Ontwerpresolutie - B7-0163/2009Ontwerpresolutie
B7-0163/2009

ONTWERPRESOLUTIE over een politieke oplossing voor de piraterij voor de Somalische kust

23.11.2009

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

Geoffrey Van Orden, Paweł Robert Kowal, Charles Tannock, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Michał Tomasz Kamiński, Adam Bielan, Ryszard Antoni Legutko namens de ECR-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0158/2009

Procedure : 2009/2780(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0163/2009
Ingediende teksten :
B7-0163/2009
Aangenomen teksten :

B7‑0163/2009

resolutie van het Europees Parlement over een politieke oplossing voor de piraterij voor de Somalische kust

Het Europees Parlement,

–   onder verwijzing naar zijn vorige resoluties van onder meer 19 juni 2009 en 20 november 2008 over de situatie in Somalië,

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 23 oktober 2008 over piraterij op zee,

–    gezien de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 17 november 2009,

–    gezien de conclusies van de Raad over een geïntegreerd maritiem beleid van 16 november 2009,

–    gezien het Verdrag van de Verenigde Naties van 10 maart 1988 inzake de onderdrukking van illegale handelingen tegen de veiligheid van de zeescheepvaart,

–    gezien Resoluties 1814 (2008), 1816 (2008), 1844 (2008) en 1872 (2009) van de VN-Veiligheidsraad over Somalië,

–    gezien het vredesakkoord van Djibouti waarin de contouren van het federaal overgangshandvest worden aangegeven,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat piraterij een inbreuk vormt op nationaal en internationaal recht; dat dit verschijnsel de wereldhandel belemmert en leidt tot hoge economische kosten, met name voor scheepvaartmaatschappijen,

B.  overwegende dat de Europese Unie op 8 december 2008 is gestart met haar militaire operatie om piraterij en gewapende roofovervallen voor de kust van Somalië te voorkomen en te bestrijden en om bij te dragen aan de bescherming van de koopvaardijschepen, met name schepen van het Wereldvoedselprogramma die voedselhulp leveren aan ontheemden in Somalië,

C. overwegende dat de militaire operatie EUNAVFOR Somalië - operatie Atalanta werd gestart ter ondersteuning van de resoluties 1814 (2008), 1816 (2008), 1838 (2008) en 1846 (2008) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

D. overwegende dat de Raad op 17 november 2009 heeft besloten de operatie Atalanta na het aflopen van het huidige mandaat op 12 december 2009 met een jaar te verlengen en zijn goedkeuring heeft gehecht aan een crisisbeheersingsconcept met betrekking tot een eventuele EVDB-missie om bij te dragen aan de opleiding van 2000 man veiligheidstroepen van de federale overgangsregering (TFG) van Somalië,

E.  overwegende dat sinds oktober 2008 verschillende internationale maritieme operaties (bijv. de NAVO en troepen van verschillende landen) zijn uitgevoerd in een zeegebied dat gewoonlijk het zuiden van de Rode Zee, de Golf van Aden en een deel van de Indische Oceaan omvat, met inbegrip van de Seychellen,

F.  overwegende dat piraterij een lucratieve business is geworden waarbij enorme bedragen aan losgeld voor mensen worden gevraagd, en dat de moderne piraten gebruik maken van meer geperfectioneerde methoden, zeer goed bewapend zijn, een duidelijke strategie hebben alsook het vermogen om zich snel aan een nieuwe tactiek aan te passen,

G. overwegende dat piraterij in de kustwateren van Somalië en de andere landen van de Hoorn van Afrika een toenemende bedreiging vormt voor het menselijk leven en de veiligheid alsook voor de aanvoer van humanitaire hulpgoederen,

H. overwegende dat piraterij en gewapende roofovervallen het gevolg zijn van het voortduren van de conflicten en de politieke instabiliteit in Somalië,

I.   overwegende dat de strijd tegen piraterij niet alleen met militaire middelen kan worden gewonnen, maar ook afhangt van een succesvolle bevordering van vrede, ontwikkeling en natievorming in Somalië,

J.   overwegende dat het Wereldvoedselprogramma als gevolg van de piraterij de levering van voedselhulp aan Somalië moest opschorten, waardoor de reeds precaire humanitaire situatie nog werd verergerd,

K. overwegende dat Somalië sinds de omverwerping van het regime van Said Barre in 1991 geen goed functionerende regering meer heeft gehad en dat de politieke situatie sindsdien wordt gekenmerkt door anarchie, onderlinge gevechten tussen clans en banditisme, en dat het grondgebied van het voormalige Britse protectoraat Somaliland met zijn secessionistische regering de enige stabiele en democratische entiteit in Somalië is die echter door geen enkele buitenlandse staat wordt erkend,

L.  overwegende dat de internationale gemeenschap alleen de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Somalië erkent,

1.  spreekt zijn scherpe veroordeling uit over de piraterij en de gewapende roofovervallen, met name voor de kust van Somalië;

2.  dringt er bij de federale overgangsregering op aan de beginselen van het vredesakkoord van Djibouti in acht te nemen; benadrukt dat in sterkere mate moet worden gestreefd naar stabilisatie van het land en verdere dialoog en verzoening;

3.  wijst op de bijdrage van EU NAVFOR- Atalanta aan de maritieme veiligheid voor de kust van Somalië en merkt op dat de inzet van de schepen van de EU het aantal overvallen dit jaar heeft verminderd,

4.  dringt aan op meer coördinatie tussen de verschillende internationale zeestrijdkrachten - een totaal van 27 schepen uit 16 verschillende landen - die operaties ter bestrijding van de piraterij in de regio uitvoeren, met name die van de EU, de NAVO en de VS; benadrukt dat het ontbreken van doeltreffende coördinatie eerder kan leiden tot concurrentie dan tot samenwerking;

5.  is bijzonder bezorgd dat drie belangrijkste maritieme missies (EUNAVFOR, de door de VS geleide coalitie CTF-151, de NAVO) voor de kust van Somalië zonder behoorlijke coördinatie putten uit hetzelfde scala van maritieme middelen;

6.  benadrukt de noodzaak van nauwere samenwerking op alle niveaus om onnodige overlapping tussen de missies van de EU en de NAVO te voorkomen, aangezien beide organisaties in hetzelfde gebied opereren, dezelfde belangen hebben en grotendeels dezelfde Europese landen omvatten; benadrukt dat efficiëntie, harmonieuze samenwerking en een duidelijke afbakening van werkzaamheden en verantwoordelijkheden belangrijke voorwaarden voor de toekomst zijn;

7.  is bezorgd over voorstellen in het kader van het EVDB om troepen van de Somalische overgangsregering te trainen, gezien de tekortkomingen van vorige trainingsmissies van de EU, met name de EUPOL-missie in Afghanistan;

8.  benadrukt dat verdere straffeloosheid met betrekking tot piraterij haaks staat op afschrikking; dringt derhalve aan op onverwijlde en doeltreffende maatregelen om degenen die van piraterij worden verdacht te vervolgen en te straffen; stelt vast dat sommige EU-lidstaten over onvoldoende strafrechtelijke waarborgen tegen piraterij op volle zee beschikken;

9.  dringt bij alle staten aan op een vastbesloten en samenhangend beleid om geen losgeld te betalen;

10. onderstreept dat succesvolle bestrijding van piraterij alleen mogelijk is indien doeltreffende en goed gecoördineerde internationale actie wordt ondernomen, waaronder meer aandacht voor de onstabiele en vaak anarchistische politieke situatie op het vasteland die nog wordt verergerd door het gebrek aan economische ontwikkeling;

11. herinnert eraan dat de internationale gemeenschap en alle partijen in het huidige conflict verantwoordelijkheid dragen om burgers te beschermen, de verlening van de hulp mogelijk te maken en de humanitaire ruimte en de veiligheid van humanitaire werkers te eerbiedigen; wenst derhalve dat onverwijld de juiste voorwaarden worden gecreëerd voor een passend antwoord op de humanitaire ramp in Somalië;

12. roept de internationale gemeenschap en de EU in het bijzonder op om de verstrekking van humanitaire hulp aan binnenlandse ontheemden en de behoeftige bevolking op te voeren;

13. roept de VN op een meer directe rol te spelen bij de totstandbrenging van stabiliteit en de rechtsstaat in de regio;

14. verzoekt zijn Voorzitter om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de secretarissen-generaal van de Afrikaanse Unie, de VN en de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD), alsmede de President van de Federale Overgangsregering van Somalië, de regering van Ethiopië en het Pan-Afrikaans Parlement.