Ontwerpresolutie - B6-0028/2008Ontwerpresolutie
B6-0028/2008

ONTWERPRESOLUTIE

14.1.2008

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Pasqualina Napoletano, Alain Hutchinson, Emilio Menéndez del Valle, Glenys Kinnock, Thijs Berman en Josep Borrell Fontelles
namens de PSE-Fractie
over de verkiezingen in Kenia

Procedure : 2008/2503(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0028/2008
Ingediende teksten :
B6-0028/2008
Aangenomen teksten :

B6‑0028/2008

Resolutie van het Europees Parlement over de verkiezingen in Kenia

Het Europees Parlement,

–  gezien de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (de "Overeenkomst van Cotonou") en gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005, en in het bijzonder de artikelen 8 en 9,

–  gelet op de richtsnoeren in het Afrikaanse Handvest van de rechten van de mens en de volkeren over het houden van democratische verkiezingen,

–  gezien de verklaring van de Afrikaanse Unie over de beginselen die gelden voor democratische verkiezingen (2002),

–  gezien de Verklaring inzake de beginselen voor internationale verkiezingswaarneming en de Gedragscode voor internationale verkiezingswaarnemers, die op 27 oktober 2005 bij de VN zijn herdacht,

–  gezien de voorlopige verklaring van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie in Kenia van 1 januari 2008,

–  gezien de verklaring die het Voorzitterschap van de Europese Unie op 8 januari 2008 namens EU heeft afgelegd over de Keniaanse presidentsverkiezingen,

–  gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Kenia toezeggingen heeft gedaan inzake de eerbiediging van de burgerrechten, de op de rechtsstaat berustende democratie en verantwoordelijk bestuur in het kader van de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst (overeenkomst van Cotonou),

overwegende dat de presidentiële verkiezingen van 2007 in Kenia niet hebben voldaan aan de internationale en regionale basisnormen voor democratische verkiezingen en dat zij werden gevolgd door rellen en etnische spanningen die tot de dood van bijna 500 mensen hebben geleid,

C.  overwegende dat volgens het Keniaanse Rode Kruis ten gevolge van de onlusten ongeveer 250.000 mensen hun huizen hebben moeten verlaten, met name in de steden Eldoret, Kericho en Kisumu, terwijl vele anderen zich in hun huizen verschuilen en voedsel en water steeds schaarser wordt,

D.  overwegende dat intensieve diplomatieke inspanningen, onder meer de missie van de voorzitter van de Afrikaanse Unie, John Kufuor, om te bemiddelen tussen Mwai Kibaki van de Partij van Nationale Eenheid en Raila Odinga, leider van de Democratische Beweging van de Sinaasappels (ODM), de politieke crisis niet hebben kunnen oplossen,

E.  overwegende dat Mwai Kibaki op 8 januari eenzijdig 17 leden van zijn kabinet heeft benoemd voordat de internationale bemiddeling was afgelopen, en zodoende onderhandelingen tussen de drie partijen onmogelijk heeft gemaakt, met nieuwe massale protestacties van de ODM tot gevolg,

F.  overwegende dat Mwai Kibaki heeft opgeroepen tot bilaterale gesprekken met de oppositie, maar dat dit voorstel is verworpen door Raila Odinga met het argument dat er een bemiddelingsinitiatief gaande was,

G.  overwegende dat tijdens de verkiezingscampagne de vrijheid van vereniging, meningsuiting en vergadering over het algemeen werden gerespecteerd; overwegende echter dat de campagne ook werd gekenmerkt door etnische en politieke verdeeldheid die nu mede verantwoordelijk is voor de instabiele situatie na de verkiezingen,

H.  overwegende dat diep gewortelde sociale en etnische conflicten ten grondslag liggen aan de huidige uitbarsting van geweld, overwegende dat de internationale gemeenschap niet voldoende aandacht heeft besteed aan deze onderliggende sociale en etnische spanningen en ze hier voortaan rekening moet mee houden bij elke bemiddelingspoging in de huidige Keniaanse crisis, alsook in haar toekomstige betrekkingen met Kenia,

I.  overwegende dat de verkiezingscommissie van Kenia (ECK) toezicht heeft gehouden op de logistieke en technische aspecten van de verkiezingen, de toegang tot de centra voor kiezersregistratie heeft vergemakkelijkt en de teams in de stembureaus heeft opgeleid,

J.  overwegende dat de ECK echter geen blijk heeft gegeven van de onpartijdigheid, de transparantie en de vertrouwelijkheid die bij een democratische verkiezing vereist zijn en dat dit tot uiting komt in de unilaterale benoeming van leden van de ECK door Mwai Kibaki vóór de verkiezingen,

K.  overwegende dat de EUEOM-waarnemers door de betrokken autoriteiten zijn verwelkomd bij de stembureaus, waar het stemmen ordelijk verliep,

L.  overwegende dat de waarnemers van EUEOM geen gelijkwaardige toegang hadden tot telbureaus en constateerden dat het gebrek aan transparantie en deugdelijke veiligheidsprocedures de geloofwaardigheid van de verkiezingsresultaten ernstig ondermijnden,

M.  overwegende dat bij bepaalde stembureaus een opkomst van meer dan 90% werd geregistreerd en dat de ECK twijfels heeft geuit over deze onrealistisch hoge cijfers,

N.  overwegende dat de journalisten die bij de bekendmaking van de presidentsverkiezingen op 30 december 2007 aanwezig waren vervolgens uit de vergaderzaal werden gezet,

O.  overwegende dat de conclusie van de EUEOM was dat het verkiezingsproces vóór het tellen van de stemmen in het algemeen goed was verlopen en de parlementsverkiezingen grotendeels succesvol werden geacht,

P.  overwegende dat de EUEOM echter tot de conclusie kwam dat de telling van de stemmen na de presidentsverkiezingen ongeloofwaardig was en derhalve haar twijfel uitsprak over de betrouwbaarheid van de uitslag,

Q.  overwegende dat niet voldoende rekening is gehouden met de aanbevelingen van de EUEOM van 2002 , onder meer inzake de omvang en de grenzen van de kiesdistricten voor de parlementsverkiezingen, en dat de ambtstermijn van de ECK-leden moest lopen tot zes maanden na de algemene verkiezingen teneinde de onafhankelijkheid en de deskundigheid van de verkiezingsautoriteit te vergroten,

R.  overwegende dat de politieke verwarring aanzienlijke economische gevolgen zal hebben, die naar schatting 1 miljard dollar zullen kosten volgens de minister van Financiën Amos Kimunyu, en overwegende dat de toeristische industrie, die voor Kenia de belangrijkste bron van deviezen is en die ongeveer een miljoen mensen tewerkstelt, waarschijnlijk de hardste klappen zal krijgen,

S.  overwegende dat de politieke verwarring naar alle waarschijnlijkheid ook de belangen van Kenia's buren zal schaden, met name van het niet aan zee grenzende Oeganda, dat voor zijn handel met de rest van de wereld afhankelijk is van de Keniaanse wegen en de Keniaanse haven Mombasa,

T.  overwegende dat vier voormalige presidenten van Botswana, Mozambique, Tanzania en Zambia naar Kenia zijn gereisd en de Kenianen hebben opgeroepen de gevechten te beëindigen en zich aaneen te sluiten, om het land niet uiteen te laten vallen,

1.  betreurt het tragische verlies van levens en de kritieke humanitaire situatie, en roept de regering, de oppositie en alle andere belanghebbenden dan ook met klem op hun uiterste best te doen om de vrede in hun land te herstellen en de eerbiediging van de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht te waarborgen;

2.  onderschrijft de conclusies die de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie in zijn voorlopige verklaring heeft gepresenteerd;

3.  betreurt het feit dat, ondanks de in het algemeen succesvol verlopen parlementsverkiezingen, de resultaten van de presidentsverkiezingen niet geloofwaardig en niet aanvaardbaar zijn als gevolg van talrijke meldingen van onregelmatigheden;

4.  Betreurt dat de zittende Mwai Kibaki het aanbod van president John Kufuor om de crisis te helpen oplossen, heeft verworpen en eenzijdig zijn kabinet heeft gevormd, hetgeen de bemiddelingspogingen ernstig heeft ondermijnd;

5.  roept de zittende Mwai Kibaki in dit verband op om de democratische verplichtingen van zijn land na te leven, zoals die zijn vastgelegd in de richtsnoeren aangaande vrije en eerlijke verkiezingen van het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren;

6.  roept beide zijden op spoedig over te gaan tot concrete herstelmaatregelen door middel van onderhandelingen waarbij een internationale bemiddelaar wordt betrokken; steunt in dit verband verdere bemiddelingspogingen door een panel van Afrikaanse wijzen, geleid door Koffi Annan, de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties;

7.  dringt er bij de Keniaanse autoriteiten op aan dat zij instemmen met een onafhankelijk en onpartijdig mechanisme voor een spoedig, grondig en transparant onderzoek naar onregelmatigheden bij de verkiezingen; dat zij onverwijld maatregelen nemen om de situatie recht te trekken; en dat zij de daders van deze onregelmatigheden verantwoording vragen voor hun daden;

8.  steunt het voorstel dat snel een regering van nationale eenheid wordt gevormd totdat alles in verband met de verkiezingsuitslagen bekend is en dat indien nodig nieuwe verkiezingen worden georganiseerd;

9.  veroordeelt krachtig het geweld dat na de betwiste verkiezingen is uitgebroken en roept alle partijen op samen te werken om de schuldigen ter verantwoording te roepen; dringt er bij de oppositie op aan dat zij zich onverwijld en ondubbelzinnig distantieert van degenen die voor de moorden verantwoordelijk zijn;

10.  roept op tot eerbiediging van de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering en dringt erop aan dat bij protestacties geen geweld wordt gebruikt; dringt er bij de regering op aan dat zij geen buitensporig geweld gebruikt tegen de betogers;

11.  doet een beroep op de leiders van de politieke partijen om de verantwoordelijkheid te nemen voor het voorkomen van verder geweld, zich toegewijd te tonen aan de rechtsstaat en te zorgen voor de eerbiediging van de mensenrechten;

12.  dringt aan op concrete maatregelen om een daadwerkelijk onpartijdige verkiezingscommissie in te stellen, zodat deze in de toekomst beter in staat is vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren;

13.  doet een beroep op de betrokken autoriteiten om met onmiddellijke ingang opnieuw rechtstreekse radio- en televisie-uitzendingen toe te staan;

14.  betreurt het feit dat met de algemene verkiezingen van 2007 de kans gemist werd voor het consolideren en verder ontwikkelen van het verkiezingsproces en het algemene democratiseringsproces;

15.  is bezorgd over de sociale en etnische spanningen die aan de basis liggen van de huidige crisis en die verscherpt worden door hangende conflicten over landeigendom; verwelkomt in dit verband de verzoeningspogingen tussen de gemeenschappen die op het niveau van de burgers worden ondernomen door internationale en Keniaanse maatschappelijke organisaties; steunt de dialoog tussen de gemeenschappen die tot doel heeft een oplossing te zoeken voor de kernpunten die aan de basis liggen van de grootste sociale en etnische problemen; onderstreept met name dat vrouwen en jongeren bij deze pogingen moeten worden betrokken;

16.  is uiterst bezorgd over de sociale en economische gevolgen van de huidige crisis en de nadelige effecten ervan voor de sociale en economische ontwikkeling van het land;

17.  dringt er bij de Keniaanse regering op aan de corruptie die het bestuur in grote delen van het land heeft ondermijnd, grondig aan te pakken, met name op landelijk en lokaal niveau;

18.  verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering van Kenia, de medevoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en de voorzitters van de Commissie en de Uitvoerende Raad van de Afrikaanse Unie.