ONTWERPRESOLUTIE
7.1.2009
ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
door Elisabeth Schroedter, Hélène Flautre en Milan Horáček
namens de Verts/ALE-Fractie
over de strategie van de EU ten aanzien van Wit-Rusland
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0028/2009
B6‑0030/2009
Resolutie van het Europees Parlement over het EU-beleid ten aanzien van Wit-Rusland
Het Europees Parlement,
– onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de situatie in Wit-Rusland, met name zijn resolutie van 9 oktober 2008,
– gezien de verklaring van het voorzitterschap namens de Europese Unie betreffende Gemeenschappelijk Standpunt 2008/844/GBVB van de Raad van 10 november 2008 houdende wijziging van Gemeenschappelijk Standpunt 2006/276/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde functionarissen van Belarus,
– gezien het eindverslag van de OVSE/ODIHR over de parlementsverkiezingen die op 28 september 2008 in Wit-Rusland werden gehouden,
– gezien de conclusies van de Raad van 13 oktober 2008 over Wit-Rusland,
– gezien het verslag van het bezoek van de Delegatie voor de betrekkingen met Wit-Rusland aan Vilnius van 27 tot en met 29 oktober 2008,
– gezien de verklaring van de Commissie van 21 november 2006 over de bereidheid van de Europese Unie om een nieuwe impuls te geven aan haar betrekkingen met Wit-Rusland en de Wit-Russische bevolking in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid,
– gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de Raad in zijn conclusies van 13 oktober 2008 bevestigt de betrekkingen met Wit-Rusland geleidelijk te willen hervatten en bereid is een dialoog aan te gaan met de Wit-Russische autoriteiten en allen die deelnemen aan het democratisch debat om echte vorderingen te maken met de versterking van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten in dat land,
B. overwegende dat de Raad, ten einde de dialoog met de Wit-Russische autoriteiten en het treffen van maatregelen ter versterking van de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten aan te moedigen, heeft besloten dat de reisbeperkingen voor bepaalde leidende figuren in Wit-Rusland, behalve de personen die betrokken waren bij de verdwijningen in 1999 en 2000 en de voorzitter van de Centrale Kiescommissie, worden opgeschort voor een periode van zes maanden, die verlengd kan worden,
C. overwegende dat de Commissie als reactie op de positieve maatregelen die door Wit-Rusland zijn genomen reeds een intensievere dialoog met dit land heeft aangeknoopt op gebieden zoals energie, milieu, douane, vervoer en voedselveiligheid en heeft bevestigd bereid te zijn deze technische gesprekken die voor beide zijden voordelen bieden, verder uit te breiden,
D. overwegende dat de Commissie een "Oostelijk partnerschapinitiatief" heeft gelanceerd om tot nauwere samenwerking te komen met de Oost-Europese landen die deelnemen in het Europese Nabuurschapsbeleid, waaronder ook Wit-Rusland, op voorwaarde dat dit land voldoet aan specifieke criteria op het gebied van democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat,
E. overwegende dat Wit-Rusland belangstelling voor het oostelijk partnerschapproject heeft getoond en dat Wit-Rusland het enige Europese land is dat geen contractuele betrekkingen met de EU heeft,
F. overwegende dat de Wit-Russische autoriteiten de oppositieactivist Alyaksandr Barazenka hebben veroordeeld tot één jaar beperking van de bewegingsvrijheid voor zijn deelneming aan een demonstratie in 2008,
1. steunt de inspanningen van de Raad en de Commissie om de dialoog met de autoriteiten van Wit-Rusland te hervatten; is van mening dat de toekomstige uitbreiding van de betrekkingen aan strenge voorwaarden moet worden gebonden op basis van een stapsgewijze benadering die voorziet in benchmarks, tijdschema's, een toetsingsclausule en voldoende financiële middelen; spreekt de hoop uit dat Wit-Rusland snel aan alle voorwaarden voldoet, zodat het land alle voordelen van het Europese Nabuurschapsbeleid kan genieten en een actieve rol kan spelen bij de ontwikkeling daarvan;
2. begroet het besluit van de Wit-Russische autoriteiten om de Beweging voor de Vrijheid onder leiding van de voormalig Wit-Russische presidentskandidaat Aliaksandr Milinkevich te registreren en hoopt dat de Wit-Russische autoriteiten ook het Centrum voor de mensenrechten "Vesna" zullen registreren;
3. neemt nota van het besluit van de Wit-Russische autoriteiten om toe te staan dat de twee onafhankelijke dagbladen "Narodnaia Volia" en "Nasha Niva" gedrukt en gedistribueerd kunnen worden en om een debat te voeren over de internationale regels betreffende de internetmedia; hoopt dat passende voorwaarden worden geschapen om ook het werk van andere onafhankelijke media in Wit-Rusland mogelijk te maken;
4. neemt nota van de bereidheid van Wit-Rusland om nader overleg te plegen over de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR voor een verbetering van de kieswetgeving en ziet uit naar het begin van dit overleg;
5. wijst erop dat het voor een volledige normalisering van de betrekkingen tussen de EU en Wit-Rusland essentieel is dat er in Wit-Rusland geen politieke gevangenen zijn, dat het land de vrijheid van meningsuiting en van vereniging en vergadering eerbiedigt en dat het de voorwaarden waaronder niet-gouvernementele organisaties moeten werken verbetert;
6. verwelkomt het besluit van Wit-Rusland om het reisverbod op te heffen dat gold voor een aantal kinderen die in de buurt van de onklaar geraakte kerncentrale van Tsjernobyl wonen;
7. dringt er bij de Wit-Russische regering op aan om aanzienlijke wijzigingen aan te brengen in het Wit-Russische wetboek van strafrecht door intrekking van de artikelen 193, 367, 368 en 369-1, waarvan sommige, en met name artikel 193, vaak als repressiemiddel worden misbruikt, en om studenten die vanwege acties voor burgerrechten van de universiteit zijn verwijderd en zijn gedwongen hun studie voort te zetten in het buitenland, niet langer te dreigen met strafvervolging, ook niet voor weigering om militaire dienst in Wit-Rusland te verrichten;
8. verzoekt de Raad en de Commissie verdere stappen te nemen om de visumprocedures voor burgers van Wit-Rusland te vereenvoudigen en te liberaliseren, aangezien alleen dergelijke maatregelen kunnen helpen om de belangrijkste doelstelling van het beleid van de EU jegens Wit-Rusland te verwezenlijken, namelijk het vergemakkelijken en intensiveren van de menselijke contacten en het democratiseren van het land; dringt er in dit verband bij hen op aan de mogelijkheden te overwegen voor vermindering van de kosten van visa voor burgers van Wit-Rusland die het Schengen-gebied betreden, hetgeen de enige manier is om te voorkomen dat Wit-Rusland en zijn burgers steeds meer geïsoleerd raken; verzoekt de Wit-Russische autoriteiten een eind te maken aan de praktijk van het verstrekken van uitreisvisa aan hun burgers, in het bijzonder kinderen en studenten;
9. verzoekt de Raad en de Commissie na te denken over de selectieve toepassing van het Europese nabuur- en partnerschapsinstrument en het Europese instrument voor mensenrechten en democratie op Wit-Rusland door meer steun toe te kennen aan het Wit-Russische maatschappelijk middenveld en in het bijzonder meer financiële hulp te geven aan de onafhankelijke media, NGO's en Wit-Russische studenten die in het buitenland studeren; is ingenomen met de financiële steun van de Commissie aan de Wit-Russische "Europese universiteit voor menswetenschappen" in ballingschap in Vilnius (Litouwen); verzoekt de Raad en de Commissie van de Wit-Russische regering te verlangen dat zij als teken van goede wil en verandering in positieve richting toestaat dat de "Europese universiteit voor menswetenschappen" in ballingschap in Vilnius legaal naar Wit-Rusland kan terugkeren en onder goede omstandigheden kan gaan werken aan de eigen toekomst in Minsk; verzoekt de Raad en de Commissie financiële steun te verlenen aan de onafhankelijke Wit-Russische televisiezender Belsat;
10. verzoekt de Raad en de Commissie in dit verband na te denken over maatregelen gericht op verbetering van het ondernemingsklimaat, de handel, investeringen, energie- en vervoersinfrastructuur en grensoverschrijdende samenwerking tussen de EU en Wit-Rusland, ten einde bij te dragen aan het welzijn en de welvaart van de burgers van Wit-Rusland, alsook aan hun mogelijkheden vrijelijk te communiceren met en te reizen naar de EU;
11. betreurt dat de autoriteiten van Wit-Rusland de afgelopen jaren herhaaldelijk hebben besloten inreisvisa voor Europese en nationale parlementsleden te weigeren; verzoekt de Wit-Russische overheid geen hindernissen meer op te werpen die de delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Wit-Rusland beletten het land te bezoeken;
12. is verheugd over de tot nu toe door de Wit-Russische autoriteiten gevolgde benadering om, ondanks enorme druk, de unilaterale onafhankelijkheidsverklaringen van Zuid-Ossetië en Abchazië niet te erkennen;
13. wijst erop dat Wit-Rusland als enige land in Europa nog steeds de doodstraf kent en roept de autoriteiten in Minsk op om een eind te maken aan deze praktijk, die in strijd is met Europese waarden;
14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Parlementaire Vergaderingen van de OVSE en de Raad van Europa, het secretariaat van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten en de regering van Wit-Rusland.