Ontwerpresolutie - B7-0023/2010Ontwerpresolutie
B7-0023/2010

    ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Jemen

    13.1.2010

    naar aanleiding van de verklaring van de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

    Adrian Severin, Hannes Swoboda, Véronique De Keyser, Claude Moraes, Richard Howitt namens de S&D­Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0021/2010

    Procedure : 2009/2813(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B7-0023/2010
    Ingediende teksten :
    B7-0023/2010
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B7‑0023/2010

    Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen

    Het Europees Parlement,

    –   onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over Jemen,

    –   gezien de conclusies van de Raad van 27 oktober 2009 over Jemen,

     

    –   gezien het gemeenschappelijke communiqué dat is uitgebracht na de 16e bijeenkomst van het gemengde samenwerkingscomité EG-Jemen op 27 oktober 2009,

    –   gezien de verklaring van het voorzitterschap namens de Europese Unie van 27 augustus 2009 over de verslechterende veiligheidssituatie in Jemen,

    –   gezien de aanbevelingen van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie bij de presidentsverkiezingen en de plaatselijke verkiezingen van 2006 in Jemen,

    –   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat Jemen sinds recente gebeurtenissen, waaronder de door de Jemenitische tak van Al Qaida opgeëiste mislukte bomaanslag op een VS-vliegtuig en de bedreigingen ten aanzien van buitenlandse ambassades in Sanaa, op de voorgrond is komen te staan in debatten over internationale veiligheid en over de strijd tegen terrorisme; overwegende dat terroristische activiteiten alsook het aantal aanslagen door Al Qaida in met name het Arabische schiereiland in de loop van 2009 nog zijn toegenomen, en dat er verscheidene gevallen zijn van buitenlandse burgers die in Jemen ontvoerd zijn en er nog altijd worden gegijzeld,

    B.  overwegende dat de inspanningen voor het tot stand brengen van stabiliteit in Jemen, wat van cruciaal belang is voor de Jemenitische bevolking en voor de regio als geheel, worden ondermijnd door de afnemende veiligheid en de verslechterende politieke en economische toestand in het land,

    C. overwegende dat Amerikaans president Barack Obama herhaaldelijk heeft verklaard dat hij niet van plan is gevechtstroepen naar Jemen te sturen, maar dat hij in plaats daarvan wil samenwerken met de internationale partners om het terrorisme in Jemen te bestrijden,

    D. overwegende dat de regering van Jemen de voorbije weken actie heeft ondernomen tegen terroristische groeperingen, zich verzet tegen de aanwezigheid van buitenlandse troepen in het land maar de internationale gemeenschap om meer hulp vraagt voor de Jemenitische veiligheidstroepen op het vlak van opleiding, technische bijstand en informatie-uitwisseling,

    E.  overwegende dat er sinds 2004 gevechten plaatsvinden tussen het Jemenitische leger en de sjiitische rebellen in de noordwestelijke provincie Saada, die hebben geleid tot de ontheemding van meer dan 175 000 mensen en tot een humanitaire crisis in het gebied,

    F.  overwegende dat separatistische groeperingen in het zuiden van Jemen, het gebied waar zich de meeste olie-installaties van het land bevinden, langs de strategische zeestraat Bab el Mandeb en tegenover Somalië, eisen dat het land wordt gesplitst,

    G. overwegende dat Jemen een van de armste landen ter wereld is, met een op hol geslagen bevolkingsgroei, snel slinkende watervoorraden, een economie die sterk afhankelijk is van de afnemende inkomsten uit olie en een hoge werkloosheid; overwegende dat de Jemenitische regering op de internationale donorconferentie van 2006 heeft beloofd politieke en economische hervormingen door te voeren; overwegende dat het Jemenitische parlement de algemene verkiezingen onlangs heeft uitgesteld tot in 2011, in afwachting van electorale hervormingen,

    H. overwegende dat mensenrechtenorganisaties geregeld melding maken van repressie tegen vertegenwoordigers van de politieke oppositie, journalisten en mensenrechtenactivisten, en van discriminatie ten aanzien van diverse etnische en religieuze bevolkingsgroepen in Jemen, vooral in de conflictgebieden in Noord- en Zuid-Jemen,

    1.  geeft uiting aan zijn ernstige verontrusting over de verslechtering van de veiligheid en van de politieke en economische situatie in Jemen; roept de internationale gemeenschap op zich serieus in te spannen om escalatie van de huidige crisis te voorkomen en te streven naar een verenigd, stabiel en democratisch Jemen;

    2.  steunt de actieve samenwerking tussen de Commissie en de Jemenitische regering, met name op het gebied van ontwikkeling, politie, rechtspraak, grenscontrole, bestrijding van mensenhandel, veiligheid op zee en terrorismebestrijding; verzoekt de Raad en de Commissie de bilaterale betrekkingen met Jemen verder te versterken en na te gaan hoe de EU het best kan bijdragen tot verbetering van de veiligheid en de politieke en economische situatie in het land; steunt het voornemen van de Commissie om haar aanwezigheid in Jemen uit te bouwen tot een volwaardige delegatie;

    3.  vraagt dat de Jemenitische regering daadkrachtig optreedt om de ogenblikkelijke vrijlating te verkrijgen van ontvoerde buitenlandse burgers die door milities in Jemen worden gegijzeld;

    4.  benadrukt dat er geen militaire oplossing bestaat voor de conflicten en spanningen in Noord- en Zuid-Jemen; vraagt dat alle partijen onmiddellijk de wapens neerleggen en een politieke dialoog aangaan met als doel een globale oplossing te vinden voor het conflict in Noord-Jemen en nog meer geweld in Zuid-Jemen te verhinderen;

    5.  maakt zich ernstige zorgen over de verslechtering van de humanitaire toestand in Noord-Jemen; vraagt alle partijen hun verplichtingen en verantwoordelijkheden in het kader van de internationale humanitaire wetgeving op te nemen, en meer bepaald de burgerbevolking te beschermen en de toegankelijkheid van de betrokken gebieden te garanderen voor humanitaire hulpverleners;

    6.  roept de Jemenitische regering op zich te onthouden van discriminatie van etnische of religieuze groepringen in het land en zich bij haar beleid te laten leiden door het algemeen belang van al haar burgers; benadrukt dat acties en maatregelen tegen terrorisme niet moeten worden misbruikt voor politieke doeleinden, met name tegen politieke tegenstanders, journalisten en mensenrechtenactivisten;

    7.  geeft uiting aan zijn ongerustheid met betrekking tot de mensenrechten in Jemen, en onder meer de bijzonder moeilijke omstandigheden voor vrouwen; vraagt dat de Jemenitische overheid haar verplichtingen inzake de mensenrechten nakomt en afziet van om het even welke vorm van vervolging of intimidatie van journalisten en mensenrechtenactivisten in het bijzonder;

    8.  is ervan overtuigd dat stabiliteit in Jemen alleen kan worden bereikt via politieke en economische hervormingen; vraagt daarom dat de Jemenitische regering de beloften die zij op de internationale donorconferentie in 2006 heeft gemaakt, na te komen, en het nationale politieke en economische hervormingsproces te intensiveren met het oog op meer democratie en een verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking;

    9.  doet een beroep op alle politieke machten in Jemen om de huidige impasse in de onderhandelingen over essentiële politieke hervormingen en in het bijzonder over electorale hervormingen te doorbreken, en onderstreept het belang van de organisatie van algemene verkiezingen in Jemen in 2011;

    10. verzoekt de Raad en de Commissie om in samenwerking met andere internationale actoren meer ontwikkelingsbijstand te verlenen aan Jemen met als doel de politieke situatie te stabiliseren en de economische situatie en de leefomstandigheden van de bevolking in het land te verbeteren; is ingenomen met de bereidheid van de Samenwerkingsraad van de Golf om zijn betrekkingen met Jemen verder uit te bouwen; verzoekt de regering van Jemen om, in nauwe samenwerking met de donors, ervoor te zorgen dat de steun doeltreffender wordt gebruikt dankzij goede coördinatie-, distributie- en uitvoeringsmechanismen;

    11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf en de regering en het parlement van de Republiek Jemen.