Ontwerpresolutie - B6-0587/2008Ontwerpresolutie
B6-0587/2008

ONTWERPRESOLUTIE

12.11.2008

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Adamos Adamou, Vittorio Agnoletto en Dimitrios Papadimoulis
namens de GUE/NGL-Fractie
over HIV/AIDS: vroegtijdige diagnose en behandeling

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0581/2008

Procedure : 2008/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0587/2008
Ingediende teksten :
B6-0587/2008
Aangenomen teksten :

B6‑0587/2008

Resolutie van het Europees Parlement over HIV/AIDS: vroegtijdige diagnose en behandeling

Het Europees Parlement,

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 april 2007 over de bestrijding van HIV/AIDS binnen de Europese Unie en de omliggende landen, 2006-2009[1],

  naar aanleiding van de Verklaring van Bremen van 13 maart 2007 over verantwoordelijkheid en partnerschap - samen tegen HIV/AIDS,

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 juli 2006 over HIV/AIDS: tijd om te handelen[2],

  onder verwijzing naar zijn resolutie van 30 november 2006 over AIDS[3],

–   gezien de conclusies van de Raad van 6 juni 2005 over de bestrijding van HIV/AIDS,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de bestrijding van HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen, 2006-2009[4],

–   gezien de verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië, die is aangenomen tijdens de ministersconferentie "Barrières doorbreken - partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië", die op 23-24 februari 2004 werd gehouden in het kader van het Ierse EU-voorzitterschap,

–   gezien het rapport van UNAIDS en de WHO uit 2008 over Europa over de tenuitvoerlegging van de verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië,

–   gezien de Verklaring van Vilnius over maatregelen voor een krachtiger antwoord op HIV/AIDS in de Europese Unie en de naburige landen, die is aangenomen door ministers en regeringsvertegenwoordigers uit de Europese Unie en de naburige landen op de conferentie "Europa en HIV/AIDS - nieuwe uitdagingen, nieuwe kansen", die werd gehouden op 16 en 17 september 2004 in Vilnius, Litouwen,

–   gezien het HIV/AIDS-programma van de WHO uit 2006 over de universele toegang in 2010,

–   gezien de Eurobarometer over AIDS-preventie van februari 2006,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat volgens het eindejaarsverslag 2006 van EuroHIV in de periode 1999-2006 binnen de Europese Unie 269 152 mensen met HIV werden besmet en in de Europese afdeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 806 258 mensen;

B.  overwegende dat volgens het eindejaarsverslag 2006 van EuroHIV in de Europese Unie 11% van de nieuwe HIV-besmettingen jonge mensen onder de 25 jaar betrof;

C.  overwegende dat de verslagen van EuroHIV en UNAIDS bevestigen dat het aantal nieuwe HIV-besmettingen in de Europese Unie en in de naburige landen nog steeds in een onrustbarend tempo toeneemt en dat in een aantal landen het geschatte aantal mensen dat met HIV besmet is, bijna drie maal zo hoog is als het officiële cijfer,

D.  overwegende dat ondanks het stijgende aantal HIV-besmettingen, de geleidelijke daling van het aantal AIDS-gevallen dat in de afgelopen jaren wordt geconstateerd zich in 2006 heeft voortgezet, waarbij volgens het eindejaarsverslag 2006 van EuroHIV in 2006 40% minder gevallen werden geconstateerd in de EU dan in 1999,

E.  overwegende dat een groot deel van de HIV-besmettingen niet ontdekt wordt, overwegende dat veel mensen niet weten dat ze besmet zijn en dit pas ontdekken wanneer ze worden getroffen door een aan HIV/AIDS-gerelateerde ziekte,

F.  overwegende dat de besmettelijkheid van HIV aanmerkelijk stijgt in combinatie met andere seksueel overdraagbare ziektes (zoals gonorroe, chlamydia, herpes en syfilis),

G.  overwegende dat de epidemie onder intraveneuze drugsgebruikers een van de redenen is voor de snelle verspreiding van de HIV-besmetting in veel Oost-Europese landen,

H.  overwegende dat HIV/AIDS een overdraagbare ziekte is en dat er daarom een risico van besmetting bestaat door besmette personen die niet als zodanig bekend zijn,

I.  overwegende dat uit de verslagen van UNAIDS en de WHO Europe over de vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van de verklaring van Dublin over het partnerschap ter bestrijding van HIV/AIDS in Europa en Centraal-Azië blijkt dat maar weinig van de 53 landen van de Europese afdeling hebben gekozen voor een benadering van de vraagstukken stigmatisering, discriminatie en handhaving van mensenrechten die in overeenstemming is met de toezeggingen die zij in verband met de verklaring van Dublin hebben gedaan,

J.  overwegende dat volledige bescherming van de mensenrechten van vitaal belang is bij ieder aspect van de aanpak van HIV,

K.  overwegende dat er grote behoefte bestaat aan grensoverschrijdende samenwerking bij de aanpak van deze epidemie,

L.  overwegende dat het met nieuwe farmacologische behandelingen mogelijk is het leven van mensen met HIV+ te verlengen, maar dat het virus daarbij niet gedood wordt, waardoor het aantal mensen met HIV/AIDS in Europa toeneemt,

M.  overwegende dat doeltreffende maatregelen voor het vergemakkelijken van een vroegtijdige vaststelling van HIV getroffen moeten worden teneinde het aantal nieuwe besmettingen te verminderen,

1.  verzoekt de Raad en de Commissie een strategie voor HIV vast te stellen, waarin

  • wordt gestreefd naar vroegtijdige diagnose en verlaging van de drempel voor het laten testen,
  • wordt gestreefd naar vroegtijdige zorgverlening en voorlichting wordt gegeven over de voordelen van zorgverlening in een zo vroeg mogelijk stadium;

2.  verzoekt de Commissie te zorgen voor nauwgezette controle en zorgvuldig toezicht door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, en preciezere ramingen van het aantal niet-geregistreerde gevallen (omvang, kenmerken, enz.);

3.  verzoekt de Commissie politieke, financiële en personele middelen in te zetten ter ondersteuning van de uitvoering van een dergelijke strategie;

4.  verzoekt de Commissie en de lidstaten vrijwillige toegang tot tests mogelijk te maken waarbij anonimiteit is gewaarborgd overeenkomstig de richtsnoeren van UNAIDS;

5.  verzoekt de Commissie een strategie voor terugdringing van HIV/AIDS vast te stellen gericht op drugsgebruikers en intraveneuze drugsgebruikers;

6.  verzoekt de lidstaten aanbevelingen van de Raad op te stellen voor de uitvoering in iedere lidstaat van richtsnoeren voor tests en behandelingen die op wetenschappelijk bewijs zijn gebaseerd;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat toekomstige controle op de bestrijding van HIV/AIDS in Europa en de naburige landen indicatoren behelzen die het aspect mensenrechten bij HIV/AIDS meten en aanpakken;

8.  verzoekt de lidstaten en de Commissie een doeltreffend verbod op discriminatie van HIV/AIDS-patiënten in alle lidstaten te waarborgen;

9.   verzoekt de lidstaten de voorlichtings- en educatiecampagnes over het voorkomen, testen en behandelen van HIV/AIDS te intensiveren door middel van doeltreffende voorlichting gericht op de verschillende doelgroepen;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de secretaris-generaal van de VN, UNAIDS, de Wereldgezondheidsorganisatie en de regeringen van de lidstaten.