ONTWERPRESOLUTIE
16.2.2005
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Andrew Duff en Alexander Lambsdorff
namens de ALDE-Fractie
over het wetgevingsprogramma voor 2005 en het strategische vijfjarenprogramma van de Commissie
B6‑0115/2005
Resolutie van het Europees Parlement over het wetgevingsprogramma voor 2005 en het strategische vijfjarenprogramma van de Commissie
Het Europees Parlement,
– gezien de officiële presentatie van de strategische richtsnoeren en het wetgevings- en werkprogramma voor 2005 van de Commissie,
– gelet op het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat het jaarlijks wetgevingsprogramma een onmisbaar instrument is voor de goede werking van de Europese instellingen en dat de invoering van een strategisch meerjarenprogramma de politieke doelstellingen van de Unie beter zal doen uitkomen,
B. overwegende dat een nauwere coördinatie tussen de instellingen van de Unie en een grotere slagvaardigheid van de Europese Raad om een geloofwaardiger politiek leiderschap te tonen in de aangelegenheden van de Unie een absolute voorwaarde zijn wil de EU haar taken met succes vervullen,
C. overwegende dat het Europees Parlement als enig direct gekozen orgaan op Europees niveau een sleutelrol moet spelen in het begrotings- en wetgevingswerk van de Unie en bij het rekenschap vragen aan de Commissie maar ook aan de Europese Raad en de Raad van Ministers (als deze uitvoerende macht uitoefent),
D. overwegende dat de ratificatie van de Grondwet door de lidstaten de belangrijkste politieke uitdaging voor de EU is, omdat zonder ratificatie het strategisch programma onmogelijk is uit te voeren,
E. overwegende dat de doelstellingen economische groei, schepping van werkgelegenheid en sociale rechtvaardigheid niet zullen worden gerealiseerd als de Unie de integratie niet verbetert en de kwaliteit van haar wet- en regelgeving niet verbetert,
F. overwegende dat verdere uitbreiding niet alleen afhangt van het vermogen en de bereidheid van de toetredingslanden om aan alle criteria voor het lidmaatschap te voldoen, maar ook aan het vermogen van de Unie om het integratiemomentum vast te houden,
G. overwegende dat voor de EU een bijzonder belangrijke rol is weggelegd bij het garanderen van vrijheid en veiligheid in Europa en bij het uitdragen van een Europese identiteit in wereldaangelegenheden,
H. overwegende dat de Unie moet kunnen beschikken over financiële middelen die in overeenstemming zijn met haar sociale, economische en politieke ambities,
Groei en werkgelegenheid
1. verwelkomt de voorstellen van de Commissie op economisch vlak, in het bijzonder de nadruk op de stimulering van de interne markt in de sector dienstverlening en haar streefdoel om de overmaat aan regelgeving te beperken, sleutelfactoren voor economische groei en werkgelegenheidsschepping;
2. dringt erop aan dat alle nieuwe wetgevingsinitiatieven vergezeld gaan van een nauwgezette evaluatie van de gevolgen op financieel, regelgevings- en milieugebied;
3. steunt vooral de vaststelling van richtlijnen op het gebied van de financiële dienstverlening en de verlening van diensten in de interne markt, op voorwaarde dat deze bijdragen tot de liberalisering van de markt en een grotere groei en het Europees sociaal model eerbiedigen;
4. verzoekt de Commissie haar voorstel voor een richtlijn inzake software-octrooien te herzien en met wetgevingsvoorstellen te komen voor een geïntegreerd systeem van algemene octrooien;
5. is ingenomen met de toezegging om het ondernemingsklimaat te verbeteren op het punt van ondernemerschap en ondernemingsbestuur; pleit voor initiatieven in de richting van convergentie van het burgerlijk en handelsrecht;
6. juicht het toe dat hoge prioriteit wordt gegeven aan een versterkte inzet van de Unie voor O&O, niet in de laatste plaats door de oprichting van een Europese onderzoeksraad, maar waarschuwt tegen buitensporige administratieve verplichtingen voor onderzoeksinstituten en het MKB;
7. gelooft sterk in een betere EU-coördinatie van het macro-economisch beleid; steunt een nieuwe consensus over het Stabiliteits- en Groeipact in die zin dat de hele economische cyclus wordt omvat, op voorwaarde dat de geloofwaardigheid van de euro niet wordt aangetast en er meer aandacht wordt besteed aan de overheidsschuldpositie van de lidstaten en aan een strenger toezicht op de nationale economische prestaties en prognoses;
8. hecht prioriteit aan de Europese en internationale inspanningen ter bestrijding van klimaatveranderingen; dringt erop aan dat de lidstaten hun toezeggingen in het kader van het Kyoto-protocol gestand doen en een effectief systeem voor de handel in emissierechten opzetten; hecht groot belang aan een herziening van het Kyoto-protocol;
9. wijst met klem op de noodzaak van een goed gecoördineerde campagne van de Europese Raad, het Parlement en de Commissie met het oog op de ratificatie van de Grondwet en de inwerkingtreding van de Grondwet op 1 november 2006;
Justitie en binnenlandse zaken
10. steunt de inspanningen ter bestrijding van misdaad en terrorisme en ter verhoging van de openbare veiligheid, maar dringt erop aan dat meer nadruk wordt gelegd op de realisering van een EU-burgerschap door de burgerlijke vrijheden te vergroten, met inbegrip van de bescherming van minderheden, en vooral door de invoering van wetgeving op EU-niveau inzake gegevensbescherming;
11. is verheugd over het besluit om de normale wetgevingsprocedure toe te passen op het gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid, maar betreurt dat er op het gebied van legale migratie nog altijd abnormale procedures zullen worden toegepast; dringt erop aan dat maatregelen tegen illegale immigratie in verhouding moeten staan tot de omvang van het probleem;
12. doet voorts een beroep op de nationale regeringen om de andere lidstaten te waarschuwen voordat zij belangrijke unilaterale initiatieven op het gebied van migratie ontplooien;
13. acht de integratie van immigranten van cruciaal belang en pleit voor allesomvattende maatregelen om de integratie op de arbeidsmarkt en de sociale, economische en politieke rechten van immigranten te verzekeren; wijst op de noodzaak om opname in de samenleving te vergemakkelijken zodat immigranten de taal leren van hun respectieve woonland;
14. neemt nota van het initiatief om het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat om te vormen tot een Europees Bureau voor grondrechten, maar vraagt zich af of dit niet leidt tot een doublure van andere mensenrechtenorganisaties;
15. onderstreept dat pluralisme in de media een fundamentele vrijheid en een hoeksteen van de moderne democratie is; doet derhalve een beroep op de Commissie om wetgevingsvoorstellen in te dienen die het pluralisme in de media moeten behouden en bevorderen;
Internationale aangelegenheden
16. rekent op een gestage en vastberaden ontwikkeling van het gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid van de Unie met het doel de Europese waarden in de wereld uit te dragen en de gemeenschappelijke belangen van de EU in internationale aangelegenheden te verdedigen; wijst op de dringende noodzaak om snel overeenstemming te bereiken over de oprichting van een dienst voor gezamenlijk extern optreden, waarbij de prerogatieven van de Commissie en het Parlement intact worden gelaten, de nationale diplomatieke diensten worden betrokken en de minister van Buitenlandse Zaken van de Unie wordt voorzien van de middelen, de informatie en de instrumenten die nodig zijn om behoorlijk te kunnen functioneren;
17. steunt de voortzetting van het uitbreidingsproces als en wanneer de kandidaat-landen volledig aan alle voorwaarden voor toetreding voldoen; hoopt dat de Commissie haar pre-toetredingsstrategie voor de Westelijke Balkan consolideert en uitbreidt en dat er voldoende financiële middelen zullen worden uitgetrokken voor dit beleidsterrein; dringt erop aan dat zowel de financiële als de commerciële regelingen voor Noord-Cyprus zo snel mogelijk worden vastgelegd;
18. wijst opnieuw op de noodzaak voor de EU om snel haar gemeenschappelijk nabuurschapsbeleid te ontwikkelen teneinde haar buurlanden op weg te helpen naar een liberale democratie, een rechtsstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en een hoger niveau van sociale, economische en ecologische ontwikkeling;
19. is verheugd over het engagement voor multilateralisme in het algemeen en voor de Verenigde Naties in het bijzonder, maar waarschuwt dat het langzame tempo van de internationale samenwerking niet de snelheid moet dicteren waarmee de Unie zelf initiatieven ontplooit om de opwarming van de aarde en armoede en ziekten te bestrijden;
20. verplicht zich ertoe het ontwikkelingsbeleid van de EU, met inbegrip van de bevordering van de democratie, te versterken en de omvang van het budget voor hulp te vergroten; wijst op het belang van de geleidelijke slechting van de barrières voor de invoer van producten uit ontwikkelingslanden en voor de afschaffing van de EU-exportsubsidies op landbouwproducten;
21. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad en de regeringen van de lidstaten.