Ontwerpresolutie - B6-0152/2009Ontwerpresolutie
B6-0152/2009

    ONTWERPRESOLUTIE

    18.3.2009

    naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement
    door Cristiana Muscardini, Adam Bielan, Roberta Angelilli, Mario Borghezio en Antonio Mussa
    namens de UEN-Fractie
    over de toekomst van de auto-industrie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0152/2009

    Procedure : 2009/2560(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B6-0152/2009
    Ingediende teksten :
    B6-0152/2009
    Aangenomen teksten :

    B6‑0152/2009

    Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van de auto-industrie

    Het Europees Parlement,

    –  gezien de conclusies van de groep op hoog niveau CARS 21 van 12 december 2005,

    –  onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2008 over CARS 21: een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie (2007/2120(INI)),

    –  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 oktober 2008,

    –  gezien de mededeling van de Commissie van 29 oktober 2008 "Van financiële crisis naar herstel: Een Europees actiekader" (COM(2008)0706),

    –  gezien de mededeling van de Commissie aan de Europese Raad van 26 november 2008 "Een Europees economisch herstelplan" (COM(2008) 800 def.),

    –  gezien de conclusies van de Raad Mededinging van 5 en 6 maart 2009 over de automobielindustrie,

    –  gelet op artikel 103, lid 2, van zijn Reglement,

    A.   overwegende dat Europa aankijkt tegen een uitzonderlijke en dramatische financiële en economische crisis en dat de verwachtingen voor 2009 en 2010 alarmerend zijn; overwegende dat de financiële markten ondanks de eerste maatregelen die zijn genomen, momenteel niet behoorlijk werken,

    B.  overwegende dat de automobielindustrie van centraal belang is voor de Europese welvaart, aangezien de EU de grootste motorvoertuigenproducent ter wereld is en de automobielindustrie een van de grootste particuliere werkgevers, met 12 miljoen banen die van de sector afhankelijk zijn,

    C.  overwegende dat de automobielindustrie ook een bijzonder grote werkgever is voor geschoolde arbeidskrachten en een centrale drijfkracht voor kennis en innovatie, met investeringen ter waarde van meer dan EUR 20 miljard per jaar in onderzoek en ontwikkeling,

    D.  overwegende dat de sector van de automobielproductie ernstig door de huidige financiële crisis is getroffen, met een daling van de inschrijvingen van nieuwe auto's in het laatste kwartaal van 2008 met 20 % en een daling van de verkoop van nieuwe auto's in 2008 met 1,2 miljoen,

    E.  overwegende dat de automobielindustrie nauw is verbonden met vele andere industriële sectoren – vele onderaannemers en leveranciers zijn kleine en middelgrote ondernemingen, die evenzeer dramatisch door de financiële crisis zijn getroffen, met als gevolg een verveelvoudiging van het werkloosheidsrisico,

    F.  overwegende dat de primaire verantwoordelijkheid voor de aanpak van de crisis in een markteconomie ligt bij de afzonderlijke bedrijven, maar dat een overheidsingreep met inachtneming van de regels inzake overheidssteun in sommige uitzonderlijke en welbepaalde gevallen verantwoord is en zelfs onontbeerlijk voor wat vóór de financiële crisis een vitale sector van de Europese economie en maatschappij was,

    G.  overwegende dat sommige lidstaten zijn begonnen met de goedkeuring van nationale maatregelen om de industrie te ondersteunen, met positieve effecten op de vraag naar auto's,

    H.  overwegende dat deze plannen door de Commissiediensten zijn onderzocht, dat zij volledig coherent blijven met overeenkomstige actie op Europees niveau en dat de regels inzake overheidssteun ermee worden geëerbiedigd,

    I.  overwegende dat de Commissie momenteel onderhandelt over verdere liberalisering van de handel in het kader van de Doharonde en nieuwe vrijhandelsakkoorden, met name het vrijhandelsakkoord met Zuid-Korea, dat rechtstreekse gevolgen voor de automobielindustrie heeft,

    J.  overwegende dat een terugkeer naar krachtige protectionistische maatregelen niet de beste reactie op de huidige financiële en economische crisis is, aangezien dit zou leiden tot tegenmaatregelen door mondiale concurrenten, met negatieve en beperkende effecten op de wereldhandel,

    1.  is van mening dat de moeilijkheden van de automobielindustrie alleen met een gecoördineerd politiek optreden op Europees niveau, met volledige betrokkenheid van de belangrijkste spelers in de sector, zowel aan de aanbod- als aan de vraagzijde, kunnen worden aangepakt en overwonnen;

    2. is van mening dat het economische steunplan hiervoor gebaseerd moet zijn op a) de garantie van toegang tot krediet voor autoproducenten en leveranciers, en hierbij kan de Europese Investeringsbank een belangrijke rol spelen in nieuwe herstelprojecten; b) een stimulering van de vraag naar voertuigen, inclusief stimulansen om oude auto's te slopen en "groene" auto's te kopen; c) een verlichting van de sociale effecten van eventuele herstructureringen en het in dienst houden van geschoolde arbeidskrachten door volop een beroep te doen op het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering en het Europese Speciale Fonds;d) speciale steun voor onderzoek en investeringen;

    3.  is van mening dat de huidige steunmaatregelen voor de automobielindustrie een ernstige en belangrijke kans kunnen zijn om langdurige structurele kwesties die in de auto-industrie nog steeds bestaan, aan te pakken; verzoekt de diverse spelers in de sector in deze samenhang om hun productie-efficiëntie en capaciteitsbenutting te verbeteren en op te voeren

    4.  benadrukt het feit dat toegang tot financiering en de terugkeer naar een behoorlijk banksysteem dat uiteindelijk het vertrouwen van de consumenten herstelt, een voorwaarde voor het herstel van de automobielindustrie is en verzoekt de Commissie en de Europese Investeringsbank in deze samenhang om de Europese Raad van het voorjaar gezamenlijk bijkomende opties voor te leggen om de toegang voor de industrie, met name het MKB, tot financiering te verbeteren;

    5.  onderstreept het feit dat de automobielindustrie ook verantwoordelijkheid draagt om op de huidige crisis te reageren en aanzienlijke inspanningen moet leveren om tot het herstel bij te dragen, rekening houdend met het feit dat bij het beroep op economische maatregelen van de overheid bijzondere aandacht moet gaan naar de belangen en verwachtingen van de werknemers;

    6.  benadrukt het feit dat bij de economische maatregelen van de overheid altijd de EU-regels inzake overheidssteun en de principes van de gemeenschappelijke markt moeten worden nageleefd, aangezien de onbelemmerde en effectieve werking hiervan een voorwaarde is voor het herstel en de toekomstige groei van het continent;

    7.  herhaalt nogmaals dat een hoog niveau van investeringen in onderzoek en ontwikkeling nodig is, met name op het gebied van schone technologie die het concurrentievermogen van de Europese industrie kan vergroten en positief kan bijdragen tot de strijd tegen de klimaatverandering;

    8.  is tevreden met de conclusies van de conferentie op hoog niveau met een tussentijdse evaluatie van CARS 21, waarbij de sector en de belanghebbenden waren betrokken en die erop gericht zijn bij de indiening van een nieuw wetgevingsvoorstel een geïntegreerde aanpak te vrijwaren en te waarborgen; verzoekt de Commissie in deze samenhang om eventuele nieuwe wetgevingsinitiatieven aan de hand van deze principes te beoordelen;

    9.  onderstreept het feit dat, aangezien de huidige mondiale crisis andere mondiale spelers in de automobielindustrie treft, met name de Verenigde Staten, met het oog op een mondiale oplossing een permanente dialoog met derde landen en met de belangrijkste handelspartners van de EU op multilateraal en bilateraal niveau nodig is, om een onnodige benadeling van de EU-industrie als gevolg van protectionistische en discriminerend maatregelen van derde landen te voorkomen;

    10.  verzoekt de Commissie de sluiting van het vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Zuid-Korea uit te stellen tot een evenwichtige oplossing voor de gevolgen voor de autosector is gevonden;

    11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.