Procedure : 2008/2672(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0614/2008

Ingediende teksten :

B6-0614/2008

Debatten :

Stemmingen :

PV 20/11/2008 - 6.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0562

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 96kWORD 44k
17.11.2008
PE416.070
 
B6‑0614/2008
naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement
door Pervenche Berès
namens de Commissie economische en monetaire zaken
over de instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten

Resolutie van het Europees Parlement over de instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten 
B6‑0614/2008

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie van 31 oktober 2008 voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 332/2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (COM(2008)0717),

–  gezien de aanbeveling van de Commissie van 31 oktober 2008 voor een besluit van de Raad betreffende de toekenning van wederzijdse bijstand voor Hongarije en gezien het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de verlening van EU-steun op middellange termijn aan Hongarije (COM(2008)0716),

–  gelet op Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten(1) en onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 september 2001 over financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten(2),

–  gelet op de artikelen 100 en 119 van het EG-Verdrag,

–  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Commissie aanbeveelt om Hongarije op basis van artikel 119 van het EG-Verdrag financiële steun op middellange termijn toe te kennen ten belope van maximaal EUR 6,5 miljard, in combinatie met een IMF-overeenkomst,

B.  overwegende dat het verkieslijk is om een brede aanpak te volgen voor wat betreft de financiële steun op middellange termijn aan alle lidstaten,

C.  overwegende dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de huidige wereldwijde financiële en economische crisis,

D.  overwegende dat de economieën van de lidstaten die recentelijk tot de Europese Unie zijn toegetreden, niet het voordeel hebben van een eigen reservemunt,

E.  overwegende dat de munteenheden van deze lidstaten recentelijk onderhevig zijn geweest aan sterke speculatieve aanvallen en overwegende dat de omvang van de huidige externe wanverhoudingen in de eerste plaats het gevolg is van een aanzienlijke expansie van niet-gouvernementele kredieten,

F.  overwegende dat er tegen de achtergrond van de wereldwijde financiële crisis en de opkomende recessie in Europa beleidsmaatregelen nodig zijn om de specifieke problemen van de economieën van die lidstaten aan te pakken,

G.  overwegende dat de speelruimte van het begrotingsbeleid voor het rechttrekken van de grote externe wanverhoudingen en het voorkómen van financiële instabiliteit eerder beperkt kan blijken tegen de achtergrond van de economische recessie die zich momenteel over de Europese Unie verspreidt,

1.  is van mening dat de lidstaten buiten de eurozone ertoe moeten worden aangemoedigd om eerst binnen de Gemeenschap op zoek te gaan naar mogelijke financiële steun op middellange termijn voor hun betalingsbalanstekorten alvorens ondersteuning te gaan zoeken op internationaal niveau;

2.  beschouwt de huidige situatie als een verder bewijs van het belang van de euro voor de bescherming van de lidstaten in de eurozone en verzoekt de lidstaten buiten de eurozone om zich bij de eurozone aan te sluiten zodra ze voldoen aan de criteria van Maastricht;

3.  vraagt dat de Commissie in detail onderzoekt wat de impact is op de betalingsbalans van Hongarije van het gedrag van individuele banken die hun activa uit Hongarije hebben weggehaald na de goedkeuring van reddingsplannen door andere lidstaten;

4.  vraagt de Commissie een grondig onderzoek in te stellen naar de speculatieve aanvallen (short-selling) tegen de munteenheden van de recentelijk toegetreden lidstaten en naar de mogelijkheden om een drastische uitholling van het vertrouwen in de munteenheden van deze lidstaten en hun plaatselijke banksystemen te vermijden;

5.  verzoekt de Commissie de resultaten van deze onderzoeken mee te delen aan de groep-de Larosière en aan de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement;

6.  erkent dat het plafond voor het uitstaande bedrag van de leningen die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 332/2002 aan de lidstaten kunnen worden toegekend, aanzienlijk moet worden verhoogd aangezien het aantal lidstaten buiten de eurozone sinds de goedkeuring van deze verordening beduidend is toegenomen; beklemtoont dat een dergelijke verhoging de Gemeenschap ook meer flexibiliteit zou geven om te reageren op andere verzoeken om financiële ondersteuning op middellange termijn, bijvoorbeeld in de context van de huidige wereldwijde financiële crisis;

7.  stelt vast dat een verhoging van het maximumbedrag van de leningen geen invloed zou hebben op de begroting aangezien de leningen door de Commissie zouden worden aangegaan op de financiële markten en door de begunstigde lidstaten zouden moeten worden terugbetaald; benadrukt dat een impact op de begroting slechts zou kunnen vóórkomen als een lidstaat zijn schuld niet zou inlossen;

8.  herinnert eraan dat verordening (EG) nr. 332/2002 vóór de huidige financiële moeilijkheden van Hongarije niet is toegepast sinds haar goedkeuring in 2002, dat de verordening die daarvóór van kracht was, namelijk Verordening (EEG) nr. 1969/88(3) tot uitvoering van het in artikel 119 van het EG-Verdrag voorziene mechanisme, twee keer is toegepast, de eerste keer voor Griekenland in 1991 en de tweede keer voor Italië in 1993, en dat Griekenland en Italië hun verbintenissen tegenover de Commissie ten volle hebben nageleefd;

9.  brengt in herinnering dat het Parlement had gevraagd dat de Raad elke twee jaar op basis van een verslag van de Commissie, na raadpleging van het Parlement en na uitbrenging van advies door de Commissie economische en monetaire zaken, zou nagaan of het opgerichte mechanisme voldoet aan de behoeften die tot zijn ontstaan hebben geleid; vraagt of dergelijke verslagen sinds de goedkeuring van verordening (EG) nr. 332/2002 zijn opgesteld;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Centrale Bank, de Eurogroep en de regeringen van de lidstaten.

(1)   PB L 53 van 23.02.02, blz. 1.
(2)   PB C 72 E van 21.3.2002, blz. 313.
(3) Verordening (EEG) nr. 1969/88 van de Raad van 24 juni 1988 houdende instelling van een geïntegreerd mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalingsbalansen van de lidstaten (PB L 178, 8.7.1988, blz.1).

Juridische mededeling - Privacybeleid