Ontwerpresolutie - B6-0278/2007Ontwerpresolutie
B6-0278/2007

    ONTWERPRESOLUTIE

    9.7.2007

    naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
    door Martine Roure
    namens de PSE-Fractie
    over de PNR-overeenkomst met de Verenigde Staten

    Procedure : 2007/2602(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B6-0278/2007
    Ingediende teksten :
    B6-0278/2007
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B6‑0278/2007

    Resolutie van het Europees Parlement over de PNR-overeenkomst met de Verenigde Staten

    Het Europees Parlement,

    –  gezien artikel 6 van het EU-Verdrag en artikel 8 van het Handvest van grondrechten;

    –  gezien zijn resoluties over PNR van 7 september 2006 (P6_TA(2006)0354) en van 14 februari 2007 (P6_TA(2007)0039),

    –  gezien de eerdere PNR-overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika van 28 mei 2004 en tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika van 19 oktober 2006,

    –  gezien de ontwerpovereenkomst van 28 juni 2007 tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika over de verwerking en overdracht van PNR-gegevens door luchtvaartmaatschappijen aan het Ministerie voor Binnenlandse Veiligheid (DHS) van de Verenigde Staten, informeel verzonden door de Fungerend Voorzitter, de heer Schäuble, aan de voorzitter van de commissie LIBE,

    –  gezien de brief van het DHS van 28 juni 2007 over de garanties betreffende het bewaren van ontvangen PNR-gegevens, informeel verzonden door de Fungerend Voorzitter, de heer Schäuble, aan de voorzitter van de commissie LIBE,

    –  gezien de brief van de European Europese toezichthouder voor gegevensbescherming van 27 juni 2007, over de nieuwe PNR-overeenkomst met de VS gericht aan de Fungerend Voorzitter, de heer Schäuble,

    –  gezien de richtlijn 2004/82/EG betreffende de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven,

    –  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat het verklaarde doel van de PNR-overeenkomst is om de rechtsgrondslag te leveren voor de overdracht van EU-PNR-gegevens aan de VS enerzijds en het zorgen voor voldoende bescherming van persoonsgegevens en procedurele waarborgen voor Europese onderdanen anderzijds,

    B.  overwegende dat de PNR-overeenkomst niet aan de tweede doelstelling voldoet, aangezien zij aanzienlijke gebreken vertoont wat betreft de rechtszekerheid, de bescherming van gegevens en het recht van verhaal voor EU-onderdanen, met name door de open en vage omschrijvingen en de meervoudige mogelijkheden voor uitzonderingen,

    C.  overwegende dat voldoende bescherming van de privésfeer en de burgerlijke vrijheden van individuele burgers alsmede controles van de kwaliteit van de gegevens noodzakelijk zijn wil het delen van gegevens en informatie een waardevol en betrouwbaar hulpmiddel zijn in de strijd tegen het terrorisme,

    In het algemeen

    1.  betreurt sterk het gebrek aan enigerlei democratische controle, aangezien door de eisen van de VS de onderhandelingen zijn verlopen en de PNR-overeenkomst is gesloten zonder enige inspraak van het Europees Parlement en er onvoldoende gelegenheid aan de nationale parlementen is gegeven om invloed uit te oefenen op het onderhandelingsmandaat, de voorgestelde overeenkomst grondig te beoordelen of om wijzigingen voor te stellen;

    2.  is bezorgd over het blijvende gebrek aan rechtszekerheid omtrent de gevolgen en de reikwijdte van de verplichtingen die aan de luchtvaartmaatschappijen zijn opgelegd en over het juridisch verband tussen de PNR-overeenkomst en de brief van het DHS;

    3.  heeft kritiek op het feit dat de PNR-overeenkomst geen afdoende bescherming van PNR-gegevens biedt, en betreurt het ontbreken van duidelijke en proportionele bepalingen omtrent het delen van informatie, het houden van gegevens en het toezicht door instanties voor gegevensbescherming; is bezorgd over het grote aantal bepalingen dat naar eigen inzicht van het DHS wordt toegepast;

    Ten aanzien van het rechtskader

    4.  is bezorgd dat het hanteren, verzamelen, gebruik en opslag van PNR-gegevens door het DHS niet is gebaseerd op een echte overeenkomst, maar uitsluitend op niet verbindende verzekeringen die op ieder moment eenzijdig door het DHS kunnen worden gewijzigd en die geen enkele persoon of partij enige rechten of voordelen bieden;

    5.  betreurt het ontbreken van een duidelijke beperking van de doelstelling in de brief van het DHS, waarin staat dat de PNR-gegevens kunnen worden gebruikt voor de strijd tegen het terrorisme en aanverwante misdaden, maar ook voor een reeks niet gespecificeerde andere doeleinden waaronder ‘de bescherming van vitale belangen van het gegevenssubject of andere personen, of bij gerechtelijke strafprocedures of andere door de wet vereiste procedures’;

    6.  is verheugd over de bereidheid van het DHS om in beginsel uiterlijk op 1 januari 2008 over te schakelen op het PUSH-systeem, maar betreurt dat deze overschakeling - die reeds in de PNR-overeenkomst van 2004 was voorzien - jarenlang is uitgesteld ook lang nadat aan de voorwaarden van technische haalbaarheid was voldaan; meent dat het PUSH-systeem voor alle vervoerders een conditio sine qua non moet zijn als het gaat om enigerlei overdracht van PNR-gegevens; beklemtoont dat het gelijktijdig bestaan van "PUSH-" en "PULL"-systemen kan leiden tot concurrentievervalsing tussen EU-vervoerders;

    7.  dringt erop aan dat de gezamenlijke periodieke herziening door het DHS en de EU alomvattend moet zijn en jaarlijks moet plaatsvinden en dat de resultaten moeten worden gepubliceerd; dringt erop aan dat de herziening ook een beoordeling bevat van de doelmatigheid van de maatregelen als het om meer veiligheid gaat; betreurt het feit dat de herziening niet voorziet in enigerlei inspraak van nationale of Europese toezichthouders voor gegevensbescherming zoals wel het geval was bij de eerdere PNR-overeenkomst;

    8.  dringt erop aan dat passagiers naar behoren moeten worden voorgelicht over het gebruik van hun gegevens en hun rechten en dat dit een verplichting van de luchtvaartmaatschappijen is; meent dat het DHS en de Commissie de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de informatie die aan passagiers wordt verstrekt en stelt voor om de “Korte mededeling over reizen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten" zoals voorgesteld door de werkgroep krachtens artikel 29 (WP 132) ter beschikking van alle passagiers wordt gesteld;

    9.  betreurt het feit dat er bij de onderhandelingen van de EU met de VS geen rekening is gehouden met richtlijn 2004/82 noch met de PNR-overeenkomsten van de EU met Australië en Canada, die hogere normen voor de bescherming van persoonsgegevens aanleggen;

    10.  herinnert eraan dat de administratieve overeenkomst tussen de EU en de VS geen verlaging tot gevolg mag hebben van de mate van bescherming van persoonsgegevens die door de nationale wetgevingen van de lidstaten worden verzekerd, en betreurt het vooruitzicht van verdere verwarring over de verplichtingen van de luchtvaartmaatschappijen van de EU en de fundamentele rechten van EU-onderdanen;

    Ten aanzien van de gegevensbescherming

    11.  is verheugd dat de “Privacy Act” (wet op de privésfeer) van de VS administratief wordt uitgebreid tot EU-onderdanen;

    12.  betreurt dat het DHS zich het recht voorbehoudt op grond van de Wet op de vrijheid van informatie vrijstellingen vast te stellen;

    13.  betreurt dat de overeenkomst geen precieze criteria bevat voor de omschrijving van de door het DHS geboden bescherming van persoonsgegevens als zijnde afdoende overeenkomstig EU-normen;

    14.  betreurt in dit verband het feit dat PNR-gegevens van EU-onderdanen uitsluitend overeenkomstig de VS-wetgeving kunnen worden behandeld, zonder voldoende beoordeling of enige indicatie omtrent de specifieke VS-wetgeving die van toepassing is;

    15.  betreurt dat de duur van het houden van PNR-gegevens wordt verleend van 3,5 jaar tot 15 jaar en tevens met terugwerkende kracht tot gegevens die krachtens de vorige PNR-overeenkomsten zijn verzameld; hekelt het feit dat er na de periode van 15 jaar voor het houden van gegevens, bestaande uit een "actieve" periode van 7 jaar en een "slapende" periode van 8 jaar, geen garantie is dat de gegevens definitief worden gewist;

    16.  neemt er kennis van dat het aantal datavelden is teruggebracht van 34 tot 19, maar wijst erop dat deze vermindering grotendeels cosmetisch is vanwege de samenvoeging en gewijzigde naamgeving van datavelden in plaats van een echte weglating;

    17.  merkt met bezorgdheid op dat gevoelige gegevens (d.w.z. persoonsgegevens omtrent ras of etnische afkomst, politieke meningen, religieuze of filosofische opvattingen, lidmaatschap van vakbonden en gegevens omtrent de gezondheid of het seksleven van de personen) aan het DHS ter beschikking worden gesteld en dat deze gegevens in uitzonderlijke gevallen door het DHS kunnen worden gebruikt;

    18.  is bezorgd dat gegevens 7 jaar lang worden bewaard in "actieve analytische databanken", wat een groot risico inhoudt van grootscheepse profilering en datamining, hetgeen niet verenigbaar is met fundamentele Europese beginselen en bovendien een praktijk is die in het Congres van de VS ter discussie staat;

    Ten aanzien van het delen van informatie

    19.  betreurt dat de overeenkomst niet precies omschrijft welke autoriteiten in de VS mogelijk toegang tot PNR-gegevens hebben;

    20.  is sterk gekant tegen de bepaling dat derde landen in het algemeen toegang kunnen krijgen tot PNR-gegevens mits zij zich houden aan door het DHS vastgestelde voorwaarden in plaats van aan de EU wetgeving betreffende gegevensbescherming, en dat derde landen in uitzonderlijke gevallen, in niet nader gespecificeerde noodgevallen, toegang kunnen krijgen tot PNR-gegevens zonder de verzekering dat de gegevens worden behandeld volgens het overeenkomstige niveau van gegevensbescherming van het DHS;

    21.  betreurt het feit dat de EU zich erbij neergelegd heeft dat zij geen bemoeienis heeft met bescherming van de PNR-gegevens van EU-onderdanen die de VS met derde landen kan delen;

    22.  merkt op dat de overeenkomst het DHS toestaat om in de specifieke gevallen en al naar gelang de aard van de zaak PNR-gegevens aan andere binnenlandse regeringsinstanties te verstrekken; betreurt dat de overeenkomst geen enkele vermelding bevat omtrent de VS-autoriteiten die toegang krijgen tot PNR-gegevens en dat de in artikel I van de brief van het DHS genoemde doelen zeer ruim zijn;

    Ten aanzien van een Europees PNR-systeem

    23.  merkt op dat de overeenkomst verwijst naar een mogelijke toekomstige PNR-systeem op het niveau van de EU of van een of meer lidstaten en de bepaling dat eventuele PNR-gegevens van een dergelijk systeem aan het DHS ter beschikking kunnen worden gesteld;

    24.  verlangt dat de Commissie de stand van zaken opheldert met betrekking tot een PNR-systeem van de EU, waaronder de beschikbaarstelling van het haalbaarheidsonderzoek dat zij beloofd heeft te zullen verrichten;

    25.  herhaalt de punten van zorg die de werkgroep uit hoofde van artikel 29 heeft geuit omtrent het gebruik van PNR-gegevens voor het doel van rechtshandhaving, en verzoekt de Commissie met name duidelijk aan te geven:

    • a)de operationele noodzaak en het doel van het verzamelen van PNR-gegevens bij binnenkomst op het grondgebied van de Europese Unie;
    • b)de toegevoegde waarde van het verzamelen van PNR-gegevens voor veiligheid doeleinden in het licht van de reeds bestaande controleprocedures bij binnenkomst in de EU, zoals het Schengensysteem, het Visa-informatiesysteem, en het API-systeem;
    • c)het voorziene gebruik van PNR-gegevens, met name de vraag of dit dient voor persoonsidentificatie, voor het identificeren die het grondgebied van de EU betreedt of voor algemene negatieve of positieve profilering van passagiers;

    26.  dringt erop aan dat het Europees Parlement bij alle relevante ontwikkelingen inspraak krijgt overeenkomstig artikel 71, lid 1, sub c van het EG-Verdrag en artikel 251 van het EG-Verdrag;

    27.  herinnert eraan dat de PNR-overeenkomst uiteindelijk zal moeten worden herzien in het licht van de toekomstige institutionele hervormingen van de EU als genoemd in de conclusies van de Europese Raad van juni 2007 en het mandaat voor de volgende IGC;

    ***

    28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de parlementen en de regeringen van de lidstaten en aan het Congres van de Verenigde Staten.