Ontwerpresolutie - B6-0168/2009Ontwerpresolutie
B6-0168/2009

ONTWERPRESOLUTIE

25.3.2009

in aansluiting op vraag B6‑0226/2009 voor mondelinge beantwoording
ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5, van het Reglement
door Helga Trüpel en Gisela Kallenbach
namens de Verts/ALE-Fractie
over de rol van de cultuur bij de ontwikkeling van de Europese regio’s

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B6-0166/2009

Procedure : 2009/2570(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0168/2009
Ingediende teksten :
B6-0168/2009
Debatten :
Aangenomen teksten :

B6‑0168/2009

Resolutie van het Europees Parlement over de rol van de cultuur bij de ontwikkeling van de Europese regio’s

Het Europees Parlement,

–  - gezien de conclusies van de Raad van 24 mei 2007 over de bijdrage van de culturele en creatieve sectoren aan de verwezenlijking van de Lissabon-doelstellingen,

–  gezien de acties op cultureel gebied in het kader van het programma Cultuur 2007 (2007-2013),

–  gezien de acties op het gebied van het regionaal beleid, in het kader van de uitvoering van de Structuurfondsen 2007-2013 en van de URBACT- en INTERREG-programma’s 2007-2013,

–  - onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 april 2008 inzake “Een Europese agenda voor cultuur in een wereld die in het kader van de globalisering staat”[1],

–  - onder verwijzing naar de resolutie van 10 april 2008 over de culturele sector in Europa[2],

–  gelet op artikel 108, lid 5, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de cultuur met volledige eerbiediging van de culturele en linguïstische diversiteit als cruciaal kenmerk van de regionale en lokale identiteit een belangrijk element voor een duurzame regionale en stedelijke ontwikkeling vertegenwoordigt,

B.  overwegende dat de culturele en creatieve sector en de kunst een groeiende tak en stimulans van de regionale en lokale economie zijn en dat de kleine en middelgrote bedrijven van de creatieve sector de motoren van modernisering, werkgelegenheidsschepping en innovatie in de Europese regio’s en steden zijn,

C.  overwegende dat creativiteit en innovatie behoefte hebben aan een milieu dat zowel steun geeft als eisen stelt, maar ook aan ontwikkelings- en opleidingsmogelijkheden die het best plaatselijk kunnen worden geboden,

D.  overwegende dat veel regionale en lokale autoriteiten samen met partners van het maatschappelijk midden een strategie hebben ontwikkeld voor het bevorderen van de cultuur en creativiteit, de ondersteuning van de culturele en creatieve sector en het creëren van een milieu waarin de plaatselijke economie kan gedijen, dat steun geeft aan de regeneratie van steden, de huizenmarkt en met name de plaatselijke arbeidsmarkt en dat een prikkel geeft voor een nieuwe geest van innovatie, governance en een op kennis gebaseerde samenleving,

E.  overwegende dat cultuur eveneens als catalysator voor sociale integratie en democratie in Europese regio’s en steden werkt, vooral indien stoelend op initiatieven die uit het maatschappelijk midden voortkomen,

F.  overwegende dat het concept van duurzame ontwikkeling ook een culturele dimensie dient te omvatten,

1.  onderstreept dat regionale en lokale ontwikkelingsstrategieën waarin cultuur, creativiteit en kunst zijn geïntegreerd dankzij aandacht voor culturele diversiteit, democratie, participatie en interculturele dialoog een wezenlijke bijdrage aan de verhoging van de levenskwalitiet in de Europese regio’s en steden leveren;

2.  vraagt van de Commissie dat zij op maat gemaakte en op de regionale of plaatselijke omstandigheden toegesneden projecten bevordert, aangezien deze het meest doeltreffend voor de regionale en stedelijke ontwikkeling zijn en de meest duurzame effecten hebben;

3.  verzoekt de Commissie de partners van het maatschappelijk middenveld volledig bij alle culturele acties die de EU organiseert of co-financiert te betrekken; stelt voor het partnerschapsbeginsel overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 1080/2006 (algemene structuurfondsverordening) als model te nemen voor de participatie van het maatschappelijk midden;

4.  wenst dat de Commissie de uitwisseling van optimale praktijken op het gebied van culturele acties organiseert en de relevante actoren uit overheid, particuliere kring en maatschappelijk midden samenbrengt om hulp bij het bouwen van netwerken te bieden;

5.  verwacht van de Commissie dat zij het resultaat van het onderzoek naar de invloed van cultuur op regionaal en lokaal niveau zo spoedig mogelijk aan het Parlement voorlegt , vergezeld van de conclusies en acties die zij hieraan denkt te verbinden;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie aan de Commissie en het Comité van de regio’s te doen toekomen.