Ontwerpresolutie - B6-0311/2007Ontwerpresolutie
B6-0311/2007

    ONTWERPRESOLUTIE

    9.7.2007

    ingediend overeenkomstig artikel 91 van het Reglement
    door Josep Borrell Fontelles, Thierry Cornillet, José Ribeiro e Castro, Frithjof Schmidt en Jürgen Schröder
    namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking
    over de situatie in Darfur

    Procedure : 2007/2589(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B6-0311/2007
    Ingediende teksten :
    B6-0311/2007
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B6‑0311

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Darfur

    Het Europees Parlement,

    –  onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Darfur, met name die van 16 september 2004, 23 juni 2005, 6 april 2006, 28 september 2006 en 14 februari 2007,

    –  gezien de op 5 mei 2006 in Abuja (Nigeria) ondertekende vredesovereenkomst inzake Darfur (DPA),

    –  gezien de op 28/29 april 2007 in Tripoli goedgekeurde Consensus van Tripoli inzake het politieke proces voor Darfur,

    –  gezien het in april 2004 door de Afrikaanse Unie (AU) genomen besluit om in Soedan een Missie van de Afrikaanse Unie op te zetten (AMIS),

    –  gezien VN-resolutie 1706, waarin wordt voorgesteld in Darfur een 22.000 man sterke vredesmacht te stationeren,

    –  gezien het op 12 maart 2007 door de Missie van de VN-Mensenrechtenraad in Darfur uitgebrachte rapport,

    –  gezien het eindverslag dat op 11 oktober 2006 is uitgebracht door de Groep van deskundigen inzake Soedan, die bij resolutie 1591 van de VN-Veiligheidsraad is benoemd,

    –  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat bindend en zonder uitzondering van toepassing is,

    –  gezien de bevindingen van de delegatie van de Ontwikkelingscommissie voor Darfur, die van 30 juni tot 5 juli 2007 een bezoek heeft gebracht aan Soedan en Tsjaad,

    –  gelet op artikel 91 van zijn Reglement,

    A.  ernstig verontrust over de mensenrechtensituatie in Darfur, die gekenmerkt wordt door talloze gevallen van misbruik van mensenrechten, waaronder massaverkrachtingen, ontvoeringen en deportaties en schendingen van het internationale humanitaire recht, zoals aangegeven in het verslag van de Missie op hoog niveau van de VN-Mensenrechtenraad in Darfur,

    B.  ernstig verontrust over het feit dat het conflict in deze regio, waarbij zowel reguliere troepen als regeringsgezinde milities en rebellen zijn betrokken, tenminste 400.000 mensenlevens heeft gekost en in de loop van de laatste drie jaar meer dan 2,5 miljoen vluchtelingen en ontheemden heeft veroorzaakt, in weerwil van het feit dat op 5 mei 2006 in Abuja (Nigeria) een vredesovereenkomst inzake Darfur is ondertekend,

    C.  overwegende dat het aantal mensen dat te lijden heeft gehad onder het conflict in Darfur thans ruim 4 miljoen bedraagt - het hoogste aantal ooit - waartoe ook 2,1 miljoen binnenlandse ontheemden moeten worden gerekend, van wie er ruim 900.000 niet voor humanitaire werkers bereikbaar zijn; voorts overwegende dat Soedan thans, met ruim 5 miljoen binnenlandse ontheemden en internationale vluchtelingen, de grootste vluchtelingenpopulatie ter wereld kent,

    D.  overwegende dat het in Ndjamena overeengekomen staakt-het-vuren niet wordt nageleefd of gerespecteerd en dat er sedert het mislukken van de DPA een toename te constateren valt van rechteloosheid en onveiligheid; overwegende dat er sprake is van een voortdurende versplintering van rebellengroeperingen, waarvan er inmiddels ruim 20 bestaan, hetgeen de distributie van humanitaire hulp belemmert en de vredesonderhandelingen nog verder zal bemoeilijken,

    E.  overwegende dat de crisis in Darfur momenteel door de Verenigde Naties wordt beschouwd als de ergste humanitaire crisis in de wereld,

    F.  overwegende dat de werkomgeving voor humanitaire organisaties nog nooit zo slecht is geweest en dat er voortdurend willekeurige aanvallen plaatsvinden op burgers en hulpverleners; overwegende dat er vorig jaar 19 humanitaire werkers zijn vermoord, en dat er daarnaast nog 18 AMIS-soldaten zijn gedood, van wie negen in de afgelopen maand, terwijl er dit jaar alleen al 74 humanitaire voertuigen in een hinderlaag zijn gevallen en 82 humanitaire werkers tijdelijk zijn ontvoerd,

    G.  overwegende dat seksueel geweld tegen vrouwen en kinderen wordt erkend als een misdaad tegen de menselijkheid, maar dat verkrachtingen nog steeds ongestraft als een oorlogswapen worden gebruikt door de partijen bij het conflict in Darfur; overwegende dat slachtoffers die de situatie aanklagen, onder het Soedanese recht dreigen te worden vervolgd, aangezien de bevestiging van vier mannelijke getuigen nodig is om verkrachtingen te kunnen bewijzen,

    H.  overwegende dat foltering en gedwongen inlijving bij het leger van volwassenen en kinderen een kenmerk zijn geworden van de mensenrechtenschendingen en inbreuken op het internationale humanitaire recht die in Darfur worden gepleegd, terwijl de slachtoffers te bang zijn om misbruiken te melden,

    I.  overwegende dat de beschermingsverplichtingsdoctrine van de VN voorschrijft dat wanneer de nationale autoriteiten van een land er klaarblijkelijk niet in slagen hun bevolking in bescherming te nemen tegen genocide, oorlogsmisdrijven, etnische zuiveringen en misdaden tegen de menselijkheid, anderen de verplichting op zich moeten nemen om de benodigde bescherming te bieden,

    J.  overwegende dat het AMIS-mandaat tot eind 2007 is verlengd en dat de hybride troepenmacht pas op zijn vroegst in 2008 zal kunnen worden ingezet; overwegende dat, zolang de hybride troepenmacht nog niet is gestationeerd, de AMIS ter plekke de enige autoriteit is met een mandaat om de burgers te beschermen,

    K.  zeer ernstig verontrust over de voortgaande leveranties van diverse soorten wapens en militair materieel aan Soedan en de wijze waarop dergelijke apparatuur bij de huidige mensenrechten- en humanitaire ramp in de Soedanese provincie Darfur wordt ingezet, zoals blijkt uit de rapporten van de VN-Groep van deskundigen en Amnesty International,

    L.  overwegende dat het conflict in Darfur en het feit dat de daders ongestraft hun gang kunnen gaan de stabiliteit in de regio steeds zwaarder aantasten en derhalve een bedreiging vormen voor de algemene vrede en veiligheid aldaar,

    M.  overwegende dat de crisis in Tsjaad deel uitmaakt van een breder regionaal conflict, dat de crisis haar eigen dynamiek heeft gekregen en moet worden beschouwd als een op zichzelf staand fenomeen; overwegende dat de Tsjadische regering te kort schiet in haar verantwoordelijkheid burgers te beschermen, en dat er momenteel 330.000 Soedanese vluchtelingen in kampen in Tsjaad verblijven en dat 170.000 Tsjadiërs gedwongen zijn hun huizen te verlaten,

    N.  overwegende dat de VN in 2006 een mandaat heeft doen uitgaan voor het sturen van een multidimensionale strijdmacht naar Tsjaad, maar dat er sindsdien geen vooruitgang is geboekt bij de inzet van deze strijdmacht, hoewel de behoefte aan bescherming onder burgers steeds verder toeneemt en steeds scherpere vormen aanneemt,

    O.  overwegende dat het Internationaal Strafhof (ICC) in 2005 een onderzoek heeft ingesteld naar de in Darfur begane misdrijven en dat het in februari jl. een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd tegen Harun Mohammed Harun en Ali Kushayb, die als verdachten worden aangemerkt bij 51 aanklachten wegens oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder moord, verkrachting, foltering en vervolging van burgers in Darfur,

    P.  overwegende dat China op 10 mei 2007 Liu Giujin als speciale gezant naar Darfur heeft afgevaardigd; overwegende dat China zich bereid heeft verklaard ingenieurs naar de regio te sturen ter ondersteuning van de onder auspiciën van de VN opererende vredesmacht, nadat China eind 2006 zijn steun had uitgesproken voor de AU-VN-hybride troepenmacht; overwegende dat China als gastheer optreedt bij de Olympische Spelen van 2008, een geprivilegieerde handelspartner van Soedan is en als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad een speciale verantwoordelijkheid draagt voor de handhaving van de vrede in Soedan,

    Q.  overwegende dat de woestijnen in de regio zich volgens het laatste milieurapport van de VN de afgelopen 40 jaar met gemiddeld 100 km hebben uitgebreid, en dat er de afgelopen 15 jaar nagenoeg 12% van het beboste oppervlak verloren is gegaan en de kwetsbare bodem in Soedan wordt overbegraasd;

    R.  overwegende dat de olie-inkomsten de nationale begroting van Soedan in 1999 hebben laten oplopen tot 900 miljoen USD en in 2003 tot 2,5 miljard USD, en dat ze in 2007 naar verwachting 11,7 miljard USD zal belopen,

    S.  overwegende dat de algehele vredesovereenkomst (CPA) voorziet in het houden van verkiezingen in 2009,

    1.  betreurt de mensenrechtensituatie in Darfur, waar het conflict directe consequenties heeft voor ruim 4,5 miljoen mensen en waar meer dan 3 miljoen mensen zijn aangewezen op voedselhulp;

    2.  roept de VN overeenkomstig haar beschermingsverplichtingsdoctrine op haar optreden te baseren op het onvermogen van de Soedanese regering om haar bevolking in Darfur te beschermen tegen oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid, alsook op haar onvermogen om haar bevolking van humanitaire hulp te voorzien;

    3.  roept de lidstaten van de EU, de Raad en de Commissie op hun verantwoordelijkheden op zich te nemen en alles in het werk te stellen om de bevolking van Darfur effectief te vrijwaren voor een humanitaire ramp;

    4.  roept de Soedanese regering en de rebellenbewegingen op veilige en ongehinderde humanitaire toegang te verlenen aan al degenen die onder het conflict te lijden hebben en het internationale humanitaire recht te respecteren; uit zijn voldoening over het op 28 maart 2007 door de Soedanese regering en de VN uitgegeven gezamenlijk communiqué inzake de facilitering van humanitaire activiteiten in Darfur en dringt aan op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;

    5.   roept alle partijen op het staakt-het-vuren met onmiddellijke ingang te respecteren, veroordeelt iedere schending van overeenkomsten over een staakt-het-vuren, en met name iedere vorm van geweld tegen de burgerbevolking en het belemmeren van humanitaire hulp; dringt erop aan dat de regering van Soedan de bombardementen in de regio Darfur staakt en de Janjaweed-militie ontwapent; onderstreept dat er zonder veiligheid geen sprake kan zijn van een concreet ontwikkelingsbeleid ten behoeve van en in Soedan;

    6  uit zijn voldoening over het feit dat de Soedanese regering op 12 juni 2007 heeft ingestemd met het sturen van een AU-VN-hybride troepenmacht, maar wijst erop dat de regering van Soedan al eerder niet-nagekomen verplichtingen is aangegaan om in Darfur een hybride troepenmacht toe te laten; onderstreept het belang van het treffen van adequate voorbereidingen voor de hybride troepenmacht, van het zo snel mogelijk stationeren daarvan en van de onafgebroken samenwerking die de Soedanese autoriteiten daaraan moeten verlenen; dringt derhalve aan op de spoedige stationering van de AU-VN-hybride troepenmacht, die een mandaat moet krijgen waardoor zij in staat wordt gesteld burgers effectief te beschermen; wijst erop dat het conflict alleen langs politieke en niet langs militaire weg kan worden opgelost;

    7.  herinnert de Soedanese regering eraan dat zij de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de binnenlandse veiligheid en dat zij het optreden van de internationale gemeenschap niet als voorwendsel mag hanteren om haar eigen verantwoordelijkheid van zich af te schuiven;

    8.  geeft er zich rekenschap van dat het zelfs bij een spoedige stationering van de troepenmacht onwaarschijnlijk is dat er vóór het voorjaar van 2008 een beduidend groter aantal troepen kan worden ingezet en dat de moorden en andere misstanden in die tussentijd waarschijnlijk gewoon door zullen gaan;

    9.  roept de EU en andere internationale donoren derhalve op dringend aanvullende steun aan de AMIS zoals zij thans is opgezet te verlenen, o.a. in de vorm van financieringsverplichtingen voor de lange termijn en van de broodnodige technische steun die moet worden geboden in de overgangsperiode tot de hybride troepenmacht volledig is geïnstalleerd; dringt erop aan dat een diepgaand onderzoek wordt ingesteld naar het feit dat althans een aantal AMIS-soldaten al sinds vele maanden geen enkele vorm van bezoldiging meer hebben ontvangen;

    10.  is van mening dat er boven Darfur met onmiddellijke ingang een militaire "no-fly" zone moet worden ingesteld om de burgerbevolking en de humanitaire hulpverleners te beschermen, om te bewerkstelligen dat de distributie van hulp voortgang kan vinden en om te waarborgen dat de regering van Soedan haar toezeggingen om onvoorwaardelijk een hybride troepenmacht toe te laten nakomt;

    11.  roept de EU en de internationale gemeenschap op nieuwe vredesbesprekingen te organiseren om de DPA inhoudelijk te verbeteren en voor alle partijen acceptabel te maken; roept de internationale actoren op alle partijen aansprakelijk te stellen voor het nakomen van de daaruit voortvloeiende overeenkomst; roept alle partijen bij het conflict in Darfur ertoe op te laten zien dat zij zich voor een vreedzame oplossing van de crisis sterk willen maken door de overeenkomst onverwijld ten uitvoer te leggen;

    12.  roept de EU, de VN en de Afrikaanse Unie op een gemeenschappelijk front te vormen in hun pogingen om het conflict in Darfur tot een oplossing te brengen en voorrang te geven aan een alomvattend vredesproces, waarbij alle stammen uit Darfur, alle binnenlandse ontheemdengemeenschappen, vrouwengroeperingen en andere maatschappelijke organisaties, alle politieke partijen - met inbegrip van de oppositiepartijen - en alle relevante regionale actoren moeten worden geraadpleegd en zijn vertegenwoordigd ten einde de totstandkoming van een duurzame vrede te vergemakkelijken;

    13.  roept de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging SPLM op alle rebellenfacties in Darfur te helpen verenigen, zodat ze deel kunnen nemen aan internationale onderhandelingen, roept de internationale gemeenschap op de rebellengroeperingen onder druk te zetten om zich te verenigen en roept de Soedanese regering voorts op om de rebellen in staat te stellen zich te hergroeperen;

    14.  dringt er bij de Soedanese regering op aan dringend met een routekaart te komen voor de hervestiging van binnenlandse ontheemden en vluchtelingen, voor de teruggave van hun eigendommen en het bieden van compensatie, voor de instelling van een speciaal fonds voor de slachtoffers van verkrachting, voor vrouwen die door hun familie zijn verstoten of kinderen die bij een verkrachting zijn verwekt, en voor de rehabilitatie van mensen in dergelijke situaties;

    15.  roept de regeringen van Tsjaad en Soedan op hun nog onlangs bevestigde verbintenissen na te komen om geen hulp meer te bieden aan gewapende bewegingen en te streven naar verbetering van hun betrekkingen;

    16.  dringt aan op de spoedige stationering van een internationale troepenmacht in Tsjaad, die in staat moet zijn om zowel vluchtelingen als binnenlandse ontheemden, alsook andere kwetsbare gemeenschappen metterdaad tegen geweld te beschermen en de veiligheidssituatie zodanig te stabiliseren dat humanitaire organisaties er betere toegang toe krijgen; dringt er bij de internationale gemeenschap op aan haar diplomatieke inspanningen op te voeren om president Deby ertoe aan te sporen in te stemmen met de stationering van een VN-troepenmacht in Tsjaad;

    17.  dringt er bij de Soedanese regering op aan volledig met het Internationaal Strafhof (ICC) samen te werken om paal en perk te stellen aan de heersende straffeloosheid; dringt er derhalve bij de Soedanese regering op aan minister van Humanitaire Zaken Ahmad Mohammed Harun en Janjaweed-leider Ali Kushayb te arresteren en deze aan het ICC uit te leveren; dringt er bij de Afrikaanse Unie en de Arabische Liga op aan de Soedanese regering onder druk te zetten om daartoe over te gaan;

    18.  acht het van essentieel belang dat de alomvattende vredesovereenkomst met Zuid-Soedan correct wordt uitgevoerd, en wijst er in dat verband op dat er nog geen overeenstemming is bereikt omtrent de verdeling van rijkdommen en grensafbakening; wijst erop dat de succesvolle implementatie van de DPA en het onlangs met Oost-Soedan gesloten akkoord bevorderlijk zouden zijn voor het creëren van het vertrouwen dat nodig is voor de totstandbrenging van een duurzaam politiek akkoord inzake Darfur;

    19.  veroordeelt de flagrante schending van het VN-wapenembargo door de regering van Soedan;

    20.  roept de lidstaten van de EU op onverwijld strengere controle- en verificatieprocedures in te stellen om de naleving af te dwingen van resolutie 1591 van de VN-Veiligheidsraad van 29 maart 2005 en van Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad van de Europese Unie 2005/411/GBVB van 30 mei 2005 inzake de instelling van beperkende maatregelen tegen Soedan, zodat de bewuste maatregelen van toepassing zijn op EU-ingezetenen, in de EU geregistreerde ondernemingen, EU-fondsen en in de EU geregistreerde schepen en vliegtuigen, alsook op ondernemingen die binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van de EU opereren met betrekking tot:

    • (a)de leverantie van technologie voor tweeërlei gebruik aan Soedan, zodat het verbod op de levering daarvan volledig in overeenstemming is met Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik en de Overeenkomst van Wassenaar betreffende exportcontroles voor conventionele wapens en goederen en technologieën voor tweeërlei gebruik;
    • (b)de eis om in het kader van de civiel-militaire samenwerking uit hoofde van de wetgeving betreffende het gemeenschappelijk luchtruim verplicht te stellen dat lidstaten van de EU en EU-organisaties streng toezicht houden op vliegtuigladingen die militaire goederen of producten en technologie voor tweeërlei gebruik bevatten welke bestemd kunnen zijn voor Soedan, met name wanneer dergelijke ladingen over het grondgebied van de Europese Unie passeren; ook scheepsvracht moet in dit verband worden gecontroleerd;
    • (c)het gebruik van alle legitieme middelen ter bevordering van de volledige en strikte naleving door alle staten van het VN-wapenembargo en van de sancties tegen Soedan, zoals die zijn neergelegd in de resoluties van de VN-Veiligheidsraad van 30 juli 2004 (S/Res/1556) en 29 maart 2005 (S/Res/1591), met inbegrip van strengere verbodsbepalingen op wapens en militaire producten die door de regering van Soedan wellicht in Darfur kunnen worden ingezet;
    • (d)de formulering van een striktere en breder opgezette regeling voor wapens en commerciële verbodsbepalingen met betrekking tot Soedan, die van toepassing zijn op de levering van militaire apparatuur aan Soedan door dochter- of partnerbedrijven van in de EU gevestigde ondernemingen;
    • (e)maatregelen om het parallelle gebruik van voor het vervoer van humanitaire hulp naar de regio bestemde middelen voor het transport van militaire producten waarop een embargo rust tegen te gaan;

    21.  roept de EU en andere internationale actoren ertoe op, tegen iedere partij - inclusief de regering - gerichte sancties toe te passen, met inbegrip van maatregelen om zakelijke activiteiten tegen te gaan waardoor het conflict wordt aangewakkerd, waardoor het staakt-het-vuren wordt geschonden of burgers, vredeshandhavers of militaire operaties worden aangevallen, en alles in het werk te stellen om een einde te maken aan de straffeloosheid door middel van gerichte economische sancties, met inbegrip van reisverboden en bevriezing van tegoeden;

    22.  steunt de verklaring van emeritus aartsbisschop Desmond Tutu dat de regering van Soedan "thans moet worden onderworpen aan strenge en effectieve sancties totdat het lijden ophoudt"; roept de Afrikaanse Unie op deze actie tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het voortduren van het geweld in Soedan te steunen;

    23.  roept secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon op meer druk op de Soedanese regering uit te oefenen om de uitspraken van de VN-Veiligheidsraad te respecteren en er nadrukkelijk op te wijzen dat het negeren van de door de VN gedane oproepen zal resulteren in strafmaatregelen;

    24.  acht het positief dat er signalen zijn dat China thans meer bereid is om vrede in Darfur te bevorderen, en roept China als afnemer van 80% van de Soedanese olie-export op zijn significante invloed in de regio op een verantwoorde manier aan te wenden om Soedan aan zijn in het kader van de CPA en de DPA aangegane verbintenissen te houden; roept China voorts op een einde te maken aan de export van wapens naar Soedan en op te houden met het blokkeren van besluiten in de VN-Veiligheidsraad omtrent de instelling van gerichte sancties tegen de Soedanese regering;

    25.  roept de Soedanese regering op, met een oplossing te komen voor de milieuproblemen in het land, en met name het milieueffect van haar olie-industrie en van de toegepaste landbouwmethoden te beperken en het ontstaan van lokale conflicten over natuurlijke rijkdommen te voorkomen;

    26.  roept de Soedanese regering op de omvang van haar olie-inkomsten op een transparante manier openbaar te maken en roept de EU-lidstaten op het onttrekken van investeringen door Europese ondernemingen en van financiële middelen aan Soedan aan te moedigen;

    27.  wijst erop dat de recente uitbreiding van macht en welvaart als gevolg van de olie-inkomsten zeer sterk zijn geconcentreerd in het centrum van het land, ten nadele van de periferie;

    28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de EU, de regering en het parlement van Soedan, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de staatshoofden en regeringsleiders van de Arabische Liga, de regeringen van de ACS-landen, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de instellingen van de Afrikaanse Unie.