Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0056/2008

Ingediende teksten :

B6-0056/2008

Debatten :

PV 30/01/2008 - 7

Stemmingen :

PV 31/01/2008 - 8.12
CRE 31/01/2008 - 8.12

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 95kWORD 44k
23.1.2008
PE401.037v01-00
 
B6‑0056/2008
naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B6-0389/07, B6-0003/08, B6-0004/08 en B6-0005/08
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het Reglement
door Roberta Angelilli, Adam Bielan en Ewa Tomaszewska
namens de UEN-Fractie
over een Europese strategie voor de Roma

Resolutie van het Europees Parlement over een Europese strategie voor de Roma 
B6‑0056/2008

Het Europees Parlement,

–  gelet op artikel 13 van het EG-Verdrag dat de Europese Gemeenschap in staat stelt gepaste maatregelen te nemen om discriminatie op grond van ras of etnische afstamming te bestrijden,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 27 januari 2005 over de herinnering aan de Holocaust, antisemitisme en racisme(1),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 28 april 2005 over de situatie van de Roma in de Europese Unie(2),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 1 juni 2006 over de situatie van Roma-vrouwen in de Europese Unie(3),

–  onder verwijzing naar zijn wetgevingsresolutie van 29 november 2007 over het voorstel voor een kaderbesluit van de Raad inzake de strafrechtelijke bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat(4),

–  gelet op de artikelen 6, 7 en 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 13 van het EG-Verdrag, op grond waarvan de Europese Unie en haar lidstaten gehouden zijn de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te handhaven, en die de EU de middelen verschaffen om racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie te bestrijden, alsmede het Europees Handvest van de grondrechten en het statuut van het Bureau voor de grondrechten,

–  gezien de internationale overeenkomsten inzake de mensenrechten krachtens welke discriminatie op basis van ras en etnische afkomst verboden zijn, met name het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), die beide door alle EU-lidstaten zijn ondertekend,

–  onder verwijzing naar de Richtlijnen 2000/43/EG houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming(5), en 2000/78/EG tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep(6), alsook het kaderbesluit betreffende de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat(7),

–  gelet op artikel 108, lid 5 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Roma de grootste minderheid in Europa vormen,

B.  erkennende dat zowel in de EU-lidstaten als in de kandidaat-lidstaten reeds enige vooruitgang werd geboekt inzake de bestrijding van discriminatie ten aanzien van Roma op het vlak van hun recht op onderwijs, tewerkstelling, gezondheidszorg en huisvesting,

C.  overwegende dat onderwijs een fundamenteel middel is om sociale uitsluiting, uitbuiting en misdaad te bestrijden,

D.  overwegende dat Roma-gemeenschappen vaak betrokken zijn bij criminele feiten, met name op het vlak van mensenhandel en kinderslavernij,

E.  overwegende dat de Roma nog altijd het slachtoffer zijn van discriminatie op het vlak van het recht op tewerkstelling,

F.  overwegende dat de EU beschikt over een waaier van mechanismen en instrumenten die kunnen worden gebruikt om de toegang van de Roma tot onderwijs, werk, huisvesting en gezondheidszorg van hoge kwaliteit te verbeteren, met name het sociale inclusie-, het regionale en het werkgelegenheidsbeleid,

G.  overwegende dat sancties moeten worden opgelegd aan lidstaten die de nationale bepalingen overtreden die krachtens Richtlijn 2000/43/EG zijn aangenomen, in het bijzonder betreffende de toegang tot werkgelegenheid, beroepsopleidingen, sociale bescherming en onderwijs,

H.  met name nota nemende van de extreme situatie van vele Roma-individuen en ‑gemeenschappen in de nieuwe lidstaten,

1.  toont zich verheugd over het besluit van de Europese Raad van 14 december 2007, waarin staat dat de Europese Raad, "die zich bewust is van de zeer specifieke situatie van de Roma in de gehele Unie, de lidstaten en de Unie verzoekt om alle middelen aan te wenden om de integratie van de Roma te verbeteren" en waarin eveneens staat dat de Europese Raad "de Commissie verzoekt de bestaande beleidsvormen en instrumenten te bekijken en vóór eind juni 2008 aan de Raad verslag uit te brengen over de gemaakte vorderingen";

2.  veroordeelt alle vormen van racisme en discriminatie waarmee de Roma en andere als "zigeuners" bestempelde personen mee worden geconfronteerd;

3.  benadrukt dat het probleem van de discriminatie van de Roma een algemene aanpak op EU-niveau vereist, ermee rekening houdend dat de primaire investering van politieke wil, tijd en middelen bij de nationale regeringen van de lidstaten berust;

4.  dringt er bij de Commissie op aan een Europese kaderstrategie voor de inclusie van de Roma te ontwikkelen die moet zorgen voor beleidscoherentie op EU-niveau wat de sociale integratie van de Roma betreft, en met name van Roma-kinderen;

5.  herhaalt dat een gelijke toegang tot kwaliteitsonderwijs moet worden opgenomen in de beleidsdoelstellingen van de EU-strategie; dringt er bij de Commissie op aan in de lidstaten specifieke maatregelen te steunen voor minderjarige Roma gericht op het bestrijden van uitbuiting, gedwongen bedelen en schoolverzuim en op het reeds op jonge leeftijd integreren van de Roma-kinderen in het reguliere onderwijs;

6.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten nationale programma's ter verbetering van de gezondheidssituatie van de Roma-gemeenschappen te steunen, met name door te voorzien in een geschikt vaccinatieprogramma voor kinderen;

7.  verzoekt de Commissie de integratie van de Roma op de arbeidsmarkt te ondersteunen via maatregelen als de strenge handhaving van de antidiscriminatiewetten op het gebied van werkgelegenheid;

8.  dringt er bij de lidstaten op aan maatregelen aan te nemen voor de opwaardering van sloppenwijken en positieve wettelijke verplichtingen te ontwikkelen om een einde te maken aan de dakloosheid en het probleem van de kampen op te lossen, waar geen enkele normen bestaan op het vlak van hygiëne en veiligheid en waar een groot aantal Roma-kinderen sterft ten gevolge van ongevallen thuis, met name brand, veroorzaakt door een gebrek aan degelijke veiligheidsnormen;

9.  dringt er bij de Roma op aan de mensenrechten te eerbiedigen, met name met betrekking tot vrouwen en kinderen, en gedwongen huwelijken, traditionele gebruiken en gedwongen bedelen te vermijden;

10.  roept de lidstaten op de samenwerking te vergemakkelijken, gezamenlijke acties te coördineren en beste praktijken uit te wisselen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de Raad van Europa.

(1) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0018.
(2) Aangenomen teksten, P6_TA(2005)0151.
(3) Aangenomen teksten, P6_TA(2006)0244.
(4) Aangenomen teksten, P6_TA-PROV(2007)0552.
(5) PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.
(6) PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.
(7) PB C 75 E van 26.3.2002, blz. 269.

Juridische mededeling - Privacybeleid