Ontwerpresolutie - B6-0249/2009Ontwerpresolutie
B6-0249/2009

ONTWERPRESOLUTIE

21.4.2009

met verzoek om inschrijving op de agenda voor het debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat
ingediend overeenkomstig artikel 115 van het Reglement
door Angelika Beer en Cem Özdemir
namens de Verts/ALE-Fractie
over de humanitaire situatie van de bewoners van het kamp Ashraf

Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B6-0249/2009
Ingediende teksten :
B6-0249/2009
Aangenomen teksten :

B6‑0249/2009

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie van de bewoners van het kamp Ashraf

Het Europees Parlement,

–  gelet op de Status of Forces Agreement (SOFA) die in november tussen de Verenigde Staten en Irak werd gesloten, waarbij bepaald werd dat de Amerikaanse troepen zich tegen 30 juni 2009 uit de steden van Irak zullen terugtrekken en uit het gehele land tegen het einde van 2011,

–  gelet op de Conventie van Genève van 1951 over de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol van 1967 daarop,

–  gelet op het arrest van het Europees Gerechtshof van Eerste Aanleg van 4 december 2008 om de organisatie Mojahedin-e Khalq (MEK) te verwijderen van de Europese lijst van terroristische organisaties,

–  gelet op het verslag van de Human Rights Watch "No Exit: Human Rights Abuses Inside the MKO Camps" van 5 mei 2005,

–  gelet op artikel 115 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regering van Irak onlangs haar voornemen heeft aangekondigd om het kamp Ashraf in Noord-Irak te ontmantelen, een enclave waar ongeveer 3 400 leden van de Iraanse oppositiegroepering Mojahedin-e Khalq (ook bekend onder de afkortingen MEK, MKO en PMOI) geleefd hebben onder een soort van extraterritoriale status, die hen in de jaren 1980 door Saddam Hoessein was toegekend,

B.  overwegende dat de MEK geen enkele rol als oppositiebeweging speelt in het huidige Iran, omdat de beweging haar geloofwaardigheid heeft verloren door haar samenwerking met het regime van Saddam Hoessein, de haar steun aan de Iraakse strijdkrachten in de oorlog tussen Iran en Irak en haar betrokkenheid bij de onderdrukking van opstanden van Koerden en Sjiieten,

C.  overwegende dat na de invasie van Irak van 2003, het Amerikaanse leger de groep heeft ontwapend en de leden van de MEK een status van "beschermde personen" heeft toegekend uit hoofde van de vierde Conventie van Genève met betrekking tot de bescherming van burgerpersonen in oorlogstijd,

D.  overwegende dat, overeenkomstig de bepalingen van de in 2008 tussen Irak en de Verenigde Staten Status of Forces Agreement (SOFA), die beoogt een einde te maken aan de fase van bezetting door de coalitiestrijdkrachten, kamp Ashraf met ingang van 1 januari 2009 weer onder de controle van de Iraakse veiligheidskrachten is geplaatst,

E.  overwegende dat de regering van Irak onlangs heeft aangekondigd dat de resterende bewoners van het kamp Ashraf Irak moeten verlaten en onderstrepend dat er ernstige bezorgdheid bestaat dat sommige van deze personen tegen hun wil terug naar Iran zullen worden gedeporteerd,

F.  overwegende dat de MEK de Iraanse autoriteiten ervan beschuldigen de voedsel- en watervoorziening regelmatig te hebben geblokkeerd en medische hulp te hebben verhinderd het kamp binnen te komen, terwijl de Iraakse veiligheidskrachten en het Iraakse ministerie voor mensenrechten naar verluidt door de leiding van de MEK verhinderd werden om toegang te krijgen tot grote delen van het kamp,

G.  overwegende dat de MEK weliswaar nog steeds op de lijst van terroristische organisaties staat van de Verenigde Staten, Iran, Australië en Canada, maar dat het Europees Gerechtshof van eerste aanleg op 4 december 2009 besloten heeft de MEK van deze lijst af te voeren omdat de Raad van Europa van mening is dat onvoldoende bewijsmateriaal bestaat om te beweren dat deze organisatie een terroristische bedreiging is blijven vormen,

H.  overwegende dat volgens berichten van onafhankelijke waarnemers, zoals journalisten, mensenrechtenorganisaties en talloze getuigenissen van voormalige leden van de MEK, waarvan sommige verklaringen hebben afgelegd tegenover de Delegatie van het Europees Parlement voor de betrekkingen met Iran, de MEK zich ontwikkelt heeft van een militante Iraanse oppositiebeweging in een personencultus, en dat de leden ervan gebrainwasht zijn tot pseudo-religieuze verering van het leidende echtpaar Massoud en Marjiam Rajavi, afgezonderd werden gehouden van de buitenwereld en met psychische en fysieke dwang door de organisatie worden vastgehouden,

I.  overwegende dat Human Rights Watch, op grond van directe getuigenissen van een dozijn voormalige leden van de MEK, waarvan er vijf aan de Iraakse veiligheidskrachten waren overgeleverd en tijdens de regering van Saddam Hoessein vastgehouden werden in de gevangenis van Abu Ghraib, in alle details hebben meegedeeld hoe dissidente leden werden gefolterd, geslagen en voor jaren achtereen in eenzame opsluiting gehouden in militaire kampen in Irak, nadat zij het beleid en de ondemocratische praktijken van de beweging hadden bekritiseerd of hadden aangekondigd dat zij van plan waren de organisatie te verlaten,

J.  overwegende dat onder Amerikaanse bescherming diverse honderden dissidente leden gehergroepeerd zijn in een vluchtelingenkamp dat naast het kamp van Ashraf gelegen is, en overwegende dat het hoge commissariaat voor vluchtelingen van de Verenigde Naties deze personen de afgelopen jaren de status van vluchteling heeft verleend, en heeft hergevestigd op veilige locaties in Irak of in derde landen en overwegende dat dit kamp in 2008 werd gesloten,

K.  overwegende dat het Internationale Comité van het Rode Kruis in de afgelopen jaren zorg heeft gedragen voor de repatriëring naar Iran op vrijwillige basis van ruim 250 voormalige MEK-leden,

1.  is ingenomen met de recentelijk gesloten overeenkomsten tussen de Verenigde Staten en Irak, die tot doel hebben de volledige staatssoevereiniteit van het Iraakse volk te herstellen en een gekozen regering in te stellen over het grondgebied ervan en beschouwt het een normale zaak dat de wetten van de staat Irak toepasselijk zullen zijn op het gehele grondgebied van het land;

2.  neemt kennis van de aankondiging van de Iraakse regering dat zij voornemens is het kamp van Ashraf op te heffen en spreekt in dit verband haar bezorgdheid uit over de humanitaire situatie van de in dit kamp woonachtige personen;

3.  doet een beroep op de autoriteiten van Irak om het leven en de fysieke en morele integriteit van de bewoners van het kamp Ashraf te beschermen en hen te behandelen overeenkomstig de verplichtingen uit hoofde van de Conventie van Genève van 1951, hetgeen met name inhoudt dat zij niet kunnen worden gedeporteerd, uitgezet of gerepatrieerd in schending van het beginsel van niet-uitwijzing;

4.  geeft uitdrukking aan zijn ernstige bezorgdheid over de gerapporteerde praktijken van psychische en fysieke manipulatie en ernstige schendingen van mensenrechten binnen de MEK-cultusbeweging onder leiderschap van de Rajavi's;

5.  doet een beroep op de Iraakse regering en het leiderschap van de MEK om met onmiddellijk ingang ongehinderde toegang tot alle delen van het kamp te verlenen aan internationale humanitaire en mensenrechtenorganisaties en aan het Iraakse ministerie voor mensenrechten en aan de media, opdat deze een onafhankelijke evaluatie van de situatie kunnen maken;

6.  onderstreept dat alle bewoners van het kamp Ashraf toestemming moeten krijgen om op een neutrale locatie buiten het kamp Ashraf ,zonder aanwezigheid van MEK-leiders , door de autoriteiten van Irak, het Internationale Comité van het Rode Kruis en het hoge commissariaat voor vluchtelingen van de VN te worden geïnterviewd, opdat deze kunnen vaststellen of deze personen binnen de organisatie willen blijven of liever het kamp willen verlaten;

7.  doet een beroep op de Iraakse regering en de leiding van de MEK om alle personen die niet langer in Ashraf willen blijven toestemming te verlenen om het kamp te verlaten en om familieleden de gelegenheid te geven om met hun MEK-verwanten een ontmoeting te hebben op een neutrale locatie, zonder dat daarbij leiders van de MEK aanwezig zijn;

8.  doet een beroep op de Raad, de Commissie en de lidstaten om een evaluatiemissie naar het kamp Ashraf te zenden en de Iraakse regering bij te staan bij haar pogingen om een humanitaire oplossing voor dit al lang bestaande probleem te vinden, met name door relocatie-opties te bieden in de Europese Unie voor MEK-leden die niet naar Iran willen terugkeren;

9.  doet een beroep op de Iraakse regering om als urgente maatregel een veilig tehuis in te stellen voor dissidente leden die aan het kamp Ashraf willen ontsnappen, maar geen alternatieve woonplaats hebben, nadat het vluchtelingenkamp van Ashraf door de Amerikaanse strijdkrachten is gesloten;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge Vertegenwoordiging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, de hoge commissaris voor vluchtelingen van de Verenigde Naties, het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Mojahedin-e Khalq (MEK) en de regering en het parlement van Irak.