Ontwerpresolutie - B6-0611/2005Ontwerpresolutie
B6-0611/2005

ONTWERPRESOLUTIE

15.11.2005

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Angelika Beer, Monica Frassoni, Joost Lagendijk en Raül Romeva i Rueda
namens de Verts/ALE-Fractie
over Iran

Procedure : 2005/2642(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0611/2005
Ingediende teksten :
B6-0611/2005
Aangenomen teksten :

B6‑ 0611/2005

Resolutie van het Europees Parlement over Iran

Het Europees Parlement,

–  gelet op het Handvest van de Verenigde Naties

–  gezien de verklaring van de directeur-generaal van het IAEA, Mohamed El-Baradei, van 7 november 2005, waarin de klemtoon wordt gelegd op de belofte van de kernwapenstaten om te ontwapenen,

–  gezien de conclusies van de Raad inzake Iran van 7 november 2005 en de talrijke verklaringen van solidariteit met de staat Israël,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over Iran, met name zijn resolutie van 13 oktober 2005,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

1.  veroordeelt scherp de extremistische toespraak van president Ahmadinejad op de zogenaamde 'Jeruzalemdag', waarin hij verklaarde dat Israël 'van de kaart moet worden geveegd' en waarin hij de Palestijnen aanspoorde hun terroristische activiteiten tegen Israël voort te zetten;

2.  herinnert aan de verplichting van de staten overeenkomstig artikel 2, lid 4 van het VN-Handvest om zich in hun internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat;

3.  stelt met spijt vast dat dergelijke bedreigingen allesbehalve helpen om de internationale gemeenschap te overtuigen van de vreedzame intenties van de Iraanse leiders en dat zij tot internationaal isolement zullen leiden; neemt kennis van de diverse kritische verklaringen van Iraanse politici en besluitvormers, die zichzelf distantiëren van de woorden van de president;

4.  verwelkomt de positie van de Palestijnse toponderhandelaar Saeb Erekat, die het standpunt van president Ahmadinejad veroordeelt en voorstander is van de vreedzame coëxistentie van een Palestijnse en Israëlische staat, en roept president Abbas en alle Palestijnse organisaties op dezelfde houding aan te nemen;

5.  roept Iran op de staat Israël te erkennen alsook het recht van deze staat om te leven in vrede en veiligheid binnen internationaal erkende grenzen, en bij te dragen tot de oprichting van een leefbare en democratische Palestijnse staat door met behulp van zijn invloed in het Midden Oosten de bewegingen waarmee Iran betrekkingen onderhoudt, te overtuigen zich van geweld te onthouden;

6.  bevestigt nogmaals zijn sterke gehechtheid aan de leefbaarheid en de veiligheid van de staat Israël alsook aan de oprichting van een leefbare Palestijnse staat zoals voorgesteld in de zogenaamde 'routekaart' en gelooft dat het voor een vreedzame coëxistentie, betere menselijke ontwikkeling en voorspoed voor Israël en het Midden Oosten in het algemeen van belang is dat de EU en Iran via onderhandelingen tot een oplossing komen over de ontwikkeling van het nucleair programma van Iran;

7.  is ervan overtuigd dat het geschil over het nucleair programma van Iran op een vreedzame manier moet worden opgelost; roept alle betrokken partijen op de voorstellen voor een vreedzame oplossing te onderzoeken en onverwijld de onderhandelingen te hervatten;

8.  verwelkomt het voorstel dat onlangs is voorgelegd door de E3 in samenwerking met Mohamed El Baradei, directeur-generaal van het IAEA, om te accepteren dat Iran beperkte nucleaire activiteiten uitvoert, met name de conversie van uranium naar hexafluoride, op zijn eigen grondgebied maar de verrijking van zijn uranium naar Rusland overbrengt; vraagt de regering van de VS dit voorstel te steunen;

9.  vraagt de Iraanse regering dat zij de nodige stappen onderneemt om het vertrouwen in haar vreedzame bedoelingen, dat door de verklaring van president Ahmadinejad geknakt is, te herstellen en in te stemmen met een compromis dat Iran in staat stelt zijn civiel programma voor nucleaire energie onder de IAEA-voorwaarden met volledige transparantie te ontwikkelen ;

10.  vraagt de onderhandelingspartners gebruik te maken van de 'goede diensten' van de secretaris-generaal van de VN in het belang van een vreedzame regeling van het nucleair conflict;

11.  onderstreept dat het de geloofwaardigheid van het EU/E3-standpunt sterk ten goede zou komen indien de belofte van nucleaire ontwapening in het kader van het Non-proliferatieverdrag ten uitvoer wordt gelegd en vraagt Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hun recente besluiten inzake de vernieuwing van hun kernwapenarsenaal te herzien, en beklemtoont in deze context de oproep van de heer El Baradei van 7 november;

12.  vraagt alle erkende en niet-erkende kernmogendheden, met name de VS, dat zij de onderhandelingen actief steunen en negatieve veiligheidwaarborgen toekennen aan Iran en alle andere landen in de regio; herhaalt zijn steun voor de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone in Europa en in het Midden Oosten en roept de EU en haar lidstaten op met dit doel onderhandelingen op te starten;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen en de parlementen van de Islamitische Republiek van Iran, de Verenigde Staten en Israël, alsook aan de directeur-generaal van het IAEA en de secretaris-generaal van de VN.