VERSLAG over een aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over corruptie en mensenrechten

2.2.2022 - (2021/2066(INI))

Commissie buitenlandse zaken
Rapporteur: Katalin Cseh


Procedure : 2021/2066(INI)
Stadium plenaire behandeling

ONTWERPAANBEVELING VAN HET EUROPEES PARLEMENT

aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over corruptie en mensenrechten

(2021/2066(INI))

Het Europees Parlement,

 gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC), dat in werking is getreden op 14 december 2005,

 gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers,

 gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake sociale, economische en culturele rechten,

 gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

 gezien het Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de aanbeveling van de Raad van 2009 voor de verdere bestrijding van omkoping, de aanbeveling van 1996 inzake de aftrekbaarheid van belastingen van steekpenningen voor buitenlandse ambtenaren en aanverwante instrumenten,

 gezien het verslag van de OESO van 2010 getiteld “Post-public employment: Good practices for preventing Conflict of Interest” (Uitdiensttreding bij de overheid: Goede praktijken ter voorkoming van belangenconflicten),

 gezien de Overeenkomst van 1997 ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn[1],

 gezien het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, dat op 18 november 2020 door de Raad van de Europese Unie is aangenomen,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die tijdens de 2914e zitting van de Raad Algemene Zaken van 8 december 2008 zijn aangenomen,

 gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (“Sustainable Development Goals”, SDG’s) die worden beschreven in de resolutie van de VN van 25 september 2015, getiteld “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling), waaronder SDG 16, die betrekking heeft op inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding,

 gezien het verslag van de Europese Investeringsbank (EIB) van 8 november 2013, getiteld “Policy on preventing and deterring prohibited conduct in European Investment Bank activities” (Beleid inzake het voorkomen en bestrijden van verboden gedrag bij activiteiten van de Europese Investeringsbank) (hierna “het antifraudebeleid van de EIB”),

 gezien het verslag van de VN getiteld “Guiding Principles on Business and Human Rights: Implementing the United Nations ‘Protect, Respect and Remedy’ Framework” (Leidende beginselen inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten: Tenuitvoerlegging van het kader van de Verenigde Naties voor bescherming, eerbiediging en herstel),

 gezien de richtlijnen van de OESO van 2011 voor multinationale ondernemingen, alsmede haar normen ter bestrijding van corruptie,

 gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over bedrijfsleven en mensenrechten,

 gezien Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten[2],

 gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EU‑Magnitski-wet)[3],

 gezien de wereldwijde sanctieregelingen van het Verenigd Koninkrijk ter bestrijding van corruptie van 2021 en zijn algemene beginselen voor schadeloosstelling van buitenlandse slachtoffers (met inbegrip van getroffen staten) van omkoping, corruptie en economische misdrijven,

 gezien de aanneming van nieuwe bindende bepalingen door het Franse parlement inzake de teruggave van in beslag genomen gestolen activa aan de mensen in het land van herkomst,

 gezien zijn resolutie van 10 maart 2021 met aanbevelingen aan de Commissie inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven en verantwoordingsplicht van ondernemingen[4],

 gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over duurzame corporate governance[5],

 gezien zijn resolutie van 19 mei 2021 over de gevolgen van klimaatverandering voor de mensenrechten en de rol die milieuactivisten in dit kader spelen[6],

 gezien zijn besluit van 25 november 2020 over de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor het buitenlands beleid[7],

 gezien zijn resolutie van 13 september 2017 over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen[8],

 gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen[9],

 gezien zijn resolutie van 8 juli 2015 over belastingontwijking en belastingontduiking als uitdagingen voor bestuur, sociale bescherming en ontwikkeling in ontwikkelingslanden[10],

 gezien zijn resolutie van 8 oktober 2013 over corruptie in de publieke en de private sector: het effect op de mensenrechten in derde landen[11],

 gezien Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en het pakket wetgevingsvoorstellen van de Europese Commissie ter versterking van de EU-regels ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT), dat op 20 juli 2021 werd gepubliceerd[12],

 gezien artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over vormen van criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie, waaronder corruptie, waarvoor de EU door middel van richtlijnen gemeenschappelijke regels kan vaststellen,

 gezien Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie[13],

 gezien Richtlijn (EU) 2019/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van regels ter vergemakkelijking van het gebruik van financiële en andere informatie voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van bepaalde strafbare feiten, en tot intrekking van Besluit 2000/642/JBZ van de Raad[14],

 gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake strafrechtelijke en civielrechtelijke bestrijding van corruptie en andere, door de organen van de Raad van Europa vastgestelde juridische instrumenten en politieke aanbevelingen ter zake, waaronder de gemeenschappelijke regels tegen corruptie bij de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes, en de resoluties (98) 7 en (99) 5 tot oprichting van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco), die respectievelijk op 5 mei 1998 en 1 mei 1999 door het Comité van Ministers van de Raad van Europa zijn aangenomen,

 gezien resolutie (97) 24 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 6 november 1997 inzake de twintig richtsnoeren voor de bestrijding van corruptie,

 gezien de verklaring van Greco van 15 april 2020 over corruptierisico’s en nuttige juridische verwijzingen in het kader van COVID-19,

 gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen[15],

 gezien de politieke verklaring getiteld “Our common commitment to effectively addressing challenges and implementing measures to prevent and combat corruption and strengthen international cooperation” (Ons gezamenlijk streven om op doeltreffende wijze uitdagingen aan te pakken en maatregelen te treffen teneinde corruptie te bestrijden en de internationale samenwerking te versterken), die op 2 juni 2021 door de Algemene Vergadering van de VN werd aangenomen tijdens de speciale zitting tegen corruptie, en de bijdrage van de EU aan het slotdocument van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN inzake corruptie van 17 december 2019,

 gezien het verslag van de werkgroep van de VN voor de mensenrechtenproblematiek in het kader van transnationale ondernemingen en andere bedrijven van 17 juni 2020, getiteld “Connecting the business and human rights and anti-corruption agendas” (Koppeling van de agenda’s voor het bedrijfsleven, mensenrechten en corruptiebestrijding),

 gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 17 december 2015 over nationale instellingen voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en de resolutie van de Mensenrechtenraad van de VN van 29 september 2016 over nationale instellingen voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten,

 gezien het verslag van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR) van 21 april 2020 over de uitdagingen waarvoor staten staan en de optimale werkmethoden die zij toepassen bij de opname van mensenrechten in hun nationale strategieën en beleid ter bestrijding van corruptie, met inbegrip van strategieën en beleidsmaatregelen die gericht zijn op niet-statelijke actoren, zoals de particuliere sector,

 gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 15 april 2016 over optimale werkmethoden om de negatieve gevolgen van corruptie voor de uitoefening van de mensenrechten tegen te gaan, en het eindverslag van het Raadgevend comité van de VN voor de mensenrechten van 5 januari 2015 over de kwestie van de negatieve gevolgen van corruptie voor de uitoefening van de mensenrechten,

 gezien de ontwerprichtsnoeren van het OHCHR inzake een mensenrechtenkader voor de ontneming van activa,

 gezien het “UN Global Compact”-initiatief van de VN voor de afstemming van strategieën en maatregelen op universele beginselen op het gebied van mensenrechten, werkgelegenheid, milieu en corruptiebestrijding,

 gezien de aanbevelingen van de Financiële-actiegroep,

 gezien de jaarlijkse corruptieperceptie-index van Transparency International,

 gezien artikel 118 van zijn Reglement,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9-0012/2022),

A. overwegende dat corruptie schendingen van de mensenrechten in de hand werkt, in stand houdt en institutionaliseert en de eerbiediging en tenuitvoerlegging van de mensenrechten in de weg staat; overwegende dat corruptie een misdrijf is dat onder artikel 83, lid 1, VWEU valt en een gemeenschappelijke definitie en aanpak vereist vanwege zijn bijzonder ernstige aard en grensoverschrijdende dimensie;

B. overwegende dat corruptie de meest kwetsbare en gemarginaliseerde mensen en groepen van de samenleving naar verhouding zwaarder treft en daarmee het recht op non-discriminatie schendt, deze mensen, en met name vrouwen, belet op gelijke voet aan het politieke discours deel te nemen, en hen openbare en basisdiensten, gerechtigheid, natuurlijke hulpbronnen, banen, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting ontzegt; overwegende dat corruptie armoede en ongelijkheid verergert als gevolg van de verduistering van rijkdom en overheidsmiddelen, en daarmee het behoud van het natuurlijk milieu en de duurzaamheid daarvan aantast;

C. overwegende dat corruptie een complex, mondiaal verschijnsel is dat in alle landen ter wereld voorkomt, ongeacht de plaatselijke economische en politieke stelsels; overwegende dat corruptiebestrijding internationale samenwerking vereist en een integraal onderdeel vormt van de internationale verbintenissen om de mensenrechten te eerbiedigen, de planeet te beschermen en ervoor te zorgen dat iedereen tegen 2030 vrede en voorspoed geniet, in het kader van de SDG’s van de VN, en in het bijzonder SDG 16, die gericht is op de bevordering van rechtvaardige, vreedzame en inclusieve samenlevingen, en in het kader waarvan de internationale gemeenschap er onder meer toe wordt opgeroepen de ontneming en teruggave van gestolen activa te versterken;

D. overwegende dat corruptie doorgaans onder meer machtsmisbruik, gebrek aan verantwoordingsplicht, belemmering van de rechtsgang, gebruik van ongepaste invloed, institutionalisering van discriminatie, cliëntelisme, gijzeling van de staat, nepotisme, instandhouding van kleptocratieën en verstoring van de marktmechanismen omvat en vaak in verband kan worden gebracht met georganiseerde misdaad en in de hand wordt gewerkt door onvoldoende transparantie en toegang tot informatie; overwegende dat toenemend autoritarisme en de opkomst van ondemocratische regimes een vruchtbare bodem bieden voor corruptie en dat de bestrijding ervan vraagt om internationale samenwerking met gelijkgestemde democratieën; overwegende dat corruptie landen kwetsbaar maakt voor kwaadwillige beïnvloeding door buitenlandse mogendheden en bovendien schade toebrengt aan democratische instellingen;

E. overwegende dat corruptie landen, gemeenschappen, bedrijven of mensen kan treffen, met name indien zij betrokken zijn bij onderzoek naar en melding, vervolging en berechting van corruptie en daarmee meer risico lopen en doeltreffende bescherming nodig hebben; overwegende dat het melden van corruptie een belangrijke oorzaak is dat journalisten worden vermoord, en dat er volgens het Comité voor de Bescherming van Journalisten in 2021 vóór oktober vijf journalisten zijn gedood die onderzoek deden naar corruptie; overwegende dat het beschermen van klokkenluiders tegen represailles en het bieden van doeltreffende rechtsbescherming en veilige meldingsprocedures in de overheids- en particuliere sfeer van cruciaal belang zijn voor de bestrijding van corruptie; overwegende dat alle corruptiebestrijdingsmaatregelen moeten stroken met de mensenrechtennormen;

F. overwegende dat corruptie het bestuur en de kwaliteit van overheidsdiensten ondergraaft, de doelmatigheid en doeltreffendheid van democratische instellingen, het bestuur van ondernemingen, de checks-and-balances en de democratische beginselen schaadt, de rechtsstaat verzwakt, het vertrouwen van het volk aantast en duurzame ontwikkeling in de weg staat, hetgeen leidt tot de straffeloosheid van daders, de illegale verrijking van machthebbers en de vertoning van machtsbelust gedrag om aan vervolging te ontkomen; overwegende dat het gebrek aan een onafhankelijk rechtsstelsel de eerbiediging van de rechtsstaat ondergraaft; overwegende dat corruptie, met name in ontwikkelingslanden, een belangrijke katalysator van en factor in conflicten is en een destabiliserend effect heeft op de inspanningen op het gebied van vredesopbouw en tot grove mensenrechtenschendingen en soms zelfs tot het verlies van mensenlevens leidt; overwegende dat illegale geldstromen vanuit ontwikkelingslanden in de hand worden gewerkt en worden gestimuleerd door geheimhoudingsregelingen en belastingparadijzen, alsook door financiële en juridische actoren, die zich veelal in Europa bevinden; overwegende dat er maar weinig onderzoek wordt gedaan naar deze misdrijven en dat er zelden vervolging wordt ingesteld;

G. overwegende dat corruptiepraktijken in de politiek, zoals verkiezingsfraude, illegale financiering van politieke campagnes en politieke partijen, en vriendjespolitiek, afbreuk doen aan het burgerrecht en het politieke recht om aan de politiek deel te nemen, te stemmen en zich verkiesbaar te stellen, en het vertrouwen in politieke partijen, verkozen vertegenwoordigers, democratische processen en regeringen aantasten, en daarmee de democratische legitimiteit van en het vertrouwen van het volk in de politiek schaden; overwegende dat de financiering van politieke campagnes en partijen bij gebrek aan doeltreffende regelgeving bijzonder gevoelig is voor corruptie en wereldwijd, met name door particuliere actoren en buitenlandse staten, wordt gebruikt om invloed uit te oefenen en zich in verkiezingen, referendumcampagnes en sociale debatten te mengen; overwegende dat buitenlandse staten en niet-statelijke actoren corruptie inzetten als buitenlands-beleidsinstrument om de totstandbrenging van goed werkende democratieën te belemmeren en, zowel in de EU als daarbuiten, steeds vaker gebruikmaken van strategieën waarbij de elite wordt gegijzeld en ambtenaren worden ingepalmd om de eigen belangen in politieke en wetgevingsprocessen te bevorderen;

H. overwegende dat de voortdurende COVID-19-crisis de uit corruptie voortvloeiende mensenrechtenschendingen in bepaalde landen heeft verergerd, aangezien in gebieden met meer corruptie een groter aantal mensen overlijdt aan COVID-19 en de kwetsbaarste gemeenschappen naar verhouding zwaarder worden getroffen; overwegende dat corruptie de uitoefening van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en een redelijke levensstandaard inperkt door het vermogen van staten aan te tasten om openbare gezondheidsdiensten te verlenen of vaccins te verstrekken en deze eerlijk te verdelen; overwegende dat geneesmiddelen en medische hulpmiddelen bijzonder gevoelig zijn voor corruptie; overwegende dat veel regeringen misbruik hebben gemaakt van de noodbevoegdheden in verband met COVID-19 om hun macht te concentreren en harder op te treden tegen journalisten, klokkenluiders en maatschappelijke organisaties die corruptie aan de kaak stellen;

I. overwegende dat de externe geloofwaardigheid van de EU ook afhangt van de doeltreffendheid van de corruptiebestrijding in de lidstaten en op EU-niveau; overwegende dat verschillende lidstaten van de EU hoog in de “Financial Secrecy Index” van 2020 van het Taks Justice Network staan, waarin rechtsgebieden worden gerangschikt naar mate van geheimhouding en de omvang van hun offshore-activiteiten; overwegende dat tekortkomingen in de lidstaten zijn vastgesteld in beoordelingen van het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden van de OESO en van de Financiële-actiegroep; overwegende dat de lidstaten van de EU voor meer transparantie moeten zorgen met betrekking tot media-eigendom;

J. overwegende dat in bepaalde lidstaten misbruik wordt gemaakt van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders met het oog op witwaspraktijken of om middelen te verbergen die uit corrupte activiteiten zijn verkregen; overwegende dat in veel lidstaten regels bestaan voor het voorkomen van ongepaste beïnvloeding en corruptie van wetgevers en ambtenaren, waaronder voormalige ambtenaren, die een wezenlijke rol spelen bij het voorkomen, opsporen en monitoren van corrupte activiteiten; overwegende dat deze regels niettemin slechts gedeeltelijk worden gehandhaafd en dat de geharmoniseerde EU-regels niet volstaan en moeten worden versterkt;

K. overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar politieke verklaring van 2 juni 2021 haar verantwoordelijkheid en de noodzaak heeft erkend om dringend tegen corruptie op te treden en heeft toegezegd om de preventieve inspanningen te verdubbelen en te streven naar een multilaterale aanpak van corruptie, met name in het licht van de COVID-19-pandemie;

L. overwegende dat de EU derde landen ondersteunt bij hun strijd tegen corruptie, niet alleen met behulp van technische ondersteuning, diplomatiek optreden en financiële steun en via multilaterale fora, maar ook door middel van EU-wetgeving en -normen, richtsnoeren en kaders voor extern optreden;

M. overwegende dat de Raad zich er in het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 toe heeft verbonden corruptie aan te pakken door middel van alomvattende bijstand in de vorm van steun voor overheidshervormingen, doeltreffende strategieën en rechtskaders voor corruptiebestrijding, met inbegrip van de bescherming van klokkenluiders en getuigen, gespecialiseerde organen, parlementen, onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties, alsook door de ratificatie en tenuitvoerlegging van het UNCAC te ondersteunen; overwegende dat de externe geloofwaardigheid van de EU tevens afhangt van de doeltreffendheid van de corruptiebestrijding in de lidstaten;

N. overwegende dat de particuliere sector en het bedrijfsleven, en met name multinationale ondernemingen en bankentiteiten, een belangrijke rol kunnen spelen bij de wereldwijde aanpak van corruptie en de beperking van de gevolgen ervan voor de mensenrechten; overwegende dat bankentiteiten aanzienlijk kunnen bijdragen aan de opsporing van witwaspraktijken, terrorismefinanciering en andere illegale activiteiten die verband houden met corruptie, en dat het daarom belangrijk is om een vruchtbare samenwerking tot stand te brengen tussen overheidsinstellingen en de particuliere sector;

O. overwegende dat verplichte wetgeving inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven onmisbaar is om wereldwijd mensenrechten- en milieuschendingen in de gehele toeleveringsketen op doeltreffende wijze te voorkomen, aan te pakken en te verhelpen, en geen negatieve gevolgen mag hebben voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s); overwegende dat de bepalingen van het UNCAC deel moeten uitmaken van de zorgvuldigheidsverplichtingen van het aankomende Commissievoorstel ter zake;

P. overwegende dat de landspecifieke sanctieregelingen van de EU reeds de mogelijkheid bieden gerichte maatregelen te treffen tegen personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het uithollen van de democratie en de rechtsstaat, onder meer door middel van ernstig financieel wangedrag met betrekking tot overheidsmiddelen, mits de betrokken handelingen onder het UNCAC vallen; overwegende dat de goedkeuring van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (hierna “de Europese Magnitski-wet”) een cruciale toevoeging is aan het instrumentarium van de EU; overwegende dat het Parlement herhaaldelijk heeft verzocht om verruiming van het toepassingsgebied van de regeling tot vormen van corruptie teneinde alle mensenrechtenschendingen, ongeacht de aard van de misdrijven, op doeltreffende wijze te bestrijden, en om totstandbrenging van een aanvullende regeling heeft verzocht in het geval dat vormen van corruptie niet in de herziene versie van de huidige regeling worden opgenomen; overwegende dat de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk ook soortgelijke sanctieregelingen ter bestrijding van corruptie hebben aangenomen;

1. beveelt de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan:

Naar een mondiale EU-strategie voor corruptiebestrijding

a) te erkennen dat er een verband bestaat tussen corruptie en mensenrechten en dat corruptie een enorme belemmering vormt voor het genot van alle mensenrechten; in het licht daarvan bij de bestrijding van corruptie een op mensenrechten gebaseerde aanpak te hanteren en slachtoffers van corruptie daarin centraal te stellen, en corruptiebestrijding een prominente plaats te geven in alle inspanningen en beleidsmaatregelen van de EU ter bevordering van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat in de wereld; corruptie te benaderen als wereldwijd verschijnsel dat doeltreffende corruptiebestrijdingsinstellingen, preventiemechanismen en een internationaal regelgevingskader vereist, alsmede ontneming van activa en strafrechtelijke vervolging; werk te maken van de formulering van een internationaal erkende definitie van corruptie en daarbij het UNCAC als richtsnoer te gebruiken; te onderkennen dat de bestrijding van corruptie gecoördineerd mondiaal optreden en nauwere samenwerking tussen deskundigen op het gebied van corruptiebestrijding en mensenrechten vereist; de samenwerking tussen de EU, haar lidstaten en derde landen te bevorderen, in het bijzonder op het gebied van samenwerking inzake justitie en rechtshandhaving, alsook de uitwisseling van informatie, met het oog op de uitwisseling van goede werkmethoden en doeltreffende instrumenten voor de bestrijding van corruptie;

b) te erkennen dat transparantie de hoeksteen vormt van alle corruptiebestrijdingsstrategieën; in het licht daarvan te pleiten voor de opheffing van buitensporige regels inzake beroepsgeheim in de desbetreffende sectoren, met name in de financiële sector, en de automatische uitwisseling van informatie over belastingfraude en belastingontwijking te bevorderen, alsmede openbare verslaglegging per land door multinationale ondernemingen en openbare registers van uiteindelijke begunstigden van bedrijven; een nultolerantiebeleid te hanteren ten opzichte van belastingparadijzen, aangezien deze het makkelijker maken illegale geldstromen toe te dekken;

c) de huidige tendens in de richting van en het onlosmakelijke verband tussen de achteruitgang van democratieën en de opkomst van kleptocratieën wereldwijd te erkennen, die mede te wijten zijn aan de rol die oligarchen in bepaalde landen spelen; het voortouw te nemen op multilaterale fora om een coalitie van democratieën te smeden teneinde de wereldwijde dreiging van kleptocratie en autoritarisme het hoofd te bieden;

d) een alomvattende, samenhangende en doeltreffende mondiale EU-strategie voor corruptiebestrijding vast te stellen door de bestaande corruptiebestrijdingsinstrumenten en goede werkmethoden binnen het instrumentarium van de EU in kaart te brengen, hiaten op te sporen, de financiering op te voeren en de steun aan maatschappelijke organisaties op het gebied van corruptiebestrijding op te schroeven, zoals het Parlement reeds in zijn resolutie van 13 september 2017 over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen heeft gevraagd; in de strijd tegen corruptie prioriteit toe te kennen aan preventie door preventieve maatregelen, beleidsmaatregelen en methoden in te voeren, waaronder bewustmakingscampagnes en opleiding in de overheids- en in de particuliere sector;

e) een speciale Raadsgroep in het leven te roepen die belast is met voorbereidende werkzaamheden in verband met vraagstukken inzake corruptiebestrijding (vergelijkbaar met of naar het voorbeeld van de Groep rechten van de mens (Cohom)), die als uitgangspunt moet dienen voor de besprekingen in de Raad;

f) de rol van het Parlement bij het toezicht op de inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding te vergroten; kennis te nemen van het voornemen van het Parlement om gedurende iedere zittingsperiode een voortgangsverslag over corruptie en mensenrechten op te stellen; de voortuitgang die met betrekking tot de aanbevelingen van deze verslagen wordt geboekt, jaarlijks te beoordelen;

g) aan te dringen op de volledige tenuitvoerlegging en handhaving van bestaande nationale en internationale corruptiebestrijdingsinstrumenten, zoals het UNCAC, het Verdrag van de OESO inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren, de normen en aanbevelingen van de Raad van Europa voor corruptiebestrijding, de leidende beginselen van de VN inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten, en het Verdrag van de Raad van Europa inzake strafrechtelijke en civielrechtelijke bestrijding van corruptie; alle staten die dit nog niet hebben gedaan aan te sporen deze corruptiebestrijdingsinstrumenten spoedig te ratificeren; snel over te gaan tot een inclusieve, alomvattende beoordeling van de tenuitvoerlegging door de EU van het UNCAC, en onverwijld een opvolgingsprocedure in te voeren voor beoordelingen in het kader van het UNCAC;

Samenhang tussen intern en extern optreden

h) de geloofwaardigheid van het externe optreden van de EU tegen corruptie te vergroten door corruptie, belastingontduiking, illegale handel, bankgeheim en witwaspraktijken binnen de EU doeltreffender te bestrijden; de eigen rol en verantwoordelijkheid te erkennen, aangezien een kritiek aantal in de EU gevestigde personen en entiteiten in derde landen aanzetten tot corruptie, deze mogelijk maken of ervan profiteren; te bevestigen dat alle lidstaten van de EU zich er, als partijen bij het UNCAC, toe hebben verbonden de omkoping van nationale en buitenlandse ambtenaren strafbaar te stellen; te erkennen dat de stelselmatige corruptie en de onvoldoende doeltreffende vervolging van buitenlandse omkoping in bepaalde lidstaten van de EU de inspanningen ter bestrijding van corruptie in derde landen ondergraaft, en actie te ondernemen om deze tekortkomingen te verhelpen; te erkennen dat een gebrek aan geharmoniseerd en doortastend optreden, vertragingen en hiaten in de tenuitvoerlegging van de anticorruptiewetgeving binnen de EU corrupte actoren buiten de EU in de kaart spelen; ervoor te zorgen dat personen en entiteiten die betrokken zijn bij grootschalige corruptiepraktijken ter verantwoording kunnen worden geroepen, en gemeenschappelijke normen vast te stellen inzake transparantie en controle van en toezicht op investeringen om de risico’s op corruptie en witwaspraktijken die zogenaamde gouden-visumprogramma’s met zich meebrengen, te beperken;

i) de Commissie te verzoeken het EU-kader voor corruptiebestrijding te versterken en met een EU-richtlijn inzake corruptiebestrijding te komen op grond van artikel 83 VWEU, waarin gemeenschappelijke EU-regels worden vastgesteld betreffende strafrechtelijke sancties voor corruptie;

j) in te zien dat de EU een bestemming is voor verduisterde middelen en activa, waarvan het merendeel niet wordt geconfisqueerd en teruggegeven, dat het rechtskader voor de terugvordering van gestolen activa nog altijd sterk versnipperd is en dat de teruggave van verduisterde activa een morele plicht is vanuit het oogpunt van gerechtigheid en verantwoordingsplicht, alsmede met het oog op de geloofwaardigheid van het EU-beleid ter ondersteuning van de democratie; in alle lidstaten van de EU de inspanningen op te voeren om gestolen activa en opbrengsten van corruptie overeenkomstig het UNCAC binnen hun rechtsgebied te bevriezen en te confisqueren en deze op transparante en verantwoorde wijze terug te geven aan het land van herkomst en de slachtoffers van de corruptie, onder meer door de transparantie en de toegang tot informatie over buitenlandse activa op het grondgebied van de EU aanzienlijk te verbeteren en maatschappelijke organisaties op zinvolle wijze bij het proces te betrekken; snel gevolg te geven aan de verbintenissen van de Algemene Vergadering van de VN voor 2021 met betrekking tot de ontneming van activa, waaronder de verbintenissen met betrekking tot confiscatie zonder strafrechtelijke veroordeling, confiscatie en teruggave van opbrengsten van corruptie in verband met buitengerechtelijke resoluties, en verzameling en openbaarmaking van gegevens over de ontneming van activa; de juiste volgorde te bepalen voor de maatregelen (sancties, civielrechtelijke en strafrechtelijke verbeurdverklaring van activa, strafrechtelijke vervolging, mechanismen voor de teruggave van activa) opdat deze uiteindelijk leiden tot hergebruik van gestolen activa ten gunste van slachtoffers van corruptie; in dit verband een doeltreffende samenwerking tussen de lidstaten tot stand te brengen; een mededeling op te stellen met initiatieven die op EU- en internationaal niveau kunnen worden genomen om de snelle en doeltreffende ontneming van wederrechtelijk verworven activa na democratische overgangsprocessen te waarborgen en ervoor te zorgen dat er geen vrijhavens zijn voor deze activa; gemeenschappelijke EU-regels voor de teruggave van gestolen activa vast te stellen, op grond waarvan de vervolgde entiteit of persoon, indien het om een ernstig strafbaar feit in de zin van het nationaal recht gaat, zodra een verzoeker een eerste vordering heeft onderbouwd, moet aantonen dat zij aan haar wettelijke en financiële verplichtingen heeft voldaan, bijvoorbeeld met betrekking tot de legale herkomst van financiering of andere activa; daders te vervolgen, ervoor te zorgen dat slachtoffers makkelijker verhaal kunnen halen en parlementen te ondersteunen opdat zij hun vermogen om doeltreffend begrotingstoezicht uit te oefenen, kunnen bevorderen;

k) buitenlandse inmenging grondig te monitoren en strenge handhaving van Europese regels voor de financiering van politieke partijen, ngo’s en de media tot stand te brengen en te waarborgen, met name wanneer financiering uit niet-democratische landen of van niet-statelijke actoren afkomstig is, om gijzeling van de elite en kwaadwillige invloed op en inmenging in de democratische processen en openbare aangelegenheden van de EU en partnerlanden te voorkomen; voor meer transparantie te zorgen met betrekking tot media-eigendom, als essentieel onderdeel van democratie; programma’s te bevorderen die gericht zijn op de financiering van politieke partijen en campagnes als onderdeel van de externe ondersteuning door de EU van de democratie in deze landen; strenge normen vast te stellen voor de uitdiensttreding van verkozen ambtsdragers en hoge ambtenaren, draaideurconstructies te vermijden en te zorgen voor geharmoniseerde regels en de handhaving daarvan op EU-niveau door middel van een robuust toezichtsysteem;

Mensenrechten en corruptiebestrijding: het instrumentarium van de EU verrijken en praktisch toepasbaar maken

l) de opname te versterken van een op mensenrechten gebaseerde aanpak voor corruptiebestrijding in de instrumenten van de EU voor extern optreden, waaronder in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI), het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) en de trustfondsen van de EU; prioriteit toe te kennen aan verbintenissen op het gebied van corruptiebestrijding met specifieke streefdoelen en tijdsschema’s; voorrang te geven aan het genereren van binnenlandse inkomsten in partnerlanden door de bestrijding van belastingontduiking te ondersteunen en goed bestuur te versterken; de strenge monitoring en handhaving te versterken om te voorkomen dat overheden EU-middelen gebruiken voor illegale activiteiten; het maatschappelijk middenveld bij de monitoring van het gebruik van EU-middelen te betrekken en de rol van het Parlement op dit gebied te versterken; de communicatie tussen de gespecialiseerde EU-agentschappen en de partners ter plaatse te verbeteren; te investeren in digitale en gegevensgestuurde methoden voor corruptiebestrijding, en in het bijzonder in het technologisch onderzoeksvermogen van rechtshandhavingsorganen; nauwere samenwerking te bevorderen tussen het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM); te zorgen voor een consistente, alomvattende en toegankelijke gegevensbank met daarin de uiteindelijke begunstigden van EU-middelen voor de gehele aanbestedingscyclus;

m) programma’s in het kader van de instrumenten van de EU voor extern optreden te bevorderen ter ondersteuning van capaciteitsopbouw op het vlak van corruptiebestrijding op basis van de beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht, non-discriminatie en zinvolle participatie van belanghebbenden, en in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving voor deze instrumenten; de doelmatigheid van EU-uitgaven te vergroten door heldere programmadoelstellingen en tijdschema’s vast te stellen; de transparantie en verantwoordingsplicht van de officiële ontwikkelingshulp van de EU te vergroten om te voldoen aan de normen die zijn vastgelegd in internationaal overeengekomen beginselen inzake de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp; een sterk holistisch risicobeheersysteem te ontwikkelen om te voorkomen dat EU-middelen bijdragen aan corruptie, bijvoorbeeld door begrotingssteun te koppelen aan doelstellingen op het gebied van corruptiebestrijding en door bijzondere aandacht te besteden aan de monitoring van de tenuitvoerlegging ervan; strikt toe te zien op door de EU gefinancierde projecten in derde landen en ervoor te zorgen dat deze projecten niet worden gebruikt als instrumenten voor de financiering van illegale activiteiten; controles uit te voeren om na te gaan of deze middelen worden gebruikt in overeenstemming met de doelstellingen die in de regelgeving voor elk instrument zijn vastgesteld; de begrotingssteun op te schorten in landen waar corruptie wijdverbreid is en waar de autoriteiten duidelijk verzuimen daadwerkelijk maatregelen te treffen, en ervoor te zorgen dat de bijstand via andere kanalen bij de burgers terechtkomt; bij EU-financiering bijzondere aandacht te besteden aan een goed beheer van de overheidsmiddelen van derde landen, dat strookt met het Financieel Reglement van de EU, en de OESO te ondersteunen bij haar inspanningen om het ondernemingsbestuur van staatsbedrijven te verbeteren; na te gaan of het mogelijk is een EU-taskforce voor corruptiebestrijding op te zetten met toereikende bevoegdheden, deskundigheid en middelen om onderzoek te doen en evaluaties uit te voeren in derde landen en technische en operationele bijstand, waaronder op maat gesneden hervormingsplannen, te verlenen aan staten die EU-middelen ontvangen maar niet het vermogen hebben om corruptie aan te pakken en die hun samenwerking met de EU willen versterken; de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten aan te sporen regelmatig verslag uit te brengen over corruptie en technische opleiding te verzorgen voor het personeel van de EU-delegaties om het in staat te stellen problemen op dit gebied aan te pakken en landspecifieke oplossingen voor te stellen;

n) ervoor te zorgen dat bij de EU-financiering, waaronder bij de financiering van projecten en leningen door de EIB, de hoogste ethische en transparantienormen worden gehanteerd, dat maatschappelijke organisaties en onafhankelijke actoren volledig bij het toezicht op deze financiering worden betrokken en dat er klachtenmechanismen beschikbaar en toegankelijk zijn, alsook verantwoordingsplicht te waarborgen voor het mogelijke misbruik van middelen; ervoor te zorgen dat alle EU-organen en -agentschappen kosteloze, snelle en eenvoudige toegang tot informatie waarborgen, onder meer over de toekenning, de eindontvangers en het uiteindelijke gebruik van middelen;

o) in de pretoetredingsonderhandelingen en -criteria prioriteit toe te kennen aan corruptiebestrijding; zich te richten op capaciteitsopbouw, bijvoorbeeld in de vorm van gespecialiseerde organen voor corruptiebestrijding;

p) in alle handels- en investeringsovereenkomsten tussen de EU en derde landen een krachtig en dwingend conditionaliteitskader voor mensenrechten op te nemen met transparantiebepalingen en bindende, afdwingbare mensenrechten- en anticorruptieclausules; in geval van ernstige corruptie en grove mensenrechtenschendingen als laatste redmiddel sancties op te leggen of overeenkomsten op te schorten; ervoor te zorgen dat de handelsbesprekingen inclusief en transparant verlopen en dat openbaar toezicht mogelijk wordt gemaakt en het publiek zich bewust is van de strategieën en prioriteiten;

q) in mensenrechtendialogen en publieksdiplomatie meer aandacht te besteden aan corruptiebestrijding en zo een open dialoog te bevorderen tussen staten en het maatschappelijk middenveld over problemen en mogelijke oplossingen, onder meer door mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die actief zijn op het vlak van corruptiebestrijding actief bij het proces te betrekken;

r) toe te zien op de corruptierisico’s die gepaard gaan met grootschalige bouw- en investeringsprojecten van autoritaire derde landen, die wereldwijd maar ook in lidstaten worden uitgevoerd, onder meer in de energiesector, de ontginningssector, de infrastructuursector, defensie en de gezondheidszorg; bij deze projecten bijzondere aandacht te besteden aan transparantie, aangezien ze vaak zorgen doen rijzen over niet-transparante financiering of fiscale risico’s; over te gaan tot de snelle uitvoering van het EU-programma “Een wereldwijd geconnecteerd Europa”, dat op 12 juli 2021 door de Raad werd goedgekeurd en waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het aanpakken van dit probleem door de waarden en belangen van de EU te bevorderen in het economisch, ontwikkelings- en veiligheidsbeleid;

Steun voor het maatschappelijk middenveld, journalisten en mensenrechtenverdedigers

s) de cruciale rol te erkennen die onafhankelijke maatschappelijke organisaties, mensenrechtenverdedigers, anticorruptieactivisten, klokkenluiders en onderzoeksjournalisten spelen bij de bestrijding van corruptie door de maatschappelijke normen te veranderen, straffeloosheid te bestrijden, gegevens te verzamelen en te zorgen voor de betere tenuitvoerlegging en handhaving van corruptiebestrijdingsmaatregelen; te werken aan de totstandbrenging van een veilige en stimulerende omgeving voor personen en entiteiten die corruptie voorkomen en bestrijden, waaronder voor klokkenluiders en journalisten, alsmede voor getuigen; steun te verlenen aan slachtoffers van corruptie, of dit nu personen zijn of gemeenschappen, zodat zij kunnen worden opgespoord en geïnformeerd, aan gerechtelijke procedures kunnen deelnemen en vergoeding kunnen aanvragen en ontvangen voor de geleden schade; de inspanningen op te voeren om ervoor te zorgen dat de klokkenluidersrichtlijn van de EU snel door de lidstaten wordt omgezet en ten uitvoer wordt gelegd; zich samen met derde landen in te zetten voor de bescherming van klokkenluiders, onder meer door zich ertoe te verbinden hoge normen voor de bescherming van klokkenluiders te garanderen in handels- en investeringsovereenkomsten van de EU, in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen; inspanningen te ondersteunen om daders voor de rechter te brengen;

t) programma’s op te zetten om meer financiële steun te bieden aan maatschappelijke organisaties, onafhankelijke media, klokkenluiders, onderzoeksjournalisten en mensenrechtenverdedigers die zich bezighouden met het voorkomen en aan de kaak stellen van corruptie, met als doel de transparantie en de verantwoordingsplicht te bevorderen, met inbegrip van steun bij strategische rechtszaken ter ontmoediging van publieksparticipatie (zogenaamde SLAPP-rechtszaken); de toegang van kleinere maatschappelijke organisaties tot EU-financiering te verbeteren; aan te dringen op de vaststelling van een ambitieuze en doeltreffende EU-richtlijn tegen SLAPP-rechtszaken, onder meer met betrekking tot potentiële gerechtelijke intimidatie door autoriteiten, ondernemingen or andere entiteiten buiten de EU;

u) de bescherming van getuigen, klokkenluiders, onderzoeksjournalisten en mensenrechtenverdedigers die actief zijn op het gebied van corruptiebestrijding, evenals hun familieleden, te versterken, onder meer door noodvisa af te geven en tijdelijke opvang in EU-lidstaten te bieden, en door specifieke middelen toe te wijzen aan EU-delegaties en de vertegenwoordigingen van lidstaten; aan te dringen op een grondig onderzoek naar en gerechtigheid in verband met het geweld tegen en de moorden op onderzoeksjournalisten, mensenrechtenverdedigers en andere activisten die corruptie bestrijden;

Transparantie en verantwoordingsplicht van overheidsinstanties

v) sterke wetgeving op het gebied van toegang tot informatie te bevorderen, alsmede de kosteloze verstrekking van zinvolle, uitgebreide, tijdige, doorzoekbare en gedigitaliseerde overheidsgegevens en meer transparantie met betrekking tot openbare aanbestedingen en lobbying, met behulp van onafhankelijke toezichthoudende instanties; staten aan te sporen diensten aan te kopen van ondernemingen die aan de zorgvuldigheidsverplichtingen op het gebied van mensenrechten hebben voldaan, waaronder aan anticorruptiebepalingen;

w) programma’s uit te voeren ter ondersteuning van het vermogen van parlementen om begrotingscontrole en andere toezichtstaken uit te oefenen;

x) onafhankelijke, onpartijdige, goed gefinancierde, goed opgeleide en doelmatige gerechtelijke instanties en organen voor vervolging en rechtshandhaving te ondersteunen en te versterken, opdat corruptiemisdrijven met succes kunnen worden onderzocht, vervolgd en berecht; de oprichting en professionalisering van gespecialiseerde overheidsorganen voor corruptiebestrijding in derde landen te ondersteunen;

y) vrije en eerlijke verkiezingsprocessen te blijven ondersteunen en de verantwoordingsplicht ten overstaan van kiezers te bevorderen, met speciale aandacht voor verkiezingsfraude en het kopen van stemmen; de regels inzake transparantie en onpartijdigheid te bevorderen om illegale politieke financiering tegen te gaan; te zorgen voor een systematischere opvolging van de aanbevelingen van internationale waarnemingsmissies;

Bestrijding van corruptie via multilaterale fora

z) een leidende rol op zich nemen bij het smeden van een coalitie van democratieën om de wereldwijde opkomst van kleptocratieën tegen te gaan; erop aan te dringen dat corruptiebestrijding op de agenda van aankomende internationale toppen, zoals de G7, wordt geplaatst en te pleiten voor de volledige tenuitvoerlegging van de agenda voor corruptiebestrijding die op de door de Verenigde Staten voorgestelde top voor democratie werd overeengekomen; proactief te blijven bijdragen aan de werkzaamheden van internationale en regionale fora voor corruptiebestrijding en bevordering van de mensenrechten;

aa) hun ingenomenheid te tonen met de baanbrekende politieke verklaring over corruptie die door de Algemene Vergadering van de VN werd aangenomen en deze gelegenheid aan te grijpen om de aanbevelingen die in het kader daarvan zijn gedaan, op te volgen en de samenwerking met VN-organen zoals het OHCHR en het VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) te intensiveren; het belang te onderstrepen van de stelselmatige deelname van het maatschappelijk middenveld aan besprekingen op VN-niveau en van monitoringmechanismen voor corruptie;

ab) aan te sporen tot de intensivering en verwezenlijking van de internationale verbintenissen om corruptiebestrijding in de SDG’s centraal te stellen als instrument voor de bestrijding van de armoede in de wereld en voor de verwezenlijking van economische, sociale en culturele rechten, met bijzondere aandacht voor het recht op onderwijs en politieke participatie; te beamen dat corruptie veel aspecten van onderwijs belemmert, waardoor talent verloren gaat en de economie nadelig wordt beïnvloed; te beklemtonen dat onderwijs en voorlichting van fundamenteel belang zijn voor de bestrijding van corruptie; corruptiebestrijding via onderwijs daarom tot prioriteit te maken en de EU ertoe aan te sporen specifieke programma’s op te zetten en ten uitvoer te leggen met als doel corruptie en de gevolgen daarvan voor de samenleving, alsook manieren om corruptie te bestrijden, onder de aandacht te brengen;

ac) aan te dringen op de benoeming van een speciale VN-rapporteur voor financiële misdrijven, corruptie en mensenrechten met een uitgebreid mandaat, met inbegrip van een doelstellingsgericht plan en een periodieke beoordeling van de door de lidstaten genomen corruptiebestrijdingsmaatregelen; het voortouw te nemen bij de mobilisering van steun onder de lidstaten van de Mensenrechtenraad van de VN en zich als gezamenlijke sponsoren op te werpen van een resolutie waarin het voorgestelde mandaat tot stand wordt gebracht; in deze resolutie de vereisten op te nemen waaraan kandidaten moeten voldoen om de goede werking van hun mandaat te garanderen, en het transparantie- en verantwoordingsproces te specificeren waaraan de gekozen kandidaat zal worden onderworpen alvorens hij zijn ambt opneemt;

ad) de procedure in te leiden om de EU volwaardig lid te maken van Greco, waarbinnen de EU sinds 2019 de status van waarnemer heeft; bij de lidstaten van de EU aan te dringen op openbaarmaking en naleving van de aanbevelingen van Greco;

ae) het debat te stimuleren over een internationale infrastructuur voor het aanpakken van de straffeloosheid van machtige personen die betrokken zijn bij grootschalige corruptiezaken, met inbegrip van internationale onderzoeksmechanismen, aanklagers en rechtbanken; op zoek te gaan naar alomvattende benaderingen voor de hervorming van internationale justitiële instellingen, onder meer door de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof te verruimen, universele rechtsmacht toe te passen voor de vervolging van grootschalige corruptiezaken, en eventueel een internationaal hof voor corruptiezaken op te richten; te wijzen op het belang van transparantie en ervoor te zorgen dat internationale organisaties en hoge ambtenaren ter verantwoording kunnen worden geroepen;

af) Europese normen, onder meer op het gebied van de bestrijding van witwaspraktijken, transparantie met betrekking tot uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, op andere multinationale fora te bevorderen en de aanneming van deze normen door derde landen te ondersteunen; zowel binnen de EU als daarbuiten de hervorming van wetgeving inzake uiteindelijke begunstigden te ondersteunen om ervoor te zorgen dat daarin wordt gewaarborgd dat registers actueel en toegankelijk zijn, teneinde een gepaste mate van transparantie mogelijk te maken met betrekking tot juridische entiteiten, waaronder trusts en brievenbusondernemingen, om zowel slachtoffers van corruptie als rechtshandhavingsinstanties en belastingautoriteiten in staat te stellen de identiteit van de daadwerkelijke eigenaren van deze entiteiten te achterhalen;

ag) te bevorderen dat niet-gouvernementele belanghebbenden, waaronder de academische wereld en maatschappelijke organisaties, als waarnemers worden opgenomen in de ondersteunende organen van de Conferentie van Verdragspartijen bij het UNCAC en andere multilaterale corruptiebestrijdingsmechanismen;

Bedrijfsleven, corruptie en mensenrechten

ah) met spoed verplichte EU-wetgeving inzake gepaste zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten en milieu vast te stellen voor alle entiteiten en zakelijke betrekkingen in de gehele waardeketen van bedrijven, om ondernemingen, waaronder ondernemingen die financiële producten en diensten verstrekken, te verplichten alle nadelige effecten van hun bedrijfsactiviteiten en toeleveringsketens op de mensenrechten, het milieu en goed bestuur in kaart te brengen, te beoordelen, te beperken, te voorkomen en te melden; hierin de hoogste normen, strenge anticorruptiebepalingen, verplichte klachtenmechanismen en aansprakelijkheidsregelingen op te nemen om slachtoffers in staat te stellen bedrijven ter verantwoording te roepen en verhaal te halen; erop toe te zien dat zorgvuldigheidsverplichtingen van toepassing zijn op het omkopen van buitenlandse ambtenaren, hetzij rechtstreeks, hetzij via tussenpersonen; er in dit verband voor te zorgen dat de bureaucratische lasten voor bedrijven, en met name voor kmo’s, in de toekomstige wetgeving inzake passende zorgvuldigheid tot een minimum worden beperkt;

ai) de inspanningen ter voorkoming van corruptie op te voeren, de normen voor boekhouding en audits in de particuliere sector te verscherpen, in overeenstemming met het UNCAC, en daadwerkelijk straffen op te leggen aan ondernemingen die zich schuldig maken aan corruptie; aan te bevelen dat alle grote en beursgenoteerde ondernemingen verslag uitbrengen over hun activiteiten en over de tenuitvoerlegging van hun beleid ter bestrijding van corruptie en omkoping; bepalingen en richtsnoeren vast te stellen voor bedrijven om ervoor te zorgen dat inbreuken op de anticorruptieregels vertrouwelijk kunnen worden gemeld en dat melders kunnen worden beschermd; derde landen ertoe aan te sporen voldoende middelen uit te trekken voor nationale contactpunten en andere buitengerechtelijke klachtenmechanismen in het leven te roepen om personen en gemeenschappen die getroffen zijn door corrupte bedrijfspraktijken rechtsmiddelen te verschaffen;

aj) een actieplan op te stellen met als doel de zorgvuldigheid op het gebied van mensenrechten en milieu kracht bij te zetten in sectoren zoals financiën, accounting of vastgoed, die vaak voorzien in de structuren die corruptie wereldwijd mogelijk maken door kanalen te bieden waarlangs de opbrengsten van corruptie naar de legale economie kunnen worden doorgesluisd;

ak) opnieuw de aandacht te vestigen op het belang van de leidende beginselen van de VN inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten door ervoor te zorgen dat alle lidstaten die nog geen nationale actieplannen hebben opgesteld, dit zo snel mogelijk doen, en de goedkeuring van deze actieplannen en wetgeving inzake passende zorgvuldigheid voor bedrijven door derde landen te bevorderen; constructief en actief deel te nemen aan de onderhandelingen over het bindend VN-verdrag inzake bedrijfsleven en mensenrechten;

Bestraffing van corruptie met behulp van de Europese Magnitski-wet

al) snel met een wetgevingsvoorstel te komen om de entiteiten die het voor plegers van mensenrechtenschendingen economisch en financieel mogelijk maken om activa en eigendom in de EU achter te houden, in overeenstemming met de herhaaldelijke verzoeken van het Parlement om de huidige wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten te wijzigen en het toepassingsgebied ervan te verruimen tot vormen van corruptie of met een wetgevingsvoorstel te komen voor de vaststelling van een nieuwe thematische sanctieregeling voor ernstige corruptie, en besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van stemmen in te voeren voor de goedkeuring van sancties in het kader van deze sanctieregeling; het Parlement in dit verband een proactieve rol te geven; nauw samen te werken met het Verenigd Koninkrijk, dat een nieuwe sanctieregeling voor corruptie heeft vastgesteld, alsook met andere gelijkgestemde democratieën; kennis te nemen van het risico dat corrupte actoren hun activa naar de EU overbrengen naarmate steeds meer landen strengere kaders vaststellen; daarom te eisen dat sancties, en met name inreisverboden en de opsporing en bevriezing van activa, snel worden goedgekeurd en naar behoren door de lidstaten ten uitvoer worden gelegd om te voorkomen dat de EU een centrum voor witwaspraktijken wordt, en op te treden tegen lidstaten die hun verplichtingen in dit verband niet nakomen;

De gevolgen van COVID-19

am) ervoor te zorgen dat corruptiebestrijdingsmaatregelen in de mondiale respons op COVID-19 worden opgenomen met als doel openbare zorgdiensten te verstrekken en toegang tot vaccins te verschaffen en deze eerlijk te verdelen, onder meer door overheidsinstellingen te versterken en te zorgen voor volledige transparantie met betrekking tot de maatregelen en het gebruik van financiering;

an) ervoor te zorgen dat de in verband met de pandemie aan derde landen verstrekte financiële steun wordt gekoppeld aan een sterke verbintenis om corruptie aan te pakken;

ao) gerichte steun te bieden aan journalisten en maatschappelijke organisaties die corruptie aan het licht brengen en die het slachtoffer zijn geworden van toenemende onderdrukking door misbruik van de noodwetten die in het kader van de pandemie zijn aangenomen;

Corruptie, klimaatverandering en mensenrechten

ap) te erkennen dat er een verband bestaat tussen de aantasting en de vernietiging van het milieu, die een belemmering vormen voor de uitoefening van de mensenrechten, en de onderliggende netwerken van corruptie, omkoping en georganiseerde misdaad; corruptiebestrijding op te nemen in het mondiale klimaat- en milieubeleid van de EU door transparantie en goed bestuur met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen en de bestrijding van landroof te bevorderen, met bijzondere aandacht voor sectoren die het grootste risico lopen, zoals de ontginningssector;

aq) kennis te nemen van het feit dat mensenrechtenverdedigers, verdedigers van landrechten en hun advocaten het grootste risico lopen op discriminatie, intimidatie, geweld en moord, en in het licht van deze informatie doortastende maatregelen te treffen om hen te beschermen, onder meer door noodvisa af te geven en tijdelijk onderdak in de EU-lidstaten te bieden;

De gendergerelateerde gevolgen van corruptie

ar) kennis te nemen van het feit dat corruptie de genderongelijkheid vergroot en de mate beïnvloedt waarin vrouwenrechten worden gehandhaafd en beschermd; gendermainstreaming en diversiteit in corruptiebestrijdingsmaatregelen te bevorderen, zoals wordt aanbevolen door het UNODC, en de genderaspecten en de uiteenlopende gevolgen van corruptie te evalueren; de gevolgen van corruptie voor de rechten van vrouwen aan de orde stellen en erop toe te zien dat vrouwen zich bewust zijn van hun rechten, zodat zij minder kwetsbaar worden voor corruptie; rekening te houden met verbanden tussen mensenhandel en corruptie;

as) rekening te houden met het feit dat corruptie tevens van invloed is op de ongelijkheid van andere kwetsbare groepen, zoals kinderen, mensen met een handicap, ouderen, vanuit economisch oogpunt kwetsbare mensen en mensen die tot minderheden behoren, en deze verergert;

at) seksuele afpersing te erkennen als vorm van corruptie; programma’s op te zetten ten behoeve van slachtoffers van seksuele afpersing, een bijzonder extreme, genderspecifieke vorm van corruptie waarbij het menselijk lichaam wordt gebruikt als corruptiemiddel; gegevens te verzamelen om te bepalen hoe vaak seksuele afpersing voorkomt, rechtskaders en -instrumenten vast te stellen om gevallen van seksuele afpersing naar behoren aan te pakken en te bestraffen, en deze maatregelen in multilaterale fora te bevorderen;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

 


 

BIJLAGE: BIJDRAGE VAN DE COMMISSIE ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

 

EP logo RGB_NL 

Commissie ontwikkelingssamenwerking

De voorzitter

 

 

 

[EXPO-COM-DEVE D(2021)20507]

 

D 102486  13.10.2021

 

Dhr. David McAllister

Voorzitter

Commissie buitenlandse zaken

 

 

Mevr. Maria Arena

Voorzitter

Subcommissie mensenrechten

 

 

Betreft: Bijdrage van de Commissie ontwikkelingssamenwerking aan een aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over corruptie en mensenrechten (2021/2066(INI))

 

 

 

Geachte heer McAllister,

Geachte mevrouw Arena,

 

 

De Commissie ontwikkelingssamenwerking heeft tijdens haar vergadering van 26 mei 2021 besloten een bijdrage aan bovengenoemde aanbeveling in te dienen in de vorm van een brief van de voorzitter van de Commissie ontwikkelingssamenwerking aan de voorzitter van de Commissie buitenlandse zaken.

 

Onderstaande aanbevelingen met betrekking tot het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking zijn op 7 oktober 2021 formeel door de coördinatoren goedgekeurd via de schriftelijke procedure.

 

Onze commissie is in het verleden zeer actief geweest op het gebied van de voorkoming en bestrijding van corruptie en de negatieve gevolgen ervan in ontwikkelingslanden, onder meer voor de mensenrechten, en heeft hierover verscheidene verslagen en adviezen opgesteld, waaronder een advies inzake corruptie en mensenrechten in derde landen (2017/2028(INI)), waaraan zij als medeverantwoordelijke commissie heeft bijgedragen.

 

Wij zouden het daarom op prijs stellen als de volgende aanbevelingen in de resolutie kunnen worden opgenomen:

 

A. herinnert eraan dat in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat het beleid van de Unie op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, dat tot hoofddoel heeft armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen, wordt gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie, waaronder de bevordering van de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten, dat de Unie bij de uitvoering van beleid dat gevolgen kan hebben voor ontwikkelingslanden rekening houdt met de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking, en dat zij zich houdt aan de verbintenissen en de doelstellingen die zij in het kader van de VN en andere bevoegde internationale organisaties heeft onderschreven;

 

B. herinnert eraan dat de EU zich er in de nieuwe Europese consensus over ontwikkeling, getiteld “Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst”, toe heeft verbonden de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (hierna “de Agenda 2030”) uit te voeren (2017/C 210/01); wijst erop dat in SDG 16 is vastgesteld dat alle vormen van corruptie en omkoping moeten worden bestreden, dat illegale geldstromen aanzienlijk moeten worden teruggedrongen en dat de ontneming en teruggave van gestolen activa moeten worden versterkt om doeltreffende, verantwoordelijke en transparante instellingen tot stand te brengen, de rechtsstaat op nationaal en internationaal niveau te bevorderen en ervoor te zorgen dat iedereen gelijke toegang heeft tot de rechter; benadrukt dat het aanpakken van corruptie met betrekking tot natuurlijke hulpbronnen een strategische prioriteit is bij de tenuitvoerlegging van het “Fit for 55”-pakket in het kader van de Europese Green Deal;

 

C. herinnert eraan dat de EU sinds 2008 partij is bij het Verdrag van de VN tegen corruptie (UNCAC), dat juridisch bindend is;

 

D. beklemtoont dat corruptie, ook in verband met milieucriminaliteit, een belemmering vormt voor de duurzame economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkeling van ontwikkelingslanden, de uitvoering van de Agenda 2030 en de eerbiediging van de mensenrechten; onderstreept dat corruptie armoede en ongelijkheid verergert en de meest achtergestelde groepen van de samenleving naar verhouding zwaarder treft door de toegang tot collectieve goederen en basisdiensten zoals gezondheidszorg, onderwijs, grond, voedsel, water, sanitaire voorzieningen, veiligheid en justitie te belemmeren; onderstreept dat corruptie bovendien het vertrouwen in de overheid en in democratische instellingen ondergraaft en geweld en onzekerheid verergert, en daarmee de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp aantast; wijst op de negatieve gevolgen van de aantasting van het milieu en het verlies aan biodiversiteit als gevolg van corruptie voor het genot van de mensenrechten; stelt met bezorgdheid vast dat de visserijsector, die niet alleen een belangrijke bijdrage levert aan de voedsel- en voedingszekerheid, maar ook aan de werkgelegenheid, gevoelig is voor corruptie vanwege de mondiale en transnationale aard van en het gebrek aan transparantie in de sector, alsook vanwege de visschaarste;

 

E. wijst erop dat vooruitgang op het gebied van de uitbanning van armoede afhangt van het doeltreffend beheer van de binnenlandse middelen en de daaruit verkregen inkomsten; onderstreept voorts dat nieuwe Uniewetgeving inzake zorgvuldigheidsverplichtingen ervoor moet zorgen dat de activiteiten van bedrijven geen nadelige effecten hebben op de rechtsstaat en het goede bestuur in landen, aangezien beide belangrijke voorwaarden zijn voor de eerbiediging van de mensenrechten en voor duurzame ontwikkeling; verzoekt de Commissie in de nieuwe wetgeving inzake zorgvuldigheidsverplichtingen een holistische benadering te hanteren waarbij rekening wordt gehouden met het risico op corruptie en de risico’s voor de mensenrechten en het milieu; benadrukt dat er meer transparantie nodig is met betrekking tot informatie over uiteindelijke begunstigden, de boekhouding van multinationale ondernemingen en openbare aanbestedingen en contracten, en dat de openbaarmaking van de verslaglegging van bedrijven over natuurlijke hulpbronnen verder moet worden verbeterd;

 

F. wijst erop dat corruptie vaak gepaard gaat met andere misdrijven, en met name met georganiseerde en economische criminaliteit, waaronder witwaspraktijken, grensoverschrijdende misdrijven, belastingontduiking en illegale geldstromen; benadrukt in dit verband dat transparantie de hoeksteen moet vormen van alle corruptiebestrijdingsstrategieën; wijst er voorts op dat illegale geldstromen uit ontwikkelingslanden een punt van grote zorg zijn geworden vanwege de omvang en de negatieve gevolgen ervan voor de ontwikkeling, het bestuur en de mensenrechten; merkt op dat het terugdringen van illegale geldstromen daarom een prioriteit is voor de internationale gemeenschap, zoals in de Agenda 2030 en in de actieagenda van Addis Abeba (AAAA) wordt beaamd; benadrukt dat het van wezenlijk belang is illegale geldstromen tegen te gaan om ontwikkelingslanden te helpen hun eigen middelen te mobiliseren en hun economie veiliger te maken en te laten groeien, alsmede voor hun maatschappelijke ontwikkeling en de eerbiediging van de mensenrechten en milieubescherming; betreurt het dat er geen officiële ramingen bestaan van het bedrag aan illegale geldstromen dat in de EU wordt witgewassen; is van mening dat dit in het nieuwe pakket ter bestrijding van het witwassen van geld aan de orde moet worden gesteld; benadrukt dat doeltreffende internationale samenwerking tussen de lidstaten en agentschappen van de EU en ontwikkelingslanden van cruciaal belang is voor het welslagen van het onderzoek naar en de vervolging van grensoverschrijdende misdrijven; verzoekt de Commissie de steun aan de rechterlijke macht en rechtshandhavingsinstanties in ontwikkelingslanden op te schroeven en een doeltreffendere samenwerking tussen EU-agentschappen en partners uit ontwikkelingslanden te ondersteunen;

 

G. stelt vast dat de EU zich heeft ingezet voor en heeft bijgedragen aan de bevordering van de voorkoming en bestrijding van corruptie in ontwikkelingslanden door middel van haar beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, in het kader waarvan tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 meer steun en bijstand is verleend op het gebied van de rechtsstaat en goed bestuur, onder meer voor overheidshervormingen en het beheer van de overheidsfinanciën; merkt op dat de EU de steun aan maatschappelijke organisaties heeft opgeschroefd en het gebruik van conditionaliteit in samenwerkingsprogramma’s en -projecten heeft verbeterd, met name bij begrotingssteunoperaties; stelt niettemin vast dat er een systematischere aanpak nodig is om corruptie in het kader van ontwikkelingssamenwerking te voorkomen en te bestrijden; beveelt aan een structurele aanpak vast te stellen voor corruptiebestrijdingsmaatregelen in het kader van ontwikkelingshulp, door een sectoroverschrijdende aanpak als uitgangspunt te nemen en voort te bouwen op de basisbeginselen van de rechtsstaat, goed bestuur en mensenrechten; merkt op dat dit bijzonder belangrijk is met het oog op het gebruik door de EU van begrotingssteun en haar toenemende afhankelijkheid van innovatieve financieringsinstrumenten, alsook om bij te dragen aan passende zorgvuldigheid en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap; stelt voor dat dit deel zou kunnen uitmaken van een alomvattende EU-strategie voor corruptiebestrijding met een grotere nadruk op het buitenlands beleid van de EU, waaronder op het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking;

 

H. beveelt aan dat bij de toekomstige evaluatie door de EU van de tenuitvoerlegging van het UNCAC aandacht wordt besteed aan het effect dat het beleid en de wetgeving van de EU hebben op ontwikkelingslanden, door lacunes en aangrijpingspunten in kaart te brengen om op doeltreffendere wijze aan de duurzame ontwikkeling van deze landen bij te dragen;

 

I. pleit ervoor dat er in alle programmeringsdocumenten en projecten en/of programma’s in het kader van het NDICI, waaronder met betrekking tot het milieu en/of de klimaatverandering, voor wordt gezorgd dat de gevolgen van corruptie voor de mensenrechten worden gemainstreamd, beoordeeld en aangepakt met behulp van op maat gesneden corruptiebestrijdingsmaatregelen, en in het bijzonder door middel van betrouwbare effectbeoordelingen voor mensenrechten, en dat er toepasselijke benchmarks en indicatoren worden ingevoerd om de doeltreffende monitoring van de vooruitgang te waarborgen; onderstreept dat corruptiebestrijdingsinitiatieven in partnerlanden beter moeten worden ondersteund, onder meer door middel van programma’s voor de rechtsstaat en goed bestuur, en dat deze ondersteuning moet worden afgestemd op andere EU-initiatieven, zoals het nieuwe programma “Justitie” (Verordening (EU) 2021/693); beveelt aan de bestaande instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking te versterken, bijvoorbeeld landenstrategiedocumenten inzake mensenrechten, routekaarten voor het maatschappelijk middenveld, kaders voor risicobeheer en het nieuwe, bijgewerkte instrumentarium van de EU voor het centraal stellen van rechthebbenden in het NDICI (werkdocument van de diensten van de Commissie SWD (2021) 179 final, getiteld “Applying the Human Rights Based Approach to international partnerships: An updated toolbox for placing rights-holders at the centre of EU’s Neighbourhood, Development and International Cooperation”); beveelt bovendien aan het personeel in EU-delegaties en op het hoofdkwartier op te leiden en specifieke richtsnoeren op te stellen voor het beoordelen en aanpakken van corruptie in de ontwikkelingssamenwerking op sectorniveau en vanuit algemeen oogpunt;

 

J. dringt aan op de verbetering van de regelgeving en het bijbehorende instrumentarium om de beoordelingen van het effect van EU-wetgeving op ontwikkelingslanden, en met name op de rechtsstaat, goed bestuur, het genot van de mensenrechten en milieubescherming, te versterken en ervoor te zorgen dat de SDG’s op doeltreffende wijze worden opgenomen in alle wetgevingsinitiatieven;

 

K. beklemtoont dat maatschappelijke organisaties, onafhankelijke media, onderzoeksjournalisten, klokkenluiders en mensenrechtenverdedigers een wezenlijke rol spelen bij het boeken van vooruitgang op het gebied van de voorkoming en bestrijding van corruptie in ontwikkelingslanden, onder meer in verband met milieumisdrijven; verzoekt de Commissie deze actoren meer steun te verlenen opdat zij hun werkzaamheden kunnen uitvoeren, ervoor te zorgen dat het maatschappelijk middenveld op actieve en zinvolle wijze wordt betrokken bij de beleidsvorming, tenuitvoerlegging en evaluatie, en nauwer samen te werken met lokale autoriteiten en informele actoren die op de desbetreffende vlakken actief zijn; is van oordeel dat mensenrechtenverdedigers, anticorruptieactivisten, onderzoeksjournalisten en klokkenluiders beter moeten worden beschermd;

 

L. verzoekt de Commissie doeltreffende klachtenmechanismen op te zetten om ervoor te zorgen dat slachtoffers van corruptie, mensenrechtenschendingen en aantasting van het milieu als gevolg van corruptie veroorzaakt door het externe optreden van de EU, met inbegrip van activiteiten die met officiële ontwikkelingshulp zijn gefinancierd, of door Europese ondernemingen, toegang hebben tot de rechter en verhaal kunnen halen.

 

 

Hoogachtend,

 

 

Tomas Tobé


INFORMATIE OVER DE GOEDKEURING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Datum goedkeuring

25.1.2022

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

56

4

17

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, François Alfonsi, Maria Arena, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Anna Bonfrisco, Reinhard Bütikofer, Fabio Massimo Castaldo, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Katalin Cseh, Tanja Fajon, Anna Fotyga, Michael Gahler, Kinga Gál, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Márton Gyöngyösi, Balázs Hidvéghi, Sandra Kalniete, Peter Kofod, Stelios Kouloglou, Andrius Kubilius, Ilhan Kyuchyuk, David Lega, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Leopoldo López Gil, Antonio López-Istúriz White, Jaak Madison, Claudiu Manda, Lukas Mandl, Thierry Mariani, Pedro Marques, David McAllister, Vangelis Meimarakis, Jörg Meuthen, Sven Mikser, Francisco José Millán Mon, Javier Nart, Gheorghe-Vlad Nistor, Urmas Paet, Demetris Papadakis, Kostas Papadakis, Tonino Picula, Manu Pineda, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, María Soraya Rodríguez Ramos, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Jacek Saryusz-Wolski, Andreas Schieder, Radosław Sikorski, Jordi Solé, Sergei Stanishev, Tineke Strik, Hermann Tertsch, Dragoş Tudorache, Harald Vilimsky, Idoia Villanueva Ruiz, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Isabel Wiseler-Lima, Salima Yenbou, Željana Zovko

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Özlem Demirel, Assita Kanko, Karsten Lucke, Bert-Jan Ruissen, Mick Wallace

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Ivan Štefanec

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

56

+

ECR

Assita Kanko

NI

Fabio Massimo Castaldo, Márton Gyöngyösi

PPE

Alexander Alexandrov Yordanov, Traian Băsescu, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Sandra Kalniete, Andrius Kubilius, David Lega, Miriam Lexmann, Leopoldo López Gil, Antonio López-Istúriz White, David McAllister, Lukas Mandl, Vangelis Meimarakis, Francisco José Millán Mon, Gheorghe-Vlad Nistor, Radosław Sikorski, Ivan Štefanec, Isabel Wiseler-Lima, Željana Zovko

Renew

Petras Auštrevičius, Katalin Cseh, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Javier Nart, Urmas Paet, María Soraya Rodríguez Ramos, Dragoş Tudorache

S&D

Maria Arena, Włodzimierz Cimoszewicz, Tanja Fajon, Raphaël Glucksmann, Karsten Lucke, Claudiu Manda, Pedro Marques, Sven Mikser, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Giuliano Pisapia, Thijs Reuten, Nacho Sánchez Amor, Isabel Santos, Andreas Schieder, Sergei Stanishev

Verts/ALE

Alviina Alametsä, François Alfonsi, Reinhard Bütikofer, Jordi Solé, Tineke Strik, Viola Von Cramon-Taubadel, Thomas Waitz, Salima Yenbou

 

4

-

ECR

Assita Kanko

NI

Fabio Massimo Castaldo, Márton Gyöngyösi

 

17

0

ECR

Anna Fotyga, Bert-Jan Ruissen, Jacek Saryusz-Wolski, Hermann Tertsch, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers

ID

Anna Bonfrisco, Susanna Ceccardi, Peter Kofod, Jaak Madison, Jörg Meuthen, Harald Vilimsky

The Left

Özlem Demirel, Stelios Kouloglou, Manu Pineda, Idoia Villanueva Ruiz, Mick Wallace

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

Laatst bijgewerkt op: 15 februari 2022
Juridische mededeling - Privacybeleid