ONTWERPRESOLUTIE
7.11.2007
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Esko Seppänen, Gabriele Zimmer en André Brie
namens de GUE/NGL-Fractie
over de EU-Rusland-top
B6‑0446/2007
Resolutie van het Europees Parlement over de EU-Rusland-top
Het Europees Parlement,
– gezien de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds, en de Russische Federatie anderzijds, die in 1997 in werking getreden is en in 2007 afloopt,
– gezien de resultaten van de EU-Rusland-top van 26 oktober 2007 in Mafra,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de betrekkingen tussen de EU en Rusland,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat nauwere samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen tussen de EU en Rusland van essentieel belang zijn voor de stabiliteit, de veiligheid en de welvaart van heel Europa,
B. overwegende dat de EU en Rusland een solide handelsrelatie hebben, die na de uitbreiding van de EU sterker is geworden; overwegende dat de EU en Rusland er objectief belang bij hebben de voor beide partijen voordelige samenwerking in de energiesector te intensiveren; overwegende dat de EU zijn principiële steun voor WTO-lidmaatschap van Rusland heeft uitgesproken,
C. overwegende dat de ontwikkeling van de betrekkingen aanzienlijke tijd overschaduwd was door de situatie in Tsjetsjenië en andere controversiële kwesties, zoals de gemeenschappelijke geografische omgeving, het geplande raketafweersysteem, de betrekkingen op het gebied van energie, de vleeshandel en de mensen- en democratische rechten; overwegende dat er op de top geen grote doorbraak op deze gebieden is gekomen,
D. overwegende dat er in de EU blijvende en toenemende bezorgdheid is over de verzwakking van de democratie in Rusland en over de machtsconcentratie,
E. overwegende dat het niet is gelukt met de mensenrechtendialoog tussen de EU en Rusland bij te dragen tot een gemeenschappelijke invulling van het begrip mensen- en democratische rechten,
F. overwegende dat de Amerikaanse plannen om een raketafweersysteem op te zetten, met onderdelen die in Polen en Tsjechië opgesteld worden, nieuwe spanningen en nieuw wantrouwen in de relaties tussen de Europese unie en Rusland hebben veroorzaakt; overwegende dat de Russische president Poetin heeft aangekondigd dat Rusland zich niet langer aan het verdrag van 1990 over non-proliferatie en afbouw van conventionele troepen in Europa wenst te houden en een nieuwe raket heeft getest,
G. overwegende dat het op de top opnieuw niet is gelukt de nodige omstandigheden voor de start van onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en de Russische Federatie te creëren,
1. bevestigt zijn overtuiging dat Rusland een belangrijke partner voor de opbouw van een strategische samenwerking blijft, waarmee de EU niet alleen economische en handelsbelangen gemeen heeft, maar ook de doelstelling van nauwe samenwerking op het internationaal toneel en in de gemeenschappelijke geografische omgeving;
2. betreurt dat de start van de onderhandelingen over een strategische partnerschapsovereenkomst uitgesteld is; vraagt de Russische regering om samen met de Europese unie de noodzakelijke omstandigheden voor een spoedige start van de onderhandelingen te creëren; moedigt Portugal als voorzitter aan om zich te blijven inspannen om het onderhandelingsmandaat voor een nieuwe overeenkomst zo vlug mogelijk te laten aannemen en de onderhandelingen zonder verder uitstel aan te vatten; vraagt de lidstaten constructief mee te werken;
3. herhaalt zijn zienswijze dat de verdediging van de mensenrechten en de democratische waarden een centraal principe van de betrekkingen van de EU met Rusland moet zijn; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat deze waarden in het onderhandelingspakket tussen de EU en Rusland geen ondergeschikte status hebben;
4. onderstreept dat de situatie in Tsjetsjenië een hindernis in de betrekkingen tussen de EU en Rusland en een oorzaak van de vertraging in de ontwikkeling van deze betrekkingen blijft; herhaalt zijn scherpe kritiek op het Russisch beleid in Tsjetsjenië en zijn veroordeling van de talrijke schendingen van de mensenrechten daar; vraagt de Russische Federatie dringend concrete stappen te ondernemen om komaf met foltering en andere vormen van mishandeling, willekeurige opsluiting en "verdwijningen" in de Tsjetsjeense republiek te maken en het feit dat deze overtredingen onbestraft blijven, aan te pakken;
5. spreekt zijn bezorgdheid uit over de beperking van de democratische vrijheden tijdens de campagne voor de verkiezingen van de Doema in december 2007 en de presidentsverkiezingen in maart 2008; verzoekt de Russische autoriteiten in beide gevallen vrije en eerlijke verkiezingen te waarborgen en ervoor te zorgen dat de oppositiepartijen aan deze verkiezingen kunnen deelnemen en dat zij de kans krijgen een serieuze verkiezingscampagne te voeren waarbij het beginsel van de vrijheid van meningsuiting volstrekt wordt geëerbiedigd; benadrukt dat het bestaan van vrije media een van de belangrijkste voorwaarden is om de verkiezingen als vrij en eerlijk te bestempelen;
6. betreurt ten zeerste het besluit van de centrale verkiezingscommissie om de omvang van de verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE te beperken; vreest dat de beperkingen ernstig de mogelijkheid limiteren dat een zinnige waarnemingsmissie overeenkomstig de standaardmethode van de OVSE voor volledige verkiezingswaarnemingsmissies wordt uitgevoerd, hetgeen negatieve gevolgen kan hebben als precedent voor verkiezingswaarneming in andere landen; herhaalt dat de EU geïnteresseerd is om ook als waarnemer van de parlementsverkiezingen te worden uitgenodigd;
7. is tevreden dat de eerste permanente samenwerkingsraad voor cultuur is gehouden; onderstreept dat rechtstreekse contacten tussen mensen belangrijk zijn; neemt er nota van dat de recente overeenkomst tussen de EU en Rusland over een versoepeling van de visumregeling enigszins heeft bijgedragen tot het overwinnen van de bestaande moeilijkheden op dit gebied, maar benadrukt dat er behoefte is aan een ambitieuzere versoepeling van de visumregeling die ook betrekking heeft op gewone bona fide-reizigers die niet behoren tot een vooraf bepaalde categorie en aan liberalisering op lange termijn;
8. vraagt de Raad en de Commissie hun inspanningen te verdubbelen om de problemen bij het oversteken van de grens tussen de Europese Unie en Rusland op te lossen, concrete projecten aan te vatten en bij de grensoverschrijdende samenwerking volledig gebruik te maken van het nieuw nabuurschaps- en partnerschapsinstrument en de Interreg-middelen;
9. benadrukt dat het van strategisch belang is om samen te werken op het gebied van energie en dat de betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland op energiegebied moeten worden geïntensiveerd; benadrukt dat verdere samenwerking op dit gebied gebaseerd moet zijn op de principes van wederzijdse afhankelijkheid en transparantie en dat het belangrijk is dat er wederkerigheid is met betrekking tot de toegang tot de markten, infrastructuur en investeringen, om oligopole marktstructuren te voorkomen en de energievoorziening van de Europese Unie te diversifiëren;
10. verzoekt beide partijen een met de WTO-regels strokende oplossing te vinden voor het probleem van de uitvoerheffingen op hout;
11. onderstreept dat beide partijen belang hebben bij duurzaamheid en permanente betrouwbaarheid wat de productie, de distributie, het transport en het efficiënte gebruik van energie betreft; is in deze samenhang tevreden met de start van de investeringsdialoog en de instelling van een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op het gebied van energie;
12. is van mening dat in het kader van de energiedialoog meer nadruk moet worden gelegd op energie-efficiëntie; neemt er nota van dat informatie over geavanceerde energietechnologie wordt uitgewisseld; verzoekt de Commissie de samenwerking tussen de EU en Rusland op deze gebieden te bevorderen;
13. vraagt Rusland en de lidstaten van de Europese Unie om de voorgeschreven doelstellingen van het Kyoto-protocol te halen en wijst in verband hiermee met nadruk op de specifieke verantwoordelijkheid van de industrielanden om met betrekking tot de vermindering van de uitstoot voorop te gaan; beschouwt Rusland als een centrale speler in het kader van het Kyoto-protocol en vraagt het een actieve rol te spelen op de klimaatconferentie van Bali en akkoord te gaan met het nodige onderhandelingsmandaat om het kader vast te stellen voor een ambitieuze internationale klimaatovereenkomst voor de periode na 2012 die strookt met de doelstelling de klimaatverandering te beperken tot minder dan 2°C in vergelijking met de pre-industriële periode;
14. is tevreden met de sluiting van het akkoord tussen de EU en Rusland over de handel in sommige staalproducten;
15. neemt nota van de verschillen tussen de Europese Unie en Rusland met betrekking tot het nabuurschapsbeleid; wijst buitenlandse beleidsvoering die op het instellen van invloedsferen gericht is, van de hand; wijst er met nadruk op dat de soevereiniteit en territoriale integriteit van alle landen volledig geëerbiedigd moet worden; verzoekt de EU en Rusland om constructief samen te werken met het oog op een oplossing voor de slepende conflicten in hun gemeenschappelijke geografische omgeving, met name wat Transnistrië betreft; benadrukt dat de Kosovo-kwesties moeten worden geregeld op basis van het internationaal recht en verwerpt unilaterale acties;
16. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de start van een nieuwe wapenwedloop in Europa, met name als gevolg van de plannen van de Verenigde Staten om in EU-lidstaten een raketafweersysteem op te zetten; vraagt de Verenigde Staten deze plannen, die de Europese publieke opinie in beroering hebben gebracht, in te trekken; vraagt de regering en het parlement van de Tsjechische Republiek en Polen om geen raketafweersystemen op hun grondgebied te aanvaarden;
17. dringt erop aan om alle bestaande ontwapenings- en wapenbeheersingsovereenkomsten nauwlettend uit te voeren; doet een oproep tot hervatting van de politieke dialoog over kwesties in verband met veiligheid, wapenbeheersing en ontwapening in het kader van de OVSE en de Ontwapeningsconferentie, om definitief een einde aan de bewapeningswedloop te maken, verdere wapenverminderingen overeen te komen en Europa kernwapenvrij te maken;
18. herhaalt dat de Europese Unie en Rusland moeten samenwerken om multilaterale oplossingen voor wereldwijde problemen te vinden; vraagt de EU en Rusland om samen te werken aan een vreedzame oplossing voor de problemen in verband met het Iraanse kernenergiebeleid;
19. vraagt de EU en Rusland als leden van het kwartet om actief bij te dragen tot de oplossing van het conflict in het Midden-Oosten, door ervoor te zorgen dat op de komende conferentie de uiteindelijke status van de betreffende landen wordt besproken en een volledige regionale vredesovereenkomst op basis van de VN-resoluties en het Arabische vredesinitiatief wordt nagestreefd;
20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en van de Russische Federatie en de Raad van Europa.