Ontwerpresolutie - B6-0477/2006Ontwerpresolutie
B6-0477/2006

ONTWERPRESOLUTIE

4.9.2006

naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Francis Wurtz
namens de GUE/NGL-Fractie
over het Midden-Oosten

Procedure : 2006/2617(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0477/2006
Ingediende teksten :
B6-0477/2006
Aangenomen teksten :

B6‑ 0477/2006

Resolutie van het Europees Parlement over het Midden-Oosten

Het Europees Parlement,

–  gelet op de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Libanon en de verklaringen van VN-secretaris-generaal Kofi Annan,

-  gelet op de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over het geschil in het Midden-Oosten,

-  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over de situatie in het Midden-Oosten,

-  onder verwijzing naar de resolutie van de VN-Raad voor de rechten van de mens (S-2/1) over de 'ernstige situatie van de mensenrechten in Libanon ten gevolge van de Israëlische militaire operaties',

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende de nieuwe oorlog die Israël is begonnen tegen Libanon met als resultaat 34 dagen van niet aflatende bombardementen, 1.084 doden aan Libanese en 41 aan Israëlische zijde, duizenden gewonden, gedwongen verhuizing van een kwart van de Libanese bevolking, verwoesting van levensbelangrijke infrastructuur zoals vliegvelden, havens, elektrische centrales, alsook een enorme olieverontreiniging van de zee,

B.  overwegende dat ten gevolge van deze bombardementen volgens het UNDP 15.000 woningen en 78 bruggen zijn vernietigd, 630 km wegen zijn beschadigd en voor Libanon ten minste $ 15 mia. aan schade is ontstaan,

C.  overwegende dat door Israël granaten zijn ingezet die ieder tot 644 ontplofbare onderdelen konden bevatten, dat 100.000 hiervan tijdens de oorlog niet ontploft zijn en nog steeds iedere dag onschuldige slachtoffers eisen,

D.  overwegende dat het Israëlische leger volgens Amnesty International met buitensporig geweld is opgetreden volgens een patroon van niet-selectieve aanvallen op de burgerbevolking, en een beleid heeft gevoerd van moedwillige vernietiging van civiele infrastructuur in Libanon, hetgeen neerkomt op oorlogsmisdaden,

E.  in dit opzicht met name overwegende de ramp van Qana en het - aldus de secretaris-generaal van de VN - "weloverwogen" bombardement van waarnemers en leden van de internationale vredesmacht,

F.  overwegende dat de ontvoering van twee Israëlische soldaten door Hezbollah - ongetwijfeld een onaanvaardbare daad - duidelijk niet meer is geweest dan een aanleiding die door de Israëlische leiders is aangegrepen om een volgens militaire bronnen en de Israëlische pers zelf al lang van te voren gepland offensief op gang te brengen,

G.  overwegende dat het besluit van Hezbollah op het Israëlische bombardement van Libanese steden te reageren door raketten op Israëlische steden af te vuren eveneens een ernstige schending inhoudt van de internationale humanitaire wetgeving die neerkomt op oorlogsmisdaden,

H.  overwegende de reeds in juni begonnen en nog steeds aanhoudende oorlog die Israël tegelijkertijd voert tegen de Palestijnse bevolking van Gaza, die reeds meer dan 200 doden heeft geëist; overwegende dat de Israëlische strijdkrachten nog steeds arrestaties verrichten, infrastructuur vernietigen, woonwijken bombarderen vanuit de lucht; overwegende dat 40 democratisch gekozen Palestijnse ministers, onder wie Dr. Aziz Dweik, voorzitter van de Palestijnse Raad, zijn ontvoerd en gevangen gezet; overwegende dat de bouw van de muur doorgaat; overwegende dat Israël de Gazastrook volkomen blokkeert en blijft weigeren aan de Palestijnen de douane- en belastingopbrengsten over te maken die het voor de Palestijnse Autoriteit in ontvangst neemt; overwegende dat door de bezetting op humanitair gebied een rampzalige situatie is ontstaan en dat de situatie op politiek vlak gevaarlijk is,

I.  overwegende dat het vredesproces in het Midden-Oosten zich volledig in het politieke en diplomatieke slop bevindt hoewel een rechtvaardige en duurzame oplossing van het Palestijnse vraagstuk onontbeerlijk is voor de oplossing van geschillen en de totstandbrenging van vrede en veiligheid in de gehele regio;

J.  overwegende dat het voor de internationale gemeenschap in het algemeen en voor de Europese Unie in het bijzonder dan ook van levensbelang is in de meest krachtige bewoordingen te eisen dat Israël terugkeert naar de grenzen van 1967, en, op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad, naar de onderhandelingstafel,

K.  overwegende dat de leiders van de Verenigde Staten in naam van de "oorlog tegen het terrorisme" nauw betrokken zijn bij de strategie van Israël, waardoor zij zich kunnen onttrekken aan de verplichtingen van de internationale wetgeving, met chaos als gevolg zoals blijkt uit de rampzalige en uitzichtloze situatie in Irak,

L.  in dit verband het extremisme overwegende waartoe deze strategie leidt zoals blijkt uit de verklaring van mevrouw Rice, minister van Buitenlandse Zaken van de VS, waarin het lijden van het Libanese volk wordt vergeleken met de "barensweeën van het Nieuwe Midden-Oosten",

M.  overwegende de waardige en moedige standpunten die de secretaris-generaal van de VN in deze periode heeft ingenomen,

N.  daarentegen uiterst kritisch het feit overwegende dat de Europese Raad niet in staat is geweest een staakt-het-vuren en terugkeer naar de internationale rechtsorde te eisen, ondanks verzoeken hierom door de Conferentie van voorzitters van het Europees Parlement en het fungerend voorzitterschap van de Unie,

O.  overwegende de bijzonderheden die Kofi Annan met betrekking tot de huidige en toekomstige toestand in Libanon heeft verschaft over de taakomschrijving van UNIFIL, te weten ten eerste dat de ontwapening van Hezbollah niet tot de taken van deze troepenmacht behoort, maar deel is van een politiek proces dat door de Libanezen zelf wordt uitgevoerd, en ten tweede dat deze troepenmacht slechts langs de grens met Syrië kan worden opgesteld als de Libanese regering hierom verzoekt, wat niet het geval is,

P.  overwegende derhalve dat het met name de taak van UNIFIL is te voorkomen dat het bestand op enigerlei wijze wordt geschonden, hetgeen des te belangrijker is daar de Israëlische strijdkrachten in Baalbek reeds een ernstige overtreding hebben begaan en dreigen met een "tweede ronde" van de oorlog,

1.  veroordeelt de Israëlische oorlog in Libanon, de niet-selectieve een grootschalige Israëlische luchtaanvallen op de burgerbevolking zoals in het dorp Qana, de beschieting van leden van de VN-vredesmacht en VN-waarnemingsposten in Zuid-Libanon als een bijzonder ernstige schending van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en van de internationale humanitaire en mensenrechtenwetgeving;

2.  veroordeelt het afschieten van duizenden raketten op noordelijk Israël door Hezbollah en alle andere schendingen van de territoriale onschendbaarheid van Israël;

3.  dringt aan op een volledig, onpartijdig en onafhankelijk onderzoek van de schendingen van de internationale humanitaire en mensenrechtenwetgeving; spreekt zijn waardering uit voor het verwante initiatief van de Raad voor de rechten van de mens; dringt erop aan dat zij die verantwoordelijk zijn voor misdaden overeenkomstig de internationale wetgeving voor de rechter worden gebracht en dat de slachtoffers volledig schadeloos worden gesteld;

4.  wijst erop dat Israël aansprakelijk is voor de schade aan de civiele infrastructuur; dringt er met klem op aan dat Israël de kosten van wederopbouw voor zijn rekening neemt;

5.  wijst er andermaal op dat de geschillen in het Midden-Oosten niet met militaire middelen kunnen worden opgelost, en dat de oplossing verloopt via beëindiging van de bezetting en hervatting van onderhandelingen op de grondslag van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

6.  is van mening dat hiertoe een constructieve dialoog en onderhandelingen tussen alle betrokken partijen en actoren in de regio noodzakelijk zijn zonder voorwaarden of uitsluitingen;

7.  wijst met nadruk op de verplichting uit hoofde van de internationale wetgeving te zorgen voor toegang en vrijgeleide van ontheemden, humanitaire werkers en voorraden; dringt aan op onmiddellijk opheffing van de door Israël ingestelde blokkade van de lucht- en zeeroutes naar Libanon;

8.  dringt aan op ruil van gevangenen tussen Libanon en Israël in het kader van de Conventies van Genève waarom de Libanese regering verzoekt; is van mening dat de aanpak van de gevangenenproblematiek ook de Palestijnse gevangen dient te omvatten; wijst er in dit verband op dat Israël naast de deze zomer ontvoerde parlementsleden en ministers 8.000 Palestijnen gevangen houdt die op vrije voeten moeten worden gesteld, onder wie Marwan Barghouti;

9.  is van mening dat de uiteenlopende crises in de regio niet afzonderlijk of bilateraal moeten worden aangepakt, maar als alomvattende poging te zorgen voor vrede en stabiliteit in de regio als geheel; verzoekt om een internationale vredesconferentie over het Midden-Oosten en om onderhandelingen over een vredesovereenkomst voor de gehele regio op basis van de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad; en verzoekt de Raad en de lidstaten hiertoe zo spoedig mogelijk het initiatief te nemen;

10.  wijst erop dat het vredesproces voor het Midden-Oosten weer bovenaan op de internationale politieke agenda moet worden geplaatst; verzoekt het Kwartet de tenuitvoerlegging van de routekaart nieuw leven in te blazen; deelt de mening van de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan dat de sleutel tot de oplossing van de geschillen in het Midden-Oosten de oprichting van een Palestijnse staat is; wijst erop dat dit een levensvatbare staat moet zijn binnen de grenzen van 1967 met Oost-Jerusalem als hoofdstad;

11.  dringt aan op onmiddellijke beëindiging van de oorlog tegen de Palestijnse bevolking en van de bezetting; dringt erop aan onder auspiciën van de Verenigde Naties een internationale waarnemers- en beschermingsmissie te zenden naar de "groene lijn" als stap naar vermindering van het geweld,

12.  herhaalt dat alle mensen in de regio het recht hebben in veiligheid en vrede te leven; wijst andermaal op het door de Arabische Liga in 2002 voorgestelde plan voor normalisatie van de betrekkingen van alle staten in de regio met Israël, in ruil voor terugkeer van Israël naar de grenzen van 1967 en aanvaarding van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad;

13.  dringt aan op staking van de bouw, en ontmanteling van de "scheidingsmuur" tussen Israël en Palestina, die, aldus openbare uitspraken van de Israëlische eerste minister, de nieuwe, eenzijdig bepaalde grenzen van Israël zal vastleggen; verzoekt de Europese Raad nogmaals erop te wijzen dat de EU wijzigingen van de grenzen van vóór 1967 niet zal aanvaarden als deze niet door de partijen zijn overeengekomen;

14.  dringt er met klem op aan dat:

  • de acties van de Israëlische strijdkrachten in de Palestijnse gebieden onmiddellijk worden beëindigd;
  • Palestijnse ministers en gekozen parlementsleden onmiddellijk in vrijheid worden gesteld;
  • een door Mahmoud Abbas voorgestelde dialoog op gang wordt gebracht om de door Israël gevangen gehouden "krijgsgevangenen" en de door de Palestijnen gevangen Israëlische soldaat vrij te laten en een eind te maken aan de beschieting van Israël vanuit Gaza;
  • onmiddellijk een eind wordt gemaakt aan de blokkade van Gaza, met name dat de grens met Egypte wordt heropend en dat het vrij verkeer van personen en goederen wordt gewaarborgd;
  • de overdracht door Israël van Palestijnse belasting- en douaneopbrengsten wordt hervat;

15.  heeft ernstige kritiek op het feit dat de Europese Raad tijdens het conflict lange tijd geen gemeenschappelijk standpunt heeft ingenomen waarin hij aandringt op een staakt-het-vuren en herstel van de internationale rechtsorde; betreurt het feit dat de Raad tot dusverre de oorlog tegen het Libanese en Palestijnse volk geen enkele maal heeft veroordeeld;

16.  betreurt het feit dat de Europese Unie geen verantwoordelijkheid aanvaardt voor de door de mensen in de regio en in Europa verwachte oplossing van de geschillen in het Midden-Oosten; verzoekt de Raad dit recht te trekken en aan het Parlement een politieke strategie voor het Midden-Oosten voor te stellen die een duurzaam vredesproces bevordert;

17.  spreekt zijn waardering uit voor de besluiten van de Commissie noodhulpkredieten te verstrekken ter ondersteuning van de slachtoffers van de crisis, en voor de uitkomst van de Internationaledonorconferentie van 31 augustus 2006; spreekt zijn waardering uit voor de bijdragen van de Europese Unie en de lidstaten; verzoekt de EU de financiële samenwerking met de Palestijnse Autoriteit te hervatten;

18.  verzoekt de Commissie door middel van speciale programma's een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem van de landmijnen en niet ontplofte munitie en van de gevolgen die de militaire escalatie heeft gehad voor het milieu, met name in de Middellandse-Zee;

19.  verzoekt de Libanese eerste minister Fouad Siniora het Europees Parlement toe te spreken;

20.  besluit een (studie)delegatie naar Libanon en Israël te sturen om de situatie te bezien;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van Israël, Libanon, Syrië, Iran, de Palestijnse Autoriteit, Rusland en de Verenigde Staten, en de secretaris-generaal van de VN.