ONTWERPRESOLUTIE
13.11.2007
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Nirj Deva en Eija-Riitta Korhola
namens de PPE-DE-Fractie
over de situatie in Pakistan
B6‑0479/2007
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Pakistan
Het Europees Parlement,
- onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Pakistan, met name zijn resoluties van 12 juli 2007 en van 25 oktober 2007,
- naar aanleiding van de verklaring van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het GBVB van 4 november 2007 over de uitroeping van de noodtoestand in Pakistan
- naar aanleiding van de verklaring van het Voorzitterschap namens de EU van 6 november 2007 over het uitroepen van de noodtoestand in Pakistan,
- gelet op de samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Pakistan van 24 november 2001,
- gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN van 5 november 2007 over de inhechtenisneming in Pakistan van mensenrechtenactivisten en oppositieleden en van de speciale rapporteur van de VN voor vrijheid van religie en overtuiging,
- gelet op artikel 103 van zijn Reglement,
A, overwegende dat president Musharraf op 3 november 2007 voor geheel Pakistan de noodtoestand heeft afgekondigd en de grondwet buiten werking heeft gesteld,
B. overwegende dat leiders van politieke partijen, rechters, advocaten, journalisten, verdedigers van de mensenrechten - waaronder de speciale rapporteur van de VN voor vrijheid van religie en overtuiging, Asma Jahangir en de voorzitter van de orde van advocaten bij het Hooggerechtshof, Aitzaz Ahsan - en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld gearresteerd zijn of onder huisarrest zijn gesteld,
C. overwegende dat de rechters van het Opperste Gerechtshof van Pakistan die weigeren de wettigheid van de noodtoestand te aanvaarden, onder huisarrest blijven staan en dat het Opperste Gerechtshof van Pakistan nog een uitspraak moet doen over de vraag of de verkiezing van president Musharraf legaal is,
D. overwegende dat de EU erkent dat vrede en veiligheid in Pakistan in gevaar zijn, maar van mening is dat stabiliteit en ontwikkeling gebaat zijn bij democratie en handhaving van de mensenrechten en de rechtsstaat,
1. geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de situatie in Pakistan die heeft geleid tot het uitroepen van de noodtoestand, de opschorting van een aantal grondwettelijke rechten en de arrestatie van leiders van politieke partijen, rechters, advocaten, journalisten, verdedigers van de mensenrechten en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;
2. doet een beroep op de regering van Pakistan om spoedig over te gaan tot het herstel van de openbare vrijheden en de fundamentele rechten die in de grondwet zijn verankerd, het scheppen van de nodige voorwaarden voor veiligheid en stabiliteit waardoor vrije, eerlijke en transparante verkiezingen kunnen worden gegarandeerd in januari 2008, onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen - ook van leden van de rechterlijke macht en van de speciale rapporteur van de VN voor de vrijheid van religie en overtuiging, Asma Jahangir en de voorzitter van de orde van advocaten bij het Hooggerechtshof, Aitzaz Ahsan - de opheffing van de beperkingen die de media zijn opgelegd, nakoming van de toezegging van president Musharraf om zijn functie als hoofd van de generale staf op 15 november 2007 neer te leggen en verzoening met de politieke oppositie na te streven;
3. erkent dat Pakistan zich inspant om de opkomst van terroristische groeperingen tegen te gaan en spreekt zijn steun uit voor Pakistan en het Pakistaanse volk in hun strijd tegen het terrorisme, maar beklemtoont dat het verlaten van het pad van de democratie niet het juiste antwoord is en dat voor het herstel van de democratie de macht weer moet worden overgedragen aan een burgerregering;
4. doet een beroep op de Raad en de Commissie er bij de regering van Pakistan op aan te dringen zich te houden aan de beginselen die verankerd zijn in de samenwerkingsovereenkomst en met name de clausule over democratie en mensenrechten en verzoekt de Commissie een verslag te presenteren over de tenuitvoerlegging van de samenwerkingsovereenkomst;
5. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regering van Pakistan.