Procedure : 2008/2621(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0393/2008

Ingediende teksten :

B6-0393/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 15
CRE 03/09/2008 - 15

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 7.5
CRE 04/09/2008 - 7.5

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0406

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 103kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0377/2008
1.9.2008
PE410.795
 
B6‑0393/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Europese Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Feleknas Uca, Luisa Morgantini, Gabriele Zimmer en Ilda Figueiredo
namens de GUE/NGL-Fractie
over MDG's en kraamvrouwensterfte

Resolutie van het Europees Parlement over MDG's en kraamvrouwensterfte 
B6‑0393/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien de millenniumontwikkelingsdoelstellingen die zijn goedgekeurd tijdens de Millenniumtop van de Verenigde Naties in september 2000,

–  - gezien het verslag van de Commissie over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling 2000-2004 (SEC(2004)1379),

–  onder verwijzing naar zijn resoluties van 12 april 2005 over de rol van de Europese Unie bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en van 20 juni 2007 over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling halverwege,

–  gezien de 4e Wereldconferentie over de vrouw van september 1995 in Peking, de verklaring en het actieplatform van Peking en vervolgens de resultaatdocumenten voor verder optreden en verdere initiatieven om de verklaring van Peking en het actieplatform uit te voeren, aangenomen op de speciale zittingen van de Verenigde Naties Peking+5 en +10 op 9 juni 2000 resp. 11 maart 2005,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten in de Raad, het Europees Parlement en de Commissie over het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie getiteld "De Europese consensus" (over ontwikkeling), ondertekend op 20 december 2005, en de Europese consensus van 18 december 2007 over humanitaire hulpverlening,

–  gezien de rapporten van 2005 en 2006 van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties over de toestand van de wereldbevolking, met als titels de gelijkheidsbelofte: gendergelijkheid, reproductieve gezondheid en de millenniumdoelstellingen, resp. op zoek naar hoop: vrouwen en internationale migratie,

–  gezien het protocol over de rechten van de vrouw in Afrika, ook bekend als het "protocol van Maputo", dat op 26 oktober 2005 van kracht geworden is, en het actieplan van Maputo voor operationalisering van het Afrikaans beleidskader 2007-2010 voor seksuele en reproductieve gezondheid en de overeenkomstige rechten, aangenomen op de speciale zitting van de Afrikaanse Unie in september 2006,

–  gezien de Internationale Conferentie van de VN over bevolking en ontwikkeling (ICPD) die in september 1994 in Cairo is gehouden, het in Cairo goedgekeurde actieprogramma, alsmede de daaropvolgende resultatendocumenten die zijn goedgekeurd tijdens de speciale VN-zitting Cairo+5 over verdere acties ter uitvoering van het in 1999 goedgekeurde actieprogramma,

–  gelet op het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 3 september 1981,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN wereldwijde beschikbaarheid van reproductieve gezondheidszorg tegen 2015 als tussentijdse doelstelling aan de lijst van millenniumdoelstellingen toegevoegd heeft, naast een afname van de kraamvrouwensterfte met 75% tegen 2015, een doelstelling die door 186 landen onderschreven is,

B.  overwegende dat de toestand in termen van gezondheid van moeder en kind er ondanks die verbintenissen in sommige streken of landen van Afrika ten zuiden van de Sahara en Zuid-Azië nog op achteruitgegaan is,

C.  overwegende dat er elk jaar meer dan een half miljoen vrouwen in de loop van hun zwangerschap of bij de geboorte sterven, en dat 99 % van die sterfgevallen zich in ontwikkelingslanden voordoen; dat het cijfer in Afrika ten zuiden van de Sahara op 20 jaar tijds nauwelijks veranderingen ondergaan heeft: 1 op de 16 vrouwen sterft in het kraambed; dat kraamvrouwensterfte dan ook in gezondheidsopzicht de meest opvallende ongelijkheid ter wereld is,

D.  overwegende dat de meest voorkomende oorzaken van kraamvrouwensterfte bloedverlies, sepsis of infecties en abortus onder bedenkelijke omstandigheden zijn; dat er elk jaar bijna 50 miljoen vrouwen hun toevlucht tot abortus nemen en 19 miljoen abortussen onder onveilige omstandigheden plaatsvinden; dat er elk jaar naar schatting 68 000 vrouwen aan sterven en miljoenen anderen infecties en andere verwikkelingen oplopen, zoals onvruchtbaarheid,

E.  overwegende dat de omvang van de kraamvrouwensterfte de belangrijkste aanwijzing voor het verschil tussen arm en rijk blijft, zowel binnen elk land afzonderlijk als tussen de verschillende landen,

F.  overwegende dat het vaststaat dat betere gezondheid en algemene levensomstandigheden van de vrouw de verwezenlijking van alle andere millenniumdoelstellingen bespoedigen,

G.  overwegende dat de G8 een pakket gezondheidsmaatregelen heeft aangenomen dat ertoe bijdraagt 1,5 miljoen gezondheidswerkers in Afrika op te leiden en aan te werven zodat 80% van de moeders bij de bevalling door een geschoolde gezondheidswerker wordt bijgestaan; dat daarmee een verbintenis wordt aangegaan om het aantal gezondheidswerkers tot 2,3 per 1.000 inwoners te verhogen in 36 Afrikaanse landen waar sprake is van een ernstig tekort; overwegende dat echter met geen woord wordt gerept over het verkrijgen van de USD 10 miljard die volgens het maatschappelijk middenveld nodig zijn om elk jaar zes miljoen moeders en kinderen het leven te redden,

H.  overwegende dat er elk jaar 536.000 vrouwen in het kraambed sterven (waarvan 95% in Afrika en Zuid-Azië) en dat er voor elke vrouw die sterft, 20 of meer ernstige verwikkelingen lijden, van chronische ontstekingen tot invaliderende letsels als obstetrische fistels, die gemakkelijk te vermijden zijn als er overal elementaire en dringende perinatale zorg en reproductieve gezondheidsdiensten beschikbaar zouden zijn,

I.  overwegende dat kraamvrouwensterfte die te voorkomen is, een aanslag op het recht op leven van vrouwen en opgroeiende meisjes betekent en dat de oorzaken van kraamvrouwenziekte en -sterfte ook met schending van andere rechten van de mens kunnen gelijkstaan, zoals het recht van de vrouw op zeggenschap en om vrij en verantwoordelijk te beslissen in aangelegenheden die het geslachtsleven betreffen, de beschikbaarheid van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, vrij van dwang, discriminatie en geweld - of m.a.w. het recht op de hoogst mogelijke standaard in lichamelijke en geestelijke gezondheid en het recht om niet gediscrimineerd te worden in de beschikbaarheid van elementaire gezondheidszorg,

J.  overwegende dat het recht op leven, zoals neergelegd in artikel 3 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en het internationaal Handvest van de burgerlijke en politieke rechten, voor de regeringen de plicht met zich meebrengt om de burger te beschermen tegen levensverlies dat te voorkomen is, ook en in het bijzonder tegen kraamvrouwensterfte,

K.  overwegende dat vrouwen het recht hebben om niet gediscrimineerd te worden in de elementaire gezondheidszorg, en dat de omvang van kraamvrouwensterfte en invaliditeit over de wereld een ernstig probleem van stelselmatige ongelijkheid en discriminatie aan het licht brengen waar vrouwen heel hun leven lang van te lijden hebben,

L.  overwegende dat de internationale gemeenschap op de internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling (ICPD) nieuwe middelen toegezegd heeft en reproductieve gezondheidszorg (met inbegrip van gezinsplanning en zorg voor moeder en kind) als centrale prioriteit voor de internationale inspanningen voor ontwikkeling,

M.  overwegende dat in plaats van een verhoging van de steun de totale donormiddelen voor gezinsplanning nu veel lager liggen dan in 1994 en zijn gedaald van USD 723 miljoen in 1995 tot USD 442 miljoen in 2004 in absolute cijfers,

N.  overwegende dat kraamvrouwensterfte voorkomen kan worden met degelijke perinatale zorgverlening, beschikbaarheid van doeltreffende voorbehoedsmiddelen en legale en veilige abortus,

O.  overwegende dat perinatale zorgverlening ondanks de ernst van het probleem en de schending van de rechten van de mens een lage prioriteit op de internationale agenda blijft, overschaduwd door optreden tegen welbepaalde ziekten en dat de hoge aantallen aids-patiënten ertoe hebben bijgedragen dat de ontwikkeling naar minder kraamvrouwenziekte en -sterfte stagneert of verslechtert,

1.  maakt zich ernstig ongerust over het feit dat de ontwikkelingen in de kraamvrouwensterfte (MDG5) het verste van hun doelstelling afstaan en dat het er niet naar uitziet dat de ontwikkelingslanden, vooral die van Afrika en Zuid-Azië, de doelstelling kunnen verwezenlijken,

2.  merkt op dat naast onderwijs de eigen lotsbestemming van de vrouw in aanzienlijke mate bijdraagt tot de verwezenlijking van millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 5 - gezondheid van moeder en kind - een centraal belangrijke aanwijzing voor de algemene vooruitgang in de ontwikkeling;

3.  vraagt de Raad en de Commissie om voorafgaand aan de VN‑bijeenkomst op hoog niveau over de MDG's voorrang te verlenen aan maatregelen om MDG5 - betere gezondheid van moeder en kind - te bereiken, die van centraal belang is om alle andere MDG's te bereiken;

4.  vraagt de Commissie en de Raad om voor minder ongelijkheid in de kraamvrouwensterfte in industrie- en ontwikkelingslanden te zorgen door ruimere investeringen en beleidsvoering om de menselijke middelen in de gezondheidszorg te verbeteren, en meer middelen en inzet om de gezondheidszorg en elementaire medische infrastructuur uit te breiden, ook met middelen voor begeleiding en toezicht, elementaire volksgezondheidsdiensten, maatschappelijk werk en andere begeleidende functies die noodzakelijk zijn, vooral in plattelandsgebieden in de ontwikkelingslanden;

5.  verzoekt de Commissie en de Raad om meer inspanningen te leveren om voorkoombare kraamvrouwenziekte en -sterfte uit te roeien door "routekaarten" en actieplannen tegen kraamvrouwenziekte en -sterfte in de wereld op te stellen, uit te voeren en regelmatig te evalueren, die een gelijkheidsgerichte, systematische en duurzame benadering met als uitgangspunt de rechten van de mens volgen, degelijk ondersteund en vergemakkelijkt door krachtige institutionele mechanismen en financiering;

6.  verzoekt de Commissie en de Raad om indicatoren en benchmarks te ontwikkelen voor het terugdringen van de moedersterfte (alsmede voor overheidsmiddelen) en controle- en rekenschapsmechanismen in te voeren die kunnen leiden tot een voortdurende verbetering van de bestaande beleidsmaatregelen en programma's;

7.  verzoekt de Commissie en de Raad om de dienstverlening voor de gezondheid van moeders in het kader van de eerstelijnsgezondheidszorg uit te breiden, op basis van het concept van goed geïnformeerde keuze, voorlichting inzake veilig moederschap, gerichte en doelmatige prenatale zorg, programma's voor de voeding van moeders, adequate bijstand bij bevallingen waarbij een te grote aanwending van keizersneden wordt vermeden en verloskundige noodhulp wordt geboden, alsmede verwijzingsdiensten voor complicaties bij zwangerschap, bevalling en abortus, postnatale zorg en gezinsplanning, met inbegrip van toegang tot doelmatige voorbehoedmiddelen;

8.  vraagt de Commissie en de Raad om maatregelen en beleidsvoering te steunen die de beschikbaarheid van algemene seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten voor alle vrouwen verbeteren en hun bewustzijn van hun rechten en vertrouwdheid met de beschikbare dienstverlening uitbreiden;

9.  doet een beroep op de Commissie en de Raad om te waarborgen dat reproductieve gezondheidsdiensten beschikbaar, toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit zijn, en om de maximaal beschikbare middelen te besteden aan de beleidsmaatregelen en programma's inzake moedersterfte;

10.  vraagt de Commissie en de Raad om voor opleiding, mogelijkheden tot capaciteitsuitbreiding en infrastructuur voor een degelijk aantal geschoolde geboortehelpers te zorgen zodat alle zwangere vrouwen en opgroeiende meisjes beroep op hun diensten kunnen doen;

11.  vraagt de Commissie en de Raad om het belang van de beschikbaarheid van algemene reproductieve gezondheidsdiensten in conflictsituaties en na conflicten te benadrukken, vooral voor ontheemde vrouwen en vrouwen die hun land ontvlucht zijn;

12.  vraagt de Commissie en de Raad om hun leidende politieke rol voor de rechten op seksuele en reproductieve gezondheidszorg uit te breiden en er ruimere middelen voor uit te trekken om de verschillende landen de millenniumdoelstellingen voor de ontwikkeling te helpen verwezenlijken, vooral de algemene beschikbaarheid van reproductieve gezondheidszorg volgens MDG5, en om van reproductieve gezondheidszorg een prioriteit te maken;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten en de secretaris-generaal van de VN.

Juridische mededeling - Privacybeleid