VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

28.4.2023 - (COM(2022)0349 – C9‑0287/2022 – 2022/0219(COD)) - ***I

Commissie buitenlandse zaken
Commissie industrie, onderzoek en energie
Rapporteurs: Michael Gahler, Zdzisław Krasnodębski
Rapporteur voor advies van de medeverantwoordelijke commissie overeenkomstig artikel 57 van het Reglement:
Ivars Ijabs, Commissie interne markt en consumentenbescherming
(Gezamenlijke commissieprocedure – Artikel 58 van het Reglement)


Procedure : 2022/0219(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A9-0161/2023
Ingediende teksten :
A9-0161/2023
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

(COM(2022)0349 – C9‑0287/2022 – 2022/0219(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

 gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2022)0349),

 gezien artikel 294, lid 2, en artikel 173, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0287/2022),

 gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 21 september 2022[1],

 gezien artikel 59 van zijn Reglement,

 gezien de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole,

 gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A9-0161/2023),

1. stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2. verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Amendement  1

AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT[*]

op het voorstel van de Commissie

---------------------------------------------------------

2022/0219 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[2],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten hebben zich er op 11 maart in Versailles toe verbonden “de Europese defensievermogens te versterken” in het licht van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne, en daarbij strategische maatregelen te nemen waardoor de Unie autonomer kan optreden op het gebied van defensie, als aanvulling op de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Zij kwamen overeen de defensie-uitgaven te verhogen, de samenwerking te versterken door middel van gezamenlijke projecten en gemeenschappelijke aanbestedingen voor defensievermogens, tekorten aan te pakken, innovatie te stimuleren en de defensie-industrie van de Unie, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), te versterken en verder te ontwikkelen. De defensie-industrie van de Unie is een cruciale speler die een positieve bijdrage moet leveren aan de veiligheid van de lidstaten door tijdig doeltreffende nieuwe vermogens ter beschikking te stellen om gelijke tred te houden met de veranderende veiligheidssituatie.

(2) De ongerechtvaardigde invasie van Oekraïne door de Russische Federatie op 24 februari 2022 en het aanhoudende gewapende conflict in Oekraïne hebben duidelijk gemaakt dat het van cruciaal belang is dringend iets te doen aan de bestaande tekortkomingen. Er is opnieuw sprake van zware oorlogvoering en territoriale conflicten in Europa, met directe gevolgen voor alle lidstaten en ten nadele van de burgers in de Unie. Daarom moet de capaciteit van de lidstaten om de meest dringende en kritieke lacunes op te vullen, met name die welke zijn verergerd door de overdracht van defensieproducten aan Oekraïne, in het bijzonder in de lidstaten in de onmiddellijke nabijheid van Oekraïne, aanzienlijk worden vergroot.

(2 bis) Door de Russische militaire agressie tegen Oekraïne liggen sommige lidstaten plots vlak bij een oorlogszone, met alle gevolgen van dien, zoals onopzettelijke burgerslachtoffers in de grensstreek, enorme aantallen mensen die het oorlogsgebied ontvluchten, en de aanvoer van militair materieel en humanitaire hulp, maar ook de dringende noodzaak om deze lidstaten militair voor te bereiden op een mogelijke escalatie van het gewapende conflict naar hun eigen grondgebied.

(2 ter) De Russische militaire agressie tegen Oekraïne heeft bijzonder duidelijk gemaakt dat de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) moet worden aangepast aan structurele veranderingen, dat het militair onderzoek en de militaire ontwikkeling van de Unie moeten worden versterkt, dat de militaire uitrusting moet worden gemoderniseerd, met name verouderde oplossingen voor militaire uitrusting die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, en dat de lidstaten meer moeten samenwerken inzake aanbestedingen op defensiegebied om van de Unie een relevante mondiale speler te maken.

(2 quater) Gezien de veiligheidssituatie in Europa moet dringend worden nagedacht over hoe we kunnen voorkomen dat de defensiesector door individuele initiatieven van de Unie verder versnipperd raakt en hoe we bestaande en toekomstige instrumenten strategisch aan elkaar kunnen koppelen.

(3) Op 18 mei 2022 hebben de Commissie en de hoge vertegenwoordiger een gezamenlijke mededeling gepresenteerd over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers. In de mededeling werd erop gewezen dat er binnen de EU sprake is van financiële, industriële en vermogenstekorten op defensiegebied, en werd in het bijzonder aangegeven dat het feit dat er nu weer oorlog woedt in Europa, de gevolgen heeft blootgelegd van de jarenlange bezuinigingen op defensie, die geleid hebben tot een opeenstapeling van tekorten en leemten in de collectieve militaire arsenalen, alsmede tot een verminderde industriële productiecapaciteit en beperkte gezamenlijke aanbestedingen en samenwerking. De extra middelen voor defensie moeten niet alleen worden ingezet om hier iets aan te doen, maar ook om zo snel mogelijk de defensievoorraden die zijn aangesproken om militaire bijstand aan Oekraïne te leveren, aan te vullen en, indien dit nodig wordt geacht in het licht van de veranderde veiligheidssituatie, te vergroten en verouderde oplossingen voor militaire uitrusting die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, te vervangen, op basis van de vraag naar versterking van de strategische vermogens.

(4) Een specifiek kortetermijninstrument, ontworpen in een geest van solidariteit, werd genoemd als een instrument om de lidstaten op vrijwillige basis aan te sporen tot gemeenschappelijke aanbestedingen om de meest dringende en kritieke leemten, met name die welke zijn ontstaan door de reactie op de huidige Russische agressie, op een gezamenlijke manier op te vullen.

(5) Een dergelijk nieuw instrument zal bijdragen tot de versterking van de gemeenschappelijke defensieaanbestedingen, met name wat betreft de ambitie van de lidstaten om 35 % van de totale uitgaven voor defensie in de Unie via collaboratieve aanbestedingen te realiseren (in 2021 was dit slechts 18 %), en, via de bijbehorende financiering van de Unie, tot de versterking en verbetering van de industriële defensievermogens van de Unie.

(5 bis) Een dergelijk nieuw instrument moet worden gezien als een belangrijke stap in de richting van een Europese defensie-unie en een interne markt voor defensieproducten, welke ook moet helpen om de EDTIB om te vormen, door de invoering van nieuwe technologieën te stimuleren en de ontwikkeling van de EDTIB in de hele Unie te ondersteunen.

(5 ter) Een dergelijk nieuw instrument moet helpen om de open strategische autonomie van de Unie uit te breiden, haar burgers beter te beschermen en haar mondiale positie in het kader van toenemende veiligheidsdreigingen op internationaal niveau te versterken. Europese eenheid en interoperabiliteit zijn van essentieel belang voor de toekomst van de Europese veiligheidsorde.

(6) Het versterken van de EDTIB in de hele Unie door middel van de goede werking van de interne markt moet daarom centraal staan in deze inspanningen. Er bestaan namelijk nog steeds problemen en lacunes en de ▌Europese defensievermogens blijven zeer gefragmenteerd en inefficiënt, zonder voldoende gezamenlijke actie en interoperabiliteit van producten. Een dergelijk nieuw instrument is bedoeld om de geproduceerde hoeveelheden te vergroten en het sterke potentieel van ondernemingen in de Unie te benutten door gezamenlijke aanbestedingen te ondersteunen.

(6 bis) Voor de toepassing van deze verordening moet de lijst defensieproducten als omschreven in Richtlijn 2009/81/EG ruim worden geïnterpreteerd, gezien het evoluerende karakter van de technologie, het aanbestedingsbeleid en de militaire behoeften.

(6 ter) Nationale regelgeving en toenemende administratieve lasten in de defensiesector van de lidstaten hebben ertoe bijgedragen dat de mededinging werd belemmerd en de EDTIB minder gebruik kon maken van schaalvoordelen.

(6 quater) Het gebrek aan coördinatie en samenwerking op het gebied van aanbestedingen dreigt de prijzen te doen oplopen, met als gevolg dat een verhoging van de nationale defensiebegrotingen niet noodzakelijk tot sterkere militaire vermogens zal leiden.

(7) In de huidige context van de defensiemarkt, die wordt gekenmerkt door een toenemende veiligheidsdreiging en het realistische vooruitzicht van een hoogintensief conflict, verhogen de lidstaten hun defensiebegrotingen snel en streven zij naar soortgelijke aankopen. In concreto hebben 22 lidstaten toegezegd 2 % van hun bbp aan defensie te zullen besteden en daarnaast een collectieve benchmark van 20 % aan te houden voor wat betreft het deel van hun respectieve defensie-uitgaven dat voor het aankopen van materieel wordt gebruikt. Dit resulteert in een vraag die groter is dan de EDTIB-productiecapaciteit, die momenteel is afgestemd op vredestijd.

(8) Als gevolg daarvan kan een sterke prijsinflatie worden verwacht, evenals langere leveringstermijnen, waardoor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten in gevaar kan komen. De defensie-industrie moet voor voldoende productiecapaciteit zorgen om de orders te kunnen verwerken, alsook voor de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen en subcomponenten. Producenten kunnen namelijk prioriteit geven aan grote orders, waardoor de meest kwetsbare landen mogelijk in de problemen komen omdat zij niet over de kritieke omvang en financiële middelen beschikken om grote bestellingen op zich te nemen.

(8 bis) De huidige geopolitieke situatie in de oostelijke buurlanden heeft aangetoond dat, hoewel dubbel werk moet worden voorkomen, een gediversifieerde defensiemarkt kan helpen om een brede waaier aan producten te ontwikkelen die onmiddellijk op de markt verkrijgbaar zijn, wat ervoor kan zorgen dat de lidstaten afdoende in hun dringende behoeften kunnen voorzien.

(9) Desondanks moet ervoor worden gezorgd dat de toegenomen uitgaven tot een veel sterkere EDTIB in de hele Unie leiden. Nauwere samenwerking, in combinatie met meer nationale investeringen, zal de Europese defensievermogens waarschijnlijk versterken en het mondiale concurrentievermogen en de efficiëntie van de defensie-industrie in de hele Unie vergroten.

(10) In het licht van deze uitdagingen en de daarmee gepaard gaande structurele veranderingen in de defensie-industrie van de Unie, en in overeenstemming met artikel 173 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), indien de Unie en de lidstaten willen dat de industrie van de Unie concurrerend is, lijkt het noodzakelijk de aanpassing van de EDTIB te versnellen, het concurrentievermogen en de efficiëntie ervan te vergroten, nauwe samenwerking en coördinatie aan te moedigen en aldus bij te dragen tot de versterking en hervorming van de industriële defensievermogens van de lidstaten. Om de industriële tekorten in de hele Unie aan te pakken, moeten onder meer de dringendste lacunes snel worden weggewerkt en moet ook kritisch worden nagedacht over het veiligstellen van alle noodzakelijke onderdelen die nodig zijn in de defensietoeleveringsketen van de Unie, gelet op het belang van regelingen inzake voorzieningszekerheid om op lange termijn plannen te maken en samen te werken en om de Europese markt voor defensiematerieel te laten functioneren.

(11) Gemeenschappelijke investeringen en aanbestedingen op defensiegebied moeten in het bijzonder worden gestimuleerd, aangezien dit soort gezamenlijke acties ervoor zouden zorgen dat de noodzakelijke veranderingen in de industriële basis van de Unie door samenwerking plaatsvinden, wat de interoperabiliteit ten goede komt.

(12) Daartoe moet een kortetermijninstrument voor de intensivering van de samenwerking tussen de lidstaten in de fase van aanbestedingen op defensiegebied (het “instrument”) worden ingesteld. Het zal de lidstaten stimuleren gezamenlijke acties te ondernemen, en met name, wanneer zij aankopen doen om deze leemten op te vullen, dit gezamenlijk te doen, en zo het niveau van interoperabiliteit, ook met de NAVO, te verhogen en hun industriële defensievermogens te versterken en te hervormen. Het instrument moet worden gezien als een noodmechanisme dat nodig is om iets aan de huidige crisissituatie te doen, en de structuur en subsidiabiliteitsvoorwaarden ervan mogen geen afbreuk doen aan het toekomstige Europees defensie-investeringsprogramma (EDIP).

(12 bis) De aan het instrument toegewezen middelen mogen de financiering die reeds aan specifieke maatregelen van de Unie is toegewezen, niet in gevaar brengen.

(12 ter) Aangezien er van het instrument geen sprake was toen het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2021-2027 werd vastgesteld, moet, om bezuinigingen op programma’s van de Unie te voorkomen, bij de tussentijdse evaluatie van het MFK rekening worden gehouden met elk aanvullend bedrag van de specifieke financiële middelen, teneinde de stabiliteit, samenhang en ambitie voor de financiering van het instrument te waarborgen.

(13) Het kortetermijninstrument moet de complexiteit en de risico’s van dergelijke gezamenlijke acties compenseren en tegelijkertijd schaalvoordelen mogelijk maken bij de door de lidstaten ondernomen acties om de EDTIB te versterken en te moderniseren, waardoor de veerkracht van de capaciteit en de voorzieningszekerheid van de Unie worden vergroot. Het stimuleren van gemeenschappelijke aanbestedingen zou ook leiden tot lagere kosten in termen van administratieve lasten, exploitatie, onderhoud en intrekking van de systemen. Het instrument moet vergezeld gaan van inspanningen om een gelijk speelveld voor leveranciers uit alle lidstaten te behouden en stimulansen te creëren voor de uitbreiding van de EDTIB naar verdere lidstaten in de hele Unie, met bijzondere aandacht voor de betrokkenheid van kmo’s, start-ups en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de waardeketen.

(13 bis) Het instrument moet worden gebruikt om de vervanging van verouderde oplossingen voor militaire uitrusting die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, te bevorderen en om investeringen in geavanceerde defensietechnologie te stimuleren door middel van steun voor gezamenlijk onderzoek en gezamenlijke ontwikkeling.

(13 ter) Het instrument moet worden gebruikt om voor kritieke defensietechnologieën en -componenten minder afhankelijk te worden van niet-democratische landen.

(14) Dit instrument zal voortbouwen op en rekening houden met de werkzaamheden van de taskforce voor gemeenschappelijke aanbestedingen op defensiegebied die – zoals aangekondigd in de gezamenlijke mededeling over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers – door de Commissie en de hoge vertegenwoordiger/hoofd van het Europees Defensieagentschap is opgericht om de aanbestedingsbehoeften op defensiegebied op zeer korte termijn te coördineren en samen te werken met de lidstaten en defensiefabrikanten van de Unie ter ondersteuning van gemeenschappelijke aanbestedingen voor het aanvullen, versterken en opvoeren van voorraden met dringend benodigd en snel inzetbaar technologisch geavanceerd materieel, met name in het licht van de aan Oekraïne verleende steun, in het bijzonder door de lidstaten in de onmiddellijke omgeving van het land.

(15) Het instrument moet zorgen voor samenhang met bestaande samenwerkingsinitiatieven van de Unie op defensiegebied, zoals ▌het Europees Defensiefonds (EDF), de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en andere relevante initiatieven die zijn genomen naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en moet synergieën met andere programma’s van de Unie tot stand moeten brengen. Het instrument vormt een aanvulling op Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad[3]. Het instrument is volledig in overeenstemming met de ambitie van het strategisch kompas en de doelstellingen en prioriteiten van de NAVO, die het fundament blijft waar de collectieve defensie van haar leden op stoelt.

(15 bis) Aangezien 22 lidstaten ook lid zijn van de NAVO, moeten beide organisaties alles in het werk stellen om hun planning en normen op elkaar af te stemmen, zodat de verschillende strijdkrachten en hun materieel compatibel, interoperabel en onderling uitwisselbaar zijn.

(15 ter) Aangezien het instrument onder meer tot doel heeft de EDTIB concurrerender en efficiënter te maken en overheidsgeld doeltreffender te besteden, is het van essentieel belang dat ook meer inspanningen worden geleverd om eindelijk de ambitie van een echte gemeenschappelijke markt voor defensieproducten waar te maken, zoals bedoeld in de Richtlijnen 2009/43/EG en 2009/81/EG. Daartoe moeten de lidstaten deze richtlijnen beter omzetten, uitvoeren en toepassen en niet te snel afwijkingen vaststellen op grond van artikel 346 VWEU. Bovendien moet de Commissie zorgvuldig nagaan welke redenen de lidstaten aanvoeren om dergelijke afwijkingen vast te stellen, zodat een interne markt voor defensieproducten met een passend gelijk speelveld tot stand kan worden gebracht.

(16) Aangezien het instrument tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de onafhankelijkheid van de defensie-industrie van de Unie te vergroten, moeten gemeenschappelijke overheidsopdrachten – om in overeenstemming met de rechtsgrondslag van het instrument te kunnen profiteren – worden geplaatst bij contractanten en subcontractanten die in de Unie of in geassocieerde landen zijn gevestigd en niet onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een contractant of subcontractant uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. Daarnaast moeten de voor de gemeenschappelijke aanbesteding gebruikte infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, teneinde de bescherming van de essentiële veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten veilig te stellen.

(17) In bepaalde uitzonderlijke omstandigheden en gelet op het belang om de interoperabiliteit en consistentie met NAVO-leden te behouden, moet kunnen worden afgeweken van het beginsel dat contractanten en subcontractanten die bij een door het instrument gesteunde gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan. In dat verband kan een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde contractant of subcontractant die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, als contractant of subcontractant betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding, op voorwaarde dat is voldaan aan strikte voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), onder meer wat betreft de versterking van de EDTIB.

(18) De gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en overheidsopdrachten omvatten bovendien ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan enige vorm van zeggenschap van of beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, met name enige vorm van zeggenschap of beperking die de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten schendt en waardoor een lidstaat wordt beperkt in het gebruik van dat defensieproduct. Deze eis geldt niet in dringende gevallen, als de aangekochte producten in kwestie reeds voor 24 februari 2022 binnen de strijdkrachten van ten minste een van de aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelnemende lidstaten werden gebruikt. Indien de afwijking van toepassing is, moeten de landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding onderzoeken of de componenten waarvoor een beperking geldt, vervangen kunnen worden door componenten zonder beperking uit de Unie of geassocieerde derde landen, en de Commissie over hun bevindingen inlichten. De Commissie moet in het verslag als bedoeld in deze verordening een niet-vertrouwelijke samenvatting van alle bevindingen verstrekken, zodat de technologische lacunes in de EDTIB gemakkelijker kunnen worden vastgesteld. Om bij de gemeenschappelijke aanbesteding een evenwicht te vinden tussen het aanvullen van voorraden en het versterken van de EDTIB, moet, wanneer de afwijking is toegestaan, de meerderheid van de componenten uit de Unie komen en mag slechts een fractie van de componenten afkomstig zijn uit niet-geassocieerde derde landen die de veiligheids- en defensiedoelstellingen van de Unie en de lidstaten delen.

(18 bis) Aangezien dit buitengewone kortetermijninstrument bedoeld is om de meest dringende en kritieke lacunes in antwoord op de aanhoudende Russische aanvalsoorlog op te vullen, zijn de verschillende voorwaarden voor subsidiabele entiteiten, met name de afwijkingen met betrekking tot aanvullende subsidiabiliteitsvoorwaarden in verband met de clausules inzake beperkingen voor derde landen, de drempels voor onderaannemers of het aandeel van de componenten uit derde landen, en de gunningscriteria op deze doelstelling afgestemd, zonder afbreuk te doen aan toekomstige langetermijninstrumenten van de Unie die erop gericht zijn gemeenschappelijke aanbestedingen tussen de lidstaten op defensiegebied aan te moedigen, de EDTIB te versterken en de interoperabiliteit alsmede de modernisering en opschaling van de productiecapaciteit in de Unie te bevorderen. In dergelijke toekomstige instrumenten moet echter rekening gehouden worden met de ervaringen met en de resultaten van het instrument.

(19) Subsidies in het kader van het instrument moeten de vorm aannemen van financiering die niet gekoppeld is aan kosten op basis van prestaties ten opzichte van werkpakketten, mijlpalen of streefdoelen van het gemeenschappelijke aanbestedingsproces, teneinde het nodige stimulerende effect te creëren.

(20) Wanneer de subsidie van de Unie wordt verleend in de vorm van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, moet de Commissie in het meerjarig werkprogramma de financieringsvoorwaarden vaststellen voor elke actie die tot een gemeenschappelijke aanbesteding voor defensieproducten leidt als bedoeld in de gezamenlijke mededeling over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers, met name a) een beschrijving van de actie die gepaard gaat met samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke aanbestedingen om tegemoet te komen aan de meest dringende en kritieke capaciteitsbehoeften, b) de mijlpalen voor de uitvoering van de actie, c) de verwachte ▌orde van grootte van de gemeenschappelijke aanbesteding en d) de maximale beschikbare bijdrage van de Unie. Daarnaast moet ze de procedure vaststellen voor de beoordeling en de selectie van de voorstellen, alsmede voor de monitoring en het proces van uitbetaling gedurende de hele periode van uitvoering van de actie. In het werkprogramma moeten ook de financieringsprioriteiten worden vastgesteld die aansluiten bij de vereisten van hoogintensieve en langdurige gevechtsoperaties en de desbetreffende opleiding.

(20 bis) Om de ontwikkeling van kritieke componenten in de Unie te bevorderen, moet de Commissie, in samenwerking met het Europees Defensieagentschap en met gebruikmaking van de deskundigheid van het EU-waarnemingscentrum voor kritieke technologieën, een lijst opstellen van kritieke componenten van oorsprong uit derde landen waarvoor in de Unie geen alternatief bestaat. Op basis van die lijst moeten passende maatregelen worden genomen om de ontwikkeling van dergelijke kritieke componenten in de Unie te ondersteunen.

(21) Om het stimulerende effect te genereren, kan het niveau van de bijdrage van de Unie worden gedifferentieerd op basis van factoren zoals a) de complexiteit van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor een deel van de verwachte omvang van het aanbestedingscontract, op basis van bij gelijkaardige acties opgedane ervaring, als eerste maatstaf kan dienen, b) de kenmerken van de samenwerking, zoals gezamenlijk gebruik, het aanleggen van voorraden, eigendom of onderhoud, alsook de vervanging van voorraden van verouderde oplossingen voor militaire uitrusting die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, door oplossingen van de Unie die waarschijnlijk zullen leiden tot sterkere interoperabiliteitsresultaten en investeringssignalen op lange termijn naar het bedrijfsleven, ▌c) het aantal deelnemende lidstaten of geassocieerde landen of de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen in bestaande samenwerkingsverbanden, en d) de mate waarin de actie kmo’s en midcaps helpt om aan gemeenschappelijke aanbestedingen deel te nemen.

(21 bis) De nietsontziende en niet-uitgelokte Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is een keerpunt geworden voor de Europese veiligheid en in het bijzonder voor landen die aan Rusland en/of Oekraïne grenzen, of territoriale wateren of exclusieve economische zones hebben die grenzen aan die van Rusland en/of Oekraïne. Deze lidstaten zijn het mikpunt geworden van dreigende retoriek en vijandige acties van Rusland, dat daarbij wordt gesteund door Belarus. Ondanks de aanzienlijke bedreigingen voor hun eigen veiligheid blijven zij Oekraïne bijstand verlenen, ook op militair gebied. Het instrument moet de lidstaten die hun eigen voorraden snel erdoor jagen, derhalve stimuleren om deel te nemen door een grotere bijdrage van de Unie te verlenen aan acties waaraan ten minste twee van de bedoelde lidstaten deelnemen. Een dergelijke hogere bijdrage van de Unie moet ook gaan naar acties waarbij de lidstaten besluiten de aanbestedingsagent te machtigen om aanvullende hoeveelheden van het defensieproduct in kwestie voor Oekraïne en Moldavië aan te kopen. Aangezien beide landen gedeeltelijk bezet zijn door Rusland of zijn stromannen en het doelwit zijn van de Russische militaire agressie of met direct Russisch ingrijpen worden bedreigd, zal bijkomende steun voor het betrekken van Oekraïne en Moldavië, die kandidaat-lidstaten van de Unie zijn, bij de gezamenlijke aankoop van defensieproducten met andere lidstaten substantieel bijdragen aan de Europese veiligheid, de EDTIB versterken en tegelijk de samenwerking op het gebied van defensie-aanbestedingen bevorderen.

(21 ter) Het grootste gedeelte van de bijdrage van de Unie moet worden gebruikt om de doelstellingen van het instrument te bereiken. Wanneer een afwijking van dit beginsel van toepassing is en indien tegelijkertijd niet kan worden vastgesteld of de geraamde waarde van de gemeenschappelijke aanbestedingsovereenkomst exclusief btw is, moet het mogelijk zijn de hoogte van de bijdrage van de Unie op basis van die factoren te differentiëren om ervoor te zorgen dat ten minste 70 % van de bijdrage van de Unie ten goede komt aan de EDTIB.

(22) De lidstaten moeten een aanbestedingsagent aanwijzen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren. De aanbestedingsagent moet een in een lidstaat of een geassocieerd ▌land gevestigde aanbestedende dienst zijn, met inbegrip van instellingen, organen en instanties van de Unie of internationale organisaties ▌. De toepassing van het instrument mag geen afbreuk doen aan de voorschriften die met name zijn vastgesteld in Richtlijn 2009/81/EG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. Aanvullende subsidiabiliteitsvereisten zoals bedoeld in deze verordening moeten deel uitmaken van de aanbestedingsstukken en moeten voorrang hebben op andersluidende nationale wetgeving in de lidstaat waar de aanbestedingsagent is gevestigd.

(23) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad[4] (het “Financieel Reglement”)  is op dit programma van toepassing. Het bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies. Overeenkomstig artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement is ook een reeds begonnen actie subsidiabel mits de aanvrager kan aantonen dat het noodzakelijk was de actie reeds vóór ondertekening van de subsidieovereenkomst aan te vangen. De financiële bijdrage mag echter geen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen. Om te voorkomen dat de steun van de Unie onderbroken wordt en de belangen van de Unie zo kunnen worden geschaad, moet het mogelijk zijn om in het financieringsbesluit te voorzien in financiële bijdragen voor acties ▌, zelfs indien deze vóór de indiening van de subsidieaanvraag van start zijn gegaan. In afwijking van artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement moeten samenwerkingen tussen lidstaten die tussen 24 februari 2022 en de datum van inwerkingtreding van deze verordening tot stand zijn gekomen en die gericht zijn op de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, met terugwerkende kracht in aanmerking komen voor financiering, mits kan worden aangetoond dat het vooruitzicht op financiering van de Unie de samenwerking heeft gestimuleerd en dat deze samenwerkingen bijdragen aan de doelstellingen van deze verordening en voldoen aan de vereisten die erin zijn vastgesteld.

 

(25) In deze verordening worden voor het fonds de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 18 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen[5] (het “Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020”).

(25 bis) Om de deelname van de lidstaten aan het instrument aan te moedigen, moet de Commissie ernaar streven briefings en opleidingsprogramma’s te organiseren.

(26) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[6], Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad[7], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[8] en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad[9] moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken uitvoeren, waaronder controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad[10]. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(27) Volgens artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad[11] komen in landen en gebieden overzee (LGO’s) gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het instrument en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.

(28) Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Onderwerp

Bij deze verordening wordt een kortetermijninstrument voor de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (het “instrument”) vastgesteld.

Artikel 2
Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1) “gemeenschappelijke aanbesteding”: een gezamenlijke aanbesteding die door ten minste drie lidstaten gezamenlijk wordt uitgevoerd;

2) “zeggenschap door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land”: het vermogen om direct of indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten een beslissende invloed uit te oefenen op een juridische entiteit;

3) “uitvoerende bestuursstructuur”: een overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan van een juridische entiteit dat in voorkomend geval aan de bestuursvoorzitter rapporteert en gemachtigd is om de strategie, doelstellingen en algemene richting van de juridische entiteit te bepalen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming;

4) “entiteit uit een niet-geassocieerd derde land”: een juridische entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd of, indien het gaat om een juridische entiteit die in de Unie of een geassocieerd land is gevestigd, waarvan de uitvoerende bestuursstructuur zich in een niet-geassocieerd derde land bevindt;

5) “aanbestedingsagent”: een in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde aanbestedende dienst als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt f), van Richtlijn 2014/24/EG, het Europees Defensieagentschap of een internationale organisatie die door ten minste drie lidstaten is aangewezen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren ▌;

5 bis) “defensieproducten”: producten op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor opdrachten worden geplaatst als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2009/81/EG, alsook medische gevechtsuitrusting; defensieproducten omvatten uitrusting, diensten, werken en leveringen die nodig zijn voor het verwezenlijken van de in artikel 3 van deze verordening genoemde doelstelling;

6) “derde land”: een land dat geen lid van de Unie is;

6 bis) “gerubriceerde informatie”: informatie of materiaal in ongeacht welke vorm waarvan ongeoorloofde openbaarmaking de belangen van de Unie of van een of meer van haar lidstaten in meerdere of mindere mate kan schaden en waarvoor een EU-rubricering of een overeenkomstige rubricering geldt zoals vastgelegd in de Overeenkomst van mei 2011 tussen de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de bescherming van in het belang van de Unie uitgewisselde gerubriceerde informatie;

6 ter) “gevoelige informatie”: informatie en gegevens die niet gerubriceerd zijn en die moeten worden beschermd tegen ongeoorloofde toegang of openbaarmaking, op grond van het Unierecht of van nationaal recht, indien van toepassing, dan wel om de persoonlijke levenssfeer of veiligheid van een natuurlijke persoon of rechtspersoon te waarborgen;

Artikel 3
Doelstellingen

1. Het instrument heeft de volgende doelstellingen:

a) bevordering van het concurrentievermogen en de efficiëntie van de ▌EDTIB, waaronder kmo's en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps), voor een veerkrachtigere en veiligere Unie, met name door op een gezamenlijke manier te zorgen voor een versnelling van de aanpassing, op kostenefficiënte wijze, van de industrie aan structurele en technologische veranderingen, met inbegrip van de uitbreiding van haar productiecapaciteit door middel van technologische innovatie en de openstelling van de toeleveringsketens over de grenzen heen in de hele Unie, zodat de EDTIB er beter in slaagt de meest kritieke en dringende defensieproducten te leveren die de lidstaten nodig hebben;

b) bevordering van de samenwerking tussen de ▌lidstaten op het gebied van overheidsopdrachten op defensiegebied, om bij te dragen tot solidariteit, interoperabiliteit en het voorkomen van verdringingseffecten, alsmede het terugdringen van de versnippering en het verhogen van de doeltreffendheid van overheidsuitgaven, en bevordering van een nauwere convergentie van de nationale normen en vereisten op het gebied van de aanschaf van defensieproducten, met behoud van het concurrentievermogen en de diversiteit van de producten die voor de lidstaten en in de toeleveringsketen beschikbaar zijn.

2. Bij het nastreven van de in lid 1 genoemde doelstellingen wordt de nadruk gelegd op het versterken, ontwikkelen en uitbreiden van de EDTIB in de hele Unie, met eerbiediging van de rechtsgrondslag van het instrument, zodat de EDTIB met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, met name die welke door de reactie op de Russische agressie tegen Oekraïne aan het licht zijn gekomen of verergerd, rekening houdend met de Gezamenlijke Mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van 18 mei 2022 over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en toekomstig beleid en de werkzaamheden van de gezamenlijke taskforce voor overheidsopdrachten op defensiegebied. Dit kan worden gerealiseerd door het aanvullen van voorraden die uitgeput zijn als gevolg van de overdracht van defensieproducten aan Oekraïne, onder meer via uitrusting die beschikbaar is op de markt, en door de vervanging van verouderde uitrusting, met name oplossingen voor militaire uitrusting die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, alsmede door een versterking van de algemene defensiecapaciteit

Artikel 4
Begroting

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 2024 bedragen 1 miljard EUR in lopende prijzen.

2. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het instrument, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen.

3. De aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen kunnen op verzoek van de betrokken lidstaat naar het instrument worden overgeschreven onder de in de relevante bepalingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen uiteengezette voorwaarden. De Commissie voert die middelen op directe wijze uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (het “Financieel Reglement”). Deze middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

4. Vastleggingen in de begroting voor activiteiten waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.

Artikel 5
Geassocieerde landen en aanvullende overeenkomsten die van toepassing zijn op andere derde landen

Het instrument staat open voor deelname van lidstaten en leden van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (geassocieerde landen), overeenkomstig de voorwaarden van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Uit hoofde van de overeenkomst tussen de deelnemende lidstaten en de aanbestedingsagent als bedoeld in artikel 8, lid 2, kan de aanbestedingsagent, mits de aan de overeenkomst deelnemende lidstaten hier unaniem hun goedkeuring aan hechten, gemachtigd worden een overeenkomst te faciliteren en te sluiten om aanvullende hoeveelheden van het defensieproduct waarvoor een gemeenschappelijke aanbesteding is uitgeschreven aan te kopen met derde landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Unie en waarvan het grondgebied zich in de onmiddellijke nabijheid van Oekraïne bevindt of gevolgen ondervindt van de oorlog in dat land, en waarvan het grondgebied bezet wordt door troepen die gesteund worden door de Russische Federatie, zoals Oekraïne en Moldavië. Dergelijke aanvullende aanbestedingsovereenkomsten laten de toepasselijke bepalingen van het Unierecht en alle relevante internationale verplichtingen van de deelnemende lidstaten onverlet.

Het instrument financiert niet de aankoop van extra hoeveelheden defensieproducten waarop een gemeenschappelijke aanbesteding uit hoofde van dit lid van toepassing is. Het wordt uitsluitend gebruikt voor de financiering van de kosten van samenwerking in het kader van de gemeenschappelijke aanbesteding van dergelijke extra hoeveelheden.

Artikel 6
Uitvoering en vormen van EU-financiering

1. Het Instrument wordt ten uitvoer gelegd via direct beheer, overeenkomstig het Financieel Reglement.

2. De EU-financiering stimuleert de samenwerking tussen de lidstaten om de in artikel 3 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het gezamenlijke karakter van de gemeenschappelijke aanbesteding ▌om het stimulerende effect te creëren dat nodig is om de samenwerking aan te moedigen.

3. In afwijking van artikel 193 van het Financieel Reglement en indien dit nodig is voor de uitvoering van een actie, kunnen de financiële bijdragen betrekking hebben op acties die zijn opgestart vóór de datum van het verzoek om financiële bijdragen voor die actie, op voorwaarde dat met de actie niet is begonnen vóór 24 februari 2022 en dat de actie niet is voltooid vóór de ondertekening van de subsidieovereenkomst.

3 bis. De financiële bijdrage van de Unie aan elke actie bedraagt ten hoogste 15 % van het in artikel 4, lid 1, vermelde bedrag en wordt geplafonneerd op 20 % van de geschatte waarde van de gemeenschappelijke overheidsopdracht per consortium van lidstaten en geassocieerde landen.

In afwijking van de eerste alinea van dit lid kan de financiële bijdrage van de Unie aan elke actie hoger liggen dan 15 %, maar bedraagt zij maximum 20 % van het in artikel 4, lid 1, vermelde bedrag en wordt zij geplafonneerd op 25 % van de geschatte waarde van de gemeenschappelijke aanbestedingsovereenkomst, mits aan minstens een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) ten minste twee leden van een consortium van lidstaten en geassocieerde landen hebben een gemeenschappelijke grens met Rusland of met landen die door Rusland agressief worden bejegend, of hebben territoriale wateren of exclusieve economische zones die aan die van Rusland of de landen die door Rusland agressief worden bejegend, grenzen;

b) een van de derde landen die in artikel 5, alinea 1 bis, worden vermeld, ontvangt aanvullende hoeveelheden in het kader van de aanbestedingsactie overeenkomstig die alinea;

c) ten minste 15 % van de geschatte waarde van de gemeenschappelijke overheidsopdracht wordt toegewezen aan kmo’s en/of midcaps, als contractanten of subcontractanten.

4. In direct beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

Artikel 7
Subsidiabele acties

1. Alleen acties die aan alle volgende criteria voldoen, komen in aanmerking voor financiering in het kader van het instrument:

a) de acties omvatten samenwerking tussen in aanmerking komende entiteiten als bedoeld in artikel 9 voor een gemeenschappelijke aanbesteding die gericht is op de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, waarbij de in artikel 3 bedoelde doelstellingen worden uitgevoerd;

b) de acties omvatten nieuwe samenwerking of een uitbreiding van bestaande samenwerking naar nieuwe lidstaten of geassocieerde landen;

c) de acties worden uitgevoerd door een consortium van ten minste drie lidstaten;

d) de acties voldoen aan de aanvullende voorwaarden van artikel 8.

2. De volgende acties komen niet in aanmerking voor financiering:

a) acties voor gemeenschappelijke aanbestedingen van goederen of diensten die door het toepasselijke internationale recht verboden zijn;

b) acties voor de gemeenschappelijke aanschaf van dodelijke autonome wapens zonder de mogelijkheid van betekenisvolle menselijke controle op beslissingen over selectie en betrokkenheid bij aanvallen op mensen.

Artikel 8
 

Aanvullende subsidiabiliteitsvoorwaarden

1. De lidstaten of geassocieerde ▌landen wijzen bij consensus een aanbestedingsagent aan die namens hen optreedt met het oog op de gemeenschappelijke aanbesteding. Namens de landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding voert de aanbestedingsagent de aanbestedingsprocedures uit en sluit zij de daaruit voortvloeiende contracten met de contractanten. Deze verordening laat de regels van met name Richtlijn 2009/81/EG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied onverlet.

2. De in lid 1 bedoelde aanbestedingsprocedures zijn gebaseerd op een overeenkomst die door de deelnemende landen met de aanbestedingsagent moet worden ondertekend onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het in artikel 11 bedoelde werkprogramma. In de overeenkomst worden onder meer de bijzonderheden van de procedure vermeld, alsmede de reden voor de keuze van die procedure, de beoordeling van de inschrijvingen en de gunning van het contract.

3. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten deelnamevereisten voor contractanten en subcontractanten die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding als bedoeld in de leden 4 tot en met 10.

4. Contractanten en subcontractanten die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, zijn gevestigd en hebben hun uitvoerende bestuursstructuren in de Unie of het geassocieerde land. Zij staan niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. In het andere geval zijn zij gescreend in de zin van Verordening (EU) 2019/452 en, zo nodig, onderworpen aan beperkende maatregelen, rekening houdend met de doelstellingen als bedoeld in artikel 3 van deze verordening.

5. In afwijking van lid 4 van dit artikel mag een in de Unie of in een geassocieerd ▌land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, ▌deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding indien zij garanties biedt die zijn geverifieerd door de lidstaat of het geassocieerde ▌land waarin de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, is gevestigd. De garanties bevatten waarborgen dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant bij de gemeenschappelijke aanbesteding niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 van deze verordening genoemde doelstellingen.

6. De deelnemende lidstaten verschaffen de Commissie een kennisgeving van de aanbestedingsagent over de garanties die worden verstrekt door een bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractant of subcontractant als bedoeld in lid 5 van dit artikel. De garanties en de desbetreffende bepalingen in het aanbestedingscontract worden op verzoek ter beschikking van de Commissie gesteld. De garanties bieden garanties dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 van dit artikel genoemde doelstellingen.

7. De in lid 6 bedoelde garanties zijn gebaseerd op een gestandaardiseerd model dat de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen vaststelt uiterlijk [één maand na inwerkingtreding van deze verordening]. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. De garanties en het model worden opgenomen in het bestek. De waarborgen moeten met name aantonen dat er voor de gemeenschappelijke aanbestedingen maatregelen zijn getroffen die ervoor zorgen dat:

a) de controle over de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet zodanig wordt uitgeoefend dat diens vermogen om de bestelling uit te voeren en resultaten te leveren wordt belemmerd of beperkt, en;

b) de toegang van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land tot gevoelige informatie wordt verhinderd en de werknemers of andere personen die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, beschikken over een door een lidstaat afgegeven nationale veiligheidsmachtiging.

8. De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd ▌land. Indien er in de Unie of in een geassocieerd ▌land geen ▌alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen voorhanden zijn, mogen de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten hun activa, infrastructuur, faciliteiten en middelen gebruiken die zich buiten het grondgebied van de lidstaten of van de geassocieerde ▌landen bevinden of aldaar worden gehouden, mits dergelijk gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, strookt met de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

9. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en contracten omvatten ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land waardoor een lidstaat wordt beperkt in het gebruik van dat defensieproduct.

9 bis. In afwijking van lid 9 is de in dat lid bedoelde vereiste voor het defensieproduct niet van toepassing als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a) de gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten betreffen kritieke defensieproducten die dringend nodig zijn om voorraden aan te vullen die zijn geslonken als gevolg van de respons op de Russische militaire agressie tegen Oekraïne;

b) de EDTIB heeft onvoldoende capaciteit om de meest dringende en kritieke tekorten in de voorraden van de lidstaten aan te vullen of kan de defensieproducten niet binnen een passende termijn leveren;

c) de aan de aanbesteding deelnemende lidstaten of geassocieerde landen hebben zorgvuldig beoordeeld of het haalbaar is de aan de beperking onderworpen onderdelen te vervangen door alternatieve onderdelen uit de Unie waarvoor geen beperkingen gelden;

d) de aangekochte producten waren voor 24 februari 2022 in gebruik bij de strijdkrachten van ten minste twee lidstaten die aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelnemen.

10. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “subcontractanten die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding” verstaan:

b) entiteiten waaraan ten minste 20 % van de waarde van het contract is toegewezen;

c) onderaannemers die voor de uitvoering van de gemeenschappelijke aanbesteding toegang tot gerubriceerde informatie kunnen vereisen.

10 bis. Het aandeel van de onderdelen die afkomstig zijn uit niet-geassocieerde derde landen bedraagt niet meer dan 40 % van de geraamde waarde van het aanbestedingscontract. Er worden geen onderdelen betrokken uit niet-geassocieerde derde landen die schade toebrengen aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, met inbegrip van eerbiediging van het beginsel van goede nabuurschapsbetrekkingen.

Artikel 9
Subsidiabele entiteiten

Op voorwaarde dat zij voldoen aan de subsidiabiliteitscriteria van artikel 197 van het Financieel Reglement, komen de volgende entiteiten in aanmerking voor financiering:

a) de aanbestedende diensten van de lidstaten;

b) overheidsinstanties van geassocieerde ▌landen;

b bis) aanbestedingsagenten als bedoeld in artikel 2, lid 5.

Artikel 10
Toekenningscriteria

De Commissie beoordeelt de ingediende voorstellen op basis van de volgende toekenningscriteria:

1. de bijdrage van de actie aan het versterken van het concurrentievermogen, de aanpassing en de verdere ontwikkeling en modernisering van de EDTIB, zodat deze met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten als bedoeld in artikel 3, onder meer met betrekking tot ▌de leveringstermijnen, ▌beschikbaarheid en levering;

1 bis. de bijdrage van de actie aan de aanvulling van voorraden die uitgeput zijn als gevolg van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie tegen Oekraïne, rekening houdend met de mate van uitputting van de voorraden van de deelnemende lidstaten in de categorie aangekochte defensieproducten sinds 24 februari 2022;

 

3. de bijdrage van de actie aan de versterking van de samenwerking tussen de lidstaten of geassocieerde landen en de interoperabiliteit van producten;

4. het aantal lidstaten of geassocieerde landen dat aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelneemt;

5. de geraamde waarde van de gemeenschappelijke aanbesteding ▌;

6. de bijdrage van de actie aan het overwinnen van belemmeringen voor gemeenschappelijke aanbestedingen en aan de totstandbrenging van nieuwe toeleveringsketens in de hele Unie;

7. de kwaliteit en efficiëntie van de plannen voor de uitvoering van de actie;

7 bis. de deelname van kmo’s en midcaps uit de Unie als contractanten en subcontractanten of aan het productieproces van aangekochte producten, alsook de bijdrage van de actie aan de diversificatie van de toeleveringsketen.

Artikel 11
Werkprogramma

1. Het instrument wordt uitgevoerd door middel van een meerjarig werkprogramma als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement.

2. Uiterlijk [drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vult de Commissie deze verordening door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 13 bis aan door het in lid 1 bedoelde werkprogramma vast te stellen. 

3. Het werkprogramma bevat:

a) de minimale financiële omvang van de gezamenlijke aanbestedingsacties;

b) het indicatieve bedrag van de financiële steun voor acties die worden uitgevoerd door het minimumaantal lidstaten als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt c);

c) stimulansen voor aanbestedingen met een hogere waarde en de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen of landen als bedoeld in artikel 5, lid 2;

d) het totaalbedrag van de Uniebijdrage voor elke financieringsprioriteit;

e) een beschrijving van de acties waarbij wordt samengewerkt met het oog op gemeenschappelijke aanbestedingen;

f) de geraamde waarde van de gemeenschappelijke aanbesteding;

g) de procedure voor de evaluatie en selectie van voorstellen;

h) de beschrijving van het monitoring- en uitbetalingsproces gedurende de uitvoering van de actie in kwestie.

4. In het werkprogramma worden de financieringsprioriteiten vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 3, lid 2, bedoelde behoeften, die voldoen aan de vereisten van hoogintensieve en langdurende gevechtsoperaties en de desbetreffende opleiding, en die erop gericht zijn de beschikbaarheid te waarborgen van voldoende hoeveelheden van in het bijzonder:

a) alle soorten munitie voor grondgevechten, met inbegrip van specifieke raketten;

b) lucht-grondmunitie voor de middellange en lange afstand, in het bijzonder precisiegeleide projectielen en kruisraketten;

c) luchtverdedigingsspecifieke effectoren, in het bijzonder voor luchtverdediging voor de korte afstand en grondgebonden luchtverdediging;

d) logistieke bevoorrading en ondersteuning, transportfaciliteiten, genietaken, bevoorrading met diesel, olie en smeermiddelen;

e) medische gevechtsuitrusting, waarvoor de in artikel 8, lid 2, vermelde overeenkomst bepalingen moet bevatten voor nauwe samenwerking tussen de inkoopagent en het Europees medisch commando;

f) beschermde gevechts- en gevechtsondersteunende uitrusting;

g) beschermende uitrusting voor troepen, aangepast aan de operationele context;

h) op meerdere gebieden inzetbare commando- en controlecapaciteiten, alsmede interoperabele communicatie- en informatiesystemen;

i) opleidingsondersteunende uitrusting en opleidingsvoorzieningen met betrekking tot de punten a) t/m h).

Artikel 11 bis
Toepassing van de regels voor gerubriceerde en gevoelige informatie

1. Binnen het toepassingsgebied van deze verordening:

a) zorgt elke lidstaat ervoor dat hij eenzelfde mate van bescherming van gerubriceerde EU-informatie biedt als de beveiligingsvoorschriften van de Raad die zijn vervat in Besluit 2013/488/EU van de Raad[12];

b) beschermt de Commissie gerubriceerde informatie overeenkomstig de in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie vastgestelde veiligheidsvoorschriften[13].

2. Het gebruik en de openbaarmaking van gevoelige informatie wordt geregeld door het toepasselijke Unie- en nationale recht en is onderworpen aan goedkeuring door de lidstaten.

3. De Commissie gebruikt een beveiligd systeem om gevoelige en gerubriceerde informatie tussen de Commissie en de lidstaten en geassocieerde landen en, in voorkomend geval, met de aanvragers en de ontvangers, uit te wisselen. In dat systeem wordt rekening gehouden met de nationale beveiligingsvoorschriften van de lidstaten.

Artikel 12
Toezicht en verslaglegging

1. Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de Commissie in samenwerking met het Europees Defensieagentschap een evaluatieverslag over het instrument op en dient dit in bij het Europees Parlement en de Raad. In het verslag worden het effect en de doeltreffendheid van de in het kader van het instrument genomen maatregelen geëvalueerd.

2. In dat verslag wordt op basis van de raadplegingen van de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden ▌een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Er wordt met name een evaluatie in uitgevoerd van de bijdrage van het instrument aan:

a) de totstandbrenging van nieuwe, grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten, geassocieerde landen of landen als bedoeld in artikel 5, lid 2;

b) de deelname van kmo’s en midcaps aan de actie als contractanten en subcontractanten in de toeleveringsketen;

c) de versterking van de EDTIB overal in de Unie, en de waarborging van een gelijk speelveld voor leveranciers uit de lidstaten;

d) de aanvulling van voorraden die uitgeput zijn als gevolg van de overdracht van defensieproducten aan Oekraïne;

e) de vervanging van verouderde oplossingen voor militair materieel die ontworpen en/of geproduceerd zijn in de Sovjet-Unie, of latere oplossingen voor militaire uitrusting die daarop gebaseerd zijn, door oplossingen van de Unie.

In het verslag wordt de betrokkenheid van elke lidstaat vermeld en worden de potentiële knelpunten in de werking van het instrument geëvalueerd.

Daarnaast worden in het verslag, op basis van een inschatting van de behoeften van de Unie op het gebied van essentiële defensiecapaciteit, gebieden geïdentificeerd waar kritieke afhankelijkheden en tekorten bestaan met betrekking tot grondstoffen, componenten en productiecapaciteit uit derde landen, inclusief een beoordeling van de mogelijkheden om alternatieven te ontwikkelen binnen de Unie.

2 bis. Voor elke subsidie wijst de Commissie, na raadpleging van het consortium van de betrokken lidstaten en geassocieerde landen, een functionaris van de aanbestedingsagent aan als controlefunctionaris. Deze functionaris houdt toezicht op de uitvoering van de gemeenschappelijke aanbesteding, brengt om de drie maanden tot het einde van de uitbetalingsperiode van het instrument verslag uit aan de Commissie over de voortgang en draagt bij aan het verslag van lid 1.

2 ter. De controlefunctionaris brengt verslag uit aan het Europees Parlement.  Op verzoek van het Europees Parlement vindt deze verslaglegging plaats op het niveau “EU Restricted”.

Artikel 12 bis
Ontwikkeling van kritieke componenten in de Unie

Binnen 12 maanden na de publicatie van het in artikel 12 bedoelde evaluatieverslag en op basis van de bevindingen van dat verslag stelt de Commissie, in samenwerking met het Europees Defensieagentschap, een lijst op van kritieke componenten uit derde landen waarvoor in de Unie geen alternatief bestaat, en neemt zij passende maatregelen om de ontwikkeling ervan in de Unie te bevorderen, onder meer door middel van O&O, en met name via het Europees Defensiefonds.

Artikel 13
Informatie, communicatie en publiciteit

1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. Om de deelname van kmo’s en midcaps te vergemakkelijken, ontvangen zij de nodige informatie voor hun deelname aan de gemeenschappelijke aanbestedingsprocedure in het kader van dit instrument.

2. De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het Instrument alsmede de acties en de resultaten ervan. De aan het Instrument toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

Artikel 13 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De bevoegdheid om de in artikel 11 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend met ingang van [...] jaar vanaf [de datum waarop deze verordening in werking treedt].

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 11 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 11 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 14
Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Het Europees Defensieagentschap wordt uitgenodigd om de vergaderingen van het comité bij te wonen als waarnemer, teneinde zijn standpunten kenbaar te maken en zijn deskundigheid te delen. De Europese Dienst voor extern optreden wordt eveneens uitgenodigd om de vergaderingen van het comité bij te wonen.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 15
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

 


 

BIJLAGE: LIJST VAN INSTANTIES WAARVAN OF PERSONEN VAN WIE DE RAPPORTEUR INFORMATIE HEEFT ONTVANGEN

De volgende lijst is op zuiver vrijwillige basis en onder exclusieve verantwoordelijkheid van de rapporteur opgesteld. De rapporteur heeft bij het opstellen van dit verslag tot op het moment van goedkeuring ervan in de commissie input ontvangen van de volgende instanties of personen:

Entiteit en/of persoon

MBDA

ASD

GE Aerospace

C&V Consulting

AmChamEU

PGZ

 

 

 


 

ADVIES VAN DE COMMISSIE INTERNE MARKT EN CONSUMENTENBESCHERMING (29.3.2023)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen.

(COM(2022)0349 – C9‑0287/2022 – 2022/0219(COD))

Rapporteur voor advies: Ivars Ijabs

 

BEKNOPTE MOTIVERING

Rapporteur verwelkomt het voorstel van de Commissie houdende de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen, alsook het algemene doel van verbetering van het concurrentievermogen van de Europese industriële defensiebasis. Het instrument zal samenwerking en interoperabiliteit bevorderen op een kritiek moment waarop de defensierespons van de Unie moet worden versterkt. Samenwerking door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen is een passend instrument voor lidstaten met vergelijkbare of identieke behoeften, teneinde hun afzonderlijke kosten te verlagen, individuele risiso’s te reduceren, en de middelen zo doeltreffend mogelijk te gebruiken door ze te poolen.

Rapporteur is van mening dat het voornaamste doel van het instrument het aanvullen van de voorraden van defensieproducten moet zijn. In een geest van solidariteit hebben de lidstaten - naar aanleiding van de illegale Russische invasie van Oekraïne - defensieproducten gedeeld met en overgebracht naar Oekraïne, en derhalve is het nu dringend noodzakelijk hun nationale defensiecapaciteit weer op niveau te brengen. Als gevolg van het beperkte tijdskader en budget van het instrument stelt rapporteur voor het toepassingsgebied ervan te verbreden, en toe te staan dat contractanten en subcontractanten uit niet-geassocieerde landen en landen van het trans-Atlantische partnerschap aan openbare aanbestedingen kunnen deelnemen. Dit zal de lidstaten meer opties en flexibiliteit bieden om op doeltreffende wijze defensieproducten in te kopen.

Kleine en middelgrote ondernemingen alsook middelgrote beursgenoteerde ondernemingen zijn cruciale spelers in de Europese defensie-industrie, en het instrument moet hen kansen bieden om bij te dragen aan en gebruik te maken van de vaststelling van dit financiële instrument. Rapporteur stelt voor de betrokkenheid van kmo’s en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen bij de ontwikkeling van de Europese industriële defensiebasis te vergroten door middel van diversificatie van de toeleveringsketen en door van hun bijdrage een gunningscriterium te maken.

Rapporteur onderkent tot slot de urgentie en de grote prioriteit van dit voorstel, en de noodzaak het zo snel mogelijk in werking te laten treden. De middelen van het instrument zijn bedoeld voor hoogdringende behoeften en derhalve is snelheid een conditio sine qua non. Hij heeft een ambitieus tijdspad ontwikkeld en belooft zijn advies op tijd af te ronden, teneinde het voorstel zo snel mogelijk effect te laten hebben.

 


AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement  1

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Een specifiek kortetermijninstrument, ontworpen in een geest van solidariteit, werd genoemd als een instrument om de lidstaten op vrijwillige basis aan te sporen tot gemeenschappelijke aanbestedingen om de meest dringende en kritieke leemten, met name die welke zijn ontstaan door de reactie op de huidige Russische agressie, op een gezamenlijke manier op te vullen.

(4) Een specifiek kortetermijninstrument, ontworpen in een geest van solidariteit, werd genoemd als een instrument om de lidstaten op vrijwillige basis aan te sporen tot gemeenschappelijke aanbestedingen om de meest dringende en kritieke leemten, met name die welke zijn ontstaan door de reactie op de huidige Russische agressie, op een gezamenlijke manier op te vullen, en verdere militaire steun aan Oekraïne mogelijk te maken en aan te moedigen.

Amendement  2

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Een dergelijk nieuw instrument zal bijdragen tot de versterking van de gemeenschappelijke defensieaanbestedingen en, via de bijbehorende financiering van de Unie, tot de versterking van de industriële defensievermogens van de EU.

(5) Een dergelijk nieuw instrument zal bijdragen tot de versterking van de gemeenschappelijke defensieaanbestedingen, met name door de benchmark te halen om 35 % van de totale uitgaven voor defensiemateriaal te besteden via gezamenlijke aankoop met andere lidstaten, en, via de bijbehorende financiering van de Unie, tot de versterking van de industriële defensievermogens van de lidstaten op een kostenefficiënte manier waarbij wordt gebruikgemaakt van schaalvoordelen.

Amendement  3

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) Het instrument moet vergezeld worden van inspanningen om de Europese defensie- en veiligheidsmarkten, -diensten en -systemen te versterken en te harmoniseren, teneinde een gelijk speelveld tot stand te brengen voor leveranciers uit alle lidstaten, met name kmo’s en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen.

Amendement  4

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) Dit instrument zal voortbouwen op en rekening houden met de werkzaamheden van de gezamenlijke taskforce voor overheidsopdrachten op defensiegebied die door de Commissie en de hoge vertegenwoordiger/hoofd van het agentschap is opgericht, in overeenstemming met de gezamenlijke mededeling “Defence Investment Gaps Analysis and Way Forward”, om de behoeften op het gebied van overheidsopdrachten op het gebied van defensie op zeer korte termijn te coördineren en samen te werken met de lidstaten en EU-defensiefabrikanten om gezamenlijke aanbestedingen voor het aanvullen van voorraden te ondersteunen, met name in het licht van de aan Oekraïne verleende steun.

(14) Dit instrument zal voortbouwen op en rekening houden met de werkzaamheden van de lidstaten en de gezamenlijke taskforce voor overheidsopdrachten op defensiegebied die door de Commissie en de hoge vertegenwoordiger/hoofd van het agentschap is opgericht, in overeenstemming met de gezamenlijke mededeling “Defence Investment Gaps Analysis and Way Forward”, om de behoeften op het gebied van overheidsopdrachten op het gebied van defensie op zeer korte termijn te coördineren en samen te werken met de lidstaten en EU-defensiefabrikanten om gezamenlijke aanbestedingen voor het aanvullen van voorraden te ondersteunen, met name in het licht van de aan Oekraïne verleende steun.

Amendement  5

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Aangezien het instrument tot doel heeft het concurrentievermogen en de efficiëntie van de defensie-industrie van de Unie te vergroten, moeten gemeenschappelijke overheidsopdrachten, om van het instrument te kunnen profiteren, worden geplaatst bij juridische entiteiten die in de Unie of in geassocieerde landen zijn gevestigd en niet onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. Daarnaast moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, teneinde de bescherming van de essentiële veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten veilig te stellen.

(16) Aangezien het instrument tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de onafhankelijkheid van de defensie-industrie van de Unie te vergroten, moeten gemeenschappelijke overheidsopdrachten, om in overeenstemming met de rechtsgrondslag van het instrument te kunnen profiteren, worden geplaatst bij contractanten en subcontractanten die in de Unie of in geassocieerde landen zijn gevestigd en niet onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een contractant of subcontractant uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. Daarnaast moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, teneinde de bescherming van de essentiële veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten veilig te stellen.

Amendement  6

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) De Russische aanvalsoorlog heeft niet alleen in de Unie de voorraden uitgeput. Daarom is het passend de derde landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Unie te helpen bij het aanvullen van hun voorraden die zijn uitgeput als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, door hen uit te nodigen gezamenlijk defensieproducten aan te kopen, op voorwaarde dat dit niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, en unaniem is overeengekomen tussen de deelnemende lidstaten. Kandidaat-lidstaten zouden alleen aanvullende hoeveelheden van het defensieproduct mogen kunnen aankopen, terwijl er geen overdracht van middelen tussen lidstaten en kandidaat-lidstaten, toekenning van beslissingsrechten of stimulering van industrieën buiten de Unie mag plaatsvinden die verder gaan dan de mogelijkheden waarin deze verordening voorziet. Dit zou de lidstaten in staat stellen grotere schaalvoordelen te realiseren en tegelijkertijd de impuls die aan de Europese technologische en industriële defensiebasis wordt gegeven, te vergroten.

Amendement  7

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) In bepaalde omstandigheden moet kunnen worden afgeweken van het beginsel dat contractanten en subcontractanten die bij een door het instrument gesteunde gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan. In dat verband kan een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, als contractant en subcontractant betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding indien aan strikte voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), is voldaan, onder meer wat betreft de versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis.

(17) In bepaalde uitzonderlijke omstandigheden en met het oog op het belang om de interoperabiliteit en consistentie met NAVO-leden, moet kunnen worden afgeweken van het beginsel dat contractanten en subcontractanten die bij een door het instrument gesteunde gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan. In dat verband kan een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde contractant of subcontractant die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, als contractant of subcontractant betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding indien aan strikte voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), is voldaan, onder meer wat betreft de versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis.

Amendement  8

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) De gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten bovendien ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan de zeggenschap van of een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

(18) De gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten bovendien ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan enige vorm van zeggenschap van of beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, met name die welke de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten schenden en de lidstaten beperken het product te gebruiken. De eis geldt niet in dringende gevallen, als de aangekochte producten reeds voor 24 februari 2022 binnen de strijdkrachten van ten minste een van de aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelnemende lidstaten werden gebruikt. Indien de afwijking van toepassing is, moeten de landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding onderzoeken of de onderdelen waarvoor een beperking geldt, vervangen kunnen worden door onderdelen zonder beperking uit de Unie of geassocieerde derde landen, en de Commissie over hun bevindingen inlichten. De Commissie moet in het verslag als bedoeld in deze verordening een niet-vertrouwelijke samenvatting van alle bevindingen verstrekken, zodat de technologische lacunes in de Europese technologische en industriële defensiebasis gemakkelijker kunnen worden vastgesteld. Om bij de gemeenschappelijke aanbesteding een evenwicht te vinden tussen het aanvullen van voorraden en het versterken van de Europese technologische en industriële defensiebasis, moet, wanneer de afwijking is toegestaan, de meerderheid van de onderdelen uit de Unie komen en mag slechts een fractie van de onderdelen afkomstig zijn uit niet-geassocieerde derde landen die de veiligheids- en defensiedoelstellingen van de Unie en haar lidstaten delen.

Amendement  9

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 18 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(18 bis) Aangezien dit buitengewone kortetermijninstrument bedoeld is om de meest dringende en kritieke lacunes in antwoord op de aanhoudende Russische agressie op te vullen, zijn de verschillende voorwaarden voor subsidiabele entiteiten, met name de afwijkingen met betrekking tot aanvullende subsidiabiliteitsvoorwaarden in verband met de clausules inzake beperkingen voor derde landen, de drempels voor onderaannemers of het aandeel van de onderdelen van derde landen en gunningscriteria, op deze doelstelling afgestemd, zonder afbreuk te doen aan toekomstige langetermijninstrumenten van de Unie die erop gericht zijn om gemeenschappelijke aanbestedingen tussen de lidstaten op defensiegebied aan te moedigen, de Europese technologische en industriële defensiebasis (hierna “EDTIB” genoemd) te versterken, en de interoperabiliteit alsmede de modernisering en opschaling van de productiecapaciteit in de Unie te bevorderen. In dergelijke toekomstige instrumenten moet echter rekening gehouden worden met de ervaringen met en de resultaten van dit instrument.

Amendement  10

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Om het stimulerende effect te genereren, kan het niveau van de bijdrage van de Unie worden gedifferentieerd op basis van factoren zoals a) de complexiteit van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor een deel van de verwachte omvang van het aanbestedingscontract, op basis van bij gelijkaardige acties opgedane ervaring, als eerste maatstaf kan dienen, b) de kenmerken van de samenwerking, zoals gezamenlijk gebruik, het aanleggen van voorraden, eigendom of onderhoud, die waarschijnlijk zullen leiden tot sterkere interoperabiliteitsresultaten en investeringssignalen op lange termijn naar het bedrijfsleven, en c) het aantal deelnemende lidstaten of geassocieerde landen of de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen in bestaande samenwerkingsverbanden.

(21) Om het stimulerende effect te genereren, kan het niveau van de bijdrage van de Unie worden gedifferentieerd op basis van factoren zoals a) de complexiteit van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor een deel van de verwachte omvang van het aanbestedingscontract, op basis van bij gelijkaardige acties opgedane ervaring, als eerste maatstaf kan dienen, b) het aantal deelnemende lidstaten of geassocieerde landen of de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen in bestaande samenwerkingsverbanden.

Amendement  11

 

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) De lidstaten moeten een aanbestedingsagent aanwijzen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren. De inkoopagent moet een aanbestedende dienst zijn die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd derde land, met inbegrip van organen van de Unie of internationale organisaties, zoals de Organisation conjointe de coopération en matière d’armement (OCCAR).

(22) De lidstaten moeten een aanbestedingsagent aanwijzen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren. De aanbestedingsagent moet een aanbestedende dienst zijn die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd derde land, met inbegrip van Unie-instellingen, organen en agentschappen van de Unie of internationale organisaties. Het instrument laat de regels van met name Richtlijn 2009/81/EG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied onverlet. Aanvullende subsidiabiliteitsvereisten zoals bedoeld in deze verordening moeten deel uitmaken van de aanbestedingsstukken en moeten voorrang hebben op andersluidende wetgeving van de lidstaat waar de aanbestedingsagent is gevestigd.

Amendement  12

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alleen acties die aan alle volgende criteria voldoen, komen in aanmerking voor financiering:

1. Alleen acties die aan alle volgende criteria voldoen, komen in aanmerking voor financiering in het kader van het instrument:

Amendement  13

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) de acties omvatten samenwerking voor de gemeenschappelijke aanbesteding van de meest dringende en kritieke defensieproducten tussen in aanmerking komende entiteiten die de in artikel 3 bedoelde doelstellingen uitvoeren;

a) de acties omvatten samenwerking tussen de in aanmerking komende entiteiten als bedoeld in artikel 9 voor de gemeenschappelijke aanbesteding die gericht zijn op de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, waarbij de in artikel 3 bedoelde doelstellingen worden uitgevoerd;

Amendement  14

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Derde landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Europese Unie kunnen ook worden uitgenodigd voor de aankoop van defensieproducten die het voorwerp uitmaken van de in lid 1 bedoelde subsidiabele acties, mits de lidstaten die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding unaniem daarmee instemmen en dit niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.

Amendement  15

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aanvullende financieringsvoorwaarden

Aanvullende subsidiabiliteitsvoorwaarden

Amendement  16

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten of geassocieerde derde landen wijzen een aanbestedingsagent aan die namens hen optreedt met het oog op de gemeenschappelijke aanbesteding. Namens de deelnemende lidstaten voert de aanbestedingsagent de aanbestedingsprocedures uit en sluit zij de daaruit voortvloeiende overeenkomsten met de contractanten.

1. De lidstaten of geassocieerde landen wijzen bij consensus een aanbestedingsagent aan die namens hen optreedt met het oog op de gemeenschappelijke aanbesteding. Namens de landen die deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding voert de aanbestedingsagent de aanbestedingsprocedures uit en sluit zij de daaruit voortvloeiende contracten met de contractanten. Het instrument laat de regels van met name Richtlijn 2009/81/EG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied onverlet.

Amendement  17

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1 bedoelde aanbestedingsprocedures zijn gebaseerd op een overeenkomst die door de deelnemende lidstaten met de aanbestedingsagent moet worden ondertekend onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het in artikel 11 bedoelde werkprogramma.

2. De in lid 1 bedoelde aanbestedingsprocedures zijn gebaseerd op een overeenkomst die door de deelnemende landen met de aanbestedingsagent moet worden ondertekend onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in het in artikel 11 bedoelde werkprogramma. In de overeenkomst worden, onder meer, de bijzonderheden van de procedure en de redenen voor de keuze van die procedure, van de beoordeling van de inschrijvingen en van de gunning van het contract vermeld. De lidstaten die deelnemen aan de overeenkomst kunnen de aanbestedingsagent unaniem toestemming verlenen om derde landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de Unie uit te nodigen deel te nemen aan een overeenkomst en een overeenkomst met hen af te sluiten voor het aankopen van aanvullende hoeveelheden van het aangekochte product.

Amendement  18

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Contractanten en subcontractanten die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, zijn gevestigd en hebben hun uitvoerende bestuursstructuren in de Unie. Zij staan niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

4. Contractanten en subcontractanten die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, zijn gevestigd en hebben hun uitvoerende bestuursstructuren in de Unie of geassocieerde landen. Zij staan niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, of zijn gescreend in de zin van Verordening (EU) 2019/452 en, zo nodig, onderworpen aan beperkende maatregelen, rekening houdend met de doelstellingen als bedoeld in artikel 3 van deze verordening.

Amendement  19

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. In afwijking van lid 4 mag een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, alleen als contractant en subcontractant deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding indien zij garanties biedt die zijn goedgekeurd door de lidstaat of het geassocieerde derde land waarin de contractant of subcontractant is gevestigd.

5. In afwijking van lid 4 mag een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land deelnemen aan de gemeenschappelijke aanbesteding indien zij garanties biedt die zijn geverifieerd door de lidstaat of het geassocieerde land waarin de contractant of subcontractant die betrokken is bij de gemeenschappelijke aanbesteding, gevestigd is. De garanties bevatten waarborgen dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 van deze verordening genoemde doelstellingen.

Amendement  20

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De deelnemende lidstaten verschaffen de Commissie een kennisgeving van de aanbestedingsagent over de garanties die worden verstrekt door een bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractant of subcontractant die in de Unie of een geassocieerd derde land is gevestigd en onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. De garanties en de desbetreffende bepalingen in het aanbestedingscontract worden op verzoek ter beschikking van de Commissie gesteld. De garanties bevatten waarborgen dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

6. De deelnemende lidstaten verschaffen de Commissie een kennisgeving van de aanbestedingsagent over de garanties die worden verstrekt door een bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractant of subcontractant als bedoeld in lid 4 bis of lid 5. De garanties en de desbetreffende bepalingen in het aanbestedingscontract worden op verzoek ter beschikking van de Commissie gesteld.

Amendement  21

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 7 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De waarborgen moeten met name aantonen dat er voor de gemeenschappelijke aanbestedingen maatregelen zijn getroffen die ervoor zorgen dat:

7. De garanties worden gebaseerd op een gestandaardiseerd model dat is vastgesteld door de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling in overeenstemming met artikel 14 uiterlijk ... [één maand na inwerkingtreding van deze verordening]. De garanties en het model worden opgenomen in het bestek. De waarborgen moeten met name aantonen dat er voor de gemeenschappelijke aanbestedingen maatregelen zijn getroffen die ervoor zorgen dat:

Amendement  22

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8. De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land. Indien er in de Unie of in een geassocieerd derde land geen concurrerende alternatieven voorhanden zijn, mogen de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten hun activa, infrastructuur, faciliteiten en middelen gebruiken die zich buiten het grondgebied van de lidstaten of van de geassocieerde derde landen bevinden of aldaar worden gehouden, mits dergelijk gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, strookt met de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

8. De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd land. Indien er in de Unie of in een geassocieerd land geen alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen voorhanden zijn, mogen de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten hun activa, infrastructuur, faciliteiten en middelen gebruiken die zich buiten het grondgebied van de lidstaten of van de geassocieerde landen bevinden of aldaar worden gehouden, mits dergelijk gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, strookt met de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

Amendement  23

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en contracten omvatten ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

9. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en contracten omvatten ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land waardoor een lidstaat wordt beperkt in het gebruik van het defensieproduct.

Amendement  24

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 9 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis. In afwijking van lid 9 is het in dat lid bedoelde vereiste voor het defensieproduct niet van toepassing wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

 

a)  de gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten betreffen kritieke defensieproducten die dringend nodig zijn om de voorraden aan te vullen die zijn geslonken als gevolg van de respons op de Russische militaire agressie tegen Oekraïne;

 

b)  de EDTIB heeft niet voldoende capaciteit om de meest dringende en kritieke tekorten in de voorraden van de lidstaten aan te vullen of kan niet binnen een passende termijn in het defensieproduct voorzien;

 

c)  de aan de aanbesteding deelnemende lidstaten of geassocieerde landen hebben zorgvuldig beoordeeld of het haalbaar is de aan de beperking onderworpen onderdelen te vervangen door alternatieve onderdelen uit de Unie waarvoor geen beperkingen gelden;

 

d)  de aangekochte producten waren voor 24 februari 2022 in gebruik bij de strijdkrachten van ten minste twee lidstaten die aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelnemen.

Amendement  25

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 10 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) subcontractanten met een rechtstreekse contractuele relatie met een contractant;

Schrappen

Amendement  26

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 10 – punt b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) andere subcontractanten waaraan ten minste 10 % van het aandeel van de werkzaamheden is toegewezen;

b) entiteiten waaraan ten minste 20 % van de waarde van het contract is toegewezen;

Amendement  27

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 10 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

10 bis. Het aandeel onderdelen uit niet-geassocieerde derde landen bedraagt niet meer dan 40 % van de geraamde waarde van het aanbestedingscontract. Er worden geen onderdelen betrokken van niet-geassocieerde derde landen die in strijd zijn met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zelfs niet met inachtneming van het beginsel van goede nabuurschapsbetrekkingen.

Amendement  28

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) aanbestedende diensten of aanbestedende instanties als omschreven in de Richtlijnen 2014/24/EU9 en 2014/25/EU10 van het Europees Parlement en de Raad;

a) de aanbestedende diensten van de lidstaten;

__________________

 

9 Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

 

10 Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).

 

Amendement  29

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – punt b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) overheidsinstanties van geassocieerde derde landen.

b) overheidsinstanties van geassocieerde landen;

Amendement  30

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – punt b bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis) aanbestedingsagenten als bedoeld in artikel 2, lid 5.

Amendement  31

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. de bijdrage van de actie aan het versterken en ontwikkelen van de industriële defensiebasis van de Unie, zodat deze met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten als bedoeld in artikel 3, onder meer met betrekking tot de aanbestedingsprocedure en de leveringstermijnen, het aanvullen van voorraden, beschikbaarheid en levering;

1. de bijdrage van de actie aan het versterken van het concurrentievermogen, aanpassingsvermogen en verdere ontwikkeling en modernisering van de EDTIB, zodat deze met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten als bedoeld in artikel 3, onder meer met betrekking tot de leveringstermijnen, beschikbaarheid en levering;

Amendement  32

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De bijdrage van de actie aan de aanvulling van voorraden die uitgeput zijn als gevolg van niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie tegen Oekraïne, rekening houdend met de mate van uitputting van de voorraden van de deelnemende lidstaten in de categorie aangekochte defensieproducten sinds 24 februari 2022;

Amendement  33

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. de bijdrage van de actie aan het concurrentievermogen en de aanpassing van de EDTIB, onder meer door de beoogde uitbreiding van de productiecapaciteit, de reservering van productiecapaciteit, de omscholing en bijscholing ervan, en de algehele modernisering;

Schrappen

Amendement  34

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. het aantal lidstaten of geassocieerde landen dat aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelneemt;

4. het aantal lidstaten of geassocieerde landen dat aan de gemeenschappelijke aanbesteding deelneemt of derde landen dat kandidaat is voor toetreding tot de Unie en uitgenodigd is om defensieproducten aan te kopen die het voorwerp uitmaken van de gemeenschappelijke aanbesteding overeenkomstig artikel 7, lid 1 bis;

Amendement  35

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. de geraamde omvang van de gemeenschappelijke aanbesteding en elke verklaring van de deelnemers dat zij de aangekochte defensieproducten gezamenlijk zullen gebruiken, opslaan, bezitten of onderhouden;

5. de geraamde waarde van de gemeenschappelijke aanbesteding;

Amendement  36

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. het katalysatoreffect van de financiële steun van de Unie door aan te tonen hoe de bijdrage van de Unie belemmeringen voor gemeenschappelijke aanbestedingen kan overwinnen;

6. de bijdrage van de actie aan het overwinnen van belemmeringen voor gemeenschappelijke aanbestedingen en aan de totstandbrenging van nieuwe toeleveringsketens in de hele Unie;

Amendement  37

 

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt 7 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis. de deelname van kmo’s in de Unie en middelgrote beursondernemingen als contractanten en subcontractanten of aan het productieproces van aangekochte producten, alsook de bijdrage van de actie aan de diversificatie van de toeleveringsketen.


PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

Document- en procedurenummers

COM(2022)0349 – C9-0287/2022 – 2022/0219(COD)

Bevoegde commissies

 Datum bekendmaking

AFET

12.9.2022

ITRE

12.9.2022

 

 

Advies uitgebracht door

 Datum bekendmaking

IMCO

12.9.2022

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

15.12.2022

Rapporteur voor advies

 Datum benoeming

Ivars Ijabs

29.11.2022

Artikel 58 – Gezamenlijke commissieprocedure

 Datum bekendmaking

 

 

19.1.2023

Behandeling in de commissie

24.1.2023

1.3.2023

 

 

Datum goedkeuring

28.3.2023

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

4

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Andrus Ansip, Pablo Arias Echeverría, Brando Benifei, Adam Bielan, Biljana Borzan, Markus Buchheit, Anna Cavazzini, Dita Charanzová, Lara Comi, David Cormand, Alexandra Geese, Sandro Gozi, Maria Grapini, Krzysztof Hetman, Virginie Joron, Eugen Jurzyca, Arba Kokalari, Kateřina Konečná, Andrey Kovatchev, Jean-Lin Lacapelle, Maria-Manuel Leitão-Marques, Antonius Manders, Beata Mazurek, Leszek Miller, Anne-Sophie Pelletier, Miroslav Radačovský, René Repasi, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Róża Thun und Hohenstein, Tom Vandenkendelaere, Kim Van Sparrentak, Marion Walsmann

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Marc Angel, Vlad-Marius Botoş, Malte Gallée, Ivars Ijabs, Tsvetelina Penkova, Isabella Tovaglieri, Kosma Złotowski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Miriam Lexmann, Jan-Christoph Oetjen, Romana Tomc

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

37

+

ECR

Adam Bielan, Eugen Jurzyca, Beata Mazurek, Kosma Złotowski

ID

Isabella Tovaglieri

PPE

Pablo Arias Echeverría, Lara Comi, Krzysztof Hetman, Arba Kokalari, Andrey Kovatchev, Miriam Lexmann, Antonius Manders, Andreas Schwab, Tomislav Sokol, Romana Tomc, Tom Vandenkendelaere, Marion Walsmann

Renew

Andrus Ansip, Vlad-Marius Botoş, Dita Charanzová, Ivars Ijabs, Jan-Christoph Oetjen, Róża Thun und Hohenstein

S&D

Marc Angel, Brando Benifei, Biljana Borzan, Maria Grapini, Maria-Manuel Leitão-Marques, Leszek Miller, Tsvetelina Penkova, René Repasi, Christel Schaldemose

Verts/ALE

Anna Cavazzini, David Cormand, Malte Gallée, Alexandra Geese, Kim Van Sparrentak

 

4

-

ID

Markus Buchheit

NI

Miroslav Radačovský

The Left

Kateřina Konečná, Anne-Sophie Pelletier

 

3

0

ID

Virginie Joron, Jean-Lin Lacapelle

Renew

Sandro Gozi

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

 


ADVIES VAN DE BEGROTINGSCOMMISSIE (28.3.2023)

aan de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van de Europese defensie-industrie

Wet ter versterking door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

(COM(2022)0349 – C9‑0287/2022 – 2022/0219(COD))

Rapporteur voor advies: Karlo Ressler

 

 

BEKNOPTE MOTIVERING

De Russische invasie in Oekraïne heeft de geopolitieke situatie in Europa drastisch veranderd. Na de terugkeer van een oorlog op Europese bodem hebben de EU-lidstaten een aanzienlijke verhoging van hun defensiebegroting aangekondigd.

Gezien de noodzaak om de lidstaten tijdig en doelgericht te ondersteunen bij het versterken van hun defensievermogens in deze noodsituatie, heeft de Europese Commissie voorgesteld gemeenschappelijke aanbestedingen via de EU-begroting te stimuleren door middel van een specifiek kortetermijninstrument tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (het “instrument”). De financiële steun van de EU die via het instrument wordt verleend, moet de coöperatieve procedure voor overheidsopdrachten op defensiegebied van de lidstaten stimuleren en ten goede komen aan de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB), en tegelijkertijd waarborgen dat de strijdkrachten van de EU-lidstaten in staat zijn op te treden, de energievoorziening veilig wordt gesteld en de interoperabiliteit wordt vergroot.

De rapporteur is ingenomen met de centrale doelstellingen van het voorstel, aangezien hij van mening is dat samenwerking tussen de lidstaten op het vlak van defensie het defensieve vermogen van de EU en haar weerbaarheid tegen plotselinge schokken kan verbeteren. Het bieden van een stimulans aan de lidstaten via de EU-begroting kan bijdragen tot de ontwikkeling van een coherente aanpak van het defensiebeleid en kan de betrokkenheid van het Parlement waarborgen.

Dit ontwerpadvies is toegespitst op de terreinen waarop de Begrotingscommissie een meerwaarde kan bieden, dus in het bijzonder op de financiële bepalingen en bepalingen betreffende de doeltreffendheid van de begroting bij de uitvoering van het instrument.

 

Gevolgen voor de EU-begroting

De voorgestelde financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode van 2022 tot en met 2024 bedragen 500 miljoen EUR. De Commissie stelt voor de volledige niet-toegewezen marge van rubriek 5 (Veiligheid en defensie) te gebruiken en middelen uit het flexibiliteitsinstrument beschikbaar te stellen voor het resterende bedrag. Aangezien de rechtshandeling niet vóór eind 2022 kon worden vastgesteld, zullen de oorspronkelijk voor 2022 geplande vastleggingskredieten worden overgeheveld naar 2024[14] om het volledige bedrag van 500 miljoen EUR te kunnen handhaven.

De rapporteur is ingenomen met het feit dat dit aanvullende instrument wordt gefinancierd met nieuwe middelen, zonder afbreuk te doen aan bestaande programma’s. De rapporteur wijst erop dat het bedrag beperkt is in vergelijking met de defensiebegrotingen van verscheidene lidstaten, maar beschouwt het als een goed uitgangspunt voor een meer geïntegreerd EU-defensiebeleid.

De rapporteur betreurt het gebrek aan flexibiliteit van het plafond in het MFK 2021-2027, aangezien goedkeuring van het huidige voorstel zou betekenen dat er geen mogelijkheid meer is om te reageren op nieuwe behoeften op het gebied van de EU-defensie in 2023 en 2024[15].

 

Verdere gevolgen voor het MFK 2021-2027

De terugkeer van territoriale conflicten en intensieve oorlogvoering op Europees grondgebied vereist dat de lidstaten hun defensieplannen en -capaciteiten voor de lange termijn heroverwegen. In deze context en na de totstandbrenging van het bovengenoemde instrument zal de Commissie een voorstel doen voor een verordening betreffende het Europees defensie-investeringsprogramma (EDIP)[16]. De EDIP-verordening kan de spil vormen voor toekomstige gezamenlijke ontwikkelings- en aanbestedingsprojecten die van groot gemeenschappelijk belang zijn voor de veiligheid van de lidstaten en de Unie, en, in het verlengde van de logica van het instrument voor de korte termijn, voor de eventueel daarmee samenhangende financiële bijdragen van de Unie ter versterking van de Europese industriële defensiebasis, met name waar het projecten betreft die niet door één lidstaat alleen kunnen worden ontwikkeld of aanbesteed.

De rapporteur beschouwt dit als een kans om grotere doeltreffendheid te bewerkstelligen door middelen van de lidstaten te benutten en de overeenkomstige kredieten op Europees niveau te gebruiken; dit zou een goed voorbeeld zijn van Europese meerwaarde en zou de totale last van overheidsuitgaven in de EU beperken. De rapporteur herhaalt zijn steun voor de oprichting van een Europese defensie-unie, met het doel om het Europees Defensiefonds aan te vullen met een programma voor industriële ontwikkeling waarin de lidstaten gezamenlijk investeren, om dubbel werk te vermijden en de strategische autonomie alsook de efficiëntie van de Europese defensie-industrie te vergroten.

De rapporteur wijst er echter op dat de Unie alleen sterker en ambitieuzer kan worden als er extra middelen beschikbaar worden gesteld. Gezien de huidige beperkingen van de MFK-plafonds voor 2021-2027, en met name het plafond van rubriek 5, is er geen flexibiliteit om te voorzien in de nodige uitgaven om de samenwerking en investeringen op defensiegebied te verbeteren.

De rapporteur wijst daarom op het standpunt van het Parlement[17] waarin wordt opgeroepen tot een verhoging van het plafond van rubriek 5 en tot een snelle herziening van het MFK om de defensie-instrumenten van de EU, zoals het Europees Defensiefonds, militaire mobiliteit en toekomstige gezamenlijke aanbestedingsmechanismen voor de defensie van de EU, uit te breiden, op voorwaarde dat deze de technologische en industriële defensiebasis van de EU versterken en Europese meerwaarde waarborgen. Bij de tussentijdse herziening van het MFK moet vooral rekening worden gehouden met het EDIP, teneinde de stabiliteit, samenhang, ambitie en langetermijnfinanciering van het EU-defensiebeleid te waarborgen.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de bevoegde Commissie buitenlandse zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Een dergelijk nieuw instrument zal bijdragen tot de versterking van de gemeenschappelijke defensieaanbestedingen en, via de bijbehorende financiering van de Unie, tot de versterking van de industriële defensievermogens van de EU.

(5) Een dergelijk nieuw instrument zal bijdragen tot de versterking van de gemeenschappelijke defensieaanbestedingen en, via de bijbehorende financiering van de Unie, tot de versterking van de industriële defensievermogens van de EU, samenwerking bij aanbestedingen en de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie met betrekking tot strategische autonomie. Om de samenhang van het instrument met andere aspecten van het Europees defensiebeleid, zoals het Europees Defensiefonds, te waarborgen, moeten de financiële middelen van het instrument afkomstig zijn uit de niet-toegewezen marges van de MFK-plafonds en beschikbaar worden gesteld via de niet-thematische speciale MFK-instrumenten, zodat bezuinigingen op andere programma’s van de Unie worden vermeden.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) In de huidige context van de defensiemarkt, die wordt gekenmerkt door een toenemende veiligheidsdreiging en het realistische vooruitzicht van een hoogintensief conflict, verhogen de lidstaten hun defensiebegrotingen snel en streven zij naar soortgelijke aankopen. Dit resulteert in een vraag die groter is dan de productiecapaciteit op het gebied van de Europese industriële en technologische defensiebasis, die momenteel is afgestemd op vredestijd.

(7) In de huidige context van de defensiemarkt, die wordt gekenmerkt door een toenemende veiligheidsdreiging en het realistische vooruitzicht van een hoogintensief conflict, verhogen de lidstaten hun defensiebegrotingen snel en streven zij naar soortgelijke aankopen. Dit resulteert in een vraag die groter is dan de productiecapaciteit op het gebied van de Europese industriële en technologische defensiebasis, die momenteel is afgestemd op vredestijd. Het gebrek aan coördinatie en samenwerking bij aanbestedingen kan bijdragen tot prijsstijgingen, met als gevolg dat een verhoging van nationale defensiebegrotingen mogelijk niet tot sterkere militaire vermogens leidt.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Voorts moeten inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat de toegenomen uitgaven leiden tot een veel sterkere Europese technologische en industriële defensiebasis. Zonder coördinatie en samenwerking zullen de toegenomen nationale investeringen de versnippering van de Europese defensie-industrie waarschijnlijk verergeren.

(9) Voorts moeten inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat de toegenomen uitgaven leiden tot een veel sterkere, gecoördineerde en interoperabele Europese technologische en industriële defensiebasis. Zonder coördinatie en samenwerking zullen de toegenomen nationale investeringen de versnippering van de Europese defensie-industrie waarschijnlijk verergeren, waardoor de externe afhankelijkheid van de Unie alleen maar groter wordt.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis) De gemeenschappelijke investeringen moeten bovendien gericht zijn op het opvoeren van de gemeenschappelijke productiecapaciteit op defensiegebied, waardoor de industriële basis van de EU wordt geconsolideerd, in de meest kritieke behoeften wordt voorzien, de interoperabiliteit wordt gewaarborgd en een langetermijnperspectief voor het concurrentievermogen van de industrie van de Unie wordt geboden. Dit zou tot een versterking van de defensievermogens van de EU moeten leiden, ook in de lidstaten in de directe nabijheid van een oorlogsgebied, en de veiligheid van de burgers van de Unie ten goede komen.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) Met het oog op de snel veranderende veiligheidsdynamiek ten gevolge van de oorlog in Oekraïne moet het instrument kandidaat-lidstaten van de EU, zoals Moldavië, de mogelijkheid bieden deel te nemen aan gemeenschappelijke defensieaanbestedingen, aangezien hun deelname de defensievermogens zou versterken en uiteindelijk zou bijdragen tot de paraatheid van de Europese defensie.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) In bepaalde omstandigheden moet kunnen worden afgeweken van het beginsel dat aannemers en onderaannemers die bij een door het instrument gesteunde gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan. In dat verband kan een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, als contractant en subcontractant betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding indien aan strikte voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), is voldaan, onder meer wat betreft de versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis.

(17) In bepaalde omstandigheden moet kunnen worden afgeweken van het beginsel dat aannemers en onderaannemers die bij een door het instrument gesteunde gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan. In dat verband kan een in de Unie of in een geassocieerd derde land gevestigde juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, als contractant en subcontractant betrokken zijn bij de gemeenschappelijke aanbesteding indien aan strikte voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit hoofde van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), is voldaan. Het beginsel van versterking van de Europese technologische en industriële defensiebasis moet in de aanbestedingsprocedures als een prioriteit worden beschouwd.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) De gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten bovendien ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan de zeggenschap van of een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

(18) De gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten bovendien ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan de zeggenschap van of een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land, teneinde iedere vorm van inmenging door middel van defensieproducten te voorkomen.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Subsidies in het kader van het instrument kunnen de vorm aannemen van financiering die niet gekoppeld is aan kosten op basis van het behalen van resultaten op basis van werkpakketten, mijlpalen of streefdoelen van het gemeenschappelijke aanbestedingsproces, teneinde het nodige stimulerende effect te creëren.

(19) Subsidies in het kader van het instrument kunnen de vorm aannemen van financiering die niet gekoppeld is aan kosten op basis van het behalen van resultaten op basis van werkpakketten, mijlpalen of streefdoelen van het gemeenschappelijke aanbestedingsproces, teneinde het nodige stimulerende effect te creëren, mits de Unie het defensieproduct zelf niet medefinanciert, wat in strijd zou zijn met de rechtsgrondslag van het instrument en het primair recht.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Overeenkomstig artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement is ook een reeds begonnen actie subsidiabel mits de aanvrager kan aantonen dat het noodzakelijk was de actie reeds vóór ondertekening van de subsidieovereenkomst aan te vangen. De financiële bijdrage mag echter geen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen. Om te voorkomen dat de steun van de Unie onderbroken wordt en de belangen van de Unie zouden kunnen worden geschaad, moet het mogelijk zijn om in het financieringsbesluit te voorzien in financiële bijdragen voor acties die een periode vanaf 24 februari 2022 bestrijken, zelfs indien deze vóór de indiening van de subsidieaanvraag van start zijn gegaan.

(23) Overeenkomstig artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement is ook een reeds begonnen actie subsidiabel mits de aanvrager kan aantonen dat het noodzakelijk was de actie reeds vóór ondertekening van de subsidieovereenkomst aan te vangen. De financiële bijdrage mag echter geen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen. Om te voorkomen dat de steun van de Unie onderbroken wordt en de belangen van de Unie zouden kunnen worden geschaad, moet het mogelijk zijn om in het financieringsbesluit te voorzien in financiële bijdragen voor acties die een periode vanaf 24 februari 2022 bestrijken, zelfs indien deze vóór de indiening van de subsidieaanvraag van start zijn gegaan en mits kan worden aangetoond dat het vooruitzicht van financiering van de Unie de samenwerking tussen de lidstaten in kwestie heeft gestimuleerd. Deze subsidiabiliteit met terugwerkende kracht is een uitzonderlijke maatregel die gerechtvaardigd is vanwege de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, maar niet mag worden uitgebreid naar andere programma’s.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (het “Financieel Reglement”) is op dit programma van toepassing. Het bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies.

(24) Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (het “Financieel Reglement”) is op dit programma van toepassing. Het bevat duidelijk omschreven regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis) In de huidige context van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne moeten alle overwegingen om de begrotingskredieten voor dit instrument verder te verhogen en de duur ervan te verlengen, uitgaande van gedocumenteerde verslaglegging over het uitvoeringspercentage, worden beoordeeld in het kader van de herziening van het MFK 2021-2027.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 27 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) De verdieping van de samenwerking op defensiegebied tussen de lidstaten op het niveau van de Unie moet gepaard gaan met een versterking van het parlementaire toezicht en de parlementaire controle door zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) bevordering van het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) voor een veerkrachtigere Unie, met name door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen, met inbegrip van de uitbreiding van haar productiecapaciteit, op een gezamenlijke manier te versnellen;

a) bevordering van het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) voor een veerkrachtigere Unie, met name door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen, met inbegrip van de uitbreiding van haar productiecapaciteit en de openstelling van de toeleveringsketens in de hele Unie, op een gezamenlijke manier te versnellen;

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) bevordering van de samenwerking tussen de deelnemende lidstaten op het gebied van overheidsopdrachten op defensiegebied, die bijdragen tot solidariteit, interoperabiliteit, het voorkomen van verdringingseffecten, het voorkomen van versnippering en het verhogen van de doeltreffendheid van overheidsuitgaven.

b) bevordering van de samenwerking tussen de deelnemende lidstaten op het gebied van overheidsopdrachten op defensiegebied, die bijdragen tot solidariteit, interoperabiliteit, het voorkomen van verdringingseffecten, het voorkomen van versnippering en het verhogen van de doeltreffendheid van overheidsuitgaven in de Unie en haar lidstaten.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 2024 bedragen 500 miljoen EUR in lopende prijzen.

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het instrument voor de periode vanaf de inwerkingtreding van deze verordening tot en met 31 december 2024 bedragen 500 miljoen EUR in lopende prijzen, zijn afkomstig uit de niet-toegewezen marges van de MFK-plafonds, worden beschikbaar gesteld via de niet-thematische speciale MFK-instrumenten en gaan niet ten koste van lopende programma’s.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Het in lid 1 bedoelde bedrag wordt niet gebruikt om het defensieproduct te medefinancieren.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen kunnen op verzoek van de betrokken lidstaat naar het instrument worden overgeschreven onder de in de relevante bepalingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen uiteengezette voorwaarden. De Commissie voert die middelen rechtstreeks uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (het “Financieel Reglement”). Deze middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

3. De aan de lidstaten in gedeeld beheer toegewezen middelen kunnen op verzoek van de betrokken lidstaat naar het instrument worden overgeschreven onder de in de relevante bepalingen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 uiteengezette voorwaarden. De Commissie voert die middelen rechtstreeks uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, eerste alinea, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 (het “Financieel Reglement”). Deze middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Deze middelen worden uitgekeerd bovenop het in lid 1 vermelde bedrag.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Aanvullende aanbestedingsregelingen voor kandidaat-lidstaten van de EU

 

Het instrument staat ook open voor kandidaat-lidstaten van de EU, zoals Moldavië, die in samenwerking met een lidstaat en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke defensieaanbestedingen.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De EU-financiering stimuleert de samenwerking tussen de lidstaten om de in artikel 3 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het gezamenlijke karakter van de gemeenschappelijke aanbesteding, vermeerderd met een passend bedrag om het stimulerende effect te creëren dat nodig is om de samenwerking aan te moedigen.

2. De EU-financiering stimuleert de samenwerking tussen de lidstaten, alsook tussen lidstaten en de in artikel 5 genoemde derde landen, om de in artikel 3 bedoelde doelstellingen te verwezenlijken en draagt bij tot de modernisering van de Europese defensie-industrie. Bij de vaststelling van de financiële bijdrage wordt rekening gehouden met het gezamenlijke karakter van de gemeenschappelijke aanbesteding, vermeerderd met een passend bedrag om het stimulerende effect te creëren dat nodig is om de samenwerking aan te moedigen. Om de doeltreffendheid van de begroting te waarborgen, is de financiële bijdrage van de Unie uit hoofde van dit instrument aan elke actie niet meer dan 20 % van de geraamde waarde van het aanbestedingscontract.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In direct beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en beheerd overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

4. In direct beheer uitgevoerde subsidies worden toegekend en zorgvuldig beheerd overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De Commissie stelt het in lid 1 bedoelde werkprogramma door middel van een uitvoeringshandeling vast. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 13 bis een gedelegeerde handeling vast om deze verordening aan te vullen door middel van de vaststelling van het in lid 1 bedoelde werkprogramma.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het werkprogramma bevat de minimale financiële omvang van de gezamenlijke aanbestedingsacties en bepaalt het indicatieve bedrag van de financiële steun voor acties die worden uitgevoerd door het minimumaantal lidstaten als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt c), alsook stimulansen voor aanbestedingen met een hogere waarde en de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen.

3. Het werkprogramma bevat:

 

a) de minimale financiële omvang van de gezamenlijke aanbestedingsacties;

 

b) het indicatieve bedrag van de financiële steun voor acties die worden uitgevoerd door het minimumaantal lidstaten als bedoeld in artikel 7, lid 1, punt c);

 

c) stimulansen voor aanbestedingen met een hogere waarde en de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen;

 

d) de financieringsprioriteiten in overeenstemming met de in artikel 3, lid 2, bedoelde behoeften;

 

e) een beschrijving van de acties die gepaard gaan met samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke aanbestedingen;

f) de geraamde waarde van de gemeenschappelijke aanbesteding;

 

g) de procedure voor de evaluatie en selectie van voorstellen;

 

h) een nauwkeurige omschrijving van de mijlpalen waarmee de voortgang bij de uitvoering of de resultaten van de betreffende actie kunnen worden gemeten, alsook de bijbehorende uit te betalen bedragen;

 

i) de regelingen voor de verificatie van mijlpalen en het uitbetalingsproces gedurende de hele periode van uitvoering van de respectieve actie.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In dat verslag wordt op basis van de raadplegingen van de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

2. In dat verslag wordt op basis van de raadplegingen van de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Het verslag zal gebaseerd zijn op een reeks kernprestatie-indicatoren. Uiterlijk ... [drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie overeenkomstig artikel 13 bis een gedelegeerde handeling vast ter aanvulling van deze verordening door middel van de vaststelling van een reeks kernprestatie-indicatoren.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

 

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

 

2.  De in de artikelen 11 en 12 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor twee jaar met ingang van ... [de datum van inwerkingtreding].

 

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 11 en 12 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in het besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de al van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

 

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

 

6. Een overeenkomstig (de) artikel(en) … vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van [twee maanden] na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met [twee maanden] verlengd.

 

 


PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

Document- en procedurenummers

COM(2022)0349 – C9-0287/2022 – 2022/0219(COD)

Bevoegde commissies

 Datum bekendmaking

AFET

12.9.2022

ITRE

12.9.2022

 

 

Advies uitgebracht door

 Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2022

Rapporteur voor advies

 Datum benoeming

Karlo Ressler

13.9.2022

Artikel 58 – Gezamenlijke commissieprocedure

 Datum bekendmaking

 

 

19.1.2023

Behandeling in de commissie

9.2.2023

 

 

 

Datum goedkeuring

28.3.2023

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Rasmus Andresen, Pietro Bartolo, Olivier Chastel, Andor Deli, Pascal Durand, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazabal Rubial, Vlad Gheorghe, Valérie Hayer, Niclas Herbst, Adam Jarubas, Joachim Kuhs, Zbigniew Kuźmiuk, Pierre Larrouturou, Camilla Laureti, Janusz Lewandowski, Margarida Marques, Siegfried Mureşan, Victor Negrescu, Andrey Novakov, Dimitrios Papadimoulis, Karlo Ressler, Bogdan Rzońca, Eleni Stavrou, Nils Torvalds, Nils Ušakovs, Angelika Winzig

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Francisco Guerreiro, Fabienne Keller, Monika Vana

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Karolin Braunsberger-Reinhold, Daniel Caspary, Daniel Freund, Isabel García Muñoz, Andreas Glück

 


 

HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

33

+

ECR

Zbigniew Kuźmiuk, Bogdan Rzońca

NI

Andor Deli

PPE

Karolin Braunsberger-Reinhold, Daniel Caspary, José Manuel Fernandes, Niclas Herbst, Adam Jarubas, Janusz Lewandowski, Siegfried Mureşan, Andrey Novakov, Karlo Ressler, Eleni Stavrou, Angelika Winzig

Renew

Olivier Chastel, Vlad Gheorghe, Andreas Glück, Valérie Hayer, Fabienne Keller, Nils Torvalds

S&D

Pietro Bartolo, Pascal Durand, Isabel García Muñoz, Eider Gardiazabal Rubial, Pierre Larrouturou, Camilla Laureti, Margarida Marques, Victor Negrescu, Nils Ušakovs

Verts/ALE

Rasmus Andresen, Daniel Freund, Francisco Guerreiro, Monika Vana

 

1

-

ID

Joachim Kuhs

 

1

0

The Left

Dimitrios Papadimoulis

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 


 

ADVIES VAN DE COMMISSIE BEGROTINGSCONTROLE (22.3.2023)

aan de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie industrie, onderzoek en energie

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

(COM(2022)0349 – C9‑0287/2022 – 2022/0219(COD))

Rapporteur voor advies: Monika Hohlmeier

 

 

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening tot vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen. De ongerechtvaardigde invasie van Oekraïne door de Russische Federatie en het aanhoudende gewapende conflict in het land hebben duidelijk gemaakt dat er onmiddellijk iets moet worden gedaan aan de bestaande tekortkomingen. De rapporteur deelt de vrees dat als de lidstaten elk apart meer in defensie zouden investeren, de Europese defensiesector nog meer dreigt te versnipperen, de mogelijkheid van samenwerking gedurende de gehele levenscyclus van de uitrusting wordt beperkt, de externe afhankelijkheid wordt versterkt en de interoperabiliteit wordt belemmerd.

Het zwaartepunt van dit ontwerpverslag ligt op de gebieden waar de Commissie begrotingscontrole een toegevoegde waarde kan bieden, met name het toezicht op de uitvoering van de EU-begroting en op de kosteneffectiviteit van de verschillende vormen van EU-financiering bij de uitvoering van het beleid van de Unie.

Daarom heeft het voorstel van de rapporteur betrekking op drie belangrijke gebieden: de financieringsvormen en de keuze in verband met de uitvoeringsmethoden ervan, belangrijke elementen met betrekking tot de afbakening van het werkprogramma en de toekenningscriteria, en de bescherming van de financiële belangen van de Unie, waarbij onder meer de rol van de Rekenkamer, OLAF en het EOM wordt versterkt.

Wat de uitvoering en vormen van EU-financiering betreft, maakt de rapporteur zich zorgen over het overwicht aan financiering die niet gekoppeld is aan kosten in het voorstel van de Commissie. De rapporteur herinnert eraan dat dit soort financiering niet de enige optie is die het Financieel Reglement biedt, en benadrukt dat gelijkaardige instrumenten die gebaseerd zijn op het beginsel van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit, aan kritiek onderhevig zijn wegens de gebrekkige uitvoering ervan. Zo zijn de mijlpalen onduidelijk of ontbreekt een methodiek om de impact van niet-gehaalde mijlpalen te kwantificeren. Daarom stelt de rapporteur voor dit instrument niet alleen op deze manier te financieren en roept zij de Commissie ertoe op andere mogelijkheden te bekijken, zoals de vergoeding van in aanmerking komende feitelijk gemaakte kosten.

Verder brengt de rapporteur enkele verbeteringen aan voor gevallen waarbij financiering die niet gekoppeld is aan kosten toch als passend wordt beschouwd. Meer bepaald schaaft ze de afbakening bij van de mijlpalen, de verificatieprocedures en uiteindelijke correcties die worden doorgevoerd indien het resultaat tegenvalt. De rapporteur stelt eveneens voor om een minimumgrootte voor gezamenlijke overheidsopdrachten in te voeren om een daadwerkelijk en meetbare impact te verzekeren.

Ook stelt ze enkele amendementen voor die bedoeld zijn de financiële belangen van de Unie afdoende te beschermen. Erin wordt de rol van de Rekenkamer, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in detail beschreven, en worden enkele specifieke bepalingen ingevoerd die erop gericht zijn de rechten en toegang van deze instellingen in derde landen die aan het instrument deelnemen, te garanderen.

Tot slot betreurt de rapporteur ten zeerste dat de Commissie ervoor gekozen heeft dit voorstel voor een verordening in te dienen zonder een effectbeoordeling toe te voegen, en herinnert ze de Commissie aan de toezeggingen die zij in het kader van haar eigen agenda voor betere regelgeving heeft gedaan.

 

AMENDEMENTEN

De Commissie begrotingscontrole verzoekt de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Subcommissie veiligheid en defensie, als bevoegde commissies, onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De staatshoofden en regeringsleiders van de EU hebben zich er op 11 maart in Versailles toe verbonden de Europese defensievermogens te versterken in het licht van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne. Zij kwamen overeen de defensie-uitgaven te verhogen, de samenwerking te intensiveren door middel van gezamenlijke projecten en gemeenschappelijke aanbestedingen voor defensievermogens, tekorten te dichten, innovatie te stimuleren en de defensie-industrie van de EU te versterken en te ontwikkelen.

(1) De staatshoofden en regeringsleiders van de EU hebben zich er op 11 maart in Versailles toe verbonden de Europese defensievermogens te versterken in het licht van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne. Zij kwamen overeen de defensie-uitgaven te verhogen, de samenwerking te intensiveren door middel van gezamenlijke projecten en gemeenschappelijke aanbestedingen voor defensievermogens, tekorten te dichten, innovatie te stimuleren en de defensie-industrie van de EU, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), te versterken en te ontwikkelen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Een specifiek kortetermijninstrument, ontworpen in een geest van solidariteit, werd genoemd als een instrument om de lidstaten op vrijwillige basis aan te sporen tot gemeenschappelijke aanbestedingen om de meest dringende en kritieke leemten, met name die welke zijn ontstaan door de reactie op de huidige Russische agressie, op een gezamenlijke manier op te vullen.

(4) Een specifiek kortetermijninstrument, ontworpen in een geest van solidariteit, werd genoemd als een instrument om de lidstaten op vrijwillige basis aan te sporen tot gemeenschappelijke aanbestedingen om de meest dringende en kritieke leemten, met name die welke zijn ontstaan door de reactie op de huidige Russische agressie, op een gezamenlijke manier op te vullen. Dergelijke kritieke en dringende aankopen zijn gericht op het vergroten van de hoeveelheid defensiematerieel die reeds in bezit is, waardoor de mogelijkheden voor gezamenlijke aanbestedingen in het kader van het instrument beperkt zouden kunnen zijn.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Het versterken van de Europese industriële en technologische defensiebasis moet daarom centraal staan in deze inspanningen. Er bestaan inderdaad nog steeds problemen en lacunes en de industriële basis van de Europese defensie blijft zeer gefragmenteerd, zonder voldoende gezamenlijke actie en interoperabiliteit van producten.

(6) Het versterken van de Europese industriële en technologische defensiebasis moet daarom centraal staan in deze inspanningen. Er bestaan inderdaad nog steeds problemen en lacunes en de industriële basis van de Europese defensie blijft zeer gefragmenteerd, zonder voldoende gezamenlijke actie en interoperabiliteit van producten. Gezien de huidige situatie, waarin de veiligheid van Europa wordt bedreigd, is het absoluut noodzakelijk dat er Europese middelen worden toegewezen voor het herstel van bedrijven in de defensie-industrie in alle lidstaten teneinde de defensiecapaciteit van de Unie te ondersteunen en te verhogen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de toegewezen middelen efficiënt en doeltreffend worden besteed.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) Aangezien de Europese technologische en industriële defensiebasis gunstige langetermijnvoorwaarden nodig heeft, is het bovendien van het grootste belang dat de toegang van defensiebedrijven tot financiering verzekerd is, zoals uiteengezet in het strategisch kompas voor veiligheid en defensie. In de taxonomie van de Unie bestaat er geen expliciete duurzaamheidsclassificatie voor defensiebedrijven in de Unie, die het bijgevolg bijzonder moeilijk hebben om financiering te verkrijgen en zo hun productiecapaciteit te vergroten, waardoor het voor hen aantrekkelijker wordt hun productiefaciliteiten buiten de gemeenschappelijke markt te vestigen. De lidstaten moeten in dat verband een eerste stap zetten en een positief signaal afgeven aan Europese defensiebedrijven en de financiële sector door de statuten van de Europese Investeringsbank aan te passen om financiering van defensie-investeringen mogelijk te maken.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) In de huidige context van de defensiemarkt, die wordt gekenmerkt door een toenemende bedreiging voor de veiligheid en het realistische perspectief van een conflict met een hoge intensiteit, verhogen de lidstaten hun defensiebegrotingen snel en streven zij naar soortgelijke aankopen. Dit resulteert in een vraag die groter is dan de productiecapaciteit op het gebied van de Europese industriële en technologische defensiebasis, die momenteel is afgestemd op vredestijd.

(7) In de huidige context van de defensiemarkt, die wordt gekenmerkt door een toenemende bedreiging voor de veiligheid en het realistische perspectief van een conflict met een hoge intensiteit, verhogen de lidstaten hun defensiebegrotingen snel en streven zij naar soortgelijke aankopen. Dit resulteert in een vraag die groter is dan de productiecapaciteit op het gebied van de Europese industriële en technologische defensiebasis, die momenteel is afgestemd op vredestijd, waardoor de meest geavanceerde technologieën moeten worden ingezet voor de productie van hoogwaardige militaire en veiligheidscapaciteit om de Unie een zo groot mogelijke strategische voorsprong te geven. Daarnaast moet worden opgemerkt dat sommige lidstaten hun budget voor overheidsopdrachten voor defensiematerieel al hebben verhoogd en reeds nationale aanbestedingsprocedures hebben opgestart. Het instrument zou betekenen dat de vastleggingen voor sommige lidstaten in de periode 2022-2024 moeten worden verhoogd in vergelijking met een situatie waarin geen middelen zouden worden vrijgemaakt.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Als gevolg daarvan kan een sterke prijsinflatie worden verwacht, evenals langere vertragingen in de leveringstermijn, wat de veiligheid van de Unie en haar lidstaten kan schaden. De defensie-industrie moet zorgen voor de productiecapaciteit die nodig is om orders te verwerken, alsook voor kritieke grondstoffen en subcomponenten. In dit verband kunnen producenten grote orders bevoorrechten, waardoor de meest kwetsbare landen mogelijk in de problemen komen, aangezien zij niet over de kritieke omvang en financiële middelen beschikken om grote bestellingen veilig te stellen.

(8) Als gevolg daarvan kan een sterke prijsinflatie worden verwacht, evenals langere vertragingen in de leveringstermijn, wat de veiligheid van de Unie en haar lidstaten kan schaden. De defensie-industrie moet zorgen voor de productiecapaciteit die nodig is om orders te verwerken, alsook voor kritieke grondstoffen en subcomponenten. In dit verband kunnen producenten grote orders bevoorrechten, waardoor de meest kwetsbare landen mogelijk in de problemen komen, aangezien zij niet over de kritieke omvang en financiële middelen beschikken om grote bestellingen veilig te stellen. Daarom moeten er zo helder mogelijke criteria voor de beschikbaarstelling van financiering van de Unie worden vastgesteld.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Voorts moeten inspanningen worden geleverd om ervoor te zorgen dat de toegenomen uitgaven leiden tot een veel sterkere Europese technologische en industriële defensiebasis. Zonder coördinatie en samenwerking zullen de toegenomen nationale investeringen de versnippering van de Europese defensie-industrie waarschijnlijk verergeren.

(9) Voorts moet ervoor worden gezorgd dat de toegenomen uitgaven tot een veel sterkere Europese technologische en industriële defensiebasis in de hele Unie leiden, hetgeen essentieel is voor Europa om de veiligheid van haar burgers te kunnen waarborgen. Zonder coördinatie en samenwerking zullen de toegenomen nationale investeringen de versnippering van de Europese defensie-industrie waarschijnlijk verergeren.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) In het licht van bovenstaande uitdagingen en de daarmee gepaard gaande structurele veranderingen in de defensie-industrie van de EU lijkt het noodzakelijk de aanpassing van de Europese technologische en industriële defensiebasis te versnellen, het concurrentievermogen en de efficiëntie ervan te vergroten en aldus bij te dragen tot de versterking en hervorming van de industriële defensievermogens van de lidstaten. Het aanpakken van industriële tekorten moet onder meer inhouden dat de dringendste leemten snel worden aangepakt.

(10) In het licht van bovenstaande uitdagingen en de daarmee gepaard gaande structurele veranderingen in de defensie-industrie van de EU, en in overeenstemming met artikel 173 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), lijkt het noodzakelijk de aanpassing van de Europese technologische en industriële defensiebasis te versnellen, het concurrentievermogen en de efficiëntie ervan te vergroten en aldus bij te dragen tot de versterking en hervorming van de industriële defensievermogens van de lidstaten. Het aanpakken van industriële tekorten moet onder meer inhouden dat de dringendste leemten snel worden aangepakt.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Gemeenschappelijke investeringen en overheidsopdrachten op defensiegebied moeten met name worden gestimuleerd, aangezien dergelijke samenwerkingsacties ervoor zouden zorgen dat de noodzakelijke veranderingen in de industriële basis van de EU op een gezamenlijke manier plaatsvinden, waarbij verdere versnippering van de industrie wordt voorkomen.

(11) Gemeenschappelijke investeringen en overheidsopdrachten op defensiegebied moeten met name worden gestimuleerd, aangezien dergelijke samenwerkingsacties ervoor zouden zorgen dat de noodzakelijke veranderingen in de industriële basis van de EU op een gezamenlijke manier plaatsvinden, waarbij verdere versnippering van de industrie wordt voorkomen. Als gevolg van de verschillen tussen de lidstaten vergroten potentiële gezamenlijke aankopen vaak het volume van individuele opdrachten in die mate dat potentieel alleen de grootste Europese bedrijven uit de defensie-industrie de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan mededingingsprocedures en aanbestedingen. Met name voor kmo’s is dit een uitdaging, aangezien in sommige lidstaten de meeste bedrijven in de defensie-industrie kmo’s zijn.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Het kortetermijninstrument moet de complexiteit en de risico’s van dergelijke gezamenlijke acties compenseren en tegelijkertijd schaalvoordelen mogelijk maken bij de door de lidstaten ondernomen acties om de Europese technologische en industriële basis te versterken en te moderniseren, waardoor de veerkracht van de capaciteit en de voorzieningszekerheid van de Unie worden vergroot. Het stimuleren van gemeenschappelijke aanbestedingen zou ook leiden tot lagere kosten in termen van exploitatie, onderhoud en intrekking van de systemen.

(13) Het kortetermijninstrument moet de complexiteit en de risico’s van dergelijke gezamenlijke acties compenseren en tegelijkertijd schaalvoordelen mogelijk maken bij de door de lidstaten ondernomen acties om de Europese technologische en industriële basis te versterken en te moderniseren, waardoor de veerkracht van de capaciteit en de voorzieningszekerheid van de Unie worden vergroot. Het stimuleren van gemeenschappelijke aanbestedingen zou ook leiden tot lagere kosten in termen van exploitatie, onderhoud en intrekking van de systemen. Het doel is bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten, hetgeen leidt meer solidariteit, een grotere interoperabiliteit en een efficiëntere besteding van overheidsgelden.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis) Het instrument moet de Europese technologische en industriële defensiebasis in staat stellen haar productievermogen aan te passen en uit te breiden om de nodige defensieproducten te vervaardigen zodat de EU minder afhankelijk wordt van leveranciers van buiten de EU of de NAVO, en er daarbij voor zorgen dat de defensietoeleveringsketens steeds verbonden blijven met EU- en NAVO-partners, wat de voorzieningszekerheid en de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie moet versterken.

 

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 13 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 ter) De doelstellingen van het instrument omvatten een verhoging van de productiecapaciteit voor defensiematerieel, maar volgens het instrument wordt financiering toegekend voor gezamenlijke aanbestedingen en voor de lidstaten, niet voor de industrie. Er zou aldus een discrepantie bestaan tussen de doelstellingen van het instrument en de te financieren acties en de criteria voor de toekenning van de steun.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Aangezien het instrument tot doel heeft het concurrentievermogen en de efficiëntie van de defensie-industrie van de Unie te vergroten, moeten gemeenschappelijke overheidsopdrachten, om van het instrument te kunnen profiteren, worden geplaatst bij juridische entiteiten die in de Unie of in geassocieerde landen zijn gevestigd en niet onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. Daarnaast moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, teneinde de bescherming van de essentiële veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten veilig te stellen.

(16) Aangezien het instrument tot doel heeft het concurrentievermogen en de efficiëntie van de defensie-industrie van de Unie te vergroten, moeten gemeenschappelijke overheidsopdrachten, om van het instrument te kunnen profiteren, worden geplaatst bij juridische entiteiten die in de Unie of in geassocieerde landen zijn gevestigd en niet onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. In die context moet onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten. Daarnaast moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractanten en subcontractanten die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, zich op het grondgebied van een lidstaat of een geassocieerd derde land bevinden, teneinde de bescherming van de essentiële veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten veilig te stellen. Het Europees defensiebeleid moet dan ook gericht zijn op het optimaliseren van de capaciteiten van alle lidstaten en het bevorderen van onderzoek en technologische samenwerking, met het oog op gecoördineerde ontwikkeling.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis) Gezien de aard van het instrument en op basis van de rechtsgrondslag ervan, die tot doel heeft de Europese defensie-industrie te versterken, moeten mogelijke afwijkingen van deze verordening tot een strikt minimum worden beperkt.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

(19) Subsidies in het kader van het instrument kunnen de vorm aannemen van financiering die niet gekoppeld is aan kosten op basis van het behalen van resultaten op basis van werkpakketten, mijlpalen of streefdoelen van het gemeenschappelijke aanbestedingsproces, teneinde het nodige stimulerende effect te creëren.

(19) De vormen van Uniefinanciering en de uitvoeringsmethoden van het Europees defensiefonds moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten te behalen, met name rekening houdend met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Bij het maken van die keuze moet het gebruik van vaste bedragen, financiering volgens een vast percentage en eenheidskosten worden overwogen, alsook van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel 125, lid 1, van het Financieel Reglement. Indien subsidies in het kader van het instrument de vorm aannemen van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, moet dit het belangrijkste criterium zijn: het behalen van resultaten op basis van werkpakketten, mijlpalen of streefdoelen van het gemeenschappelijke aanbestedingsproces, teneinde het nodige stimulerende effect te creëren.

Motivering

Financiering die niet gekoppeld is aan kosten is niet de enig mogelijke subsidievorm. Het Financieel Reglement laat ruimte voor een bredere keur aan instrumenten die zijn aangepast aan verschillende behoeften en in het kader van deze verordening eventueel beter geschikt zijn. Dat wordt in dit amendement benadrukt.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) Wanneer de subsidie van de Unie wordt verleend in de vorm van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, moet de Commissie in het werkprogramma de financieringsvoorwaarden voor elke actie vaststellen, met name a) een beschrijving van de actie die gepaard gaat met samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke aanbestedingen om tegemoet te komen aan de meest dringende en kritieke capaciteitsbehoeften, b) de mijlpalen voor de uitvoering van de actie, c) de verwachte ruwe orde van grootte van de gemeenschappelijke aanbesteding en d) de maximale beschikbare bijdrage van de Unie.

(20) Wanneer de subsidie van de Unie wordt verleend in de vorm van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, moet de Commissie in het werkprogramma de financieringsvoorwaarden voor elke actie vaststellen, met name a) een beschrijving van de actie die gepaard gaat met samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke aanbestedingen om tegemoet te komen aan de meest dringende en kritieke capaciteitsbehoeften, b) de mijlpalen voor de uitvoering van de actie, c) de verwachte ruwe orde van grootte van de gemeenschappelijke aanbesteding, d) de maximale beschikbare bijdrage van de Unie en e) de rechtvaardiging van de geschiktheid van die specifieke vorm van financiering.

Motivering

Zoals aangegeven in het vorige amendement is financiering die niet gekoppeld is aan kosten mogelijk niet de meest geschikte financieringsoptie. Alles hangt af van de specifieke acties die in het kader van dit instrument moeten worden gefinancierd, en dit soort financiering kan het lastiger maken om de financiële belangen van de EU afdoende te beschermen en deze fondsen goed te beheren. Daarom is het wenselijk dat de Commissie steeds haar keuze motiveert als ze van mening is dat financiering die niet gekoppeld is aan kosten, beter is dan de alternatieven.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Om het stimulerende effect te genereren, kan het niveau van de bijdrage van de Unie worden gedifferentieerd op basis van factoren zoals a) de complexiteit van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor een deel van de verwachte omvang van het aanbestedingscontract, op basis van bij gelijkaardige acties opgedane ervaring, als eerste maatstaf kan dienen, b) de kenmerken van de samenwerking, zoals gezamenlijk gebruik, het aanleggen van voorraden, eigendom of onderhoud, die waarschijnlijk zullen leiden tot sterkere interoperabiliteitsresultaten en investeringssignalen op lange termijn naar het bedrijfsleven, en c) het aantal deelnemende lidstaten of geassocieerde landen of de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen in bestaande samenwerkingsverbanden.

(21) Om het stimulerende effect te genereren, kan het niveau van de bijdrage van de Unie worden gedifferentieerd op basis van factoren zoals a) de complexiteit van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor een deel van de verwachte omvang van het aanbestedingscontract, op basis van bij gelijkaardige acties opgedane ervaring, als eerste maatstaf kan dienen, b) de kenmerken van de samenwerking, zoals gezamenlijk gebruik, het aanleggen van voorraden, eigendom of onderhoud, die waarschijnlijk zullen leiden tot sterkere interoperabiliteitsresultaten en investeringssignalen op lange termijn naar het bedrijfsleven, alsook de grootte van de gezamenlijke overheidsopdracht, om ervoor te zorgen dat er een voelbare en meetbare impact is, en c) het aantal deelnemende lidstaten of geassocieerde landen of de opname van extra lidstaten of geassocieerde landen in bestaande samenwerkingsverbanden.

Motivering

De Unie moet inzetten op projecten van een minimale grootteorde zodat deze een voelbare en meetbare impact hebben.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) De lidstaten moeten een aanbestedingsagent aanwijzen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren. De inkoopagent moet een aanbestedende dienst zijn die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd derde land, met inbegrip van organen van de Unie of internationale organisaties, zoals de Organisation conjointe de coopération en matière d'armement (OCCAR).

(22) De lidstaten moeten een aanbestedingsagent aanwijzen om namens hen een gemeenschappelijke aanbesteding uit te voeren. De inkoopagent moet een aanbestedende dienst zijn die is gevestigd in een lidstaat of een geassocieerd derde land, met inbegrip van organen van de Unie of internationale organisaties. De Commissie moet de aanbestedingsagent raadplegen omtrent de vooruitgang die bij de actie is geboekt voordat zij de ontvangers uitbetaalt. Op die manier kan de aanbestedingsagent ervoor zorgen dat de ontvangers het tijdsschema respecteren. De aanbestedingsagent moet de Commissie inlichten over de vooruitgang die bij de actie is geboekt, zodat de Commissie kan bepalen of aan de voorwaarden om tot betaling over te gaan is voldaan.

Motivering

Aanbestedingsagenten, die door de lidstaten of geassocieerde derde landen zijn aangewezen, handelen namens hen met het oog op gezamenlijke overheidsopdrachten. Het is daarom redelijk dat de Commissie hen raadpleegt over de geboekte vooruitgang voordat de betaling wordt uitgevoerd.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) De bepalingen, garanties en algemene bedragen van de opdracht moeten zo transparant mogelijk zijn om te voorkomen dat de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dat de instellingen hun geloofwaardigheid ten aanzien van de burgers van de Unie verliezen en dat in het kader van de oorlog in Oekraïne waardevolle middelen verloren gaan.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Overeenkomstig artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement is ook een reeds begonnen actie subsidiabel mits de aanvrager kan aantonen dat het noodzakelijk was de actie reeds vóór ondertekening van de subsidieovereenkomst aan te vangen. De financiële bijdrage mag echter geen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen. Om te voorkomen dat de steun van de Unie onderbroken wordt en de belangen van de Unie zouden kunnen worden geschaad, moet het mogelijk zijn om in het financieringsbesluit te voorzien in financiële bijdragen voor acties die een periode vanaf 24 februari 2022 bestrijken, zelfs indien deze vóór de indiening van de subsidieaanvraag van start zijn gegaan.

(23) Overeenkomstig artikel 193, lid 2, van het Financieel Reglement is ook een reeds begonnen actie subsidiabel mits de aanvrager kan aantonen dat het noodzakelijk was de actie reeds vóór ondertekening van de subsidieovereenkomst aan te vangen. De financiële bijdrage mag echter geen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van indiening van de subsidieaanvraag, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen.

Motivering

In het Financieel Reglement is het algemene beginsel vastgelegd dat subsidies niet met terugwerkende kracht mogen worden toegekend. De belangrijkste doelstellingen van het instrument in het voorstel zijn, zoals vastgelegd in artikel 3, de bevordering van het concurrentievermogen, efficiëntie en samenwerking. Maatregelen die al worden uitgevoerd op het moment dat het instrument in werking treedt, hadden de stimulansen ervan sowieso niet nodig. Daarom zouden de beperkte beschikbare hulpmiddelen beter gebruikt worden om toekomstige en nog niet gerealiseerde samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis) De door het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde algemene financiële regels zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting, en maken het mogelijk controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren uit te voeren. De op grond van artikel 322 VWEU vastgestelde regels omvatten ook een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad3, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad4, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad5 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad6 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad7. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(26) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad3, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad4, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad5 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad6 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Het is van essentieel belang corruptie te bestrijden en de rechtsstaat te handhaven. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad7. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

_________________

_________________

3 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

3 Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

4 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

4 Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).

5 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

5 Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

6 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

6 Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

7 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

7 Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 26 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(26 bis) Derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen aan programma’s van de Unie deelnemen in het kader van de samenwerking waarin wordt voorzien door de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waarin wordt bepaald dat programma’s van de Unie worden uitgevoerd bij een op grond van die overeenkomst genomen besluit. Deze derde landen moeten verplicht zijn om de verantwoordelijke ordonnateur, OLAF, het EOM en de Rekenkamer de nodige rechten en toegang te verlenen zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – punt a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) bevordering van het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) voor een veerkrachtigere Unie, met name door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen, met inbegrip van de uitbreiding van haar productiecapaciteit, op een gezamenlijke manier te versnellen;

a) bevordering van het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) voor een veerkrachtigere Unie, met name door de aanpassing van de industrie aan structurele veranderingen, met inbegrip van de uitbreiding van haar productiecapaciteit, op een gezamenlijke manier te versnellen, zonder in te boeten op kostenefficiëntie;

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Bij het nastreven van de doelstellingen wordt de nadruk gelegd op het versterken en ontwikkelen van de industriële basis van de Unie op defensiegebied, zodat deze met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, met name die welke door de reactie op de Russische agressie tegen Oekraïne aan het licht zijn gekomen of verergerd, rekening houdend met de werkzaamheden van de gezamenlijke taskforce voor overheidsopdrachten op defensiegebied.

2. Bij het nastreven van de doelstellingen wordt de nadruk gelegd op het versterken en ontwikkelen van de industriële basis van de Unie op defensiegebied, in overeenstemming met de rechtsgrondslag van het instrument, zodat deze met name kan voorzien in de meest dringende en kritieke behoeften aan defensieproducten, met name die welke door de reactie op de Russische agressie tegen Oekraïne aan het licht zijn gekomen of verergerd, rekening houdend met de werkzaamheden van de gezamenlijke taskforce voor overheidsopdrachten op defensiegebied.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Bij het nastreven van de in lid 2 bedoelde doelstellingen ligt de nadruk op het efficiënter maken van gemeenschappelijke aanbestedingen op het gebied van defensie.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het instrument, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen.

2. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het instrument, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Er worden specifieke criteria vastgesteld voor het bedrag dat aan elk van de uitvoerende activiteiten wordt toegekend.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien dit nodig is voor de uitvoering van een actie, kunnen de financiële bijdragen betrekking hebben op een periode die voorafgaat aan de datum van het verzoek om financiële bijdragen voor die actie, op voorwaarde dat met de actie niet is begonnen vóór 24 februari 2022.

Schrappen

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 3 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De financiële bijstand van de Unie wordt verstrekt door middel van de financieringsvormen waarin het Financieel Reglement voorziet, met name subsidies. De financieringsvormen en de uitvoeringsmethoden worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden om de specifieke doelstellingen van de acties te bereiken en resultaten te boeken, waarbij met name rekening wordt gehouden met de kosten van controles, de administratieve lasten en het risico op belangenverstrengeling. Financiering door vergoeding van in aanmerking komende feitelijk gemaakte kosten krijgt voorrang; afwijkingen van deze methode moeten worden gemotiveerd.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. De financiële bijdrage van de Unie aan elke actie bedraagt maximaal 20 % van de geraamde waarde van de gemeenschappelijke overheidsopdracht per consortium van lidstaten en geassocieerde landen.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten of geassocieerde derde landen wijzen een aanbestedingsagent aan die namens hen optreedt met het oog op de gemeenschappelijke aanbesteding. Namens de deelnemende lidstaten voert de aanbestedingsagent de aanbestedingsprocedures uit en sluit zij de daaruit voortvloeiende overeenkomsten met de contractanten.

1. De lidstaten of geassocieerde derde landen wijzen een aanbestedingsagent aan die namens hen optreedt met het oog op de gemeenschappelijke aanbesteding. Namens de deelnemende lidstaten voert de aanbestedingsagent de aanbestedingsprocedures uit en sluit zij conform de voorschriften de daaruit voortvloeiende overeenkomsten met de contractanten. De Commissie raadpleegt de aanbestedingsagent omtrent de vooruitgang die bij de actie is geboekt voordat de betaling wordt uitgevoerd.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De deelnemende lidstaten verschaffen de Commissie een kennisgeving van de aanbestedingsagent over de garanties die worden verstrekt door een bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractant of subcontractant die in de Unie of een geassocieerd derde land is gevestigd en onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. De garanties en de desbetreffende bepalingen in het aanbestedingscontract worden op verzoek ter beschikking van de Commissie gesteld. De garanties bieden garanties dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

6. De deelnemende lidstaten verschaffen de Commissie een kennisgeving van de aanbestedingsagent over de garanties die worden verstrekt door een bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken contractant of subcontractant die in de Unie of een geassocieerd derde land is gevestigd en onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. De garanties, de algemene bedragen van de opdracht en de desbetreffende bepalingen in het aanbestedingscontract worden op verzoek ter beschikking gesteld van de Commissie en van alle instellingen van de Unie die belast zijn met de begrotingscontrole en de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De garanties bieden garanties dat de betrokkenheid van de contractant of subcontractant die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken is, niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgesteld in het kader van het GBVB overeenkomstig titel V van het VEU, of met de in artikel 3 genoemde doelstellingen.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en contracten omvatten ook de eis dat het defensieproduct niet mag worden onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

9. Gemeenschappelijke aanbestedingsprocedures en -contracten omvatten ook een eis waarin wordt gespecificeerd dat het defensieproduct niet kan worden onderworpen aan een beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – alinea 1 – punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. de geraamde omvang van de gemeenschappelijke aanbesteding en elke verklaring van de deelnemers dat zij de aangekochte defensieproducten gezamenlijk zullen gebruiken, opslaan, bezitten of onderhouden;

5. de geraamde omvang van de gemeenschappelijke aanbesteding, waarvoor met het oog op het bereiken van een voelbare en meetbare impact een minimumbedrag moet worden vastgelegd, en elke verklaring van de deelnemers dat zij de aangekochte defensieproducten gezamenlijk zullen gebruiken, opslaan, bezitten of onderhouden;

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In het werkprogramma worden de financieringsprioriteiten vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 3, lid 2, bedoelde behoeften.

4. In het werkprogramma worden de financieringsprioriteiten vastgesteld in overeenstemming met de in artikel 3, lid 2, bedoelde behoeften en wordt de vrijgave van middelen gemotiveerd.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis. In het werkprogramma wordt de procedure vastgesteld voor de beoordeling en de selectie van de voorstellen, alsook de beschrijving van het monitoring- en uitbetalingsproces gedurende de hele periode van uitvoering van de actie in kwestie.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter. In het werkprogramma wordt bepaald welke vorm de financiering van de Unie uit hoofde van artikel 8 zal aannemen.

 

Waar nodig wordt in het werkprogramma een nauwkeurige beschrijving gegeven van de mijlpalen en doelstellingen waarmee kan worden bepaald hoeveel vooruitgang al geboekt is, van de verificatieprocedures en van de correctiemethoden die kunnen worden gebruikt indien er onvoldoende resultaat wordt geboekt.

Motivering

De mijlpalen en doelstellingen, verificatieprocedures en correctiemechanismen moeten voldoende gedetailleerd zijn zodat goed financieel beheer verzekerd is. Dat blijkt uit de ervaring met andere instrumenten, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In dat verslag wordt op basis van de raadplegingen van de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

2. In dat verslag wordt op basis van de raadplegingen van de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Ook wordt in dat verslag een analyse verricht van de grensoverschrijdende participatie, onder meer van kmo’s en midcaps, aan de in het kader van het instrument uitgevoerde acties, alsook van de integratie van kmo’s en midcaps in de mondiale waardeketen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 12 bis

 

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

 

1.  De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door de terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties.

 

2.  De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om, op basis van documenten of ter plaatse, audits uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van het instrument middelen van de Unie hebben ontvangen.

 

3.  OLAF kan, overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad, onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een uit hoofde van dit instrument gefinancierd contract, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

 

4.  Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het EOM overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad.

 

5.  Onverminderd de leden 1, 2, 3 en 4 verlenen derde landen of in een derde land gevestigde juridische entiteiten, wanneer zij deelnemen aan het instrument, de verantwoordelijke ordonnateur, OLAF, het EOM en de Rekenkamer de nodige rechten en toegang zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

Motivering

De rol van de Commissie, de Rekenkamer, het Europees Bureau voor fraudebestrijding en het Europees Openbaar Ministerie kan nog worden verduidelijkt om de financiële belangen van de Unie naar behoren te beschermen. Daarnaast moet deze rol worden versterkt indien derde landen of in derde landen gevestigde juridische entiteiten deelnemen.

 


PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

Document- en procedurenummers

COM(2022)0349 – C9-0287/2022 – 2022/0219(COD)

Bevoegde commissies

 Datum bekendmaking

AFET

12.9.2022

ITRE

12.9.2022

 

 

Advies uitgebracht door

 Datum bekendmaking

CONT

12.9.2022

Rapporteur voor advies

 Datum benoeming

Monika Hohlmeier

11.10.2022

Artikel 58 – Gezamenlijke commissieprocedure

 Datum bekendmaking

 

 

19.1.2023

Behandeling in de commissie

28.2.2023

 

 

 

Datum goedkeuring

22.3.2023

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

3

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gilles Boyer, Olivier Chastel, Caterina Chinnici, Ilana Cicurel, Corina Crețu, José Manuel Fernandes, Luke Ming Flanagan, Daniel Freund, Isabel García Muñoz, Monika Hohlmeier, Jean-François Jalkh, Joachim Kuhs, Claudiu Manda, Markus Pieper, Michèle Rivasi, Petri Sarvamaa, Eleni Stavrou, Angelika Winzig, Lara Wolters, Tomáš Zdechovský

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Maria Grapini, Jeroen Lenaers, Viola von Cramon-Taubadel

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Anne-Sophie Pelletier, Bert-Jan Ruissen

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE ADVISERENDE COMMISSIE

21

+

ECR

Bert-Jan Ruissen

PPE

José Manuel Fernandes, Monika Hohlmeier, Jeroen Lenaers, Markus Pieper, Petri Sarvamaa, Eleni Stavrou, Angelika Winzig, Tomáš Zdechovský

Renew

Gilles Boyer, Olivier Chastel, Ilana Cicurel

S&D

Caterina Chinnici, Corina Crețu, Isabel García Muñoz, Maria Grapini, Claudiu Manda, Lara Wolters

Verts/ALE

Daniel Freund, Michèle Rivasi, Viola von Cramon-Taubadel

 

3

-

ID

Jean-François Jalkh

The Left

Luke Ming Flanagan, Anne-Sophie Pelletier

 

1

0

ID

Joachim Kuhs

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 


 

PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE

Titel

Vaststelling van de wet ter versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen

Document- en procedurenummers

COM(2022)0349 – C9-0287/2022 – 2022/0219(COD)

Datum indiening bij EP

19.7.2022

 

 

 

Bevoegde commissies

 Datum bekendmaking

AFET

12.9.2022

ITRE

12.9.2022

 

 

Adviserende commissies

 Datum bekendmaking

BUDG

12.9.2022

CONT

12.9.2022

IMCO

12.9.2022

 

Medeverantwoordelijke commissies

 Datum bekendmaking

IMCO

15.12.2022

 

 

 

Rapporteurs

 Datum benoeming

Michael Gahler

8.12.2022

Zdzisław Krasnodębski

8.12.2022

 

 

Artikel 58 – Gezamenlijke commissieprocedure

 Datum bekendmaking

 

 

19.1.2023

Behandeling in de commissie

6.2.2023

20.3.2023

 

 

Datum goedkeuring

25.4.2023

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

87

8

25

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alviina Alametsä, Alexander Alexandrov Yordanov, Petras Auštrevičius, Traian Băsescu, Hildegard Bentele, Tom Berendsen, Vasile Blaga, Anna Bonfrisco, Paolo Borchia, Markus Buchheit, Cristian-Silviu Buşoi, Reinhard Bütikofer, Maria da Graça Carvalho, Susanna Ceccardi, Włodzimierz Cimoszewicz, Ignazio Corrao, Beatrice Covassi, Ciarán Cuffe, Josianne Cutajar, Nicola Danti, Marie Dauchy, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Valter Flego, Anna Fotyga, Michael Gahler, Kinga Gál, Lina Gálvez Muñoz, Claudia Gamon, Sunčana Glavak, Raphaël Glucksmann, Nicolás González Casares, Bernard Guetta, Henrike Hahn, Ivars Ijabs, Seán Kelly, Izabela-Helena Kloc, Łukasz Kohut, Dietmar Köster, Andrius Kubilius, Miapetra Kumpula-Natri, Jean-Lin Lacapelle, Miriam Lexmann, Nathalie Loiseau, Leopoldo López Gil, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Georg Mayer, Vangelis Meimarakis, Marina Mesure, Iskra Mihaylova, Sven Mikser, Francisco José Millán Mon, Dan Nica, Angelika Niebler, Niklas Nienaß, Ville Niinistö, Johan Nissinen, Urmas Paet, Mauri Pekkarinen, Mikuláš Peksa, Tsvetelina Penkova, Morten Petersen, Tonino Picula, Markus Pieper, Clara Ponsatí Obiols, Thijs Reuten, Manuela Ripa, Robert Roos, Isabel Santos, Mounir Satouri, Andreas Schieder, Sara Skyttedal, Maria Spyraki, Dominik Tarczyński, Riho Terras, Grzegorz Tobiszowski, Patrizia Toia, Dragoş Tudorache, Henna Virkkunen, Anders Vistisen, Thomas Waitz, Witold Jan Waszczykowski, Charlie Weimers, Pernille Weiss, Salima Yenbou, Bernhard Zimniok, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Attila Ara-Kovács, Pascal Arimont, Anna-Michelle Asimakopoulou, Nicola Beer, Erik Bergkvist, Adam Bielan, Vladimír Bilčík, Marc Botenga, Engin Eroglu, Andreas Glück, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Robert Hajšel, Ladislav Ilčić, Rasa Juknevičienė, Andrey Kovatchev, Zdzisław Krasnodębski, Georgios Kyrtsos, Katrin Langensiepen, Javi López, Dace Melbārde, Alessandra Moretti, Juozas Olekas, Jutta Paulus, Dominique Riquet, Christian Sagartz, Tom Vandenkendelaere, Isabel Wiseler-Lima, Elena Yoncheva

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 209, lid 7)

Corina Crețu, Carlo Fidanza, Caroline Roose

Datum indiening

28.4.2023

 


HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

87

+

ECR

Adam Bielan, Carlo Fidanza, Anna Fotyga, Ladislav Ilčić, Izabela-Helena Kloc, Zdzisław Krasnodębski, Dominik Tarczyński, Grzegorz Tobiszowski, Witold Jan Waszczykowski

ID

Anna Bonfrisco, Paolo Borchia, Susanna Ceccardi

PPE

Alexander Alexandrov Yordanov, Pascal Arimont, Anna-Michelle Asimakopoulou, Traian Băsescu, Hildegard Bentele, Tom Berendsen, Vladimír Bilčík, Vasile Blaga, Cristian-Silviu Buşoi, Maria da Graça Carvalho, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Michael Gahler, Sunčana Glavak, Rasa Juknevičienė, Seán Kelly, Andrey Kovatchev, Andrius Kubilius, Miriam Lexmann, Leopoldo López Gil, Antonio López-Istúriz White, Eva Maydell, Vangelis Meimarakis, Dace Melbārde, Francisco José Millán Mon, Angelika Niebler, Markus Pieper, Christian Sagartz, Sara Skyttedal, Maria Spyraki, Riho Terras, Tom Vandenkendelaere, Henna Virkkunen, Pernille Weiss, Isabel Wiseler-Lima

Renew

Petras Auštrevičius, Nicola Beer, Nicola Danti, Engin Eroglu, Valter Flego, Claudia Gamon, Andreas Glück, Klemen Grošelj, Ivars Ijabs, Georgios Kyrtsos, Iskra Mihaylova, Urmas Paet, Mauri Pekkarinen, Morten Petersen, Dragoş Tudorache

S&D

Attila Ara-Kovács, Erik Bergkvist, Włodzimierz Cimoszewicz, Beatrice Covassi, Corina Crețu, Lina Gálvez Muñoz, Nicolás González Casares, Robert Hajšel, Łukasz Kohut, Dietmar Köster, Miapetra Kumpula-Natri, Javi López, Sven Mikser, Alessandra Moretti, Dan Nica, Juozas Olekas, Tsvetelina Penkova, Tonino Picula, Thijs Reuten, Isabel Santos, Andreas Schieder, Patrizia Toia, Elena Yoncheva, Carlos Zorrinho

Verts/ALE

Reinhard Bütikofer

 

8

-

ID

Markus Buchheit, Marie Dauchy, Jean-Lin Lacapelle, Georg Mayer, Anders Vistisen, Bernhard Zimniok

The Left

Marc Botenga, Marina Mesure

 

25

0

ECR

Johan Nissinen, Robert Roos, Charlie Weimers

NI

Kinga Gál, Clara Ponsatí Obiols

Renew

Christophe Grudler, Bernard Guetta, Nathalie Loiseau, Dominique Riquet, Salima Yenbou

S&D

Josianne Cutajar, Raphaël Glucksmann

Verts/ALE

Alviina Alametsä, Ignazio Corrao, Ciarán Cuffe, Henrike Hahn, Katrin Langensiepen, Niklas Nienaß, Ville Niinistö, Jutta Paulus, Mikuláš Peksa, Manuela Ripa, Caroline Roose, Mounir Satouri, Thomas Waitz

 

Verklaring van de gebruikte tekens:

+ : voor

- : tegen

0 : onthouding

 

 

Laatst bijgewerkt op: 16 mei 2023
Juridische mededeling - Privacybeleid