ONTWERPRESOLUTIE
19.9.2007
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door André Brie, Marco Rizzo, Helmuth Markov, Eva-Britt Svensson, Dimitrios Papadimoulis, Mary Lou McDonald en Roberto Musacchio
namens de GUE/NGL-Fractie
over gevaarlijk speelgoed
B6‑0353/2007
Resolutie van het Europees Parlement over gevaarlijk speelgoed
Het Europees Parlement,
– gelet op richtlijn 88/378/EEG[1] inzake de veiligheid van speelgoed,
– gelet op richtlijn 2001/95/EG[2] inzake algemene productveiligheid,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat in de afgelopen maanden een reeks grootscheepse vrijwillige terugroepacties in verband met onveilig en gezondheidsgevaarlijk speelgoed in de Europese Unie werd aangekondigd,
B. overwegende dat deze terugroepacties de aandacht hebben gevestigd op het probleem dat er nog steeds onveilige producten op de markt van de Europese Unie terechtkomen en dat snelle tegenmaatregelen geboden zijn,
C. overwegende dat uitbesteding aan niet-Europese landen door westerse bedrijven dikwijls leidt tot sociale dumping en een zeer slechte kwaliteit en veiligheid van producten,
D. overwegende dat een hoog niveau van consumentenbescherming een politieke en sociale prioriteit is,
E. overwegende dat de verantwoordelijkheid voor de bescherming van de consument volledig blijft liggen bij alle economische operatoren (leveranciers, fabrikanten, exporteurs, importeurs),
F. overwegende dat uit de adviezen van het Wetenschappelijk Comité toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (WCTEM) van de Commissie en het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's (WCGM) van de Commissie alsmede uit diverse in opdracht van de Commissie verrichte studies is gebleken dat Richtlijn 88/378/EEG van de Raad inzake de veiligheid van speelgoed niet heeft gezorgd voor afdoende veilig speelgoed,
G. overwegende dat bij Richtlijn 2005/84/EG een verbod is ingesteld op het gebruik van drie als giftig voor de voortplanting geclassificeerde ftalaten (DEHP, DBP, BBP) in speelgoed en kinderverzorgingsproducten,
H. overwegende dat volgens Verordening (EG) nr. 1907/2006[3] inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) in de Gemeenschap gevestigde importeurs vanaf 1 juni 2008 het Europees Agentschap voor chemische stoffen in kennis moeten stellen van de aanwezigheid in artikelen van zeer verdachte stoffen overeenkomstig de voorschriften van artikel 7, lid 2 van deze verordening,
I. overwegende dat 48% van de ontdekte onveilige producten afkomstig is uit China en dat 27% van deze producten van onbekende herkomst is,
J. overwegende dat het bij 25% van alle ontdekte onveilige producten om kinderspeelgoed gaat,
1. verzoekt de Commissie om vóór het einde van het jaar een wetsvoorstel in te dienen voor de volledige herziening van de speelgoedrichtlijn en daarin een zeker niveau van parlementaire controle op de uitvoeringsmaatregelen in te bouwen door de belangrijkste uitvoeringsmaatregelen via comitologie goed te keuren in een regelgevingsprocedure met toetsing;
2. verzoekt de Commissie in haar herziene wetsvoorstel een verbod op te nemen op CMR-stoffen (carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen) en endocriene disruptors;
3. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het CE-merkteken een waarborg voor veiligheid en kwaliteit vormt en maatregelen tegen misbruik hiervan te nemen;
4. verzoekt de Commissie duidelijk te maken waar de verantwoordelijkheid ligt van importeurs en producenten in geval van misbruik;
5. verzoekt de Commissie en de lidstaten bewustmakings- en voorlichtingscampagnes op te zetten om de consument te informeren over de toegevoegde waarde van het EG-keurmerk;
6. verzoekt de Commissie de effectiviteit van het RAPEX-systeem te verhogen om er zo voor te zorgen dat een zo groot mogelijk aantal onveilige producten uit China en andere derde landen die op de markt van de Europese Unie terechtkomen wordt onderschept;
7. dringt er bij de Commissie op aan om met spoed maatregelen te nemen om het probleem van gevaarlijke producten van onbekende herkomst uit de wereld te helpen;
8. verzoekt de lidstaten zich strikt te houden aan importverboden en andere maatregelen van de EU om de toegang van onveilige producten tot de EU-markt te controleren;
9. dringt bij de lidstaten aan op een strikt toezicht op de naleving van de wetgeving inzake producten, met name van de wetgeving inzake de veiligheid van speelgoed, en meer te doen aan de verbetering van het markttoezicht en de nationale inspecties;
10. verzoekt de Commissie met maatregelen te komen voor het toezicht op de naleving van veiligheidsvoorschriften voor non-foodproducten;
11. verzoekt de Commissie een verbod in te stellen op voor de EU-markt bedoelde onveilige producten;
12. verzoekt de lidstaten volledig gebruik te maken van alle juridische mogelijkheden waarover zij beschikken om te waarborgen dat speelgoed dat niet aan de normen voldoet of onveilig is niet op de markt wordt gebracht, wordt teruggeroepen of van de markt wordt gehaald;
13. verzoekt de Commissie instrumenten te creëren die ervoor moeten zorgen dat EU-bedrijven die actief zijn in derde landen zich houden aan Europese arbeids- en milieunormen;
14. verzoekt de Commissie de traceerbaarheid te bevorderen en te zorgen voor systemen voor de certificering van goederen die in de EU worden geproduceerd;
15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en aan de Raad alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.