ONTWERPRESOLUTIE
21.4.2009
ingediend overeenkomstig artikel 115 van het Reglement
door Pasqualina Napoletano en Ana Maria Gomes
namens de PSE-Fractie
over de humanitaire situatie van de bewoners van kamp Ashraf
B6‑0247/2009
Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie van de bewoners van kamp Ashraf
Het Europees Parlement,
– gezien de Conventie van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol van 1967,
– gezien het verslag van 5 mei 2005 van Human Rights Watch met als titel "No Exit: Human Rights Abuses Inside the MKO Camps" en een aantal recente verklaringen afgelegd door Amnesty International (AI), het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC), de Internationale Federatie voor de rechten van de mens (FIDH) en de Wereldorganisatie tegen foltering (WOAT) over de slechter wordende humanitaire situatie en veiligheid in kamp Ashraf,
– gelet op artikel 115 van zijn Reglement,
A. overwegende dat de regering van Irak recentelijk heeft aangekondigd van plan te zijn kamp Ashraf in het noorden van Irak op te heffen, een enclave waar ongeveer 3 400 leden van de Iraanse oppositiegroepering Organisatie van de Iraanse Volksmojahedin of Mojahedin-e Khalq (eveneens bekend onder de afkortingen MEK, MKO en PMOI) leven sinds Saddam Hoessein het gebied in de jaren '80 een soort van extraterritoriale status heeft verleend,
B. overwegende dat de bewoners van kamp Ashraf, in overeenstemming met artikel 7 van de vierde Conventie van Genève, moeten worden beschouwd als vluchtelingen die op grond van het internationaal recht bescherming genieten; overwegende dat de PMOI-leden in kamp Ashraf zijn ontwapend en dat hen de status van "beschermde personen" is verleend op grond van artikel 27 van de vierde Conventie van Genève; overwegende dat het Amerikaanse leger de groepering, na de invasie van 2003, heeft ontwapend en hen schriftelijke garanties heeft verleend dat ze hun status van beschermde personen op grond van de vierde Conventie van Genève kunnen bewaren,
C. overwegende dat kamp Ashraf sinds 1 januari 2009, in overeenstemming met de bepalingen van de door Irak en de VS in 2008 gesloten overeenkomst inzake de status van de strijdkrachten (SOFA), waarin is vastgelegd dat de coalitietroepen zich vóór eind 2011 volledig moeten terugtrekken, opnieuw onder de controle valt van de Iraakse veiligheidsdiensten,
D. overwegende dat de hoge commissaris voor mensenrechten van de VN er, in een brief d.d. 15 oktober 2008 aan de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, bij de Iraakse regering op heeft aangedrongen om de bewoners van kamp Ashraf te beschermen tegen gedwongen uitzetting, verbanning of repatriëring, in strijd met het beginsel van "non-refoulement", en om geen acties te ondernemen die hun leven of veiligheid kunnen bedreigen,
E. overwegende dat de PMOI de Iraakse autoriteiten ervan beschuldigt herhaaldelijk de toevoer van voedsel en water en ook van medische hulpverlening naar het kamp te hebben afgesneden, terwijl de Iraakse veiligheidsdiensten en het Iraakse ministerie van Mensenrechten herhaaldelijk de toegang tot grote delen van het kamp is ontzegd door de PMOI-leiders,
F. overwegende dat in verslagen van onafhankelijke waarnemers, journalisten en mensenrechtenorganisaties alsook in getuigenissen van oud-leden van PMOI, waarvan enkelen op 27 februari 2007 hebben getuigd voor de interparlementaire delegatie voor Iran van het Europees Parlement, wordt gemeld dat de PMOI is omgevormd van een militante Iraanse oppositiegroepering tot een sekte waarvan de leden zich zonder onderscheid onderwerpen aan de leiders Massoud en Marjiam Rajavi, afgesloten zijn van de buitenwereld, en aan de organisatie gebonden zijn door middel van geestelijke en lichamelijke marteling,
G. overwegende dat Human Rights Watch gedetailleerd en op basis van rechtstreekse getuigenissen van een dozijn voormalige PMOI-leden heeft aangetoond hoe dissidente leden werden gemarteld, geslagen en meerdere jaren in eenzame opsluiting werden gehouden in militaire kampen in Irak, omdat ze kritiek hadden geuit op het beleid en de ondemocratische praktijken van de groepering, of omdat ze van plan waren de organisatie te verlaten,
H. overwegende dat verschillende honderden dissidente leden onder bescherming van de VS zijn verplaatst naar een kamp en dat de hoge commissaris voor de vluchtelingen van de VN hen de vluchtelingenstatus heeft toegekend en hen heeft ondergebracht op veilige plaatsen in Irak of derde landen, en overwegende dat deze faciliteit in 2008 werd gesloten,
I. overwegende dat het Internationale Comité van het Rode Kruis de afgelopen jaren de vrijwillige repatriëring van meer dan 250 oud-leden van PMOI naar Iran heeft verzorgd,
1. is verheugd over de recente overeenkomsten tussen de VS en Irak om de volledige soevereiniteit van de Iraakse bevolking en de verkozen regering over het Iraakse grondgebied te herstellen, maar waarschuwt dat tijdens deze overgangsperiode de rechten van alle burgers die in Irak verblijven, ongeacht hun status of nationaliteit, moeten worden gewaarborgd op grond van internationale wetten en conventies;
2. roept de Iraakse autoriteiten op de levens en de lichamelijke en geestelijke integriteit van de bewoners van kamp Ashraf te beschermen en hen te behandelen in overeenstemming met de verplichtingen die zijn vastgelegd in de Conventie van Genève van 1951, en met name om hen niet te deporteren, uit te wijzen of te repatriëren, in strijd met het beginsel van "non-refoulement";
3. moedigt zowel de Amerikaanse als de Iraakse autoriteiten aan ervoor te zorgen dat de sluiting van kamp Ashraf gebeurt binnen een rechtskader dat de eerbiediging van de rechten van individuen waarborgt en waarbinnen hun intenties ten aanzien van de bewoners van kamp Ashraf te allen tijde duidelijk zijn;
4. geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de gemelde geestelijke en lichamelijke manipulatiepraktijken en ernstige schendingen van de mensenrechten binnen de PMOI-sekte onder het bewind van de Rajavi's;
5. roept de Iraakse regering en de PMOI-leiders op te zorgen voor volledige en onmiddellijke toegang tot alle delen van het kamp voor internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties en het Iraakse ministerie van Mensenrechten, om op die manier:
- de bewoners te voorzien van voedsel, water, medische hulp en basisvoorzieningen,
- in staat te zijn de bewoners van kamp Ashraf vrijuit te ondervragen en de situatie op een onafhankelijke manier te kunnen beoordelen;
6. roept de Iraakse regering en de PMOI-leiders op het vertrek van al degenen die kamp Ashraf wensen te verlaten toe te staan en de families van PMOI-leden die de verblijfplaats van hun familieleden wensen te achterhalen toegang te verlenen;
7. roept de Raad, de Commissie en de lidstaten op de Iraakse regering bij te staan in haar pogingen om tot een humanitaire oplossing van dit aanslepende probleem te komen, met name door te zorgen voor hervestigingsmogelijkheden in de Europese Unie voor PMOI-leden die niet naar Iran willen terugkeren;
8. roept de Iraakse regering op om als noodmaatregel opnieuw te zorgen voor een veilig onderkomen voor de dissidente leden die kamp Ashraf blijven ontvluchten maar geen toevluchtsoord hebben, nadat het vluchtelingenkamp van Ashraf werd gesloten door de VS-strijdkrachten;
9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de hoge commissaris voor mensenrechten van de VN, het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Mensenrechtenraad van de VN en de regering en het parlement van Irak.