Ontwerpresolutie - B7-0024/2010Ontwerpresolutie
B7-0024/2010

ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Jemen

13.1.2010

naar aanleiding van de verklaring van de hoge vertegenwoordiger buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Elmar Brok, Angelika Niebler, Arnaud Danjean, Ioannis Kasoulides, Hans-Gert Pöttering, Filip Kaczmarek namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B7-0021/2010

Procedure : 2009/2813(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B7-0024/2010
Ingediende teksten :
B7-0024/2010
Debatten :
Aangenomen teksten :

B7‑0024/2010

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen

Het Europees Parlement,

–   gezien de conclusies van de Raad van 27 oktober 2009 over Jemen,

–   gezien de verklaring van het voorzitterschap namens de Europese Unie van 27 oktober 2009 over de verslechterende veiligheidssituatie in Jemen,

–   gezien het strategiedocument van de Europese Gemeenschap voor Jemen voor de periode 2007-2013,

–   gezien de bevindingen van het bezoek dat zijn Delegatie voor de betrekkingen met de Golfstaten, met inbegrip van Jemen, van 22 tot 25 februari 2009 aan Jemen heeft gebracht,

–   gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie van 26 september 2006,

–   gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de algemene politieke, economische en sociale situatie in Jemen verslechtert, hetgeen de internationale gemeenschap ernstige zorgen baart;

B.  overwegende dat Umar Farouk Abdulmutallab, de Nigeriaanse terrorist die op 25 december 2009 een vliegtuig boven Detroit probeerde op te blazen, verklaard heeft in een al-Qaeda-kamp in Jemen te zijn opgeleid en zijn uitrusting te hebben ontvangen; overwegende dat bij een verdere verslechtering van de veiligheidssituatie in Jemen een vrijplaats voor terroristische groeperingen en opstandelingen, met name al-Qaeda, kan ontstaan waar zij verdere terreurdaden kunnen plannen, organiseren en ondersteunen,

C. overwegende dat de veiligheidssituatie nog ernstiger wordt als gevolg van de burgeroorlog tegen de volgelingen van Zaidi Shi'i in de noordelijke provincie Sa'dah en de door de afscheidingsbeweging bedreven gewelddadigheden in het zuiden van het land,

D. overwegende dat de plaatselijke gevechten in de provincie Sa'dah een regionale dimensie hebben gekregen toen legertroepen van Saoedi-Arabië slaags raakten met rebellen die hun grens waren overgestoken en aanvallen uitvoerden op de posities van de rebellen, waarbij volgens berichten doden zouden zijn gevallen onder de burgerbevolking; dat de regering van Jemen beweert dat sommige groeperingen in Iran de opstandelingen in het noorden ondersteunen,

E.  overwegende dat Jemen het armste land van de Arabische wereld is; dat de voedselcrisis van 2008 ernstige gevolgen heeft gehad voor de armere bevolkingsgroepen in Jemen, terwijl de wereldwijde financiële crisis, en met name de afnemende olie-inkomsten, ertoe heeft bijgedragen dat de overheidsfinanciën onhoudbaar onder druk zijn komen te staan, wat nog verergerd wordt door het feit dat de broodnodige economische en fiscale hervormingen slechts in beperkte mate worden doorgevoerd,

F.  overwegende dat de oliereserves van Jemen, die meer dan 75 procent van de inkomsten van het land vertegenwoordigen, vrijwel uitgeput zijn en dat er weinig haalbare opties zijn voor een duurzame economie daarna,

G. overwegende dat Jemen ook met andere belangrijke problemen kampt, zoals het ernstige watertekort dat toe te schrijven is aan diverse omstandigheden, waaronder het toenemende huishoudelijk gebruik, het slechte waterbeheer, corruptie, het ontbreken van hulpbronbeheer en irrigatietechnieken waarbij veel water wordt verspild; dat volgens ramingen van de regering 99 procent van al het water zonder vergunning wordt gewonnen,

H. overwegende dat het voedsel- en watertekort in Jemen nog extra gecompliceerd wordt door het feit dat de bevolking verslaafd is aan qat, een rendabel handelsgewas dat slechts gedijt bij overvloedige irrigatie en dat op zo grote schaal wordt verbouwd dat 40% van de watervoorraden van het land daarvoor wordt gebruikt; dat het land intussen een netto-importeur van voedsel is geworden,

I.   overwegende dat ook de toenemende piraterij in de Golf van Aden en de voortdurende migratiedruk vanuit de Hoorn van Afrika factoren zijn die de stabiliteit van het land beïnvloeden,

J.   overwegende dat de Europese Unie sinds 2004 meer dan 144 miljoen euro aan ontwikkelingssteun heeft geschonken aan Jemen, waarvan het grootste deel bestemd was voor economische ontwikkeling, en bilaterale bijstandprogramma's heeft uitgevoerd ter ondersteuning van de politie en kustwacht van Jemen,

K. overwegende dat de parlementsverkiezingen, die in april 2009 hadden moeten plaatsvinden, werden uitgesteld om de autoriteiten in staat te stellen de cruciale hervormingen van het kiesstelsel door te voeren; dat er echter tot dusverre geen concrete stappen in die richting zijn gezet,

L.  overwegende dat er nog steeds ernstige verontrusting bestaat over de ontwikkelingen in Jemen op het gebied van democratie, mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak; dat zich gevallen van vervolging van journalisten hebben voorgedaan; dat de situatie van vrouwen bijzonder moeilijk is, en dat alle cijfers die een beeld geven van de situatie op het gebied van de gelijkheid van mannen en vrouwen, zoals gelijke toegang tot onderwijs, seksegerelateerd geweld en actieve deelname aan het politieke leven, steeds slechter worden,

M. overwegende dat zes Europeanen - vijf Duitsers en een Brit - in juni 2009 ontvoerd zijn en nog steeds gegijzeld worden, terwijl drie andere leden van dezelfde groep onmiddellijk na hun ontvoering dood teruggevonden werden; dat sommige plaatselijke stamleiders hebben verklaard dat al-Qaeda achter die ontvoeringen zit,

1.  geeft uiting aan zijn ernstige verontrusting over de verslechtering van de veiligheid en van de politieke en economische situatie in Jemen; roept de internationale gemeenschap op zich serieus in te spannen om escalatie van de huidige crisis te voorkomen en te streven naar een verenigd, stabiel en democratisch Jemen;

2.  steunt de actieve samenwerking tussen de Gemeenschap en de Jemenitische regering, met name op het gebied van ontwikkeling, politie, rechtspraak, grenscontrole, smokkelbestrijding, veiligheid op zee, terrorismebestrijding en institutionele opbouw; verzoekt de Raad en de Commissie de bilaterale betrekkingen met Jemen verder te versterken en na te gaan hoe de EU het best kan bijdragen tot verbetering van de veiligheid en de politieke en economische situatie in het land;

3.  roept andermaal op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Sa'dah en in Zuid- Jemen en is van oordeel dat alleen een alomvattende politieke oplossing tot duurzame vrede kan leiden; herinnert alle bij het conflict betrokken partijen aan hun plicht om de mensenrechten en het internationaal humanitair recht te eerbiedigen; verzoekt de partijen om burgers die het conflict willen ontvluchten toe te staan naar veilige plaatsen te gaan, om het voor de VN en de NGO's makkelijker te maken inheemse vluchtelingen te bereiken en om met spoed toe te staan dat deze laatsten medische en humanitaire steun ontvangen;

4.  roept de Jemenitische regering op zich te onthouden van discriminatie van etnische of religieuze groepringen in het land en zich bij haar beleid te laten leiden door het algemeen belang van al haar burgers; benadrukt dat acties en maatregelen tegen terrorisme niet moeten worden misbruikt voor politieke doeleinden, met name tegen politieke tegenstanders, journalisten en mensenrechtenactivisten;

5.  uit zijn bezorgdheid over de toenemende aanwezigheid van al-Qaeda in Jemen en beklemtoont dat het uitblijven van concrete acties zou kunnen leiden tot verdere uitholling van het gezag van de centrale regering en tot eenzelfde mate van destabilisering van de regio als in Somalië of Afghanistan, waardoor door al-Qaeda gestuurde of geïnspireerde extremisten de kans krijgen zich te hergroeperen en terroristische acties te organiseren, voor te bereiden en te lanceren binnen of buiten het grondgebied van Jemen;

6.  verzoekt de Jemenitische autoriteiten de hoognodige institutionele, economische en fiscale hervormingen door te voeren en te zorgen voor de noodzakelijke hervormingen om de mensenrechtensituatie in het land te verbeteren, met name door de vrijheid van de media, het recht op een eerlijk proces en gelijke behandeling van vrouwen en mannen te waarborgen;

7.  benadrukt hoe belangrijk het is dat er in 2011 verkiezingen worden gehouden en moedigt alle politieke partijen op hun afspraken over maatregelen ter verbetering van het kiesstelsel en ter versterking van de democratie na te komen, en daarbij met name rekening te houden met de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU naar aanleiding van de democratische presidentsverkiezingen en plaatselijke verkiezingen van 2006; verzoekt de Commissie en de Raad om, in nauwe samenwerking met het Parlement, het proces met het oog op de hervorming van de grondwet en de kieswet, dat de aanleiding was tot het uitstellen van de parlementsverkiezingen, op de voet te volgen;

8.  verzoekt de Raad en de Commissie om, zodra de Europese dienst extern optreden zijn beslag heeft gekregen, met spoed een gecoördineerde en alomvattende EU-aanpak ten aanzien van Jemen te volgen, ten einde te voorkomen dat de door de lidstaten verstrekte bijstand en de ontwikkelingshulpprogramma's elkaar overlappen; wijst erop dat EU-coördinatie fundamenteel is voor een globale coördinatie van de donors in Jemen, die momenteel ernstig te wensen over laat; verwelkomt derhalve de internationale vergadering over Jemen, die op 27 januari 2010 te Londen zou moeten plaatsvinden;

9.  verzoekt de Raad en de Commissie om in samenwerking met andere internationale actoren meer ontwikkelingsbijstand te verlenen aan Jemen met als doel de politieke situatie te stabiliseren en de economische situatie en de leefomstandigheden van de bevolking in het land te verbeteren; is ingenomen met de bereidheid van de Samenwerkingsraad van de Golf om zijn betrekkingen met Jemen verder uit te bouwen; verzoekt de regering van Jemen om er in nauwe samenwerking met de donors voor te zorgen dat de steun doeltreffender wordt gebruikt dankzij goede coördinatie-, distributie- en uitvoeringsmechanismen;

10. verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat de bijstand die door de internationale gemeenschap wordt verleend, en met name de steun uit de begroting van de Europese Unie, gebruikt wordt voor de financiering van projecten die rechtsreeks ten goede komen aan zoveel mogelijk mensen en waarvan de doeltreffendheid ter plaatse zal worden geëvalueerd; verwelkomt in dit verband de vestiging van een volwaardige EU-delegatie in Sana'a;

11. verzoekt de Commissie en de Raad een speciaal bijstandprogramma voor Jemen uit te voeren dat onder meer bestaat in het verzorgen van opleiding in het buitenland van Jemenitische ambtenaren (zoals dat door EUJUST LEX in Irak is gedaan) en het plaatsen van opleiders bij de belangrijkste ministeries (zoals de EU in Bosnië-Herzegovina heeft gedaan);

12. roept de Jemenitische autoriteiten op meer inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat de zes Europese gijzelaars die op Jemenitisch grondgebied worden vastgehouden, vrij worden gelaten;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en het veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Samenwerkingsraad van de Golf en de regering en het parlement van de Republiek Jemen.