Procedure : 2008/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0581/2008

Ingediende teksten :

B6-0581/2008

Debatten :

PV 19/11/2008 - 18
CRE 19/11/2008 - 18

Stemmingen :

PV 20/11/2008 - 6.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0566

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 99kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0581/2008
11.11.2008
PE413.408
 
B6‑0581/2008
naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Zita Gurmai, Miguel Angel Martínez Martínez, Jan Marinus Wiersma, Michael Cashman, Stephen Hughes, Anna Hedh en Anne Van Lancker
namens de PSE-Fractie
over HIV/AIDS: vroegtijdige diagnose en behandeling

Resolutie van het Europees Parlement over HIV/AIDS: vroegtijdige diagnose en behandeling  
B6‑0581/2008

Het Europees Parlement,

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 april 2007 over de bestrijding van HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009(1),

  onder verwijzing naar de verklaring van Bremen van 13 maart 2007 over verantwoordelijkheid en partnerschap - samen tegen HIV/AIDS,

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 juli 2006 over HIV/AIDS: tijd voor concrete resultaten(2),

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 november 2006 over AIDS(3),

–   onder verwijzing naar de conclusies van de Raad van 6 juni 2005 over de bestrijding van HIV/AIDS,

–   onder verwijzing naar de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bestrijding van HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009(4),

–   onder verwijzing naar de Verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië, die is aangenomen tijdens de ministersconferentie: barrières doorbreken - partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië, die op 23-24 februari 2004 werd gehouden in het kader van het Ierse EU-Voorzitterschap,

–   onder verwijzing naar het Europa-verslag van UNAIDS en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2008 over de voortgang van de tenuitvoerlegging van de verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië,

–   onder verwijzing naar de Verklaring van Vilnius over maatregelen voor een krachtiger antwoord op HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen, die is aangenomen door de ministers en vertegenwoordigers van de regeringen in de Europese Unie en de naburige landen op de conferentie over Europa en HIV/AIDS - nieuwe uitdagingen, nieuwe kansen, die op 16 en 17 september 2004 in Vilnius, Litouwen, werd gehouden;

–   onder verwijzing naar het HIV/AIDS-programma van de WHO uit 2006 "Towards universal access by 2010",

–   onder verwijzing naar de Eurobarometer over AIDS-preventie van februari 2006,

–   onder verwijzing naar het verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van personen met een handicap,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens het eindejaarsverslag 2006 van EuroHIV in de periode 1999-2006 in de Europese Unie 269.152 mensen met HIV werden besmet en in de Europese afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 806.258 mensen,

B.  overwegende dat volgens het eindejaarsverslag 2006 van EuroHIV in de Europese Unie 11% van de nieuwe HIV-besmettingen jonge mensen onder de 25 jaar betrof,

C.  overwegende dat de verslagen van EuroHIV en UNAIDS bevestigen dat het aantal nieuwe HIV-besmettingen in de Europese Unie en in de naburige landen nog steeds in een onrustbarend tempo toeneemt en dat in een aantal landen het geschatte aantal mensen dat met HIV besmet is, bijna drie maal zo hoog is als het officiële cijfer,

D.  overwegende dat ondanks het stijgende aantal HIV-besmettingen, de geleidelijke daling van het aantal AIDS-gevallen dat in de afgelopen jaren wordt geconstateerd, zich in 2006 heeft voortgezet, waarbij volgens het eindejaarsverslag 2006 van Euro/HIV in 2006 40% minder gevallen werden geconstateerd in de EU dan in 1999,

E.  overwegende dat een groot deel van de HIV-besmettingen niet ontdekt worden en dat veel mensen niet weten dat ze besmet zijn en dit pas ontdekken wanneer ze worden getroffen door een aan HIV/AIDS gerelateerde ziekte,

F.  overwegende dat de besmettelijkheid van HIV aanmerkelijk stijgt in combinatie met andere seksueel overdraagbare ziektes (zoals gonorroe, chlamydia, herpes en syfilis),

G.  overwegende dat de epidemie onder intraveneuze drugsgebruikers een van de oorzaken is voor de snelle verspreiding van de HIV-besmetting in veel Oost-Europese landen,

H.  overwegende dat HIV/AIDS een overdraagbare ziekte is en dat er daarom een risico van besmetting bestaat via besmette personen die niet als zodanig geregistreerd zijn,

I.  overwegende dat uit de bevindingen in de verslagen van UNAIDS en WHO Europe, waarin de voortgang wordt gemeten van de tenuitvoerlegging van de verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië, blijkt dat slechts in een gering aantal van de 53 landen van de Europese afdeling gesproken kan worden van een aanpak van stigmatisering, discriminatie en handhaving van mensenrechten, die in overeenstemming zijn met de toezeggingen in de verklaring van Dublin,

J.  overwegende dat een actieve bescherming van de mensenrechten van vitaal belang is bij ieder aspect van de aanpak van HIV,

K.  overwegende dat er grote behoefte bestaat aan grensoverschrijdende samenwerking bij de aanpak van deze ziekte,

L.  overwegende dat het VN-verdrag over de rechten van mensen met een handicap er geen twijfel over laat bestaan dat barrières die mensen met een handicap ondervinden om op voet van gelijkheid aan de samenleving deel te nemen, zowel persoonlijke als maatschappelijke oorzaken kunnen hebben,

1.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan een strategie tegen HIV uit te stippelen, waarin

   wordt gestreefd naar vroegtijdige diagnose en verlaging van de drempel voor het testen,
   wordt gestreefd naar vroegtijdige behandeling en voorlichting wordt gegeven over de voordelen van zo vroeg mogelijke behandeling;

2.  dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor nauwgezette controle en zorgvuldig toezicht door het Europees centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, en preciezere ramingen van het aantal niet-geregistreerde gevallen (omvang, kenmerken, enz.);

3.  dringt er bij de Commissie op aan politieke, financiële en personele middelen in te zetten voor het bieden van steun bij de uitvoering van een dergelijk beleid;

4.  dringt er bij de Raad op aan de Commissie opdracht te geven tot het opstellen van aanbevelingen van de Raad voor de uitvoering in iedere lidstaat van richtsnoeren voor tests en behandelingen, die op feitelijke gegevens zijn gebaseerd;

5.  dringt er bij de Raad op aan de Commissie opdracht te geven ervoor te zorgen dat toekomstige controle op de bestrijding van HIV/AIDS in Europa en de naburige landen indicatoren behelst die het aspect mensenrechten bij HIV/AIDS meten en in aanmerking nemen;

6.  dringt er bij de Raad en de Commissie op aan ervoor te zorgen dat discriminatie van HIV/AIDS-patiënten in alle lidstaten feitelijk onwettig wordt;

7.  verzoekt de lidstaten de voorlichtings- en educatiecampagnes over het voorkomen, testen en behandelen van HIV/AIDS te intensiveren;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, UNAIDS, de Wereldgezondheidsorganisatie en de regeringen van de lidstaten.

(1) Texts adopted, P6_TA(2007)0137.
(2) Texts adopted, P6_TA(2006)0321.
(3) Texts adopted, P6_TA(2006)0526.
(4) COM(2005)0654.

Juridische mededeling - Privacybeleid