Ontwerpresolutie - B7-0093/2009Ontwerpresolutie
B7-0093/2009

ONTWERPRESOLUTIE over vrijheid van informatie en pluriformiteit van de media in Italië en in de Europese Unie

14.10.2009

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Monika Flašíková Beňová, Claude Moraes, David-Maria Sassoli namens de S&D-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0090/2009

Procedure : 2009/2688(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0093/2009
Ingediende teksten :
B7-0093/2009
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0093/2009

Resolutie van het Europees Parlement over vrijheid van informatie en pluriformiteit van de media in Italië en in de Europese Unie

Het Europees Parlement,

–   gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op de artikelen daarvan over de eerbiediging, bevordering en bescherming van de grondrechten, alsmede op de artikelen 22, 43, 49, 83, 87, 95 en 151 van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 10 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens inzake het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie en het recht op pluriformiteit van de media,

–   gelet op Richtlijn 2007/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten,

­–   gezien het interne werkdocument van de Commissie getiteld "Media pluralism in the Member States of the European Union" (SEC(2007)0032),

–   gezien de door de Commissie vastgelegde driestappenbenadering van de pluriformiteit van de media en het namens de Commissie uitgevoerde onafhankelijke onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven - ICRI, de Central European University - CMCS en MMTC aan de Jönköping International Business School, samen met het consultancybedrijf Ernst & Young België, waaraan in 2009 de laatste hand is gelegd,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 25 september 2008 over concentratie en pluralisme in de media in de Europese Unie[1],

–   - onder verwijzing naar zijn resolutie van 22 april 2004 over de risico's van schending in de EU en met name in Italië van de vrijheid van meningsuiting en informatie[2],

–   gezien de verklaringen van de Commissie en het debat in het Parlement op 8 oktober 2009,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Unie de vrijheid van meningsuiting en van informatie zoals neergelegd in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de EU en artikel 10 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, waarborgt en bevordert, waarvoor mediavrijheid en pluriformiteit van de media een essentiële voorwaarde vormen,

B.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om zonder inmenging of druk van het openbaar gezag informatie te ontvangen en door te geven onder deze vrijheden vallen,

C. overwegende dat in Italië de afgelopen toenemende verontrusting is ontstaan met betrekking tot de naleving van deze rechten, met name in verband met de door de premier uitgeoefende druk op en aangespannen rechtszaken tegen bepaalde Italiaanse en Europese kranten naar aanleiding van over hem gepubliceerde informatie,

D. overwegende dat de regering zich bemoeid heeft met de publieke televisieomroepdiensten, met name wat betreft hun programmering,

E.  overwegende dat deze druk en inmenging in Italië en Europa heeft geleid tot protesten van vooraanstaande personen uit de culturele, journalistieke en mediasector en uit de politiek, resulterend in publieke oproepen tegen bedreiging van de media, zoals de oproep namens de vereniging "Articolo 21" en de oproep die is gedaan door drie gerenommeerde Italiaanse staatsrechtdeskundigen, die meer dan 445.000 handtekeningen in Italië en Europa hebben verzameld, waaronder die van vooraanstaande personen op Europees cultureel en politiek vlak,

F.  overwegende dat de Italiaanse premier met betrekking tot het verzoek van de Commissie om een toelichting op de terugkeer van migranten naar Libië heeft bevestigd dat hij - tijdens de Europese Raad - zou voorstellen dat alleen de voorzitter van de Commissie verantwoordelijk zou zijn voor de verspreiding van informatie namens de instelling, en heeft gedreigd de werkzaamheden van de Europese Raad te blokkeren als men hiermee niet akkoord zou gaan, en dat hierop een officieel protest is ingediend door de internationale persorganisatie,

G. overwegende dat de OVSE-vertegenwoordiger voor mediavrijheid, de heer Miklós Haraszti, op 20 september 2009 een brief heeft gestuurd aan de Italiaanse premier met de oproep de juridische procedures en de claim tot schadevergoeding ten belope van 3 miljoen euro in te trekken die de premier tegen Italiaanse kranten heeft aangespannen c.q. ingediend,

H. overwegende dat, zoals al eerder werd bekrachtigd in andere resoluties, de recente Italiaanse wetgeving geen oplossing biedt voor de belangenverstrengeling die voortvloeit uit het feit dat de premier nog steeds - rechtstreeks of onrechtstreeks - het concern Mediaset controleert en politieke controle uitoefent op de publieke omroep in een situatie waarin de concentratiegraad van de televisiemarkt de hoogste is in Europa en het duopolie RAI-Mediaset bijna 90% van het gehele TV-publiek bereikt, en zo 96,8% van de advertentie-inkomsten int,

I.   overwegende dat het verslag over de persvrijheid drie EU-lidstaten noemt, waaronder Italië, waar de pers slechts "gedeeltelijk vrij" is,

J.   overwegende dat de Commissie, ondanks herhaalde verzoeken van het Europees Parlement om een richtlijn voor te leggen inzake pluriformiteit van informatie en mediaconcentratie, deze kwesties niet heeft opgenomen in de doelstellingen van de herziening van de richtlijn inzake televisie zonder grenzen, maar heeft gekozen voor een driestappenplan voor dit onderwerp, bestaand uit het opstellen van een werkdocument (gepubliceerd in 2007), het afbakenen van indicatoren voor de mate van pluriformiteit (opgenomen in een onafhankelijke studie die in juli 2009 is gepubliceerd) en een voorstel voor een mededeling over deze indicatoren (dat pas in 2010 zal worden voorgelegd),

K. overwegende dat de Commissie tijdens de plenaire vergadering van 8 oktober 2009 heeft erkend dat zij bij gebrek aan politieke wil van alle lidstaten van een voorstel voor een richtlijn over mediaconcentratie en pluriformiteit heeft moeten afzien,

L.  overwegende dat met de richtlijn inzake televisie zonder grenzen, ondanks het feit dat pluriformiteit niet onder het toepassingsgebied ervan valt, zijn ingevoerd het recht van journalisten om fragmenten te gebruiken en de verplichting om in elke lidstaat een onafhankelijk orgaan voor toezicht op de media op te richten, grotendeels dankzij de bijdrage van het Europees Parlement,

M. overwegende dat er, zoals de Commissie tijdens de plenaire vergadering heeft erkend, verschillende rechtsgrondslagen denkbaar zijn voor de invoering van een reeks wetgevingsmaatregelen ter vergroting van de pluriformiteit in de Europese Unie en ter voorkoming van mediaconcentratie,

N. overwegende dat het Europees Parlement de Commissie in diverse resoluties herhaaldelijk heeft verzocht maatregelen te bevorderen om de pluriformiteit te waarborgen en het probleem van mediaconcentratie aan te pakken, een urgente mededeling te doen uitgaan over de bescherming van de pluriformiteit in de media en mediaconcentratie in de lidstaten, en onverwijld het regelgevingskader aan te vullen met een voorstel voor een richtlijn over dezelfde kwesties met gebruikmaking van de rechtsgrond die in de Verdragen duidelijk voorhanden is,

1.  betreurt de door de Italiaanse overheid uitgeoefende druk op en aangespannen rechtszaken tegen Italiaanse en Europese kranten, steunt de oproep van de OVSE-vertegenwoordiger aan het adres van de Italiaanse overheid om deze stappen onmiddellijk te staken en beschouwt elke inmenging in de vrijheid van informatie die tot doel heeft de publieke televisieomroep te manipuleren, als ongepast;

2.  acht het noodzakelijk te wijzen op de anomalie die wordt gevormd door de uitzonderlijke belangenverstrengeling van politieke macht, economische en mediamacht en de concentratie van controle, direct of indirect, over publieke en particuliere media en benadrukt dat in alle lidstaten gewaarborgd moet worden dat publieke exploitanten onafhankelijk zijn en niet blootstaan aan inmenging;

3.  is van mening dat de vrijheid om informatie te ontvangen of te verstrekken zonder inmenging van enig openbaar gezag een grondbeginsel is waarop de Europese Unie is gegrondvest en een fundamenteel onderdeel vormt van de democratie, evenals de pluriformiteit van de media, die beide zijn verankerd in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten, en herhaalt dat - indien lidstaten niet de nodige maatregelen treffen - de Unie de politieke en wettelijke plicht heeft - op de gebieden waarop zij bevoegd is - te waarborgen dat de rechten van haar burgers worden geëerbiedigd;

4.  verklaart dat het wetgevingskader van de EU inzake pluriformiteit en mediaconcentratie nog steeds ontoereikend is en dat de Commissie derhalve eindelijk dringend gebruik moet maken van haar bevoegdheden op het gebied van de interne markt, het audiovisueel beleid, mededinging, telecommunicatie, overheidssubsidies, openbaredienstenverplichtingen en grondrechten van de burgers om de essentiële minimumvoorwaarden vast te leggen waaraan alle lidstaten moeten voldoen, willen zij in staat zijn de vrijheid van informatie en een behoorlijk niveau van pluriformiteit van de media te waarborgen en te bevorderen;

5.  betreurt in deze context het gebrek aan politieke wil van de lidstaten en de dadeloosheid van de Commissie, die toch de politieke motor van de Unie is, en dringt er bij de Commissie op aan nu onverwijld met een voorstel voor een richtlijn over pluriformiteit en concentratie van de media te komen, zoals reeds herhaaldelijk door het Europees Parlement is gevraagd en door de Commissie zelf is aangekondigd;

6.  dringt er bij de Commissie op aan de geplande mededeling over pluriformiteit van de media onverwijld te publiceren, is verbaasd dat deze mededeling door de Commissie niet tijdens het plenaire debat is genoemd, en bekrachtigd zijn bereidheid om in actie te komen door middel van een initiatiefverslag over pluriformiteit en concentratie zodra het deze mededeling heeft ontvangen;

7.  verzoekt zijn bevoegde commissies de kwestie nader te onderzoeken en aan de plenaire vergadering verslag uit te brengen over de vrijheid van informatie en concentratie en pluriformiteit van de media;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Raad van Europa en de regeringen en nationale parlementen van de lidstaten.