Ontwerpresolutie - B6-0511/2007Ontwerpresolutie
B6-0511/2007

ONTWERPRESOLUTIE

5.12.2007

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Cristiana Muscardini, Ryszard Czarnecki, Adam Bielan, Janusz Wojciechowski
namens de UEN-Fractie
over economische partnerschapsovereenkomsten

Procedure : 2007/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0511/2007
Ingediende teksten :
B6-0511/2007
Aangenomen teksten :

B6‑0511/2007

Resolutie van het Europees Parlement over economische partnerschapsovereenkomsten

Het Europees Parlement,

–  gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (Overeenkomst van Cotonou),

–  gelet op de mededeling van de Commissie van 23 oktober 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten (COM(2007) 0635),

–  gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 19 november 2007 met betrekking tot de economische partnerschapsovereenkomsten,

–  onder verwijzing naar de op 20 november 2007 in Kigali aangenomen resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU over de evaluatie van de onderhandelingen inzake economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's),

–  gezien de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT), met name artikel XXIV daarvan,

–  gezien de politieke verklaring van 9 november 2007 van de ministers van de ACS-landen over EPO's,

–  onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over dit onderwerp, met name zijn resolutie van 23 mei 2007 over economische partnerschapsovereenkomsten,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in artikel 36, lid 1 van de Overeenkomst van Cotonou is bepaald dat de partijen nieuwe handelsakkoorden zullen sluiten die compatibel zijn met de WTO-regels, en daarbij de wederzijdse handelsbelemmeringen geleidelijk aan zullen opheffen en de samenwerking zullen versterken op alle terreinen met betrekking tot handel en ontwikkeling,

B.  overwegende dat de voor deze overeenkomst geldende ontheffing van toepassing van de WTO-regels eind 2007 afloopt, wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de gevolgen daarvan voor de handelsbetrekkingen tussen de EU en de ACS-landen,

C.  overwegende dat diverse ACS-landen zeer aarzelend staan ten aanzien van de sluiting van EPO's en beweren dat zij door de Europese Commissie onder druk zijn gezet om EPO's te ondertekenen, en dat andere het belang van de toegang tot de EU-markt voor hun economie beklemtonen,

D.  overwegende dat de onderhandelingen over de sluiting van volledige economische partnerschapsovereenkomsten ter vervanging van de Overeenkomst van Cotonou niet in hetzelfde tempo vorderen in de zes regio's en in elk geval niet vóór eind 2007 zullen zijn afgrond,

G.  overwegende dat de Commissie in oktober 2007 een voorstel voor een interim-overeenkomst heeft gedaan aan de ACS-landen, als een eerste fase van EPO's die alleen de handel in goederen omvatten, en die vanaf 31 december 2007 ten uitvoer zouden worden gelegd,

1.  blijft ervan overtuigd dat EPO's ontwikkelingsinstrumenten moeten zijn die het mogelijk maken duurzame ontwikkeling en regionale integratie te bevorderen en de armoede in de ACS-landen terug te dringen, en de geleidelijke integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie te stimuleren;

2.  uit niettemin zijn diepe bezorgdheid over het trage verloop van de onderhandelingen, wat er zeer waarschijnlijk toe zal leiden dat tegen 31 december 2007 met geen enkele van de regionale ACS-groepen volledige overeenkomsten zullen zijn gesloten;

3.  onderstreept het belang om het risico van een vacuüm in de betrekkingen tussen de EU en de ACS-landen, en dus een situatie van rechtsonzekerheid, met alle desastreuze gevolgen van dien voor de niet tot de groep van de minst ontwikkelde landen behorende ACS-landen, waarbij het welzijn en de inkomens van miljoenen personen in de ACS-landen zou worden bedreigd, te voorkomen;

4.  neemt met belangstelling kennis van het voorstel dat de Commissie op 23 oktober 2007 heeft gedaan en van het besluit van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 17 november 2007 om in de eerste fase van de onderhandelingen interim-overeenkomsten te sluiten die beperkt blijven tot de handel in goederen;

5.  onderstreept het belang van de huidige processen van regionale integratie van ACS-landen; beschouwt deze door de Commissie voorgestelde benadering in twee fasen als slechts een tijdelijke en pragmatische oplossing, om te voorkomen dat de goederenstroom met tariefvoordelen naar de EU vanaf 1 januari 2008 wordt onderbroken;

6.  neemt met belangstelling kennis van de recente sluiting op 27 november 2007 van de interim-kaderovereenkomsten tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de partnerlanden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de Zuidafrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap anderzijds, die deze landen rechten- en quotavrije toegang van goederen tot de EU-markt garandeert;

7.  beklemtoont dat de totstandbrenging van een echte regionale markt een essentiële voorwaarde is voor de succesvolle tenuitvoerlegging van EPO's en dat regionale integratie van fundamenteel belang is voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de ACS-landen; onderstreept dat in het geval van interim-overeenkomsten met subregionale groepen het proces van regionale integratie voor EPO-regio's een hoofdvoorwaarde moet blijven;

8.  vraagt beide partijen hun verantwoordelijkheid te nemen en de onderhandelingen over de andere kwesties zo spoedig mogelijk voort te zetten; beklemtoont dat een overeenkomst op lange termijn alleen tot stand kan worden gebracht indien alle betrokken partijen zich daartoe engageren;

9.  erkent dat het voor de ACS-landen van belang is dat ze zich inzetten voor het proces van economisch partnerschap en de hervormingen stimuleren die noodzakelijk zijn om de maatschappelijke en economische structuren in lijn te brengen met de overeenkomsten; dringt er bij de regeringen van de ACS-landen op aan regels voor goed bestuur ten uitvoer te leggen; verzoekt de Commissie met klem zich aan de beginselen van volledige asymmetrie en flexibiliteit te houden;

10.  beklemtoont dat volledige, met de WTO-regels compatibele asymmetrie in de overeenkomsten maximale flexibiliteit moet impliceren wat betreft tariefverlagingen, dekking van gevoelige producten en een adequate overgangsperiode voordat de overeenkomst volledig van kracht wordt

11.  dringt er bij de Commissie op aan rekening te houden met de aanhoudende moeilijke situatie van de suikersector in de EU-lidstaten bij de onderhandelingen over de hoeveelheden suiker afkomstig uit de ACS-landen;

12.  beklemtoont dat het voorstel van de Commissie wat betreft de regels voor merken van oorsprong een versoepeling vormt van de bestaande voorschriften; is van oordeel dat in de overeenkomst moet worden gezorgd voor de nodige flexibiliteit, rekening houdend met de verschillen qua niveau van industriële ontwikkeling tussen de EU en de ACS-landen, en tussen de EU-lidstaten en de ACS-landen onderling; verzoekt de Commissie derhalve haar voorstel inzake de regels van oorsprong te heroverwegen ten einde de nodige bescherming te bieden tegen de wederuitvoer van producten uit gevoelige sectoren zoals kleding en textiel;

13.  wijst op het belang van het creëren van adequate omstandigheden om investeringen, handel in diensten en concurrentieregels in EPO's te bevorderen, aangezien zulks bijdraagt aan de economische groei; verzoekt de Commissie echter rekening te houden met de uiteenlopende capaciteit van de ACS-landen en de verzoeken van sommige regionale ACS-groepen in verband met deze kwesties;

14.  herinnert aan de door de Raad en de Commissie gedane toezegging niet te onderhandelen over TRIPS-plus-bepalingen met betrekking tot farmaceutische producten die gevolgen hebben voor de volksgezondheid en de toegang tot medicijnen, zoals gegevensexclusiviteit, patentuitbreidingen en de beperking van de redenen voor dwanglicenties;

15.  verzoekt de Commissie tijdens de onderhandelingen en na afsluiting ervan een stelselmatige analyse uit te voeren van de maatschappelijke gevolgen van de EPO's voor de kwetsbaarste groepen;

16.  onderstreept dat handelsregels gepaard moeten gaan met een sterkere ondersteuning van de handelsgerelateerde assistentie; pleit ervoor dat concrete toezeggingen worden gedaan vóór de afsluiting van EPO-onderhandelingen, met betrekking tot zowel handelsgerelateerde assistentie als de aan EPO's verbonden aanpassingskosten, inclusief technische assistentie om ACS-landen in staat te stellen te voldoen aan de EU-voorschriften en -normen inzake import, en aldus ten volle te profiteren van de verbeterde markttoegang;

17.  beklemtoont dat "goods only"- interimovereenkomsten specifieke bepalingen dienen te bevatten betreffende ondersteuning van handelsgerelateerde assistentie in het kader van EPO's;

18.  verzoekt de Commissie en de Raad het Europees Parlement te raadplegen over de sluiting van interim-EPO's op grond van artikel 300, lid 3, tweede alinea van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Raad ACS-EU en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.