ONTWERPRESOLUTIE
17.11.2008
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Jürgen Schröder
namens de PPE-DE-Fractie
over de reactie van de EU op de verslechterende situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0590/2008
B6‑0593/2008
Resolutie van het Europees Parlement over de reactie van de EU op de verslechterende situatie in het oosten van de Democratische Republiek Congo
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 oktober 2008 over de Democratische Republiek Congo: botsingen in de oostelijke grensstreek van de DRC,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 21 februari 2008 over de situatie in Noord-Kivu,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 januari 2008 over de toestand in de Democratische Republiek Congo en verkrachting als oorlogsmisdaad en onder verwijzing naar zijn vorige resoluties over schendingen van de rechten van de mens in de Democratische Republiek Congo (DRC),
gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 22 november 2007 over de toestand in de Democratische Republiek Congo, met name in het oosten van het land, en de gevolgen daarvan voor de regio,
– onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 november 2007 over het antwoord van de EU op onstabiele situaties in ontwikkelingslanden,
– gezien de mededeling van de Commissie van 25 oktober 2007 getiteld “Aanzet tot een antwoord van de EU op onstabiele situaties - Engagement voor duurzame ontwikkeling, stabiliteit en vrede onder moeilijke omstandigheden" (COM(2007)0643) en het daarbij gevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2007)1417),
– gezien Resolutie 60/1 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 24 oktober 2005 over de resultaten van de wereldtop van 2005, inzonderheid de paragrafen 138 t/m 140 over de verantwoordelijkheid voor bescherming van de bevolkingen,
– gezien de verklaring van de Raad van 10 oktober 2008 over de toestand in het oostelijke deel van de DRC,
– gezien de verklaring van de Raad van 10 en 11 november 2008,
– gelet op artikel 103, lid 2 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de gevechten tussen het Congolese leger, de rebellen van Laurent Nkunda, de strijders van de Forces démocratiques pour la libération du Rwanda (FDRL ) en leden van de Mai Mai-militie zijn geëscaleerd en tot enorme ontreddering onder de burgerbevolking Noord-Kivu hebben geleid,
B. overwegende dat het conflict in de DRC sinds 1998 het leven heeft gekost aan meer dan 5 miljoen mensen en nog steeds direct of indirect circa 1500 slachtoffers per dag eist,
C. overwegende dat de VN-Veiligheidsraad op 11 november 2008 de situatie in het oosten van de DRC opnieuw heeft besproken zonder tot een akkoord te komen over versterking van MONUC met de 3000 man waarom MONUC gevraagd had,
D. overwegende dat de Raad oproept tot verstrekte samenwerking tussen de EU, haar lidstaten en MONUC, maar zonder troepen te leveren,
E. overwegende dat de hernieuwde gevechten in Noord-Kivu volgens rapporten van de VN een groot aantal slachtoffers hebben geëist en tot ontheemding van meer dan 250 000 personen hebben geleid,
F. overwegende dat er, sinds de ondertekening van het vredesakkoord van Goma op 23 januari 2008, door de rebellen van Laurent Nkunda, de soldaten van de FDLR, de leden van de Mai Mai-militie en het Congolese leger zelf in het oosten van de DRC slachtingen werden aangericht, jonge meisjes, moeders en grootmoeders werden verkracht en burgers en kindsoldaten gedwongen werden geronseld, naast een hele reeks andere gewelddaden en ernstige schendingen van de mensenrechten,
G. overwegende dat de VN-missie in de DRC (MONUC) krachtens hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties over een mandaat beschikt op grond waarvan zij alle nodige middelen mag inzetten om een halt toe te roepen aan elke poging tot gebruik van geweld van de kant van welke buitenlandse of Congolese gewapende groep dan ook en om de voortdurend onder bedreiging van lichamelijk geweld levende burgerbevolking te beschermen, maar dat zij niet over voldoende middelen en geschikte troepen beschikt om dit mandaat te kunnen vervullen,
H. overwegende dat de Afrikaanse Unie op haar topbijeenkomst van 7 november 2008 te Nairobi heeft opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en de opening van humanitaire corridors, en overwogen heeft troepen naar de regio te zenden,
I. overwegende dat het Congolese leger niet over de nodige personele, technische en financiële middelen beschikt om zijn taken in de oostelijke provincies van de DRC te vervullen, wat zijn rol als beschermer van de bevolking en hersteller van vrede ondermijnt,
J. overwegende dat het absoluut noodzakelijk is een politieke oplossing voor de crisis in de oostelijke provincies van de DRC te vinden, om de vrede en de democratie te consolideren en de stabiliteit en de ontwikkeling in de regio te bevorderen ten behoeve van het welzijn van alle volkeren in het gebied van de Grote Meren,
K. overwegende dat de burgeroorlog in de regio, die nu al vier jaar woedt, wordt gekenmerkt door een systematische plundering van de rijkdommen van het land door zowel bondgenoten als vijanden van de Congolese regering,
L. overwegende dat humanitaire werkers hebben vastgesteld dat de gezondheidstoestand van de lokale en de ontheemde bevolking steeds slechter wordt en dat het doorgaan van de gevechten verhindert dat de hulpverleners toegang hebben tot bepaalde gebieden, die dringend voedselhulp en medische verzorging behoeven,
M. overwegende dat de bevolking van de oostelijke provincies van de DRC op dit moment bijzonder kwetsbaar is als gevolg van ondervoeding en dat de gegevens van de medische hulpprogramma's van Artsen zonder grenzen een alarmerend beeld geven van de ondervoeding in de oostelijke provincies van de DRC,
N. overwegende dat de EU de recente verklaringen van Laurent Nkunda, waarin hij oproept de gekozen en wettige regering van de DRC omver te werpen, ten stelligste veroordeelt,
1. is diep verontrust over het opnieuw oplaaien van de gevechten tussen het Congolese leger en de rebellerende milities in Noord-Kivu;
2. is diep geschokt over de moordpartijen, de misdaden tegen de mensheid en de seksuele gewelddaden tegen vrouwen en meisjes die in de oostelijke provincies van de DRC plaatsvinden en verzoekt alle bevoegde nationale en internationale autoriteiten de daders stelselmatig te vervolgen en te berechten; roept de VN-Veiligheidsraad op met spoed alle nodige maatregelen te nemen waarmee alle verdere aanvallen op de burgerbevolking van de oostelijke provincies van de DRC werkelijk kunnen worden voorkomen;
3. is ingenomen met de overeenkomst tussen de DRC en Rwanda die door de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen is aangekondigd, op grond waarvan Rwandese inlichtingendiensten het grondgebied van de RDC kunnen betreden en met het Congolese leger kunnen samenwerken bij het streven naar beëindiging van de aanwezigheid van Hutu-milities in de regio;
4. roept het Congrès National pour la Défense du Peuple (CNDP – Nationaal Congres voor de verdediging van het volk) op onmiddellijk en onvoorwaardelijk het vredesproces te hervatten, waartoe het zich in januari 2008 in Goma heeft verbonden;
5. roept de Afrikaanse Unie, de VN-Veiligheidsraad en alle internationale hoofdrolspelers, met inbegrip van de EU, de VS en China, op om de druk op alle partijen opdat zij het vredesproces voortzetten, op te voeren, ten einde een oplossing te vinden voor het probleem van de controle over de grondstoffenvoorraden en te streven naar een breed vredesakkoord in plaats van alleen maar een staakt-het-vuren, en roept deze actoren op druk uit te oefenen op Rwanda en Oeganda opdat zij zich ertoe verplichten een eind te maken aan de vrije doorgang en het vrij opereren van de troepen van Nkunda op hun grondgebied;
6. dringt er bij alle actoren op aan de rechtsstaat te herstellen en de straffeloosheid te bestrijden, met name in verband met de massale verkrachtingen van vrouwen en meisjes en het ronselen van kindsoldaten;
7. roept de regering van de DRC op samen met Rwanda en MONUC een plan te ontwikkelen om de leiders van de genocide onder de FDLR te isoleren en gevangen te nemen en om degenen die niet betrokken waren bij de genocide en die bereid zijn te demobiliseren de kans te geven zich in de DRC te vestigen of opnieuw in Rwanda te integreren;
8. roept de internationale gemeenschap en de VN-Veiligheidsraad op MONUC te versterken door het geschikte materieel en personeel te verstrekken opdat zij haar mandaat kan vervullen, zoals MONUC bij diverse gelegenheden heeft gevraagd;
9. is ingenomen met het feit dat de presidenten van de DRC en Rwanda hebben deelgenomen aan de top van Nairobi van 7 november 2008 over de crisis in het oosten van de DRC, en verwelkomt de slotverklaring van de staatshoofden die tot besluit van de bijeenkomst is uitgegeven;
10. roept MONUC op de beschuldigingen te onderzoeken dat het Congolese leger samenspant met de FDLR met betrekking tot de controle over de lucratieve mineraalhandel in Noord-Kivu, en deze praktijken een halt toe te roepen;
11. roept de Congolese autoriteiten op onmiddellijk een einde te maken aan de plunderingen en geweldplegingen door regeringstroepen, waarvan vertegenwoordigers van internationale NGO’s, zoals OCHA, getuige zijn geweest;
12. benadrukt dat het in etnische groepen plaatsen van personen tijdens het ontheemdingsproces potentieel gevaarlijk is onder de gegeven omstandigheden;
13. pleit voor nultolerantie voor seksueel geweld tegen meisjes en vrouwen, dat als wapen in de strijd wordt gebruikt, en eist harde bestraffing van de daders van deze misdaden; wijst op het belang van de toegang tot gezondheidsdiensten in conflictsituaties en in vluchtelingenkampen, vooral in het licht van de recente uitbraak van cholera, kinkhoest en mazelen;
14. roept alle betrokken partijen op hun toezeggingen na te komen om de burgerbevolking te beschermen en de mensenrechten te eerbiedigen, zoals is vastgelegd in de vredesovereenkomst van Goma en de verklaring van Nairobi, en om deze spoedig uit te voeren; roept alle partijen tevens op om ervoor te zorgen dat humanitaire organisaties onvoorwaardelijk toegang hebben tot kwetsbare bevolkingsgroepen in vluchtelingenkampen en elders;
15. moedigt alle regeringen van het Grote-Merengebied aan een dialoog op te starten met als doel hun inspanningen te bundelen om de spanningen te verminderen en het geweld een halt toe te roepen in het oosten van de DRC, vóór het conflict zich verspreidt over de hele regio;
16. verzoekt de Raad en de Commissie onmiddellijk grootschalige humanitaire en medische hulpprogramma’s en herintegratieprogramma’s voor de burgerbevolking in de oostelijke delen van de DRC uit te voeren, met bijzondere aandacht voor steun aan vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van seksueel geweld, zowel om te voorzien in de onmiddellijke behoeften als ter voorbereiding van de wederopbouw straks; wijst op de belangrijke rol die vrouwen spelen bij de wederopbouw van verwoeste gemeenschappen;
17. pleit voor de daadwerkelijke invoering van controlemechanismen, zoals het proces van Kimberley, ter bepaling van de herkomst van grondstoffen die in de EU worden ingevoerd;
18. verzoekt de Raad en elke EU-lidstaat specifieke hulp te verlenen aan de bevolking in de oostelijke delen van de DRC;
19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger voor het GBVB, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de instellingen van de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Veiligheidsraad, de commissie mensenrechten van de Verenigde Naties en de regeringen en parlementen van het Grote-Merengebied.