ONTWERPRESOLUTIE over desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen
20.1.2025 - (2024/2988(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 136, lid 2, van het Reglement
Yannis Maniatis, Nacho Sánchez Amor, Thijs Reuten, Raphaël Glucksmann
namens de S&D-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B10-0074/2025
B10‑0074/2025
Resolutie van het Europees Parlement over desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne,
– gezien het Handvest van de Verenigde Naties,
– gezien het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC),
– gezien de Verdragen van Genève,
– gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat het Russische regime op 24 februari 2022 het begin van een “speciale militaire operatie” in Oekraïne aankondigde op basis van de valse bewering dat het burgers moest beschermen;
B. overwegende dat Rusland in werkelijkheid sinds 24 februari 2022 in het verlengde van eerdere aanvallen sinds 2014 een niet-uitgelokte, ongerechtvaardigde en illegale aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert, de beginselen van het VN-Handvest continu blijft schenden door middel van zijn niet-aflatende aanvallen op en schending van de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Oekraïne, en het internationaal humanitair recht, zoals vastgelegd in de Verdragen van Genève van 1949, schaamteloos en op grove wijze blijft schenden, met name door op massale schaal gebruik te maken van gerichte aanvallen op de burgerbevolking en op civiele infrastructuur;
C. overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN in haar resolutie van 2 maart 2022 de oorlog van Rusland tegen Oekraïne onmiddellijk heeft aangemerkt als een daad van agressie die in strijd is met artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest, en in haar resolutie van 14 november 2022 heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor haar aanvalsoorlog en tevens juridisch en financieel aansprakelijk moet worden gesteld voor haar internationaal onrechtmatige handelingen, en herstelbetalingen moet doen voor de aangerichte schade;
D. overwegende dat het ICC sinds 2 maart 2022 onderzoek doet naar de situatie in Oekraïne en op 17 maart 2023 aanhoudingsbevelen heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin, president van de Russische Federatie, en Maria Lvova‑Belova, de zogenaamde commissaris voor de rechten van het kind in het kabinet van de president van de Russische Federatie, wegens de oorlogsmisdaad van onwettige deportatie van Oekraïense kinderen; overwegende dat het ICC vervolgens nog een aantal verdere aanhoudingsbevelen tegen Russische militaire officieren heeft uitgevaardigd;
E. overwegende dat het begin van de grootschalige aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne werd voorafgegaan door een aantal publieke verklaringen van de president van de Russische Federatie waarin deze het gebruik van geweld tegen buurland Oekraïne door middel van vertekende historische argumenten trachtte te rechtvaardigen;
F. overwegende dat het Russische regime veelvuldig gebruikmaakt van desinformatie, buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging om de steun van de Russische bevolking te winnen voor zijn illegale regime en zijn illegale aanvalsoorlog tegen buurland Oekraïne, en om de steun onder de bevolkingen van andere landen voor het verlenen van doorlopende internationale bijstand aan Oekraïne in het licht van de Russische aanvalsoorlog te doen afbrokkelen;
1. veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de niet-uitgelokte, illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne; verzoekt Rusland alle militaire acties in Oekraïne onmiddellijk te staken en alle strijdkrachten en gelieerde groeperingen en al het militair materieel volledig en onvoorwaardelijk uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne terug te trekken, te stoppen met de deportaties van Oekraïense burgers, en alle gevangengenomen en gedeporteerde Oekraïners, met name kinderen, vrij te laten;
2. verwerpt de verscheidene beweringen die door het Russische regime worden gedaan als vergeefse pogingen tot rechtvaardiging van een illegale aanvalsoorlog die een flagrante schending vormt van het VN-Handvest en van de verantwoordelijkheid van de Russische Federatie – als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad – om vrede en stabiliteit te handhaven, en die onmiddellijk als zodanig werd erkend door de overige permanente leden van de VN-Veiligheidsraad alsook door een overweldigende meerderheid in de Algemene Vergadering van de VN;
3. veroordeelt het gebruik van vertekende historische argumenten door het Russische regime in een poging de Russische publieke opinie te manipuleren en zodoende de steun van de Russische bevolking te winnen voor criminele acties zoals de illegale aanvalsoorlog tegen buurland Oekraïne;
4. is ingenomen met het feit dat Oekraïne op 26 februari 2022 onmiddellijk bij het Internationaal Gerechtshof een aanvraag tegen Rusland heeft ingediend om vastgesteld te krijgen dat Rusland geen rechtmatige basis had voor het uitvoeren van een militaire operatie in Oekraïne en dat Ruslands beschuldigingen van genocide ongegrond waren;
5. herinnert eraan dat de doelbewuste aanvallen van de Russische Federatie op de burgerbevolking van Oekraïne, de vernietiging van civiele infrastructuur, het gebruik van marteling, seksueel geweld en verkrachting als oorlogswapens, de deportatie van duizenden Oekraïense burgers naar het grondgebied van de Russische Federatie, de gedwongen overbrenging en adoptie van Oekraïense kinderen en andere ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten allemaal oorlogsmisdaden zijn waarvoor alle daders ter verantwoording moeten worden geroepen;
6. spreekt derhalve andermaal zijn volledige steun uit voor het lopende onderzoek van de aanklager van het ICC naar de situatie in Oekraïne en vermeende oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide; is ingenomen met het formele lidmaatschap van Oekraïne van het ICC per 1 januari 2025 als een belangrijke bijdrage aan internationale inspanningen om verantwoordingsplicht voor ernstige internationale misdrijven te bewerkstelligen; verzoekt de EU zich op diplomatiek vlak verder in te spannen ten behoeve van een wereldwijde ratificatie van het Statuut van Rome en alle wijzigingen daarvan;
7. doet bovendien nogmaals een oproep tot oprichting van een speciaal tribunaal om het door de leiders van de Russische Federatie gepleegde misdrijf agressie tegen Oekraïne te onderzoeken en te vervolgen; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie, de Raad en de Europese Dienst voor extern optreden om alle nodige politieke, financiële en praktische steun te verlenen voor de oprichting van een speciaal tribunaal; spreekt zijn volledige steun uit voor het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne, dat in Den Haag gevestigd is en de lopende inspanningen van het gemeenschappelijk onderzoeksteam ondersteunt, als zijnde een eerste concrete stap in de richting van de oprichting van het speciale tribunaal;
8. dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de bestrijding van Russische desinformatie, buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging verder op te voeren teneinde de integriteit van hun democratische processen te beschermen en de veerkracht van Europese samenlevingen te versterken, onder meer door mediageletterdheid actief te bevorderen en door kwaliteitsmedia en professionele journalistiek te ondersteunen, met name onderzoeksjournalistiek die Russische propaganda en de bijbehorende methoden en netwerken ontkracht;
9. verzoekt de EU haar sancties tegen Russische mediakanalen die desinformatie en gemanipuleerde informatie verspreiden en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne steunen en rechtvaardigen, uit te breiden, en verzoekt de lidstaten voldoende middelen toe te wijzen om deze hybride oorlogvoering doeltreffend aan te pakken;
10. roept EU-burgers op om informatie kritisch te beoordelen door vragen te stellen over de afkomst en achterliggende bedoelingen van die informatie, met name wanneer het gaat om narratieven die te maken hebben met Rusland, en feiten te toetsen aan de hand van uiteenlopende en betrouwbare bronnen teneinde goed bestand te zijn tegen pogingen tot manipulatie door kwaadwillige buitenlandse actoren;
11. is van mening dat de pogingen van Rusland om een onjuist beeld te schetsen van de geschiedenis van Oekraïne ook kunnen worden geïnterpreteerd als pogingen om het collectieve geheugen en de identiteit van Europa als geheel te ondermijnen; verzoekt de lidstaten daarom meer te investeren in onderwijs en onderzoek over de gemeenschappelijke geschiedenis van Europa en projecten te steunen die bijdragen aan een beter inzicht in de gevolgen van de scheidslijn die tijdens de Koude Oorlog door Europa liep;
12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de president, de regering en het parlement van Oekraïne.