ONTWERPRESOLUTIE
12.6.2006
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Cecilia Malmström en Henrik Lax
namens de ALDE-Fractie
over het resultaat van de 17e Top tussen de EU en Rusland van 25 mei 2006 in Sochi
B6‑0338/2006
Resolutie van het Europees Parlement over het resultaat van de 17e Top tussen de EU en Rusland van 25 mei 2006 in Sochi
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over de betrekkingen tussen de EU en Rusland,
– gelet op de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Rusland, die op 1 december 1997 in werking trad,
– gezien zijn op 26 mei 2005 aangenomen verslag over de betrekkingen tussen de EU en Rusland,
– onder verwijzing naar zijn resoluties over Rusland en over de situatie in Tsjetsjenië die in april 2002, januari 2003, juli 2003, december 2005 en januari 2006 werden aangenomen,
– gezien het resultaat van de 27ste Topbijeenkomst tussen de EU en Rusland op 25 mei 2006 in Sochi,
– gezien de huidige internationale en Europese verantwoordelijkheden van Rusland als fungerend voorzitter van de G8 en van het Comité van Ministers van de Raad van Europa,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de EU en Rusland hun betrekkingen omschrijven als een strategisch partnerschap dat gebaseerd is op gemeenschappelijke waarden en gedeelde belangen en gezien het feit dat Rusland zich na de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 tot een nog belangrijker naburig land heeft ontwikkeld,
B. overwegende dat de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van 1997 het rechtskader voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland zal blijven vormen, maar dat deze overeenkomst in 2007 afloopt, en overwegende dat Rusland in het najaar mogelijk officieel wordt erkend als partner binnen het beleid van de Noordelijke Dimensie,
C. overwegende dat op de Topbijeenkomst tussen de EU en Rusland van mei 2003 in St. Petersburg werd besloten tot instelling van vier "gemeenschappelijke beleidsposities", als gevolg waarvan een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van externe veiligheid en een ruimte van onderzoek, onderwijs en cultuur zouden worden toegevoegd aan de gemeenschappelijke economische ruimte waarover twee jaar eerder overeenstemming was bereikt,
D. overwegende dat er behoefte is aan een intensievere dialoog om een einde te maken aan de bezorgdheid over de verzwakking van de democratie in Rusland, de toenemende controle van de staat op de media, het verslechterende klimaat voor NGO's, de toenemende politieke greep op het rechtswezen en andere maatregelen die de macht van het Kremlin aanzienlijk hebben vergroot, plus de Russische houding en reactie in verband met de mislukte presidentsverkiezingen in Wit-Rusland in maart 2006 en de Russische pogingen de prijsstelling van energie en invoerbeperkingen als politieke instrumenten te gebruiken,
E. overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland al eerder mank gingen aan een gebrek aan samenhang en dat verdere pogingen in het werk moeten worden gesteld om voor meer objectiviteit en coherentie in de EU-benadering van Rusland te zorgen,
1. betreurt het gebrek aan concrete vooruitgang op de Topbijeenkomst, wat een weerspiegeling vormt van de aanzienlijke moeilijkheden in verband met de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Rusland in dit stadium, ondanks het gemeenschappelijke belang dat op de lange termijn bestaat om tot nauwe samenwerking en culturele, economische en sociale contacten te komen die zich van het persoonlijke niveau tot het staatsniveau uitstrekken;
2. doet daarom een beroep op de Raad en de Commissie met spoed verder te werken aan nieuwe voorstellen over de manier waarop de betrekkingen tussen de EU en Rusland moeten worden ontwikkeld als onderdeel van de lopende werkzaamheden binnen de Commissie ter opstelling van haar onderhandelingsmandaat voor de opvolger van de binnenkort aflopende partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst en wenst dat het Europees Parlement ten volle bij dit proces wordt betrokken;
3. betreurt het dat de overeenkomst ter vergemakkelijking van de afgifte van visa, die op de Topbijeenkomst tussen de Europese Unie en Rusland werd gesloten
- ●de vergemakkelijking van de visa-afgifte beperkt tot een aantal vooraf bepaalde kleine categorieën personen,
- ●geen einde maakt aan het buitensporige voorschrift om van toeristen die op individuele basis reizen uitnodigingen en verplichte registratie te verlangen, hetgeen in de praktijk een ernstige hindernis is voor het vrije verkeer van EU-burgers in Rusland en in sommige gevallen vice versa,
- ●de overeenkomst niet koppelt aan de ratificatie van het Verdrag van Den Haag inzake kinderkidnapping;
4. wijst erop dat er dringend behoefte is aan het vergemakkelijken van de afgifte van visa om de komst van een moderne, op kennis gebaseerde economie mogelijk te maken, aangezien mobiliteit tegenwoordig even belangrijk is als toegang tot moderne communicatietechnologie en het internet;
5. herinnert eraan dat de Europese Unie zich ertoe heeft verplicht een strategisch partnerschap met Rusland te ontwikkelen en bevestigt opnieuw zijn steun aan de ontwikkeling van de vier gemeenschappelijke beleidsruimten en aan het doel van de totstandbrenging van een vrijhandelsgebied met Rusland als onderdeel van dit proces;
6. bevestigt opnieuw dat het er vast van overtuigd is dat er op alle vier gebieden evenveel vooruitgang moet worden bereikt en dat voortgang op economisch gebied vergezeld moet gaan van vooruitgang op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, met name bij de mensenrechtendialoog tussen de EU en Rusland, die tot dusver geen enkel tastbaar resultaat heeft opgeleverd, aangezien mensenrechten en fundamentele waarden deel van dit proces moeten blijven uitmaken, ook in verband met de bestrijding van terrorisme, georganiseerde misdaad en illegale immigratie; veroordeelt in verband hiermee het besluit van de Russische autoriteiten de eerste gay pride-manifestatie op 27 mei in Moskou te verbieden en hun onvermogen te zorgen voor de veiligheid en beveiliging van de vreedzame demonstranten en mensenrechtenactivisten;
7. onderstreept dat eerbiediging en uitvoering van internationale verplichtingen en een strikte handhaving van het recht fundamentele elementen blijven bij het tot stand brengen van een ware en gerijpte democratie; dringt er bij Rusland op aan een constructieve rol in de gehele wereld te spelen, met name ten aanzien van zijn naaste buren Iran en het Midden-Oosten;
8. constateert dat op de Topbijeenkomst enige vooruitgang werd bereikt bij onderwerpen als samenwerking op energiegebied, maar verzoekt Rusland spoedig over te gaan tot ratificatie van de Energy Charter Treaty en verdere vooruitgang te bereiken bij vraagstukken in verband met de toetreding van Rusland tot de WTO in 2007;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de Russische Doema en de Russische regering.