Ontwerpresolutie - B6-0346/2008Ontwerpresolutie
B6-0346/2008

ONTWERPRESOLUTIE

4.7.2008

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Daniel Cohn-Bendit, Monica Frassoni, Hélène Flautre, Eva Lichtenberger, Milan Horáček, Raül Romeva i Rueda, Mikel Irujo Amezaga, Helga Trüpel en Bart Staes
namens de Verts/ALE-Fractie
over de situatie in China na de aardbeving en voor de Olympische spelen

Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0346/2008
Ingediende teksten :
B6-0346/2008
Aangenomen teksten :

B6‑0346/2008

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in China na de aardbeving en voor de Olympische spelen

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over Tibet, met name de resolutie van 15 februari 2007 over de dialoog tussen de Chinese regering en gezanten van de Dalai Lama en de resolutie van 10 april 2008,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 december 2007 over de EU-China-top - De mensenrechtendialoog tussen de EU en China,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 mei 2008 over de natuurramp in China,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 7 september 2006 over de betrekkingen tussen de EU en China,

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 september 2007 over het functioneren van mensenrechtendialogen en mensenrechtenoverleg met derde landen,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de betogingen die op 10 maart in Lhasa begonnen, precies 49 jaar na de mislukte nationale opstand van de Tibetanen tegen het Chinese bestuur, en zich vervolgens uitbreidden naar andere door Tibetanen bewoonde gebieden, werden gevolgd door bruut geweld van de Chinese politie en veiligheidstroepen tegen iedereen die verdacht werd betrokken te zijn geweest bij de betogingen, gewonden bijgestaan te hebben of in het bezit te zijn van beeltenissen van de Dalai Lama, dat bijna 6.000 mensen zijn gearresteerd en dat kloosters als straf zijn doorzocht,

B.  overwegende dat de Chinese autoriteiten de campagne voor "patriottistische opvoeding" hebben opgevoerd waarbij Tibet's "duistere feodale maatschappij" wordt veroordeeld en de communistische partij wordt voorgesteld als de verlosser die het Tibetaanse volk geluk brengt, overwegende dat het tweede deel van deze heropvoedingscampagne inhoudt dat de Tibetanen documenten moeten tekenen waarin zij de Dalai Lama en zijn separatistische activiteiten veroordelen,

C.  overwegende dat de bewegingsvrijheid van het Tibetaanse volk is beperkt, dat zij onder strenge bewaking staan en dat Tibetanen van buiten Lhasa geen toestemming hebben om in Lhasa te verblijven,

D.  overwegende dat de situatie in Tibet ondanks de verklaringen van de Chinese autoriteiten verre van normaal is en dat de toegang tot het gebied nog steeds verboden is voor de internationale media en internationale controle-instanties, terwijl de informatievoorziening strakke beperkingen ondervindt; overwegende dat volgens onafhankelijke berichten die zijn doorgelekt naar de internationale media de politie en de veiligheidstroepen mobiele telefoons, computers en andere communicatieapparatuur hebben geconfisqueerd bij honderden invallen in kloosters, nonnenkloosters en particuliere woningen, zodat duizenden Tibetanen niet meer met de buitenwereld kunnen communiceren,

E.  overwegende dat tot nu toe zo'n 40 mensen voor de betogingen zijn veroordeeld en schuldig zijn bevonden aan de verstoring van openbare diensten, plundering en vernieling van plaatselijke regeringsbureaus en aanvallen op de politie; overwegende dat hoewel was aangekondigd dat de processen openbaar zouden zijn, de vonnissen zijn uitgesproken achter gesloten deuren en met drie jaar gevangenis tot levenslange opsluiting onevenredig streng waren voor de begane misdrijven; overwegende dat de procesgang volstrekt niet transparant was en dat de verdachten niet de kans kregen een zinvolle verdediging op te zetten,

F.  overwegende dat het officiële persbureau Xinhua op 20 juni berichtte dat meer dan 1000 mensen die na de onlusten in Tibet waren gearresteerd, zijn vrijgelaten,

G.  overwegende dat Zijne Heiligheid de Dalai Lama de demonstranten heeft opgeroepen om op vreedzame en niet-gewelddadige wijze te betogen en dat hij steeds bij tal van gelegenheden heeft opgeroepen de besprekingen met Beijing te hervatten om tot een volledige echte politieke, culturele en spirituele autonomie van Tibet binnen China te komen,

H.  overwegende dat de Olympische fakkel op 21 juni door de straten van Lhasa is gedragen temidden van soldaten in oproertenue en onder zware veiligheidsmaatregelen; overwegende dat alleen een geselecteerd en beperkt aantal buitenlandse correspondenten van een dertigtal internationale nieuwsagentschappen tot de stad was toegelaten om verslag uit te brengen van de fakkelloop; overwegende dat elk lid van de menigte volgens sommige van hun berichten badges droeg, wat erop wijst dat de toeschouwers speciaal voor de ceremonie waren geselecteerd,

I.  overwegende dat de secretaris van de communistische partij in Tibet Zhang Qingli het evenement openlijk een politiek karakter heeft gegeven door tijdens de Olympische vlamceremonie in Lhasa te verklaren: "om de Olympische geest meer eer aan te doen, moeten wij de complotten van de Dalai-kliek en vijandige buitenlandse krachten binnen en buiten de natie om de Olympische spelen in Beijing te saboteren vastberaden ontmaskeren",

J.  overwegende dat het Beijing Olympisch Actieplan China "vrije en open Olympische spelen" had beloofd; overwegende dat de volledige afsluiting van Tibet ingaat tegen de belofte van de Chinese regering om buitenlandse journalisten in heel China bewegingsvrijheid te geven en een grotere persvrijheid toe te staan in de aanloop naar de Olympische spelen,

K.  overwegende dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) had verwacht dat de toekenning van de Olympische spelen van 2008 aan China het land open zou stellen en de mensenrechtensituatie zou verbeteren; overwegende dat de voorzitter van het Beijing Organisatiecomité voor de Olympische spelen (BOCOG) op 27 september 2006 in het openbaar beloofd had de bij de kandidaatstelling voor de Olympische spelen gedane toezeggingen om de mensenrechtensituatie te verbeteren gestand te zullen doen,

L.  overwegende dat alles in het werk gesteld moet worden om de Olympische spelen in Beijing aan te grijpen als uitzonderlijke gelegenheid om democratische hervormingen in China te bewerkstelligen en aanzienlijke vooruitgang te boeken in de kwestie Tibet,

M.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in China geen tekenen van verbetering heeft getoond, zoals blijkt uit de arrestatie op 10 juni van de vooraanstaande strijder voor de mensenrechten op internet Huang Qi, die nog steeds geen toegang heeft tot rechtskundig advies, op verdenking van het illegale bezit van staatsgeheimen na een bezoek aan het aardbevingsgebied in Sichuan en het bekend maken van berichten over het lot van ouders die hun kind bij de ramp hebben verloren, en uit de arrestatie van pastoor Zhang Mingxuan en zijn tolk in de bus naar het Yanshan Hotel waar zij een ontmoeting zouden hebben met het EP-lid Bastiaan Belder, die in Beijing was voor de vijfde bijeenkomst van het Asia-Europe Parliamentary Partnership,

N.  overwegende dat de in 2000 gestarte mensenrechtendialoog EU-China tot nog toe geen tastbare resultaten heeft opgeleverd; dat het gebrek aan resultaten ook het gevolg is van het ongecoördineerde en ondoelmatige gemeenschappelijk buitenlands beleid van de EU ten aanzien van China,

O.  overwegende dat tijdens de recente bijeenkomsten van de Raad algemene zaken en externe betrekkingen (GAERC) en van de Europese Raad van 19-20 juni welbewust geen aandacht is besteed aan de schendingen van de mensenrechten in China en Tibet en mogelijke initiatieven die genomen kunnen worden in verband met de Olympische spelen,

1.  uit zijn grote bezorgdheid over de situatie in Tibet en de mensenrechtensituatie in China meer in het algemeen; is van mening dat de voortdurende schending van de mensenrechten volstrekt in strijd is met de toezeggingen die door China zijn gedaan toen de Olympische spelen aan het land werden toegewezen;

2.  roept de Chinese autoriteiten op om onmiddellijk een eind te maken aan de gewelddadige onderdrukking in Tibet, de veiligheidstroepen terug te trekken uit de kloosters en een eind te maken aan de campagne voor patriottistische opvoeding;

3.  verwelkomt de recente vrijlating van Tibetaanse gevangenen, maar verlangt van de Chinese regering dat zij de rechtszaken herziet en bij de nieuwe berechting van de veroordeelde Tibetanen de beginselen van vrijheid en rechtvaardigheid huldigt; dringt er tegelijk bij de Chinese autoriteiten op aan te zorgen voor een vrije en eerlijke berechting van alle Tibetanen die nu wegkwijnen in de gevangenis, door hun het recht te geven op verdediging en onafhankelijk advies alsmede de mogelijkheid om familiebezoek te ontvangen;

4.  neemt nota van het besluit om buitenlandse toeristen weer toe te laten tot Tibet, maar roept de Chinese autoriteiten op om internationale waarnemers, internationale onderzoeksmissies, diplomaten en buitenlandse correspondenten onbeperkte toegang tot alle Tibetaanse gebieden te geven;

5.  verwelkomt de zevende ronde van besprekingen tussen de autoriteiten in Beijing en de vertegenwoordigers van de Dalai Lama die op 1 en 2 juli plaatsvond; verwacht dat de besprekingen substantiële en tastbare resultaten opleveren nog vóór de Olympische spelen en roept de Chinese autoriteiten op om de Dalai Lama als teken van goede wil uit te nodigen voor de openingsceremonie van de spelen;

6.  betreurt het ontbreken tot dusverre van een duidelijke reactie van de Raad op de recente ontwikkelingen in Tibet en de mensenrechtensituatie in China meer in het algemeen; dringt er in dit verband met klem bij de Raad op aan om de mensenrechtensituatie in China en Tibet onmiddellijk onder de loep te nemen en een gemeenschappelijk standpunt vast te stellen dat de EU-leiders verplicht om de openingsceremonie niet bij te wonen als geen vooruitgang is geboekt in de kwestie Tibet, de situatie van de mensenrechten in China en de nakoming door China van de vóór de Olympische spelen gedane toezeggingen;

7.  herhaalt in dit verband zijn oproep aan de Raad om een bijzondere afgezant voor Tibetaanse aangelegenheden te benoemen ten einde de dialoog tussen de partijen te vergemakkelijken en nauw toe te zien op de onderhandelingen;

8.  neemt nota van de multilaterale discussies tussen EU-lidstaten en andere regeringen over gecoördineerde pogingen om de Chinese regering onder druk te zetten om vooruitgang te boeken inzake Tibet en dringt aan op voortzetting van deze aanpak, waarbij ook hoort het opzetten van een contactgroep die met Tibetanen en Chinezen samenwerkt om te zorgen dat beide partijen alles in het werk stellen om door onderhandelen tot overeenstemming te komen over Tibet;

9.  betreurt het stilzwijgen van het Internationaal Olympisch Comité over het ronddragen van de Olympische fakkel door de straten van Lhasa terwijl Tibet in feite in oorlogstoestand verkeert en voor de buitenwereld is afgesloten; betreurt de verklaringen van Zhang Qingli tijdens de fakkelceremonie in Lhasa; neemt nota van het feit dat het IOC deze uitspraak heeft betreurd en veroordeelt de weigering van de Chinese autoriteiten om openbare verontschuldigingen aan te bieden voor wat er gebeurd is; is van mening dat het IOC verplicht is om druk uit te oefenen op de Chinese regering om de buitenlandse media toe te staan bij elk stadium van de fakkelloop en elk ander Olympisch evenement zonder bezwarende beperkingen en dat het IOC zich altijd op moet werpen als verdediger van de Olympische waarden;

10.  dringt aan op de vrijlating van Huang Qi en Zhang Mingxuan en zijn tolk en herhaalt zijn oproep tot vrijlating van Hu Jia, die in 2007 was voorgedragen voor de Sacharov-prijs voor de vrijheid van meningsuiting van het Europees Parlement, en Yang Chunlin, Gao Zhisheng en de andere strijders voor de mensenrechten die zijn aangehouden, gearresteerd, gevangen gezet of bedreigd omdat zij hun ongenoegen hadden geuit over de Olympische spelen in Beijing, hadden geprotesteerd tegen huisuitzettingen om plaats te maken voor de bouw van Olympische faciliteiten of dergelijke protesten hadden ondersteund, hun bezorgdheid hadden geuit over de situatie van de cyberdissident en vrouw van Hu Jia, Zeng Jinyan en hun zes maanden oude dochter, die nu voortdurend door de politie worden gevolgd en lastig gevallen;

11.  roept China nogmaals op om een onafhankelijke instantie toegang te geven tot Gedhun Choekyi Nyima, de Panchen Lama van Tibet, en zijn ouders, zoals verlangd door het VN-Comité voor de rechten van het kind, en zich niet langer te mengen in religieuze aangelegenheden;

12.  roept de Chinese autoriteiten op om de hoge commissaris voor de mensenrechten en de organen van de VN een permanente uitnodiging te geven om Tibet te bezoeken;

13.  wijst op de noodzaak de mensenrechtendialoog tussen de EU en China uit te breiden en te verbeteren en betreurt in dit verband het gebrek aan consistentie tussen het juridische seminar dat wordt georganiseerd vóór EU-China mensenrechtendialogen en de mensenrechtendialoog zelf; acht het van cruciaal belang dat de selectie van de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld die bij deze juridische seminars worden betrokken niet eerst door de andere partij goedgekeurd hoeft te worden;

14.  laakt het ontbreken van een gecoördineerd en coherent Europees beleid ten aanzien van China dat tot nog toe werd gekenmerkt door een ongeremde concurrentie tussen Europese leiders die alleen geïnteresseerd waren in het sluiten van lucratieve contracten met de Chinese autoriteiten op kosten van de mensenrechten; betreurt het dat bij de toewijzing van de Olympische spelen geen rekening is gehouden met de eerbiediging van de mensenrechten;

15.  verzoekt de Raad om de Dalai Lama uit te nodigen op een bijeenkomst van de Raad algemene zaken om zijn visie te geven op de situatie in Tibet en de 27 ministers van Buitenlandse Zaken uit te leggen wat de middenwegbenadering inhoudt en wat echte autonomie is die geldt voor alle Tibetanen binnen China;

16.  roept de Europese Unie en de lidstaten daarom op om ernstig te denken aan gezamenlijke maatregelen tegenover de Volksrepubliek China als er geen verbetering komt in de situatie, en om het strategische partnerschap met China opnieuw te bezien;

17.  dringt er met klem bij China op aan om het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten onverwijld en ieder geval nog vóór de Olympische spelen te ratificeren;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen van de lidstaten, de president en de premier van de Volksrepubliek China en het Internationaal Olympisch Comité.