Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 93kWORD 42k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B5-0710/2000
5 september 2000
PE 295.880
 
B5‑0764/2000
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 37, lid 2 van het Reglement
door Hans Blokland
namens de EDD-Fractie
over het Brits besluit over het klonen van menselijke embryo's voor therapeutische doeleinden

Resolutie van het Europees Parlement over het Brits besluit over het klonen van menselijke embryo's voor therapeutische doeleinden 
B5‑0764/2000

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van de Britse regering over het klonen van menselijke embryo's,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 28 oktober 1993 over het klonen van het menselijk embryo(1), 12 maart 1997 over kloning(2), en 15 februari 1998 over het klonen van de menselijke persoon(3),

-  onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 maart ll. over het besluit van 18 december 1999 van het Europees Octrooibureau over octrooi nr. EP 695 351(4),

-  gezien de overeenkomst van de Raad van Europa over de bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van de menselijke persoon bij toepassingen van biologie en geneeskunde – de overeenkomst over de rechten van de mens tegenover de biogeneeskunde – en onder verwijzing naar de resolutie van 20 september 1996 over de bewuste overeenkomst,

-  gezien zijn advies van 15 december 1998(5), dat gevolgd is door besluit 1999/167/EG van 25 januari 1999 van de Raad houdende een speciaal onderzoeks-, technologisch ontwikkelings- en democratiseringsprogramma voor de kwaliteit van het leven en het beheer van levende rijkdommen (1998-2002)(6),

A.  overwegende dat de waardigheid van de mens en bijgevolg de waarde van elke menselijke persoon de voornaamste streefdoelen van de lidstaten zijn, zoals vandaag de dag blijkt uit de grondwetten van een groot aantal landen,

B.  overwegende dat het leven van de mens een aanvang neemt op het ogenblik dat de zelfstandige ontwikkeling van een nieuw verwekte identiteit begint, met andere woorden bij de ontvangenis, op het ogenblik van de bevruchting,

C.  overwegende dat het Brits besluit over het klonen van het menselijk embryo aanleiding gegeven heeft tot grote ongerustheid in de lidstaten van de Europese Unie,

D.  overwegende dat het klonen van menselijke embryo's zoals voorgenomen in Groot-Brittannië altijd met zich meebrengt dat het gekloonde embryo en de resultaten van de kloning vernietigd worden,

E.  overwegende dat het bewuste besluit 1999/167/EG van 25 januari 1999 van de Raad stelt dat er geen enkele onderzoeksactiviteit ondersteund zal worden die opgevat wordt in de zin van het begrip "klonen" en tot doel heeft om de kern van een kiem- of embryocel te vervangen door die van de cel van ook maar enige individuele persoon, een embryocel of een cel die afkomstig is van een latere ontwikkeling van het menselijk embryo,

F.  overwegende dat er andere manieren zijn dan het klonen van embryo's om ernstige ziekten te genezen, zoals gebruikmaking van stamcellen van volwassenen of uit de navelstreng van pasgeborenen,

1.  gelooft dat de rechten van de mens en eerbied voor de menselijke waardigheid vanaf het ogenblik van de bevruchting de constante doelstelling van de wetgevende politieke activiteit moeten zijn, en dat ze in geval van twijfel geïnterpreteerd moeten worden in de zin van ruimere, en niet beperkter bescherming;

2.  vraagt de Britse regering om haar standpunt over het klonen van het menselijk embryo te herzien, en het Britse parlement om het klonen van menselijke embryo's niet toe te laten;

3.  herhaalt zijn oproep aan de lidstaten, de Europese Unie en de Verenigde Naties om de nodige stappen te ondernemen om alle onderzoek naar alle vormen van kloning van de menselijke persoon te verbieden, en vraagt de lidstaten om elke overtreding als misdaad te bestraffen;

4.  vindt het onderscheid tussen embryo's en pre-embryo, alsof het om verschillende entiteiten zou gaan (de ene menselijk en de andere niet), onaanvaardbaar;

5.  vindt het onderscheid tussen reproductief en niet-reproductief klonen onaanvaardbaar, aangezien het embryo in ieder geval een "gereproduceerde" menselijke persoon is;

6.  dringt erop aan om de grootst mogelijke politieke, wetgevende, wetenschappelijke en economische inzet aan te wenden voor therapieën die gebruik maken van stamcellen van volwassen personen, of die in ieder geval geen enkele vernietiging van het leven van menselijke embryo's met zich meebrengen;

7.  meent dat destructieve experimenten op menselijke embryo's niet toegelaten mogen worden en vraagt de lidstaten om dat soort experimenten niet toe te staan;

8.  vraagt de Europese Commissie om te waarborgen dat het bewust besluit 1999/167/EG van 25 januari 1999 van de Raad volledig in acht genomen wordt, en herhaalt met aandrang dat er geen middelen van de Gemeenschap, rechtstreeks of onrechtstreeks, gebruikt mogen worden voor onderzoeksprogramma's die gebruik maken van kloning van de menselijke persoon, en vraagt bevestiging van het feit dat het verbod volledig nageleefd wordt;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Commissie en de regeringen van de lidstaten.

(1) PB C 315 van 22.11.1993, blz. 224.
(2) PB C 115 van 14.4.1997, blz. 92.
(3) PB C 34 van 2.2.1998, blz. 164.
(4) Aangenomen teksten, punt 9.
(5) PB C 98 van 9.4.1999, blz. 39.
(6) PB L 64 van 12.3.1999, blz. 1.

Juridische mededeling - Privacybeleid