Ontwerpresolutie - B10-0079/2025Ontwerpresolutie
B10-0079/2025

ONTWERPRESOLUTIE over desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen

20.1.2025 - (2024/2988(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 136, lid 2, van het Reglement

Adam Bielan, Mariusz Kamiński, Małgorzata Gosiewska, Joachim Stanisław Brudziński, Rihards Kols, Ondřej Krutílek, Jaak Madison, Ivaylo Valchev, Sebastian Tynkkynen, Veronika Vrecionová, Roberts Zīle, Aurelijus Veryga, Maciej Wąsik, Michał Dworczyk, Cristian Terheş, Reinis Pozņaks, Alexandr Vondra
namens de ECR-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B10-0074/2025

Procedure : 2024/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B10-0079/2025
Ingediende teksten :
B10-0079/2025
Debatten :
Aangenomen teksten :

B10‑0079/2025

Resolutie van het Europees Parlement over desinformatie en geschiedvervalsing door Rusland om de aanvalsoorlog tegen Oekraïne te rechtvaardigen

(2024/2988(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn verklaring van 23 september 2008 over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme[1],

 gezien zijn resoluties over historische herinnering, waaronder zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[2], zijn resolutie van 19 september 2019 over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa[3] en zijn resolutie van 15 december 2022 over 90 jaar na de Holodomor: de massamoord door uithongering erkennen als genocide[4],

 gezien zijn eerdere resoluties over Oekraïne en Rusland,

 gezien Resolutie 1481 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 26 januari 2006 over de noodzaak van internationale veroordeling van de misdaden van totalitaire communistische regimes,

 gezien verklaring nr. 3078‑IX van de Verchovna Rada van Oekraïne van 2 mei 2023 over de inzet door het politieke regime van de Russische Federatie van de ideologie van Russisch fascisme en de veroordeling van de grondbeginselen en praktijken van deze ideologie als totalitair en misantropisch,

 gezien artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in 2025 wordt herdacht dat 85 jaar geleden het Molotov‑Ribbentrop-pact werd gesloten, alsmede de geheime protocollen daarbij, waarmee Stalin en Hitler overeenkwamen Europa te verdelen in invloedssferen tussen twee totalitaire regimes, nazi-Duitsland en de Sovjet‑Unie en waardoor het pad werd geëffend voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, die leidde tot een ongekend niveau van menselijk leed en de bezetting van landen in Europa voor meerdere decennia;

B. overwegende dat de sluiting van de geheime protocollen bij het Molotov‑Ribbentrop-pact, die voorzagen in het plannen en doen uitbreken van een aanvalsoorlog, neerkomt op een internationaal misdrijf tegen de vrede, waarvoor geen rechtvaardiging kan worden gevonden in het internationaal recht;

C. overwegende dat 23 augustus 1939 sinds 2009 wordt herdacht door middel van de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van alle totalitaire en autoritaire regimes;

D. overwegende dat het Europees Parlement in zijn resolutie van 19 september 2019 over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa heeft voorgesteld 25 mei (de dag waarop Witold Pilecki, held van Auschwitz, werd geëxecuteerd) uit te roepen tot Internationale Dag van helden in de strijd tegen totalitarisme;

E. overwegende dat de helft van Europa na de Tweede Wereldoorlog vrij en democratisch werd, terwijl de andere helft achter het IJzeren Gordijn bleef en gecontroleerd werd door de totalitaire Sovjet-Unie, die op wrede wijze haar communistische satellietregimes installeerde, waardoor het continent gedurende een halve eeuw werd verdeeld en de gevolgen van deze verdeling tot op de dag van vandaag voelbaar zijn;

F. overwegende dat tijdens en na de Tweede Wereldoorlog tientallen miljoenen mensen zijn geëxecuteerd, politiek vervolgd en het slachtoffer zijn geworden van wreedheden door de Sovjet-Unie, waaronder tussen 18 en 20 miljoen mensen die zijn opgesloten in werkkampen (het goelagsysteem), van wie er 1,5 tot 2 miljoen het niet hebben overleefd, 6 miljoen mensen die onder dwang zijn gedeporteerd en bijna 5 miljoen mensen die politiek zijn onderdrukt door veiligheidsstructuren, van wie er ten minste 1 miljoen zijn geëxecuteerd; overwegende dat de in 1932-1933 door het communistische regime van de Sovjet-Unie in Oekraïne georganiseerde genocide Holodomor naar schatting ten minste 4,5 miljoen mensen het leven heeft gekost; overwegende dat het Sovjetregime genocide heeft gepleegd op de Krim‑Tataren, Tsjetsjeniërs en op andere naties als middel om veroverde naties en inheemse volkeren te onderwerpen, die vergelijkbaar is met de in de 19e eeuw door het Russische rijk gepleegde genocide op de Tsjerkessen; overwegende dat tienduizenden mensen gedwongen werden hun thuisland te ontvluchten om te ontkomen aan de invasie van het Rode Leger en dat velen van hen om het leven kwamen, waarbij de meeste overlevenden van de reis nooit naar hun thuisland zouden terugkeren;

G. overwegende dat Rusland de rol die het heeft gespeeld bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit heeft erkend, geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de wreedheden die zijn begaan in de door de Sovjet‑Unie bezette gebieden, en slachtoffers nooit schadeloos heeft gesteld; overwegende dat de misdaden en genociden die communistische dictaturen in de 20e eeuw in Europa hebben gepleegd, zoals massadeportaties uit de Baltische staten, Polen en andere landen, grootschalige executies zoals de massamoord op Poolse officieren in het bos van Katyn, het bloedbad onder Letse legerofficieren in Litene, de razzia van Augustów van 1945, het oprichten en exploiteren van concentratiekampen en goelag of de kunstmatig veroorzaakte hongersnood in Oekraïne, de invasies ter onderdrukking van de Hongaarse revolutie van 1956 en de Praagse lente van 1968, internationaal niet volledig politiek en juridisch zijn beoordeeld en veroordeeld, in tegenstelling tot de misdaden van het naziregime, wat heeft bijgedragen tot de instrumentalisering van de geschiedenis onder het bewind van Poetin in Rusland;

H. overwegende dat Rusland, als staat die beweert zowel voortzetter en opvolger te zijn van de Sovjet-Unie als van het Russische Rijk, valselijk blijft beweren dat het een exclusieve invloedssfeer heeft die zijn buurlanden omvat en actief hun soevereiniteit, nationale identiteit en bestaansrecht ontkent, waardoor het de erfenis van het Molotov‑Ribbentrop-pact bestendigt en de tsaristische ambitie van imperiale verovering en kolonisatie nieuw leven inblaast; overwegende dat de grootscheepse invasie van Oekraïne op 24 februari 2022 werd voorafgegaan door absurde eisen van Rusland aan de VS en andere NAVO-landen om zijn exclusieve belangen in Oekraïne en andere voorheen tot de Sovjet-Unie behorende, door de Sovjet‑Unie bezette of als satelliet van de Sovjet-Unie fungerende landen te erkennen;

I. overwegende dat het aanhoudende imperiale en koloniale beleid van Rusland heeft geleid tot de invasie van Tsjetsjenië, militaire agressie tegen Georgië in 2008, zijn agressie tegen Oekraïne met de bezetting van de Krim en het begin van de oorlog in de Donbas in 2014 en zijn hoogtepunt heeft bereikt met de grootschalige illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog tegen Oekraïne, begonnen op 24 februari 2022, waarbij de Oekraïense burgerbevolking systematisch wordt geterroriseerd en de strategische infrastructuur vernietigd, de Oekraïense identiteit en erfgoed worden ondermijnd en misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden worden gepleegd, waarbij duidelijk sprake is van genocidale bedoelingen ten aanzien van het Oekraïense volk;

J. overwegende dat Rusland de EU-landen stelselmatig bedreigt met militaire agressie, sabotageoperaties heeft doorgevoerd en aanvallen heeft uitgevoerd op het grondgebied van de EU en de NAVO; overwegende dat Rusland een hybride oorlog voert tegen NAVO-bondgenoten, EU-lidstaten en kandidaat-lidstaten, en dat bewezen is dat het zich mengt in de democratische processen van de EU;

K. overwegende dat het Kremlin vervalste geschiedenis als casus belli gebruikt, waarbij het Sovjetmisdaden systematisch witwast en historische desinformatie verspreidt om Russische agressie tegen buurlanden te rechtvaardigen; overwegende dat het regime van Poetin, in een poging om zich te verzekeren van de loyaliteit van de bevolking, de geschiedenis heeft geïnstrumentaliseerd door nostalgie te creëren naar de vermeende grootsheid van het Sovjetrijk, de geschiedenis van Centraal- en Oost-Europa te vervalsen, het beleid van Chroesjtsjov om de stalinistische misdaden te erkennen en te veroordelen, te verwerpen, terug te komen op Gorbatsjovs erkenning en veroordeling van het Molotov‑Ribbentrop-pact en de daaruit voortvloeiende misdaden, en de ineenstorting van de Sovjet-Unie te bestempelen als de grootste tragedie van de vorige eeuw;

L. overwegende dat Rusland nooit echt is getransformeerd tot een postimperiale natiestaat, en dat onder Vladimir Poetin nieuwe generaties Russen zijn misleid, zodat ze de imperiale identiteit van het land zouden overnemen; overwegende dat dit hardnekkige imperialisme rechtstreeks heeft bijgedragen aan de huidige grootschalige invasie van Oekraïne en een aanzienlijke bedreiging voor de internationale veiligheid blijft;

M. overwegende dat Rusland historisch onderzoek belemmert, personen de toegang tot Sovjetarchieven ontzegt en historici en maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met het onderzoeken en beoordelen van Sovjetmisdaden, alsmede de misdaden van het huidige regime, vervolgt; overwegende dat pogingen om de waarheid te vertellen over deze misdaden, met inbegrip van het Molotov‑Ribbentrop-pact en de aanhoudende aanvalsoorlog tegen Oekraïne, op grond van de Russische wet worden vervolgd; overwegende dat Moskou en zijn welgezinde regime in Minsk tot op heden toegang tot documenten over het bloedbad van de genocide in Katyn en de razzia van Augustów hebben geweigerd, en hebben getracht de waarheid over deze misdaden te verdraaien door onderzoekers het zwijgen op te leggen, historici en journalisten te vervolgen en gedenkplaatsen die gewijd zijn aan deze afschuwelijke Sovjetwreedheden uit de publieke ruimte te verwijderen;

N. overwegende dat het witwassen en de verheerlijking van de Sovjetmisdaden, met inbegrip van de volledige rechtvaardiging van het Molotov‑Ribbentrop-pact en de daaropvolgende daden van agressie, de aanspraak op een zone van exclusief belang die het gehele grondgebied van de voormalige Sovjet‑Unie en het Russische tsaristische Rijk omvat, samen met de nadruk op superioriteit en de fictieve exclusieve missie van de Russische staat en de verwerping van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat als vermeende uitheemse, westerse waarden, de belangrijkste pijlers zijn geworden van de ideologie van het “ruscisme” of het “Russisch fascisme”, die de basis vormt voor Ruslands imperialistische en neokoloniale houding;

O. overwegende dat de communistische en de nazistische ideologie en symbolen en de symbolen van de aanhoudende Russische agressie in sommige lidstaten bij wet verboden zijn;

P. overwegende dat het Parlement sinds 2023 jaarlijks de slachtoffers van de massale deportaties door de Sovjet‑Unie herdenkt door onder meer hulde te brengen aan en de namen te lezen van degenen die uit door de Sovjet-Unie bezette gebieden zijn gedeporteerd;

1. erkent dat de totalitaire regimes in zowel nazi-Duitsland als de Sovjet‑Unie beide verantwoordelijk zijn voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog met als doel Europa te veroveren en te verdelen in twee exclusieve invloedssferen op basis van het Molotov‑Ribbentrop-pact en de geheime protocollen daarbij, en veroordeelt de recente pogingen van Moskou om deze invloedssferen opnieuw op te leggen;

2. hekelt de praktijken en aanspraken op de instelling van zones van exclusief belang ten koste van soevereiniteit en territoriale integriteit van staten als zijnde onverenigbaar met het internationaal recht, op grond waarvan elke staat het soevereine recht heeft zijn eigen toekomst te kiezen, met inbegrip van defensieve bondgenootschappen; herinnert eraan dat geen enkele overweging, van welke aard ook, of het nu gaat om politieke, economische, militaire of andere overwegingen, als rechtvaardiging kan dienen voor agressie;

3. herinnert eraan dat de Tweede Wereldoorlog het dodelijkste en meest brute conflict was in de geschiedenis van de mensheid; erkent dat de bezetting door de Sovjet‑Unie en de massale misdaden tegen de bevolking en de naties die onder de controle van het Sovjetleger vielen de gevolgen van deze oorlog zijn, alsook misdaden die niet op internationaal niveau consistent en principieel zijn beoordeeld en waarvan de slachtoffers niet op passende wijze schadeloos zijn gesteld; benadrukt dat het waarborgen van verantwoordingsplicht een essentiële voorwaarde is voor de doeltreffende preventie van dergelijke misdrijven en merkt op dat straffeloosheid voor niet-beoordeelde misdrijven het mogelijk maakt dat deze misdrijven opnieuw worden begaan;

4. betreurt dat de Russische Federatie de misdaden van de Sovjet‑Unie niet heeft erkend, stalinistische misdaden niet heeft veroordeeld en geen afstand heeft genomen van haar imperiale verleden, wat tot uitdrukking komt in haar koloniale benadering van buurlanden en veroverde naties, en dat dit een van de factoren is die ten grondslag liggen aan een nieuwe golf van imperiale aanvalsoorlogen;

5. benadrukt dat pijnlijke, onopgeloste kwesties, zoals het bloedbad van Volyn in 1943‑45, ook door Rusland worden misbruikt om verdeeldheid te zaaien, en verzoekt de Oekraïense autoriteiten serieus aandacht aan dit probleem te besteden en te erkennen dat het noodzakelijk is de slachtoffers te zoeken, hun stoffelijke resten op te graven en hen behoorlijk te begraven;

6. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de Russische invasie van Oekraïne, andere daden van agressie, zoals de bezetting en annexatie van Oekraïens grondgebied, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die Rusland in Oekraïne heeft begaan, het beleid van ontmenselijking van Oekraïners en de ontkenning van hun nationale identiteit;

7. uit zijn ernstige bezorgdheid over de nationale veiligheidsstrategie van Rusland, die op 31 december 2015 door Vladimir Poetin is goedgekeurd en agressieve nieuwe concepten bevat die zijn overgenomen uit de op 25 december 2014 gepubliceerde militaire doctrine; onderstreept dat een belangrijke verschuiving in deze strategie de expliciete nadruk is op de bescherming van de “traditionele Russische spirituele en morele waarden” tegen het Westen, wat erop wijst dat Rusland bereid is deze waarden als wapen in te zetten, evenals de instellingen die deze waarden uitdragen;

8. veroordeelt het misbruik dat Moskou maakt van het orthodoxe christendom voor geopolitieke doeleinden, met name door instrumentalisering van de Russisch-orthodoxe kerk (het patriarchaat van Moskou) als hulpmiddel om orthodoxe bevolkingsgroepen in Oekraïne, Georgië en Moldavië te beïnvloeden en te controleren;

9. veroordeelt de systematische vervalsing en verdraaiing van de geschiedenis door het Kremlin en aan het Kremlin gelieerde groeperingen, die als wapen worden gebruikt in de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, met als doel Ruslands misdaden te rechtvaardigen en onder de Russische bevolking nostalgie naar het Russische rijk te bevorderen;

10. herhaalt dat het de massale deportaties door de Sovjet‑Unie en het goelagsysteem erkent als misdaad tegen de menselijkheid en de Holodomor als genocide tegen het Oekraïense volk; beschouwt de deportatie van alle Krim‑Tataren in 1944 en van andere naties, zoals de Tsjetsjenen, alsook de misdaden die vanaf 1939 zijn gepleegd tijdens de bezetting van Polen, de Baltische staten en andere landen, als genocide, met inbegrip van de massale deportaties naar Siberië, het bloedbad in Katyn en de razzia’s van Augustów;

11. prijst de gerechtelijke, wetgevende, diplomatieke, maatschappelijke en andere initiatieven die gericht zijn op rechtsbedeling, vervolging van misdrijven of genoegdoening van slachtoffers en schadevergoedingen, alsmede het onderzoek naar en de bewustmaking, erkenning en beoordeling van de misdaden van het totalitarisme in Europa, met name die van de nazistische en communistische regimes; moedigt wetenschappelijk onderzoek aan, alsook onderwijs in Oost-Europese geschiedenis en cultuur en Russisch kolonialisme van de 18e tot de 21e eeuw; herinnert eraan dat landen die na de Tweede Wereldoorlog onder dwang in het Sovjetblok zijn opgenomen, nooit een passende schadevergoeding hebben ontvangen, noch van Duitsland, noch van de Sovjet-Unie, ook al is door beide totalitaire regimes gruwelijke schade berokkend aan hun infrastructuur en bevolking;

12. onderstreept dat veel slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog die nog in leven zijn, de toegang tot de rechter wordt ontzegd, zodat zij geen aanspraak kunnen maken op gerechtigheid en schadevergoeding voor misdaden door de Sovjet‑Unie en de nazi’s; verzoekt de Commissie, en met name commissaris Marta Kos, doeltreffende mechanismen te ontwikkelen om te zorgen voor een duidelijk, internationaal erkend juridisch traject voor alle slachtoffers van schendingen van de mensenrechten, zodat zij hun vorderingen kunnen indienen en genoegdoening ontvangen van de staat die de schendingen pleegde, of diens opvolger;

13. verzoekt alle EU-lidstaten een duidelijke en beginselvaste beoordeling uit te voeren van de misdaden en daden van agressie die door de totalitaire communistische regimes en het naziregime zijn gepleegd, en van de slachtoffers hiervan; dringt aan op een veroordeling van de communistische misdaden van de Sovjet‑Unie op internationaal niveau, bijvoorbeeld de VN; roept ertoe op in de curricula in alle lidstaten van de EU stelselmatig aandacht te besteden aan (bewustmaking van) de misdrijven van de nationaal-socialistische en communistische totalitaire regimes;

14. verzoekt de lidstaten projecten op te zetten voor de herinnering aan en de herdenking van de geschiedenis;

15. betreurt het aanhoudende gebruik van symbolen van totalitaire regimes in de openbare ruimte en dringt aan op een verbod in de hele EU op het gebruik zowel van nazistische symbolen als van communistische Sovjetsymbolen, alsook van symbolen van de aanhoudende Russische agressie tegen Oekraïne; spreekt zijn steun uit voor de bouw in Brussel van een pan-Europees gedenkteken voor de slachtoffers van totalitaire regimes in de 20e eeuw;

16. reageert op de oproep van de Verchovna Rada van Oekraïne door in de krachtigste bewoordingen zijn veroordeling uit te spreken van de nationalistisch-imperialistische ideologie en het Russisch-fascistische beleid en de praktijken van het huidige Russische regime, dat de oorzaak is van Ruslands militaire agressie, zijn inspanningen om de Europese veiligheid en orde aan te vechten en zijn dreiging met verdere agressie tegen Europa;

17. stelt met bezorgdheid vast dat in de loop der jaren een deel van de Russische strategie ter rechtvaardiging van zijn agressie geschiedvervalsing was, waaronder de vernietiging of plundering van nationaal erfgoed; onderstreept dat dit met name zichtbaar is tijdens de Russische invasie in Oekraïne, waar Russische troepen tienduizenden kunstwerken hebben gestolen, geplunderd of vernietigd; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de volledige teruggave van het cultureel erfgoed van Oekraïne, alsook het nationaal bezit van Roemenië en het nationaal erfgoed van andere getroffen lidstaten prioriteit krijgt bij eventuele toekomstige maatregelen ten aanzien van de Russische Federatie;

18. herhaalt zijn oproep tot oprichting van een speciaal internationaal tribunaal voor de bestraffing van het misdrijf van agressie tegen Oekraïne, dat een einde kan maken aan straffeloosheid en aan het gebrek aan een duidelijke beoordeling van de herhaalde imperialistische agressie en wreedheden door de Sovjet‑Unie en Rusland tegen zijn buurlanden en van de hele ideologie achter deze daden;

19. spreekt zijn steun uit voor de inspanningen van het Internationaal Strafhof om vervolging in te stellen wegens oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en mogelijk genocide in het kader van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; veroordeelt met klem de gevallen van niet-medewerking met het Internationaal Strafhof bij de tenuitvoerlegging van aanhoudingsbevelen;

20. herinnert aan zijn oproep om 25 mei (de dag waarop Witold Pilecki, held van Auschwitz, werd geëxecuteerd) officieel uit te roepen tot Internationale Dag van helden in de strijd tegen totalitarisme en te gedenken, als blijk van respect voor en om hulde te brengen aan al diegenen die heldhaftigheid en een ware liefde voor de mensheid hebben getoond door zich te verzetten tegen tirannie, alsook om toekomstige generaties een duidelijk voorbeeld te geven van de juiste houding in het geval ze in aanraking komen met de dreiging van totalitaire onderwerping;

21. is van mening dat we pas van de destructieve erfenis van het Molotov‑Ribbentrop-pact verlost zullen zijn wanneer soevereine buurlanden van Rusland die Euro-Atlantische aspiraties hebben, zoals Oekraïne, Moldavië en Georgië, vrijelijk hun keuzes op het gebied van buitenlands beleid kunnen uitvoeren, zonder inmenging of belemmering;

22. is van mening dat de snelle invoering van hervormingen die leiden tot de Euro‑Atlantische integratie van Oekraïne en andere landen in de regio een positief effect zou hebben op de transformatie van Rusland door aan de Russische bevolking te tonen dat deze landen niet langer tot de invloedssfeer van Rusland behoren, en door een inspirerend voorbeeld te geven van welvaart en democratische ontwikkeling op basis van de Europese waarden van mensenrechten en vrede, waardoor het nostalgische streven naar imperiale glorie kan worden vervangen door het nastreven van economisch en sociaal welzijn;

23. stelt dat een totale militaire overwinning door Oekraïne de enige weg is naar duurzame vrede in Europa en naar het einde van de imperiale houding van de Russische Federatie, aangezien deze overwinning niet alleen een einde zal maken aan het Oekraïense lijden, maar Rusland ook zal helpen af te stappen van zijn imperialistische mentaliteit en ideologie, waardoor mogelijkheden worden gecreëerd voor democratische verandering in Rusland en andere autoritaire landen, zoals Belarus;

24. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Russische Doema, de parlementen van de landen van het Oostelijke Partnerschap, alsmede de Algemene Vergadering van de VN.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 22 januari 2025
Juridische mededeling - Privacybeleid