Ontwerpresolutie - B6-0420/2008Ontwerpresolutie
B6-0420/2008

ONTWERPRESOLUTIE

11.9.2008

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Hartmut Nassauer en Joseph Daul
namens de PPE-DE-Fractie
over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2009

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0420/2008

Procedure : 2008/2626(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0420/2008
Ingediende teksten :
B6-0420/2008
Aangenomen teksten :

B6‑0420/2008

Resolutie van het Europees Parlement over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2009

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie met de jaarlijkse beleidsstrategie voor 2009 (COM(2008)0072),

–  gezien de uitvoering van het huidige wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (COM(2007)0640),

–  onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 april 2008 over de jaarlijkse beleidsstrategie van de Commissie voor 2009,

–  gezien de bijdragen van zijn commissies, die door de Conferentie van voorzitters aan de Commissie zijn toegezonden,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat 2009 een jaar vol uitdagingen zal zijn, zowel op politiek als op institutioneel gebied,

B.  overwegende dat het derhalve van cruciaal belang is dat de gestructureerde dialoog tijdig plaatsvindt, zodat men zich kan concentreren op de definitie van de voornaamste strategische doelstellingen van de EU voor de komende jaren,

C.  overwegende dat de politieke prioriteiten moeten worden afgestemd op de beschikbare financiële middelen,

D.  overwegende dat de gestructureerde dialoog met de Commissie een belangrijke interinstitutionele stap is zowel bij de implementatie van het wetgevings- en werkprogramma voor 2008 als bij de opstelling en goedkeuring van het wetgevings- en werkprogramma voor 2009,

Algemene prioriteiten

1.  stelt vast dat 24 lidstaten het Verdrag van Lissabon al hebben geratificeerd; onderstreept dat het van groot belang is het proces van de ratificatie van het Verdrag voort te zetten in de overige lidstaten die dit nog niet hebben gedaan; steunt daarom ten zeerste het besluit van de Europese Raad het ratificatieproces voort te zetten, ondanks de Ierse verwerping van het Verdrag op 12 juni 2008; is er nog steeds van overtuigd dat het verdrag van Lissabon voorziet in de nodig instrumenten om Europa sterker te maken en voor een betere Europese toekomst voor alle Europeanen te zorgen;

Strategie van Lissabon

2.  herhaalt dat het zijn volledige steun geeft aan en zich politiek engageert voor een op hervormingen gerichte Lissabonstrategie waarbij gefocust wordt op groei en werkgelegenheid; benadrukt dat het een politieke noodzaak is in de eerste plaats aandacht te besteden aan de burger en dus beleid uit te werken dat de burger ten goede komt;

3.  benadrukt dat behoorlijk bestuur en betere regelgeving als gulden werkregel belangrijk zijn; is van mening dat een effectieve praktijk van horizontale onafhankelijke effectbeoordeling en volledig raadpleging van de belanghebbenden de garantie is voor de totstandbrenging van een evenwichtige en realistische Europese wetgeving; benadrukt in deze samenhang dat efficiënte omzetting, uitvoering en monitoring van de Europese wetgeving nodig zijn;

4.  is van mening dat het van cruciaal belang is de doelstellingen van de strategie van Lissabon te halen op een manier die consistent is met de doelstellingen op het gebied van klimaatverandering, wat de voorstellen met betrekking tot energie en klimaat en in het bijzonder de komende internationale onderhandelingen betreft;

5.  steunt krachtig de voltooiing van de interne markt en benadrukt dat deze een rol moet spelen met betrekking tot de bevordering van de economische en sociale cohesie binnen de EU, efficiënte netwerken (op het gebied van transport en onderzoek en op academisch gebied in het algemeen), ondersteuning en vereenvoudiging van het kader van het MKB (financiële omstandigheden voor het MKB), investeringen in menselijk kapitaal, klimaatverandering en de pas gedefinieerde internationale dimensie van deze strategie; benadrukt dat deze terreinen van het grootste belang blijven voor het welslagen en de zichtbaarheid, alsmede voor het begrip en de effectieve communicatie van de hele strategie;

6.  is van mening dat economische en monetaire stabiliteit een voorwaarde is voor geslaagde hervormingen; herhaalt dat de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, de werkgelegenheids- en sociale richtsnoeren en de nationale hervormingsplannen het referentiekader voor de Lissabonstrategie moeten blijven; is zich ervan bewust dat het een uitdaging is het tempo van de hervormingen te combineren met de impact die deze kunnen hebben op het resultaat van de verkiezingen;

7.  is er voorstander van dat de maatregelen om de nationale (regionale) sectoriële prestaties te meten worden geïntensiveerd door een nauwer partnerschap met de nationale parlementen; benadrukt dat duidelijk een concreet en ambitieus financieel kader moet worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat politieke toezeggingen op hoog niveau tot reële resultaten leiden;

8.  merkt op dat de Commissie het sociaal pakket in juli heeft goedgekeurd, hetgeen zal bijdragen tot meer vertrouwen tussen werknemers en werkgevers; onderstreept eens te meer dat het MKB de kern vormt van de Europese actieve maatschappij en daarom een belangrijke rol te spelen heeft; is er sterk van overtuigd dat er zonder groei en welvaart geen sociale vooruitgang is; blijft ervan overtuigd dat de lidstaten hun eigen verantwoordelijkheden moeten opnemen en hun eigen bevoegdheden moeten uitoefenen, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel;

Behoorlijk bestuur, betere regelgeving en betere wetgeving

9.  is er ten zeerste van overtuigd dat 2009 het jaar is voor de uitvoering en handhaving van het EU-beleid in de hele Unie;

10.  verzoekt de Commissie de nationale parlementen nog in het kader van het huidige Verdrag het recht te verlenen hun standpunt mee te delen wat de eerbiediging van het subsidiariteitsbeginsel betreft en op de aldus meegedeelde standpunten te reageren op de manier waarin is voorzien in Protocol (nr. 2) bij het Verdrag van Lissabon betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid; is van mening dat zo een duidelijk signaal kan worden gezonden aan de burger en de nationale parlementen dat de EU dichter naar de burger toe komt;

11.  verzoekt de Commissie in nauwere samenwerking met de lidstaten tot maximale omzetting en uitvoering van de Europese wetgeving te komen, door prioriteit te geven aan technische richtlijnen en andere met grote gevolgen voor het scorebord voor de interne markt, zoals de dienstenrichtlijn en de richtlijn consumentenkrediet; is in deze samenhang van mening dat het programma "beter wetgeven", met name de correcte uitvoering, monitoring en verslaglegging over de communautaire wet, een prioriteit moet zijn, in het bijzonder omdat de Commissie een centrale rol speelt om de lidstaten te helpen de doelstelling in kwestie te halen;

12.  dringt er bij de Commissie op aan de administratieve en regelgevingsrompslomp te verminderen; herhaalt de doelstelling van een vermindering van de administratieve rompslomp met 25 % tegen 2012 te steunen en dringt aan op tastbare resultaten; beschouwt dit als een topprioriteit, vooral voor het MKB, en als een essentiële bijdrage om de doelstellingen van de strategie van Lissabon te halen;

13.  is van mening dat de Commissie grondige en onafhankelijk gecontroleerde effectbeoordelingen moet uitvoeren, alvorens voorstellen voor nieuwe richtlijnen in te dienen;

Comitologie

14.  verzoekt de Commissie bij het Parlement wetgevingsvoorstellen in te dienen om de aan de gang zijnde comitologieaanpassing te voltooien en verzoekt de Commissie met alle instellingen een akkoord te sluiten over algemene principes en standaardformules die het kader moeten vormen voor toekomstige ontwikkelingen op dit gebied;

Financiële middelen

Begrotingsaspecten

15.  heeft ernstig bezwaar tegen de voortdurende neiging van de Commissie en de Raad om nieuwe politieke prioriteiten te stellen zonder rekening te houden met het strakke huidige financiële meerjarenkader voor 2007-2013 en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de moeilijkheid om efficiënt te reageren op nieuwe prioriteiten en bestaand beleid te behouden, als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van kredieten voor 2009;

16.  is voornemens er met zekerheid voor te zorgen dat de nodige middelen beschikbaar worden gesteld door gebruik te maken van alle mogelijkheden waarin het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer voorziet, met name voor de financiering van maatregelen op het gebied van klimaatverandering, energiebesparing, immigratie en voedselhulp;

17.  beschouwt de begrotingsevaluatie als een gelegenheid om de tekortkomingen op een aantal belangrijke beleidsterreinen te remediëren tijdens het tweede deel van het financiële meerjarenkader en op langere termijn;

18.  herinnert aan de koppeling tussen het wetgevings- en werkprogramma en de begroting en vraagt een coherentere neerslag van de prioriteiten die in de jaarlijkse beleidsstrategie worden gesteld in de EU-begroting voor de komende jaren;

19.  is tevreden met de doorlichting die de Commissie heeft uitgevoerd van haar personeel; is evenwel voornemens met deze actie door te gaan, met focus op herschikking en uitbesteding van taken;

Begrotingscontrole

20.  verwacht als belangrijkste element voor de kwijting voor het begrotingsjaar 2007 aanzienlijke vooruitgang met de uitvoering van het actieplan voor de structuurfondsen, en de nieuwe verslagleggingsregeling voor onregelmatigheden en terugvorderingen;

21.  verzoekt de Commissie met de lidstaten samen te werken om de kwaliteit van de nationale verklaringen over EU-financiering te verbeteren (overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord en het Financieel Reglement), inclusief de mogelijke controle van deze verklaringen door de nationale rekenkamers of de Europese Rekenkamer, en vraagt een vroegtijdig verslag over deze inspanningen om een bruikbaar informatie-instrument voor het Parlement in te stellen;

22.  dringt er bij de Commissie op aan nauw met Bulgarije en Roemenië samen te werken met betrekking tot de inspanningen van deze landen om actieplannen uit te voeren om de moeilijkheden bij het gebruik van EU-middelen te overwinnen en geregeld verslag uit te brengen bij het Europees Parlement;

Europa aan de man brengen

23.  steunt de cultuur van subsidiariteit als centraal politiek element dat de basis moet vormen van een communicatiecampagne door de Commissie om het vertrouwen van de burger in Europa terug te winnen;

24.  roept de Commissie op de burger centraal te stellen in het Europese project; dringt er bij de Commissie op aan haar inspanningen nog meer te concentreren op de ontwikkeling van een doeltreffend communicatiebeleid, om de burger te voorzien van de middelen die nodig zijn om de EU beter te begrijpen, met name in het jaar van de Europese verkiezingen; onderstreept het belang van een snelle tenuitvoerlegging van het initiatiefrecht voor burgers, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon; herinnert de Commissie aan haar toezegging, in het licht van het voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie[1], om te zorgen voor meer transparantie en een betere toegang tot documenten;

Groei en werkgelegenheid

25.   verzoekt de Commissie aan te geven met welke maatregelen de doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid in het Verdrag van Lissabon kunnen worden gehaald;

Economische en Monetaire Unie

26.  is van mening dat de belangrijkste prioriteiten betrekking hebben op maatregelen om een oplossing te vinden voor de tekortkomingen die door de huidige financiële crisis aan het licht zijn gekomen:

  • -kader voor toezicht en follow-up Lamfalussy,
  • -initiatieven om het bestaande EU-kader voor toezicht te versterken, onder andere initiatieven om thuisland-gastlandkwesties aan te pakken (grensoverschrijdende groepen) en initiatieven om regelingen voor crisisbeheer binnen de EU te versterken,
  • -initiatief om het Lamfalussy-kader te verbeteren, de convergentie van de toezichtpraktijken te vergroten en de samenwerking onder toezichthouders te verbeteren en initiatieven om met name de volgende kwesties aan te pakken: wettelijke status van de comités van niveau 3, democratische aansprakelijkheid van Lamfalussy-comités (niveau 3), het besluitvormingsproces hiervan,
  • -initiatief om de samenwerking tussen EU-toezichthouders (L3-comités) en toezichthouders van derde landen (met name de VS) te intensiveren, met bijzondere aandacht voor financiële stabiliteit,
  • -initiatief om de risico's te evalueren van hedgefunds voor de financiële stabiliteit en concrete stappen om ratingbureaus te reguleren,

       -   maatregelen initiëren die nodig zijn om de externe vertegenwoordiging van de eurozone op internationale financiële fora (G7, IMF, Wereldbank) te verbeteren,

  • -herziening van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG inzake de kapitaalvereisten, met name de zwakke punten aanpakken die door de financiële crisis aan het licht zijn gekomen, zoals de behandeling van posten buiten de balanstelling; transparantie/waardebepaling van complexe financiële producten en kapitaalvereisten voor complexe financiële producten; securitisatie; aanzienlijke verstrenging van de interne risicobeheersregels, liquiditeitsrisicobeheer en invoering van zinvollere regels voor het concentratierisico, definitie van hybride kapitaal, behandeling van commodity firms,
  • -initiatief om de bestaande regels voor depositogarantiestelsels in de EU te herzien, om rekening te houden met grensoverschrijdende kwesties, groepsstructuren en consolidatie binnen de sector; met name om het dekkingsniveau, de terugwinningssnelheid en de rechtszekerheid te verhogen in geval van grensoverschrijdende dienstverlening of grensoverschrijdende groepen,
  • -herziening van Richtlijn 98/26/EG betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en Richtlijn 2002/47/EG betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten, wat systemen en kredietvorderingen betreft;

MKB

27.  onderstreept dat het MKB de meeste nieuwe banen heeft gecreëerd; verwacht dat de Commissie nieuwe voorstellen indient om dit MKB voort te ondersteunen bij de creatie van nog meer nieuwe banen;

28.  onderstreept dat het belangrijk is de geest van ondernemerschap te stimuleren en administratieve belemmeringen voor grensoverschrijdend ondernemen te verwijderen; vraagt gemakkelijkere toegang tegen redelijke prijs voor het MKB tot Europese normen, fiscale stimulansen en betere financiering voor grote MKB-bedrijven;

Innovatie en onderzoek

29.  herinnert eraan dat onderzoek en technologische ontwikkeling van wezenlijk belang zijn voor het bevorderen van duurzame ontwikkeling en innovatie en ervoor zorgen dat Europa een concurrerende, welvarende en op kennis gebaseerde samenleving blijft; dringt er bij de Commissie op aan de eerste evaluatie van de uitvoering van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (FP7) te steunen; verzoekt de Commissie van start te gaan met de operationele uitvoering van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, dat moet helpen de innovatiekloof tussen de EU en haar belangrijkste concurrenten te overbruggen, via strategisch onderzoek en onderwijs;

Intellectuele eigendom

30.  is er sterk van overtuigd dat creatieve ideeën die resulteren in uitvindingen en innovatie helpen om Europa's economische kracht en technologische vooruitgang te garanderen; erkent daarom dat een adequaat niveau van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten op Europees en internationaal niveau nodig is; onderstreept dat een vroeg akkoord nodig is over het initiatief inzake een betaalbaar, veilig en efficiënt octrooistelsel, dat ook stimulansen zou geven voor inspanningen op het gebied van investeringen en onderzoek;

Energiebeleid

31.  steunt de Commissie krachtig bij de verdere ontwikkeling van een energiebeleid voor Europa, met als doel onafhankelijkheid op het gebied van energie en een versterking van de solidariteit tussen de lidstaten; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan zo spoedig mogelijk vóór het einde van de zittingsperiode met het Europees Parlement een effectief en realistisch akkoord over het energie- en klimaatveranderingspakket te sluiten; vraagt de Commissie zo snel mogelijk een zo goed en objectief mogelijke analyse te geven van de mogelijke economische en sociale gevolgen van de stijgende energieprijzen, om het besluitvormingsproces op wetgevingsgebied bij het Parlement en de Raad optimaal te begeleiden; merkt tevens op dat de EU moet blijven aantonen dat economische groei en ontwikkeling gecombineerd kunnen worden in een economie met een gering verbruik van fossiele brandstoffen; herinnert er verder aan dat ervoor moet worden gezorgd dat de doelstellingen op het gebied van milieu en klimaatverandering op alle beleidsterreinen en in alle financiële programma's van de EU worden opgenomen;

Transportbeleid

32.  is tevreden met de belangrijkste prioriteiten van de Commissie voor de transportsector, met name de geplande acties op het gebied van de realisering van de verkeersbeheerssystemen, bijvoorbeeld SESAR (Single European Sky Air Traffic Management Research) en ERTMS (European Rail Traffic Management System), die zullen bijdragen tot een veiliger en efficiënter Europees transportbeleid;

33.  dringt er bij de Commissie op aan een integraal beleid ten aanzien van passagiersrechten te ontwikkelen en voor te stellen, respectievelijk te herzien en ten uitvoer te leggen, zowel voor luchtvaart- als voor langeafstandsbus- en treinpassagiers;

Interne markt

34.  onderstreept dat een effectieve EU-regeling voor overheidsopdrachten belangrijk is en wijst met name op het potentieel van precommerciële overheidsopdrachten om groei en innovatie in Europa te stimuleren;

35.  is tevreden met het feit dat diverse "nieuwe aanpak"-richtlijnen worden gewijzigd om de gemeenschappelijke markt voor goederen te moderniseren, met een aanpassing aan het nieuwe wetgevingskader; deze worden allemaal genoemd als belangrijke acties in de jaarlijkse beleidsstrategie en het belangrijke karakter ervan is bewezen door de uiterst snelle goedkeuring van het goederenpakket begin 2008; is in deze samenhang van mening dat erop moet worden gewezen dat wederzijdse erkenning in combinatie met gerichte harmonisatie binnen de interne markt belangrijk is, almede een meer systematische en geïntegreerde monitoring van belangrijke goederen- en dienstenmarkten, om bestaande problemen te identificeren; merkt op dat de snelle goedkeuring van de richtlijn bouwproducten belangrijk is, een kans, die ook een uitdaging is, om ervoor te zorgen dat de interne markt in de sector in kwestie naar behoren functioneert;

36.  verzoekt de Commissie om een actualisering van de richtlijn trekkers voor land- en bosbouw, overeenkomstig het eerdere verzoek van het Parlement, om rekening te houden met de recentste ontwikkelingen in de sector en de bureaucratische rompslomp te verminderen;

Klimaatverandering en een duurzaam Europa

Klimaatverandering

37.  verzoekt de Commissie in het raam van de onderhandelingen die zij momenteel voert met betrekking tot het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (United Nations Framework Convention on Climate Change, UNFCCC), voort het pad te effenen voor een ambitieus mondiaal klimaatakkoord op de 15e conferentie van de partijen (COP15) in Kopenhagen in 2009; is van mening dat de voorbereidingen hiervan ook betrekking moeten hebben op de bevordering van de EU-regeling voor de handel in emissierechten als model voor emissiehandel, met het oog op de koppeling van andere emissieverhandelingsregelingen aan de EU-regeling in de toekomst en de totstandbrenging van een concurrerende internationale koolstofmarkt; is van mening dat de Commissie het Parlement over de vooruitgang die met deze voorbereiding wordt geboekt, moet infomeren;

38.  verzoekt de Commissie de processen op te starten die nodig zijn om ten volle rekening te houden met de gevolgen van de klimaatverandering voor al het bestaande milieubeleid, bijvoorbeeld op het gebied van water, milieuetikettering op basis van de levenscyclus, biodiversiteit en civiele veiligheid, en op basis hiervan een strategie te bepalen om de toekomst van het EU-milieubeleid efficiënt voor te bereiden; vraagt de Commissie de mogelijkheid te beoordelen een efficiënte interne markt tot stand te brengen voor hernieuwbare energie;

Civiele bescherming

39.  betreurt dat de Raad, na het dossier in kwestie twee jaar te hebben geblokkeerd, heeft besloten de verordening betreffende een nieuw EU-Solidariteitsfonds te laten vallen, ondanks het resolute en zeer positieve standpunt van het Parlement hierover; herhaalt zijn standpunt dat de verordening betreffende een nieuw EU-Solidariteitsfonds het mogelijk maakt schade als gevolg van natuurlijke of door de mens veroorzaakte rampen effectiever, flexibeler en sneller aan te pakken; dringt er bij de Raad op aan om gelet hierop zijn standpunt te herzien;

Landbouw

40.  verwacht dat ten volle rekening wordt gehouden met het standpunt van het Parlement in het kader van de onderhandelingen over de gezondheidscontrole van het GLB, waarover een akkoord moet komen in 2008 en die moet worden uitgevoerd in 2009, en eist dat de resultaten van dit proces bijdragen tot een florissante landbouwsector in de EU, die beter is uitgerust om de dubbele uitdaging aan te pakken van klimaatverandering en de behoefte een groeiende wereldbevolking te voeden;

41.  is tevreden met de intentie van de Commissie om in 2009 een mededeling te publiceren over dierenwelzijnetikettering, met als doel betere informatie te verstrekken aan consumenten en de hoge EU-normen te promoten;

Visserijbeleid

42.  steunt de voortdurende ontwikkeling van een nieuw en daadwerkelijk geïntegreerd Europees maritiem beleid, dat nodig is en van essentieel belang om de bescherming van het mariene milieu te verbeteren; betreurt evenwel dat in het document een specifieke afdeling over het gemeenschappelijk visserijbeleid en aquacultuur ontbreekt en onderstreept dat de voorbereidende activiteiten in verband met het maritiem beleid niet mogen worden gefinancierd uit de middelen die bedoeld zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, aangezien deze middelen al volstrekt ontoereikend zijn; steunt voorts ten volle de tijdelijke specifieke actie om de herstructurering van de EU-visserijvloot die door de economische crisis is getroffen, te bevorderen;

43.  acht het absoluut noodzakelijk nu te beginnen met de voorbereiding van de omschakeling naar het nieuwe verdrag, om een behoorlijke uitvoering van de nieuwe methoden en eerbiediging van de nieuwe interinstitutionele relatie te garanderen; is in deze samenhang van mening dat een transparante, eerlijke en precieze planning van de voorstellen en acties die voor 2008 en 2009 zijn gepland, een must zijn;

Cohesiebeleid

44.  kijkt verlangend uit naar een aantal belangrijke mededelingen in 2009 die van centraal belang zullen zijn voor het debat over de toekomstige hervorming van het cohesiebeleid, zoals het 6e voortgangsverslag over de economische en sociale cohesie en de mededeling van de Commissie over de resultaten van de openbare raadpleging als gevolg van het groenboek over territoriale cohesie; benadrukt dat in het wetgevings- en werkprogramma voor 2009 een prominente plaats voor deze mededelingen moet worden voorbehouden, ook al hebben zij geen betrekking op wetgeving, om het toegenomen politieke belang ervan te weerspiegelen;

Culturele identiteit en diversiteit

45.  verzoekt de Commissie meer steun te verlenen voor de programma's en acties door de implementatie van innoverende projecten op het gebied van culturele en onderwijsuitwisselingen, cultureel toerisme en duurzame ontwikkeling, met volledige participatie van de regio's en de lokale autoriteiten, zoals de cultuurroutes van de Raad van Europa, en door de bevordering van nieuwe initiatieven om op het culturele erfgoed van de Roma te wijzen en dit in het licht te stellen;

46.  herhaalt dat de uitvoering van het UNESCO-Verdrag inzake culturele diversiteit in het kader van de EU-wetgeving en al het EU-beleid belangrijk is en suggereert dat concrete stappen en maatregelen voor de omzetting van dit verdrag worden genomen;

47.  vraagt dat een Europees forum voor interculturele dialoog wordt opgericht, om de praktijk van interculturele dialoog in Europa en met andere culturen en godsdiensten in de hele wereld voort te zetten; moedigt de Commissie aan voort te gaan met de promotie van de idee van het Europees Jaar van de interculturele dialoog 2008;

Verwezenlijking van het gemeenschappelijk immigratiebeleid

Grensbewaking

48.  benadrukt dat bescherming van de grenzen eveneens een prioriteit is en zal in dit verband de recente voorstellen voor een EU-register met persoonsgegevens van passagiers, een Europees grensbewakingssysteem en een evaluatie van inreis/uitreis en Frontex diepgaand bestuderen en tegelijkertijd aandringen op de eerbiediging van strenge regels inzake gegevensbescherming;

49.  onderstreept dat het van het allergrootste belang is vaart te zetten achter de volledige uitvoering van het Schengen-informatiesysteem (SIS II) en het visuminformatiesysteem (VIS); onderstreept eveneens de noodzaak van een versterking van Frontex, dat afhankelijk is van bijdragen van de lidstaten in de vorm van personeel en apparatuur;

Immigratie

50.  is tevreden met het engagement van de Commissie ten aanzien van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk immigratiebeleid en benadrukt dat een Europees pact inzake het immigratiebeleid betrekking moet hebben op kwesties in verband met zowel de aanpak van illegale immigratie, het beheer van legale immigratie en een ambitieuzer beleid inzake integratie van terreinen binnen de bevoegdheid van de EU, als het uitvoeren van een Europees asielbeleid op basis van voorstellen die de Commissie vóór het einde van het jaar moet presenteren; beschouwt het als een prioriteit dat Verordening (EG) nr. http://eur-lex.europa.eu/smartapi/cgi/sga_doc?smartapi!celexplus!prod!DocNumber&lg=en&type_doc=Regulation&an_doc=2003&nu_doc=343343/2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (Dublin II-verordening) wordt herzien;

In de eerste plaats de burgers

Consumentenbescherming

51.  onderstreept dat handhaving van de regels inzake de veiligheid van consumptieproducten, ondersteund door een behoorlijke implementatie van het goederenpakket en de herziening van de richtlijn veiligheid van speelgoed, belangrijk is;

52.  is van mening dat bij nieuwe acties van de Commissie meer rekening moet worden gehouden met de bekwaamheid van burgers om voldoende verantwoordelijk en volwassen te zijn om individuele keuzen te maken; is er sterk van overtuigd dat een Europees open maatschappijmodel beter is dan één dat is gebaseerd op assistentie;

53.  is ervan overtuigd dat bestrijding van namaak de hoge kwaliteit en veiligheid van de producten die de Europese consumenten worden aangeboden, voort zal garanderen; vraagt de Commissie daarom te focussen op een verbetering van de waarschuwingssystemen tussen de Europese luchthavens, alsmede op een vergroting van de doorlichtingscapaciteit voor het lossen van schepen;

54.  is van mening dat de herziening van het consumentenacquis het vertrouwen van de consumenten in de gemeenschappelijke markt voort moet vergroten; steunt daarom gemakkelijke en effectieve toegang tot het gerecht, met in de eerste plaats evenwel buitengerechtelijke geschillenbeslechting, en als laatste redmiddel gerechtelijke oplossingen; wijst erop dat veel kan worden gedaan door de bestaande verhaalmechanismen te verbeteren en de samenwerking tussen de lidstaten te intensiveren;

Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid

55.  verzoekt de Commissie te overdenken welke overgangsmaatregelen nodig zijn om wetgeving in de sfeer van justitie en binnenlandse zaken te kunnen uitvaardigen zolang het Verdrag van Lissabon nog niet in werking is getreden; onderstreept dat het Verdrag van Lissabon in 2009 een nieuwe rol toekent aan het Parlement op het punt van het beleid inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid en het sluiten van internationale verdragen in verband met dat beleid; benadrukt dat dit herziening impliceert van wetgeving die verband houdt met de huidige pijlerstructuur, alsmede herziening van de status van Europol en Eurojust;

Terrorisme en georganiseerde misdaad

56.  verlangt dat meer werk wordt gemaakt van de aanpak van de misdaad, in het bijzonder cybercriminaliteit, en vraagt de Commissie dringend meer vaart te zetten achter de bestrijding van het euvel van mensensmokkel; dringt aan op een alomvattende definitie van antiterreurbeleid, en vraagt de Commissie dringend een voorstel in te dienen dat de belangen van terreurslachtoffers waarborgt en behartigt, en voorstellen uit te werken om een grotere mate van bioparaatheid;

Gelijke kansen, gender mainstreaming en rechten van het kind

57.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie inzake de rechten en de bescherming van kinderen; merkt op dat de strategie van de Commissie voor het gendermainstreamingbeleid zeer algemeen blijft; verwacht daarom dat de Commissie met spoed alsnog een gedetailleerd overzicht van de initiatieven die zij in 2009 denkt te ontplooien; vraagt de Commissie erop toe te zien dat Daphne III tijdig in werking treedt;

Gezondheidszorg

58.  benadrukt dat, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam, bij effectbeoordelingen van de Commissie altijd rekening moet worden gehouden met het effect op de gezondheid van voorgestelde communautaire actie; is van mening dat dit zal bijdragen tot een geïntegreerde aanpak en een verbetering van de synergie tussen het gezondheidsbeleid en de andere EU-beleidsterreinen; is van mening dat de beoordelingen in kwestie zo onafhankelijk moeten zijn als verenigbaar is met de inzet van de beschikbare deskundigheid; dringt er bij de Commissie op aan gezondheidsindicatoren te bepalen om ervoor te zorgen dat de gegevens op EU-niveau, nationaal en op internationaal niveau vergelijkbaar en bruikbaar zijn;

59.  herhaalt resoluut dat het namaken van geneesmiddelen een ernstige bedreiging vormt van de gezondheid en een urgent Europees en internationaal probleem is, dat moet worden aangepakt in het kader van de algemene strijd tegen nagemaakte producten;

Voedselveiligheid

60.  onderstreept dat de etikettering van voedingsproducten moet worden opgevoerd, met name wat het land van oorsprong en/of de plaats van herkomst betreft, en dat dit gepaard moet gaan met bepalingen om de naleving van de bedoelde vereisten te controleren;

Audiovisueel beleid en sport

61.  benadrukt dat wetgeving over on line-content belangrijk is en dat hierbij een juist evenwicht moet worden gevonden tussen culturele en economische vereisten, met name wat kwesties betreft in verband met auteursrechten en de maatregelen in het kader hiervan die nodig zijn voor de eerbiediging van de culturele diversiteit;

62.  benadrukt dat sport in de EU belangrijk is, hetgeen in het nieuwe hervormingsverdrag officieel wordt erkend, en vraagt politieke toezeggingen, inclusief ten aanzien van een wettelijk kader, maatregelen en acties, met name voorbereidende acties, om van start te gaan met het proces betreffende de uitvoering van het actieplan Pierre de Coubertin;

Europa als wereldpartner

63.  verzoekt de Commissie te blijven streven naar een gemeenschappelijk extern EU-energiebeleid om ervoor te zorgen dat de energievoorziening van Europa veilig wordt gesteld en dat Europa met één stem spreekt ten aanzien van de energieleveranciers van de EU; verwacht van de Commissie dat zij alle nodige stappen onderneemt om de uitvoering van het Nabucco-project, dat wordt beschouwd als een van de meest essentiële projecten van Europees belang, te faciliteren;

64.  is van mening dat bij de herziening van de Europese veiligheidsstrategie ook aandacht moet worden besteed aan de continuïteit van de energievoorziening, de klimaatverandering en voedselveiligheid;

65.  is van mening dat in het wetgevings- en werkprogramma ook de rol van de EU moet worden onderstreept met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking in de wereld; benadrukt dat het wetgevings- en werkprogramma moet voorzien in een coherente en structurele aanpak van de situatie van onzekere voedselvoorziening, met niet alleen de nadruk op voedselhulp op korte termijn, maar ook op de behoefte de landbouwproductie en het landbouwbeleid in ontwikkelingslanden te stimuleren;

66.  betreurt dat de Commissie niet specifiek verwijst naar haar actieplan in 2009 voor de implementatie van de gezamenlijke EU-Afrika-strategie, het beloofde Hulp voor handel-programma, de onderhandelingen over de economischepartnerschapsovereenkomsten (EPO's) en de impact van de klimaatverandering op de ontwikkelingslanden; herinnert de Commissie eraan dat haar ambities ten aanzien van beleidscoherentie voor ontwikkeling (Policy Coherence for Development) in 2009 behouden moeten blijven en dat de recentste cijfers over officiële ontwikkelingshulp die in 2007 door de OESO/DAC zijn verstrekt, erop wijzen dat de bijdragen van de lidstaten in het kader van officiële ontwikkelingshulp ernstig dalen; is van mening dat de Commissie moet plannen om dit in 2009 te remediëren, om ervoor te zorgen dat Europa op weg blijft om de doelstelling van 0,7% van het BBI in 2015 te halen;

Europese nabuurschap

67.  acht het belangrijk dat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië zo snel mogelijk worden afgerond, ook als signaal naar de ruimere regio van de westelijke Balkan dat de toekomst van dit gebied in de EU ligt, mits het aan de nodige vereisten voldoet;

68.  roept de Commissie ertoe op de integratie van een parlementaire dimensie in het oostelijke nabuurschapsbeleid te bevorderen door de oprichting van een EURO-NEST-Assemblee, waarvan leden van het Europees Parlement en parlementsleden uit de oostelijke nabuurschapslanden deel zouden uitmaken;

Rest van de wereld

69.  merkt op dat er in de VS vanaf januari 2009 een nieuwe regering zal zijn; herhaalt dat het van kritisch belang is dat de EU nauw met de VS samenwerkt met betrekking tot belangrijke mondiale uitdagingen als de klimaatverandering en de continuïteit van de energievoorziening; vraagt dat de Commissie er een topprioriteit van maakt snel contact met de nieuwe VS-regering op te nemen, om het trans-Atlantische partnerschap de komende maanden te versterken;

70.  onderstreept het belang van een op gemeenschappelijke waarden gebaseerde, hechte relatie met Japan en de Republiek Korea, die belangrijke partners zijn in de mondiale economie; wijst erop dat de verdere ontwikkeling van de betrekkingen met Noord-Korea ook zal afhangen van de mate waarin de resultaten van het zespartijenoverleg concreet gestalte krijgen;

71.  is van mening dat de EPO's met de ACS-landen vroeg moeten worden gesloten en dat de interim-EPO's in 2009 moeten worden omgezet in volwaardige overeenkomsten, met alle ACS-regio's; onderstreept ook dat het belangrijk is de onderhandelingen af te sluiten over de associatieovereenkomsten met Centraal-Amerika, de Andesgemeenschap en de Mercosur, om de hele Latijns-Amerikaanse regio een volwaardig vooruitzicht op associatie met de EU te bieden;

72.  onderstreept dat het Parlement door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon medewetgever op het gebied van handel wordt en dat het daarom volledig geïnformeerd moet worden over en betrokken worden bij het onderhandelings- en goedkeuringsproces van bilaterale, regionale en multilaterale handelsakkoorden;

73.  herinnert aan de rol die het Parlement rol speelt om ervoor te zorgen dat de Europese Dienst voor extern optreden klaar is en functioneert, wanneer het Verdrag van Lissabon in werking treedt, bijvoorbeeld wat de benoeming van de EU-ambassadeurs betreft;

74.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.