ONTWERPRESOLUTIE
5.7.2005
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Bogdan Klich, Barbara Kudrycka, Laima Liucija Andrikienė, Charles Tannock, Karl von Wogau, Alfred Gomolka en Aldis Kušķis
namens de PPE-DE-Fractie
over steun voor de onafhankelijke media in Wit-Rusland
B6‑0411/2005
Resolutie van het Europees Parlement over steun voor de onafhankelijke media in Wit-Rusland
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over de situatie in Wit-Rusland,
– onder verwijzing, met name, naar zijn resolutie van 10 maart 2005 over Wit-Rusland,
– onder verwijzing, met name, naar zijn resolutie van 28 oktober 2004 over de politieke situatie in Wit-Rusland na de parlementsverkiezingen en het referendum van 17 oktober 2004,
– onder verwijzing, met name, naar zijn resolutie van 16 september 2004 over de situatie in Wit-Rusland,
– gelet op de slotconclusies van 9 december 2004 van de Internationale Verkiezingswaarnemingsmissie van de Parlementaire Assemblee van de OVSE,
– gelet op de resoluties van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de situatie in Wit-Rusland, en met name de resolutie van 28 april 2004 over de onderdrukking van de pers in de Republiek Wit-Rusland,
– gelet op, met name, het actieplan van de EU tot bevordering van de democratie in Wit-Rusland, dat op 23 februari 2005 is aangenomen door de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Wit-Rusland,
– gezien de Sacharov-prijs voor de vrijheid van geest, die in december 2004 is toegekend aan de Wit-Russische Vereniging van journalisten,
– gezien de mededeling van de Commissie van 11 mei 2004 over het Europees Nabuurschapsbeleid (COM(2004)0373),
– gelet op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en in het bijzonder de artikelen 19 en 21 daarvan, die het recht op vrijheid van meningsuiting en van vreedzame vergadering garanderen,
– gezien de op 2 juli 2004 besloten sancties van de EU tegen Wit-Russische bewindslieden naar aanleiding van de verdwijning van drie Wit-Russische oppositieleiders en een journalist,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de Parlementaire Troika heeft geconcludeerd dat noch de parlementsverkiezingen, noch de presidentsverkiezingen van 2000 en 2001 vrij en eerlijk waren, en dat deze werden voorafgegaan door willekeurige actie van de regering tegen de politieke oppositie, de onafhankelijke media en de organisaties die optraden als waarnemers bij de verkiezingen,
B. overwegende dat de Raad van Europa de parlementsverkiezingen van 17 oktober 2004 in Wit-Rusland en het referendum heeft veroordeeld als niet-beantwoordend aan de internationale normen,
C. overwegende dat de situatie in Wit-Rusland, in plaats van te verbeteren, verder is verslechterd, aangezien de mensenrechten op grove wijze worden geschonden, het Lagerhuis zijn wetgevende bevoegdheden zijn ontnomen en het economisch leven wordt gecontroleerd door de president; overwegende dat de schendingen onder meer de gevangenneming - en andere vormen van repressie - van leden van de democratische oppositie inhouden,
D. overwegende dat de EU herhaaldelijk de arrestatie van vooraanstaande oppositieleiders door de regering-Lukashenko heeft veroordeeld, en dat geen vorderingen zijn gemaakt in de onopgeloste zaken van een aantal verdwenen personen,
E. overwegende dat de laatste jaren verschillende politieke partijen en meer dan 50 pro-democratie-NGO's van verschillende niveaus en uiteenlopende politieke richtingen zijn verboden en dat verscheidene onderwijsinrichtingen om "technische" redenen zijn gesloten, terwijl het in al deze gevallen duidelijk was dat deze organisaties werden gestraft voor het bekritiseren van de president en zijn beleid,
F. overwegende dat de VN-Commissie voor de Mensenrechten in april 2004 Wit-Rusland heeft bekritiseerd op grond van de aanhoudende berichten over willekeurige arrestaties en gevangennemingen en over het dwarsbomen van niet-gouvernementele organisaties en van politieke partijen die oppositie voeren, alsook van personen die geëngageerd zijn in democratische activiteiten,
G. overwegende dat in de periode 2003-2004 22 onafhankelijke kranten zijn verboden en dat er nog eens 7 tijdelijk zijn verboden in de periode voorafgaand aan de parlementaire verkiezingen in oktober 2004,
H. overwegende dat iedere registratie van nieuwe kranten door de autoriteiten is gestopt en dat vele bestaande kranten boetes zijn opgelegd die het hen onmogelijk maken verder te verschijnen; in april werd een boete van 26.000 USD opgelegd aan de BDG (Biełarusskaja Diełowaja Gazieta) en Iryna Chalit, een journaliste van de BDG, kreeg een boete van 600 USD; Andrij Shantarovich, de uitgever van Miestnej Gaziety, enElena Rovbetskaia, uitgever van Birża informacji, kregen elk boetes van 500 USD wegens protesteren tegen het sluiten van hun redacties,
I. overwegende dat politiek gemotiveerde arrestaties en processen tegen activisten van de democratische beweging en tegen onafhankelijke journalisten, alsmede deportaties van buitenlandse staatsburgers, in Wit-Rusland aan de orde van de dag zijn; overwegende dat twee journalisten van de krant Pahonia - Pavel Mazheika en Nicola Markievich -, alsmede de uitgever van de krant Raboczy, Victor Ivazhkievich, op grond van de artikelen 367 en 378 van het Wit-Russisch Wetboek van strafrecht veroordeeld zijn tot gevangenisstraffen variërend van 6 tot 9 maanden, zulks op beschuldiging van belediging van het staatshoofd,
J. overwegende dat in de resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 28 mei 2004 werd erkend dat er aanwijzingen zijn dat Wit-Russische topambtenaren betrokken waren bij de ontvoering en waarschijnlijke vermoording van oppositieleiders in 1999,
K. overwegende dat in 1999 de correspondent van de WRD Dmitry Zawadzki is verdwenen en dat de Wit-Russische autoriteiten geen haast lijken te maken met het onderzoek; dat op 20 oktober 2004 Weronika Czerkasowa, een journaliste van de krant Solidarność, werd vermoord; dat gevallen van geweld tegen journalisten steeds meer toenemen; dat het Europees Parlement uiterst bezorgd is over de verslechterende veiligheidssituatie van journalisten in Wit-Rusland,
L. overwegende dat het uitgeven van publicaties door de staat is gemonopoliseerd en dat de overgebleven particuliere uitgevers zware boetes krijgen opgelegd, als zij onafhankelijke kranten uitgeven; het gevolg is dat vele onafhankelijke kranten in het buitenland worden gepubliceerd; zowel Dzien als BDG worden gedrukt in Rusland, maar worden vaak aan de grens door de Wit-Russische autoriteiten geconfisqueerd,
M. overwegende dat het distributiestelsel van de pers door het staatsbedrijf Sajuz Pieczatien door de post is gemonopoliseerd en dat iedere particuliere distributie van massamedia in 2004 werd verboden,
N. overwegende dat alle televisie- en radiostations, zowel nationale als regionale, in handen zijn van de regering,
O. overwegende dat de enige particuliere nieuwszender op de radio, Radio 101.2, in 1997 is verboden en dat alle resterende particuliere radiostations een deel van hun aandelen hebben moeten afstaan aan de staat en volledig onder controle van het regime staan,
P. overwegende dat alle internetverbindingen lopen via een door de staat gecontroleerde onderneming, die vele rekeningen en www-sites heeft geblokkeerd,
1. veroordeelt ten sterkste de ongenuanceerde aanvallen van het Wit-Russisch regime op de media, op journalisten, leden van de oppositie, mensenrechtenactivisten en iedereen die het waagt openlijk kritiek te uiten op de president en het regime; het gaat daarbij om willekeurige arrestaties, slechte behandeling van gevangenen, verdwijningen, politiek gemotiveerde vervolging en andere daden van repressie, die de grondbeginselen van de democratie en de rechtsstaat met voeten treden;
2. roept de Raad en de Commissie ertoe op een gedifferentieerd en meerjarig programma in het leven te roepen tot ondersteuning van de onafhankelijke media in Wit-Rusland; dit programma moet ook steun verlenen aan een onafhankelijk radiostation dat uitzendt vanuit Polen, Litouwen en mogelijkerwijze Oekraïne, alsmede aan journalisten, onafhankelijke kranten en, in de nabije toekomst, aan een op te richten satelliet-televisiezender voor Wit-Rusland;
3. roept de Raad en de Commissie ertoe op de nodige voorwaarden te scheppen om te kunnen beginnen met het uitzenden van een onafhankelijk radioprogramma voor Wit-Rusland vanuit Polen, Litouwen en mogelijkerwijs Oekraïne;
4. benadrukt dat de radioprogramma's zowel in het Wit-Russisch als in het Russisch moeten worden uitgezonden en moeten worden gemaakt door onafhankelijke journalisten uit Wit-Rusland, hetgeen de authenticiteit en onafhankelijkheid van de programma's zal waarborgen;
5. benadrukt dat het radionetwerk een particulier initiatief dient te zijn, en geenszins een orgaan van een lidstaat of een instelling van de Europese Unie;
6. benadrukt dat de radiouitzendingen gebruik moeten kunnen maken van alle tranmissiebandbreedtes, ook via internet, en dat het mogelijk moet zijn continu uit te zenden;
7. roept de Raad en de Commissie ertoe op middelen van het EIDHR (Europees Initiatief voor de democratie en de mensenrechten) te reserveren voor hulp aan onderdrukte journalisten en hun families;
8. roept de Raad en de Commissie ertoe op een programma van beurzen en stages voor onafhankelijke journalisten in het leven te roepen, alsmede opleidingsprogramma's voor jonge, onafhankelijke journalisten;
9. benadrukt dat de oprichting van het radionetwerk deel moet uitmaken van de ondersteuning van de overgebleven onafhankelijke kranten en tijdschriften in Wit-Rusland en dat speciale ondersteuning dient te worden verleend aan de niet-geregistreerde onafhankelijke pers, die ontsnapt aan de censuur en de staatscontrole; de steunverlening dient ook de distributie, het uitgeverswerk en de publicatie van de onafhankelijke pers te omvatten;
10. benadrukt eens te meer dat de verdere ontwikkeling van de betrekkingen van de EU met Wit-Rusland zal afhangen van de vorderingen op de weg naar democratisering en hervormingen in het land, en van de toegang die de Wit-Russen moeten krijgen tot objectieve, vrije en transparante media;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de parlementen en regeringen van de lidstaten en aan de Parlementaire Vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa.