VERSLAG over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Italië – EGF/2021/003 IT/Porto Canale

10.12.2021 - (COM(2021)0935 – C9-0399/2021 – 2021/0337(BUD))

Begrotingscommissie
Rapporteur: Janusz Lewandowski

Procedure : 2021/0337(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A9-0345/2021
Ingediende teksten :
A9-0345/2021
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Italië – EGF/2021/003 IT/Porto Canale

(COM(2021)0935 – C9-0399/2021 – 2021/0337(BUD))

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0935 – C9-0399/2021),

 gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013[1] (“EFG-verordening”),

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[2], en met name artikel 8,

 gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[3], en met name punt 9,

 gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

 gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

 gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A9-0345/2021),

A. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen ondervinden van de globalisering en van technologische en milieuveranderingen, zoals verschuivingen in de wereldhandelstromen, handelsgeschillen, significante verschuivingen in de handelsbetrekkingen van de Unie of de samenstelling van de interne markt en financiële of economische crises, alsook de overgang naar een koolstofarme economie of als gevolg van de digitalisering of automatisering;

B. overwegende dat Italië op 15 juli 2021 aanvraag EGF/2021/003 IT/Porto Canale heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), naar aanleiding van de ontslagen van 190 werknemers in de onderneming Porto Industriale di Cagliari SpA in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten), in de NUTS 2-regio Sardegna (ITG2) in Italië, binnen de referentieperiode voor de aanvraag van 1 september 2020 tot en met 1 januari 2021;

C. overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 3, in afwijking van de criteria van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, die vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers zijn beëindigd, met inbegrip van werknemers die zijn ontslagen bij leveranciers en downstreamproducenten, en/of van zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd;

D.  overwegende dat zich weliswaar minder dan 200 ontslagen voordeden binnen de referentieperiode van vier maanden, maar dat de afwijking van artikel 4, lid 2, punt a), kon worden toegestaan, aangezien de ontslagen vielen op een kleine arbeidsmarkt waar het bbp per hoofd van de bevolking in 2018 21 600 EUR bedroeg ten opzichte van het Europese gemiddelde van 31 000 EUR[4] en die zwaar is getroffen door de crisis van 2008[5] en de pandemische crisis[6];

E. overwegende dat de activiteit in de haven van Cagliari tussen 2011 en 2018 is afgenomen en dat het verkeer in 2018 met 90 % is gedaald als gevolg van de afwezigheid van een landverbinding met de rest van Italië en de geleidelijke verschuiving van containervolumes en ‑activiteiten naar hubs aan de randen van het Middellandse Zeegebied;

F. overwegende dat Contship Italia Group, de enige aandeelhouder van Porto Industriale di Cagliari S.p.A, de concessiehouder van de containerterminal, in 2019 besloot haar activiteiten in Cagliari te beëindigen en haar dochteronderneming Porto Industriale di Cagliari SpA vrijwillig te liquideren, en dat ondanks drie verlengingen geen nieuwe concessiehouder werd gevonden, waardoor de 190 werknemers die in september 2020 nog deel uitmaakten van de onderneming, werden ontslagen;

G. overwegende dat het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (prijzen van 2018) niet overschrijdt, zoals is vastgelegd in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027;

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 3, van de EFG-verordening en dat Italië recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 493 407 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 1 756 950 EUR, waarvan 1 686 750 EUR voor gepersonaliseerde diensten en 70 200 EUR voor de uitvoering van het EFG[7];

2. stelt vast dat de Italiaanse autoriteiten de aanvraag op 15 juli 2021 hebben ingediend en dat de Commissie haar beoordeling op 28 oktober 2021 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;

3. stelt vast dat de aanvraag betrekking heeft op 190 ontslagen werknemers wier werkzaamheden bij de onderneming Porto Industriale di Cagliari SpA zijn beëindigd; stelt voorts vast dat Italië verwacht dat alle in aanmerking komende begunstigden zullen deelnemen aan de maatregelen (beoogde begunstigden);

4. herinnert eraan dat de sociale gevolgen van de ontslagen naar verwachting aanzienlijk zullen zijn voor de Sardijnse economie, die ook zwaar werd getroffen door de COVID-19-crisis en waarin de werkgelegenheid in 2020 met 4,6 % is gedaald in vergelijking met een daling van 2,0 % in Italië als geheel[8]; merkt voorts op dat een andere lopende EFG-aanvraag betrekking heeft op ontslagen bij Air Italy in Sardinië;

5. benadrukt dat vanwege de pandemie het aantal Sardijnse huishoudens zonder arbeidsinkomen in 2020 tot 16,5 % (+ 3,5 procentpunt ten opzichte van 2019) is gestegen;

6. wijst erop dat de meeste ontslagen werknemers mannen (90,5 %) tussen 30 en 54 jaar (98,4 %) zijn en hoger secundair of postsecundair onderwijs hebben genoten (83,7 %);

7. stelt vast dat Italië met ingang van 8 oktober 2020 gepersonaliseerde diensten aan de beoogde begunstigden verstrekt, wat betekent dat de periode om in aanmerking te komen voor een financiële bijdrage uit het EFG zal lopen van 8 oktober 2020 tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit;

8. merkt op dat de individuele dienstverlening die aan de betrokken werknemers en zelfstandigen zal worden verstrekt, bestaat uit de volgende acties: algemene voorlichting en beroepskeuzebegeleiding, advies voor loopbaanontwikkeling, hulp bij het zoeken naar werk, begeleiding door een mentor voor de aanpassing aan een nieuwe baan, steun bij het oprichten van een bedrijf, bijdrage voor het oprichten van een bedrijf, opleiding, alsmede stimulansen en bijdragen voor specifieke kosten;

9. is ingenomen met de mogelijkheid om binnen het gecoördineerde pakket speciale maatregelen van beperkte duur te nemen, zoals het uitbetalen van toelagen voor kinderopvang overeenkomstig artikel 7, lid 2, punt b), van de EFG-verordening, om werkzoekenden in staat te stellen aan de voorgestelde activiteiten deel te nemen en hun terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken;

10. is ingenomen met het feit dat de opleiding gericht zal zijn op de groene economie, de blauwe economie, persoonlijke dienstverlening, gezondheids- en sociale diensten, de bevordering van cultureel erfgoed en culturele activiteiten;

11. stelt vast dat Italië op 18 januari 2021 is begonnen met administratieve uitgaven voor de uitvoering van het EFG, en dat de uitgaven voor de activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting, publiciteit, controle en rapportage dus van 18 januari 2021 tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking zullen komen;

12. is ingenomen met het feit dat de maatregelen volgens plan in overeenstemming zouden zijn met de Italiaanse nationale strategie voor duurzame ontwikkeling (SNSvS)[9] en dat het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening werd opgesteld op basis van overleg tussen de Regione Sardegna, ASPAL[10], het gemeentebestuur van Cagliari, de havenautoriteit van Cagliari en de vakbonden; merkt op dat de sociale partners volledig betrokken waren bij de planning en verfijning van het maatregelenpakket;

13. benadrukt dat de Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen;

14. wijst er nogmaals op dat de steun uit het EFG geen vervanging mag zijn voor de maatregelen die bedrijven op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen, noch voor toelagen of rechten van de ontvangers van een toewijzing uit het EFG, om de volledige additionaliteit van de toewijzing te waarborgen;

15.  merkt op dat aan alle procedurele vereisten is voldaan;

16. hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

17. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van Italië – EGF/2021/003 IT/Porto Canale

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 

gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013[11], en met name artikel 15, lid 1,

 

gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[12], en met name punt 9,

 

gezien het voorstel van de Europese Commissie,

 

overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) heeft tot doel solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te bevorderen door steun te verlenen aan ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van grote herstructureringen en hen te helpen zo snel mogelijk weer fatsoenlijk en duurzaam werk te vinden.

(2) Zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad, mag het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden[13].

(3) Op 15 juli 2021 heeft Italië een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG voor ontslagen werknemers bij Porto Industriale di Cagliari SpA in Italië. Italië heeft overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2021/691 aanvullende gegevens bij de aanvraag ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 13 van Verordening (EU) 2021/691 voor een financiële bijdrage uit het EFG.

(4) Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2021/691 wordt de aanvraag van Italië als ontvankelijk beschouwd, aangezien het grondgebied waarop de ontslagen gevallen zijn, een kleine arbeidsmarkt is en de ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de regionale economie.

(5) Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 493 407 EUR te leveren in het kader van de door Italië ingediende aanvraag.

(6) Om zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 wordt een bedrag van 1 493 407 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [de datum waarop het wordt vastgesteld].

Gedaan te …,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter
 


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[14] en van artikel 15 van Verordening (EU) 2021/691[15] mag het jaarlijkse maximumbedrag ten behoeve van het fonds niet meer dan 186 miljoen EUR bedragen (prijzen van 2018).

Overeenkomstig punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[16], verloopt de procedure om het fonds te activeren als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een bijbehorend overschrijvingsverzoek.

II. De aanvraag van Italië en het voorstel van de Commissie

Op 15 juli 2021 heeft Italië aanvraag EGF/2021/003 IT/Porto Canale ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 190 ontslagen in de onderneming Porto Industriale di Cagliari SpA in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten), in de NUTS 2-regio Sardegna (ITG2) in Italië.

Na de aanvraag te hebben beoordeeld heeft de Commissie overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van de EFG-verordening geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG is voldaan.

Op 28 oktober heeft de Commissie een voorstel goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter ondersteuning van de terugkeer naar de arbeidsmarkt van 190 beoogde begunstigden.

De Commissie achtte de aanvraag ontvankelijk op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 3, in afwijking van de criteria van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening. Op kleine arbeidsmarkten, met name ten aanzien van aanvragen door kmo’s die door de aanvragende lidstaat naar behoren worden onderbouwd, kan een aanvraag voor een financiële bijdrage, zelfs als niet volledig voldaan wordt aan de criteria van lid 2, (bijv. aan het criterium van minimaal 200 ontslagen werknemers) als ontvankelijk worden aangemerkt indien de gedwongen ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale, regionale of nationale economie.

Dit is de derde aanvraag van 2021 en de achtste die wordt onderzocht in het kader van de begroting voor 2021, met inbegrip van het nieuwe MFK (Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027[17] en het IIA van 16 december 2020. Dit is ook de derde EFG-aanvraag die in het licht van de nieuwe EFG-verordening wordt onderzocht[18].

Het aantal van 190 ontslagen werknemers is berekend vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst de facto werd beëindigd of afliep.

De aanvraag betreft de beschikbaarstelling van een totaalbedrag van 1 493 407 EUR uit het EFG voor Italië, hetgeen neerkomt op 85 % van de totale kosten van de voorgestelde maatregelen.

De doelstellingen van het EFG zijn solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te stimuleren door bijstand te bieden bij grote herstructureringen, met name wanneer die zijn veroorzaakt door uitdagingen die te maken hebben met de globalisering, zoals verschuivingen in de wereldhandelstromen, handelsgeschillen, significante verschuivingen in de handelsbetrekkingen van de Unie of de samenstelling van de interne markt en financiële of economische crises, alsook de overgang naar een koolstofarme economie of als gevolg van de digitalisering of automatisering[19].

Tussen 2011 en 2018 steeg het aantal ton in transit langs het Suezkanaal met 42 %, terwijl de activiteiten van de Italiaanse havens met slechts 2 % toenamen[20] en de activiteit in de haven van Cagliari, dat geen landverbinding heeft met de rest van Europa, in deze periode gestaag afnam. Containervolumes en ‑operaties verschoven naar de hubs aan de randen van het Middellandse Zeegebied. In 2018 daalde het verkeer met 90 % en bedroegen de verliezen meer dan 3 miljoen EUR. In 2019 heeft Contship Italia Group, de enige aandeelhouder van Porto Industriale di Cagliari S.p.A, de concessiehouder van de containerterminal, besloten haar activiteiten in Cagliari te beëindigen en haar dochteronderneming Porto Industriale di Cagliari SpA vrijwillig te liquideren. Er werd geen nieuwe concessiehouder gevonden en in september 2020 werden werknemers ontslagen.

Deze ontslagen vonden plaats in de context van een verslechterde en kleine Sardijnse arbeidsmarkt. Het aantal werkenden in Sardinië nam in de periode 2018-19 weliswaar toe, maar de COVID-19-crisis leidde tot een scherpe daling van 4,6 % in 2020 en een negatief verschil van 6 000 tussen het aantal banen dat erbij was gekomen en het aantal banen dat verloren was gegaan. De Sardijnse economie heeft daarnaast niet alleen te lijden onder de negatieve gevolgen van de ontslagen bij Porto Canale, maar ook onder de ontslagen bij Air Italy, waarvoor een andere nog lopende EFG-aanvraag is ingediend.

De acht soorten acties die aan de ontslagen werknemers zullen worden geboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd, bestaan uit:

a. algemene voorlichting en beroepskeuzebegeleiding: na algemene voorlichting over de beschikbare maatregelen wordt aan alle werknemers beroepskeuzebegeleiding verstrekt. Deze maatregel, die reeds is uitgevoerd, maakt geen deel uit van het door het EFG medegefinancierde pakket. Niettemin wordt deze maatregel beschreven vanwege de samenhang met de aan de ontslagen werknemers geboden maatregelen;

b. advies voor loopbaanontwikkeling: profilering, die van de inhoud van deze maatregel deel uitmaakt, is bedoeld om een proces van persoonlijk bewustzijn te bevorderen dat gericht is op het identificeren van interessegebieden, vaardigheden, capaciteiten en competenties, en op gebieden die voor verbetering vatbaar zijn. Dit proces resulteert in een individueel traject van de werknemer voor zijn/haar re-integratie op de arbeidsmarkt;

c. hulp bij het zoeken naar werk, met inbegrip van het actief zoeken naar lokale en regionale werkgelegenheidskansen en het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod;

d. begeleiding door een mentor voor de aanpassing aan een nieuwe baan: er zijn mentorsessies gepland om werknemers te helpen zich aan te passen aan de nieuwe werkomgeving en organisatorische context;

e. steun bij het oprichten van een bedrijf: werknemers die zich als zelfstandige willen vestigen, krijgen groeps-/individuele mentorsessies, die betrekking kunnen hebben op planning, het uitvoeren van haalbaarheidsstudies, het opstellen van bedrijfsplannen, hulp bij het identificeren van financieringsmogelijkheden enz. Zij zullen hiervoor het instrument voor ondernemersvaardigheden “WeRentrepreneur” kunnen gebruiken;

f. bijdrage voor het oprichten van een bedrijf: werknemers die een eigen bedrijf oprichten of als zelfstandige beginnen, ontvangen een opstartpremie van maximaal 22 000 EUR;

g. opleiding: opleidingsaanbod met betrekking tot logistiek, zoals goederenbewegingen, vervoersplanning enz., onderhoud van machines voor de distributie van goederen, of beheer en organisatie van logistieke infrastructuur. De primaire opleiding wordt aangevuld met 30 uur horizontale opleiding (Engels of software in verband met de inhoud van de primaire opleiding). De werknemers die op de shortlist staan voor een baan na job-matching, krijgen een opleiding om eventuele tekorten aan vaardigheden die door de potentiële werkgever zijn vastgesteld, aan te pakken. Voorrang zal worden gegeven aan de meest kwetsbare groepen werknemers, met name laaggeschoolden en 55‑plussers. De opleiding zal gericht zijn op de groene economie, de blauwe economie, persoonlijke diensten, gezondheids- en sociale diensten, de bevordering van cultureel erfgoed en culturele activiteiten. Het opleidingsaanbod omvat ook opleidingen op het gebied van beroepskwalificaties die in de nationale of regionale catalogi zijn opgenomen. Werknemers die zich als zelfstandige willen vestigen, krijgen een voucher voor opleidingen in verband met de oprichting en het beheer van een bedrijf;

h. stimulansen en bijdragen voor specifieke kosten: 1) aanmoedigingspremie voor het aanwerven van werknemers: ondernemingen die voormalige werknemers van Air Italy aanwerven, ontvangen 3 500 EUR voor een voltijds contract voor onbepaalde tijd en 1 500 EUR voor een contract voor bepaalde tijd; 2) terugbetaling van mobiliteitskosten: ter ondersteuning van de geografische mobiliteit van de werknemers in geval van wedertewerkstelling in een onderneming in een andere regio of op een afstand van 200 km of meer van de woonplaats van de werknemer wordt een vergoeding van de verhuiskosten gepland; 3) aanmoedigingspremie voor de opleiding van werknemers: de werknemers die actief deelnemen aan opleiding ontvangen een vast bedrag van 500 EUR.

 

Volgens de Commissie zijn de beschreven maatregelen actieve arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening vastgestelde subsidiabele maatregelen, en komen zij niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.

Italië heeft de nodige informatie verstrekt over maatregelen waartoe de betrokken bedrijven krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht zijn. Italië heeft bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG deze maatregelen niet zal vervangen.

Procedure

Om middelen uit het fonds te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek doen toekomen voor een totaalbedrag van 1 493 407 EUR uit de EFG-reserve (30 04 02) naar de EFG-begrotingslijn (16 02 02).

Overeenkomstig een interne afspraak moeten de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie regionale ontwikkeling bij dit proces worden betrokken, zodat zij op constructieve wijze kunnen bijdragen aan de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.


BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

 

22.11.2021 

De heer Johan Van Overtveldt

Voorzitter

Begrotingscommissie

BRUSSEL

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering – EGF/2021/003 IT/Porto Canale - Italië (2021/0337(BUD))

Geachte voorzitter,

In het kader van bovengenoemde procedure is de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken gevraagd een advies uit te brengen aan uw commissie. Tijdens haar vergadering van 11 november 2021 heeft zij besloten dat advies in briefvorm uit te brengen.

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft de kwestie tijdens haar vergadering van 22 november 2021 onderzocht. Tijdens die vergadering heeft zij besloten de bevoegde Begrotingscommissie te verzoeken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen.

Hoogachtend,

Lucia Ďuriš Nicholsonová

 

 


SUGGESTIES

Het advies van de commissie EMPL is gebaseerd op de volgende overwegingen:

A. overwegende dat Italië op 15 juli 2021 aanvraag EGF/2021/003 IT/Porto Canale heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 190 ontslagen in de onderneming Porto Industriale di Cagliari SpA in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten), in de NUTS 2-regio Sardinië (ITG2) in Italië;

B. overwegende dat de Commissie de aanvraag ontvankelijk achtte op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 3, in afwijking van de criteria van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening; overwegende dat op kleine arbeidsmarkten, met name ten aanzien van aanvragen door kmo’s die door de aanvragende lidstaat naar behoren worden onderbouwd, een aanvraag voor een financiële bijdrage, zelfs als niet volledig voldaan wordt aan de criteria van lid 2, (bijv. aan het criterium van minimaal 200 ontslagen werknemers) als ontvankelijk kan worden aangemerkt indien de gedwongen ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de lokale, regionale of nationale economie;

C. overwegende dat de Commissie op 28 oktober 2021 een voorstel heeft goedgekeurd voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG ter ondersteuning van de terugkeer naar de arbeidsmarkt van 190 beoogde begunstigden;

D. overwegende dat de activiteit in de haven van Cagliari tussen 2011 en 2018 is afgenomen en dat het verkeer in 2018 met 90 % is gedaald als gevolg van de afwezigheid van een landverbinding met de rest van Italië en de geleidelijke verschuiving van containervolumes en -activiteiten naar hubs aan de randen van het Middellandse Zeegebied; overwegende dat Contship Italia Group, de enige aandeelhouder van Porto Industriale di Cagliari S.p.A, de concessiehouder van de containerterminal, in 2019 besloot haar activiteiten in Cagliari te beëindigen en haar dochteronderneming Porto Industriale di Cagliari SpA vrijwillig te liquideren, en dat ondanks drie verlengingen geen nieuwe concessiehouder werd gevonden, waardoor de 190 werknemers die in september 2020 nog deel uitmaakten van de onderneming, werden ontslagen;

E. overwegende dat deze ontslagen plaatsvonden in de context van een verslechterde en kleine Sardijnse arbeidsmarkt; overwegende dat het aantal werkenden in Sardinië in de periode 2018-19 weliswaar toenam, maar de COVID-19-crisis tot een scherpe daling leidde van 4,6 % in 2020 en een negatief verschil van 6 000 tussen het aantal banen dat erbij was gekomen en het aantal banen dat verloren was gegaan; overwegende dat de Sardijnse economie daarnaast niet alleen te lijden heeft onder de negatieve gevolgen van de ontslagen bij Porto Canale, maar ook onder de ontslagen bij Air Italy, waarvoor een andere nog lopende EFG-aanvraag is ingediend;

F. overwegende dat het EFG overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 het jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (prijzen van 2018) niet mag overschrijden.

 

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt daarom de ten principale de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1. is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 3, van de EFG-verordening en dat Italië recht heeft op een financiële bijdrage ter hoogte van 1 493 407 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 1 756 950 EUR, waarvan 1 686 950 EUR voor gepersonaliseerde diensten en 70 200 EUR voor de uitvoering van het EFG[21];

2. merkt op dat aan alle procedurele vereisten is voldaan;

3. benadrukt dat de Italiaanse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele maatregelen geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen;

4.  verwelkomt de acht soorten acties die aan de ontslagen werknemers zullen worden geboden en waarvoor medefinanciering uit het EFG wordt gevraagd (algemene voorlichting en beroepskeuzebegeleiding; advies voor loopbaanontwikkeling; hulp bij het zoeken naar werk; begeleiding door een mentor voor de aanpassing aan een nieuwe baan; steun bij het oprichten van een bedrijf; steun bij de oprichting van een bedrijf; opleiding; stimulansen en bijdragen voor specifieke kosten); stelt vast dat de maatregelen volgens plan in overeenstemming zouden zijn met de Italiaanse nationale strategie voor duurzame ontwikkeling; herinnert aan de mogelijkheid om speciale, in tijd beperkte maatregelen te treffen in het kader van het gecoördineerde pakket, waaronder - bijvoorbeeld - het toekennen van toelagen voor kinderopvang overeenkomstig artikel 7, lid 2, punt b), van de nieuwe EFG-verordening, om werkzoekenden in staat te stellen aan de voorgestelde activiteiten deel te nemen en hun terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken;

5.  wijst er nogmaals op dat de steun uit het EFG geen vervanging mag zijn voor de maatregelen die bedrijven op grond van de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen;

6. is ingenomen met het feit dat het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde diensten in overleg met de sociale partners is samengesteld; pleit ervoor dat de sociale partners ook worden betrokken bij de tenuitvoerlegging en beoordeling ervan.


 

BRIEF VAN DE COMMISSIE REGIONALE ONTWIKKELING

 

 

De heer Johan Van Overtveldt

Voorzitter van de Begrotingscommissie

WIE 05U012

 

Betreft:  Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering – EGF/2021/003 IT/Porto Canale – Italië

 

Geachte heer Van Overtveldt,

 

De Europese Commissie heeft het Europees Parlement haar voorstel doen toekomen voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Italië (COM(2021)0935) als gevolg van ontslagen in de Porto Industriale di Cagliari SpA in Italië.

 

Naar ik heb begrepen, is het de bedoeling dat over dit voorstel binnenkort een verslag wordt goedgekeurd in de Begrotingscommissie.

 

De aanvraag betreft 190 ontslagen werknemers wier werkzaamheden bij Porto Canale (Porto Industriale di Cagliari SpA) zijn beëindigd. Deze onderneming was actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2 afdeling 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten). De ontslagen bij Porto Canale bevinden zich in de NUTS 2-regio Sardegna (ITG2).

 

De haven van Cagliari vertoont een aanzienlijk nadeel in het wereldwijde handelsnetwerk: het kan geen landverbindingen bieden met de rest van Italië en Europa. In 2018 daalde het verkeer met 90 % en bedroegen de verliezen meer dan 3 miljoen EUR. In 2019 ontving de containerterminal van Cagliari gedurende enkele maanden geen scheepsbezoeken. Om ontslagen te voorkomen, zochten de Italiaanse autoriteiten in september 2019 een nieuwe concessiehouder voor de containerterminal. De aanbestedingsprocedure voor het vinden van een nieuwe concessiehouder trok ondanks drie verlengingen geen enkele inschrijver aan. In september 2020 werden de 190 werknemers die nog deel uitmaakten van de onderneming, ontslagen.

 

De gepersonaliseerde diensten die aan de ontslagen werknemers worden aangeboden, omvatten de volgende maatregelen: algemene voorlichting en beroepskeuzebegeleiding; advies voor loopbaanontwikkeling; hulp bij het zoeken naar werk; begeleiding door een mentor voor de aanpassing aan een nieuwe baan; steun bij het oprichten van een bedrijf; bijdrage voor het oprichten van een bedrijf; opleiding.

 

De totale kosten worden geraamd op 1 756 950 EUR, waarvan uitgaven ter hoogte van 1 686 750 EUR voor gepersonaliseerde diensten en 70 200 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage. Er wordt om een totale financiële bijdrage uit het EFG van 1 493 407 EUR (85 % van de totale kosten) gevraagd. De nationale voorfinanciering en medefinanciering worden verstrekt door de Regione Sardegna.

 

De regels die van toepassing zijn op financiële bijdragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG), zijn neergelegd in Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

 

De commissiecoördinatoren hebben dit voorstel besproken en mij verzocht u te informeren dat de meerderheid van de commissie geen bezwaar heeft tegen de beschikbaarstelling van het bovengenoemde bedrag uit het EFG zoals door de Commissie is voorgesteld.

 

Hoogachtend,

 

 

 

 

 

Younous OMARJEE

 


 

INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.12.2021

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Robert Biedroń, Anna Bonfrisco, Olivier Chastel, Lefteris Christoforou, David Cormand, Paolo De Castro, Andor Deli, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Alexandra Geese, Vlad Gheorghe, Valentino Grant, Elisabetta Gualmini, Valérie Hayer, Eero Heinäluoma, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Moritz Körner, Joachim Kuhs, Zbigniew Kuźmiuk, Hélène Laporte, Pierre Larrouturou, Janusz Lewandowski, Silvia Modig, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Dimitrios Papadimoulis, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Johan Van Overtveldt, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jonás Fernández, Mario Furore, Henrike Hahn

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

40

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bogdan Rzońca, Johan Van Overtveldt

ID

Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Hélène Laporte

NI

Andor Deli, Mario Furore

PPE

Lefteris Christoforou, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Monika Hohlmeier, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Jan Olbrycht, Karlo Ressler, Rainer Wieland, Angelika Winzig

Renew

Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Valérie Hayer, Moritz Körner, Nicolae Ştefănuță, Nils Torvalds

S&D

Robert Biedroń, Paolo De Castro, Jonás Fernández, Eider Gardiazabal Rubial, Elisabetta Gualmini, Eero Heinäluoma, Pierre Larrouturou, Victor Negrescu, Nils Ušakovs

The Left

Silvia Modig, Dimitrios Papadimoulis

Verts/ALE

Rasmus Andresen, David Cormand, Alexandra Geese, Henrike Hahn

 

 

-

0

-

 

1

0

ID

Joachim Kuhs

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

Laatst bijgewerkt op: 13 december 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid