Procedure : 2009/2697(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B7-0098/2009

Ingediende teksten :

B7-0098/2009

Debatten :

PV 21/10/2009 - 9
CRE 21/10/2009 - 9

Stemmingen :

PV 22/10/2009 - 8.9

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0058

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 185kWORD 105k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0095/2009
19.10.2009
PE428.706v01-00
 
B7-0098/2009

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement


over de ophanden zijnde topontmoeting EU-VS en de Trans-Atlantische Economische Raad


Adrian Severin, Hannes Swoboda namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de ophanden zijnde topontmoeting EU-VS en de Trans-Atlantische Economische Raad  
B7‑0098/2009

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de trans-Atlantische betrekkingen, met name die van 1 juni 2006 over de verbetering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten in het kader van een trans-Atlantische partnerschapsovereenkomst en over de trans-Atlantische economische betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van 25 april 2007, van 5 juni 2008 over de Top EU-VS, en van 26 maart 2009 over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen na de VS-verkiezingen,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 24 maart 2009 over non-proliferatie en de toekomst van het non-proliferatieverdrag over kernwapens (NPT),

   onder verwijzing naar zijn resolutie van 17 september 2009 over de voorgenomen internationale overeenkomst inzake het beschikbaar stellen van gegevens over het betalingsverkeer aan het Ministerie van Financiën van de Verenigde Staten voor de preventie en bestrijding van terrorisme en van de financiering ervan,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 oktober 2009 over de op 24 en 25 september 2009 in Pittsburgh gehouden G-20-top,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het trans-Atlantisch partnerschap berust op de fundamentele gemeenschappelijke waarden als democratie, de mensenrechten, de rechtsstaat en multilateralisme en op gemeenschappelijke doelstellingen als open en geïntegreerde economieën en duurzame ontwikkeling en de hoeksteen vormt van veiligheid en stabiliteit in het Euro-Atlantisch gebied,

B.  overwegende dat de Europese Unie ingenomen is met de nieuwe koers die de Amerikaanse regering is ingeslagen, en die gebaseerd is op bereidheid tot samenwerking op internationaal vlak en het aanhalen van de banden tussen de EU en de VS,

C. overwegende dat de Europese Unie een steeds grotere rol zal spelen op het wereldtoneel en dat zodra het Verdrag van Lissabon met de instrumenten voor het buitenlands beleid van kracht wordt de EU een krachtiger en meer samenhangende rol kan spelen op het internationale toneel,

D. overwegende dat recente enquêtes, zoals de Transatlantic Trends 2009 van de Duitse Marshall Funds, aantonen dat de steun van de EU-burgers voor de Amerikaanse regering groter is dan ooit en als basis kan dienen voor een nieuw elan in de betrekkingen tussen de EU en de VS,

E.  overwegende dat de EU en de US een sleutelrol in de wereldpolitiek en de wereldeconomie spelen, en beide verantwoordelijk zijn voor het aanpakken van de onevenwichtigheden in de wereld waarin de crisis haar oorsprong vindt, en van de diverse mondiale uitdagingen. zoals de financiële crisis, de werkloosheid, klimaatverandering, energieveiligheid, de uitbanning van armoede en het bereiken van andere millenniumdoelstellingen, het bestrijden van terrorisme en de verspreiding van kernwapens,

F.  overwegende dat het in een globale, ingewikkelde en veranderende wereld in het belang van beide partijen, EU en USA, is om samen het hoofd te bieden aan dreigingen en problemen, op basis van internationale wetgeving en multilaterale instellingen, met name het VN-stelsel, en andere partners uit te nodigen hierin mee te werken,

G. overwegende dat het werk van de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) dient te worden voortgezet in de richting van een werkelijk geïntegreerde trans-Atlantische markt, als middel om de EU-doelstellingen van economische groei, duurzame ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid te bereiken,

H. overwegende dat de EU en de VS te maken zullen krijgen met een toenemend wereldwijd energieverbruik en dat het nodig is om de in Kopenhagen ter bestrijding van de klimaatverandering vast te stellen wereldwijde verplichtingen ten uitvoer te leggen, waarvoor onze economieën grote veranderingen dienen te ondergaan;

I.   overwegende dat de financiële en economische crisis binnen korte tijd heeft geleid tot een crisis op de arbeidsmarkt met ernstige maatschappelijke consequenties, en dat de trans-Atlantische partners een gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor het aanpakken van de sociale dimensie van de economische crisis,

J.   overwegende dat de EU en de VS zich sterk dienen te maken voor de aanpak van de stijgende werkloosheid en van de spanningen die voortvloeien uit de sociale uitsluiting waarmee zij te maken zullen krijgen,

Topontmoeting EU-VS

1.  dringt er bij beide partners op aan het multilateralisme efficiënt gestalte te geven en daarbij de opkomende machten te betrekken in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor de wereldorde, de eerbiediging van het internationaal recht en voor gemeenschappelijke problemen; dringt er voorts bij EU en VS op aan hun inspanningen voor het voltooien van de hervormingsagenda van de VN op te voeren, zoals de hervorming van Veiligheidsraad en andere multilaterale fora binnen de mondiale ordening;

2.  dringt er bij beide partijen op aan de eerbiediging van de mensenrechten in de wereld als kernelement van hun beleid te bevorderen; beklemtoont de noodzaak van intensieve coördinatie bij preventieve diplomatie en crisisbeheersing; doet een beroep op de Amerikaanse regering tot toetreding tot en ratificatie van het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof; dringt andermaal met klem aan op afschaffing van de doodstraf;

3.  beklemtoont dat beide partners zich moeten blijven inzetten voor een vreedzame en rechtvaardige oplossing van het conflict in het Midden-Oosten en is ingenomen met het feit dat de Amerikaanse regering dit probleem als één van de belangrijkste prioriteiten beschouwt; verzoekt de Amerikaanse regering hierbij nauw samen te werken met de EU en het "Kwartet" te ondersteunen; beklemtoont dat beide partners moeten streven naar intensivering van de onderhandelingen die gebaseerd zijn op de routekaart en de eerdere overeenkomst, en moeten leiden tot een tweestatenoplossing met een onafhankelijke en levensvatbare Palestijnse staat; doet een beroep op de trans-Atlantische partners pogingen om te komen tot een inter-Palestijnse verzoening te ondersteunen en wijst op het belang van verbetering van de leefomstandigheden van de Palestijnen zowel op de Westelijke Jordaanoever als in de Gazastrook, en van de wederopbouw van Gaza;

4.  is van mening dat de op uitnodiging van president Obama gehouden eerste ontmoeting op 23 september 2009 tussen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en de Palestijnse leider Mahmoud Abbas de ambitieuze verwachtingen niet heeft ingelost; heeft kritiek op het feit dat nog geen overeenkomst is bereikt over de kwestie van de bouw van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem;

5.  is van mening dat de ondersteuning door de mensenrechtencommissie van de VN van de aanbeveling in de verslagen van de speciale onderzoeksmissie naar Gaza die werd geleid door rechter Goldstone en de Hoge Commissaris voor de mensenrechten, een belangrijke stap is naar een betere eerbiediging van het internationale humanitaire recht door alle betrokken partijen en het vinden van een rechtvaardige oplossing voor het conflict;

6.  beklemtoont dat de veiligheid en de geloofwaardigheid van de trans-Atlantische gemeenschap in Afghanistan op het spel staan; dringt er bij de EU, de VS de NAVO en de VN op aan een nieuw gemeenschappelijk strategisch concept te ontwikkelen dat alle componenten van het internationale engagement omvat, en waarbij voorrang wordt gegeven aan ontwikkeling en bestrijding van armoede en waaraan alle buurlanden verzocht worden hun steun te verlenen, ten einde tot stabiliteit in de regio te komen;

7.  dringt er bij de EU en de VS op aan te komen tot een gemeenschappelijke strategie ten aanzien van Pakistan, die gericht is op versterking van de democratische instellingen, de rechtsstaat en het vermogen van het land terrorisme te bestrijden en de betrokkenheid van Pakistan bij de stabiliteit in de regio te vergroten;

8.  dringt er bij de partners op aan via gecoördineerde inspanningen te blijven samenwerken met de Iraakse regering en de VN om stabiliteit en nationale verzoening te bereiken en bij te dragen aan de eenheid en onafhankelijkheid van Irak;

9.  verzoekt beide partners een triloog met Latijns-Amerika, een regio die de opvattingen over democratie, mensenrechten en het beginsel van multilateralisme deelt, te bevorderen;

Defensie, wapenbeheersing, verspreiding van kernwapen en veiligheid

10. is ingenomen met de nieuwe dynamiek in het proces naar een kernwapenvrije wereld, die tot uitdrukking kwam in de gezamenlijke verklaring van de presidenten Obama en Medvedev in Londen op 1 april 2009 en in de toespraak van president Obama in Praag op 5 april 2009; is van mening dat het ontwapeningsproces en de tenuitvoerlegging van de non-proliferatiebeginselen en -praktijken, die in een multilateraal kader opnieuw dienen te worden aangepakt, de enige manier is om de tendens tot verspreiding van massavernietigingswapens te keren;

11. is in dit verband ingenomen met de beslissing van de Russische Federatie en de VS om onderhandelingen aan te knopen over een nieuw uitgebreid en juridisch bindend akkoord ter vervanging van het verdrag over de vermindering van strategische bewapening (START) dat in december 2009 afloopt, en de ondertekening van het gemeenschappelijk akkoord over een vervolg op het START-1-verdrag door president Barack Obama en president Dmitri Medvedev in Moskou op 6 juli 2009;

12. steunt het conceptdocument dat de VS op 16 september 2009 aan de Raad hebben aangeboden als onderdeel van de strategie van de Amerikaanse regering inzake niet-verspreiding en ontwapening en is verheugt over de aankondiging van president Obama dat hij in april 2010 in Washington een topconferentie wil houden over de nucleaire veiligheid in de wereld;

13. is verheugd over de resolutie van de Veiligheidsraad van 24 september 2009 over niet-verspreiding (resolutie 1887), om te komen tot een veiliger wereld voor iedereen en de voorwaarden te scheppen voor een wereld zonder kernwapens, in overeenstemming met de doeleinden van het non-proliferatieverdrag (NPT), en wel zodanig dat de internationale stabiliteit wordt bevorderd en gebaseerd zal zijn op het beginsel van een absolute veiligheid voor allen;

14. is van mening dat vernieuwing van de trans-Atlantische samenwerking vooral kan plaatsvinden op het punt van de niet-verspreiding van kernwapens; dringt er dan ook bij de EU en de VS op aan in alle internationale fora een gemeenschappelijke strategie te volgen, met name in de VN, inzake het terugdringen van massavernietigingswapens en conventionele bewapening; verwelkomt de aankondiging door de president van de VS dat hij de ratificatie van het alomvattende kernstopverdrag (CTBT) zal bespoedigen; dringt er bij de Raad op aan op positieve en proactieve wijze bij te dragen aan de voorbereiding van de volgende conferentie over de herziening van het non-proliferatieverdrag (NPT) in 2010, in nauwe samenwerking met de VS en Rusland;

15. dringt er bij de ontwapeningsconferentie op aan zo spoedig mogelijk een verdrag te sluiten voor een verbod op de productie van splijtmateriaal voor kernwapens of andere apparaten met kernladingen;

16. onderstreept dat het Iraanse nucleaire programma het systeem voor non-proliferatie en stabiliteit in de regio en in de wereld in gevaar brengt; is ingenomen met de rechtstreekse dialoog die president Obama heeft ingesteld en steunt het doel, dat door beide partners wordt nagestreefd, om door onderhandelingen een oplossing te vinden met Iran, in samenwerking met andere leden van de Veiligheidsraad en het Internationale Agentschap voor Atoomenergie;

17. ondersteunt de onderhandelingen die op 1 oktober 2009 in Genève zijn begonnen en waarbij Iran instemde met het openstellen voor internationale inspectie van de pas ontdekte fabriek voor de verrijking van uranium in Qom;

18. is bezorgd over de recente kernproeven van de Democratische Volksrepubliek Korea en de afwijzing door dit land van resolutie 1887 van de VN; steunt niettemin de door de VS gehanteerde aanpak van een bilaterale dialoog, in het kader van de zespartijenbesprekingen om tot het atoomvrij maken van het Koreaanse schiereiland te komen;

19. is ingenomen met het Amerikaanse besluit de regionale plannen voor een raketschild in Europa uit te stellen en dringt aan op nieuwe mondiale veiligheidsregelingen waarbij de EU, de VS, Rusland en China betrokken worden;

20. onderstreept het belang van de NAVO als hoeksteen van trans-Atlantische veiligheid; is ingenomen met het besluit van de Europese Raad van december 2008 ter versterking van het strategisch partnerschap tussen de EU en de NATO en doet een beroep op beide partners de oprichting van een EU-NATO-groep op hoog niveau te bespoedigen, ter versterking van de samenwerking tussen beide organisaties; pleit voor een actieve rol van de EU in het strategisch herzieningsproces van de NATO en stelt voor overleg te plegen over de waarde van een Euro-Atlantische veiligheidsstrategie waarin gemeenschappelijke zorgen en belangen op het gebied van de veiligheid worden gedefinieerd;

21. beklemtoont dat het veiligheidsaspect van de EU-betrekkingen met Rusland en de VS en de rol van het GBVB en het EVDB niet los kunnen worden gezien van de Europese veiligheidsstructuur in ruimere zin, met inbegrip van NAVO en OVSE en internationale overeenkomsten als de ABM- en CFE-verdragen; is van mening dat relevante ontwikkelingen in deze bredere veiligheidsstructuur in samenspraak met Rusland, de Verenigde Staten en de OVSE-lidstaten buiten de EU moeten worden behandeld, ten einde de trans-Atlantische consensus over veiligheid te vernieuwen, met als basis de overeenkomsten van Helsinki of een aangepaste versie daarvan, waarover in een nieuwe conferentie over veiligheid en samenwerking in Europa moet worden onderhandeld;

22. dringt er bij de Amerikaanse regering op aan in het Congres de afschaffing of tenminste de vermindering te verdedigen van protectionistische "buy America"-bepalingen in de Amerikaanse aanbestedingswetgeving voor defensiemateriaal, zodat op dit punt eerlijke concurrentieverhoudingen in de trans-Atlantische handel ontstaan;

Financiële crisis, stabiliteit en het bankwezen

23. wijst erop dat de gevaren van een kredietcrisis nog niet voorbij zijn; beklemtoont in dit opzicht dat een gecoördineerd macro-economisch beleid en samenwerking tussen de monetaire autoriteiten van vitaal belang zijn voor het bereiken van een duurzaam wereldwijd economisch herstel, voldoende werkgelegenheid en groei; is ingenomen met de G20-conclusies als een praktisch fundament voor verdere Europees-Amerikaanse samenwerking en hoopt op een gecoördineerde aanpak voor het bereiken van financiële stabiliteit en hervorming van het mondiale financiële systeem;

24. dringt aan op een gezamenlijke aanpak van het Amerikaanse hervormingspakket voor de financiële sector (voorgesteld op 17 juni 2009) en de EU-hervorming van de structuur voor financieel toezicht, zodat in de toekomst een falen van de mondiale financiële markten en de actoren daarin wordt voorkomen; dringt aan op een spoedige tenuitvoerlegging van deze hervormingspakketten; stemt in dit verband in met de opneming in de Financiële Stabiliteitsraad FSB) van de belangrijkste opkomende industrielanden;

25. is van mening dat versterking van de samenwerking tussen wetgevende, regelgevende en toezichthoudende autoriteiten in de VS en de EU van cruciaal belang is, met name in verband met de tekortkomingen die tijdens de financiële crisis aan het licht zijn gekomen;

26. dringt er bij de VS op aan bij invoering van het Bazel-II-kader, rekening te houden met de komende wijzigingen in de Europese richtlijnen voor kapitaaleisen voor kredietinstellingen en investeringsondernemingen, hetgeen van het grootste belang is voor het behoud van eerlijke concurrentieverhoudingen in de wereld;

27. steunt de oproep van de G20 om de harmonisatie van normen voor jaarrekeningen te bespoedigen; dringt er bij de FSAB en de IASB op aan tot een enkele reeks algemeen geldende boekhoudkundige normen van hoge kwaliteit te komen binnen de context van hun onafhankelijke proces voor het vaststellen van normen en hun harmonisatieproject vóór juni 2011 te voltooien;

28. dringt er bij de VS op aan zich te houden aan hun routekaart om VS-gebruikers te verplichten de IFRS toe te passen; herinnert aan zijn verzoek dat de SEC, totdat het besluit is genomen dat VS-gebruikers IFRS dienen toe te passen, IFRS, zoals aanvaard door de Europese Unie, als gelijkwaardig met de US GAAP erkent;

29. beklemtoont dat de IASB zijn bestuurshervormingen dient voort te zetten om te zorgen voor een eerlijke vertegenwoordiging van deelnemers die van beursgenoteerde ondernemingen de toepassing van IFRS eisen en betrokken zijn bij de vaststelling van internationale boekhoudkundige normen en als beheerders bij het toezicht op de IASB;

30. verwacht dat de EU het Amerikaanse stelsel voor controle op het verzekeringswezen als gelijkwaardig kan erkennen overeenkomstig de in de Solvency II richtlijn bedoelde voorwaarden; is van mening dat het initiatief tot oprichting van een bureau voor nationale verzekeringen de samenwerking en de gegevensuitwisseling tussen de EU en de VS ten goede zou komen;

Vergadering van de Trans-Atlantische Economische Raad en versterking van de TEC

31. onderstreept de noodzaak dat de Trans-Atlantische Economische Raad (TEC) wordt gehandhaafd , zich verder ontwikkelt en versterkt wordt; is van mening dat een stappenplan moet worden opgesteld dat aangeeft hoe de langetermijnafspraken voor de trans-Atlantische markt op het punt van de sociale markteconomie in 2015 kunnen zijn verwezenlijkt;

32. verzoekt de Commissie er zorg voor te dragen dat de resultaten van studies over de verwezenlijking van de trans-Atlantische markt met de desbetreffende parlementaire commissies worden besproken alvorens eventuele specifieke conclusies worden getrokken voor de toekomst;

33. acht de informatiemaatschappij een cruciale pijler van de trans-Atlantische economische ruimte die is gebaseerd op toegang tot kennis en op de bescherming van digitale content middels een rigoureus en doeltreffend systeem van bescherming van het auteursrecht en naburige rechten, en is verder van mening dat een dergelijke bescherming innovatie moet bevorderen;

34. is van oordeel dat verbeterde samenwerking op gebieden als investeringen, boekhoudstandaarden, regelgevingskwesties, de veiligheid van geïmporteerde producten en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (IPR) al tot aanzienlijke vooruitgang heeft geleid en dat een en ander moet worden besproken;

35. verzoekt de EU en de VS nauwer samen te werken op het gebied van onderwijs, opleiding en cultuur en de uitwisselingen van studenten, docenten en kunstenaars te blijven ondersteunen en bevorderen met het oog op de wederzijdse economische, academische en culturele voordelen die uit deze samenwerking voortvloeien;

36. dringt er bij de Commissie op aan haar pogingen voort te zetten die ervoor moeten zorgen dat de VS-wetgeving die voorschrijft dat 100% van de goederen die het land binnenkomen gescand wordt ofwel door de Amerikaanse regering gewijzigd wordt ofwel zodanig wordt uitgevoerd dat geen nieuwe handelsbelemmeringen worden opgeworpen die aanzienlijke kosten veroorzaken voor de economische actoren, zonder enige voordelen te bieden in de zin van een beveiliging van de verzorgingsketen; is van oordeel dat het nuttig zou zijn als de TEC in Brussel en Washington studiebijeenkomsten organiseert over het punt van de scanning van 100% om tot meer begrip tussen de wetgevers van EU en VS te komen en een spoedige en voor beide zijden aanvaardbare oplossing van dit probleem te bevorderen;

37. verzoekt daarom de leiding van de EU en de VS alsmede de covoorzitters van de TEC opnieuw, rekening te houden met de cruciale betekenis van de wetgevers voor het succes van het proces op lange termijn, en dringt er bij hen op aan de vertegenwoordigers van de trans-Atlantische wetgeversdialoog (TLD) volledig en rechtstreeks te betrekken bij de werkzaamheden van de TEC;

38. gelooft dat het, gezien de uiterst technische aard van de vraagstukken waarover de TEC zich buigt, van essentieel belang is dat de hiervoor meest geschikte leden van het Congres en van het Europees Parlement aan de discussie deelnemen;

39. is verheugd dat de TEC advies krijgt van een kring van belanghebbenden, onder wie vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, en dringt aan op een vergelijkbare rol voor vertegenwoordigers van de vakbewegingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, zodat de sociale dimensie volledig bij de zaken wordt betrokken; dringt erop aan dat de leiding van de trans-Atlantische werknemersdialoog (TALD) en de toekomstige trans-Atlantische energiedialoog in de adviesgroep wordt opgenomen; is echter van mening dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de raadgevende en de wetgevende rol van het Amerikaanse Congres en het Europees Parlement;

40. meent dat de trans-Atlantische economische samenwerking controleerbaarder, transparanter en voorspelbaarder moet worden en dat vergaderroosters, agenda's, routekaarten en voortgangsverslagen op een website moeten worden gepubliceerd;

Vervoerskwesties

41. doet een beroep op de Senaat en de regering van de VS de volledige en daadwerkelijke uitvoering toe te staan van een luchtvaartovereenkomst tussen de EU en de VS van de eerste fase en van de overeenkomst inzake de veiligheid in de luchtvaart tussen de EU en de VS, en toe te werken naar een luchtvaartovereenkomst van de tweede fase teneinde de samenwerking in de luchtvaartbetrekkingen tussen de EU en de VS verder te ontwikkelen;

42. dringt er bij de Senaat en de regering van de VS op aan geen maatregelen te nemen die met deze doelstellingen in strijd zijn, zoals die betreffende buitenlandse reparatiesteunpunten, antitrustuitzonderingen en de nationaliteit van luchtvervoerders, zoals vermeld in House Resolution 915;

43. vraagt de autoriteiten van de VS en de Commissie om een verdere intensivering van hun onderhandelingen voor het vinden van evenwichtige oplossingen voor onder meer de behoeften in verband met de veiligheid van het luchtverkeer en de gegevensbescherming op het gebied van de registratie van passagiersnamen (PNR), voor de herziening van de veiligheidscontroles op luchthavens en voor krachtiger maatregelen om in de onderhandelingen van Kopenhagen en de ICAO-overeenkomsten acties op te nemen ter beperking van de gevolgen voor het klimaat van de trans-Atlantische en internationale luchtvaart;

44. herinnert de Commissie en de autoriteiten van de VS eraan dat een mislukking van de sluiting van een overeenkomst van de tweede fase ertoe zou kunnen leiden dat sommige lidstaten overgaan tot opzegging van de eerstefaseovereenkomst, wat de belangen van zowel de luchtvervoerders uit de EU als uit de VS zou schaden;

Handhaving van wetten ter bescherming van de consument, douanezaken en markttoezicht

45. wenst dat de Commissie en de Raad gezamenlijke acties bevorderen met de autoriteiten van de VS, met name de Commissie veiligheid consumentenproducten van de VS, en ook andere partners om ervoor te zorgen dat China en andere derde landen hun productienormen – vooral voor speelgoed - zodanig verhogen dat zij aan de veiligheidseisen van de EU en de VS voldoen;

46. vraagt de Commissie sterkere en doeltreffender mechanismen voor een grensoverschrijdende samenwerking op handhavingsgebied te ontwikkelen, met als doel het “RAPEX”-alarmsysteem van de EU voor consumentenproducten die een ernstig risico inhouden voor de consument te koppelen aan het alarmsysteem van de Commissie veiligheid consumentenproducten van de VS, en het integreren van de activiteiten van het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming (CPC-network) met die van de autoriteiten van de VS;

47. stelt voor dat de TEC een bindend samenwerkingsinstrument sanctioneert dat het delen van gegevens over productveiligheid en de opstelling van een gezamenlijk programma van samenwerkingsmaatregelen zou vergemakkelijken;

48. betuigt zijn steun aan het initiatief van de Commissie tot intensivering van de internationale samenwerking door gebruikmaking van de rechtsgrondslag van de CPC-verordening voor het aangaan van een internationale samenwerkingsovereenkomst met de handhavingsautoriteiten van de VS en door het verspreiden en delen van optimale praktijken;

49. vraagt de Commissie om bespoediging van haar werkzaamheden aan een reeds lang vertraagde bilaterale overeenkomst voor samenwerking op handhavingsgebied, waarbij haar handhavingswerkzaamheden (uitwisseling van informatie, onderzoek en het nemen van maatregelen) in het kader van de verordening betreffende samenwerking ter bescherming van de consument van de EU en van de US Safe Web Act worden uitgebreid tot de VS;

Wederzijdse erkenning en standaardisatie

50. verzoekt de Commissie te streven naar de officiële vaststelling van procedures voor de onderlinge erkenning van conformiteitsverklaringen voor producten die verplicht door derden moeten worden getest, met name ICT- en elektrische apparatuur; vraagt de Commissie onverkort vast te houden aan de wederzijdse erkenning van wettelijk vastgestelde maateenheden, met name aanvaarding in de VS van EU-producten met etiketten die uitsluitend metrische maat- of gewichtseenheden vermelden;

51. doet een beroep op de Commissie met de autoriteiten van de VS over standaardisatievraagstukken te overleggen teneinde het beleid ter beïnvloeding van de werkzaamheden van internationale standaardisatieorganen te coördineren;

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

52. meent dat maatschappelijk verantwoord ondernemen kan worden beschouwd als een ondernemingsmodel voor zelfregulering met het oog op de impact van bedrijfsactiviteiten als het gaat om de integratie van sociale en milieuoverwegingen in de activiteiten van het bedrijf en de interacties met belanghebbenden; veronderstelt dat de uitwisseling van beste praktijken op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen tussen de VS en de EU een aanzienlijk effect zal hebben op de houding van bedrijven ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen en op hun positieve betrokkenheid bij sociale en milieutechnische vraagstukken;

53. meent dat de samenwerking op het gebied van regelgeving rekening moet houden met de versterking van de EU-wetgeving in de richtlijn kapitaalvereisten, met name het beloningsbeleid in de sector van de financiële diensten;

Landbouwvraagstukken en Doha

54. wijst erop hoe belangrijk het is dat in het kader van de wereldhandelsonderhandelingen van Doha op landbouwgebied een evenwichtige overeenkomst tot stand komt, waaronder maatregelen ter voorkoming van verdere sterke schommelingen van de prijzen van landbouwproducten en van voedseltekorten; verbindt zich ertoe volledig rekening te houden met hetgeen voor een geslaagde ronde handelsonderhandelingen vereist is; wijst op de noodzaak volledig rekening te houden met de reeds bij de recente GLB-hervormingen aangebrachte aanpassingen en wenst dat soortgelijke aanpassingen worden aangebracht in de Farm Bill van de VS;

55. blijft streven naar zijn doel ervoor te zorgen dat voor de EU-burgers de hoogste productveiligheidsnormen gelden; schaart zich achter de besluiten van de Commissie ten aanzien van geïdentificeerde sporen van niet-goedgekeurde genetisch gemodificeerde producten, voornamelijk in maïs- en sojasoorten, totdat het de veiligheid van de respectieve producten voor de menselijke gezondheid en het milieu heeft vastgesteld; erkent dat de Europese Unie zeer strikte voorschriften voor genetisch gemodificeerde organismen kent;

56. herinnert aan de recente ontwikkelingen bij eerdere geschillen, zoals over rundvlees met hormonen, met chloor behandeld kippenvlees en het toelaten van bepaalde genetisch gemodificeerde producten; is ervan overtuigd dat problemen die van invloed zijn op de onderlinge handel in landbouwproducten door middel van voortdurend en vroegtijdig overleg kunnen worden aangepakt voordat zij aan geschilleninstanties in het kader van de WTO moeten worden voorgelegd;

Milieuvraagstukken en klimaatverandering

57. steunt de inspanningen van de VS op de VN-top over klimaatverandering van 22 september 2009 en de mogelijkheid om de subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen en is verheugd dat bij de ontwikkeling van de wetgeving van de VS verder wordt gegaan dan een beperking van de uitstoot van broeikasgassen; is echter bezorgd dat de Senaat niet voor volgend jaar de wetgeving goedkeurt; verzoekt de EU en de VS derhalve nauw met elkaar samen te werken om de Conferentie van Kopenhagen tot een succes te maken en alle relevante landen die broeikasgassen uitstoten aan doelstellingen op middellange en lange termijn te binden;

58. herinnert eraan dat de internationale overeenkomst dient te waarborgen dat er in de geïndustrialiseerde landen collectieve beperkingen van de emissies van broeikasgassen worden bereikt die in 2020 vergeleken bij 1990 bij de hogere waarden van het traject van 25-40% liggen, zoals is aanbevolen in het vierde evaluatieverslag van het Internationale panel inzake klimaatverandering (IPCC 4AR), en dat deze beperkingen in de Unie moeten worden verwezenlijkt; herinnert eraan dat er voor de EU en de overige geïndustrialiseerde landen een langetermijndoelstelling van tenminste 80% in 2050 ten opzichte van 1990 moet worden vastgesteld;

59. onderschrijft in beginsel het idee om naar het voorbeeld van de TEC een trans-Atlantische Energieraad voor trans-Atlantische samenwerking op het gebied van energiewetgeving, energie-efficiëntie en energiezekerheid in het leven te roepen; spreekt de hoop uit dat een en ander meer succes heeft dan de trans-Atlantische milieudialoog van 2000;

60. onderstreept het belang van een actieve en voortdurende dialoog tussen de EU en de VS in het licht van de herziening van de huidige EU-wetgeving inzake nieuwe voedingsproducten en het gebruik van nieuwe technieken bij de voedselproductie;

61. wijst met nadruk op de mogelijke gevolgen van nieuwe technieken zoals nanomaterialen voor de gezondheid en het milieu, aangezien de wetenschappelijke eigenschappen ervan tot dusverre onbekend zijn; benadrukt dan ook dat het van belang is de eventuele ongerustheid van de buitenwacht en de consument te erkennen als het gaat om het gebruik van nieuwe technieken zoals het klonen in de veeteelt en om het dierenwelzijn;

62. is verheugd over het feit dat de regering van de VS heeft erkend dat haar Wet inzake het beheersen van giftige stoffen (TSCA) in de nabije toekomst moet worden herzien om de menselijke gezondheid en het milieu doeltreffend tegen chemische stoffen te beschermen;

63. verzoekt de desbetreffende instanties in de EU en in de VS samen te werken en in de VS een regelgevingssysteem op te zetten dat een beschermingsniveau biedt dat vergelijkbaar is met REACH;

Justitiële en politiële samenwerking, visa

64. spreekt de hoop uit dat de op 28 oktober 2009 in Washington geplande ministersvergadering EU-VS een gezamenlijke verklaring over samenwerking op politiële en justitiële samenwerking aanneemt, met name over cyberveiligheid;

65. verklaart zich bereid de internationale samenwerking op het gebied van cyberveiligheid te verbeteren; verzoekt de VS verdere wetgeving aan te nemen die kan leiden tot de totstandbrenging van een reeks internationale overeenkomsten en samenwerking op het gebied van wetshandhaving ten einde cyberaanvallen te stoppen en cybermisdaad te voorkomen; is gereed voor de ontwikkeling van internationale instrumenten en passende waarborgen voor de bescherming van de privacy, de vrijheid van meningsuiting en commerciële transacties;

66. bevestigt nogmaals dat het terrorisme vastberaden wil bestrijden en er vast van overtuigd is dat er een juist evenwicht moet worden gevonden tussen veiligheidsmaatregelen en bescherming van burgerlijke vrijheden en grondrechten, en dat het recht op privacy en gegevensbescherming optimaal moet worden geëerbiedigd; bevestigt andermaal dat noodzaak en evenredigheid grondbeginselen zijn zonder dewelke terrorismebestrijding nooit doeltreffend zal zijn;

67. meent dat een gezond wettelijk en politiek kader nodig is voor een intensieve samenwerking tussen de EU en de VS in zaken op het terrein van justitie, vrijheid en veiligheid en dat een sterker partnerschap met betrokkenheid van de parlementaire en democratische dimensie essentieel is voor de aanpak van gemeenschappelijke uitdagingen als de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad, zonder aantasting van de grondrechten en de regels van de rechtsstaat, justitiële samenwerking in strafzaken en politiesamenwerking, het migratiebeheer en de bescherming van het recht asiel aan te vragen alsmede de bevordering van een visumvrij verkeer van alle bona fide burgers tussen de twee gebieden;

68. wijst er in dit verband opnieuw op dat de Europese Unie stoelt op de beginselen van de rechtsstaat en dat elke overdracht van Europese persoonsgegevens aan derde landen om veiligheidsredenen gepaard moet gaan met procedurele waarborgen en recht op verdediging en in overeenstemming moet zijn met de gegevensbeschermingswetgeving op nationaal en Europees niveau;

69. herinnert eraan dat in artikel 4 van het trans-Atlantische kader van de overeenkomst tussen de EU en de VS inzake rechtshulp, die op 1 januari 2010 in werking zal treden, wordt bepaald dat op een via nationale overheidsinstanties ingediend verzoek toegang kan worden verkregen tot bepaalde financiële gegevens en dat dit een betere rechtsgrondslag zou kunnen zijn voor de overdracht van SWIFT-gegevens dan de voorgestelde interimovereenkomst;

70. constateert dat over een interimovereenkomst voor de overdracht van dergelijke gegevens tussen de EU en de VS wordt onderhandeld, dat deze moet gelden voor een overgangsperiode en na uiterlijk 12 maanden afloopt en dat bij een nieuwe overeenkomst waarover, onverminderd de procedure die uit hoofde van het Verdrag van Lissabon gevolgd moet worden, onderhandeld zal worden het Europees Parlement en de nationale parlementen volledig moeten worden betrokken en dat daarbij voldaan moet zijn aan de voorwaarden in paragraaf 3 van zijn resolutie van 17 september 2009;

71. is ingenomen met de recente uitbreiding van het programma voor visumontheffing tot nog eens zeven EU-lidstaten; roept de VS niettemin op de visumregeling voor de resterende lidstaten af te schaffen en alle EU-burgers gelijk te behandelen, op grond van volledige wederkerigheid; is bezorgd over de geplande invoering van administratiekosten voor de verlening van de ESTA-vergunning aan EU-burgers en verzoekt de Commissie dit als prioritaire kwestie bij de regering van de VS aan de orde te stellen;

Ontwikkeling en millenniumdoelstellingen

72. is verheugd dat opnieuw is toegezegd naar het halen van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te streven en de beloften over het verlenen van officiële ontwikkelingshulp na te komen; doet een beroep op beide partners hun belofte na te komen om 0,7% van hun BNP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden;

73. spreekt zijn waardering uit voor de toezegging een omvangrijke en evenwichtige Ontwikkelingsronde van Doha af te sluiten en voor de door de G-20-top vastgestelde termijn van 2010; verzoekt de leiders het uiteindelijke ontwikkelingsdoel van deze ronde niet uit het oog te verliezen als zij eind november in Genève bijeen- komen voor de WTO-ministersconferentie;

Institutioneel kader

74. onderstreept dat de huidige dynamiek ook moet worden aangegrepen voor de verbetering en hernieuwing van de trans-Atlantische betrekkingen; acht het noodzakelijk de bestaande nieuwe trans-Atlantische agenda (NTA) van 1995 te vervangen door een nieuwe trans-Atlantische partnerschapovereenkomst; acht het met het oog op de vaststelling van de nieuwe overeenkomst gepast te starten wanneer het nieuwe Verdrag van Lissabon van kracht wordt, zodat voltooiing vóór 2012 mogelijk is;

75. is van mening dat de trans-Atlantische wetgeversdialoog (TLD) tussen het Europees Parlement en het Congres van de VS al een aanzienlijke bijdrage heeft geleverd aan het wederzijds begrip in verband met een groot aantal zaken die beide partners aangaan, waaronder punten in verband met de economische betrekkingen en de internationale handel;

76. is van oordeel dat dit onderwerpen van wezenlijk belang zijn en dat de nationale parlementsleden hiervan op gezette tijden op de hoogte moeten worden gehouden; verzoekt zijn Voorzitter ervoor te zorgen dat er daarvoor een mechanisme wordt ingesteld;

77. bevestigt dat de nieuwe overeenkomst de huidige TLD kan omvormen tot een trans-Atlantische interparlementaire assemblee, overeenkomstig de aanbevelingen die het Europees Parlement in zijn resolutie van 26.03.09 heeft geformuleerd;

78. spreekt de hoop uit dat de trans-Atlantische werknemersdialoog in de nabije toekomst een grotere rol zal spelen bij de discussie over de vraag hoe de beleidsmakers het best kunnen reageren op de uitdagingen van snel stijgende werkloosheid en structurele veranderingen als gevolg van de financiële crisis;

79. verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president en het Congres van de Verenigde Staten van Amerika.

Juridische mededeling - Privacybeleid