ONTWERPRESOLUTIE over de voortzetting van de financiële en militaire steun van de EU-lidstaten aan Oekraïne
16.9.2024 - (2024/2799(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 136, lid 2, van het Reglement
Adam Bielan, Mariusz Kamiński, Rihards Kols, Michał Dworczyk, Sebastian Tynkkynen, Roberts Zīle, Assita Kanko, Charlie Weimers, Jadwiga Wiśniewska, Małgorzata Gosiewska, Ondřej Krutílek, Veronika Vrecionová
namens de ECR-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B10-0028/2024
B10‑0039/2024
Resolutie van het Europees Parlement over de voortzetting van de financiële en militaire steun van de EU-lidstaten aan Oekraïne
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland, met name de resoluties die zijn aangenomen sinds Ruslands grootschalige invasie van Oekraïne in februari 2022 en de annexatie van de Krim op 19 februari 2014,
– gezien het strategisch concept 2022 van de NAVO,
– gezien het Handvest van de Verenigde Naties,
– gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Rusland, met de steun van de Belarussische dictator Aljaksandr Loekasjenka, sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert, hetgeen duidelijk in strijd is met het VN-Handvest en de fundamentele beginselen van het internationaal recht en een voortzetting vormt van wat het land in 2014 begonnen is toen het de Krim annexeerde en vervolgens delen van de oblasten Donetsk en Loehansk bezette;
B. overwegende dat Oekraïne, zijn leger en zijn burgers onwrikbare vastberadenheid hebben getoond door het land met succes te verdedigen, ondanks de hoge tol aan burger- en militaire slachtoffers; overwegende dat wreedheden in de bezette gebieden en willekeurige aanvallen van Russische troepen op woongebieden en civiele infrastructuur hebben geleid tot duizenden burgerslachtoffers, waaronder kinderen, en tot wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, waaruit regelrechte minachting voor het internationaal humanitair recht blijkt; overwegende dat miljoenen Oekraïners nog steeds op de vlucht zijn, zowel binnen als buiten Oekraïne; overwegende dat dit onmenselijke gedrag van de Russische strijdkrachten en gelieerde groeperingen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vormt en neerkomt op genocide;
C. overwegende dat Rusland sinds 24 augustus 2024 zijn grootste reeks luchtbombardementen tegen Oekraïne heeft gelanceerd, waarbij grote aantallen ballistische raketten en drones zijn afgevuurd; overwegende dat deze aanval gericht is op kritieke civiele infrastructuur, zoals ziekenhuizen, scholen, universiteiten en wooncomplexen, in een poging om de veerkracht van het Oekraïense volk te breken; overwegende dat ook energie-infrastructuur het doelwit was, in een poging om het geïntegreerde elektriciteitsnet van het land te vernietigen en de werking van de resterende kerncentrales te destabiliseren, wat vóór de herfst- en wintermaanden zou kunnen leiden tot ongevallen zoals dat van Tsjernobyl; overwegende dat bij deze aanvallen tot dusver meer dan honderd mensen om het leven zijn gekomen en ongeveer duizend mensen gewond zijn geraakt;
D. overwegende dat Russische drones en raketten tegen Oekraïne steeds vaker het luchtruim van de EU en de NAVO schenden, waardoor burgers in de oostelijke regio’s van het bondgenootschap in gevaar komen;
E. overwegende dat de EU en haar lidstaten tot nu toe meer dan 100 miljard EUR aan financiële, humanitaire, vluchtelingen- en militaire hulp aan Oekraïne hebben bijgedragen, waarvan ongeveer 40 miljard EUR aan militaire hulp, waarvoor naar verluidt nog eens 21 miljard EUR zal worden uitgetrokken tegen 2025; overwegende dat de militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM Ukraine) meer dan 55 000 leden van de Oekraïense strijdkrachten heeft opgeleid, zowel inzake verbonden wapens als in de vorm van gespecialiseerde training; overwegende dat de NAVO zal zorgen voor een jaarlijkse financiële bijdrage aan Oekraïne van 40 miljard EUR;
F. overwegende dat de EU in juli haar eerste regelmatige betaling van ongeveer 4,2 miljard EUR heeft verricht in het kader van de onlangs opgerichte faciliteit voor Oekraïne; overwegende dat deze betaling volgt op de eerdere overbruggings- en voorfinancieringssteun voor een totaalbedrag van 12 miljard EUR sinds de oprichting van de faciliteit in maart 2024;
G. overwegende dat de contactgroep voor de verdediging van Oekraïne uit meer dan vijftig gelijkgestemde landen bestaat en een centrale rol heeft gespeeld bij de coördinatie van internationale militaire steun, waarbij het belang van collectieve actie ter verdediging van democratie en soevereiniteit wordt onderstreept; overwegende dat Rusland daarentegen wordt gesteund door een as van de meest autocratische en afschuwelijke totalitaire regimes, zoals Noord-Korea, Iran en Syrië;
H. overwegende dat de NAVO en haar toonaangevende bondgenoten, vooral de VS en het VK, een cruciale rol hebben gespeeld bij het coördineren en leiden van de inspanningen om Oekraïne militair te ondersteunen, niet alleen met wapens, munitie en uitrusting, maar ook met inlichtingen en gegevens; overwegende dat de westerse partners ook beperkingen hebben ingevoerd op het gebruik van hun wapensystemen om doelwitten op Russisch grondgebied aan te vallen, uit angst voor een mogelijke escalatie van de oorlog; overwegende dat sommige bondgenoten nog steeds individuele beperkingen opleggen aan het gebruik van de aan Oekraïne geleverde wapens tegen de agressor, waardoor het vermogen van Oekraïne om de aanvallen op burgers te stoppen, wordt beperkt;
I. overwegende dat de aanhoudende aanvalsoorlog verder bevestigt dat de Verenigde Staten het belangrijkste land voor de Europese veiligheid blijft, aangezien de oorlog steeds maar weer laat zien dat Europa enorm tekortschiet bij zijn eigen verdediging; overwegende dat deze gebeurtenissen de rol van Polen als gerespecteerd EU- en NAVO-lid en als belangrijkste knooppunt voor het verlenen van steun aan Oekraïne hebben benadrukt; overwegende dat deze uitputtingsoorlog tegen een land dat tot de EU wil toetreden, de houding van sommige lidstaten en NAVO-bondgenoten ten aanzien van het voldoen aan de veiligheidsvereisten van deze realiteit, zoals uiteengezet in de defensiebelofte van de NAVO, niet heeft veranderd;
J. overwegende dat het besluit van de Islamitische Republiek Iran om duizenden Shahed-drones aan Rusland te leveren, haar status van probleemstaat heeft bestendigd; overwegende dat Rusland steun blijft ontvangen van landen als Noord-Korea en China; overwegende dat Noord‑Korea sinds augustus 2023 naar verluidt meer dan 2,5 miljoen stuks munitie en andere wapens heeft geleverd, hetgeen maar weer eens bewijst dat het land de internationale wetten en normen met voeten blijft treden;
K. overwegende dat het Oekraïense Koersk-offensief en het onvermogen van Rusland om de hele Donbas-regio in te nemen, ondanks de door Poetin gestelde termijnen en de massale aanvallen van troepen, aantonen dat Oekraïne over een zeer bekwame strijdmacht beschikt en dat het, met meer leveringen van de benodigde wapens, de Russische bezetting een halt kan toeroepen;
1. bevestigt zijn standpunten inzake de blijvende steun voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en de niet aflatende inzet van de EU om politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun te verlenen voor de overwinning van Oekraïne; roept de EU en haar lidstaten op actief te werken aan het behouden en bereiken van de breedst mogelijke internationale steun voor Oekraïne;
2. onderstreept dat, tien jaar na het begin van de Russische agressie en meer dan twee jaar na de grootschalige invasie, de doelstellingen van de westerse bondgenoten van Oekraïne ongewijzigd blijven: de militaire ineenstorting van de Russische strijdkrachten en gelieerde groeperingen in Oekraïne, waardoor Kyiv zijn territoriale integriteit volledig kan herstellen, erop toezien dat Rusland Oekraïne schadevergoedingen betaalt voor het verschrikkelijke lijden dat het heeft veroorzaakt, ervoor zorgen dat het Russische imperialisme wordt uitgeroeid en nooit meer voet aan de grond kan krijgen, en degenen die verantwoordelijk zijn voor de aanvalsoorlog tegen Oekraïne voor de rechter brengen vanwege de misdaden die zij hebben gepleegd, onder wie Vladimir Poetin en Aljaksandr Loekasjenka, alsook oorlogsmisdadigers in de lagere gelederen van de Russische regering, de Russische strijdkrachten en gelieerde groeperingen;
3. erkent dat de Russische invasie van Oekraïne ten aanzien van het Oekraïense volk genocidale kenmerken heeft, die voldoen aan meerdere, zo niet alle definities van genocide zoals beschreven in artikel II van het Genocideverdrag van 1948;
4. herhaalt dat Oekraïne, als slachtoffer van agressie, een legitiem recht heeft op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest; herinnert eraan dat de aanzienlijke, zij het nog steeds ontoereikende, militaire bijstand van de EU, de VS en gelijkgestemde partners bedoeld is om Oekraïne in staat te stellen zich doeltreffend te verdedigen tegen een agressorstaat en de volledige controle over zijn gehele internationaal erkende grondgebied te herstellen;
5. prijst de contactgroep voor de verdediging van Oekraïne voor haar cruciale rol bij het coördineren van internationale steun, en dringt er bij de EU-lidstaten op aan hun bijdragen ter versterking van de defensievermogens van Oekraïne te verhogen;
6. dringt erop aan dat alle westerse partners van Oekraïne alle beperkingen op het gebruik van wapensystemen die worden geleverd voor de legitieme zelfverdediging van Oekraïne overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest onmiddellijk opheffen, teneinde aanvallen op legitieme doelwitten op Russisch grondgebied toe te laten; herinnert eraan dat Oekraïne door deze eenzijdige en discriminerende beperkingen minder goed in staat is om de Russische aanvallen op zijn steden en infrastructuur doeltreffend tegen te gaan, met als gevolg dat het reeds ontstellend hoge aantal doden onder burgers verder toeneemt;
7. onderstreept de noodzaak van nauwere samenwerking op het gebied van luchtverdediging, met inbegrip van de inzet van moderne luchtverdedigingssystemen voor het onderscheppen van Russische raketten en drones die gericht zijn op Oekraïne, waarbij bescherming wordt geboden tegen dreigingen die zich uitstrekken tot het luchtruim van de EU en de NAVO; is ingenomen met de toezegging van een consortium van Europese landen, waaronder Denemarken, Nederland, België en Noorwegen, om F-16-gevechtsvliegtuigen aan Oekraïne te leveren en Oekraïense piloten op te leiden, wat een aanzienlijke verschuiving in de militaire steun voor Oekraïne betekent en de Oekraïense luchtmacht een robuust platform biedt dat verschillende rollen kan vervullen, waaronder luchtsuperioriteit, grondaanvallen en verkenning;
8. dringt er bij de lidstaten op aan Oekraïne onmiddellijk te voorzien van andere geavanceerde vliegtuigen van de vierde generatie, of beter, alsook van raketten die op lange afstand kunnen toeslaan, zoals Taurus-raketten, met inbegrip van middelen voor het onderhoud ervan, in voldoende volume en zonder beperkingen, om de defensieve inspanningen van Oekraïne, de strategische en operationele belangen en de afschrikkingscapaciteit op lange termijn tegen Russische agressie kracht bij te zetten;
9. herinnert eraan dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne deel uitmaakt van een bredere reeks doelstellingen tegen het Westen en tegen onze democratie, veiligheid, belangen en waarden, zoals Poetin openlijk heeft verklaard in de weken voorafgaand aan de grootschalige agressie; verklaart nogmaals ervan overtuigd te zijn dat Oekraïne zich onomkeerbaar op weg naar het NAVO-lidmaatschap bevindt; onderstreept dat een gebrek aan resolute en substantiële militaire hulp van het Westen Rusland alleen maar zal aanmoedigen zijn aanvallen voort te zetten; merkt op dat de Russische agressie duidelijk heeft aangetoond dat de NAVO als voornaamste hoeder van de Europese veiligheid fungeert; onderstreept dat na de toetreding van Zweden en Finland slechts vier EU-lidstaten geen NAVO-bondgenoten zijn: Oostenrijk, Cyprus, Ierland en Malta;
10. verzoekt de lidstaten hun uitgaven te verhogen om ten minste de drempel van 2 % te bereiken, en pleit voor meer complementariteit en minder overlappingen tussen de EU en de NAVO; herhaalt zijn eerdere standpunt dat alle EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten zich collectief en individueel moeten verbinden Oekraïne militair te steunen met niet minder dan 0,25 % van hun bruto binnenlands product per jaar; wijst erop dat ontoereikende of te late levering van wapens en munitie de tot dusver geleverde inspanningen dreigt te ondermijnen; dringt er daarom bij de lidstaten op aan meer militaire steun aan te bieden, de levering van die steun aanzienlijk te versnellen en de capaciteit van hun militaire industrie te vergroten; is ingenomen met het besluit van de NAVO om in de nabije toekomst militaire leveringen ter waarde van ten minste 40 miljard EUR te garanderen; is van mening dat geloofwaardige afschrikking en defensie nog meer uitgaven vereisen dan het NAVO-richtsnoer van 2 %;
11. spreekt nogmaals zijn vaste overtuiging uit dat Rusland financiële compensatie moet bieden voor de enorme schade die het in Oekraïne heeft aangericht; is daarom ingenomen met het recente besluit van de Raad om buitengewone inkomsten uit geïmmobiliseerde Russische activa aan te wenden ter ondersteuning van de Oekraïense oorlogsinspanningen; is voorts ingenomen met het besluit van de G7 om Oekraïne een lening van 50 miljard USD aan te bieden die gedekt is door geïmmobiliseerde Russische staatsactiva; verzoekt de EU, samen met gelijkgestemde partners, een solide wettelijke regeling vast te stellen voor de confiscatie van Russische staatsactiva die door de EU zijn bevroren; dringt er eveneens op aan te voorzien in een mechanisme waarmee Rusland verplicht wordt op lange termijn herstelbetalingen uit te keren aan Oekraïne;
12. onderstreept dat de westerse partners van Oekraïne de verantwoordelijkheid hebben zich te verplichten tot langdurige en duurzame financiële steun aan Oekraïne; herinnert aan een analyse die erop wijst dat de militaire behoeften van Oekraïne jaarlijks ongeveer 100 miljard EUR bedragen; verzoekt voorts de Commissie financiële steun op lange termijn voor te stellen voor de wederopbouw van Oekraïne, voortbouwend op de ervaring met de onlangs ingestelde faciliteit voor Oekraïne;
13. verzoekt de Raad zijn sanctiebeleid ten aanzien van Rusland en Belarus te handhaven en uit te breiden en de doeltreffendheid en het effect van dit beleid te monitoren, te evalueren en te vergroten; roept de Raad op de kwestie van het omzeilen van sancties door in de EU gevestigde bedrijven, derden en niet-EU-landen systematisch aan te pakken en beperkende maatregelen vast te stellen en strikt uit te voeren tegen alle entiteiten die het omzeilen van sancties in de hand werken en het Russische militaire complex voorzien van technologie en uitrusting voor militair en tweeërlei gebruik; onderstreept dat moet worden voorkomen dat kritieke componenten die in EU-landen worden geproduceerd, de Russische militaire industrie bereiken; acht het van essentieel belang dat de controles op de uitvoer en het onderhoud van in de EU geproduceerde hightechapparatuur worden aangescherpt en dat de rechtshandhavingsmaatregelen en de samenwerking worden opgevoerd om omzeiling van sancties te voorkomen; verzoekt de Raad en de lidstaten met name aandacht te besteden aan de kwestie van door het westen ontworpen onderdelen die in Russische wapens worden gebruikt; dringt aan op verdere beperkingen van de toegang tot de EU voor Russische burgers, met name door middel van strengere veiligheidscontroles, met inbegrip van de overlegging van gegevens over de militaire dienst tijdens de Schengen-visumaanvraagprocedure;
14. onderstreept dat er geen sprake mag zijn van straffeloosheid voor het misdrijf agressie en dat de aanstichters en daders van de aanvalsoorlog tegen Oekraïne – de president van de Russische Federatie, Vladimir Poetin, de president van Belarus, Aljaksandr Loekasjenka, de minister van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie, Sergej Lavrov, de gewezen minister van Defensie van de Russische Federatie, Sergej Sjojgoe, en de huidige minister van Defensie van de Russische Federatie, Andrej Belooesov – en al degenen die betrokken zijn bij de planning, de voorbereiding, de aanvang of het verloop van de oorlog tegen Oekraïne internationaal moeten worden berecht en geen recht hebben op persoonlijke immuniteit; wil dat er ook sancties worden opgelegd aan landen die meehelpen om de Russische oorlogsmachine draaiende te houden, door uitrusting en munitie te leveren aan de agressor of de omzeiling van sancties mogelijk te maken;
15. hekelt het feit dat Rusland elk optreden op VN-niveau dat tot doel heeft het land ter verantwoording te roepen voor zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne blokkeert; verzoekt alle lidstaten van de VN actie te ondernemen, rekening houdend met het feit dat de Russische Federatie met haar aanvalsoorlog tegen Oekraïne de grondslagen van het VN-Handvest ernstig heeft geschonden, het vetorecht van de Russische Federatie in de Veiligheidsraad in te trekken en Rusland uit de VN te zetten, zoals de USSR in 1939 uit de Volkenbond werd gezet naar aanleiding van haar aanvallen op Polen en Finland;
16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president, de regering en de Verchovna Rada van Oekraïne, de Verenigde Naties, de Amerikaanse regering en het Congres en de NAVO.