Ontwerpresolutie - B6-0405/2007Ontwerpresolutie
B6-0405/2007

ONTWERPRESOLUTIE

22.10.2007

naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6‑0321/2007
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, Alyn Smith en Milan Horáček
namens de Verts/ALE-Fractie
over de stijging van de prijzen van levensmiddelen
B-0405/2007

Procedure : 2007/2641(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0405/2007
Ingediende teksten :
B6-0405/2007
Aangenomen teksten :

Resolutie van het Europees Parlement over de stijging van de prijzen van levensmiddelen

Het Europees Parlement,

- gezien de recente waarschuwingen van de FAO dat ten gevolge van de wereldwijde stijging van de prijzen van levensmiddelen en veevoeder de toereikende toegang tot voedsel, vooral voor de armen, ernstig gevaar kan lopen;
- gezien het besluit van de Raad om het percentage van de verplichte braaklegging voor 2008 tot 0% te beperken als een ad hocmaatregel om de druk op de markt ten gevolge van de afnemende voorraden van granen en oliehoudende zaden te verminderen (12965/07),
- gezien het voornemen van de Commissie om de invoerrechten en tariefcontingenten voor granen op te schorten als reactie op de uiterst krappe situatie op de graanmarkten, en om alle nog bestaande uitvoersubsidies in de sector op te schorten,
- gezien de evaluatie van de effecten van de strategie inzake biobrandstoffen die de Commissie in 2006 heeft verricht en waarin een toenemende concurrentie en stijgende prijzen voor landbouwgrondstoffen werden voorspeld, vooral van veevoeder,
- gezien de in september 2007 gepubliceerde studie van de OESO over de weerslag van de sterke stijging van de productie van biobrandstoffen op de voedselprijzen, de continuïteit van de voedselvoorziening en de soortenrijkdom in de wereld,

-  gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A. overwegende dat de prijzen van landbouwproducten in de EU en de wereld, vooral van granen en oliehoudende zaden, in de afgelopen jaren sterk zijn gestegen en dat de openbare en particuliere graanvoorraden op het laagste punt van de afgelopen 40 jaar zijn beland,
B. overwegende dat de voedings- en veevoederindustrie aan de vooravond van deze ontwikkeling ook de prijzen voor verwerkte producten heeft verhoogd, soms boven een redelijk percentage van de aangekochte landbouwgrondstoffen,
C. overwegende dat de prijzen af landbouwbedrijf van landbouwproducten in de EU gedurende vele jaren zijn gedaald ten gevolge van vroegere beleidsmaatregelen inzake marktinterventie waarmee de grote landbouwbedrijven en de voedselverwerkende industrie werden begunstigd en de productiekosten van vele kleine producenten niet werden gedekt, vooral in de melkveehouderij en bij de aanbouw van gewassen,
D. overwegende dat sommige veetelers momenteel ten gevolge van de gestegen graanprijzen met veel hogere kosten worden geconfronteerd voor de aankoop van veevoerder,
E. overwegende dat dankzij de herziening van het GLB in 2003, met inbegrip van het loskoppelen van rechtstreekse productiesteun en steun voor de marktgeoriënteerde productie, boeren in andere sectoren in staat werden gesteld een groter gedeelte van hun inkomsten uit de markt te halen veeleer dan uit rechtstreekse overheidsbetalingen,
F. overwegende dat de veranderde eetgewoonten en de toegenomen vraag naar veevoeder in jonge industrielanden zoals China en India aanzienlijk hebben bijgedragen aan de groeiende vraag naar granen en ander veevoeder op steeds meer gemundialiseerde markten,
G. overwegende dat het gedaalde aanbod, dat voornamelijk te wijten is aan de veranderende klimaatsomstandigheden (droogten en overstromingen), alsmede aan de algehele wereldwijde vermindering van de oogstopbrengst, hebben bijgedragen tot prijsstijgingen op de wereldmarkt,
H. overwegende dat in de in september 2007 gepubliceerde studie van de OESO over de weerslag van de productie van biobrandstoffen op de continuïteit van de voedselvoorziening en de soortenrijkdom in de hele wereld wordt gewaarschuwd dat de concurrentie tussen de voedingsmiddelen- en veevoederproductie om de bodem en de grondstoffen zou kunnen leiden tot een zodanige stijging van de voedselprijzen dat de toegang tot voedsel voor de armste mensen en regio's wordt ondermijnd,
I. overwegende dat dankzij de tijdelijke intrekking van de verplichte braaklegging voor 2008 vooral marginale en minder productieve arealen in productie worden genomen, die vaak in ecologisch gevoelige gebieden liggen en weinig effect hebben op het verhogen van het aanbod,
1. is verheugd over het feit dat de prijzen af landbouwbedrijf in bepaalde sectoren zodanig zijn gestegen dat de landbouwers hun kosten kunnen dekken en een hoger gedeelte van hun inkomsten uit de markt kunnen halen;
2. is verheugd over het feit dat het geleidelijk loslaten van het marktinterventiebeleid van de EU en de toenemende invloed van de markt de boeren steeds beter in staat stellen hun onderhandelingspositie te versterken tegenover de steeds sterkere marktpositie van de veevoeder- en voedingsmiddelenindustrie;
3. is zich echter ervan bewust dat steeds sterkere prijsstijgingen voor granen en oliehoudende zaden wijzen op een ontoereikend aanbod van veevoeder en voedsel in de EU en op de wereldmarkt, hetgeen kan leiden tot verstoringen en tekorten in het voedselaanbod, vooral in ontwikkelingslanden;
4. verzoekt de Commissie om het Parlement en de Raad in kennis te stellen van de redenen en gevolgen van de huidige stijgingen van de veevoeder- en voedselprijzen in de diverse landbouw- en voedselproducerende sectoren die voor hun eindproducten afhankelijk zijn van granen en oliehoudende zaden ;
5. verzoekt de Commissie om de gevolgen van de bevoorradingstekorten van granen en oliehoudende zaden voor de meest kwetsbare voedselproducenten en consumenten in de EU en derde landen zorgvuldig te analyseren, met inbegrip van voorstellen voor instrumenten en maatregelen waarmee verstoringen van de voedselvoorziening en de inflatoire gevolgen van verdere prijsstijgingen kunnen worden voorkomen;
6. doet een beroep op de Commissie om het Parlement in kennis te stellen van mogelijke misbruiken van dominante marktposities van de veevoeder- en voedselindustrie in de vorm van prijsstijgingen die hoger liggen dan een redelijke afspiegeling van de kostenstijgingen voor hun landbouwgrondstoffen;
7. verzoekt de Commissie om een evaluatie te verrichten van de gevolgen voor het milieu en de continuïteit van de voedselvoorziening waarin rekening wordt gehouden met de bestaande concurrentie tussen de voedsel- en biobrandstoffenproductie om de bodem en de grondstoffen, met inbegrip van de weerslag van de klimaatverandering en eventuele maatregelen om een verdere inkrimping van de grondstoffen voor de voedselproductie te voorkomen;
8. doet een beroep op de Commissie om de inventaris op te maken van een eventueel beheer van het aanbod en voedselveiligheidsmaatregelen waarmee een bijkomende buitensporige wisselvalligheid van de veevoeder- en voedselprijzen, alsmede een onhoudbare concurrentie tussen de voedsel- en brandstoffenproductie kunnen worden voorkomen;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.