Procedure : 2009/2632(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0031/2009

Ingediende teksten :

B7-0031/2009

Debatten :

PV 16/09/2009 - 15
CRE 16/09/2009 - 15

Stemmingen :

PV 17/09/2009 - 4.6

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0019

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 125kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0026/2009
9.9.2009
PE428.635v01-00
 
B7-0031/2009

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B7‑0201/2009 en B7‑0202/2009

ingediend overeenkomstig de artikelen 115 en 110, lid 2, van het Reglement


over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie


Rui Tavares, Cornelia Ernst, Kyriacos Triantaphyllides, Marie-Christine Vergiat, Thomas Händel, Sabine Lösing namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de Litouwse wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie  
B7‑0031/2009

Het Europees Parlement,

–   gelet op de internationale en Europese verplichtingen op het gebied van de mensenrechten zoals vastgelegd in de Verdragen van de Verenigde Naties inzake de mensenrechten en in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–   gelet op de bepalingen van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten, met name de artikelen 6 en 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Europees Verdrag inzake de mensenrechten en de bijbehorende protocollen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–   gelet op artikel 13 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap dat de Europese Unie de bevoegdheid verleent om maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie op grond van o.a. seksuele geaardheid en om het gelijkheidsbeginsel te bevorderen,

–   gezien richtlijn 2000/43/EG en richtlijn 2000/78/EG houdende een verbod op directe of indirecte discriminatie op grond van ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid en gezien het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2000)0426 def.),

–   gezien artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op grond waarvan “elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid” verboden is,

–   gezien richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 tot wijziging van richtlijn 89/552/EEG van de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten (“televisie zonder grenzen”),

–   gelet op de artikelen 115 en 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU is gebaseerd op mensenrechten, fundamentele vrijheden, democratie en de rechtsstaat, gelijkheid en non-discriminatie,

B.  overwegende dat de EU en de lidstaten gelijkheid en bestrijding van discriminatie dienen te bevorderen, met name op basis van artikel 13 van het EG-Verdrag en van de richtlijnen die zijn voorgesteld en aangenomen om dit doel te bereiken, waaronder de bestrijding van discriminatie op grond van seksuele geaardheid,

C. overwegende dat uitsluiting, discriminatie en intimidatie van jonge lesbische, homoseksuele, biseksuele en transseksuele personen tot ernstige psychische nood en hoge zelfmoordcijfers leiden en dat voorlichting en onderwijs op scholen van essentieel belang is om deze personen te beschermen,

D. overwegende dat seksuele geaardheid valt onder het individuele recht op privacy dat wordt gewaarborgd door internationale, Europese en nationale wetgeving op het gebied van de mensenrechten, dat de overheid gelijkheid en non-discriminatie moet bevorderen, dat de vrijheid van meningsuiting voor de media, NGO’s en particulieren moet worden gewaarborgd en dat pluriformiteit moet worden bevorderd,

E.  overwegende dat het Litouwse parlement op 14 juli 2009 zijn goedkeuring heeft gehecht aan wijzigingen op de wet betreffende de bescherming van minderjarigen tegen de schadelijke invloed van openbare informatie die op 1 maart 2010 in werking moet treden en waarin wordt gesteld dat minderjarigen in hun ontwikkeling worden geschaad door openbare informatie die aanzet tot homoseksuele of biseksuele relaties of een bedreiging vormt voor gezinswaarden en dat een eerdere versie van deze wet werd getroffen door een veto van de Litouwse president en vervolgens door het Litouwse parlement werd bevestigd,

F.  overwegende dat de wet geen definitie geeft van “propageren van” of “aanzetten tot” homoseksualiteit, heteroseksualiteit of enige andere vorm van seksuele geaardheid, hetgeen in strijd is met het beginsel van rechtszekerheid op grond waarvan een wet rechtskracht heeft wanneer de verboden handelingen juridisch duidelijk zijn gedefinieerd,

G. overwegende dat het niet duidelijk is welk soort materiaal onder deze wet valt en of deze ook geldt voor boeken, kunst, de pers, reclame, muziek en openbare evenementen zoals theater, exposities of demonstraties en dat de vaagheid van de definities ertoe kan leiden dat auteurs, uitgevers en journalisten overgaan tot zelfcensuur ter voorkoming van de straffen waar momenteel over wordt gesproken,

H. overwegende dat dergelijke wetswijzigingen leiden tot het verbieden van alle informatie over homoseksualiteit indien deze voor minderjarigen toegankelijk is en dat hiervan gebruikt kan worden gemaakt om beperkingen op te leggen aan de werkzaamheden van activisten die zich bezighouden met mensenrechtenvraagstukken, seksuele geaardheid en seksuele identiteit,

I.   overwegende dat het Verenigd Koninkrijk in 1988 een soortgelijke wet heeft ingevoerd die vervolgens werd ingetrokken,

J.   overwegende dat artikel 22 van de richtlijn Televisie zonder Grenzen de lidstaten in staat stelt passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat in de televisie-uitzendingen geen programma’s voorkomen die de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van minderjarigen ernstig zouden kunnen aantasten omdat deze “pornografische scènes of nodeloos geweld" bevatten, maar dat dit niet zodanig mag worden opgevat dat dit voor alle informatie in verband met seksuele geaardheid zou gelden,

K. overwegende dat de Litouwse president op 26 juni 2009 haar veto over de wet heeft uitgesproken, aangezien deze in vage en onduidelijke bewoordingen was geformuleerd, en het Litouwse parlement heeft verzocht de wet te herzien en ervoor te zorgen dat deze niet in strijd zou zijn met de grondwettelijke beginselen van de rechtsstaat, rechtszekerheid en juridische duidelijkheid en met de waarborging van een open samenleving en een pluralistische democratie,

L.  overwegende dat NGO’s die zich voor de mensenrechten en de persvrijheid inzetten en leden van het Europees Parlement bij de Europese instellingen herhaaldelijk hebben verzocht om op te treden en het Litouwse parlement hebben verzocht om de wet te herzien, aangezien deze neerkomt op institutionalisering van homofobie en schending van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht om niet te worden gediscrimineerd,

M. overwegende dat het Zweedse voorzitterschap van de EU de wet met de Litouwse autoriteiten heeft besproken en dat de nieuwe Litouwse president heeft verklaard dat zij ervoor zal zorgen dat de wet overeenkomstig de eisen van de EU wordt gewijzigd,

N. overwegende dat in het najaar verdere wijzigingen van het wetboek van strafrecht en van het bestuursrecht worden behandeld; dat hierdoor homoseksualiteit bevorderende handelingen of de financiering ervan in openbare ruimten door particulieren of rechtspersonen worden gecriminaliseerd en kunnen worden bestraft met een taak - of gevangenisstraf of een boete van maximaal 1500 euro,

1.  verzoekt het Bureau voor de grondrechten de wet en de wijzigingen te beoordelen en aan te geven welke in strijd zijn met de Europese wetgeving en beginselen;

2.  verzoekt de Raad de mogelijkheid te onderzoeken om de procedure als bedoeld in artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie in te leiden;

3.  verzoekt de Litouwse autoriteiten de wet te wijzigen of in te trekken en geen wijzigingen van het wetboek van strafrecht en het bestuursrecht goed te keuren ten einde ervoor te zorgen dat de wetten in overeenstemming zijn met de mensenrechten en de fundamentele vrijheden zoals vastgelegd in internationale en Europese wetgeving;

4.  dringt aan op de eerbiediging van het recht op vrijheid van meningsuiting voor iedereen – hetgeen ook het recht op het vergaren, ontvangen en verstrekken van informatie omvat – van EU-wetgeving en - beleid inzake non-discriminatie, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 13 van het EG-Verdrag, met andere woorden de fundamentele waarden van de EU;

5.  verzoekt de andere lidstaten geen soortgelijke wetten of wijzigingen aan te nemen, homofobe handelingen te veroordelen en de uitvoering van EU-wetten op het gebied van discriminatiebestrijding en mensenrechten te versterken;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaat-landen, de president van de Republiek Litouwen, het Bureau voor de grondrechten en de Raad van Europa.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid