Procedure : 2008/2502(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0053/2008

Ingediende teksten :

B6-0053/2008

Debatten :

PV 30/01/2008 - 7

Stemmingen :

PV 31/01/2008 - 8.12
CRE 31/01/2008 - 8.12

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0035

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 96kWORD 51k
23.1.2008
PE401.034v01.00
 
B6‑0053/2008
naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B6-0389/2007, B6‑0003/2008, B6‑0004/2008 en B6-0005/2008
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door Jan Marinus Wiersma, Hannes Swoboda, Katalin Lévai, Adrian Severin en Jan Andersson
namens de PSE-Fractie
over een Europese strategie voor de Roma

Resolutie van het Europees Parlement over een Europese strategie voor de Roma 
B6‑0053/2008

Het Europees Parlement,

–  gelet op de artikelen 3, 6, 7, 29 en 149 van het EG-Verdrag, die de lidstaten ertoe verplichten zorg te dragen voor gelijke kansen voor alle burgers,

–  gelet op artikel 13 van het EG-Verdrag dat de Europese Gemeenschap de mogelijkheid biedt passende maatregelen te nemen om discriminatie op grond van ras of etnische afstamming te bestrijden,

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 28 april 2005 over de situatie van de Roma in de Europese Unie(1), van 1 juni 2006 over de situatie van de Roma-vrouwen in de Europese Unie(2), respectievelijk van 15 november 2007 over de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden(3),

–  gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming en Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep alsook het kaderbesluit betreffende de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat,

–  gezien het verslag over racisme en vreemdelingenhaat in de lidstaten van de Europese Unie in 2007 van het Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie,

–   gezien de uitroeping in 2005 van het decennium van de Roma-integratie en de instelling van een Roma-onderwijsfonds door een aantal EU-lidstaten, kandidaat-lidstaten en andere landen waarin de instellingen van de Europese Unie aanwezig zijn,

–  gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat 12 tot 15 miljoen Roma in Europa nog steeds te lijden hebben onder structurele discriminatie en in talrijke gevallen gebukt gaan onder grote armoede en maatschappelijke uitsluiting; overwegende dat een meerderheid van de Europese Roma sedert de uitbreidingen van 2004 en 2007 EU-burgers zijn geworden, waarmee zij en hun familieleden het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten hebben gekregen,

B.  overwegende dat de situatie van de Europese Roma, die van oudsher in talrijke Europese landen leven, anders is dan die van de nationale minderheden in Europa, hetgeen specifieke maatregelen op Europees niveau rechtvaardigt,

C.  overwegende dat talrijke Roma en Roma-gemeenschappen die hebben besloten zich te vestigen in een andere lidstaat dan die waarvan zij onderdaan zijn, zich in een bijzonder kwetsbare positie bevinden,

D.  overwegende dat de Europese Unie over allerlei instrumenten beschikt die kunnen worden ingezet om de uitsluiting van de Roma tegen te gaan,

E.  overwegende dat er de afgelopen jaren in sommige lidstaten sprake is geweest van een aanzienlijke toename van zigeunerhaat in de massamedia en het politieke discours en van door racisme ingegeven geweld jegens de Roma,

F.  overwegende dat de vorderingen bij de bestrijding van de discriminatie van de Roma voor wat betreft hun recht op onderwijs, werk, gezondheidszorg en huisvesting, zowel in de lidstaten als in de kandidaat-lidstaten ongelijkmatig en traag zijn geweest,

G.  overwegende dat de Roma-vrouwen geconfronteerd worden met dubbele discriminatie, namelijk als Roma én als vrouw,

1.  veroordeelt volledig en ondubbelzinnig alle vormen van racisme en discriminatie jegens de Roma en andere als zigeuners beschouwde bevolkingsgroepen;

2.  is verheugd over de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 14 december 2007, waarin de Raad, in het besef van de zeer specifieke situatie van de Roma in de Unie, de lidstaten en de Unie verzoekt alle mogelijke middelen in te zetten ter verbetering van hun integratie en de Commissie verzoekt zich te buigen over bestaande beleidsvormen en -instrumenten en vóór eind juni 2008 aan de Raad verslag uit te brengen over de ter zake geboekte vooruitgang;

3.  is van oordeel dat de Europese Unie en de lidstaten een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor wat betreft de bevordering van de integratie van de Roma en de waarborging van hun grondrechten als Europese burgers en zij hun inspanningen om tot tastbare resultaten in dezen te komen, dringend dienen op te voeren; verzoekt de lidstaten en de instellingen van de Europese Unie hun steun te verlenen aan de noodzakelijke maatregelen om een adequaat sociaal en politiek klimaat te scheppen voor de integratie van de Roma, zoals voorlichtingscampagnes onder de niet-Roma-bevolking over de Roma-cultuur en -integratie, zowel in het land waarvan zij onderdaan zijn als in het EU-land van verblijf;

4.  herinnert eraan dat alle kandidaat-lidstaten bij de onderhandelingen en in het kader van het toetredingsproces hebben toegezegd de integratie van de Roma-gemeenschappen te zullen verbeteren en hun rechten op onderwijs, werk, gezondheidszorg en huisvesting te zullen bevorderen; verzoekt de Commissie een evaluatie te maken van de tenuitvoerlegging van die toezeggingen en van de huidige situatie van de Roma in alle EU-lidstaten;

5.  betreurt dat de Europese Commissie tot dusverre nog niet is ingegaan op het verzoek van het Europees Parlement van 28 april 2005 om met een mededeling te komen over de wijze waarop de Europese Unie, in samenwerking met de lidstaten, de inspanningen ter verbetering van de situatie van de Roma het best kan coördineren en bevorderen;

6.  ziet uit naar het vóór eind juni 2008 door de Europese Commissie aan de Europese Raad te presenteren verslag, waarin wordt nagegaan in het kader van welk bestaande beleidsvormen en aan de hand van welke instrumenten de integratie van de Roma kan worden verbeterd en wat de redenen zijn van de onbevredigende resultaten tot dusverre;

7.  is verheugd over de door de Europese Commissie aangekondigde initiatieven, waaronder een mededeling over een herziene strategie voor de bestrijding van discriminatie, het komende groenboek over onderwijs aan leerlingen die een migratie-achtergrond hebben of deel uitmaken van een achtergestelde minderheid, en het voornemen om extra maatregelen te nemen voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2000/43/EG; is met name verheugd over het voorstel om een Roma-forum op hoog niveau op te zetten, als structuur voor de ontwikkeling van doeltreffend beleid voor de aanpak van de Roma-problematiek;

8.  is verheugd over het voornemen van de Commissie om nader in te gaan op de kwestie van erkenning van de Roma als een aparte minderheid met een transnationaal karakter;

9.  is van oordeel dat de bestrijding van de discriminatie van de Roma, een pan-Europese culturele gemeenschap, een allesomvattende aanpak op Europees niveau vereist; beseft evenwel dat de primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming van de grondrechten van de Roma-burgers en de bevordering van hun maatschappelijke, economische en politieke integratie bij de regeringen van de lidstaten ligt; verzoekt de Commissie de Roma-problematiek horizontaal aan te pakken en aanvullende voorstellen uit te werken voor een coherent beleid op Europees niveau voor wat betreft de maatschappelijke integratie van de Roma, de lidstaten aan te zetten tot grotere inspanningen om tot tastbare resultaten te komen en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten te bevorderen;

10.  verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2008 met concrete voorstellen te komen ter bevordering van de integratie van de Roma, zoals een kaderstrategie voor de Roma en een communautair actieprogramma voor de Roma, waarbij prioriteit wordt verleend aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel van de Roma;

11.  verzoekt de Commissie een van haar commissarissen aan te wijzen als coördinator voor het Roma-beleid; dringt er bij de Commissie op aan binnen haar diensten voor adequate administratieve middelen te zorgen voor de coördinatie van de initiatieven door een permanente eenheid te creëren onder leiding van een Europese Roma-coördinator;

12.  dringt er bij de Commissie en de Raad op aan gebruik te maken van bestaande initiatieven, zoals het decennium van de Roma-integratie en het Roma-onderwijsfonds, om de doeltreffendheid van de inspanningen in dezen te vergroten;

13.  onderstreept dat het van belang is de plaatselijke overheden bij een en ander te betrekken met het oog op een doeltreffende tenuitvoerlegging van de inspanningen ter bevordering van de integratie van de Roma en ter bestrijding van discriminatie;

14.  onderstreept de noodzaak van actieve deelneming van Roma-vertegenwoordigers en van lange-termijnstrategieën bij de opbouw van hun beroepscapaciteiten in alle initiatieven ter bevordering van hun rechten en de integratie van hun gemeenschappen;

15.  is van oordeel dat het Europees Parlement dieper moet ingaan op de diverse aspecten van en uitdagingen voor het Europees beleid voor wat betreft de integratie van de Roma;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de Raad van Europa.

(1) Aangenomen teksten P6_TA(2005)0151
(2) Aangenomen teksten P6_TA(2006)0244
(3) Aangenomen teksten P6_TA(2007)0534

Juridische mededeling - Privacybeleid