Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0396/2008

Ingediende teksten :

B6-0396/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 15
CRE 03/09/2008 - 15

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 7.5
CRE 04/09/2008 - 7.5

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 99kWORD 42k
1.9.2008
PE410.798
 
B6‑0396/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Ewa Tomaszewska, Ryszard Czarnecki, Konrad Szymański, Adam Bielan en Mieczysław Edmund Janowski
namens de UEN-Fractie
over millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 5 (gezondheid van moeders)

Resolutie van het Europees Parlement over millenniumdoelstelling voor ontwikkeling 5 (gezondheid van moeders) 
B6‑0396/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien het EU-actieprogramma voor externe maatregelen tegen HIV/aids, malaria en tuberculose(1),

–  gelet op de Europese consensus inzake ontwikkeling van 22 november 2005(2), die luidt: "De primaire en overkoepelende doelstelling van de ontwikkelingssamenwerking van de EU is het uitbannen van armoede in het kader van duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling",

–  gezien de bijeenkomst op hoog niveau over de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG's) die op 25 september 2008 plaatsvindt in het hoofdkantoor van de VN in New York,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling is afgesproken om de moedersterfte tussen 1990 en 2015 met 75% te verlagen,

B.  overwegende dat de gezondheid van moeders de MDG is waarop de minste vooruitgang is geboekt sinds de wereldleiders hierover afspraken hebben gemaakt in 2000,

C.  overwegende dat complicaties bij de zwangerschap en de bevalling de belangrijkste oorzaken van sterfte en invaliditeit zijn bij vrouwen in de ontwikkelingslanden, met name in Afrika ten zuiden van de Sahara en Azië, en elk jaar meer dan een half miljoen vrouwen het leven kosten,

D.  overwegende dat in landen met een hoge vruchtbaarheid in Afrika ten zuiden van de Sahara 1 op de 16 vrouwen sterft in het kraambed; overwegende dat in landen met een lage vruchtbaarheid in Europa 1 op de 2000 in het kraambed sterft en in Noord-Amerika 1 op 3500,

E.  overwegende dat de moedersterfte kan worden verlaagd door medische zorg; overwegende dat de regio's met de laagste aantallen geschoolde gezondheidsmedewerkers bij bevallingen Zuid-Azië en Afrika ten zuiden van de Sahara zijn, waar ook de moedersterfte het hoogst is,

F.  overwegende dat 60% van de HIV-besmette volwassenen vrouw is, en HIV/aids en malaria een van de belangrijkste oorzaken is van moedersterfte; overwegende dat HIV tijdens de zwangerschap, de weeën en de bevalling en via borstvoeding kan worden overgedragen van moeder op kind,

G.  overwegende dat geografische ligging, economie en onderwijs bepalende factoren voor de hoogte van de moedersterfte zijn, waarbij plattelandsvouwen, arme vrouwen en vrouwen die geen onderwijs hebben gekregen de meeste kans lopen om in het kraambed te sterven,

H.  overwegende dat voor de Europese Unie een belangrijke rol is weggelegd bij het geven en ondersteunen van een internationale respons op uitdagingen met betrekking tot de gezondheid van moeders,

1.  dringt er bij de ontwikkelingslanden op aan om de gezondheid van moeders een hoge prioriteit toe te kennen in hun armoedebestrijdingsstrategieën;

2.  dringt er bij de EU en de internationale gemeenschap op aan de ontwikkelingslanden te steunen en aan te moedigen in hun pogingen om de moedersterfte te verlagen;

3.  herinnert aan en herhaalt de toezeggingen en bijdrage van de EU aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, als vermeld in de Europese consensus inzake ontwikkeling;

4.  herinnert aan de toezegging van de EU-lidstaten om tegen 2015 0,7% van hun BNI aan ontwikkelingshulp te besteden en roept de lidstaten die niet op schema liggen, op om hun inspanningen te vergroten;

5.  verzoekt de EU om haar inspanningen ter verbetering van de gezondheid van vrouwen in ontwikkelingslanden voort te zetten en op te voeren, met name om toegang te verlenen tot veilige en betrouwbare medische zorg, om armoedeziektes te bestrijden en om het aantal en de beschikbaarheid van gekwalificeerde gezondheidswerkers te verhogen,

6.  dringt er op aan dat de nationale gezondheidsprogramma's met betrekking tot HIV-tests voor en tijdens de zwangerschap, antiretrovirale behandeling voor met HIV-besmette zwangere vrouwen en HIV-preventieve maatregelen zoals voorlichtingscampagnes en educatie, worden opgevoerd;

7.  dringt aan op verdere maatregelen ter bestrijding van malaria, o.a. door meer gebruik van met insecticide behandelde muskietennetten;

8.  dringt er bij de internationale gemeenschap op aan de regeringen in ontwikkelingslanden te helpen om kwalitatief goed lager onderwijs aan te bieden dat de gezondheid van moeder en kind ten goede komt; door moeders onderwijs aan te bieden daalt het sterftecijfer van kinderen onder de vijf aanzienlijk, meisjes die op school hebben gezeten hebben meer zelfrespect, en zullen HIV-besmetting, geweld en uitbuiting eerder uit de weg gaan en zullen goede gezondheids- en hygiënepraktijken eerder in hun gezinnen en in hun gemeenschappen verspreiden;

9.  dringt er bij de ontwikkelingslanden op aan om, met steun van de internationale gemeenschap, de gezondheid van moeders in ontwikkelingslanden te verbeteren door de infrastructuur, de toegang tot water en hygiëne te verbeteren;

10.  benadrukt dat de EU en de internationale gemeenschap regionale samenwerking moeten ondersteunen zodat de vaardigheden op het gebied van gezondheidszorg voor moeders door de ontwikkelingslanden meer met elkaar worden gedeeld, training en capaciteitsopbouw worden bevorderd, de beste praktijken met elkaar worden vergeleken en er gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van de middelen; benadrukt dat dergelijke samenwerking met name zinvol kan zijn om moeilijke gezondheidssituaties het hoofd te bieden in gebieden waarin een conflict of een ramp heeft plaatsgevonden;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de lidstaten, de regeringen en parlementen van alle ontwikkelingslanden en aan de secretaris-generaal van de VN.

(1) COM(2005)0179.
(2) Raad van de Europese Unie 14820/05.

Juridische mededeling - Privacybeleid