaanse Congres, de leden van de nationale parlementen van de EU-lidstaten en de leden van de verschillende wetgevende organen van de 50 federale staten van de VS op verschillende thematische gebieden om de uitwisseling van beste praktijken mogelijk te maken, waaronder subnationale dialogen zoals “Under2 Coalition”, en om de coördinatie te verbeteren met betrekking tot mondiale alsook gemeenschappelijke, binnenlandse uitdagingen, waaronder de aanpak van economische en sociale ongelijkheid, de bescherming van de mensenrechten en democratische normen in het licht van de toenemende bedreigingen voor de democratie van binnenuit en van buitenaf, de verdediging van het internationaal recht en de vrijwaring van juridisch bindende overeenkomsten, de bevordering van gemeenschappelijke strategische belangen, universele gezondheidszorg, de afstemming van wetgeving inzake alle vormen van mensgerichte kunstmatige intelligentie, steun voor samenwerking tussen Amerikaanse en Europese bedrijven, innoverende en andere geavanceerde technologie zoals 5G en 6G en biotechnologie, onderzoek, ontwikkeling en innovatie, de belasting van technologiebedrijven, de verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht van onlineplatforms onder meer door het nodige overzicht te verstrekken om te controleren of het beleid van de onlineplatforms in overeenstemming is met de democratische kernwaarden, de strijd tegen de klimaatverandering, ook als een bedreiging voor de veiligheid, de doelstelling van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit, de bescherming van een vrij en onafhankelijk medialandschap en het voorkomen van buitenlandse inmenging in onze democratische verkiezingen; herhaalt het belang van samenwerking tussen de EU en de VS op ruimtevaartgebied en de EU-VS-ruimtedialoog; verwelkomt de aangekondigde toezegging om de trans-Atlantische samenwerking inzake ruimtevaart te versterken door voort te bouwen op de Galileo-GPS-overeenkomst; is van mening dat de samenwerking tussen de EU en de VS op dit gebied kan bijdragen aan de bevordering binnen de internationale gemeenschap van normen en beste praktijken voor veiligheid in de kosmische ruimte;

9. dringt bij de EU en de VS aan op samenwerking betreffende mondiale belastingkwesties, voortbouwend op de werkzaamheden van de OESO, zoals een hervorming van het internationale vennootschapsbelastingstelsel teneinde marktdeelnemers de mogelijkheid te ontnemen gebruik te maken van grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS) om vennootschapsbelasting te ontduiken; steunt in dit verband de werkzaamheden van het inclusief kader inzake BEPS van de OESO/G20; onderstreept dat hervormingsinspanningen ook de afschaffing van belastingparadijzen moeten omvatten; benadrukt dat dergelijke maatregelen kunnen dienen om de economische ongelijkheden te verminderen; bevestigt het engagement van de EU voor eerlijke belastingheffing in de digitale economie, zoals gevraagd in de nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering;

10. benadrukt het belang van visumwederkerigheid tussen de EU en de VS en spoort beide partijen ertoe aan middels actieve diplomatieke contacten tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen om een visumvrije regeling voor alle EU-lidstaten tot stand te brengen; is verheugd over de opname van Polen in het Amerikaanse programma voor visumvrijstelling en de bevestiging dat ook Kroatië aan alle vereisten voldoet om in het programma te worden opgenomen; verzoekt de VS vaart te zetten achter het proces voor de opname van Bulgarije, Cyprus en Roemenië in het programma voor visumvrijstelling;

Herstel van het multilateralisme

11. juicht het hernieuwde engagement van de VS voor het op regels gebaseerde multilateralisme en de bondgenootschappen met hun partners toe en beklemtoont dat dit een belangrijke gelegenheid biedt om opnieuw met de VS samen te werken en de trans-Atlantische betrekkingen te herstellen, consolideren en verder uit te breiden op gebieden als multilateralisme en mensenrechten, en samen als gelijke partners de op regels gebaseerde wereldorde te versterken in de geest van onze gemeenschappelijke liberale democratische waarden; onderstreept het belang van nauwe samenwerking met de VS en andere gelijkgestemde landen op het gebied van de modernisering van multilaterale organisaties, teneinde hun werking af te stemmen op de beoogde doelen en de bevordering van mondiale vrede en veiligheid, de fundamentele rechten, de universele waarden en het internationaal recht te verbeteren; benadrukt ook dat het belangrijk is de landen op het zuidelijk halfrond hierbij te betrekken; onderstreept het belang van nauwe samenwerking en coördinatie binnen het systeem, de agentschappen, organisaties en missies van de VN, bijvoorbeeld wat betreft de invulling van hoge posten;

12. herhaalt zijn toewijding aan internationale samenwerking in het kader van de VN als een onmisbaar forum voor multilaterale oplossingen voor mondiale uitdagingen en voor beleidscontacten, beleidsdialoog en consensusvorming binnen de internationale gemeenschap;

13. verzoekt de EU en de VS meer gezamenlijke financiering ter beschikking te stellen voor geavanceerde projecten op basis van speerpunttechnologieën, meer gezamenlijk te investeren in onderzoek en ontwikkeling, meer uitwisselingen van academici op het gebied van STEM mogelijk te maken, en samen meer ondersteuning te bieden aan technologiestart-ups en -kmo’s;

14. juicht de beslissing van de regering-Biden toe om zich opnieuw bij de Overeenkomst van Parijs aan te sluiten en een speciale presidentiële klimaatafgezant te benoemen, namelijk John Kerry; is ingenomen met de aangekondigde oprichting van een EU-VS-klimaatactie­groep op hoog niveau; verzoekt de EU en de VS met klem concrete voorstellen te presenteren voor de aanpak van de klimaatverandering en vergroening van de handel en voor de bevordering van de uitrol van groene technologie, waaronder waterstof, duurzame financiering en biodiversiteit;

15. benadrukt het belang van mondiale samenwerking voor de transnationale uitdagingen bij het stimuleren van onderwijs, wetenschap, jongeren en culturele diversiteit en dialoog; verzoekt de VS opnieuw lid te worden van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco);

16. verwelkomt het besluit van de VS om opnieuw lid te worden van de Wereldgezondheidsorganisatie; pleit op het gebied van gezondheidsdiplomatie voor trans-Atlantisch leiderschap, om de aanpak in de mondiale strijd tegen COVID-19 en mogelijke toekomstige gezondheidscrises te coördineren en de mondiale gezondheidsbeveiliging te verbeteren, in het bijzonder met het oog op de hervorming van de Wereldgezondheidsorganisatie en de gemeenschappelijke trans-Atlantische inspanningen voor een wereldwijde, rechtvaardige toegang tot en verdeling van de COVID-19-vaccins, -tests en -behandelingen, met name in lagere-inkomenslanden; dringt aan op een nauwere samenwerking om betere procedures tot stand te brengen ter voorbereiding op toekomstige pandemieën, onder meer met behulp van een coherente en consistente klinische en regelgevingsaanpak als aanvulling op mondiale toeleveringsketens, teneinde de flexibiliteit en veerkracht te waarborgen; dringt aan op een onpartijdig, onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong en de verspreiding van de COVID-19-pandemie, alsook van de reactie van de Wereldgezondheidsorganisatie toen de pandemie net de kop op stak;

17. onderstreept de noodzaak van meer diplomatie voor algemene vaccinatie, waarin de EU en de VS een leidende rol kunnen spelen, aangezien wereldwijde vaccinatie de enige manier is om een einde te maken aan de pandemie; is ingenomen met de financiële bijdragen van de EU en de VS aan de Covax-faciliteit en de bevordering van internationale samenwerking om de toegankelijkheid van vaccins wereldwijd te verbeteren, dankzij een gecoördineerde benadering van het voorstel om de regels voor de bescherming van intellectuele eigendom voor vaccins te versoepelen; dringt in deze context aan op een samenwerking tussen de trans-Atlantische partners, zodat waar nodig snel vaccins kunnen worden geproduceerd en geleverd; is voorstander van een uitwisseling van beste praktijken tussen de VS en de EU over vaccinatiecampagnes om in de toekomst beter voorbereid en weerbaarder te zijn;

18. dringt aan op een gezamenlijk optreden van de VS en de EU in de Verenigde Naties, onder meer wat betreft de hervorming van de VN om de instelling doeltreffender te maken als multilaterale organisatie, transparanter te maken en haar geloofwaardigheid te vergroten; pleit voor gecoördineerde inspanningen om ambitieuze verbintenissen na te komen tijdens de VN-toppen van 2021 inzake klimaatverandering en biodiversiteit (COP26); verzoekt de EU en de VS een leidende rol te spelen in het kader van Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en in andere fora zoals de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en de Internationale Maritieme Organisatie; benadrukt in dit verband het cruciale belang van samenwerking op het gebied van schone energie en onderzoek, ontwikkeling en innovatie, en koolstofarme technologieën en producten, alsook samenwerking op het vlak van andere dringende kwesties zoals non-proliferatie, conflictoplossing en de bestrijding van gewelddadige radicalisering en terrorisme; uit zijn bezorgdheid over het feit dat China zijn koolstofemissies de afgelopen drie decennia heeft verdrievoudigd en inmiddels 27 % van de wereldwijde broeikasgasemissies uitstoot, wat ertoe leidt dat de inspanningen van de EU en de VS om de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken, niet veel uithalen zolang China geen duidelijke toezeggingen en inspanningen doet;

19. dringt aan op de bescherming van het internationaal zeerecht, en herhaalt in dit verband zijn verzoek aan de VS om het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee te ratificeren; verzoekt de VS zich bij de volgende Milieuvergadering van de VN samen met de EU sterk te maken voor de vaststelling van een internationaal verdrag tegen zwerfvuil en plasticvervuiling op zee; spoort de VS en de EU ertoe aan nauwer samen te werken bij de wereldwijde bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij;

20. merkt op dat president Biden een nieuwe doelstelling voor het koolstofvrij maken van de economie heeft aangekondigd, met name een vermindering van de uitstoot tegen 2030 met 50 % tot 52 % ten opzichte van het niveau van 2005; merkt eveneens op dat president Biden een virtuele “Leaders’ Summit on Climate” heeft georganiseerd om inspanningen van de grote economieën op het gebied van klimaatactie aan te moedigen;

21. erkent dat de luchtkwaliteit in de VS de afgelopen decennia aanzienlijk is verbeterd, voornamelijk dankzij de technologische vooruitgang en innovatie in de energiesector;

22. is van oordeel dat de EU samen met de VS de centrale rol van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling opnieuw moet bekrachtigen als kader voor doeltreffende multilaterale samenwerking, waarbij waar mogelijk ook China moet worden betrokken, op voorwaarde dat China zich er daadwerkelijk toe verbindt de dialoog en samenwerking op niet-contradictoire wijze voort te zetten, met een agenda die bijdraagt aan de kernstructuren en -doelstellingen van de Agenda 2030;

23. pleit voor een betere coördinatie van het gebruik van beperkende maatregelen, waaronder sancties voor de mensenrechten, en vraagt de Raad met klem om specifieke regels inzake corruptie op te nemen in de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten; spoort de EU en de VS ertoe aan om hun sanctiebeleid waar mogelijk en waar nodig te coördineren;

24. is verheugd over de toezegging van de regering-Biden om opnieuw samen te werken met de VN-Mensenrechtenraad, waaruit blijkt dat de VS zich opnieuw wil opwerpen als wereldwijde voorvechter van de mensenrechten in de hoop dat dit de inspanningen voor de handhaving van de mensenrechten wereldwijd zal opvoeren en een autoritaire herdefiniëring van de mensenrechten als een staatsgericht begrip zal voorkomen; verzoekt de EU en de VS samen met gelijkgezinde bondgenoten aan een hervorming van de VN-Mensenrechtenraad te werken en met name duidelijke criteria voor het lidmaatschap van deze raad vast te stellen;

25. dringt aan op een sterker engagement van de EU en de VS om wereldwijd de mensenrechten te bevorderen en beschermen, en om de strijd aan te binden met de opkomst van autoritaire en illiberale regimes; is voorstander van de oprichting van een alomvattend gemeenschappelijk EU-VS-instrumentarium voor de aanpak van mensenrechtenschendingen; dringt bij de EU-instellingen aan op een nauwe samenwerking met andere democratieën om de fundamentele mensenrechten en democratische waarden op internationaal niveau te verdedigen en te bevorderen door de banden met internationale organisaties zoals de Raad van Europa en de OVSE, sterker aan te halen; is van mening dat het Parlement en het Congres samen moeten optreden wanneer mensenrechtenverdedigers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld worden vervolgd en opgesloten zonder reden of om hun acties te dwarsbomen;

26. is ingenomen met de opheffing van de Amerikaanse sancties tegen topfunctionarissen van het Internationaal Strafhof (ICC) door de regering-Biden; spoort de VS ertoe aan om toe te treden tot het Statuut van Rome tot oprichting van het ICC en constructief samen te werken met het ICC in het kader van zijn lopende onderzoeken en gerechtelijke procedures;

27. herhaalt zijn oproep aan de VS om de doodstraf af te schaffen en het Amerikaanse strafrechtstelsel te hervormen;

28. pleit voor dialoog en uitwisseling van beste praktijken tussen de EU en de VS over de bevordering van rassen- en gendergelijkheid; verzoekt de EU en de VS beslissende stappen te ondernemen om institutioneel racisme aan te pakken, dat blijkt uit de onevenredige uitoefening van politiegeweld tegenover etnische en raciale minderheden, en uit de hardnekkige ongelijkheden die legitieme, vreedzame protesten aanwakkeren;

29. is van oordeel dat de EU en de VS samen vooruitgang kunnen boeken op het vlak van gelijkheid en de eerbiediging van de mensenrechten, en ervoor kunnen zorgen dat deze doelen voldoende aan bod komen en weerklank vinden in de besluitvorming van multilaterale fora; stelt daarom voor een permanent platform voor dialoog tussen de EU en de VS te overwegen, met als doel concrete maatregelen te nemen ter bestrijding van racisme, haatuitingen en discriminatie, waaronder discriminatie van lhbtiq-personen, en roept in dit verband op tot nauwere multilaterale samenwerking met internationale organisaties zoals de OVSE, de VN, de Afrikaanse Unie, de OAS en de Raad van Europa; dringt er bij de EU en de VS op aan samen een wereldwijde top tegen racisme te organiseren over de bestrijding van racisme en discriminatie in de wereld;

30. benadrukt dat er meer inspanningen nodig zijn voor de verbetering van gendergelijkheid en vrouwenrechten, maar ook op gebieden als gendergerelateerd geweld en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten;

31. verzoekt de EU en de lidstaten hun samenwerking met de VS te intensiveren bij het wereldwijd bevorderen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging; spoort de EU en de VS ertoe aan het cultureel en historisch erfgoed van Europa en Amerika aan beide zijden van de Atlantische Oceaan te beschermen en in stand te houden;

32. spoort de regering-Biden ertoe aan de daad bij het woord te voegen en het detentiecentrum in Guantanamo onverwijld te sluiten; betreurt het feit dat dit detentiecentrum bijna 20 jaar na oprichting nog altijd 40 gevangenen telt, en merkt op dat voor vijf van hen al onder de regering-Obama een officieel besluit tot vrijlating is genomen; roept de EU en haar lidstaten ertoe op dit proces te steunen en te faciliteren;

33. spoort de VS ertoe aan voor een groter deel van de bevolking billijke en open toegang tot essentiële diensten te waarborgen, zoals de stelsels voor volksgezondheid en sociale zekerheid; spoort de onlangs aangetreden regering-Biden ertoe aan concrete maatregelen te nemen om het wapenbezit onder Amerikaanse burgers te reguleren;

34. benadrukt dat de trans-Atlantische gemeenschap wordt geconfronteerd met tal van ongekende gemeenschappelijke uitdagingen, gaande van de strijd tegen terrorisme tot hybride dreigingen, klimaatverandering, desinformatie, cyberaanvallen, opkomende en disruptieve technologieën, en een verschuiving van het mondiale machtsevenwicht, alsook de daaruit voortvloeiende druk op de op regels gebaseerde internationale orde;

Nauwere samenwerking op het gebied van internationale handel en investeringen

35. onderstreept dat de EU gebruik moet maken van de huidige positieve tendens en samen met de VS moet werken aan de versterking van het multilaterale handelsstelsel en de hervorming van de Wereldhandelsorganisatie; verheugt zich over het resultaat van de EU-VS-top van 15 juni 2021, “Towards a Renewed Transatlantic Partnership”, en ziet hierin een teken van een hernieuwd en constructief engagement; is ingenomen met de overeenstemming over een samenwerkingskader voor grote burgerluchtvaartuigen; neemt er nota van dat in de verklaring van de EU-VS-top wordt erkend dat de door de VS toegepaste tarieven op invoerproducten uit de EU op grond van afdeling 232 hebben geleid tot spanningen in de trans-Atlantische betrekkingen, en verheugt zich over het feit dat de VS zich er in dezelfde verklaring uitdrukkelijk toe verbindt de bestaande geschillen over de overcapaciteit van de staal- en aluminiumproductie vóór het einde van het jaar op te lossen; is van oordeel dat de oprichting van verschillende platforms voor permanente discussie, zoals de Raad voor handel en technologie en de gemeenschappelijke dialoog tussen de EU en de VS over het mededingingsbeleid voor technologie, van essentieel belang is, aangezien deze de trans-Atlantische handel verder mogelijk maken, en verzoekt de Commissie om zo spoedig mogelijk aan EU-zijde een efficiënte en inclusieve structuur op te zetten voor de Raad voor handel en technologie; is verheugd over de oprichting van een gezamenlijke EU-VS-COVID-taskforce voor productie en toelevering;

36. onderstreept dat de Europese Unie en de Verenigde Staten de meest geïntegreerde economische betrekkingen ter wereld hebben, die tegelijk de grootste en diepste bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen zijn, met een handel in goederen en diensten die goed is voor meer dan 1 biljoen EUR per jaar; herinnert eraan dat de economieën van de EU en de VS samen goed zijn voor meer dan 40 % van het mondiale bbp en voor bijna een derde van de wereldhandelsstromen;

37. benadrukt dat het belangrijk is om, als historische bondgenoten en handelspartners, onze trans-Atlantische handelsbetrekkingen nieuw leven in te blazen, zeker gezien de huidige COVID-19-crisis, teneinde multilateralisme te bevorderen en een open, op regels gebaseerd handelsstelsel te stimuleren en gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor dringende mondiale uitdagingen, zoals de wereldgezondheid;

38. neemt nota van de reeds gegeven aanwijzingen van Amerikaanse tegenhangers en van de verklaringen van handelsgezant van de VS Katherine Tai tijdens de hoorzitting over de handelsagenda voor 2021 van de regering-Biden;

39. herhaalt in dit verband zijn steun voor de nieuwe handelsstrategie van de EU, die onder meer via de trans-Atlantische agenda van de Unie gericht is op het creëren van synergieën tussen doelstellingen voor binnenlands en buitenlands beleid in overeenstemming met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN;

40. beschouwt het handelsbeleid als een strategisch geopolitiek instrument voor de trans-Atlantische agenda; benadrukt dat de VS een cruciale handelspartner is en is derhalve ingenomen met de positieve signalen van de regering-Biden over haar plannen om de bilaterale betrekkingen met de EU aan te halen, en dringt aan op een hernieuwde samenwerking die in de komende jaren blijvende en concrete resultaten moet opleveren, rekening houdend met het feit dat onze economische betrekkingen ook worden beïnvloed door veiligheidsbelangen in het kader van open strategische autonomie;

41. wijst op de noodzaak om gemeenschappelijke acties op basis van gedeelde belangen en waarden in kaart te brengen, alsook op basis van gedeelde risico’s en bedreigingen, om bij te dragen aan een wereldwijd duurzaam en inclusief economisch herstel van de COVID-19-pandemie;

42. beklemtoont dat het wereldhandelssysteem moet worden hervormd, met als doel wereldwijd een gelijk speelveld te waarborgen, en dat er samen nieuwe regels moeten worden ontwikkeld, met name met betrekking tot oneerlijke handelspraktijken, aangezien oneerlijke concurrentie een grote weerslag heeft op onze bedrijven en werknemers;

43. steunt de benadering van een gedeeld leiderschap met de VS, met inbegrip van een gecoördineerde houding ten aanzien van Rusland en China, gericht op het nastreven van gemeenschappelijke belangen bij de groene en digitale transformatie van onze economieën, alsook gemeenschappelijke initiatieven tot het beschikbaar stellen van mondiale collectieve goederen; benadrukt dat in deze agenda “werknemers en lonen”, alsook veerkrachtigere, duurzamere en meer verantwoorde toeleveringsketens aan bod komen; spoort in dit verband beide partijen ertoe aan hun aanpak tegen dwangarbeid en uitbuitende arbeidsomstandigheden te coördineren en samen te werken om de naleving van de rechten van werknemers en de milieunormen in handelsovereenkomsten en op multilateraal niveau te verbeteren, onder meer door voort te bouwen op elkaars ervaring om deze bepalingen doeltreffender te handhaven;

44. benadrukt dat de EU en de VS moeten aantonen dat burgers gebaat zijn bij betere handelsbetrekkingen tussen Europa en Amerika, met name personen die door de globalisering achterop zijn geraakt, en bedrijven aan beide zijden van de Atlantische Oceaan; verzoekt bijgevolg de EU en de VS samen te werken en hun strategieën op elkaar af te stemmen om investeringssynergieën te creëren, met name om op duurzame en inclusieve wijze naar de digitale en groene transitie van hun economieën toe te werken;

45. merkt op dat de EU en de VS steeds vaker worden geconfronteerd met gemeenschappelijke uitdagingen van niet-militaire aard en met een invloed op ons economisch partnerschap; dringt daarom aan op een blijvende en meer intensieve trans-Atlantische parlementaire dialoog over handel tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres via de interactie tussen de commissies van beide instellingen, namelijk de parlementaire Commissie internationale handel aan EU-zijde en het Committee on Ways and Means met de subcommissie handel en de Financiële Commissie van de Senaat aan Amerikaanse zijde, evenals in het kader van de trans-Atlantische wetgeversdialoog; dringt meer specifiek aan op de oprichting van een subcomité voor handel en technologie binnen de trans-Atlantische wetgeversdialoog, ter aanvulling van het uitvoerende deel van de Raad voor handel en technologie en ter uitoefening van de democratische controle daarop;

46. is zeer verheugd over de steun van de VS voor Ngozi Okonjo-Iweala, de nieuwe directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie, en de terugkeer van de VS naar de Overeenkomst van Parijs; is ingenomen met de tijdelijke opschorting van de tarieven in verband met het handelsgeschil over Airbus en Boeing voor een periode van vier maanden, die een onevenredig negatieve invloed hadden op agrovoedingsproducten uit de EU, en beschouwt dit als een positieve stap in de richting van een duurzame oplossing voor subsidies voor burgerluchtvaartuigen; merkt op dat de opschorting van deze heffingen in juli 2021 afloopt en dringt aan op een oplossing zodat deze tarieven permanent worden opgeheven;

47. is ingenomen met de bereidwilligheid van de VS om besprekingen aan te gaan om de wereldwijde overcapaciteit op het gebied van staal en aluminium aan te pakken; neemt kennis van het besluit van de Commissie om de verhoging van de tarieven voor invoer uit de VS op te schorten als reactie op de Amerikaanse maatregelen;

48. is ook ingenomen met de snelle sluiting van de WTO-overeenkomst inzake tariefcontingenten, de eerste overeenkomst met de VS onder de nieuwe regering-Biden, waaruit blijkt dat deze nieuwe regering binnen het WTO-kader naar overeenstemming met de EU wil streven;

49. erkent tegelijkertijd dat er nog altijd sprake is van enkele uiteenlopende belangen; dringt er in dit verband bij beide partijen op aan bilaterale geschillen op te lossen; spoort de VS ertoe aan unilaterale handelsmaatregelen en dreigementen met aanvullende maatregelen inzake digitaledienstenbelastingen in te trekken, af te zien van verdere maatregelen en zich veeleer te richten op wat ons verbindt; hecht veel belang aan de EU-VS-top van juni 2021 als aanzet om onze handelsbetrekkingen verder te verbeteren en als gelegenheid om onbenutte gebieden voor nauwere samenwerking aan te kaarten;

50. dringt er bij de VS op aan om, ondanks de lopende besprekingen, onmiddellijk de tarieven op aluminium en staal op grond van afdeling 232 te schrappen, aangezien de VS de Europese bedrijven niet kan beschouwen als een bedreiging voor de nationale veiligheid, en beklemtoont dat een gemeenschappelijke aanpak nodig is voor het probleem met de overcapaciteit van staal en aluminium uit derde landen; onderstreept onder andere het voornemen van de EU om de tarieven op industriële goederen tussen de EU en de VS af te schaffen;

51. betreurt weliswaar de uitkomst van de “artikel 301”-onderzoeken in verband met digitale belastingen, maar verheugt zich over de opschorting van de zes maanden durende handelssancties voor economische sectoren, zoals schoeisel, in lidstaten die een digitaledienstenbelasting hebben ingevoerd, terwijl de onderhandelingen in OESO-verband nog aan de gang zijn; uit zijn bezorgdheid over de voorlopige lijst van vergeldingstarieven die de handelsgezant van de VS heeft opgesteld naar aanleiding van de “artikel 301”-onderzoeken naar de verschillende digitaledienstenbelastingen in de EU, die betrekking hebben op bijzonder gevoelige productiesectoren, zoals de schoenen- en de lederindustrie, waardoor deze mogelijk geen toegang meer zouden hebben tot de Amerikaanse markt indien aanvullende tarieven worden aangenomen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de onderhandelingen in het kader van het OESO-voorstel inzake digitale belastingen te versnellen en zo spoedig mogelijk af te ronden, en op alle mogelijke manieren te proberen verdere economische schade aan EU-bedrijven, vooral kmo’s, te voorkomen, met name in de context van de COVID-19-herstelstrategieën; is van mening dat, gezien de exclusieve bevoegdheid van de EU inzake het gemeenschappelijk handelsbeleid en de dreigende vergeldingsmaatregelen van de VS met betrekking tot digitalebelastingwetgeving, een gemeenschappelijke EU-aanpak de voorkeur verdient boven afzonderlijke nationale initiatieven, met name om verdere trans-Atlantische tariefescalatie over en weer te voorkomen;

52. erkent dat er nog steeds mogelijkheden onbenut blijven om administratieve rompslomp tegen te gaan en het trans-Atlantische economische partnerschap te versterken; benadrukt met het oog op de huidige technologische wedloop het belang van een nauwe trans-Atlantische regelgevingsruimte voor onze bedrijven, met name voor opkomende digitale, energie- en klimaatgerelateerde technologieën; verwacht van beide zijden dat zij in een dialoog de bezorgdheid van de EU over de Amerikaanse Buy American Act en de Jones Act bespreken, met inbegrip van overheidsopdrachten en toegang tot de markten voor diensten;

53. pleit voor een gezamenlijke aanpak van de COVID-19-crisis door onder meer de beschikbaarheid en betaalbaarheid van vaccins te vergroten; verzoekt de EU en de VS samen te werken en het voortouw te nemen teneinde tekorten aan vaccins weg te werken zodat deze wereldwijd zo spoedig mogelijk aan een zo groot mogelijk aantal mensen ter beschikking worden gesteld; herinnert eraan dat we kampen met een wereldwijde schaarste aan vaccins; verzoekt met het oog op vaccinrechtvaardigheid de EU en de VS derhalve samen te werken met fabrikanten om de wereldwijde productiecapaciteit voor vaccins en hun bestanddelen te vergroten; verzoekt beide partijen af te zien van uitvoerbeperkende maatregelen, om een goede werking van de toeleveringsketens te waarborgen, de vereiste technologieoverdrachten veilig te stellen en de paraatheid voor toekomstige wereldwijde noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid te verbeteren; moedigt beide partijen ertoe aan de samenwerking op regelgevingsgebied te intensiveren en zodoende de essentiële toegang tot geneesmiddelen te vergemakkelijken;

54. verzoekt de Commissie en de regering-Biden om de initiatieven van de nieuwe directeur-generaal van de WTO actief te steunen, met name de initiatieven op het gebied van gezondheid; wijst in dit verband op het standpunt van het Parlement in zijn resolutie van 10 juni 2021 over een mogelijke opschorting van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS)[9];

55. erkent weliswaar dat het belangrijk is de Europese intellectuele-eigendomsrechten te beschermen om het innovatievermogen van het bedrijven in stand te houden, maar acht het ook van belang alle toepasselijke flexibiliteitsbepalingen in de TRIPS-overeenkomst te onderzoeken met als doel de wereldwijde productiecapaciteit van vaccins en hun bestanddelen op te voeren; beklemtoont dat de zoektocht naar oplossingen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten slechts één onderdeel kan zijn van de gemeenschappelijke mondiale respons;

56. onderstreept dat de WTO het fundament blijft van een op regels gebaseerd, multilateraal handelssysteem; vraagt om nauwere samenwerking bij de hervorming van de WTO, waaronder de hervorming van haar drie kerntaken, hetgeen een dringende hervorming en herstel van de Beroepsinstantie inhoudt, alsmede een versterking van de toezichts- en overlegfuncties van de WTO, onder meer door open plurilaterale overeenkomsten te bevorderen;

57. dringt er bij beide partijen op aan samen te werken bij het reguleren van de handel in gezondheidsproducten, het ontwikkelen van regels voor digitale handel en het vaststellen van een ambitieuze klimaat- en milieuagenda, onder meer door de onderhandelingen over de overeenkomst inzake milieugoederen te hervatten, alsook te werken aan gemeenschappelijke voorstellen, onder meer voor regels inzake subsidiëring en de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen;

58. verwacht dat beide partijen overeenstemming zullen bereiken over concrete resultaten voor de twaalfde ministeriële conferentie van de WTO (MC12) om de WTO klaar te stomen voor de groene en digitale transitie, waaronder een visserijovereenkomst, een verklaring over handel en gezondheid, een werkprogramma voor de hervorming van het stelsel voor geschillenbeslechting, en een werkprogramma inzake industriële subsidies en staatsbedrijven, en dat zij aanzienlijke vooruitgang zullen boeken in de onderhandelingen over e-handel;

59. moedigt beide partijen aan samen te werken aan de actualisering van de WTO-regels inzake staatsbedrijven, industriële subsidies, overcapaciteit en technologieoverdracht, om de organisatie doeltreffend te wapenen tegen de uitdagingen van de 21e eeuw; steunt in dit verband ook de uitbreiding van het trilaterale initiatief met Japan en dringt er bij de EU en de VS op aan bij de WTO de leiding te nemen in een coalitie van gelijkgestemde landen om het eens te worden over nieuwe regels, en tegelijkertijd ook een autonoom instrument tegen oneerlijke buitenlandse subsidies te ontwikkelen; verwacht van beide partijen dat zij multilaterale overeenkomsten bevorderen en zich daarvoor inspannen; roept de VS op hun verbintenissen ten aanzien van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de WTO te hernieuwen;

60. neemt nota van het resultaat van de eerste bijeenkomst op hoog niveau in het kader van de EU-VS-dialoog over China, waar beide partijen hebben herhaald dat hun handelsbetrekkingen met China veelzijdig zijn en elementen van samenwerking, concurrentie en systemische rivaliteit bevatten; pleit, waar mogelijk, voor een gezamenlijke strategische aanpak ten aanzien van China, alsook voor samenwerking binnen multilaterale kaders met betrekking tot gemeenschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering en oneerlijke handelspraktijken die leiden tot verstoringen van de markt en het gelijke speelveld;

61. vestigt de aandacht op het belang van een gecoördineerd standpunt in de strijd tegen verstorende industriële subsidies – met name ten aanzien van staatsbedrijven en overcapaciteit in kritieke sectoren –, gedwongen technologieoverdracht, diefstal van intellectuele eigendom, gedwongen joint ventures, marktbelemmeringen en het verbod op dwangarbeid, onder meer door een bespreking van de fase 1-overeenkomst tussen de VS en China en de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China;

62. merkt op dat deze kwesties niet eenzijdig of bilateraal kunnen worden opgelost en dat daarvoor in het kader van de WTO een coalitie van gelijkgestemde partners op internationaal niveau vereist is;

63. onderstreept dat het belangrijk is in de gemeenschappelijke strategie van de EU en de VS en in de WTO de eerbiediging van de mensenrechten op te nemen, ook in het kader van de activiteiten van internationale ondernemingen; wijst in dit verband op de behoefte aan bindende zorgvuldigheidswetgeving, en verzoekt de VS zich bij deze aanpak aan te sluiten en deze in de gehele toeleveringsketen te ondersteunen;

64. is van oordeel dat de EU en de VS de trans-Atlantische samenwerking moeten opdrijven op het gebied van op regels gebaseerde en duurzame connectiviteit als reactie op de Nieuwe Zijderoute van China en hoopt met name op toekomstige samenwerking voor de handhaving van hoge kwaliteitsnormen;

65. spoort de Commissie ertoe aan bij het bevorderen van dialoog en gezamenlijk optreden ook de belangen van de EU en haar open strategische autonomie daadkrachtig te behartigen en te reageren op ongerechtvaardigde invoerrechten van de VS, de extraterritoriale toepassing van sancties, die in strijd is met het internationaal recht, en marktbelemmeringen; benadrukt dat de autonome handelsmaatregelen van de EU moeten worden versterkt;

66. vraagt de VS met name erop toe te zien dat hun procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten transparant, open en voorspelbaar zijn en gebaseerd zijn op het beginsel van gelijke behandeling;

67. verzoekt de Commissie werk te maken van haar voorstel over een instrument voor het ontmoedigen en tegengaan van dwangmaatregelen door derde landen en over wetgeving ter ondersteuning van Europese bedrijven die het doelwit van deze sancties zijn en in overeenstemming met het internationaal recht opereren;

68. spoort beide partijen ertoe aan om een ambitieuze dialoog aan te gaan, een kader voor gezamenlijk optreden te vinden, en te streven naar selectieve handels- en investeringsovereenkomsten via de hervatting van een strategische dialoog op hoog niveau;

69. dringt aan op een sterker regelgevend, groen, duurzaam en digitaal partnerschap via de Raad voor handel en technologie; verzoekt om een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordelingen, die met name kmo’s ten goede zal komen, een gecoördineerde aanpak voor het vaststellen van internationale normen voor kritieke en opkomende technologieën zoals artificiële intelligentie, en samenwerking op het gebied van regelgeving voor grote technologiebedrijven, digitale heffingen en inkomstenbelasting; roept de EU en de VS op informatie uit te wisselen en samen te werken bij het screenen van buitenlandse investeringen in strategische sectoren, ook op het gebied van eventuele vijandige overnames;

70. moedigt beide partijen ertoe aan beste praktijken op regelgevingsgebied uit te wisselen; dringt er bij de EU en de VS op aan hun onderhandelingen over conformiteitsbeoordelingen voort te zetten teneinde financieel belastende niet-tarifaire belemmeringen weg te nemen; benadrukt dat het voor beide partijen belangrijk is om een coalitie van gelijkgestemde partners op één lijn te brengen en te leiden zodat het gebruik van trans-Atlantische normen toeneemt in internationale normalisatie-instellingen;

71. verzoekt beide partijen om handel te gebruiken als een instrument in de strijd tegen de klimaatverandering en opwaartse convergentie te bereiken; spoort in dit verband beide partijen ertoe aan om samen te werken op het gebied van koolstofbeprijzing, en met name om de ontwikkeling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie te coördineren, alsook met het oog op doeltreffende maatregelen tegen illegale wapenhandel en het vergroten van de transparantie van en de verantwoordingsplicht aangaande wapenhandel, met inbegrip van de wapenuitvoer van de VS en de EU-lidstaten;

72. verzoekt de VS en de EU in het kader van de OESO samen te werken aan een wereldwijde vennootschapsbelasting en is met name ingenomen met de overeenkomst die de G7-landen hebben bereikt over een wereldwijde belastinghervorming, met de nadruk op de overeenkomst inzake een wereldwijd minimumtarief voor de vennootschapsbelasting van ten minste 15 %, en samen te werken aan de bestrijding van frauduleuze en schadelijke handelspraktijken;

73. onderstreept dat sterkere handels- en economische partners zorgen voor sterkere bondgenootschappen; is ingenomen met de inspanningen van beide partijen om hun toeleveringsketens weerbaarder te maken, met name met betrekking tot kritieke grondstoffen;

74. vraagt om nauwere samenwerking tussen de EU en de VS in het noordpoolgebied, gezien het ontstaan van nieuwe scheepvaartroutes, de mogelijke beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen als gevolg van klimaatverandering en de groeiende economische belangstelling voor het noordpoolgebied van andere landen, zoals China; verzoekt de Commissie om deze mogelijkheden en uitdagingen ook mee te nemen in haar komende noordpoolstrategie;

75. dringt er bij de Commissie op aan om, als vaste praktijk, transparant te zijn in haar samenwerking met de VS, door onder meer alle voorstellen die de VS worden toegezonden te publiceren en de betrokkenheid van het Parlement en het maatschappelijk middenveld bij de ontwikkeling van deze voorstellen te waarborgen om zodoende het vertrouwen van consumenten en burgers te vergroten.

Samen uitdagingen op het gebied van veiligheid en defensie aangaan

76. onderstreept dat de trans-Atlantische alliantie van fundamenteel belang blijft voor de veiligheid en stabiliteit van het Europese continent, aangezien de NAVO het fundament van de collectieve defensie van Europa en een belangrijke pijler van de Europese veiligheid vormt; herhaalt voorts dat de NAVO-bondgenoten en -partners en ook de EU als geheel meer actie moeten ondernemen om te voldoen aan de terecht in hen gestelde verwachtingen als geloofwaardige en gelijkwaardige trans-Atlantische partners die in staat en bereid zijn zichzelf te verdedigen, crises in hun eigen nabuurschap te beheersen, en indien nodig het voortouw nemen, zij het in nauw overleg met de VS; is voorstander van een evenwichtigere verdeling van de verantwoordelijkheden binnen de trans-Atlantische veiligheidsrelatie door de zelfredzaamheid van de EU-lidstaten op het gebied van defensie te stimuleren, om de lasten voor de VS te verlichten en op een manier die leidt tot synergieën tussen het NAVO-lidmaatschap en EU-defensiecapaciteiten; benadrukt dat de samenwerking tussen de EU en de NAVO gebaseerd is op 74 gezamenlijk overeengekomen acties op specifieke gebieden; herinnert eraan dat beide organisaties verschillende taken en prioriteiten hebben, aangezien de NAVO verantwoordelijk is voor de collectieve territoriale verdediging van haar leden en de EU zich richt op militaire crisisbeheersing in het buitenland, en dat er ruimte is voor verdere dialoog en samenwerking op het gebied van veiligheidsuitdagingen en een strategisch partnerschap dat berust op gemeenschappelijke steun voor de kernwaarden democratie, vrijheid en de bevordering van vrede; benadrukt dat meer samenwerking, bundeling en deling en een efficiënte en transparante Europese defensiesector ook zorgen voor een toename van de voor de NAVO beschikbare capaciteit; onderstreept dat een versterking van de industriële basis en de militaire capaciteiten op EU-niveau, alsook investeringen in de militaire mobiliteit en interoperabiliteit van de EU niet alleen de Unie maar ook de trans-Atlantische alliantie sterker zouden maken en zouden bijdragen aan de rol en het belang van de EU en haar lidstaten in de NAVO; spreekt bijgevolg zijn volledige steun uit voor de Europese defensie-initiatieven, zoals het Europees Defensiefonds (EDF), de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en de Europese Vredesfaciliteit (EPF); beklemtoont dat het trans-Atlantische partnerschap alleen succesvol kan zijn als alle lidstaten hun toezeggingen nakomen, ook voor wat investeringen in defensie betreft, elkaar wederzijdse steun verlenen en streven naar een evenwichtigere lastenverdeling; onderstreept dat alle NAVO-bondgenoten financieel moeten investeren in de ontwikkeling, opbouw en instandhouding van de capaciteiten die de NAVO nodig heeft om haar bevolking te verdedigen; wijst tevens op de aan de gang zijnde uitwerking van het strategisch kompas van de EU, dat een mijlpaal zal vormen voor een sterkere Europese samenwerking op het gebied van defensie en veiligheid; onderstreept dat dit strategische kompas nauw moet worden gekoppeld aan de ontwikkeling van het strategisch concept van de NAVO; is er voorts van overtuigd dat deze parallelle processen een unieke kans bieden om het trans-Atlantische politieke en veiligheidspartnerschap aanzienlijk vooruit te helpen, te moderniseren en opgewassen te maken tegen de huidige mondiale uitdagingen waarmee zowel de EU als de VS worden geconfronteerd; benadrukt dat de ambitie van Europese strategische autonomie de NAVO geenszins ondermijnt, maar er een aanvulling op vormt; dringt aan op de sluiting van een administratieve regeling tussen het Europees Defensieagentschap en de VS en is verheugd dat de EU en de VS zich ertoe hebben verbonden de gesprekken hierover zo snel mogelijk te starten, zoals vermeld in de verklaring die volgde op de EU-VS-top van 15 juni 2021; pleit voor de invoering van een procedure om het buitenlands beleid en veiligheids- en defensiebeleid van de VS, de EU en het VK te coördineren;

77. is ingenomen met het positieve besluit van de Raad van 6 mei 2021 om Nederland als coördinator van het project inzake militaire mobiliteit de volmacht te geven om in te gaan op verzoeken van de VS, Canada en Noorwegen om deel te nemen aan het PESCO-project inzake militaire mobiliteit; benadrukt dat deze deelname de coherentie tussen de capaciteiten van de EU en de NAVO en de interoperabiliteit, paraatheid en weerbaarheid van de trans-Atlantische strijdkrachten zal vergroten;

78. roept op tot meer samenwerking tussen de EU, de VS en de NAVO en onze oostelijke buurlanden, met name Georgië, Oekraïne en Moldavië, op het gebied van veiligheid en defensie, onder meer door de ondersteuning van de territoriale integriteit van deze landen, en pleit voor de versterking van hun weerbaarheid tegen cyber-, informatie-, spionage- en andere dreigingen die tegen hen gericht zijn;

79. is ingenomen met het besluit van de VS om het vertrek van Amerikaanse strijdkrachten uit de EU terug te draaien en hun militaire aanwezigheid in de EU-lidstaten op te voeren, als teken van engagement voor de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van veiligheid; betuigt zijn dankbaarheid aan de vele Amerikaanse militairen die geholpen hebben de beveiliging en veiligheid van Europa en de Europese inwoners gedurende de afgelopen decennia te beschermen;

80. vraagt de EU en de VS met klem om nauwe samenwerking te bevorderen met betrekking tot traditionele bedreigingen voor de veiligheid, maar ook op het vlak van nieuwe bedreigingen, zoals vijandige buitenlandse technologische dominantie, hybride dreigingen, desinformatiecampagnes en kwaadwillige inmenging in verkiezingsprocessen; dringt bij de EU en de VS aan op nauwe samenwerking op het gebied van cyberbeveiliging; dringt er bij de EU op aan doeltreffendere cybercapaciteiten te ontwikkelen ter versterking van haar vermogen om zich te verdedigen tegen cyberdreigingen; is ingenomen met de nieuwe cyberbeveiligingsstrategie van de Commissie als basis voor de vaststelling van internationale normen en standaarden in de cyberruimte; roept ertoe op om de nodige capaciteiten te ontwikkelen, verwerven en onderhouden, ook in het kader van de NAVO, onder meer op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen, en verzoekt de EU-agentschappen, zoals het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), om nauwer samen te werken met hun Amerikaanse tegenhangers; erkent dat cyberdefensie tot op zekere hoogte doeltreffender is als deze ook gepaard gaat met een aantal offensieve middelen en maatregelen, mits het gebruik ervan in overeenstemming is met het internationaal recht; benadrukt de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak met betrekking tot het verbieden van dodelijke autonome wapens zonder beduidende menselijke controle, het reguleren van de autonomie van wapensystemen op mondiaal niveau, en het beperken van de uitvoer en verspreiding van cyberinstrumenten en technologie voor grootschalig toezicht; onderstreept dat de wereldwijde wapenbeheersing moet worden geactualiseerd om het hoofd te kunnen bieden aan de cyber- en AI-uitdagingen; verzoekt de trans-Atlantische partners steun te verlenen en actief bij te dragen aan de oproep van de secretaris-generaal van de VN tot een wereldwijd staakt-het-vuren;

81. is van mening dat de bescherming van democratische en verkiezingsprocessen een mondiale veiligheidskwestie is; pleit in dit verband voor de gemeenschappelijke ontwikkeling van een gestructureerd kader voor reacties op verkiezingsinmenging, dat gebaseerd is op een trans-Atlantische gedragscode voor vrije en veerkrachtige democratische processen en waarin wordt gestreefd naar structurele en alomvattende maatregelen om het hybride karakter van de inmenging aan te pakken, in nauwe samenwerking met internationale organisaties zoals de OVSE; roept de EU en de VS op om samen met alle relevante partners, in het bijzonder met de organisaties die de “Verklaring inzake de beginselen voor internationale verkiezingswaarneming” hebben bekrachtigd, een nauwere en ambitieuzere internationale samenwerking inzake verkiezingswaarneming te bevorderen, om actie te ondernemen tegen de toenemende openbare veiligheidsbedreigingen voor verkiezingsprocessen; benadrukt dat gezamenlijk moet worden opgetreden tegen het groeiende verschijnsel van nep-verkiezingswaarneming in eigen land, waardoor het vertrouwen van de bevolking in verkiezingswaarneming in het algemeen wordt ondermijnd, en dat de kansen, uitdagingen en risico’s van het toenemende gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën bij verkiezingen grondig moeten worden geëvalueerd; beklemtoont dat de noodzakelijke samenwerking met de betrokken binnenlandse organisaties voor verkiezingswaarneming op alle niveaus moet worden versterkt, en dat deze organisaties in het kader van hun activiteiten moeten worden beschermd;

82. wijst op het belang van de opbouw van vaardigheden op het gebied van kwantumcomputing en onderstreept de noodzaak om de samenwerking tussen de EU en de VS op dit terrein te versterken, om te verzekeren dat kwantumcomputing voor het eerst wordt toegepast door partners die hechte onderlinge banden hebben en op elkaar afgestemde doelstellingen nastreven;

83. benadrukt het strategische belang van de onderzeese telecommunicatiekabels in de Noord-Atlantische Oceaan, die instaan voor meer dan 95 % van de internationale telecommunicatie; wijst nogmaals op het belang van versterkte trans-Atlantische samenwerking om de naleving van de internationale regelgeving voor onderzeese kabels, waaronder het Unclos, te beschermen en te waarborgen;

84. staat achter de lancering van de veiligheids- en defensiedialoog tussen de EU en de VS, en roept de VV/HV op deze zo spoedig mogelijk van start te laten gaan; benadrukt hoe belangrijk het is ook NAVO-vertegenwoordigers bij deze dialoog te betrekken om synergieën met de huidige samenwerking in het kader van de EU en de NAVO te bevorderen en overlappende beleidsreacties te voorkomen; onderstreept dat de veiligheids- en defensiedialoog tussen de EU en de VS samenwerking moet omvatten op het gebied van veiligheids- en defensie-initiatieven, crisisbeheersing, militaire operaties en bilaterale veiligheidskwesties, zoals vermeld in de EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering; benadrukt dat informatie-uitwisseling een belangrijk onderdeel van deze dialoog vormt;

85. beklemtoont dat zowel de EU als de VS hun samenleving moeten onderwerpen aan een zelfonderzoek met betrekking tot onze gemeenschappelijke democratische waarden en de eerbied voor anderen en andere meningen, met als doel de werelddemocratie nieuw leven in te blazen en te beschermen tegen opkomende autoritaire regimes, zoals gepropageerd door Rusland en China, maar ook binnen de trans-Atlantische gemeenschap, onder meer door de verantwoordingsplicht en weerbaarheid van onze democratische stelsels te vergroten, door extremistische standpunten en racisme die een vruchtbaar klimaat creëren voor antidemocratische bewegingen, tegen te gaan, door op geopolitiek vlak eensgezind op te treden tegen de kwaadwillige invloed van autoritaire actoren, en door deel te nemen aan trans-Atlantische dialoog en inclusief sociaal en economisch beleid te bevorderen om de oorzaken van ongelijkheid aan te pakken; benadrukt de waarde van trans-Atlantische dialoog en samenwerking op het gebied van beleid ter ondersteuning van democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat en ter bestrijding van desinformatie en buitenlandse inmenging; onderstreept de noodzaak om aan beide zijden van de oceaan de oorzaken van het afnemende vertrouwen van het publiek in het beleid en de instellingen aan te pakken; benadrukt dat de inspanningen in die richting onder meer moeten bestaan in het opbouwen van vertrouwen in wetenschap en feiten, het tot stand brengen van een vangnet van non-discriminatiebeleid en het verwerpen en aanpakken van discriminatie op grond van ras en godsdienst;

86. verzoekt de EU en de VS voorts samen economische, politieke en operationele ondersteuning te bieden aan bestaande regionale organisaties in Afrika, zoals de Afrikaanse Unie, de gemeenschappelijke strijdkrachten van de G5-Sahel en de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas);

87. beklemtoont dat de EU en de VS hun inspanningen in de strijd tegen terrorisme en radicalisering op elkaar moeten afstemmen en hiervoor voldoende middelen moeten vrijmaken, en erop moeten toezien dat de acties in verhouding staan tot de werkelijke dreiging; is van oordeel dat beide partners moeten streven naar een verbetering van de huidige werkwijze voor de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten, en daarbij in het bijzonder de nadruk moeten leggen op beter, gemeenschappelijk situationeel bewustzijn op sleutelgebieden, zoals het ontstaan van veilige toevluchtsoorden, het gebruik van opkomende en disruptieve technologieën door terroristen alsmede hybride tactieken;

88. moedigt een verregaande samenwerking tussen de EU en de VS aan op het gebied van deradicalisering en terrorismebestrijding, onder meer door het opzetten van gemeenschappelijke opleidingsactiviteiten, gemeenschappelijke terrorismebestrijdingscursussen, uitwisselingsprogramma’s voor politiepersoneel, tactische oefeningen en onderwijsinitiatieven;

89. onderstreept het fundamentele belang van de democratische beginselen, die de grondslag vormen van onze sociale en economische vooruitgang en onze vrije samenlevingen; schaart zich achter het voorstel van president Biden om een top voor democratie te houden om universele waarden te bevorderen; roept de VS ertoe op lering te trekken uit de EU-Conferentie over de toekomst van Europa en verzoekt de Commissie en de Raad zowel politieke als praktische ondersteuning te bieden aan het initiatief van een dergelijke top; is van mening dat de voorgestelde top voor democratie gericht moet zijn op het bevorderen van op waarden gebaseerd multilateralisme en solidariteit tussen democratieën in moeilijkheden en het versterken van de democratie, zowel binnenlands als wereldwijd, met name door de participatie van de burgers in het democratisch bestuur te vergroten, door uiting te geven aan de bezorgdheid over en te streven naar vreedzame oplossingen voor de voortdurende onderdrukking van democratische bewegingen, door mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van milieuactivisten, overal ter wereld te beschermen, en tot slot door de toenemende invloed van autoritaire regimes tegen te gaan; benadrukt in dit verband dat een dergelijk initiatief kan helpen een duidelijke koers uit te zetten om populisme en autoritarisme tegen te gaan en om de fundamentele democratische waarden en mensenrechten te beschermen; stelt voor dat de EU samen met de VS een trans-Atlantische alliantie opricht om de democratie wereldwijd te verdedigen en een toolkit voor de verdediging van de democratie te ontwikkelen, die gemeenschappelijke acties op het gebied van sancties moet omvatten, evenals beleid ter bestrijding van het witwassen van geld, regels inzake de voorwaarden voor economische en financiële bijstand, internationale onderzoeken en steun voor mensenrechten- en democratieactivisten; dringt aan op betere communicatie met en tussen de burgers aan beide zijden van de oceaan over het blijvende belang van de trans-Atlantische band en de relevantie ervan in deze tijd; benadrukt in dit verband opnieuw de waarde van uitwisselingen tussen wetgevers, ondernemingen en het maatschappelijk middenveld;

Betere coördinatie van het buitenlands beleid

90. is van oordeel dat de EU meer met de VS moet samenwerken en het strategisch partnerschap moet hernieuwen met betrekking tot de landen van het Oostelijk Partnerschap en de Westelijke Balkan om daar veerkrachtige, welvarende, democratische, multi-etnische samenlevingen op te bouwen die opgewassen zijn tegen de ontwrichtende invloed van zowel lokale als externe autoritaire krachten; herinnert eraan dat de stabiliteit van de Westelijke Balkan en de landen van het Oostelijk Partnerschap van belang is voor de vrede en de veiligheid in de regio, en tegelijkertijd ook voor de EU; is ingenomen met de sterk toegenomen coördinatie tussen de VS en de EU bij het op weg helpen van de landen van de Westelijke Balkan naar Europese integratie en EU-lidmaatschap; is van mening dat regelmatige, geïnstitutionaliseerde coördinatie tussen de Raad Buitenlandse Zaken en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken op dit en andere gebieden van buitenlands beleid, een positieve uitwerking zou hebben op de trans-Atlantische dialoog en samenwerking inzake gemeenschappelijke aangelegenheden op vlak van Buitenlandse Zaken en verdere convergentie van de beleidsstandpunten op trans-Atlantisch niveau zou bevorderen; roept op tot een sterk leiderschap van de EU en een doeltreffende coördinatie met de VS om zich te kanten tegen initiatieven om nieuwe grenzen te trekken en soortgelijke subnationale initiatieven om de etnische verdeeldheid en segregatie te vergroten, alsook met betrekking tot de kwestie van Chinese investeringen en financiering in de hele regio en de gevolgen daarvan voor het democratisch bestuur en het milieu; benadrukt het belang van nauwe samenwerking en coördinatie tussen de EU en de VS bij de bestrijding van “state capture” (frauduleuze controle over overheidsinstellingen), corruptie, georganiseerde misdaad, buitenlandse inmenging en aanvallen op de vrijheid van de media, en bij de bevordering van de rechtsstaat, diepgaande hervormingen, goede nabuurschapsbetrekkingen en verzoening, en van de doelstelling van Euro-Atlantische integratie; onderstreept dat de EU een leidende rol speelt bij het proces van normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo;

91. beklemtoont het gemeenschappelijke belang van de ondersteuning op lange termijn van duurzame vrede, stabiliteit, veiligheid, weerbaarheid, democratie en eerbiediging van de mensenrechten in de zuidelijke Kaukasus; juicht de inspanningen van de VS in die regio toe, in samenwerking met de EU, onder meer via mechanismen zoals de Minsk-groep van de OVSE;

92. vraagt de EU en de VS samen iets te doen aan de aanhoudende en toenemende bedreigingen voor de bescherming en het behoud van cultureel erfgoed en aan de smokkel van cultuurgoederen, met name in conflictgebieden; pleit voor een strategie die steunt op gedegen bewustmakingscampagnes, de algemene veroordeling van de handel in antieke voorwerpen waarvan de herkomst onbekend is, de opstelling van een gemeenschappelijke gedragscode voor de bescherming van culturele locaties, de bevordering van nauwere samenwerking tussen verschillende rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van onmiddellijke informatie-uitwisseling tussen nationale inlichtingendiensten, en intensievere samenwerking tussen de rechtshandhavingsinstanties en de artistieke en archeologische sectoren;

93. merkt op dat de economische invloed, de geopolitieke macht, de verschillende vormen van machtsprojectie en de militaire kracht van China een conflict hebben veroorzaakt tussen het Chinese autoritaire bestuur en het westerse bestuur dat gebaseerd is op liberaal-democratische waarden; wijst op de toegenomen aanwezigheid van China op het internationale toneel en in Europa via de Nieuwe Zijderoute en zijn activiteiten in cyberspace, het noordpoolgebied en Afrika; benadrukt in dit verband dat China een systemische rivaal en concurrent is geworden, maar dat het ook een belangrijke partner moet zijn bij de aanpak van vele mondiale problemen; is ervan overtuigd dat een gemeenschappelijke trans-Atlantische benadering van de betrekkingen met China de beste manier is om een vreedzame, duurzame en wederzijds voordelige langetermijnrelatie met China tot stand te brengen; verwelkomt in deze context de recente hervatting van een alomvattende strategische dialoog op hoog niveau tussen de EU en de VS over China, en is van mening dat deze moet leiden tot een belangrijk mechanisme voor het behartigen van onze belangen en het omgaan met onze verschillen, en dat er moet worden gekeken naar mogelijkheden voor samenwerking tussen de EU, de VS en de Volksrepubliek China via multilaterale kaders voor gemeenschappelijke en wereldwijde uitdagingen zoals de klimaatverandering, gezondheidsrisico’s, de eerbiediging van de mensenrechten, cyberspace, wapenbeheersing, non-proliferatie en opkomende disruptieve technologieën; beklemtoont dat deze dialoog gekenmerkt moet worden door een sterke parlementaire dimensie; vraagt om een breed scala aan beleidsinstrumenten te ontwikkelen en naar mogelijke trans-Atlantische synergieën te zoeken voor de omgang met China; benadrukt in dit verband dat de EU en de VS zeer bezorgd zijn over de systematische schendingen van de mensenrechten in China, met name de rechten van de Oeigoerse gemeenschap; is er stellig van overtuigd dat de betrekkingen met de Volksrepubliek China, zowel bilateraal als anderszins, altijd moeten gepaard gaan met het waarborgen en bevorderen van gemeenschappelijke democratische waarden en dat op elke agenda inzake multilaterale betrekkingen de volledige naleving van het internationaal recht en de bescherming van de mensenrechten centraal moeten staan;

94. onderstreept dat moet worden gekeken naar punten van overeenstemming en samenwerkingsmogelijkheden met de VS ten aanzien van China, met name wat betreft de bescherming van de mensenrechten en de rechten van minderheden en de de-escalatie van de spanningen in de Zuid- en Oost-Chinese Zee, Hongkong en in de Straat van Taiwan; benadrukt het belang van Unclos als rechtsgrondslag voor het oplossen van conflicten; herhaalt zijn steun voor gemeenschappelijke connectiviteitsinitiatieven; dringt aan op de coördinatie van maatregelen in de Indo-Pacifische regio; is voorstander van een betere coördinatie met betrekking tot deze en andere kwesties van gemeenschappelijk belang;

95. wijst op de lopende werkzaamheden met betrekking tot de Indo-Pacifische strategie van de EU en vestigt de aandacht op deze geostrategische regio, waar gemeenschappelijke trans-Atlantische democratische vrienden en partners gelegen zijn, zoals Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland en Taiwan, en dringt aan op een versterkt partnerschap en betere coördinatie tussen de EU en de VS met betrekking tot de Indo-Pacifische regio; herhaalt dat het belangrijk is de banden aan te halen met de leden van de Asean en met het Pacific Islands Forum (PIF);

96. benadrukt dat niet-democratische regimes zoals China steeds vaker gebruikmaken van technologie om hun bevolking te controleren en te onderdrukken, en de uitoefening van de fundamentele, sociale en politieke rechten in te perken; roept de EU en de VS op nauwer samen te werken bij de ontwikkeling van op de mens gerichte technologie die de privacy eerbiedigt en vooroordelen en discriminatie tegengaat;

97. is zich ervan bewust dat door China verworven intellectuele eigendom en technologische vooruitgang van toonaangevende onderzoekscentra vaak worden ingezet voor militaire doeleinden en beklemtoont daarom dat de EU moet werken aan de ontwikkeling van een langetermijnstrategie om de Chinese gemengde militair-civiele strategie in Europa tegen te gaan;

98. onderschrijft dat de EU en de VS hun aanpak moeten coördineren op gebieden waar de acties van China in strijd zijn met de Euro-Atlantische veiligheidsbelangen; hamert erop dat prioriteit moet worden gegeven aan uitdagingen op cyber-, hybride en ruimtegebied alsook op het vlak van opkomende disruptieve technologieën, wapenbeheersing en non-proliferatie;

99. maakt zich zorgen over de economische druk die China op lidstaten en derde landen uitoefent; steunt het idee van collectieve economische verdediging via samenwerking met gelijkgestemde democratieën tegen de economische druk van China;

100. maakt zich zorgen over de nauwe banden tussen de Chinese Communistische Partij en het Chinese bedrijfsleven, met name beveiligingsbedrijven; beveelt de lidstaten aan hun praktijken op het gebied van overheidsopdrachten aan een interne controle te onderwerpen, om te voorkomen dat de producten die in hun nationale netwerken en defensie-instellingen zijn geïntegreerd, technologieën van Chinese bedrijven bevatten;

101. pleit voor nauwe samenwerking om te komen tot een gezamenlijk actieplan ten aanzien van de Russische Federatie en samen de vele bedreigingen aan te pakken die uitgaan van de Russische Federatie, zoals de voortdurende destabilisatie van Oekraïne, Georgië en de Republiek Moldavië, de steun voor het onwettige regime van Loekasjenko in Belarus, de rol en invloed van Rusland in de Westelijke Balkan en het Zwarte Zeegebied, de verwerpelijke inmenging in democratische processen en verkiezingen in de EU en de VS, de financiering van extremistische politieke partijen en revisionistisch beleid, hybride dreigingen en desinformatiecampagnes; roept aan de andere kant op om tegelijkertijd te streven naar selectieve samenwerking op gebieden van gemeenschappelijk trans-Atlantisch belang, met name met betrekking tot de architectuur voor wapenbeheersing en het Verdrag ter vernietiging van de kernwapens voor de middellange en de korte afstand (INF-verdrag), alsook klimaatdiplomatie, de plannen om het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA) nieuw leven in te blazen en de situatie in Afghanistan te stabiliseren; is ingenomen met het besluit van de huidige Amerikaanse regering om het New START-verdrag inzake wapenbeheersing te verlengen; benadrukt dat de gesprekken over wapenbeheersing die rechtstreekse gevolgen hebben voor de Europese veiligheid, opnieuw op gang moeten komen tussen de belangrijkste mondiale spelers, zoals de VS en Rusland, en dat China bij toekomstige onderhandelingen over wapenbeheersing moet worden betrokken; benadrukt dat de architectuur voor de beheersing van conventionele wapens dringend moet worden hersteld om het risico op een wapenwedloop en onvoorziene incidenten te beperken; is ingenomen met de bereidheid van de regering-Biden om opnieuw een dialoog en onderhandelingen aan te knopen met Rusland en steunt het voornemen van de EU en de VS om tussen hen een dialoog op hoog niveau te beginnen over Rusland; is van mening dat de EU en haar lidstaten actief moeten meezoeken naar mogelijkheden voor verdere dialoog en moeten bijdragen aan het herstel van wederzijds vertrouwen; benadrukt tegelijkertijd het belang van de dialoog met het maatschappelijk middenveld en steun voor maatschappelijke organisaties in Rusland die de dialoog bevorderen over politiek pluralisme, eigen inspraak en de legitieme democratische aspiraties van de Russische bevolking;

102. is van mening dat de EU en de VS hun tweeledige aanpak van enerzijds afschrikking en anderzijds dialoog met Rusland onderling moeten afstemmen binnen de grenzen van wat tijdens de toppen in Wales en Warschau is overeengekomen;

103. verzoekt de EU en de VS tijdig en vastberaden op te treden tegen ontwrichtende acties van Russische inlichtingendiensten op het grondgebied van de EU; beveelt de lidstaten aan om de samenwerking en informatie-uitwisseling op het gebied van contraspionage te intensiveren;

104. verzoekt de VV/HV en de Raad een nieuwe strategische aanpak te ontwikkelen voor de betrekkingen van de EU met Rusland, die het maatschappelijk middenveld beter moet ondersteunen, de interpersoonlijke contacten met de burgers van Rusland moet versterken, duidelijke rode lijnen moet uittekenen voor samenwerking met Russische overheidsactoren, technologische normen en het open internet moet gebruiken om vrije ruimten te ondersteunen en onderdrukkende technologieën te beperken, en solidariteit met de oostelijke partners van de EU moet tonen, onder meer op het gebied van veiligheidskwesties en de vreedzame oplossing van conflicten; onderstreept dat elke dialoog van de EU en de VS met Rusland gebaseerd moet zijn op de eerbiediging van het internationaal recht en de mensenrechten;

105. benadrukt het belang van en roept op tot samenwerking en coördinatie tussen de VS en de EU ten aanzien van het Afrikaanse continent en zijn verschillende regio’s en landen om een duurzame ontwikkeling te waarborgen en veiligheid, stabiliteit en welvaart te bevorderen; hamert op de dringende behoefte aan een sterk en eerlijk partnerschap tussen de VS, de EU en Afrika, met aandacht voor de uitdagingen van de klimaatverandering en de demografische gevolgen daarvan, de ineenstorting van de biodiversiteit, de exploitatie van de natuurlijke hulpbronnen van Afrika door China, de duurzame sociaal-economische ontwikkeling, de bevordering van digitalisering, de rechtsstaat en de democratie, en de versterking van de mensenrechten, het maatschappelijk middenveld en gendergelijkheid; is van mening dat elke vorm van veiligheidssteun gebaseerd moet zijn op de aanpak van menselijke veiligheid en de behoeften van de lokale bevolking, volledig in overeenstemming moet zijn met het internationaal recht en sterke mechanismen voor verantwoording en democratisch en parlementair toezicht moet omvatten; is ingenomen met de toezegging van de regering-Biden om haar samenwerking met de internationale coalitie voor de Sahel te versterken; dringt er bij de VS en de EU op aan samen de strijd aan te binden tegen opkomst van gewelddadig extremisme, het terrorisme van Da’esh en aan Al Qaida gelieerde groeperingen en de humanitaire, economische en bestuursproblemen in de Sahel en in het Midden-Oosten en Noord-Afrika in het algemeen; dringt aan op meer dialoog en coördinatie met betrekking tot de standpunten van de trans-Atlantische partners over de uitdagingen waarmee landen als Irak, Libanon, Syrië, Iran en Libië worden geconfronteerd;

106. roept op tot betere samenwerking in het noordpoolgebied, rekening houdend met de toenemende belangstelling voor het noordpoolgebied van de kant van andere landen zoals China, en de activiteiten en militaire opbouw van Rusland in het gebied; verwelkomt het besluit van de EU en de VS, zoals blijkt uit de verklaring van de EU-VS-top van 15 juni 2021, om samen te ijveren voor het behoud van het noordpoolgebied als een regio van vrede en stabiliteit en samen te werken via de Arctische Raad;

107. benadrukt dat de structurele strategische betrekkingen tussen de EU, de VS en het VK moeten worden gehandhaafd en waar nodig moeten worden verdiept, waarbij moet worden voortgebouwd op onze gedeelde waarden, belangen en uitdagingen, ook op het gebied van veiligheid, en dat tegelijkertijd de autonomie van de EU-besluitvorming moet worden gewaarborgd;

108. erkent dat de situatie in Afghanistan na de terugtrekking van de Amerikaanse en Europese strijdkrachten nog steeds een enorme uitdaging zal vormen; herhaalt zijn standpunt dat de trans-Atlantische gemeenschap zich moet blijven inzetten voor vrede, stabiliteit en vooruitgang in Afghanistan; dringt aan op een verantwoord en geëngageerd optreden ten aanzien van de Afghaanse bevolking, met name door het interne vredesoverleg in Afghanistan te ondersteunen en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te waarborgen, met bijzondere aandacht voor de rechten van etnische minderheden, meisjes en vrouwen, met inbegrip van hun recht op onderwijs en participatie in het openbare leven, alsook de rechten van andere kwetsbare groepen;

109. is ingenomen met de hernieuwde aandacht van de VS voor het oostelijke Middellandse Zeegebied, met name met betrekking tot de Eastern Mediterranean Act van 2019, in het kader waarvan nieuwe veiligheidssteun voor Cyprus en Griekenland wordt toegestaan en de samenwerking tussen regionale actoren op energiegebied wordt versterkt; verwelkomt het besluit van de EU en de VS, zoals blijkt uit de verklaring na de EU-VS-top van 15 juni 2021, om zij aan zij te werken aan de duurzame de-escalatie in het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar geschillen via een dialoog te goeder trouw en in overeenstemming met het internationaal recht moeten worden opgelost; schaart zich achter de verklaring van de EU en de VS dat zij willen streven naar samenwerking en wederzijds voordelige betrekkingen met een democratisch Turkije;

110. is voorstander van nauwere samenwerking met de VS en de landen van Latijns-Amerika ter bevordering van multilateralisme, democratische waarden, duurzame ontwikkeling, mensenrechten en normen van internationaal recht, economische groei, de bestrijding van ongelijkheid, de strijd tegen drugshandel en georganiseerde misdaad, biodiversiteit en de strijd tegen de klimaatverandering; onderstreept dat de EU en de VS actiever moeten samenwerken met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied als cruciale bondgenoten in internationale fora en als strategische partners bij de verdediging van het multilateralisme; pleit voor een Atlantische driehoeksalliantie tussen de EU, de VS en Latijns-Amerika, die beide regio’s in staat stelt gezamenlijk verdere vooruitgang te boeken op gebieden als democratie, veiligheid en drugshandel, de bestrijding van ongelijkheid en ontwikkelingssamenwerking; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat een dergelijke samenwerking met de VS en de landen van Latijns-Amerika zich uit in gezamenlijke inspanningen ter ondersteuning van de tegenstanders en dissidenten die in verschillende landen het slachtoffer worden van represailles omdat zij opkomen voor de democratische waarden en de mensenrechten; dringt in dit verband aan op een samenwerking tussen de VS en de EU en andere landen om de mensenrechten en de democratie in Venezuela te herstellen door middel van werkelijk vrije, geloofwaardige, inclusieve, transparante en volledig democratische verkiezingen en door steun aan de door het Europees Parlement erkende legitieme politieke krachten; herhaalt nogmaals zijn engagement om de democratie en de mensenrechten in alle Latijns-Amerikaanse landen te bevorderen; dringt aan op meer coördinatie tussen de EU en de VS op het gebied van sancties; herhaalt zijn voorstel dat de VS en de EU regelmatig van gedachten moeten wisselen over hun respectieve topontmoetingen met de Latijns-Amerikaanse landen, d.w.z. de topontmoetingen EU-Celac en de Top van de Amerika’s die worden georganiseerd door de Organisatie van Amerikaanse Staten;

111. wijst op het belang van de regio van het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor de Europese en daarmee ook voor de trans-Atlantische veiligheid en stabiliteit; roept daarom op tot meer dialoog over en coördinatie van de houding van trans-Atlantische partners ten aanzien van de regio van het Midden-Oosten en Noord-Afrika, onder meer door maatregelen te nemen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal recht die zich in de regio voordoen; dringt er bij de VS op aan om opnieuw toe te treden tot het JCPOA als hoeksteen van een mondiale non-proliferatieregeling en als grondslag voor de de-escalatie in het Midden-Oosten en de Perzische Golf; steunt de oproep van de VS tot een “langduriger en sterkere” nucleaire overeenkomst met Iran en stelt als volgende stap een trans-Atlantische samenwerking op dit gebied voor; verwelkomt het besluit van de VS om opnieuw financiële steun vrij te maken voor UNRWA; pleit voor hernieuwde trans-Atlantische inspanningen om het vredesproces in het Midden-Oosten op een zinvolle manier nieuw leven in te blazen en succesvol af te ronden met een levensvatbare tweestatenoplossing; is verheugd over de ondertekening en tenuitvoerlegging van de Abraham-akkoorden en pleit voor trans-Atlantische samenwerking om deze relaties te verdiepen;

°

° °

112. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsmede, ter informatie, aan het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Amerikaanse Congres.


MINDERHEIDSSTANDPUNT

Marisa Matias, namens de Linkse Fractie

 

De verkiezing van de regering-Biden-Harris biedt de gelegenheid om de betrekkingen tussen de EU en de VS te verbeteren. Democratische structuren en dialogen met het maatschappelijk middenveld moeten binnen de trans-Atlantische betrekkingen een drijvende kracht worden die proactief pleit voor oplossingen voor de meest dringende problemen in onze samenlevingen, zoals sociale, gender- en onderwijsongelijkheid, racisme, mensenrechten en de klimaatverandering.

Bij het vormgeven van de toekomstige betrekkingen tussen de EU en de VS moet gelijkheid centraal staan. De EU moet de nodige capaciteiten ontwikkelen om autonoom te kunnen optreden, om op belangrijke strategische gebieden te kunnen terugvallen op haar eigen middelen en om samen te werken met partners. Het handelsbeleid moet elementen van de inclusieve, groene en digitale transformatie combineren via een op werknemers gerichte benadering van het handelsbeleid in een gezamenlijke inspanning voor eerlijke handel op internationaal vlak.

In plaats van concurrenten te bestrijden, onder meer door militaire samenwerking, moeten de EU en de VS bijdragen aan een vermindering van de spanningen en verdeeldheid binnen de internationale gemeenschap. Het trans-Atlantische partnerschap zal een succes zijn als het erin slaagt om uiterlijk tegen 2030 de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties te verwezenlijken. Samen moeten de EU en de VS de diepere oorzaken van conflicten in de wereld aanpakken en een einde maken aan de wapenhandel. Samen met andere partners in de wereld is het mogelijk het vaccintekort aan te pakken en bij te dragen aan een wereldwijd duurzaam en inclusief economisch herstel van de COVID-19-pandemie.

 


 

 

ADVIES VAN DE COMMISSIE INTERNATIONALE HANDEL (17.6.2021)

<CommissionInt>aan de Commissie buitenlandse zaken</CommissionInt>


<Titre>inzake de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en de VS</Titre>

<DocRef>(2021/2038(INI))</DocRef>

Rapporteur voor advies (*): <Depute>Bernd Lange</Depute> 

 

 

 

 

Procedure met medeverantwoordelijke commissies – artikel 57 van het Reglement

 

 

 

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. onderstreept dat de Europese Unie en de Verenigde Staten de meest geïntegreerde economische relatie ter wereld hebben, die ook de grootste en diepste bilaterale handels- en investeringsrelatie is, met een handel in goederen en diensten die goed is voor meer dan 1 biljoen EUR per jaar; herinnert eraan dat de economieën van de EU en de VS samen goed zijn voor meer dan 40 % van het mondiale bbp en voor bijna een derde van de wereldhandelsstromen;

2. benadrukt dat het belangrijk is om, als historische bondgenoten en handelspartners, onze trans-Atlantische handelsbetrekkingen nieuw leven in te blazen, zeker gezien de huidige COVID-19-crisis, teneinde multilateralisme te bevorderen en een open, op regels gebaseerd handelsstelsel te stimuleren en gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor dringende mondiale uitdagingen, waaronder die op het gebied van de wereldgezondheid;

3. neemt nota van de aanwijzingen die reeds werden geboden door Amerikaanse tegenhangers en van de verklaringen van Katherine Tai, de handelsgezant van de VS, tijdens de hoorzitting over de handelsagenda voor 2021 van de regering-Biden;

4. herhaalt in dit verband haar steun voor de nieuwe handelsstrategie van de EU, die onder meer via de trans-Atlantische agenda van de Unie gericht is op synergieën tussen doelstellingen voor binnenlands en buitenlands beleid in overeenstemming met de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling;

5. beschouwt het handelsbeleid als een strategisch geopolitiek instrument voor de trans-Atlantische agenda; benadrukt dat de VS een cruciale handelspartner is en is derhalve ingenomen met de positieve signalen van de regering-Biden over haar plannen om de bilaterale betrekkingen met de EU aan te halen, en dringt aan op hernieuwde samenwerking die in de komende jaren blijvende en concrete resultaten moet opleveren, rekening houdend met het feit dat onze economische betrekkingen ook worden beïnvloed door veiligheidsbelangen in het kader van open strategische autonomie;

6. wijst op de noodzaak om gezamenlijke acties op basis van gedeelde belangen en waarden te organiseren, alsook op basis van gedeelde risico’s en bedreigingen, zodat wordt bijgedragen tot een wereldwijd duurzaam en inclusief economisch herstel van de COVID-19-pandemie;

7. beklemtoont dat het mondiale handelsstelsel moet worden hervormd, zodat wereldwijd een gelijk speelveld wordt gewaarborgd, en dat moet worden samengewerkt om nieuwe regels te ontwikkelen, met name ten aanzien van oneerlijke handelspraktijken, aangezien oneerlijke concurrentie onze bedrijven en werknemers zwaar treft;

8. steunt de benadering van een gedeeld leiderschap met de VS, met inbegrip van een gecoördineerde houding ten aanzien van Rusland en China, gericht op het nastreven van gedeelde belangen bij de groene en digitale transformatie van onze economieën, alsook gemeenschappelijke initiatieven met betrekking tot de beschikbaarstelling van mondiale collectieve goederen; benadrukt dat “werknemers en lonen”, en veerkrachtigere, duurzamere en meer verantwoorde toeleveringsketens op deze agenda staan; moedigt in dit verband beide partijen aan hun benadering ten opzichte van dwangarbeid en uitbuitende arbeidsomstandigheden te coördineren en samen te werken om de eerbiediging van de rechten van werknemers en de milieunormen in handelsovereenkomsten en op multilateraal niveau te verbeteren, onder meer door voort te bouwen op elkaars ervaring om deze bepalingen doeltreffender te handhaven;

9. benadrukt dat het nodig is aan te tonen dat betere handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS ten goede zullen komen aan burgers, met name diegenen die door de globalisering achterop zijn geraakt, en bedrijven aan beide zijden van de Atlantische Oceaan; roept de EU en de VS in deze context op samen te werken en hun strategieën op elkaar af te stemmen om investeringssynergieën te creëren, met name om de digitale en groene transitie van hun economieën op duurzame en inclusieve wijze te bewerkstelligen;

10. merkt op dat gemeenschappelijke uitdagingen van de EU en de VS steeds meer van niet-militaire aard zijn en binnen ons economisch partnerschap vallen; dringt derhalve aan op een voortdurende en versterkte trans-Atlantische parlementaire dialoog over handel tussen het Europees Parlement en het Amerikaanse Congres via interactie tussen de Commissie internationale handel van het Europees Parlement aan EU-zijde en de Commissie “Ways & Means”, haar subcommissie handel en de Commissie financiële zaken van de Senaat aan Amerikaanse zijde, evenals in het kader van de trans-Atlantische wetgeversdialoog; dringt meer in het bijzonder aan op de oprichting van een subcomité voor handel en technologie binnen de trans-Atlantische wetgeversdialoog, ter aanvulling van het uitvoerende deel van de Raad voor handel en technologie en ter uitoefening van de democratische controle daarop;

11. is zeer ingenomen met de steun van de VS voor Ngozi Okonjo-Iweala, de nieuwe directeur-generaal van de WTO, en de terugkeer van de VS naar de Overeenkomst van Parijs; is ingenomen met de tijdelijke opschorting van douanerechten voor een periode van vier maanden in verband met het geschil over Airbus en Boeing, die een onevenredig negatief effect hadden op agrovoedingsproducten uit de EU, en beschouwt dit als een positieve stap in de richting van een duurzame oplossing voor subsidies voor burgerluchtvaartuigen; merkt op dat de opschorting van deze douanerechten in juli 2021 afloopt en dringt aan op een oplossing die ertoe leidt dat deze tarieven permanent worden opgeheven;

12. is ingenomen met de bereidwilligheid van de VS om besprekingen aan te gaan om de wereldwijde overcapaciteit op het gebied van staal en aluminium aan te pakken; neemt kennis van het besluit van de Commissie om de verhoging van de tarieven voor invoer uit de VS op te schorten als tegenwicht tegen de Amerikaanse maatregelen;

13. is ook ingenomen met de snelle sluiting van de WTO-overeenkomst inzake tariefcontingenten, de eerste overeenkomst met de VS onder de nieuwe regering-Biden, die laat zien dat deze nieuwe regering bereid is om binnen het WTO-kader overeenstemming met de EU te bereiken;

14.  erkent tegelijkertijd dat er nog altijd sprake is van enkele uiteenlopende belangen; dringt er in dit verband bij beide partijen op aan bilaterale geschillen op te lossen; roept de VS op unilaterale handelsmaatregelen en dreigementen met aanvullende maatregelen inzake digitaledienstenbelastingen in te trekken, af te zien van verdere maatregelen en zich liever te richten op wat ons verbindt; hecht veel belang aan de EU-VS-top in juni 2021 als opstapje voor het verder verbeteren van onze handelsbetrekkingen en daarbij ook te kijken naar onbenutte gebieden voor meer samenwerking;

15. dringt er bij de VS op aan om, ondanks de lopende besprekingen, onmiddellijk de tarieven op aluminium en staal op grond van artikel 232 te schrappen aangezien Europese bedrijven door de VS niet kunnen worden beschouwd als een bedreiging voor de nationale veiligheid, en beklemtoont dat de bezorgdheid over de overcapaciteit op het gebied van staal en aluminium uit derde landen gezamenlijk moet worden weggenomen; onderstreept onder andere de ambitie van de EU om de tarieven op industriële goederen tussen de EU en de VS af te schaffen;

16. betreurt weliswaar de sluiting van de “artikel 301”-onderzoeken over digitale belastingen, maar is ingenomen met de opschorting van de zes maanden durende handelsvergeldingsmaatregelen voor economische sectoren, zoals schoeisel, in lidstaten die een digitaledienstenbelasting hebben ingevoerd, terwijl de onderhandelingen in OESO-verband nog aan de gang zijn; uit haar bezorgdheid over de voorlopige lijst van vergeldingstarieven die de handelsgezant van de VS heeft opgesteld naar aanleiding van de “artikel 301”-onderzoeken in het kader van de verschillende digitaledienstenbelastingen in de EU en die bijzonder gevoelige productiesectoren omvatten, zoals de schoenen- en de lederindustrie, die mogelijk van de Amerikaanse markt zullen worden uitgesloten indien aanvullende tarieven worden aangenomen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om de onderhandelingen in het kader van het OESO-voorstel inzake digitale belastingen te versnellen en zo spoedig mogelijk af te ronden en op alle mogelijke manieren te proberen verdere economische schade aan EU-bedrijven, vooral kleine en middelgrote ondernemingen, te voorkomen, met name in de context van de COVID-19-herstelstrategieën; is van oordeel dat, gezien de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van het gemeenschappelijk handelsbeleid en de dreigende vergeldingsmaatregelen van de VS met betrekking tot digitalebelastingwetgeving, een gemeenschappelijke EU-aanpak de voorkeur verdient boven afzonderlijke benaderingen op nationaal niveau, met name om verdere trans-Atlantische tariefescalatie over en weer te voorkomen;

17. erkent dat er nog steeds onbenutte mogelijkheden bestaan voor het wegnemen van administratieve lasten en het versterken van het trans-Atlantische economische partnerschap; benadrukt in de context van de huidige technologische wedloop het belang van een nauwe trans-Atlantische regelgevingsruimte voor onze bedrijven, met name voor opkomende digitale, energie- en klimaatgerelateerde technologieën; verwacht van beide zijden dat zij in een dialoog de bezorgdheid van de EU over de Amerikaanse Buy American Act en de Jones Act aan de orde stellen, met inbegrip van overheidsopdrachten en toegang tot de markten voor diensten;

18. pleit voor een gezamenlijke aanpak van de COVID-19-crisis door, naast andere maatregelen, de beschikbaarheid en betaalbaarheid van vaccins te vergroten; verzoekt de EU en de VS samen te werken en het voortouw te nemen bij de aanpak van het probleem van tekorten aan vaccins om ervoor te zorgen dat deze wereldwijd en zo spoedig mogelijk aan een zo groot mogelijk aantal mensen worden geleverd; herinnert eraan dat de wereld wordt geconfronteerd met een wereldwijde schaarste aan vaccins; verzoekt de EU en de VS derhalve om, met het oog op gelijke toegang tot vaccins, samen te werken met fabrikanten teneinde de wereldwijde productiecapaciteit voor vaccins en bestanddelen daarvan te vergroten; verzoekt beide partijen af te zien van uitvoerbeperkende maatregelen, een goede werking van de toeleveringsketens te waarborgen, de vereiste technologieoverdrachten veilig te stellen en de paraatheid voor toekomstige wereldwijde noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid te verbeteren; moedigt beide partijen aan de samenwerking op regelgevingsgebied te intensiveren om de essentiële toegang tot geneesmiddelen te vergemakkelijken;

19. verzoekt de Commissie en de regering-Biden om de initiatieven van de nieuwe directeur-generaal van de WTO actief te ondersteunen, met name de initiatieven op het gebied van gezondheid; wijst in dit verband op het standpunt van het Parlement over een mogelijke ontheffing van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trips) dat is uiteengezet in zijn resolutie van 10 juni 2021[10];

20. erkent weliswaar dat het belangrijk is de Europese intellectuele-eigendomsrechten te beschermen om het innovatievermogen van het bedrijfsleven in stand te houden, maar acht het ook van belang alle toepasselijke flexibiliteitsbepalingen in de Trips-overeenkomst te onderzoeken met het oog op de vergroting van de wereldwijde productiecapaciteit van vaccins en bestanddelen daarvan; beklemtoont dat het vinden van oplossingen op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten slechts één onderdeel kan zijn van de gemeenschappelijke mondiale respons;

21. onderstreept dat de WTO de hoeksteen blijft van een op regels gebaseerd, multilateraal handelsstelsel; roept op tot nauwere samenwerking op het gebied van de hervorming van de WTO, met inbegrip van de hervorming van haar drie kerntaken, hetgeen een dringende hervorming en herstel van de Beroepsinstantie inhoudt, alsmede een versterking van de toezichthoudende en beraadslagende taken van de WTO, onder meer door open plurilaterale overeenkomsten te bevorderen;

22. dringt er bij beide partijen op aan samen te werken bij het reguleren van de handel in gezondheidsproducten, het ontwikkelen van regels voor digitale handel en het vaststellen van een ambitieuze klimaat- en milieuagenda, onder meer door de onderhandelingen over de overeenkomst inzake milieugoederen nieuw leven in te blazen, en te werken aan gemeenschappelijke voorstellen, onder meer inzake regels voor subsidiëring en de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen;

23. verwacht dat beide partijen overeenstemming zullen bereiken over concrete resultaten voor de twaalfde ministeriële conferentie van de WTO (MC12) om de WTO klaar te stomen voor de groene en digitale transitie, waaronder een visserijovereenkomst, een verklaring over handel en gezondheid, een werkprogramma voor de hervorming van het systeem voor geschillenbeslechting, en een werkprogramma inzake industriële subsidies en staatsbedrijven, en dat zij aanzienlijke vooruitgang zullen boeken in de onderhandelingen over e-handel;

24. moedigt beide partijen aan samen te werken aan de actualisering van de WTO-regels inzake staatsbedrijven, industriële subsidies, overcapaciteit en technologieoverdracht, teneinde er op doeltreffende wijze voor te zorgen dat de organisatie opgewassen is tegen de uitdagingen van de 21e eeuw; steunt in dit verband ook de uitbreiding van het trilaterale initiatief met Japan en dringt er bij de EU en de VS op aan bij de WTO een coalitie van gelijkgestemde landen te leiden met het oog op overeenstemming over nieuwe regels, en tegelijkertijd ook een autonoom instrument tegen oneerlijke buitenlandse subsidies te ontwikkelen; verwacht van beide partijen dat zij multilaterale overeenkomsten bevorderen en zich daarvoor inspannen; roept de VS op hun verbintenissen ten aanzien van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de WTO te hernieuwen;

25.  neemt nota van het resultaat van de eerste bijeenkomst op hoog niveau in het kader van de EU-VS-dialoog over China, waar beide partijen hebben herhaald dat hun handelsbetrekkingen met China vele facetten hebben en elementen van samenwerking, concurrentie en systemische rivaliteit bevatten; pleit, waar mogelijk, voor een gezamenlijke strategische aanpak ten aanzien van China, alsook voor samenwerking binnen multilaterale kaders met betrekking tot gemeenschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, oneerlijke handelspraktijken die leiden tot marktverstoringen en het ontbreken van een gelijk speelveld;

26. vestigt de aandacht op het belang van een gecoördineerd standpunt om verstorende industriële subsidies – met name ten aanzien van staatsbedrijven en overcapaciteit in kritieke sectoren –, gedwongen technologieoverdracht, diefstal van intellectuele eigendom, gedwongen joint ventures, marktbelemmeringen en het verbod op dwangarbeid aan te pakken, onder meer door een bespreking van de fase 1-overeenkomst tussen de VS met China en de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China;

27. merkt op dat deze kwesties niet eenzijdig of bilateraal kunnen worden opgelost en dat daarvoor in het kader van de WTO een coalitie van gelijkgestemde partners op internationaal niveau vereist is;

28. onderstreept dat het van belang is dat in de gezamenlijke strategie van de EU en de VS en in de WTO de eerbiediging van de mensenrechten wordt opgenomen, ook in het kader van de activiteiten van internationale ondernemingen; wijst in dit verband op de behoefte aan bindende zorgvuldigheidswetgeving, en roept de VS op zich bij deze aanpak aan te sluiten en deze in de gehele toeleveringsketen te ondersteunen;

29. is van oordeel dat de EU en de VS de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van op regels gebaseerde en duurzame connectiviteit moeten versterken als reactie op de Nieuwe Zijderoute van China en hoopt op toekomstige samenwerking, met name met het oog op de handhaving van hoge kwaliteitsnormen;

30. roept de Commissie op, terwijl zij dialoog en gezamenlijk optreden bevordert, de belangen van de EU en haar open strategische autonomie daadkrachtig te behartigen en te reageren op ongerechtvaardigde invoerrechten van de VS, de extraterritoriale toepassing van sancties, hetgeen in strijd is met het internationaal recht, en marktbelemmeringen; benadrukt dat de autonome handelsmaatregelen van de EU moeten worden versterkt;

31. vraagt de VS met name ervoor te zorgen dat hun procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten transparant, open en voorspelbaar zijn en gebaseerd zijn op het beginsel van gelijke behandeling;

32. verzoekt de Commissie haar voorstel over een instrument voor het ontmoedigen en tegengaan van dwangmaatregelen door derde landen en wetgeving uit te werken om Europese bedrijven te ondersteunen die het doelwit van deze sancties zijn en die in overeenstemming met het internationaal recht opereren;

33. moedigt beide partijen aan om een ambitieuze dialoog aan te gaan, een kader voor gezamenlijke actie te vinden, en te streven naar selectieve handels- en investeringsovereenkomsten via de hervatting van een strategische dialoog op hoog niveau;

34. dringt aan op een sterker regelgevend, groen, duurzaam en digitaal partnerschap via de Raad voor handel en technologie; verzoekt om een overeenkomst inzake conformiteitsbeoordelingen, die met name kleine en middelgrote ondernemingen ten goede zal komen, een gecoördineerde benadering ten aanzien van de vaststelling van internationale normen voor kritieke en opkomende technologieën zoals artificiële intelligentie, en samenwerking op het gebied van regelgeving voor grote techbedrijven en digitale heffingen en inkomstenbelasting; roept de EU en de VS op informatie uit te wisselen over en samen te werken bij het screenen van buitenlandse investeringen in strategische sectoren, ook op het gebied van vijandige overnames;

35. moedigt beide partijen aan beste praktijken op regelgevingsgebied uit te wisselen; dringt er bij de EU en de VS op aan hun onderhandelingen over conformiteitsbeoordelingen voort te zetten teneinde financieel belastende niet-tarifaire belemmeringen weg te nemen; benadrukt dat het voor beide partijen belangrijk is om een coalitie van gelijkgestemde partners op één lijn te brengen en te leiden teneinde het gebruik van trans-Atlantische normen door internationale normalisatie-instellingen te verbeteren;

36. verzoekt beide partijen om handel te gebruiken als een middel om de klimaatverandering te bestrijden en opwaartse convergentie te bereiken; dringt er in dit verband bij beide partijen op aan om samen te werken op het gebied van koolstofbeprijzing, en met name om de ontwikkeling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie te coördineren, alsook op het gebied van doeltreffende maatregelen tegen illegale wapenhandel en het vergroten van de transparantie van en de verantwoordingsplicht aangaande wapenhandel, met inbegrip van de wapenuitvoer van de VS en de EU-lidstaten;

37. verzoekt de EU en de VS in het kader van de OESO samen te werken aan een wereldwijde vennootschapsbelasting en is met name ingenomen met de overeenkomst die de G7-landen hebben bereikt over een wereldwijde belastinghervorming, met de nadruk op de overeenkomst inzake een wereldwijd minimumtarief voor de vennootschapsbelasting van ten minste 15 %, en samen te werken aan de bestrijding van frauduleuze en schadelijke handelspraktijken;

38. onderstreept dat sterkere handels- en economische partners zorgen voor sterkere bondgenootschappen; is ingenomen met de inspanningen van beide partijen om hun toeleveringsketens weerbaarder te maken, met name met betrekking tot kritieke grondstoffen;

39. vraagt om nauwere samenwerking tussen de EU en de VS in het Noordpoolgebied, gezien de opening van nieuwe scheepvaartroutes en de mogelijke beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen als gevolg van klimaatverandering en rekening houdend met de groeiende economische belangstelling van andere landen, zoals China, voor het Noordpoolgebied; verzoekt de Commissie om deze mogelijkheden en uitdagingen ook mee te nemen in haar komende Noordpoolstrategie;

40. dringt er bij de Commissie op aan om, als vaste praktijk, transparant te zijn in haar samenwerking met de Verenigde Staten, door onder meer alle voorstellen die aan de Verenigde Staten worden toegezonden te publiceren en de betrokkenheid van het Parlement en het maatschappelijk middenveld bij de ontwikkeling van deze voorstellen te waarborgen om aldus het vertrouwen van consumenten en burgers te vergroten.


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

17.6.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Anna-Michelle Asimakopoulou, Tiziana Beghin, Geert Bourgeois, Saskia Bricmont, Jordi Cañas, Daniel Caspary, Miroslav Číž, Arnaud Danjean, Paolo De Castro, Emmanouil Fragkos, Raphaël Glucksmann, Markéta Gregorová, Roman Haider, Christophe Hansen, Heidi Hautala, Danuta Maria Hübner, Herve Juvin, Karin Karlsbro, Maximilian Krah, Danilo Oscar Lancini, Bernd Lange, Margarida Marques, Gabriel Mato, Sara Matthieu, Emmanuel Maurel, Carles Puigdemont i Casamajó, Samira Rafaela, Inma Rodríguez-Piñero, Massimiliano Salini, Helmut Scholz, Liesje Schreinemacher, Sven Simon, Dominik Tarczyński, Mihai Tudose, Kathleen Van Brempt, Marie-Pierre Vedrenne, Jörgen Warborn, Iuliu Winkler, Juan Ignacio Zoido Álvarez

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Svenja Hahn, Michiel Hoogeveen, Joachim Schuster

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ECR

Geert Bourgeois, Emmanouil Fragkos, Michiel Hoogeveen, Dominik Tarczyński

ID

Roman Haider, Danilo Oscar Lancini

NI

Tiziana Beghin, Carles Puigdemont i Casamajó

PPE

Anna-Michelle Asimakopoulou, Daniel Caspary, Arnaud Danjean, Christophe Hansen, Danuta Maria Hübner, Gabriel Mato, Massimiliano Salini, Sven Simon, Jörgen Warborn, Iuliu Winkler, Juan Ignacio Zoido Álvarez

Renew

Jordi Cañas, Svenja Hahn, Karin Karlsbro, Samira Rafaela, Liesje Schreinemacher, Marie-Pierre Vedrenne

S&D

Miroslav Číž, Paolo De Castro, Raphaël Glucksmann, Bernd Lange, Margarida Marques, Inma Rodríguez-Piñero, Joachim Schuster, Mihai Tudose, Kathleen Van Brempt

The Left

Helmut Scholz

Verts/ALE

Saskia Bricmont, Markéta Gregorová, Heidi Hautala, Sara Matthieu

 

2

-

ID

Maximilian Krah

The Left

Emmanuel Maurel

 

1

0

ID

Herve Juvin

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 



 

 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.7.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

58

9

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, Maria Arena, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Anna Bonfrisco, Reinhard Bütikofer, Fabio Massimo Castaldo, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Katalin Cseh, Tanja Fajon, Anna Fotyga, Michael Gahler, Giorgos Georgiou, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Márton Gyöngyösi, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Dietmar Köster, Maximilian Krah, Andrius Kubilius, Ilhan Kyuchyuk, David Lega, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Antonio López-Istúriz White, Jaak Madison, Claudiu Manda, Thierry Mariani, Vangelis Meimarakis, Sven Mikser, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Urmas Paet, Demetris Papadakis, Kostas Papadakis, Tonino Picula, Manu Pineda, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Jérôme Rivière, María Soraya Rodríguez Ramos, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Jacek Saryusz-Wolski, Andreas Schieder, Radosław Sikorski, Jordi Solé, Sergei Stanishev, Tineke Strik, Hermann Tertsch, Hilde Vautmans, Harald Vilimsky, Idoia Villanueva Ruiz, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Isabel Wiseler-Lima, Salima Yenbou, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Ioan-Rareş Bogdan, Andrey Kovatchev, Marisa Matias, Gabriel Mato, Milan Zver

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

58

+

ECR

Anna Fotyga, Jacek Saryusz-Wolski, Witold Jan Waszczykowski

ID

Anna Bonfrisco, Susanna Ceccardi

NI

Fabio Massimo Castaldo, Márton Gyöngyösi

PPE

Alexander Alexandrov Yordanov, Traian Băsescu, Ioan-Rareş Bogdan, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Andrzej Halicki, Sandra Kalniete, Andrey Kovatchev, Andrius Kubilius, David Lega, Miriam Lexmann, Antonio López-Istúriz White, Gabriel Mato, Vangelis Meimarakis, Francisco José Millán Mon, Radosław Sikorski, Isabel Wiseler-Lima, Željana Zovko, Milan Zver

Renew

Petras Auštrevičius, Katalin Cseh, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, María Soraya Rodríguez Ramos, Hilde Vautmans

S&D

Maria Arena, Włodzimierz Cimoszewicz, Tanja Fajon, Raphaël Glucksmann, Dietmar Köster, Claudiu Manda, Sven Mikser, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Andreas Schieder, Sergei Stanishev

Verts/ALE

Alviina Alametsä, Reinhard Bütikofer, Jordi Solé, Tineke Strik, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Salima Yenbou

 

9

-

ID

Maximilian Krah, Jaak Madison, Thierry Mariani, Jérôme Rivière

NI

Kostas Papadakis

The Left

Giorgos Georgiou, Marisa Matias, Manu Pineda, Idoia Villanueva Ruiz

 

3

0

ECR

Hermann Tertsch, Charlie Weimers

ID

Harald Vilimsky

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

[1] PB C 28 van 27.1.2020, blz. 49.

[2] PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 198.

[3] PB C 65 van 19.2.2016, blz. 120.

[4] PB C 433 van 23.12.2019, blz. 89.

[5] Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0012.

[6] Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0013.

[7] Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0256.

[8] https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_20_2391

[9] Resolutie van het Europees Parlement van 10 juni 2021 over de omgang met de uitdaging van de wereldwijde COVID-19-pandemie: gevolgen van een opschorting van de TRIPS-overeenkomst van de WTO voor COVID-19-vaccins en de behandeling, uitrusting en vergroting van de productiecapaciteit in ontwikkelingslanden (aangenomen tekst, P9_TA(2021)0283).

[10] Resolutie van het Europees Parlement van 10 juni 2021 over de omgang met de uitdaging van de wereldwijde COVID-19-pandemie: de gevolgen van opheffing van de TRIPS-overeenkomst van de WTO voor COVID-19-vaccins en de behandeling, uitrusting en vergroting van de productiecapaciteit in ontwikkelingslanden (aangenomen tekst, P9_TA(2021)0283).

Laatst bijgewerkt op: 3 september 2021Juridische mededeling - Privacybeleid