ONTWERPRESOLUTIE
24.10.2005
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Eva-Britt Svensson en Vittorio Agnoletto
namens de GUE/NGL-Fractie
over de situatie in Azerbeidzjan
B6‑0577/2005
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Azerbeidzjan
Het Europees Parlement,
– gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Azerbeidzjan, die op 1 juli 1999 in werking is getreden,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Azerbeidzjan en het zuidelijke Kaukasus-gebied, en in het bijzonder die van 9 juni 2005,
– gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten tussen de EU en de Centraal-Aziatische republiek,
– onder verwijzing naar zijn resolutie "Een ruimer Europa - nabuurschap: een nieuw kader voor de betrekkingen met onze oostelijke en zuidelijke buren (COM(2003)0104) van 20 november 2003,
– gezien het strategiedocument van de EG over Centraal Azië 2002-2006,
– gezien het landenverslag van de Commissie van 2 maart 2005 over Azerbeidzjan,
– gezien de verklaring van de Raad van 6 oktober 2005 over Azerbeidzjan,
– gezien het eerste verslag van de OVSE-verkiezingswaarnemingsmissie van 30 september 2005,
– gezien het interimverslag van de OVSE-verkiezingswaarnemingsmissie van 17 oktober 2005,
– gezien de weigering van de Azerische autoriteiten op 17 oktober 2005 om de oppositieleider en voormalige voorzitter van het Azerische parlement, Rasul Gulijev, weer toegang tot Azerbeidzjan te verlenen,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de parlementsverkiezingen van 6 november 2005 voor Azerbeidzjan een gelegenheid vormen om zijn gehechtheid aan democratie en mensenrechten te bewijzen,
B. benadrukkend dat respect voor mensenrechten, democratie en rechtsstaat een fundamenteel element vormt van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten met de republieken van Centraal Azië,
C. overwegende dat dit ook fundamentele waarden zijn van de OVSE, waarvan de Centraal-Aziatische republieken lid zijn,
D. overwegende dat de verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE in september 2005 een aantal problemen heeft geïdentificeerd, zoals beperkingen op de vrijheid van vergadering en het nalaten om uitvoering te geven aan de reeds lang geleden gedane aanbevelingen van de Commissie van Venetië om verbetering te brengen in het wetgevende kader voor de verkiezingen en om belangrijke garanties te bieden om meer vertrouwen bij het publiek te winnen,
E. overwegende dat in het interimverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE van 17 oktober ernstige bezorgdheid tot uitdrukking wordt gebracht over de methoden die de autoriteiten tot op heden hebben aangewend tijdens de verkiezingscampagne,
F. overwegende dat de recente hervormingen van de Azerische regering en het presidentiële decreet van 11 mei 2005 inzake verbetering van de procedures voor het houden van vrije en eerlijke verkiezingen niet tot resultaat hebben gehad dat er tijdens de campagne gelijke en evenwichtige toegang voor allen wordt verzekerd; merkt echter op dat er enkele verbeteringen konden worden geregistreerd,
G. overwegende dat de autoriteiten van Bakoe geweigerd hebben aan de oppositie vergunningen te verlenen tot het houden van meetings in het centrum van de hoofdstad; overwegende dat de politie is overgegaan op fysieke aanvullen op en arrestaties van leden van de oppositiecoalitie, die sinds september verkiezingsbijeenkomsten organiseert,
H. bezorgd over de voortdurende toeneming van de militaire uitgaven van Azerbeidzjan en de versterking van de strijdkrachten van het land; verontrust over het feit dat bij de recente serie nieuwe benoemingen enkele personen die verantwoordelijk zijn geweest voor de onderdrukking van de oppositie tijdens de presidentsverkiezingen van 2003 een aantal belangrijke ministersposten hebben gekregen,
I. verontrust over de wijdverbreide armoede, de verslechterende sociale omstandigheden, de afhankelijkheid van de nationale economie, de zwakten en onderlinge verdeeldheid van de oppositie en het feit dat het leiderschap in toenemende mate tot repressief optreden overgaat,
1. spreekt zijn scherpe veroordeling uit over de voortdurende schendingen van de mensenrechten in Azerbeidzjan, met inbegrip van de repressie van politieke tegenstanders, NGO's en maatschappelijke organisaties, het aan banden leggen van de rechterlijke macht en het muilkorven van de onafhankelijke media;
2. verzoekt de regering van Azerbeidzjan om garant te staan voor democratie, respect van mensenrechten en sociale rechten en fundamentele vrijheden over het hele land, overeenkomstig de nationale wetgeving en de internationale normen op het gebied van de mensenrechten;
3. neemt kennis van het feit dat er op 6 november 2005 parlementsverkiezingen zullen worden gehouden in Azerbeidzjan; benadrukt echter de noodzaak dat hier sprake moet zijn van democratische, vrije, eerlijke en onafhankelijke verkiezingen, zonder inmenging van buitenaf, en in het bijzonder zonder inmenging van hen die eigen belangen in het land najagen;
4. betreurt de weigering van de autoriteiten van Bakoe om toestemming te verlenen voor oppositiemeetings in het centrum van de hoofdstad;
5. veroordeelt het disproportionele en gewelddadige optreden dat de politie sinds november aan de dag legt tegen demonstraties en verkiezingsmeetings van de oppositiepartijen, alsook de arrestatie en inhechtenisneming van leden van de oppositie en andere mensen die hun protest hebben laten horen;
6. dringt aan op onmiddellijke invrijheidstelling van alle personen die tijdens de demonstraties gearresteerd werden en nog steeds in hechtenis worden gehouden en dringt aan op een diepgaand, onafhankelijk onderzoek naar de gebeurtenissen, waarin ook aandacht moet worden geschonken aan de verantwoordelijkheid van de politie;
7. betreurt het dat zeven oppositieleiders, die wegens hun deelneming aan massaprotesten direct na de presidentsverkiezingen van 2003 veroordeeld werden en die onlangs van de autoriteiten gratie hebben ontvangen, niet het recht kregen om aan de verkiezingen deel te nemen;
8. herhaalt zijn oproep aan de regering van Azerbeidzjan om te zorgen voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en om de inherente en onvervreemdbare fundamentele rechten van in arrest verkerende personen te garanderen; dringt bij de autoriteiten aan op maatregelen om de tekortkomingen te verhelpen die bij de procesvoering werden geconstateerd en dringt er in dit verband bij de regering op aan om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Raad van Europa betreffende de behandeling van politieke gevangenen, zulks omdat er uitvoerige en geloofwaardige klachten zijn geuit over folter en mishandeling;
9. benadrukt dat volledige naleving van de vrijheid van vergadering een hoeksteen van de democratische samenleving is; dringt daarom bij de Azerische autoriteiten aan op de dringende noodzaak tot het nemen van energieke maatregelen om ervoor te zorgen dat de komende parlementsverkiezingen volledig aan de erkende internationale normen zullen voldoen; beklemtoont dat de reeds lang geleden gedane aanbevelingen van de OVSE, het ODIHR (Bureau voor democratische instellingen en mensenrechten) en de Commissie van Venetië moeten worden goedgekeurd en ten uitvoer gelegd;
10. herhaalt zijn oproep aan Azerbeidzjan om onmiddellijk maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de laatste weken van de verkiezingscampagne vrij zullen zijn van geweld en inbreuken op de democratische beginselen en normen;
11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de OVSE en de president, de regering en het parlement van Azerbeidzjan.