Procedure : 2008/2607(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0380/2008

Ingediende teksten :

B6-0380/2008

Debatten :

PV 04/09/2008 - 3

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 7.3

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0404

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 96kWORD 42k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0343/2008
27.8.2008
PE410.782
 
B6‑0380/2008
naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Marco Cappato, Sarah Ludford, Elizabeth Lynne, Ignasi Guardans Cambó en Olle Schmidt
namens de ALDE-Fractie
over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen  
B6‑0380/2008

Het Europees Parlement,

–  onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over het Midden-Oosten,

–  gezien de verklaring van commissaris Ferrero Waldner in het Europees Parlement op 9 juli 2008 over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen,

–  gezien de overeenkomst van de associatieraad EU-Israël en de resultaten van de achtste vergadering van de associatieraad EU-Israël op 16 juni 2008,

–  gezien het rapport van de ad hoc-delegatie van het Europees Parlement naar Israël en de Palestijnse gebieden (30 mei-2 juni 2008) en de conclusies daarin,

–  gezien het vierde Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd van 12 augustus 1949, met name de artikelen 1 t/m 12, 27, 29 t/m 34, 47, 49, 51, 52, 53, 59, 61 t/m 77 en 143 hiervan,

–  gezien het jaarverslag 2007 van het Internationaal Comité van het Rode Kruis, met name het onderdeel betreffende de bezette Palestijnse gebieden,

–  gezien de, in de jaren 2006, 2007 en 2008 met financiële steun van de Commissie en diverse lidstaten door het Openbaar Comité tegen marteling in Israël gepubliceerde verslagen,

–  gezien de relevante VN-resoluties over het conflict in het Midden-Oosten,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de afgelopen jaren veel terroristische aanslagen met dodelijke afloop op de burgerbevolking van Israel zijn gepleegd,

B.  overwegende dat de Israëlische autoriteiten een aantal maatregelen hebben genomen om deze terroristische acties te voorkomen, zoals de arrestatie van verdachte Palestijnse militanten, maar dat de bestrijding van terrorisme geen rechtvaardiging is voor het misbruik van gevangenen,

C.  overwegende dat op dit moment meer dan 10.000 Palestijnen, waaronder meer dan 300 kinderen in de leeftijd van 16 tot 18 jaar, in Israëlische gevangenissen en detentiecentra worden vastgehouden, en overwegende dat het merendeel van deze gedetineerden in de bezette Paalestijnse gebieden zijn gearresteerd,

D.  overwegende dat op 25 augustus 198 Palestijnen door de Israëlische regering zijn vrijgelaten als een gebaar van goede wil en wederzijdse vertrouwensvorming,

E.  overwegende dat er door beide partijen verder wordt onderhandeld om tot een uitgebreider akkoord te komen over de status van de andere gevangenen,

F.  overwegende dat onlangs stappen zijn genomen door de regeringen van Israël en Libanon om gevangenen tegen de lichamen van Israëlische soldaten uit te wisselen,

G.  overwegende dat ongeveer 1.000 gevangenen in Israël worden vastgehouden op grond van "administratieve detentie-orders" met het recht om in beroep te gaan, maar zonder in staat van beschuldiging gesteld en berecht te worden en zonder zich te kunnen verdedigen; overwegende dat dergelijke "administratieve detentie-orders jarenlang kunnen worden verlengd en dat dit in sommige gevallen ook gebeurt,

H.  overwegende dat het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (UNCRC), dat door Israël is ondertekend, een kind definieert als een menselijk wezen jonger dan 18 jaar; overwegende dat Palestijnse kinderen vanaf 16 jaar op grond van de Israëlische militaire regels voor de bezette Palestijnse gebieden echter als volwassenen worden beschouwd, en overwegende dat jeugdige gevangenen, volgens de verslagen van mensenrechtenorganisaties, onder niet-geëigende omstandigheden worden vastgehouden en bloot staan aan een steeds meer intimidatie,

I.  overwegende dat er in deze verslagen op basis van gedetailleerde getuigenissen op wordt gewezen dat Israëlische soldaten misbruik hebben gemaakt van Palestijnse gevangenen, terwijl zij gekneveld waren en voor de soldaten geen enkel gevaar vormden; overwegende dat van dit misbruik ook folter deel zou uitmaken, gericht op het verkrijgen van bekentenissen, terwijl de gevangene, indien er geen bekentenissen worden afgedwongen, zonder aanklacht of proces wordt veroordeeld tot een administratieve hechtenis van onbepaalde duur,

J.  overwegende dat het voor de overgrote meerderheid van de Palestijnse gevangenen in gevangenissen op Israëlisch grondgebied vaak onmogelijk of buitengewoon moeilijk is gebruik te maken van het bezoekrecht van hun families, ondanks dringende verzoeken van het Internationale Comité van het Rode Kruis aan Israël,

1.  is buitengewoon ingenomen met het recente besluit van de Israëlische regering om een groot aantal Palestijnse gevangenen in vrijheid te stellen, als een positief gebaar om het gezag van de Palestijnse Autoriteit te versterken en een klimaat van wederzijds vertrouwen te herstellen;

2.  is verheugd over de recente vertrouwenscheppende stappen van de Israëlische regering en Hezbollah op het vlak van gevangenen; dringt erop aan dat vergelijkbare stappen worden ondernomen door Israël en Hamas, met het oog op de onmiddellijke vrijlating van de Israëlische korporaal Gilad Shalit;

3.  steunt de Israëlische strijd tegen het terrorisme en is van mening dat de rechtstaat door alle partijen ten volle moet worden geëerbiedigd bij de behandeling van gevangenen, daar dit een wezenlijke stap is voor een democratisch land en voor het herstel van een klimaat van wederzijds vertrouwen dat noodzakelijk is om met de vredesonderhandelingen voortgang van betekenis te kunnen boeken;

4.  verzoekt de Israëlische autoriteiten alle gedetineerden te berechten en een eind te maken aan de toepassing van "administratieve detentie" die erop neerkomt dat de procedures worden misbruikt om langdurige en veelal onwettige hechtenis te kunnen opleggen, adequate maatregelen ten uitvoer te leggen voor minderjarigen in gevangenissen, overeenkomstig de internationale normen van het jeugdrecht en het UNCRC en om een minder beperkende regeling voor bezoeken aan gevangenen toe te staan;

5.  verzoekt de Israëlische regering zich te houden aan het VN-Verdrag tegen foltering en een eind te maken aan iedere vorm van intimidatie en afgedwongen bekentenissen en om de berichten over het gebruik van deze praktijken naar behoren af te handelen

6.  neemt nota van de verklaring van de Commissie dat zij door het lijden van de Palestijnse gevangenen in de Israëlische gevangenissen bijzonder geraakt is en dat artikel 2 van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël zowel de Europese Unie als Israël eraan zal blijven herinneren dat eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen de basis vormen voor de bilaterale betrekkingen tussen beide partijen;

7.  is verheugd over het besluit dat is genomen op de achtste Associatieraad EU-Israël om ter vervanging van de bestaande werkgroep Mensenrechten een volwaardige subcommissie Mensenrechten in het leven te roepen; dringt aan op uitgebreide raadpleging en volledige participatie van mensenrechtenorganisaties en NGO's in Israël en de bezette Palestijnse gebieden bij het toezicht op de voortgang die Israël boekt bij het naleven van zijn verplichtingen krachtens het internationaal recht;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Israëlische regering, de Knesset, de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse Wetgevende Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de fungerend voorzitter van de Euro-Mediterrane Parlementaire Vergadering, de Hoge Commissaris voor mensenrechten van de VN en het Internationale Comité van het Rode Kruis.

Juridische mededeling - Privacybeleid